CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

14.b MRU zienswijze Ontwerp-Nota Ruimte 251203.pdf

Raadscommissie 13 januari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening T.a.v. de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Postbus 20011 2500 EA Den Haag Betreft: Zienswijze Metropoolregio Utrecht op de Ontwerp-Nota Ruimte Utrecht, 9 december 2025 Geachte mevrouw Keijzer, Als samenwerkende partijen in de Metropoolregio Utrecht (MRU), provincie Utrecht en gemeenten rondom Utrecht en Amersfoort (U10 en regio Amersfoort)1, hebben we met veel interesse kennisgenomen van de Ontwerp-Nota Ruimte. We feliciteren het Rijk met dit mooie resultaat van ontwerpend onderzoek en intensieve samenwerking. In heldere bewoordingen en met inzichtelijke kaartbeelden laat het Rijk zien waar het voor staat en gaat. Wij onderschrijven de noodzaak voor meer ruimtelijke visie, en sturing op de nationale fysieke leefomgeving. De visie 2050, het motto ‘elke regio telt in een mooi Nederland dat werkt’, de vier integrale thema’s en de drie leidende principes uit de Ontwerp-Nota Ruimte zijn voor ons goed herkenbaar en sluiten grotendeels aan bij de uitgangspunten van ons eigen omgevingsbeleid. Onze centrale ligging, economische dynamiek, cruciale verkeersknooppunten, historische steden en dorpen, gevarieerde landschappen, natuurgebieden en culturele erfgoederen maken ons aantrekkelijk om te wonen, werken, ontmoeten en ontspannen.

We zijn de meest competitieve regio van Europa en één van de snelst groeiende regio’s van ons land. Dit biedt Nederland veel kansen, maar brengt tegelijkertijd ook uitdagingen met zich mee. De Ontwerp-Nota Ruimte biedt een goede basis voor de verdere samenwerking aan de fysieke leefomgeving in MiddenNederland. Bijvoorbeeld in het Ruimtelijk Arrangement (programma NOVEX), in de vier Utrechtse NOVEX-gebieden, in de drie regionale Woondeals en vanuit het programma U Ned. We zien ernaar uit om samen de vele nationale en regionale opgaven in en om de MRU een plek te geven, en de aanwezige kwaliteiten te beschermen en te benutten. Dit is een puzzel die vraagt om slimme combinaties, multifunctioneel ruimtegebruik en innovaties. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen, keuzes te maken en de belemmeringen voor ontwikkeling op te lossen. Daarbij vragen we speciale aandacht voor de aanpak van netcongestie en stikstofdepositie. Alleen op deze manier kunnen we met elkaar invulling geven aan het vergroten van de brede welvaart, de economische weerbaarheid, de veiligheid en de duurzaamheid. In deze zienswijze geven we als MRU-partijen een reactie op de Ontwerp-Nota Ruimte. Per thema geven we allereerst aan waar we het over eens zijn. Vervolgens doen we per thema een aantal verzoeken tot wijziging of aanvulling richting de definitieve Nota Ruimte.

Voor het overzicht zijn deze verzoeken hieronder 1

Daarbij wordt nauw samengewerkt met de gemeenten in de aangrenzende regio’s Foodvalley en Gooi en Vechtstreek en de Economic Board Utrecht.

1

opgesomd. Daarnaast hoort bij de zienswijze een bijlage met meer gedetailleerde opmerkingen over en suggesties voor teksten en kaarten.

Thema’s Ruimte

Ontwerp-Nota

Wonen, werken bereikbaarheid

en

Verzoeken tot wijziging of aanvulling definitieve Nota Ruimte   

 

Gezamenlijk uitwerken van de ‘accommoderen-strategie’ voor de MRU In rijk-regiosamenwerkingen de drie ruimtelijke principes van de Nota Ruimte als uitgangspunt nemen Toevoegen Regiopoorten Barneveld, Bilthoven, Breukelen, Bunnik, Nijkerk, en Vianen aan lijst met regionale grootschalige woningbouwlocaties Samen werk maken van de meest urgente bereikbaarheidsprojecten in de MRU Regie voeren op en investeren in het verbinden van stedelijk en landelijk gebied met groen en een strategie uitwerken op gezonde leefomgeving

Economie en energie

    

Landbouw en natuur

  

Water en bodem

Cultureel landschap

erfgoed

· ·

zoetwaterverdeling Aan de slag gaan met de klimaatopgave in de stedelijke omgeving

Defensie

Duidelijkheid geven over afwegingskader ‘onttrekking landbouwgrond’ en afwijkingsruimte bieden Meer aandacht geven aan sterke, robuuste en toekomstbestendige natuur en de (ruimtelijke) opgaven die daaruit voortkomen Bij de opgave van bos en bomen breder inzetten op natuur en klimaatdoelen Water en bodem sturend maken in de ruimtelijke ordening Structurerende keuzes maken in het hoofdwatersysteem voor zoetwaterbeschikbaarheid Groene Hart en Utrechtse Heuvelrug Toekomstbestendige keuzes maken met betrekking tot

· ·

en

Kennis- en innovatieclusters een prominentere plek geven, waaronder ‘Utrecht, Heart of Health’ Opnemen van de goederencorridor Noordoost Europa Rijksregie voeren op de benodigde ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen Onverkort inzetten op versnelling van de netuitbreidingen van het elektriciteitsnet Zorgdragen voor een robuuste hoofdenergie-infrastructuur voor de MRU en aftakking waterstofbackbone

Aanpassen selectie Utrechtse waardevolle cultuurlandschappen naar Groene Hart, Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug, Eemland, en Gelderse Vallei ‘Kraag van Utrecht’ nationaal grootschalig voorbeeldproject maken vanwege koppeling transities en cultuurhistorische en erfgoedwaarden Opnemen van een integrale en gebiedsgerichte aanpak voor de defensie-opgaven

Wonen, werken en bereikbaarheid

2

Waar zijn we over eens? · Werken aan een gedifferentieerde ruimtelijk-economische ontwikkeling. · De inzet op de drie principes: (1) nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, (2) efficiënt ruimtegebruik en (3) versterken en benutten van bestaande kwaliteiten. · Streven naar een regionale balans tussen wonen en werken. · Investeren in nationale grootschalige structuurversterkende infrastructuur (waaronder spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitsland, Merwedelijn, Binnenstadsas Utrecht) en in de gepauzeerde MIRT-projecten (waaronder A1/ A28 knooppunt Hoevelaken). · Groen mee laten groeien met verstedelijking. · Toekomstbestendig maken van bestaand bebouwd gebied. Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Gezamenlijk uitwerken van de ‘accommoderen-strategie’ voor de MRU Wij herkennen ons in de voor de MRU toegekende categorie ‘accommoderen’ binnen de VISTA (versterken-initiëren-stiuleren-transformeren-accommoderen)strategie. De aantrekkingskracht van de regio zorgt voor een grote groei in bevolking en economie. Dit biedt kansen voor Nederland door innovatieve bedrijvigheid (mede dankzij de aanwezigheid van het kenniscluster in en rond het Utrecht Science Park) en bijbehorende agglomeratievoordelen. Om de potentie van de MRU ook in de toekomst te blijven benutten is het van belang om de accommodatiestrategie verder in te vullen om de ontwikkeling van de regio te ondersteunen.

Gelukkig onderkent de Ontwerp-Nota Ruimte dat accommoderen een actieve strategie is om de economische kracht van de metropoolregio’s te versterken. We geven deze strategie graag samen met het Rijk verder vorm voor de MRU. Doel van de strategie moet zijn een gezonde samenleving bouwen. Bouwen aan een regio is meer dan alleen ‘wonen en werken’. Een gezonde samenleving investeert in een goed voorzieningenniveau, zoals groenblauwe, recreatie- en sportvoorzieningen. In rijk-regiosamenwerkingen de drie ruimtelijke principes van de Nota Ruimte als uitgangspunt nemen In Groot Merwede en Rijnenburg is ruimte voor 63.000 – 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeidsplaatsen. Daarmee is het de grootste woningbouwlocatie van Nederland. Gezamenlijk onderzoeken Rijk en regio binnen het programma U Ned hoe de verstedelijkingsopgave gefaciliteerd kan worden en wat er nodig is aan ov- en wegmaatregelen. Daarnaast werken we in de gebiedsalliantie Groot Merwede Rijnenburg aan een ontwikkelstrategie en de gewenste samenwerkingsvorm (zowel publiek-publiek als publiek-privaat). Als MRU-partijen onderschrijven we de drie ruimtelijke principes van de Nota Ruimte, te weten (1) nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, (2) efficiënt ruimtegebruik en (3) versterken en benutten van bestaande kwaliteiten.

Deze principes zorgen voor een duurzame en gezonde leefomgeving en zorgen voor een efficiënte omgang met de schaarse ruimte. In de recent opgestelde ‘Leidende Principes’ van Rijnenburg worden de principes concreet toegepast. Gezien de complexe opgaven waar we in de MRU voor staan, stellen we voor de drie principes van de Nota Ruimte verder te verankeren binnen de huidige en toekomstige Rijk-regio studies. Daarnaast zien we graag dat Groot Merwede Rijnenburg voortaan in de Nota Ruimte wordt benoemd als één nationaal grootschalig woningbouwgebied met Rijksregie.

3

Toevoegen Regiopoorten Barneveld, Bilthoven, Breukelen, Bunnik, Nijkerk, en Vianen toe aan lijst regionale grootschalige woningbouwlocaties Binnen de Ontwerp-Nota Ruimte zijn voor Utrecht twaalf regionale grootschalige woningbouwlocaties in metropoolkernen en regiokernen aangewezen. Al deze locaties zijn herkenbaar en komen voort uit onze gezamenlijke Ontwikkelperspectieven voor NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort 2040 Gezond groeien in nabijheid en voor NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Meer landschap, meer stad. Niettemin worden de dichtbij de stedelijke kerngebieden van Utrecht en Amersfoort en hiermee goed verbonden ‘Regiopoorten’ Barneveld (1.500 woningen), Bilthoven (1.225 woningen), Breukelen (1.500 woningen), Bunnik (2.200 woningen), Nijkerk (3.600 woningen), en Vianen (800 woningen) in de kaarten met regiokernen (pagina 189 en verder) en de lijst met regionale grootschalige woningbouwlocaties (op pagina 300) gemist. Deze Regiopoorten spelen een cruciale rol in de structuur van de regio en voor de woningbouwopgave in de MRU op de korte tot middellange termijn. Wij vragen het Rijk daarom deze Regiopoorten ook aan te wijzen als regiokernen en regionale grootschalige woningbouwlocaties, vanuit de principes van nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, efficiënt ruimtegebruik, versterking en benutting van bestaande kwaliteiten.

Zie de samen afgesproken Ontwikkelstrategie Regiopoorten van het Rijk-regioprogramma U Ned. Samen werk maken van de meest urgente bereikbaarheidsprojecten in de MRU De Ontwerp-Nota Ruimte zet in op het versterken van de bestaande grotere structuren van (inter)nationale betekenis, op het uitvoeren van (gepauzeerde) MIRT-projecten en, op langere termijn, het realiseren van nieuwe structuurversterkende infrastructuur (zoals de spoorcorridor Utrecht-ArnhemDuitsland, Merwedelijn en Binnenstadsas Utrecht). Wij vragen ook aandacht voor het realiseren van hoogwaardige regionale Bus Rapid Transit systemen, waaronder de verbinding tussen Utrecht Science Park en Amersfoort. Deze verbindingen geven vervolgens vorm

aan de invulling van de verstedelijkingsopgave en economische ontwikkeling van de komende decennia. Dagelijks reizen vele honderdduizenden mensen uit heel het land via de nationale knooppunten en mobiliteitsaders in de MRU. Als het in de MRU vastloopt, dan loopt heel Nederland vast. Om dit te voorkomen zetten we in op efficiënter gebruik van bestaande capaciteit in het mobiliteitssysteem. Daarnaast is het nodig blijvend te investeren in verbetering van het nationale en regionale ovnetwerk, het wegennet, het netwerk van doorfietsroutes en intermodale hubs. We roepen het Rijk op om samen met ons werk te maken van de meest urgente bereikbaarheidsprojecten ter versterking van het huidige systeem, waaronder: · Aanleggen van de Merwede- en Rijnenburglijn voor de grootste woningbouwlocatie van Nederland (Groot Merwede-Rijnenburg) en Binnenstadsas Utrecht (Graag de Rijnenburglijn toevoegen aan de longlist structuurversterkende infrastructuur op pagina 288). · Zo snel mogelijk aanpakken van knooppunt (A1/ A28) Hoevelaken, in samenhang met aansluiting A1/ A30 Barneveld (al opgenomen in de lijst met MIRT-projecten op pagina 288). · Realiseren van een goede doorstroming op de Ring Utrecht (A27/ A12). Hierbij willen we met het Rijk een verkeersveilige invulling geven aan Ring Utrecht.

Wij gaan daarbij voor een zorgvuldige inpassing, waarbij het aantal rijstroken bij Amelisweerd wordt uitgebreid zonder dat daarvoor de tunnelbak hoeft te worden verbreed (graag toevoegen aan de lijst met MIRT-projecten op pagina 288).

4

·

Versterken van de stations Amersfoort Centraal en Amersfoort Schothorst (graag toevoegen aan de longlist structuurversterkende infrastructuur op pagina 288).

Rijksregie voeren op en investeren in het verbinden van stedelijk en landelijk gebied met groen en een strategie uitwerken op gezonde leefomgeving In de Ontwerp-Nota Ruimte is aangegeven dat er op groene kwaliteit een inhaalslag nodig is. Het gaat daarbij om het beschermen en doorontwikkelen van de grotere groenblauwe structuren naar regionale landschapsparken (zoals scheggen) en nieuw groen in en om de stad. Deze ambitie sluit aan op het programma Groen Groeit Mee en vraagt naar ons idee ook van het Rijk om het voeren van regie en het doen van investeringen in het verbinden van het stedelijk gebied met het landelijk gebied (en omgekeerd). We vragen het Rijk om in te zetten op groen ‘van voordeur tot landschap’. Toegankelijk groen dichtbij woon-, werk- en leefgebieden, draagt bij aan een gezonde leefomgeving, zorgt voor minder druk op natuurgebieden met hoge waarden én helpt bij het draagvlak voor natuur. Recreatie kan een onderdeel zijn van dit groen, maar vraagt ook om extra ruimte. Het belang van recreatie wordt op verschillende plekken in de Nota Ruimte onderstreept. Echter, wat betreft ruimtelijke consequenties wordt recreatie alleen genoemd als nevenfunctie in diverse functiecombinaties en bij het verbeteren van de bereikbaarheid van bestaande voorzieningen.

Nieuwe recreatieve voorzieningen zullen ook nodig zijn en sommigen kennen een grotere ruimtelijk impact dan in de Ontwerp-Nota Ruimte is beschreven. Denk bijvoorbeeld aan recreatieterreinen, kunstwerken/ -ducten (vanwege bereikbaarheid) en zwemwater. Een gezonde leefomgeving wordt als nationaal belang neergezet en betrokken bij de analyse, maar krijgt in de Ontwerp-Nota Ruimte geen nadere duiding of uitwerking in een strategie. Dit is een gemiste kans. Dit thema vraagt om nadere concretisering en vertaling naar de praktijk, zeker om zowel het stedelijk els het landelijk gebied in de toekomst leefbaar te houden. We vinden dit belangrijk omdat het nodig is om meer duiding aan het thema te geven om het in andere thema’s/ beleidsdomeinen mee te kunnen nemen. Het Rijk heeft een eerste aanzet gegeven voor een beleidsagenda ‘Gezondheid in alle beleidsdomeinen’. Deze beleidsagenda vraagt om een verdere uitwerking, zeker met het aflopen van het Programma Gezonde Leefomgeving eind 2025, waarbij een goede verankering in de Nota Ruimte cruciaal is. Economie en energie Waar zijn we over eens? · Beschermen, beter benutten en waar nodig strategisch uitbreiden van bedrijventerreinen. · Inzetten op meer multifunctioneel ruimtegebruik, intensievere benutting van huidige kavels en efficiënter gebruik van nieuwe kavels.

· Extra aandacht besteden aan bescherming van locaties met unieke kenmerken (hoge milieubelasting, water- en kadegebonden en goede multimodale bereikbaarheid). · Ruimtelijk-economisch ontwikkelen op basis van de regionale kansen en kenmerken. · Inzetten op meer samenhang tussen vraag en aanbod en het benutten van de regionale kansen en kenmerken voor een duurzaam energiesysteem.

5

·

Prioriteit geven aan de uitdaging om netcongestie op te lossen en onze energieinfrastructuur fors uit te breiden en te verzwaren.

Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Kennis- en innovatieclusters een prominentere plek geven, waaronder ‘Utrecht, Heart of Health’ Als MRU profileren wij ons onder de noemer ‘Utrecht, Heart of Health’ als regio waarin wordt samengewerkt aan een gezondere, duurzamere toekomst. In onze regio worden oplossingen en innovaties ontwikkeld die bijdragen aan een gezonder leven – fysiek, mentaal en sociaal – in een omgeving die dit ondersteunt. In 2024 heeft de Europese Commissie de MRU al aangewezen als koploper in gezondheidsinnovatie in Europa. In de MRU werken 1.200 oncologen en onderzoekers aan de behandeling van kanker. Wij zijn van mening dat de Nota Ruimte deze profilering en de randvoorwaarden die hiervoor gecreëerd moeten worden onvoldoende ondersteunt. Om onze toegevoegde waarde voor Nederland, en de gunstige concurrentiepositie van onze regio die dat mogelijk maakt, te behouden, zijn investeringen nodig. Bijvoorbeeld in cruciale randvoorwaarden zoals investeringen in de bereikbaarheid van onze grote innovatieclusters en voldoende betaalbare huisvesting voor onze innovatieve startups en scale-ups. De toegevoegde waarde van de kennis- en innovatieclusters zoals komen in de tekst niet tot uitdrukking en deze zijn niet als zodanig zichtbaar op de kaart.

De huidige ruimtelijk-economische visie in de Ontwerp-Nota Ruimte richt zich sterk op de kerngebieden rondom de haven-, energie- en maakindustrie. Zoals bevestigd in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noordwest van 3 juni 2025 is het Utrechts gezondheidscluster, gericht op een gezonde mens in een gezonde leefomgeving, belangrijk voor het nationale verdienvermogen en levert dit een bijdrage aan de strategische autonomie van Europa. Daarom werken we samen aan een ruimtelijk-economische investeringsagenda die bijdraagt aan de economische competitiviteit van de MRU. Verdere ontwikkeling van de innovatielocaties vraagt om gezamenlijke investering in de randvoorwaarden die bedrijven en kennisinstellingen nodig hebben om te werken aan deze maatschappelijk gewenste innovaties. Wij vragen u dit duidelijker terug te laten komen in de definitieve Nota Ruimte. Opnemen van de goederencorridor Noordoost Europa Zoals ook in het eerste Ruimtelijk Arrangement is afgesproken wordt onderkend dat er een uitdaging ligt in het bij elkaar brengen van de belangen van (spoor)goederenvervoer/ Basisnet spoor, een gezonde en veilige leefomgeving rondom de spoorweginfrastructuur en de ruimte voor stedelijke ontwikkeling. Vanwege de energietransitie is de verwachting dat het aantal goederentreinen en treinen met gevaarlijke stoffen de komende jaren zal toenemen.

Wij maken ons zorgen over dat de toename aan spoorgoederenvervoer in een aantal Utrechtse gemeenten (Amersfoort, Breukelen en Utrecht) voor extra overlast (geluid en trillingen) gaat zorgen. Ook maken wij ons zorgen over de mogelijke toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee gepaard gaande externe veiligheidsrisico’s op de corridor Utrecht-Amersfoort. Dit kan gevolgen hebben voor de ontwikkelmogelijkheden van de grootschalige woningbouwontwikkeling die juist in de spoorzones van Utrecht en Amersfoort is voorzien. De aanwezige goederenpaden kunnen de mogelijkheden beperken om het aantal personentreinen op bepaalde corridors uit te breiden. Zoals in het eerste Ruimtelijk Arrangement

6

met u is afgesproken is ons gezamenlijk doel om het goederen- én het reizigersvervoer binnen (en buiten) de provincie -Utrecht hand in hand te laten gaan met het bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving en het benutten van stedelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Een andere keuze voor goederenroutering van West- en Zuid-Nederland naar Duitsland is een noodzakelijke bouwsteen voor het oplossen van meerdere vervoersknelpunten in het land en het adequaat faciliteren van het goederenvervoer richting 2040. Voor Midden-Nederland is een keuze binnen Goederencorridor Noordoost-Europa essentieel om een uitbreiding van personenvervoer per spoor op drukke trajecten (Utrecht- Amersfoort en Amersfoort- Amsterdam) mogelijk te maken. In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt deze goederencorridor echter niet genoemd. Wij verzoeken u de definitieve Nota Ruimte op dit punt aan te vullen. Rijksregie voeren op de benodigde ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen De transitie naar een circulaire economie is een kernopgave vanuit nationale en Europese doelstellingen. Om deze transitie te laten slagen is Rijksregie nodig voor circulaire bedrijvigheid en grondstoffendepots, omdat we weten dat de circulaire economie substantieel meer (bedrijventerrein)ruimte vraagt dan de economie in zijn huidige vorm.

Bedrijventerreinen staan in de MRU onder druk als gevolg van de woningbouwopgave en beperkt beschikbaarheid van betaalbare ruimtes in de stad. Hierdoor ontstaat op bedrijventerreinen een mix van functies die in veel gevallen niet noodzakelijkerwijs op deze locaties gevestigd hoeft te worden. Naast het beschermen van milieucontouren op bedrijventerreinen, vraagt dit ook om nieuw instrumentarium vanuit het Rijk om onderbenutting van beschikbare milieuruimte op bedrijventerreinen te voorkomen. Dit is ook naar voren gebracht in de eerder door ons ingediende reactie op de Ruimtelijke Economische visie . Ook ontbreekt er een visie op toekomstbestendige kantorenlocaties (mede in relatie tot aanwezige kantoren op schaarse bedrijventerreinen). Onverkort inzetten op versnelling van de netuitbreidingen van het elektriciteitsnet Een goed werkend en duurzaam energiesysteem is een essentiële randvoorwaarde voor de ruimtelijke economische ontwikkeling van Nederland. Ons energiesysteem staat echter onder druk: de MRU behoort tot het zwaarst belaste stroomnetwerk van Nederland. Netcongestie is de showstopper voor veel ontwikkelingen in onze regio op dit moment. Zonder het tijdig realiseren van netuitbreidingen én de inzet van netontlastende maatregelen loopt de woningbouw en de uitbreiding van bedrijven, mobiliteit en energievoorziening in onze regio nog verder vast.

Deze opgave vraagt om Rijksregie om doorlooptijden te verkorten, stikstofbeperkingen tijdens de bouwfase op te lossen en gebiedsfondsen in te zetten om overlast voor omwonenden te compenseren en draagvlak te versterken. Voor het oplossen van netcongestie in FGU (Flevoland-Gelderland-Utrecht) tot 2033 zijn de realisatie van het hoogspanningsstation Utrecht-Noord en Amersfoort Noord en de beschikbaarheid van instrumenten en middelen cruciaal. Zorgdragen voor een robuuste hoofdenergie-infrastructuur voor de MRU en aftakking waterstofbackbone In de Ontwerp-Nota Ruimte is het hoofdenergienetwerk gekoppeld aan de energieintensieve clusters (haven- en industrieclusters). Hier valt de MRU niet onder, terwijl leveringszekerheid in onze regio een grotere bijdrage levert aan de economie van Nederland. Door de koppeling van energie en economie wordt ook de relatie met woningbouw onderbelicht. Op dit moment dreigt de woningbouwproductie in de

7

MRU stil te vallen door netcongestie. De Energievisie provincie Utrecht 2024-2050 geeft de opgaven voor het energiesysteem voor de toekomst. Deze bevat, naast legio lokale en regionale maatregelen, ook een forse opgave voor duurzame opwek van energie. De ruimte hiervoor in ons grondgebied is zeer schaars. Wij voorzien dat de 380 kV aansluiting bij Breukelen-Kortrijk niet volstaat voor de toekomstbestendigheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling van de MRU tot 2050. We hebben dus zorgen over de leveringszekerheid voor de MRU. Daarom verzoeken wij u zorg te dragen voor een toekomstbestendige en robuuste energiehoofdstructuur en hiervoor in de definitieve Nota Ruimte de hiervoor noodzakelijke condities te scheppen. Mogelijk kan dit verbonden worden aan de momenteel lopende voorverkenning diepe aanlanding wind op zee en de komende wijziging van het Nationaal Programma Energiehoofdstructuur. Wij pleiten daarnaast voor een aftakking van de nationale waterstofbackbone tot aan bedrijventerrein Utrecht Lage Weide. In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat 2.0 is de lijn Gorinchem/Leerdam/Gelderland (waar een aantal grote Cluster6-bedrijven liggen) een van de mogelijke tracé’s via welke waterstof van de landelijke backbone naar dit bedrijventerrein kan worden gebracht.

Dit is van groot belang voor de ontwikkeling en verduurzaming van een collectief warmtesysteem. Ook de industrie op dit terrein en de elektriciteitscentrale (met een systeemrol in het nationale energienetwerk) krijgen daarmee toegang tot waterstof. De huidige aanwijzing van Lage Weide als locatie voor ‘grootschalige energieproductie’ is richting de toekomst dan ook niet voldoende. Deze locatie vraagt om een geïntegreerd energiesysteem waarin elektriciteit, warmte en opslag worden gecombineerd, om op termijn te kunnen worden afgekoppeld van het gas. Landbouw en natuur Waar zijn we het over eens? · Aanpassen van functies aan de lokale fysieke condities. · Passend laten zijn van gebruik bij de fysieke condities die nodig zijn voor Natura 2000-gebieden. · De gebiedsgerichte aanpak voor de invulling van de grondwaterstanden in veenweidegebieden in verband met afremming bodemdaling en reductie broeikasgassen door (mede)overheden, in het bijzonder waterschappen met betrokkenheid van agrariërs en andere belanghebbenden. · Verbeteren van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden in verband net veiligstelling drinkwaterbronnen. · Streven naar combinaties van natuurontwikkeling met andere opgaven.

Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Duidelijkheid geven over afwegingskader onttrekking landbouwgrond en afwijkingsruimte bieden In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt een afwegingskader voor het onttrekken van landbouwgrond aangekondigd. Waarbij (mede)overheden eerst naar de mogelijkheden moeten kijken om functies te combineren of naar de mogelijkheid om grond met andere functies beschikbaar te stellen. Voor ons is het onduidelijk wat de strekking van dit afwegingskader wordt en welke landbouwgrond het Rijk zelf wil ontzien van functiewijziging (bijvoorbeeld de niet nader geduide term hoogwaardige landbouwgrond) of waar zijn juist een dubbelfunctie (als veenweidelandbouw) wil opnemen. Het vertrekpunt van het afwegingskader lijkt bovendien te zijn dat bescherming van landbouwareaal boven andere ruimtevragers

8

(als water, natuur, energie, verstedelijking, groen, recreatie) wordt geplaatst. Stedelijke regio’s zoals de MRU hebben juist behoefte aan flexibiliteit om alle opgaven te kunnen realiseren op basis van een integrale afweging. Wij verzoeken het Rijk om daarom om duidelijkheid te bieden over het afwegingskader, rekening te houden met de ruimtebehoefte van andere functies en voldoende ruimte te laten voor (mede)overheden om af te kunnen wijken van het afwegingskader en eigen afwegingen te maken. Meer aandacht geven aan sterke, robuuste en toekomstbestendige natuur en de (ruimtelijke) opgaven die daar uit voortkomen Wat ons betreft dient in de definitieve Nota Ruimte nadrukkelijker te worden erkend dat de verslechtering van de natuurkwaliteit in Nederland moet worden gekeerd en dat dit om keuzes, oplossingen en ruimte vraagt. De Ontwerp-Nota Ruimte gaat uit van minimale inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening (NHV) te voldoen. Hierbij wordt uitgegaan van de bestaande afspraken over het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en de Bossenstrategie. Voor de ruimtelijke uitwerking hiervan wordt verwezen naar de Natuurplannen. Belangrijke oplossingsrichtingen zoals natuurinclusieve landbouw, extensivering en de eiwittransitie worden hier nauwelijks in betrokken.

Bovendien wordt de ‘basiskwaliteit natuur’ niet concreet uitgewerkt, terwijl deze ondergrens cruciaal is voor gezondheid, leefbaarheid en klimaatadaptatie. Wij vragen de extra natuur die nodig is voor het herstel van Vogel- en habitatrichtlijnsoorten, herstel van Natura 2000-gebieden en geborgde stikstofaanpak integraal mee te nemen in de ruimtelijke afweging en in de uitwerking ook in te zetten op overgangsgebieden. Bij de opgave van bos en bomen breder inzetten op natuur en klimaatdoelen Met betrekking tot het strategisch bosbeleid pleiten we voor minder strikte uitspraken: elke boom telt (en legt koolstof vast); ook buiten het NNN. Daarmee kan bos en bomenaanplant vanuit groenblauwe dooradering en agroforestry meetellen met de landelijke opgave. Daarnaast pleiten we voor blijvende focus op vlakdekkend bos buiten het NNN, in combinatie met nieuw bos langs beken en bos rondom stad en dorp, in lijn met de landelijke bossenstrategie, het Utrechtse strategische bosbeleid en ons programma Groen Groeit Mee. Water en bodem Waar zijn we het over eens? · Geen nieuwe bebouwing toestaan in de uiterwaarden (van onder andere de Nederrijn en de Lek). · Ruimte reserveren voor (piek)waterberging (onder meer aan de hand van zoekgebieden bij het Amsterdam-Rijnkanaal). · Inzetten op besparen, vasthouden en bergen voor zoetwaterbeschikbaarheid.

· Onderschrijven van het belang van regie op ondergrond. · De gebiedsgerichte aanpak voor de invulling van de grondwaterstanden in veenweidegebieden in verband met afremming bodemdaling en reductie broeikasgassen door (mede)overheden, in het bijzonder waterschappen met betrokkenheid van agrariërs en andere belanghebbenden. · Rekening houden met de huidige en toekomstige effecten van klimaatverandering bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen. · Stimuleren van meer ruimte voor wateropvang en meer groen in de directe woon-, werk- en leefomgeving.

9

Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Water en bodem sturend maken in de ruimtelijke ordening Deel I van de Ontwerp-Nota Ruimte leest alsof alles nog maakbaar is en er wordt veel verwezen naar en focus gelegd op met name technische oplossingen. Daarmee wordt onderschat wat de gevolgen van klimaatverandering zijn en dat de grenzen van de maakbaarheid van het water- en bodemsysteem zijn bereikt. Voor toekomstbestendige keuzes zal veel meer het natuurlijke water- en bodemsysteem meegenomen moeten gaan worden. Met het verstevigen van het natuurlijke wateren bodemsysteem wordt het bufferende vermogen en de flexibiliteit van het systeem namelijk groter. Hiermee zijn we beter voorbereid op steeds toenemende en onvoorspelbaar wordende weersextremen. Wij vragen daarom aan het Rijk om in de definitieve Nota Ruimte duidelijk aan te geven dat water en bodem meer sturend wordt in de ruimtelijke ordening ten behoeve van een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Structurerende keuzes maken in het hoofdwatersysteem voor zoetwaterbeschikbaarheid Groene Hart, en Kromme Rijngebied In de Ontwerp-Nota Ruimte is door het Rijk het streven uitgesproken dat het grondwaterpeil in laagveengebieden als in het Groene Hart omhoog moet naar 20 tot 40 centimeter onder maaiveld voor het afremmen van de bodemdaling en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

Hiervoor en voor de vruchtbare en goede landbouwgrond in het Kromme Rijngebied is veel zoetwater nodig, terwijl er nationaal een oplopend zoetwatertekort is. Utrecht behoort zelfs tot de vijf regio’s in Nederland waar nu al een tekort aan zoetwater is. De Nota legt meer verantwoordelijkheid bij regio’s voor eigen zoetwatervoorziening door meer water vast te houden, te bergen en te besparen. Wij erkennen dat hier maximaal op moet worden ingezet. Echter, de laagveengebieden van het Groene Hart en de landbouwgrond in het Kromme Rijngebied zijn ook, nu en in de toekomst, blijvend afhankelijk van zoetwater uit zowel het regionale als het hoofdwatersysteem. En dus zijn, zoals afgesproken in het eerste Ruimtelijk Arrangement, structurerende keuzes op beide niveaus nodig. Dit is ook van belang voor de Deltabeslissing 2027. Bij de nationale ruimtelijke verdeling van het zoete water vraagt de Utrechtse positie serieuze aandacht. Toekomstbestendige keuzes maken met betrekking tot zoetwaterverdeling Wij vragen het Rijk om regie te pakken op de zoetwaterverdeling binnen ons land, zodat er geen strijd tussen regio’s komt. Er is behoefte aan een flexibele sturing, waarbij het IJsselmeer kan worden aangevuld, de verzilting in West-Nederland kan worden beperkt, de bodemdaling in veenweidegebieden kan worden afgeremd en de uitstoot van broeikasgassen in deze gebieden kan worden gereduceerd.

Aan de slag gaan met de klimaatopgave in de stedelijke omgeving In de Ontwerp-Nota Ruimte krijgt de klimaatopgave in de (nieuwe en bestaande) stad naar ons idee onvoldoende aandacht, terwijl hier opgaven cumuleren (wateroverlast, hitte en droogte). In de bouwsteen klimaatadaptieve inrichting wordt de opgave beschreven. Hierbij wordt de relatie gelegd met vitale systemen en wordt de nadruk gelegd op een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting ‘bij het plannen en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving’. Het wachten op een plan of ontwikkeling in de fysieke leefomgeving is echter onvoldoende om de klimaatadaptieve inrichting van de bebouwde omgeving daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Juist door dit vraagstuk nú actief op te pakken kunnen toekomstige

10

herstelkosten worden afgewend of stevig worden beperkt. Dit vraagt duidelijkere keuzes en, indien het Rijk de urgentie deelt, meer uitvoeringscapaciteit met daarin ook een stevigere positie van het Rijk om hier samen met de stedelijke regio’s actief mee aan de slag te gaan. Cultureel erfgoed en landschap Waar zijn we het over eens? · Inzetten op het in een vroeg stadium betrekken van cultureel erfgoed bij ontwikkelingen en opgaven. · Werken met een aantal nationale grootschalige voorbeeldprojecten waarin transities en cultuurhistorische en erfgoedwaarden worden gekoppeld. · Bevorderen van een landschaps- en erfgoedinclusieve gebiedsaanpak. Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Aanpassen selectie Utrechtse waardevolle cultuurlandschappen naar Groene Hart, Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug, Eemland, en Gelderse Vallei Er zijn in de Ontwerp-Nota Ruimte voor Utrecht vijf waardevolle cultuurlandschappen benoemd: Kockengen, Kamerik en Zegveld, Kromme Rijngebied, Vechtstreek, Vijfheerenlanden en Lingestreek, en de Waarden. Landschappen waarvoor het Rijk samen met de provincie kernkwaliteiten wil uitwerken om ze te kunnen benutten bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het eerste Ruimtelijk Arrangement is echter afgesproken om tot een herziening van deze selectie aan landschappen, die al in het voorontwerp stond, te komen.

En in de Nota Ruimte aandacht te besteden aan vijf andere waardevolle cultuurlandschappen, te weten Groene Hart; Rivierengebied; Utrechtse Heuvelrug; Eemland; en Gelderse Vallei. Voor deze landschappen zijn door de provincie Utrecht al kernkwaliteiten uitgewerkt in de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. In de huidige praktijk wordt op deze kernkwaliteiten reeds aansluiting gezocht en voortgebouwd bij ontwikkeling van ruimtelijke functies. Wij verzoeken het Rijk dan ook om in de definitieve Nota Ruimte alsnog uit te gaan van de aangepaste selectie aan Utrechtse waardevolle cultuurlandschappen, zoals opgenomen in het eerste Ruimtelijk Arrangement. ‘Kraag van Utrecht’ nationaal grootschalig voorbeeldproject maken vanwege koppeling transities en cultuurhistorische en erfgoedwaarden De Ontwerp-Nota Ruimte kondigt aan dat het Rijk gaat werken aan grootschalige voorbeeldprojecten waarbij erfgoed en transities worden gekoppeld, om te laten zien dat erfgoed inclusief werken, de veranderingen in Nederland kan verrijken. De ‘Kraag van Utrecht’, onderdeel van UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, leent zich hier naar ons idee goed voor. Voor veel inwoners en bezoekers is het een waardevol natuur- en recreatiegebied. Tegelijkertijd ligt nergens in de Hollandse Waterlinies de verstedelijking zo dichtbij als in Utrecht, met een dubbele fortenring pal naast de stad.

Volgens afspraak in het eerste Ruimtelijk Arrangement onderzoeken Rijk, provincie, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties momenteel in een ‘Werkplaats Mooi NL’ hoe de waarde van het gebied in stand kan worden gehouden, in relatie tot ruimte voor ontwikkelingen zoals woningbouw en energietransitie. Hierbij houden partijen vast aan de Nederlandse benadering ‘Behoud door ontwikkeling’. Graag willen we dit onderzoek voortzetten en de uitkomsten onder meer benutten voor het op te stellen ‘Ruimtelijk Perspectief Hollandse Waterlinies’. We verzoeken het Rijk om de Kraag van Utrecht als

11

nationaal grootschalig voorbeeldproject koppeling transities en cultuurhistorische en erfgoedwaarden aan te wijzen. Defensie Waar zijn we het over eens? · Ruimte bieden aan Defensie voor nationale veiligheid in een veranderende wereld. · Koppelen van rijksopgaven en middelen voor defensie op de oostflank van de Utrechtse Heuvelrug. Waar verzoeken we om wijziging of aanvulling? Opnemen van een integrale en gebiedsgerichte aanpak voor de defensie-opgaven De uitbreidingsplannen van Defensie hebben significante ruimtelijke impact op zowel op de Utrechtse Heuvelrug als op de Veluwe. Dit vraagt om een integrale en gebiedsgerichte aanpak waarin de stedelijke belangen van werken, wonen en energie goed worden geïntegreerd met de kwaliteiten en waarden van het gebied (water, bodem, natuur, cultuurhistorie, landschap, recreatie, omliggende kernen). Hierover zijn in het eerste Ruimtelijk Arrangement afspraken gemaakt en is in onze regio een gebiedssamenwerking gestart onder de titel A(mersfoort) tot Z(eist). De brede opgave en ruimtelijke uitwerking hiervan is onderbelicht in de Ontwerp-Nota Ruimte. Uitvoering Om de nationale visie op de fysieke leefomgeving bewaarheid te laten worden, is focus op de uitvoering noodzakelijk. We zien uit naar de uitvoeringsagenda bij de definitieve Nota Ruimte.

Als gezamenlijke MRU-partijen werken we graag samen met het Rijk, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en inwoners aan een welvarender, weerbaarder, veiliger en duurzamer Nederland. De grote uitdagingen waar ons land nu voor staat, vragen om een daadkrachtige en efficiënte overheid, die moeilijke keuzes niet uit de weg gaat. Zo moeten de komende jaren onder meer de randvoorwaarden van verstedelijking op orde worden gebracht. Tevens zullen er grote veranderingen in het landelijk gebied moeten plaatsvinden. Daarbij vragen we speciale aandacht voor de twee grote showstoppers van dit moment, netcongestie en stikstofruimte. Zonder doorbraken komt de ontwikkeling van de MRU op slot te zitten. Dan stopt het bouwen van 165.000 woningen, kunnen nationale knelpunten zoals Hoevelaken niet worden opgelost, en hebben ondernemers geen mogelijkheden om uit te breiden.

De steeds schaarsere ruimte vraagt, zoals de Ontwerp Nota-Ruimte terecht aangeeft, om meervoudig ruimtegebruik en duidelijke prioritering. We vragen het Rijk daarom toekomstige instrumenten en middelen in lijn met de Nota Ruimte vorm te geven en gebiedsgericht in te zetten. Om gezamenlijk – op basis van Rijkregiosamenwerkingstrajecten– tot projecten te komen is het belangrijk dat instrumenten en middelen gecombineerd kunnen worden. Hoogachtend,

12

commissaris van de Koning in de provincie Utrecht,

voorzitter burgemeestersoverleg en regieoverleg U10

voorzitter bestuurlijk overleg Regio Amersfoort, b.a.

Hans Oosters

Sharon Dijksma

Rob Metz

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4253/documents/71677