14.c Bijlage bij MRU zienswijze op Ontwerp Nota Ruimte 251203.pdf
Tekst van het document
Bijlage bij zienswijze Metropoolregio Utrecht op Ontwerp-Nota Ruimte Thema Ontwerp-Nota Ruimte Algemeen
Paginanummer
Opmerking MRU
Pagina’s 42 en 43/ 68 en
69 (Visiekaart 2050)
Groene Hart, Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug, Eemland en Gelderse Vallei op de kaart met de ‘Bouwsteen: een ontwikkelgericht nationaal netwerk’ toevoegen als ‘waardevolle cultuurlandschappen’.
Majeure Defensieontwikkelingen ook expliciet opnemen op de Visiekaart 2050.
Grote netwerken van nationaal belang kunnen sprekender worden weergegeven. De A12 als corridor staat te zwak op de kaart.
Positie Amersfoort lijkt met de aangegeven ‘regionale verbindingen en samenhang’ te dun verbonden met Amsterdam en kernen ten oosten van Amersfoort. Dat komt ook zo terug op de integrale themakaart wonen, werken, bereikbaarheid (pagina’s 196 en 197).
Wat is de betekenis van de paarse bolletjes met witte cirkel (2 bij Utrecht)?
“Zoveel mogelijk” staat alleen bij niet afwentelen en niet bij de andere twee leidende principes. Goed om het ook bij niet afwentelen weg te laten.
Is het mogelijk om ook de onderliggende gis bestanden en kaartlagen te mogen ontvangen van de Ontwerp-Nota Ruimte?
Pagina’s 48, 50 en 52
Het Utrecht Science Park lijkt op een aantal kaarten te noordelijk op kaart gezet.
Pagina’s 130 en 131
De aanduiding ‘Groen in en om de stad’ ook bij Veenendaal op de kaart zetten. Mede in verband met de hier aanwezige opgaven en het Groen Groeit Mee-
Wonen, werken en bereikbaarheid
voorbeeldgebied ‘De Roode Haan’. Pagina’s 185 en 193
Actieve mobiliteit wordt benoemd, maar zonder concrete maatregelen. Fiets- en voetgangersnetwerken verdienen expliciete aandacht.
Pagina’s 188 en 189
Amersfoort op de kaart ‘VISTA’ voorzien van dikke contourlijn, het is immers onderdeel van MRU en daarmee op termijn (2050) evenwaardig aan de stad Utrecht.
Toevoegen Rhenen bij de aangegeven regiokernen in Foodvalley (Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal).
(Regiopoort) Vianen behoort ook tot MRU en de strategie ‘accommoderen’.
De positie van Amersfoort lijkt te hinken op twee gedachten. Enerzijds is Amersfoort benoemd als volwaardig onderdeel van de MRU, anderzijds is de verbinding
Pagina’s 196 en 197
tussen Utrecht en Amersfoort zwak aangezet en lijkt Amersfoort te worden gepositioneerd als zelfstandige centrumstad. Wij gaan voor een volwaardige positie als dubbelstad in de MRU. Pagina’s 199/216/286-287
Mobiliteitsinnovaties zoals smart mobility worden gemist. We vragen om meer aandacht voor gedragsverandering en technologische oplossingen. In de MRU valt het huidige regionale ov niet verder te optimaliseren, omdat er minder hoogwaardig ov aanwezig is dan in andere G4-steden. Graag zien wij dat een expliciete regel wordt toegevoegd dat er grote investeringen in het regionale ov-netwerk van de MRU noodzakelijk zijn om een schaalsprong mogelijk te maken. Dit doet recht aan het langjarig commitment van het Rijk dat hierop noodzakelijk is.
De MRU kan het fietsnetwerk niet zelfstandig laten meegroeien met de schaalsprong vanwege aanwezige barrières van rijksinfrastructuur (A1, A2, A12, A27 en A28). Dit vergt investeringen die we zelf niet kunnen bekostigen. Extra investeringen in het fiets- en voetgangernetwerk zijn nodig om de barrières van rijksinfrastructuur rondom de grote verstedelijkingslocaties te verminderen.
Pagina’s 200 en 201
Check toedeling hiërarchie van stedelijke gebied: Amersfoort is onderdeel metropool.
Pagina’s 204/205 en
208/209 Pagina’s 215-216
Het (regionale) groen in en om de stad staat op de kaarten onvoldoende op de kaart voor wat betreft de westzijde van MRU. Daarom aan de westzijde de relatie leggen met de het waardevolle cultuurlandschappen (vergroten bereikbaarheid en toegankelijkheid, et cetera).
De link tussen woningbouwopgave in regio Utrecht en de gepauzeerde MIRT-opgave NRU ontbreekt. Dit is randvoorwaardelijk voor ontwikkeling van een deel van de Utrechtse opgave.
Pagina’s 282-283
Wij stellen voor om ‘de juiste modaliteit op de juiste plaats en tijd’ op te nemen als 7 e principe voor mobiliteit en bereikbaarheid (cf. Mobiliteitsvisie 2050 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat).
Pagina 284
Onder ‘nieuwe richtingen’ / optimaal gebruik van bestaande netwerken is een aanvulling gewenst. We roepen op om toe te voegen de spitsproblematiek minder leidend te maken.
Pagina 286
De formulering over de samenhang tussen het mobiliteitssysteem en ruimtelijke ontwikkeling geeft in de huidige formulering teveel gewicht aan het wegennet. Dit betreft de zin “Bijvoorbeeld bij het bepalen of de locaties van nieuwe woongebieden en industriële clusters passen bij de functie van de weg”. Tekstsuggestie: “Als groei van het verkeer door ruimtelijke ontwikkeling (woningbouw en industriële clusters) voor een knelpunt op het wegennet zorgt, dan wordt in gezamenlijkheid met betrokken overheden bepaald onder welke voorwaarden er ontwikkeld kan worden én hoe daarbij stedelijk en regionaal autoverkeer meer ontmoedigd kan worden zodat er meer ruimte ontstaat voor doorgaand verkeer.”
Pagina 289
De naamgeving ‘Centrum-as’ in de legenda vervangen door ‘Binnenstadsas’ (de toekomstig beoogde verbinding tussen Utrecht-Centraal en SUP (door naar Zeist).
Pagina’s 298 en 299
De Merwedelijn is nu als ‘denk aan’ opgenomen op de kaart Mobiliteit personenvervoer (pagina’s 288 en289). Als onderdeel van de ‘longlist structuurversterkende infrastructuur. Het zou beter zijn deze om tot ontwikkeling te kunnen komen essentiële ov-lijn op te nemen op de kaart ‘Wonen en wijken’.
1
De uitwerking van Groen om de stad in drie typen roept vragen op. In hoeverre zijn de gebieden met een recreatieve functie (1), stadsrandfunctie (2) en natuur-, landbouw- of waterfunctie te onderscheiden? We zien liever een gecombineerde aanduiding van deze overigens op de kaart niet goed te onderscheiden driedeling.
2
Thema Ontwerp-Nota Ruimte
Paginanummer
Opmerking MRU
Pagina 295/298
Overvecht is zowel regionaal grootschalige locatie áls 'transformatie bestaand stedelijk gebied'. De term transformatie bestaand stedelijk gebied dekt de lading niet (legenda op p. 298). Op 295 wordt het 'wijken met een integrale aanpak' genoemd, wat beter past.
Economie en energie
Pagina 300 (lijst van
Sommige projecten zijn niet juist of op een eenduidige wijze opgenomen. Voorstel is om de volgende wijzigingen op te nemen::
regionale grootschalige
Regiopoort Driebergen-Zeist/Stationsgebied, aanpassen naar Regiopoort Driebergen-Zeist.
woningbouwlocaties)
Regiopoort Houten (Centrum Molenzoom Koppeling), aanpassen naar: Regiopoort Houten.
Poort van Woerden en Regiopoort Woerden/ Snellerpoort zijn dezelfde projecten, aanpassen naar Regiopoort Woerden.
Regiopoort Zeist (PGGM/ Staatsliedenkwartier), aanpassen naar Regiopoort Zeist-Noord.
Pagina’s 34 en 156
In de getoonde kaarten wordt decentrale opwek onderbelicht. Dit wekt de indruk dat doelen gehaald worden zonder lokale inzet.
Pagina 142
Kernenergie wordt benoemd als hernieuwbare bron. Dit is feitelijk onjuist.
Pagina’s 162 en 163
Wat is de betekenis van het ‘aanwijsgebied grootschalige elektriciteitsproductie’ aan de zuidkant van de MRU? Deze locatie graag aanwijzen als gebied voor grootschalige energie-productie (nu staat er alleen elektriciteit). In een toekomstig energiesysteem is zowel warmte als elektriciteit als opslag nodig op dit gebied. Het voornemen tot de aanwijzing is prima, maar graag breder in de context van een geïntegreerd energiesysteem waarbij elektriciteit, warmte en opslag als één integraal systeem in dit gebied wordt aangewezen.
Pagina’s 150 en 151 en
De term ‘regionaal ecosysteem’ in tekst en legenda is verwarrend vanwege de groen-ecologische associatie, het betreft het economisch ruimtelijk systeem.
Netbewuste nieuwbouw wordt benoemd. We vragen om uitbreiding naar bestaande bouw, waar de elektravraag groter is. "De aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon
verder Pagina 266
en nog uit te werken afstandsnormen windenergie op land worden hierbij in acht genomen." In lijn met zienswijze VNG op concept normen windturbines, is de afstandsnorm zeer onwenselijk en heeft geen argumentatie in milieubescherming. Opnemen van de afstandsnorm in de Nota Ruimte is dan ook niet wenselijk. Landbouw en natuur
Pagina’s 265 en 266
Gesteld wordt dat gemeenten regie houden op warmtetransitie. Zonder inhoudelijke kaders leidt dit tot lock-in situaties.
Pagina 109
Natuurinclusiviteit wordt benoemd, maar zonder concrete uitvoering. De provincie Utrecht werkt aan een Uitvoeringsprogramma Agenda Natuurinclusief en vraagt om koppeling.
Pagina’s 109 en 240
Een breder natuurbegrip of netto minder natuur? ‘Natuur vormt de basis van ons bestaan is overal in onze woon-, werk- en leefomgeving. Daarom beschouwen we natuur breder dan alleen de beschermde natuurgebieden. Door ook in te zetten op natuur buiten de bestaande en beschermde natuurgebieden, en in te zetten op functie combinaties, beperken we de benodigde ruimtelijke uitbreiding van natuurareaal.’
Pagina 110
Gemeenschapslandbouw als perspectief wordt gemist. Deze vorm draagt bij aan lokale voedselzekerheid en sociale cohesie.
Pagina’s 130 en 131
Bij (kaartbeeld over) robuust natuursysteem is het bij systemen onontbeerlijke verbindende netwerk nog onderbelicht. Verbindingen zijn essentieel voor ecologische samenhang. Bij deze uitwerking en toevoeging ook de gewenste verbinding tussen Heuvelrug en Veluwe benoemen.
Water en bodem
Pagina 134
Extensief agrarisch gebruik in gebieden met meervoudige opgaven wordt benoemd. Dit vraagt om instrumenten voor agrarisch natuurbeheer en grondstrategie.
Pagina’s 70-100
In Deel II wordt de urgentie van klimaatadaptatie goed benoemd, maar in Deel I ontbreekt dit. Dit wekt de indruk dat technische oplossingen nog leidend zijn, terwijl natuurlijke systemen juist de basis moeten vormen. Ook ontbreekt op pagina 98 de uitwerking van het aanpassen aan de genoemde opgaven van hitte, droogte, wateroverlast en verminderde biodiversiteit in bestaande steden.
Pagina’s 84 en 85
Op de kaart met de ‘Bouwsteen: een toekomstgericht hoofdwatersysteem’ mist een (indicatieve) aanduiding van het essentiële boezemwatersysteem en de Oude Rijn.
Wat impliceert de aanduiding ‘rekening houden met buitendijkse adaptatie bij hogere waterstanden in de toekomst’ langs de Eem, in hoeverre vergt de voorgestelde extra ruimte voor waterberging op het IJsselmeer/Markermeer extra maatregelen? (tevens pagina’s 222 en 223).
Pagina 134
Om ervoor te zorgen dat er toekomstperspectief blijft voor de landbouw, de bodemdaling in veenweidegebieden wordt afgeremd en de uitstoot van broeikasgassen hier wordt gereduceerd door middel van vernatting, vragen wij aandacht voor borging en uitwerking van de doelstellingen door bijvoorbeeld een nieuwe RO-functie te benoemen. Het gaat om een tussenfunctie ‘veenweidelandbouw’ voor de agrarische functie in veenweidegebieden met bijbehorende middelen en instrumenten.
Pagina 221
Mogelijk van grote invloed op de inrichting van diepe polders zoals Polder Mijdrecht en de Bethunepolder: ‘Er wordt naar gestreefd om in diepe polders vijf tot tien procent ruimte te reserveren voor (piek)waterberging, en ontwikkelingen op gronden die geschikt zijn voor infiltratie te vermijden.’ Wat is de beoogde ambitie en inzet van het Rijk? Dit vraagt om afspraken over waterveiligheid en wateroverlast op alle schaalniveaus.
Pagina’s 264-266
Positief dat regie op de ondergrond wordt benoemd. Wij vragen om nadrukkelijker het belang van de ondergrond voor met name de drinkwaterwinning, de duurzame energievoorziening en een veilige en verantwoorde driedimensionale benutting van de ondergrond te benomen. Ook vragen we daarbij expliciet om uitsluiting van nieuwe gaswinning en bescherming van drinkwaterbronnen.
3
Pagina 322
In deze bijlage zijn de nationale belangen beschreven waarop het Rijk zich in de Nota Ruimte richt. De nationale belangen gelden daar waar nodig onverkort in de ondergrond. Wat wordt daarmee bedoeld, hoezo deze specifieke toevoeging met betrekking tot de ondergrond?
4
Thema Ontwerp-Nota Ruimte Cultureel erfgoed en landschap
Paginanummer
Opmerking MRU
Pagina 12 en verder
Ondanks de duiding van de Utrechtse Heuvelrug op de kaart met cultuurlandschappen van Nederland (blz 12) komt de positie en betekenis ervan te weinig naar voren. Net als de Veluwe zou de Utrechtse Heuvelrug met de aanliggende flanken moeten worden benoemd als waardevol cultuurlandschap en dragende ruimtelijke structuur van nationale betekenis. Op de visiekaart, op de kaarten voor het landelijk gebied op pagina’s blz 114/115, 130/131 en 200/201 en op de betreffende kaart Waardevolle Cultuurlandschappen (pagina’s 248 en249).
Pagina’s 200 en 201
Groene Hart, Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug, Eemland en Gelderse Vallei op de kaart met de ‘Bouwsteen: een ontwikkelgericht nationaal netwerk’ toevoegen als ‘landschappelijke eenheid op (inter)nationale schaal.
Milieu
WHO-normen zijn strenger dan nationale normen. We vragen om expliciete verwijzing naar de WHO-normen en inzet op preventieve maatregelen via de leefomgeving.
Pagina’s 252-255
Pagina’s 254 en 255
Een verwijzing naar de Volksgezondheidstoekomstverkenning van het RIVM wordt gemist. Deze bevat urgente opgaven zoals vergrijzing, gezondheidsverschillen en klimaatgerelateerde ziektes. Het milieugezondheidsrisico lijkt in de noordelijke helft van de provincie significant groter dan in de zuidelijke helft. Het lijkt erop dat dit beeld cartografisch vertekend is door een inzoom bestand van de MRA, zie de rechthoekige uitsnede rond MRA op de kaart ‘Milieu’.
5