CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bijlage B - Begroting VRU 2027 en geactualiseerde begroting VRU 2026

Raadscommissie 15 september 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken33.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

1 Begroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026 Algemeen bestuur (vastgesteld 6 juli 2026) V R U punt N L 2 Inhoudsopgave 1 Leeswijzer 5 1.1 Opbouw begroting 5 1.2 Proces begroting 5 1.2.1 Kadernota VRU 2027 5 1.2.2 Zienswijzen Kadernota VRU 2027 en toekomstscenario’s 6 1.2.3 Zienswijzen Ontwerpbegroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026 7 1.2.4 Begroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026 8 2 Hoofdlijnen 9 2.1 Begroting in één oogopslag 9 2.2 Ontwikkelingen 10 2.3 Financieel kader 11 2.3.1 Loonaanpassing 12 2.3.2 Prijsaanpassing 14 2.3.3 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid 16 2.3.4 Brede doeluitkering rampenbestrijding 18 2.3.5 Samenvatting effect mutaties financieel kader 19 2.3.6 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket 20 2.3.7 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket 21 3 Programmaplan 22 3.1 Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg 25 3.1.1 Waar gaan we voor? 25 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 25 3.1.3 Waar sturen we op? 31 3.2 Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving 32 3.2.1 Waar gaan we voor? 32 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 33 3.2.3 Waar sturen we op? 36 3.3 Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing 37 3.3.1 Waar gaan we voor? 37 3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 39 3.3.3 Waar sturen we op? 42 3.4 Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's 42 3.4.1 Waar

gaan we voor? 42 3 3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 43 3.4.3 Waar sturen we op? 44 3.5 Ondersteuning 44 3.5.1 Waar gaan we voor? 44 3.5.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 46 3.5.3 Overhead 48 3.5.4 Onvoorzien 49 3.6 Samenvatting effect mutaties beleidsontwikkelingen 49 4 Paragrafen 50 4.1 Bedrijfsvoering 50 4.1.1 Personeel en organisatie 50 4.1.2 Huisvesting 54 4.1.3 Interne beheersing en rechtmatigheid 54 4.2 Openbaarheidsparagraaf 56 4.3 Verbonden partijen en overige partijen 57 4.3.1 De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) 57 4.3.2 Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s 57 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 59 4.4.1 Kapitaalgoederen 59 4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties 60 4.4.3 Onderhoud materieel 60 4.5 Financiering 60 4.5.1 Financieringsportefeuille 60 4.5.2 Risicobeheer 61 4.5.3 Verloop reserves 63 4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 68 4.6.1 Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) 69 4.6.2 Vrijwilligheid brandweerpersoneel 70 4.6.3 Overeenkomst van opdracht (OvO) 71 4.6.4 Milieurisico PFAS 72 4.6.5 Vitaalverklaring veiligheidsregio’s 73 4.6.6 Indexeringssystematiek 73 4.6.7 Overige onvoorziene exploitatierisico’s 74 4.6.8 Bedrijfscontinuïteit/ stroomuitval 74 4.6.9 Kengetallen 74 5 | Financiën | 76 5.1 | Baten en lasten 2026 & 2027 | 76 5.1.1 | Baten en lasten per

programma | 76 5.1.2 | Baten en lasten per categorie | 77 5.1.3 | Incidentele baten en lasten | 78 5.2 | Meerjarenraming 2027-2031 | 80 5.2.1 | Meerjarenraming 2027-2031 | 80 5.2.2 | Raming meerjarig verloop reserves | 81 5.3 | Gemeentelijke bijdrage 2026-2031 | 82 5.3.1 | Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage 2026-2031 | 82 5.3.2 | Gemeentelijke bijdrage 2026-2031 per gemeente | 82 5.3.3 | Gemeentelijke bijdrage en vergoedingen 2026-2031 per gemeente | 83 5.4 | Uiteenzetting financiële positie | 84 5.4.1 | Geprognosticeerde balans | 84 5.4.2 | EMU-saldo | 85 6 | Bijlagen | 86 6.1 | Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) | 86 6.2 | Baten en lasten per taakveld | 88 6.4 | Vergoedingentabel 2026 en 2027 | 90 6.5 | Compensatiebedragen 2026 en 2027 | 91 6.6 | Verdelingsgrondslag gemeentefonds gemeentelijke bijdrage GBTP 2026 en 2027 | 92 6.7 | Investeringen begroting 2026a en 2027 | 93 6.8 | Crisisprojecten | 94 6.9 | Begrippen en afkortingen | 99 4 5 1 Leeswijzer 1.1 Opbouw begroting ▪ Technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 2). ▪ Toekomstscenario’s en bestuurlijke opdrachten (hoofdstuk 3). ▪ Risico’s (hoofdstuk 4).

Figuur 1 Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: ▪ Eerst worden de hoofdlijnen (H2) weergegeven met daarin de begroting in één oogopslag, de actuele ontwikkelingen en de financiële kaders op basis van de Kadernota VRU 2027; ▪ Daarna volgt de beleidsbegroting waarin het programmaplan (H3) en de paragrafen (H4) inzicht bieden in de uitvoering van de bestuursagenda en waarin ook de beheersmatige aspecten zijn opgenomen; ▪ Tenslotte volgt de financiële begroting (H5) met daarin de baten en lasten specifiek voor de jaren 2026 en 2027, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2027 t/m 2030 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. 1.2 Proces begroting Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de Begroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026, vanaf de Kadernota VRU 2027 met daarin opgenomen de kaders voor de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 tot de voorliggende begroting. 1.2.1 Kadernota VRU 2027 In de kadernota VRU 2027 zijn de (financiële) kaders voor de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 weergegeven.

nleiding eeswijzer 2 oofdlijnen eleidsbegro ng rogrammaplan 4 aragrafen inanci le begro ng inancieel egro ng 202 20 0 emeentelijke bijdrage vergoeding Uiteenze ng nanci le posi e 6 Een concept van de Kadernota VRU 2027 is in het najaar van 2025 besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2025 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens ingestemd met de Kadernota VRU 2027. Op 1 december 2025 is de Kadernota VRU 2027 besproken en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU. 1.2.2 Zienswijzen Kadernota VRU 2027 en toekomstscenario’s Op 9 december 2025 zijn de Kadernota VRU 2027 en de toekomstscenario’s aan de gemeenteraden aangeboden. De raden zijn hierbij in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze uiterlijk op 3 maart 2026 kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen zijn in een aparte zienswijzenotitie opgenomen en voorgelegd aan het bestuur. Zienswijzen Op 9 december 202 hebben wij de uitwerking van de toekomstscenario’s en de Kadernota VRU 2027 ter zienswijze aangeboden. Van alle gemeenten hebben wij een definitieve reactie ontvangen. Het overzicht van de zienswijzen is in een aparte notitie opgenomen. Op basis hiervan heeft op 30 maart 2026 besluitvorming plaatsgevonden in de vergadering van het algemeen bestuur.

Op basis van de zienswijzen van de gemeenteraden heeft het algemeen bestuur definitief gekozen voor het scenario ‘op orde’. Veel gemeenten vragen hierbij nogmaals aandacht voor de financiële gevolgen die dit voor hen heeft, maar erkennen dat dit scenario noodzakelijk is. Een aantal gemeenten geeft aan, hoewel in te stemmen met het scenario ‘op orde’, te verwachten dat ten aanzien van de thema’s waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden er naar een andere oplossing gezocht wordt dan de vraag om extra financiële middelen. Er zijn ook gemeenten die aangeven in te stemmen met het scenario ‘op orde’ tot en met 20 0, maar voor de periode daarna de komende jaren ombuigingsvoorstellen verwachten waardoor de gemeentelijke bijdrage naast inflatie niet extra zal stijgen in 2031. Een enkele gemeente heeft verzocht om, gezien de toenemende risico’s in de directe leefomgeving en de taken van de VRU daarbij, ook te verkennen wat het betekent als gekozen wordt voor het scenario ‘op koers’. Door deze gemeenten wordt gevraagd om een financiële uitwerking voor de bijdrage van dit scenario. In de zienswijze op de kadernota wordt meermaals waardering uitgesproken voor het opvangen van de BDUR-korting van 10% binnen de eigen middelen zonder hiervoor extra bijdragen van deelnemers te vragen.

Daarbij worden ook ernstige zorgen geuit over de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening als het Rijk dit handhaaft. Verwacht wordt dat veiligheidsregio’s hierover in gesprek gaan met het Rijk. Benoemd wordt dat de kostenstijging, vanwege de gemeentelijke bijdrage aan de VRU die toeneemt door stijgende lonen en prijzen en noodzakelijke investeringen, de begroting en uiteindelijk inwoners beïnvloedt. Er worden zorgen uitgesproken over de structurele stijging van de gemeentelijke bijdrage. 7 Een aantal keren wordt verzocht om een definitieve keuze ten aanzien van de huisvesting. Meegegeven wordt dat uitstel van besluitvorming zorgt voor onzekerheid over de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van huisvesting. Het bestuur wordt gevraagd hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te geven. Voor nu wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de stapeling van effecten door de loon- en prijsindexering, investeringen door de toekomstscenario’s en mogelijke wijzigingen in de financieringssystematiek. Verzocht wordt om bij de verdere uitwerking expliciet inzichtelijk te maken wat de cumulatieve meerjarige effecten zijn per gemeente, inclusief een doorkijk naar 2030. Gevraagd wordt om de komende jaren rekening te blijven houden met de financiële situatie van gemeenten en ervoor te zorgen dat de kosten zoveel mogelijk gespreid en transparant zijn.

Dit zodat kosten voorspelbaar en beheersbaar blijven. Daarnaast wordt opgeroepen om spaarzaam, zorgvuldig, weloverwogen en terughoudend om te gaan met toekomstige voorstellen die om extra financiële middelen vragen. Op basis van de zienswijzen wordt voorgesteld om definitief in te stemmen met het scenario ‘op orde’ en de kaders voor de begroting ongewijzigd te verwerken in de begroting VRU 2027 en geactualiseerde begroting 2026. 1.2.3 Zienswijzen Ontwerpbegroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026 Op 30 maart 2026 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) ingestemd met de ontwerpbegroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026. De stukken zijn op 9 april 2026 voor zienswijze aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Gemeenten hebben tot en met 2 juli 2026 de gelegenheid gekregen om een zienswijze in te dienen. Voorlopig beeld Veel gemeenten spreken waardering uit voor de voorlopige jaarstukken VRU 2025 en kunnen instemmen met de resultaatbestemming, met aandacht voor de onderbouwing en ontwikkeling van reserves. Ook stemmen zij in algemene zin in met de ontwerpbegroting VRU 2027 en de verwerking van het scenario ‘op orde’. Daarbij wordt breed erkend dat de veiligheidsregio voor grotere en complexere opgaven staat en dat extra middelen noodzakelijk zijn om de taken op een verantwoord niveau te kunnen blijven uitvoeren.

Tegelijkertijd vragen vrijwel alle gemeenten nadrukkelijk aandacht voor de financiële positie van gemeenten en de structurele stijging van de gemeentelijke bijdrage, met name in de periode na 2027. Daarnaast vragen gemeenten net als in eerdere zienswijzen op de kadernota aandacht voor de stapeling van financiële effecten door verschillende ontwikkelingen. Er is behoefte aan een meerjarige doorkijk per gemeente en tijdige duidelijkheid over diverse inhoudelijke thema’s, zoals huisvesting, de financieringssystematiek van de VRU (waaronder indexeringssystematiek, compensatiemechanisme en volumecomponent) en digitale veiligheid inclusief technologische afhankelijkheden. 8 Advies bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën De adviescommissie heeft de financiële stukken besproken in de vergadering van 8 juni 2026 en positief geadviseerd op de voorgestelde besluiten. 1.2.4 Begroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026 De begroting is gebaseerd op de vastgestelde ontwerpbegroting VRU 2027 & geactualiseerde begroting VRU 2026, die voor zienswijzen is aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn enkele technische aanpassingen verwerkt, die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage voor 2026 en 2027. 9 2 Hoofdlijnen 2.1 Begroting in één oogopslag Figuur 2 Uitgaven 2027 Figuur 3 Inkomsten 2027

10 2.2 Ontwikkelingen In de Bestuursagenda VRU 2024-2027 is het beleid vastgelegd ten aanzien van de taken van de VRU. De thema’s van de bestuursagenda VRU 2024-2027 zijn herkenbaar opgenomen in het programmaplan en de paragrafen. De voorliggende begroting heeft betrekking op het derde en vierde jaar van de huidige beleidsperiode 2024-2027. Deze begroting bevat naast de reguliere bijstelling van het financiële kader (§ 2.3) ook de uitwerking van de besluitvorming over de toekomstscenario’s en de bestuurlijke opdrachten (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de financiële positie, het risicobeheer en de beheersaspecten van de VRU. Op verzoek van het algemeen bestuur zijn op basis van de bestuursagenda toekomstscenario’s uitgewerkt. Ter voorbereiding op de besluitvorming hierover is in kaart gebracht welke investeringen noodzakelijk zijn om de huidige taakuitvoering op peil te houden en welke besparingsopties zijn onderzocht. Hierbij zijn eveneens de benodigde investeringen voor natuurbrand- en waterongevallenbestrijding meegenomen. Het bestuur heeft geconcludeerd dat extra middelen om op orde te komen, zoals opgenomen in de toekomstscenario’s, nodig zijn. Door de voorgestelde maatregelen zetten we gefaseerd stappen om vanaf 2030 op orde te zijn.

Hierbij is een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van het uitgangspunt dat de gevraagde investeringen onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn en zonder extra middelen niet realiseerbaar (onoplosbaar) zijn. De volgende onderwerpen zijn van invloed op de financieringssystematiek maar zijn geen onderdeel van de begrote lasten en baten zoals opgenomen in deze begroting. 1. Indexeringssystematiek 2. Volumecomponent 3. Compensatiemechanisme De onderwerpen indexeringssystematiek en de volumecomponent worden geagendeerd voor bespreking tijdens de bestuursconferentie in september 2026. Een voorstel over de afbouw van het compensatiemechanische is gelijktijdig met de ontwerpbegroting VRU 2027 en geactualiseerde begroting VRU 2026 voorgelegd aan het algemeen bestuur (30 maart 2026). Het voorstel over de afbouw van het compensatiemechanisme heeft als doel om tot een uniforme verdeling van de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) te komen, geheel volgens de afgesproken verdeelsleutel van het subcluster crisisbeheersing en brandweer van het gemeentefonds. Het algemeen bestuur heeft op 30 maart 2026 besloten om het compensatiemechanisme via een afbouwscenario af te bouwen.

De scenario’s voor afbouw van het compensatiemechanisme zijn volgens het voorgestelde proces uitgewerkt, zodat in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 juli 2026 voor één afbouwscenario kan worden gekozen dat start met ingang van begrotingsjaar 2028. ij de uitwerking van de scenario’s zijn vertegenwoordigers uitgenodigd van de vier gemeenten die nu nog een nadeelcompensatie ontvangen (Houten, IJsselstein, Nieuwegein en Veenendaal) en twee vertegenwoordigers van gemeenten die compensatie betalen. 11 De afbouw van het compensatiemechanisme kan leiden tot herverdeeleffecten per individuele gemeente. Het algemeen bestuur heeft ook besloten om de separate algemene bijdrage (€ 140.000), die de gemeente Vijfheerenlanden aanvullend structureel betaalt als gevolg van de vorming van de gemeente Vijfheerenlanden per 1 januari 2019, met ingang van begrotingsjaar 2028 af te bouwen en op te nemen in de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP en te verdelen naar rato van de “objectieve” budgetten voor crisisbeheersing en brandweer van het gemeentefonds. De afbouw van de structurele bijdrage van de gemeente Vijfheerenlanden leidt tot een geringe verhoging van de bijdrage voor het GBTP (0,1%). 2.3 Financieel kader De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed op de begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds.

Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel ‘Crisisbeheersing en brandweer’ de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores in relatie tot de gemiddelde trend van alle VRU-gemeenten gezamenlijk. In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de begroting VRU 2026 vermeld, die is vastgesteld op 7 juli 2025. 12 Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP 2.3.1 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd op basis van artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling(1).

In tabel 2 is de stelpost voor loonontwikkeling inclusief het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen. 1 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. Gemeente Begroting 2026 Mutatie (q) maatstaven Begroting 2026a en 2027 Amersfoort 11,41% 0,074% 11,49% Baarn 1,85% -0,009% 1,84% Bunnik 1,07% -0,002% 1,07% Bunschoten 1,30% -0,008% 1,29% De Bilt 3,04% -0,013% 3,02% De Ronde Venen 3,00% -0,019% 2,99% Eemnes 0,65% 0,005% 0,65% Houten 3,15% -0,003% 3,15% IJsselstein 2,15% -0,013% 2,13% Leusden 1,98% 0,004% 1,98% Lopik 0,85% -0,001% 0,85% Montfoort U 0,87% -0,005% 0,86% Nieuwegein 4,44% 0,059% 4,49% Oudewater 0,66% 0,007% 0,67% Renswoude 0,36% 0,001% 0,36% Rhenen 1,24% -0,002% 1,24% Soest 3,15% -0,002% 3,15% Stichtse Vecht 4,40% -0,091% 4,31% Utrecht 32,02% 0,043% 32,06% Utrechtse Heuvelrug 3,51% -0,021% 3,49% Veenendaal 4,60% 0,037% 4,63% Vijfheerenlanden 3,73% 0,019% 3,75% Wijk bij Duurstede 1,59% -0,008% 1,58% Woerden 3,52% -0,023% 3,50% Woudenberg 0,83% 0,000% 0,83% Zeist 4,65% -0,028% 4,62% TOTAAL 100,00% 0,000% 100,00% Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Tabel 2 Stelpost loonontwikkeling In de begroting is voor 2025 tot en met 2027 een stelpost voor

loonontwikkeling opgenomen die is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 202 | 5 van het Rijk. Voor 2025 en 2026 is de stelpost voor de loonontwikkeling | structureel verlaagd van 8,2% naar 7,4%. We werken met een stelpost, omdat we de precieze omvang van de werkelijke loonontwikkeling voor de periode na de einddatum van het huidige CAO-akkoord nog niet weten. De stelpost is gebaseerd op de loonontwikkeling zoals deze is berekend door het Centraal Planbureau (CPB). De werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt na vaststelling van de ca | o en premiebijdragen verrekend met de stelpost. Vervolgens wordt een eventueel positief of negatief effect | incidenteel en structureel verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald. In tabel 3 is de omvang van de stelpost weergegeven. Tabel 3 Omvang stelpost loonontwikkeling Arbeidsvoorwaardenakkoord Cao-veiligheidsregio’s Op 16 maart 2026 is een akkoord bereikt over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in dienst van de veiligheidsregio’s en medewerkers | van de vrijwillige brandweer | voor een periode van twee jaar vanaf 1 augustus 2025.

De omvang van de stelpost voor loonontwikkeling (7,4%) die wij hiervoor in de begroting hebben opgenomen sluit | daarmee structureel volledig aan op de afspraken uit het | arbeidsvoorwaardenakkoord | (7,3%) plus de verhoging van de werkgeverspremie’s per | -1-26 (0,1%). 13 14 Dit betekent dat de loongevoelige budgetten structureel met het juiste percentage zijn geïndexeerd. Zodra het Cao-akkoord definitief is vastgesteld wordt de stelpost afgewikkeld. Incidenteel ontstaat er een voordeel door de gefaseerde verhogingen van de lonen van personeel en vergoedingen voor brandweervrijwilligers, omdat de loonontwikkeling inclusief werkgevers- premies per 1 augustus 2026 stijgt van 4,2% naar 7,3% en aanvullend vanaf 1 januari 2027 naar 7,4%. Vervolgens zijn de cao-afspraken voorzien tot 1 augustus 2027. Dit betekent dat er een incidenteel voordeel in 2026 ontstaat over een periode van 7 maanden van 3,1% en in 2027 over een periode van 7 maanden van 5,7% (-/- 0,2% reservering voor stijging werkgeverspremies per 1- 1-2027). De gefaseerde loonontwikkeling uit het arbeidsvoorwaardenakkoord leidt hiermee tot een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage ( T ) in 202 (€ , 0 miljoen) en 2027 (€ 2,75 miljoen) ten opzichte van de bijdrage voor het GBTP zoals opgenomen in de vastgestelde kadernota. In de begroting is dit incidenteel voordeel voor gemeenten verwerkt (tabel 4).

Tabel 4 Inzet stelpost loonontwikkeling 2026 en 2027 2.3.2 Prijsaanpassing Voor de prijsbijstelling van de prijsgevoelige budgetten hanteert de VRU de procentuele mutatie van het indexcijfer ‘ rijs bruto binnenlands product’ (pbbp) zoals het C heeft berekend(2). Dit staat beschreven in artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. In aansluiting op de gegeven indices die het Rijk heeft opgenomen in de septembercirculaire voor het gemeentefonds, hebben wij de indexatie van specifiek de investeringsbudgetten gebaseerd op het (lagere) CPB indexcijfer ‘prijs bruto overheidsinvesteringen’ (iboi)(3). Jaarlijks vindt een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo indexeren we nooit te veel of te weinig. De ontwikkeling van de prijsindexcijfers (pbbp en iboi) en de relatie met de vastgestelde begroting 2025 is weergeven in respectievelijk tabel 5 en 6. 2 Prijsindexen CPB MEV 2025 (m.b.t. 2026) en CEP 2025 (m.b.t. 2024,2025,2027). 3 Gepubliceerd in tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2025.

dr x € 1.000) Jaar Begroting 2026 Begroting 2026a Begroting 2027 Omvang stelpost 2026 5.797 5.797 Inzet stelpost 2026 4.302 5.797 Incidenteel voordeel 2026 1.495 - Omvang stelpost 2027 4.881 Inzet stelpost 2027 2.134 Incidenteel voordeel 2027 2.748 Effect GBTP (incidenteel voordeel) 1.495 2.748 Inzet stelpost loonontwikkeling 15 Tabel 5: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product (pbbp)' Voor 2026 bedraagt de prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten 1,9% en voor 2027 is de prijsontwikkeling op 2,5% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten komt vanaf 2027 daarmee op 4,4%. Tabel 6: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)' Voor 2026 bedraagt de prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten 1,8% en voor 2027 is de prijsontwikkeling op 2,5% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten komt vanaf 2026 daarmee op 4,3%. De gewogen prijsbijstelling voor alle prijsgevoelige budgetten komt daarmee op 1,9% voor 2026 en 2,5% voor 2027. In tabel 7 is het financiële effect van de prijsaanpassing voor alle prijsgevoelige budgetten en opgenomen.

Jaar Begroting 2026 Begroting 2026a Begroting 2027 Bijstelling 2024 4,0% 5,1% 5,1% 1,1% 288 2025 2,7% 3,6% 3,6% 0,9% 236 2026 2,6% 2,5% 2,5% -0,1% -26 Subtotaal 2026 9,3% 11,2% 11,2% 1,9% 498 2027 - - 2,5% 2,5% 668 Subtotaal 2027 - - 2,5% 2,5% 668 Totaal 9,3% 11,2% 13,7% 4,4% 1.166 Prijsbijstelling algemene prijsgevoelige budgetten Financieel effect GBTP (x € .000) Jaar Begroting 2026 Begroting 2026a Begroting 2027 Bijstelling 2024 3,0% 3,5% 3,5% 0,5% 70 2025 2,3% 3,3% 3,3% 1,0% 139 2026 2,2% 2,5% 2,5% 0,3% 42 Subtotaal 2026 7,5% 9,3% 9,3% 1,8% 251 2027 - - 2,5% 2,5% 354 Subtotaal 2027 - - 2,5% 2,5% 354 Totaal 7,5% 9,3% 11,8% 4,3% 605 Prijsbijstelling investeringsbudgetten Financieel effect GBTP (x € .000) 16 Tabel 7: Financieel effect prijsontwikkeling op gemeentelijke bijdrage GBTP 2.3.3 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘ asten O-overgangsrecht’. De actualisatie van de meest recente kostenprognose wordt nog verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 na vaststelling van een nieuwe Cao voor de veiligheidsregio’s.

Op basis van de huidige inzichten en de cao-afspraken over het FLO-overgangsrecht zien we geen aanleiding het huidig meerjarig financiële kader bij te stellen. Dit betekent dat we de budgetten voor het FLO-overgangsrecht bij het opstellen van de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 nu alleen verhogen met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 8 is de geactualiseerde meerjarenraming voor het FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 9 geeft een actueel inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2026 en 2027. dr x € 1.000 Jaar Bijstelling (gewogen) pBBP 2026a/2027 Iboi 2026a/2027 Begroting 2026a/2027 2024 0,9% 288 70 358 2025 0,9% 236 139 375 2026 0,0% -26 42 16 Subtotaal 2026a 1,9% 498 251 749 2027 2,5% 668 354 1.022 Subtotaal 2027 2,5% 668 354 1.022 Totaal 4,4% 1.166 605 1.771 Prijsbijstelling (gewogen) 17 Tabel 8: meerjarenraming FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2026-2030 De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. Tabel 9: Financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht *De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de FLO-lasten is onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (zie § 2.3.1 en 2.3.2). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.

dr x € 1.000 Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan 2026a 2027 2028 2029 2030 Begroting 2026 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2.948 3.091 3.091 3.091 3.091 Storting/ onttrekking reserves FLO-overgangsrecht 215 66 66 66 66 Storting/ onttrekking reserves FLO-tweede loopbaan 183 189 189 189 189 Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026 3.346 3.346 3.346 3.346 3.346 Begroting 2026a en 2027 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 3.042 3.270 3.270 3.270 3.270 Storting/ onttrekking reserves FLO-overgangsrecht 54 60 60 60 60 Storting/ onttrekking reserves FLO-tweede loopbaan 247 197 197 197 197 Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026a en 2027 3.344 3.527 3.527 3.527 3.527 Mutatie structurele lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan -2 181 181 181 181 dr x € 1.000 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Begroting 2026 Begroting 2026a Begroting 2027 FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026 3.346 3.346 3.346 FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan kaders 2026a en 2027 - 3.344 3.527 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan - -2 181 Correctie loon- en prijsaanpassing * - 2 -181 Totaal effect - - - Financieel effect 2026a en 2027 18 2.3.4 Brede doeluitkering rampenbestrijding Op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking in het regeerprogramma is de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

vanaf 2026 met 10% gekort voor alle veiligheidsregio’s. De korting is evenredig over alle onderdelen van de BDuR toegepast. De omvang van de rijksbijdrage BDuR voor de VRU bedraagt volgens de decemberbrief 2025 van het Rijk voor 2026 € 4,5 miljoen. Voor 2027 is de DuR geraamd op € , miljoen. Dit is inclusief de structurele korting van 0% (€ ,4 miljoen). Om een verhoging van de gemeentelijke bijdrage te voorkomen zijn hiervoor bij de kadernota VRU 2027 de volgende maatregelen getroffen: ▪ Structurele aframing van 10% van het geoormerkte BDuR-budget voor versterking Crisisbeheersing (€ 0, miljoen); ▪ Structurele verrekening van eerder gereserveerde stelposten voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) van de BDuR 2024 en 2025 (€ 0,7 miljoen); ▪ Structurele bijstelling en raming van LPO van de BDuR voor 2026 en 2027 (€ 0,4 miljoen); ▪ Incidentele onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van het restant tekort voor 2026 (€ 0,3 miljoen). Door deze maatregelen leidt de 10% korting die het Rijk heeft doorgevoerd op de BDuR-budgetten niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. De begrote omvang van de rijksbijdrage BDuR en de taakgebonden BDuR-budgetten zijn in de volgende tabel weergegeven.

Tabel 10: omvang rijksbijdrage BDuR en mutaties dr x € 1.000 Brede doeluitkering Rampenbestrijding 2026 2026a 2027 Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR Algemeen 10.426 11.050 11.047 BDuR-middelen versterking crisisbeheersing 3.007 3.015 3.015 Onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve 62 120 Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR kadernota VRU 2027 13.433 14.127 14.182 Toekenning BDuR versterking/intensivering regionale weerbaarheid 450 1.408 Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR (beschikking dec. 2025) 14.577 15.589 Prognose Loon-en prijsontwikkeling (LPO) BDuR Prognose LPO BDuR 2026 (2%) 225 285 285 Prognose LPO BDuR 2027 (2%) - 287 Prognose LPO rijksbijdrage BDuR cf. kadernota VRU 2027 225 285 572 Incidentele dekking van 10% korting uit algemene reserve 1.088 287 - Onttrekking aan algemene reserve cf.

kadernota VRU 2027 1.088 287 - Prognose rijksbijdrage BDuR begroting (incl.incidentele dekking 10%) 14.746 15.149 16.161 Taakuitvoering basistakenpakket -11.739 -11.622 -11.619 Taakuitvoering versterking crisisbeheersing -3.007 -2.957 -3.135 Storting ontwikkel- en egalisatiereserve -120 - Taakuitvoering versterking/intensivering regionale weerbaarheid -450 -1.408 Inzet middelen voor taakuitvoering -14.746 -15.149 -16.161 Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP) - 0 0 Financieel effect GBTP 19 De rijksbijdrage BDuR algemeen wordt toegekend en aangewend als algemeen dekkingsmiddel voor de taakuitvoering van de VRU. De BDuR-budgetten voor specifieke taken zijn gefaseerd toegekend. De laatste tranche van de middelen voor versterking van crisisbeheersing is met ingang van 2026 toegevoegd. Op het totaal toegekende budget voor versterking van crisisbeheersing, is net als op de algemene rijksbijdrage BDuR, een korting van 10% doorgevoerd. Op 15 oktober 2025 zijn, in het kader van de versterking en intensivering van de regionale weerbaarheid op het gebied van crisisbeheersing, aanvullende afspraken gemaakt tussen de minister van Justitie en Veiligheid, het Veiligheidsberaad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Voor deze taak is landelijk een structureel bedrag beschikbaar gesteld van € 8 miljoen in 202 en € 2 miljoen vanaf 2027.

Aan de VRU is voor deze taak via de rijksbijdrage BDuR een bedrag van € 0,45 miljoen voor 202 en € 1,41 miljoen structureel vanaf 2027 toegekend. 2.3.5 Samenvatting effect mutaties financieel kader Tabel 11 Effect mutaties financieel kader op bijdrage GBTP *De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten. Voor 2026 wordt de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) op basis van bijstelling van het financieel kader per saldo verlaagd met 1,4 miljoen. Voor 2027 wordt de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP op basis van bijstelling van het financieel kader per saldo verhoogd met € ,3 miljoen. Hierin is vanaf 2027 een structurele verhoging van 6,0 miljoen verwerkt conform de kadernota VRU 2027. Aanvullend is een incidentele teruggave voor 2027 verwerkt als gevolg van een gefaseerde loonsverhoging op basis van een recent afgesloten Cao-principeakkoord voor de veiligheidsregio’s.

dr x € 1.000 Samenvatting mutaties financieel kader Actualisatie 2026 Begroting 2027 Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* - - Loonaanpassing -638 4.243 Prijsaanpassing 749 1.771 Lasten FLO-overgangsrecht - - Brede doeluitkering Rampenbestrijding - - Subtotaal mutatie financieel kader structureel 111 6.015 Loonaanpassing incidenteel door fasering cao-mutaties -1.495 -2.748 Subtotaal mutatie financieel kader incidenteel -1.495 -2.748 Totaal mutatie bijdrage GBTP -1.384 3.267 Financieel effect GBTP 20 2.3.6 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket In tabel 12 staan de nummers van de paragrafen weergegeven waarin de inhoudelijke onderbouwing van de financiële mutaties is opgenomen. Tabel 12 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2026 en 2027 per gemeente (b dr x € 1.000) Gemeente Bijdrage GBTP begroting VRU 2026 Bijstelling ijkpuntsc. Gemeente- fonds Stelpost loon- bijstelling 2026a (str.) Stelpost loon- bijstelling 2026a (inc.) Prijs (pBBP) bijstelling 2026a (str.) Prijs (iboi) bijstelling 2026a (str.) Beleid knelpunten toekomsts. 2026 (inc.) Beleid bestuurl. opdrachten 2026a (str.) Bijdrage GBTP begroting VRU 2026a Incidentele bijstelling 2026a Stelpost loon- bijstelling 2027 (str.) Stelpost loon- bijstelling 2027 (inc.) Prijs (pBBP) bijstelling 2027 (str.) Prijs (iboi) bijstelling 2027 (str.) Beleid ontwikkel. toekomsts.

2027 (str.) Beleid bestuurl. opdrachten 2027 (str.) Bijdrage GBTP begroting VRU 2027 (§ 2.3) (§ 2.3.1) (§ 2.3.1) (§ 2.3.2) (§ 2.3.2) (H3) (§ 3.1.2.7) (§ 2.3.1+ H3) (§ 2.3.1) (§ 2.3.1) (§ 2.3.2) (§ 2.3.2) (H3) (§ 3.1.2.7) Amersfoort 12.420 81 -73 -172 57 29 198 -11 12.529 -26 561 -316 77 41 588 -4 13.449 Baarn 2.042 -10 -12 -28 9 5 32 -2 2.037 -4 90 -51 12 7 94 -1 2.184 Bunnik 1.196 -3 -7 -16 5 3 18 -1 1.196 -2 52 -29 7 4 55 -0 1.281 Bunschoten 1.432 -9 -8 -19 6 3 22 -1 1.426 -3 63 -35 9 5 66 -0 1.529 De Bilt 3.431 -15 -19 -45 15 8 52 -3 3.423 -7 148 -83 20 11 155 -1 3.665 De Ronde Venen 3.383 -22 -19 -45 15 7 51 -3 3.369 -7 146 -82 20 11 153 -1 3.608 Eemnes 735 5 -4 -10 3 2 11 -1 741 -1 32 -18 4 2 34 -0 794 Houten 3.090 -3 -20 -47 16 8 54 -3 3.094 -7 154 -87 21 11 161 -1 3.347 IJsselstein 2.198 -4 -14 -32 11 5 37 -2 2.199 -5 104 -59 14 8 109 -1 2.370 Leusden 2.154 5 -13 -30 10 5 34 -2 2.163 -4 97 -54 13 7 101 -1 2.322 Lopik 986 -1 -5 -13 4 2 15 -1 986 -2 42 -23 6 3 44 -0 1.054 Montfoort 992 -6 -5 -13 4 2 15 -1 989 -2 42 -24 6 3 44 -0 1.058 Nieuwegein 4.718 64 -29 -67 22 11 77 -4 4.793 -10 219 -123 30 16 230 -2 5.153 Oudewater 749 7 -4 -10 3 2 11 -1 758 -2 33 -18 4 2 34 -0 811 Renswoude 414 1 -2 -5 2 1 6 -0 415 -1 17 -10 2 1 18 -0 444 Rhenen 1.371 -2 -8 -19 6 3 21 -1 1.373 -3 61 -34 8 4 64 -0 1.472 Soest 3.474 -3 -20 -47 16 8 54 -3 3.479 -7 154 -86 21 11 161 -1 3.731 Stichtse

Vecht 4.992 -101 -28 -64 21 11 74 -4 4.901 -10 211 -119 29 15 221 -2 5.247 Utrecht 34.847 47 -205 -479 160 80 552 -30 34.972 -72 1.565 -881 214 114 1.641 -12 37.541 Utrechtse Heuvelrug 4.024 -24 -22 -52 17 9 60 -3 4.008 -8 170 -96 23 12 179 -1 4.288 Veenendaal 4.203 41 -30 -69 23 12 80 -4 4.255 -10 226 -127 31 16 237 -2 4.626 Vijfheerenlanden 4.269 19 -24 -56 19 9 64 -4 4.297 -8 183 -103 25 13 192 -1 4.597 Wijk bij Duurstede 1.812 -10 -10 -24 8 4 27 -1 1.806 -4 77 -43 11 6 81 -1 1.933 Woerden 3.871 -25 -22 -52 17 9 60 -3 3.854 -8 171 -96 23 12 179 -1 4.134 Woudenberg 940 -1 -5 -12 4 2 14 -1 941 -2 41 -23 6 3 43 -0 1.008 Zeist 5.099 -31 -29 -69 23 12 80 -4 5.079 -10 226 -127 31 16 237 -2 5.449 Totaal 108.842 - -638 -1.495 498 251 1.721 -94 109.085 -226 4.881 -2.748 668 354 5.120 -37 117.098 21 2.3.7 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Tabel 13 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2026 en 2027 4 In de kadernota VRU 2027 is aangegeven dat de herijking van de doorbelasting van materiele en personele kosten voor beheerpakketten van de brandweerposten wordt doorgevoerd bij de begroting VRU 2027. Op basis van voortschrijdend inzicht wordt deze herijking in samenhang bezien met de bestuurlijke opdracht over de organisatie van onze huisvesting.

Voor de toekomstscenario’s is een analyse gemaakt van de doorbelasting van kosten voor overig maatwerk zoals opgenomen in taakuitvoeringsovereenkomsten. Na afstemming met de betrokken gemeenten worden de aanpassingen in de kadernota VRU 2028 verwerkt. 4 De vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2026 en 2027 kunnen gedurende het hele jaar wijzigen als gevolg van nieuwe TUO-afspraken voor maatwerk met individuele gemeenten. dr x € 1.000 Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP Gemeente begroting VRU 2026 incl. loon- & prijs- aanpassing 2026 begroting VRU 2026a incl.

loon- & prijs- aanpassing 2027 begroting VRU 2027 Amersfoort 487 9 496 16 511 Baarn 34 0 34 1 35 Bunnik - - - Bunschoten 24 - 24 1 26 De Bilt - - - De Ronde Venen - - - Eemnes 21 0 21 1 22 Houten 52 0 53 -5 52 IJsselstein 19 -1 18 0 18 Leusden 121 2 124 4 127 Lopik - - - Montfoort - - - Nieuwegein - - - Oudewater 24 0 25 1 25 Renswoude - - - Rhenen - - - Soest 68 1 69 3 72 Stichtse Vecht 203 4 207 6 214 Utrecht 591 10 601 20 621 Utrechtse Heuvelrug 93 0 93 -5 95 Veenendaal 73 0 73 3 77 Vijfheerenlanden 151 0 151 0 151 Wijk bij Duurstede 11 - 11 1 12 Woerden 230 4 234 7 241 Woudenberg - - - Zeist 382 7 389 12 401 Totaal 2.585 38 2.623 68 2.702 22 3 Programmaplan De klassieke rol van de veiligheidsregio is die van brandweerorganisatie gericht op incidentbestrijding (blussen en redden) en adviseur met specifieke expertise op het voorkomen en beperken van incidenten (brandveiligheid). Brandbestrijding is steeds complexer geworden. De woningbrand blijft, maar het blussen van zonnepanelen, elektrische auto’s en buurtbatterijen is erbij gekomen. Niet alleen neemt het risico op brand hierdoor toe maar ook de wijze waarop de brandbestrijding plaatsvindt wijzigt. Ook is incidentbestrijding al lang niet meer het enige wat van ons gevraagd wordt. Wij opereren binnen een breed domein. Langdurige, multidisciplinaire en complexe crises geven ons een andere rol.

De wereld verandert en ontwikkelingen zijn complexer en doen zich steeds sneller en op grote schaal voor. Maatschappelijke onrust in Nederland, geopolitieke onrust in de wereld, klimaatverandering en digitalisering zijn voorbeelden van ontwikkelingen die invloed hebben op de rol van de overheid en wat inwoners daarvan verwachten of nodig hebben. Dat heeft ook gevolgen voor onze taakuitvoering. Daarnaast nemen wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toe. Eén van de taken van de veiligheidsregio is het opstellen van een risicoprofiel en zorgen dat we voorbereid zijn als risico’s zich voordoen. De geopolitieke situatie is instabiel. De oorlog in Oekraïne en cyberdreigingen van statelijke actoren versterken het gevoel van onveiligheid. Door overbelasting van het elektriciteitsnet en de toenemende afhankelijkheid van digitale infrastructuur nemen ook de risico’s op grootschalige en langdurige stroomuitval toe. De gevolgen van verstoringen kunnen enorm zijn en leiden tot maatschappelijke ontwrichting bij zorginstellingen, verkeersmanagement en drinkwatervoorzieningen. Deze combinatie van factoren maakt ons kwetsbaar. Deze ontwikkelingen leiden tot een aanvullende taak voor gemeenten en de veiligheidsregio ten aanzien van de civiele veiligheid. Lokale brandweerkazernes zijn hierbij een belangrijke schakel.

De veiligheidsregio zal in de praktijk samen met de gemeenten fungeren als dichtstbijzijnde overheid voor inwoners in onze steden en dorpen. De gevolgen van klimaatverandering zijn ook concreet zichtbaar in onze regio. Er is sprake van langere periodes van droogte, extreem weer zoals hoosbuien en stormen en een toenemende kans op onbeheersbare natuurbranden. We hebben te maken met een verhoogd natuurbrandrisico op de Utrechtse Heuvelrug en in aangrenzende gemeenten. Ook om ons heen zien we de directe gevolgen van de risico’s. Vanuit de regio hebben we recent bijvoorbeeld bijstand verleend aan de natuurbrand in Ede en een zeer grote natuurbrand op de Loonse & Drunense Duinen waar tientallen hectares natuur verloren zijn gegaan. Enkele jaren geleden zijn wij binnen de regio geconfronteerd met de valwind in Leersum en op andere plaatsen zien we grote incidenten door extreem zware regenval en overstromingen zoals in Limburg en Duitsland. Daarnaast hebben ook demografische ontwikkelingen binnen onze regio effect op onze taakuitvoering, zo blijft het inwoneraantal de komende jaren groeien. De VRU is de grootste veiligheidsregio van Nederland, met een sterk netwerk van vrijwilligers en beroepskrachten. 23 Onze brandweerzorg is robuust en efficiënt en behoort tot de goedkoopste van Nederland. Daar zijn we trots op, we gaan zuinig en zinnig om met gemeenschapsgeld.

Maar doordat wij sinds de start van de VRU continu hebben gestuurd op efficiency en kostenbeheersing betekent dit ook dat nieuwe investeringen noodzakelijk zijn. Alleen dan kunnen we onze huidige taakuitvoering in stand houden en blijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen. To komstsc r o’s et algemeen bestuur heeft verzocht om toekomstscenario’s uit te werken voor de uitvoering van de bestuursagenda. Daarnaast heeft het bestuur gevraagd inzicht te geven in mogelijke besparingen en de gevolgen daarvan voor onze taakuitvoering. Alle onderdelen van de VRU zijn hierin meegenomen. Ook is verzocht om bij de middelen die noodzakelijk zijn, na te gaan welke mogelijkheden er zijn om deze gefaseerd op te nemen. Op basis van deze analyses zijn in december 2025 keuzes voorgelegd aan het algemeen bestuur. De maatregelen die zijn voorgesteld, zorgen ervoor dat we gefaseerd vanaf 2030 op orde zijn. In de toekomstscenario’s zijn de uitgangspunten geformuleerd die ons helpen deze keuzes te maken. Leidraad daarbij is dat de maatregelen kosteneffectief en noodzakelijk moeten zijn. Dit betekent dat we ons hierbij alleen hebben gericht op de noodzakelijke vereisten om onze taakuitvoering verantwoord voort te kunnen zetten met een organisatie die adaptief en wendbaar is, zodat we voorbereid zijn op de uitdagingen van morgen.

Het algemeen bestuur heeft op 1 december 2025 besloten de beschrijving van de toekomstscenario’s vast te stellen, deze ter zienswijze aan de gemeenteraden aan te bieden en de financiële consequenties integraal te verwerken in de (ontwerp)begroting 2027. In tabel 14 zijn de incidentele en structurele financiële consequenties en het effect op de gemeentelijke bijdrage weergegeven. 24 Tabel 14 Financieel overzicht toekomstscenario’s dr x € 1.000 Incidenteel Onderwerp 2026 2027 2028 2029 2030 na 2030 Brandweer Autonome ontwikkelingen 500 1.234 1.742 1.742 1.742 4.281 Goed werkgeverschap 100 671 878 878 878 878 Keuzes op basis van voortschrijdend inzicht 168 275 341 341 988 2.144 Onderbouwde afweging van risico's - - - - - 600 Subtotaal Brandweer 768 2.180 2.961 2.961 3.608 7.903 Voorstellen Natuurbrand- en waterongevallenbestrijding - 648 648 648 648 648 Subtotaal Brandweer inclusief voorstellen NBB en WO 768 2.828 3.609 3.609 4.256 8.551 Bestuurlijke opdrachten brandweer Doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen - -94 -94 -94 -94 -94 Doorbelasten dienstverlening ambulancezorg - -37 -37 -37 -37 -37 Totaal bestuurlijke opdrachten brandweer - -131 -131 -131 -131 -131 Risicobeheersing Autonome ontwikkelingen - 188 188 188 188 188 Goed werkgeverschap - 57 57 57 57 57 Subtotaal Risicobeheersing - 245 245 245 245 245 Crisisbeheersing Goed werkgeverschap - 400 400 400 400 400

Subtotaal Crisisbeheersing - 400 400 400 400 400 Ondersteuning Autonome ontwikkelingen 2.153 1.476 1.476 1.476 1.476 1.476 Goed werkgeverschap - 171 171 171 171 171 Subtotaal Ondersteuning 2.153 1.647 1.647 1.647 1.647 1.647 TOTAAL TOEKOMSTSCENARIO'S 2.921 4.989 5.770 5.770 6.417 10.712 Onttrekking aan algemene reserve (via resultaatbestem.'25) -1.200 - - - - - Totaal dekkingsmiddelen -1.200 - - - - - Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP) 1.721 4.989 5.770 5.770 6.417 10.712 Structureel 25 3.1 Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg 3.1.1 Waar gaan we voor? Binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) hebben we een fijnmazig netwerk van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieuwe risico’s als nieuwe mogelijkheden voor de brandweer. Onder andere door de geopolitieke situatie en de gevolgen van klimaatverandering wordt een grotere rol van de brandweer verwacht in het kader van veerkracht en weerbaarheid. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. Wij zijn trots op onze medewerkers en op het vrijwilligersmodel dat de basis vormt van onze brandweerorganisatie.

Het netwerk van vrijwilligerskazernes is een essentieel onderdeel van onze operationele kracht en levert een belangrijke bijdrage aan zowel de veiligheid als de lokale verbondenheid. Onze medewerkers worden vanwege de aard van het werk frequent ingezet in risicovolle situaties. Als werkgever dragen wij de verantwoordelijkheid om hun arbeidsveiligheid te waarborgen. Daarom investeren wij structureel in vakbekwaamheid, kwalitatief hoogwaardige persoonlijke beschermingsmiddelen, betrouwbaar materieel, veilige werkomstandigheden en de mentale gezondheid van onze mensen. 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.1.2.1 Doel: doorontwikkelen paraatheid Geplande activiteiten en resultaten: Activiteiten die wij in het kader van paraatheid in 2026 en 2027 uitvoeren zijn onder andere: - Doorontwikkeling piketorganisatie - Implementeren RIS (repressief informatie systeem) - Update dekkingsplan - Onderzoeksopdracht herpositionering van posten - Uitvoering activiteiten t.b.v. de energietransitie Taakuitvoering (deels) gedekt uit middelen toekomstscenario’s (TS): § TS Onderwerp toekomstscenario’s (TS) 3.1.1 Uitbreiding brandweerzorg Amersfoort Door de groei van Amersfoort worden de wettelijke gebiedsgerichte opkomsttijden in het noordelijk deel van de stad niet altijd gehaald.

Vanwege de grootte van het stedelijk gebied en de verwachte verdere groei van Amersfoort, zijn maatregelen noodzakelijk om de benodigde slagracht te vergroten en de wettelijke opkomsttijden te behalen. De maatregelen om dit op te lossen worden gefaseerd ingevoerd. 26 3.1.2 Bijstelling roosterfactor Het rooster op de beroepskazernes kan met het huidige aantal beroepsbrandweerlieden niet meer volledig gevuld worden. Om de paraatheid te blijven garanderen, is een verhoging van de roosterfactor voor beroepspersoneel noodzakelijk. 3.1.4 Energietransitie en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen We worden geconfronteerd met nieuwe risico’s op het gebied van elektrificatie, grootschalige energieopslagsystemen en het toegenomen transport van gevaarlijke stoffen. Het is noodzakelijk dat medewerkers beschikken over de juiste kennis, materieel en materiaal om deze risico’s veilig te kunnen voorkomen, beperken en bestrijden. 3.4.1 Materiële paraatheid De kosten voor de aanschaf van materieel zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen. Dit komt onder andere door gestegen grondstofprijzen, strengere veiligheids- en milieueisen en toegenomen loonkosten. Deze kosten zijn hoger dan waarmee in de reguliere indexatie van de begroting rekening is gehouden.

Om het huidige materieel zoals vastgelegd in het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan te behouden, is structureel aanvullende dekking nodig voor alle voertuigen. 3.4.2 Herzien afschrijvingstermijn tankautospuiten van 20 naar 15 jaar In de praktijk is gebleken dat een afschrijvingstermijn van 20 jaar voor tankautospuiten niet haalbaar is omdat de technische levensduur van de voertuigen korter is. Uit een inventarisatie bij andere veiligheidsregio’s blijkt dat 15 jaar de maximale afschrijvingstermijn is. 3.4.3 Personele paraatheid en inzet Bij onze vrijwilligers hebben we te maken met een hoger verloop van personeel en een verminderde inzetbaarheid overdag. Daarnaast leveren vrijwilligers een bijdrage in onze kazerneringsroosters. Door deze factoren ontstaat druk op de paraatheid van de vrijwillige kazernes. Investeringen op het vlak van inzicht in beschikbaarheid door middel van tweewegpagers verhoogt de paraatheid. Ook het continueren van de AED-taak leidt tot een geringe verhoging van de kosten.

3.1.2.2 Doel: versterken vakbekwaamheid Geplande activiteiten en resultaten: Activiteiten die wij in het kader van Vakbekwaamheid in 2026 en 2027 uitvoeren zijn onder andere: - Verkenning interregionale samenwerking Midden Nederland - Organisatorische inrichting centrum digitaal leren en communiceren 27 Taakuitvoering (deels) gedekt uit middelen toekomstscenario’s (TS): § TS Onderwerp toekomstscenario’s (TS) 3.1.3 Externe invloeden vakbekwaamheid Landelijke eisen en externe ontwikkelingen en verplichtingen zijn van invloed op vakbekwaamheid. Het is voor ons brandweerpersoneel noodzakelijk de opleidingseisen op te volgen en ervoor te zorgen dat veilig opgetreden kan worden. 3.2.1 Versterking vakbekwaamheid Uit een benchmark, uitgevoerd door Berenschot, blijkt dat dat het voorbereiden van hulp en zorg (waaronder vakbekwaamheid) onder het landelijke gemiddelde ligt. Op basis van deze resultaten is er onderzoek gedaan naar de benodigde structurele capaciteit om de basistaken te kunnen uitvoeren en te kunnen anticiperen op landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. 3.7.2 Onderbouwde afweging van risico's Er zijn werkzaamheden die op basis van een overeenkomst van opdracht worden uitgevoerd. Hierbij gaat het vooral om instructiewerkzaamheden en de logistieke ondersteuning van de brandweer.

Hier zijn arbeidsvoorwaardelijke en fiscale risico’s aan verbonden die zijn opgenomen in de risicoparagraaf van de begroting. 3.1.2.3 Doel: innovatie toepassen t.b.v. arbeidsveiligheid Geplande activiteiten en resultaten: Voor het vergroten van de arbeidsveiligheid door middel van innovatie werken wij in 2026 en 2027 onder andere aan de volgende activiteiten: - Organisatorisch inbedden van innovatie - Voortzetten pilot 360 graden verkenning en rapporteren over de bevindingen (TDV-Lucht) - Voortzetten pilot onderwaterdrones (ROV) en rapporteren over de bevindingen (TDV- Water) - Opzetten project blus- en verkenningsrobot (TDV-Land) Taakuitvoering (deels) gedekt uit middelen toekomstscenario’s (TS): § TS Onderwerp toekomstscenario’s (TS) 3.2.2 Vergroten arbeidsveiligheid Nieuwe risico’s als gevolg van klimaatverandering en energietransitie vragen iets anders van onze medewerkers. et leidt voor hun veiligheid ook tot nieuwe risico’s. De arbeidsveiligheid wordt daadwerkelijk vergroot door de inzet van robotica. Om te zorgen dat de arbeidsveiligheid zo hoog mogelijk is, is investeren noodzakelijk.

3.1.2.4 Doel: verstevigen natuurbrandbeheersing Geplande activiteiten en resultaten: Wij leveren in 2026 en 2027 een bijdrage aan de uitvoering van het programma gezamenlijke aanpak natuurbrandbeheersing; 28 - Er wordt vanuit de VRU intensief samengewerkt met gemeenten, provincie en natuurbeherende organisaties. - We gaan de (repressieve) samenwerking met Gooi en Vechtstreek verder onderzoeken. Taakuitvoering (deels) gedekt uit middelen toekomstscenario’s (TS): § TS Onderwerp toekomstscenario’s (TS) 3.2.3 Natuurbrandbeheersing Het risico op natuurbranden, maar ook het daadwerkelijke aantal, neemt toe door klimaatverandering. Bij natuurbrandbestrijding is het nodig een handcrew team in te kunnen zetten om een stoplijn te creëren bij een natuurbrand. 3.1.2.5 Doel: vinden, boeien en binden van onze brandweermensen Geplande activiteiten en resultaten: Activiteiten die wij binnen dit kader in 2026 en 2027 uitvoeren zijn onder andere: - Bevorderen lokale identiteit - Verbeteren van proces besluitvorming en communicatie - Verbeteren samenwerking tactische laag - Versterken van gezonde en meer eenduidige werkcultuur op posten.

3.1.2.6 Doel: verbeteren bedrijfscontinuïteit brandweer en weerbaarheid Geplande activiteiten en resultaten: Activiteiten die wij in het kader van bedrijfscontinuïteit brandweer en weerbaarheid uitvoeren in 2026 en 2027 zijn onder andere: - Voorzien in noodstroomoplossing voor alle VRU locaties - nkoop en uitrol van ‘eigen’ communicatienetwerk - Uitwerken alternatieve logistieke routering bij verstoring van de bedrijfsvoering - Inrichten van lokale actiecentra met (communicatie)middelen om de hulpverlening lokaal te kunnen coördineren. 3.1.2.7 Financieel overzicht middelen to komstsc r o’s brandweer n de toekomstscenario’s is een financiële paragraaf opgenomen. Hierin staat welke middelen structureel (gefaseerd) nodig zijn om op orde te komen. Conform besluitvorming door het AB op 1 december 2025 zijn de financiële consequenties van de toekomstscenario’s integraal verwerkt in de meerjarenraming van voorliggende begroting. Enkele onderwerpen uit de toekomstscenario’s zullen ook in 2026 leiden tot operationele en financiële knelpunten. Het is noodzakelijk om voor 2026 maatregelen te nemen om te kunnen blijven voldoen aan onze wettelijke taakuitvoering en aan de eisen van vandaag. Overeenkomstig de uitgangspunten die zijn geformuleerd in de toekomstscenario’s zijn de voorgestelde maatregelen kosteneffectief en noodzakelijk.

Deze knelpunten zijn daarmee onvermijdbaar, onoplosbaar en onuitstelbaar. 29 Het algemeen bestuur heeft bij de besluitvorming over de kadernota VRU 2027 besloten om ter overbrugging van 2026 incidenteel middelen voor deze knelpunten toe te kennen voor 2026. Het volgende overzicht geeft een totaalbeeld van de incidenteel en structureel toegekende middelen voor maatregelen uit de toekomstscenario’s, overeenkomstig de besluitvorming over de kadernota VRU 2027 en de toekomstscenario’s. Tabel 15 Financieel overzicht toekomstscenario’s Brandweer Naast de wettelijke taken verricht de brandweer ook taken met een dienstverlenend karakter. Het algemeen bestuur heeft verzocht om de mogelijkheden te verkennen voor het doorbelasten van kosten voor dienstverlening in het kader van liftopsluitingen en afhijsingen en tilassistentie ten behoeve van de ambulancedienst. De besluitvorming over deze bestuurlijk opdrachten is verwerkt in de begroting. Tabel 16 geeft een overzicht van de kosten die wij gaan doorbelasten aan derden.

dr x € 1.000 Incidenteel Onderwerp 2026 2027 2028 2029 2030 na 2030 TOEKOMSTSCENARIO'S Brandweer Autonome ontwikkelingen Uitbreiding brandweerzorg Amersfoort, fase 2 2.539 Bijstelling roosterfactor beroepspersoneel 500 700 1.021 1.021 1.021 1.021 Externe invloeden vakbekwaamheid - 164 351 351 351 351 Energietransitie en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen - 370 370 370 370 370 Subtotaal autonome ontwikkelingen 500 1.234 1.742 1.742 1.742 4.281 Goed werkgeverschap Versterking vakbekwaamheid 100 300 507 507 507 507 Vergroten arbeidsveiligheid - 326 326 326 326 326 Natuurbrandbeheersing - 45 45 45 45 45 Subtotaal goed werkgeverschap 100 671 878 878 878 878 Keuzes op basis van voortschrijdend inzicht Materiële paraatheid - 66 66 513 994 Herzien afschrijftermijn tankautospuiten 20 → 15 jaar - 675 Personele paraatheid en inzet 168 275 275 275 475 475 Subtotaal keuzes op basis van voortschrijdend inzicht 168 275 341 341 988 2.144 Onderbouwde afweging van risico's - - - - - 600 Subtotaal onderbouwde afweging van risico's - - - - - 600 Voorstellen Natuurbrand- en waterongevallenbestrijding - 648 648 648 648 648 Subtotaal onderbouwde afweging van risico's - 648 648 648 648 648 TOTAAL TOEKOMSTSCENARIO'S Brandweer 768 2.828 3.609 3.609 4.256 8.551 Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP) 768 2.828 3.609 3.609 4.256 8.551 Structureel 30 Tabel 16 Financieel overzicht

doorbelasting kosten Brandweer aan derden Binnen de VRU rukt de brandweer jaarlijks gemiddeld 350 keer uit voor een liftopsluiting waarbij sprake is van dienstverlening. Het gaat dan om prio 2 meldingen die niet spoedeisend zijn. Het algemeen bestuur heeft op 7 juli 2025 besloten om de kosten voor liftopsluitingen door te belasten. De geschatte baten voor het doorbelasten van de kosten voor liftopsluitingen bedragen vanaf 202 € 94k. Een verkenning van de doorbelasting van kosten voor dienstverlening aan de ambulancedienst levert naar verwachting een voordeel van € 7k op. Een belangrijke en veelvoorkomende taak hiervan betreft de assistentie van de ambulancedienst bij het afhijsen van patiënten of het verlenen van tilassistentie. dr x € 1.000 Structureel Onderwerp 2026 2027 2028 2029 2030 na 2030 Bestuurlijke opdrachten brandweer Doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen -94 -94 -94 -94 -94 -94 Doorbelasten dienstverlening ambulancezorg - -37 -37 -37 -37 -37 Totaal bestuurlijke opdrachten brandweer -94 -131 -131 -131 -131 -131 Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP) -94 -131 -131 -131 -131 -131 Structureel 31 3.1.3 Waar sturen we op? Tabel 17 Productie-indicatoren Brandweer Tabel 18 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr.

Productie-indicatoren Realisatie 2025 Begroting 2026 & 2027 Incidenten bestrijden 1 Het totaal aantal incidenten 8.365 8.700 2 Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 4.057 4.200 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 695 850 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2.598 2.100 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMS-meldingen 764 1.250 3 Het aantal incidenten voor hulpverlening 3.387 3.700 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 40 100 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 274 350 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 2.260 2.350 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet 813 650 4 Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen 762 650 5 Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen 159 150 6 Het aantal geredde slachtoffers 68 - 7 et aantal inzetten voor en in buurregio’s 319 300 Vakbekwaamheid 8 Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond 66 96 9 Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond 11 18 Meldkamer 10 Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen 33.156 11 Verwerkingstijd meldingen 55 sec. Nr.

Prestatie-indicatoren Realisatie 2025 Begroting 2026 & 2027 Paraatheid & Vakbekwaamheid 1 De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) 82% 80% 2 De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd Ja Ja Jeugdbrandweer 3 Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd 15% 15% 32 3.2 Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving 3.2.1 Waar gaan we voor? De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio. iervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar we ook op zoek gaan nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. De VRU treedt hierbij op als adviseur en als kennis- en netwerkmakelaar. 3.2.1.1 Veilige leefomgeving Wij werken risicogericht, dat wil zeggen dat we ons zoveel mogelijk richten op het beperken van die risico’s, waarbij we de meeste veiligheidswinst kunnen boeken. iervoor is al veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden.

Wij zetten ons in om vroegtijdig in het proces als partner en adviseur betrokken te zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen. Daarvoor zoeken we samen met andere relevante partijen naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio en waar nodig op landelijk niveau. 3.2.1.2 Veerkrachtige redzame samenleving De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Onze ambitie is om bij te dragen aan veiligheid. Elke dag weer, steeds beter. In relatie tot de opgave voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht waar Nederland voor staat, betekent dit dat de VRU zich samen met gemeenten en andere publieke en private partners, maatschappelijke organisaties en inwoners zo goed mogelijk wil voorbereiden en toerusten om crises te voorzien, te voorkomen en zo nodig te beheersen. De (zelf)redzaamheid van inwoners, bedrijven en instellingen vormt een cruciaal onderdeel van de weerbaarheid en veerkracht van een samenleving. Het doel dat de VRU met het versterken van de weerbaarheid en veerkracht in regio Utrecht wil bereiken is: ‘Maatschappelijke ontwrichting voorkomen door het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van de totale samenleving in regio Utrecht, in samenwerking met de gemeenten, het Rijk, (vitale) partners, het bedrijfsleven en inwoners van de regio.’ De visie op veerkracht vormt de basis van het programma Veerkracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4289/documents/78090