14.a 2024-11-05 Voortgangsbrief Jeugd VWS aan de Tweede Kamer.pdf
Tekst van het document
Dit gebeurt door de benodigde samenwerking tussen lokale (wijk)teams, zorg- en veiligheidspartners en een regionaal veiligheidsteam zoveel mogelijk vorm te geven en uit te werken. Dit betekent bijvoorbeeld dat huishoudens/gezinnen zoveel mogelijk met een vertrouwd gezicht te maken krijgen, dat ze niet meer van de ene naar de andere organisatie worden overgedragen en dat zoveel mogelijk gekeken wordt naar wat het hele gezin/systeem nodig heeft in plaats van de zorg alleen te richten op het kind. De proeftuinen laten zien dat de nieuwe gezinsgerichte en integrale aanpak positieve resultaten oplevert voor jeugdigen en gezinnen. Vanuit betrokkenheid in 1.268 gezinnen en/of huishoudens, blijkt dat volwassenen en kinderen zich beter gehoord en geholpen voelen. Dit hangt samen met het feit dat vaker hulp wordt ingezet vanuit andere (zorg)domeinen dan alleen het jeugddomein. Door dit integraal systeemgericht werken lukt het in een groot deel van de huishoudens om weg te blijven van inzet van gedwongen maatregelen. Bij een klein deel van de gezinnen en huishoudens lukt dit niet. Binnen de 1.268 gezinnen en/of huishoudens is op peildatum 30 juni 2024 vanuit de proeftuinen in totaal 109 keer (8,6%) een gedwongen maatregel ingezet. 23 Nadere duiding hiervan vindt momenteel plaats.
22 Het betreft de vijfde voortgangsrapportage van het Programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming van november 2024. 23 Onder gedwongen maatregelen vallen: ondertoezichtstelling, gezagsbeëindigende maatregel, huis- en contactverbod en reclasseringsmaatregel.
Pagina 20 van 39
Directie Jeugd
Hoewel de proeftuinen zoveel mogelijk volgens de nieuwe uitgangspunten werken, stuiten zij ook nog steeds op dezelfde uitdagingen en beperkingen als elders. Zo lopen de proeftuinen tegen grenzen aan in de samenwerking binnen de huidige wetgeving en professionals ervaren dat zij met het opzoeken van die grenzen risico’s lopen. De huidige wettelijke kaders zijn beperkend voor het beproeven, maar zijn er om de positie van ouders en kinderen te beschermen. We bekijken hoe we de proeftuinen hierbij kunnen ondersteunen en hoe we tot werkbare oplossingen kunnen komen voor deze knelpunten terwijl we tegelijkertijd de rechtsbescherming van ouders en kinderen bewaken.
Kenmerk 3990184-1074283-J
b. Regionaal veiligheidsteam (RVT) Naast een andere grondhouding waarin gelijkwaardigheid, transparantie en rechtsbescherming belangrijke waarden zijn en naast steviger lokale teams is een belangrijk onderdeel van het Toekomstscenario de inrichting van de Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Deze teams zullen specialistische kennis op het gebied van onveilige thuissituaties toegankelijk maken en expertise toevoegen aan het werk van de lokale teams. Medewerkers van de RVT’s beschikken daarnaast over bevoegdheden om onderzoek te doen en waar nodig maatregelen te initiëren en uit te voeren. Deze nieuwe organisatie treedt in de plaats van bestaande organisaties. In juni 2024 is in opdracht van het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming een onderzoeksrapport opgeleverd met vijf varianten voor de inrichting van RVT's. Deze variëren in verantwoordelijkheid, organisatievorm en regio-indeling. Alle varianten integreren functies van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen en richten zich op een vereenvoudigde, gezinsgerichte werkwijze in samenwerking met lokale teams. 24 Samen met ketenpartners, proeftuinen en gemeenten zijn deze varianten beoordeeld om alle perspectieven goed in beeld te krijgen.
Op grond hiervan hebben de opdrachtgevers van het programma - VWS, JenV en de VNG - gezamenlijk een belangrijke eerste stap gezet om de richting voor het vervolg te bepalen. De komende maanden wordt de hierna beschreven ontwikkelrichting nader uitgewerkt, inclusief de benodigde transitiemiddelen en de structurele (financiële) randvoorwaarden. De volgende stap en het transitiepad zullen afhankelijk zijn van de uitkomsten van die uitwerking. De ontwikkelrichting ziet er als volgt uit. Een nieuwe zelfstandige organisatie heeft de voorkeur boven netwerk-samenwerking, omdat hiermee doelen zoals eenvoud en gezinsgerichtheid het beste worden bereikt. In beginsel gaan de meeste functionaliteiten van de Veilig Thuis-organisaties en de gecertificeerde instellingen hierin op, evenals een aantal nader te bepalen taken van de Raad voor de Kinderbescherming die gericht zijn op jeugdbescherming. 25 Hiermee richt het RVT zich dus op onveiligheid van zowel kinderen als volwassenen (ook wel aangeduid als 0 tot 100). Gezien de aard van dit takenpakket valt de keuze op een publiekrechtelijke organisatie. Zeer nauwe samenwerking met de lokale teams is 24
https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/rapporten/2024/06/20/eindrapportageonderzoek-inrichting-rvt_20062024. 25 In ieder geval niet de onafhankelijke toets en advies met het hiertoe benodigde aanvullend onderzoek zoals eerder vastgelegd in de Beleidsreactie Adviescommissie Rechtsbescherming (Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1018). Pagina 21 van 39
een belangrijke voorwaarde. Tegelijk zal samenwerking van het RVT met organisaties in het zorg- en veiligheidsdomein stevig worden vormgegeven. Uitgangspunt is verder een aantal van 25 RVT’s georganiseerd op de geografische schaal van de veiligheidsregio’s. Bij de uitwerking hiervan is het van belang dat de RVT’s voldoende robuust zijn en vormen een doelmatige bedrijfsvoering en kwaliteit belangrijke toetsstenen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
De aansturing verloopt door gemeenten, waarmee de RVT’s passen in het decentraal georganiseerde sociale domein. Op deze wijze wordt optimaal aangesloten bij integrale gezinsgerichte hulp vanuit de lokale teams, bij lokaal en regionaal georganiseerde of bekostigde opvang en hulp, bij maatschappelijke partners, bij samenwerking tussen zorg en veiligheid, en bij informele steunstructuren. Jeugdreclassering wordt, gegeven de verantwoordelijkheid van het Rijk voor de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen, onder centrale aansturing gebracht. Waarborging van JR-expertise in het RVT zal verder worden uitgewerkt, waarbij verschillende opties zullen worden beschouwd, inclusief de positionering van de jeugdreclasseringsmedewerkers binnen het RVT. Het is van belang om te waarborgen dat de RVT’s kwaliteit, continuïteit en rechtsgelijkheid bieden. Ook moeten ze doelmatig georganiseerd zijn mede gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt die ook voelbaar is in de jeugdzorg en aanpalende terreinen. Dat vraagt om vast te leggen op welke wijze deze waarborgen te monitoren, toezicht te organiseren en hierop te sturen, vanuit gemeenten en vanuit het Rijk. Hierbij zal rekenschap worden gegeven van de adviezen van de Algemene Rekenkamer en de Inspecties over een betere invulling van onze stelselverantwoordelijkheid.
Deze waarborgen zijn van belang voor een goed werkend stelsel, om politiek verantwoording af te kunnen leggen, maar ook om te komen tot een lerend stelsel dat ten dienste staat van de betrokken kinderen, gezinnen en huishoudens. De opdrachtgevers hanteren de volgende uitgangspunten bij de uitwerking van de waarborgen: goede dataverzameling en toezicht, zowel decentraal als landelijk; periodiek bestuurlijk overleg over het stelsel waarin afspraken gemaakt kunnen worden; een procedure voor het Rijk om in uitzonderlijke situaties in te grijpen; vormgeving van RVT’s als openbare lichamen; een overkoepelende ondersteuningsstructuur voor de RVT’s. Van belang is te onderkennen dat de huidige stap een ontwikkelrichting betreft. Pas bij een verder uitgewerkt beeld hiervan inclusief de juridische consequenties en duidelijkheid of aan de (financiële) randvoorwaarden kan worden voldaan, kan er een definitief besluit voor de toekomstige inrichting en het daarbij passende transitiepad genomen worden. Zorgvuldigheid is geboden bij besluitvorming over een omvangrijke verandering van het stelsel, niet alleen voor de kinderen en volwassenen die we beter willen helpen en beschermen, maar ook voor alle professionals bij de betrokken organisaties. De professionals die we juist duurzaam in positie willen brengen om hun werk goed en met voldoening uit te voeren.
De uitwerking zal, zoals steeds, in gezamenlijkheid met de betrokken organisaties plaats hebben. De genoemde besluitvorming is daarmee niet eerder
Pagina 22 van 39
dan in het voorjaar van 2025 te verwachten, waarna uw Kamer nader geïnformeerd wordt. Ondertussen zullen de proeftuinen worden benut om vanuit de praktijk verder te blijven leren en ontwikkelen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Tot slot Het succes van de vereenvoudiging van het jeugdbeschermingsstelsel hangt sterk samen met de inspanningen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat hierbij in het bijzonder om de versterking van de lokale teams en het verbeteren van de beschikbaarheid van jeugdhulp, zowel in het vrijwillig als in het gedwongen kader. Beide trajecten zijn nauw aan elkaar verbonden en versterken elkaar. We pakken de kern van de problemen aan en werken aan structurele verbeteringen. Dit is nodig om jeugdigen en gezinnen sneller en beter te kunnen helpen. Hoogachtend, de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport,
de staatssecretaris Rechtsbescherming,
Vincent Karremans
Teun Struycken
Pagina 23 van 39
Bijlage 1 – De voortgang t.a.v. de verbetering van zorg voor jeugdigen In deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal Wachttijden Wachtlijstgegevens JB en JR Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders Rechtsbescherming in vrijwillig kader SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf in gemeente Dataveiligheid Klachtrecht
1. Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal Binnen de kabinetsbrede en integrale ‘Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal’ wordt samengewerkt met verschillende ministeries, gemeenten en tal van maatschappelijke organisaties om de mentale veerkracht inwoners van Nederland en jongeren in het bijzonder te versterken. De aanpak zet in op verschillende leefgebieden zoals onderwijs, buurt en online. Vanuit de aanpak, die loopt tot en met 2025, zijn de volgende activiteiten ondernomen: In juni jl. is een nieuwe flight van de ‘Hey het is oké’ campagne gelanceerd. Doel van deze campagne is het praten over lichte mentale klachten, zoals prestatiedruk of eenzaamheid, te normaliseren. Er was veel interesse vanuit gemeenten, GGD’en en andere lokale partners voor de campagne en het campagnemateriaal is veelvuldig aangevraagd en ingezet, zowel online als offline. Er is een onderzoek gestart naar handelingsperspectief bij ouders in relatie tot gezond en bewust smartphone en social media gebruik bij kinderen. Dit onderzoek kijkt naar de tips en adviezen die er al zijn voor ouders/opvoeders rondom sociale mediaopvoeding en welke ondersteuningsbehoeften deze ouders/opvoeders nog hebben om hun kinderen te kunnen begeleiden. Op basis van o.a. dit onderzoek nemen we een besluit over wat we in Nederland nog meer kunnen en moeten doen om ouders adequaat te ondersteunen.
Zo nodig passen we bestaande richtlijnen aan. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting begin 2025 gereed. Online platform Met financiële ondersteuning van (o.a.) VWS is gestart met de bouw en ontwikkeling van een online platform mentale gezondheid voor jongeren met lichte mentale klachten. Op dit online platform kunnen jongeren op een laagdrempelige manier veilig, anoniem, kosteloos en o.g.v. betrouwbare informatie zelf ontdekken welke (preventieve) ondersteuning er is en welke ondersteuning, indien nodig, bij hen past om de eigen mentale veerkracht te versterken. Op het platform zijn meerdere functionaliteiten bijeengebracht, te weten: betrouwbare informatie, peerto-peer-support, chatten en bellen. Het online platform mentale gezondheid draagt hiermee bij aan het versterken van de mentale
Pagina 24 van 39
veerkracht en het voorkomen van verergering van mentale problemen. Het platform is naar verwachting in het voorjaar van 2025 gereed.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
In 2025 wordt de tweede brede voortgangsrapportage van de ‘Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal’ aan uw Kamer aangeboden. Met deze rapportage wordt u uitvoeriger geïnformeerd over de resultaten vanuit de aanpak. Daarin staat ook meer informatie over het welzijn van meisjes en mogelijke vervolgacties en/of onderzoek. De komende periode gaan we aan de slag met de uitwerking van een werkagenda mentale gezondheid en ggz. Met deze agenda wordt een samenhangende aanpak van preventie tot zorg gemaakt. De agenda draagt bij aan een betere mentale gezondheid, weerbaarheid en passende zorg en ondersteuning voor wie dat nodig heeft. In 2025 wordt u nader geïnformeerd over de concrete invulling. 2. Wachttijden De Aanpak Wachttijden Helaas is het zo dat jeugdigen soms lang moeten wachten op hulp. Inzicht in wachttijden is van belang voor cliënten maar ook voor de andere verantwoordelijke spelers zoals gemeente/regio’s, aanbieders en professionals. Wachttijden zijn uitingen van onderliggende problemen in het jeugdzorgstelsel. Om wachttijden in de jeugdzorg duurzaam te kunnen terugdringen is het nodig om die onderliggende oorzaken in samenhang aan te pakken in de in-, door- en uitstroom van de gehele jeugdzorg en de domeinen daaromheen. En dat kost tijd.
Belangrijke onderliggende oorzaken voor wachttijden zijn: Onvoldoende samenwerking tussen gemeenten, aanbieders, verwijzers en onderwijsinstellingen; vaak in combinatie met Ontoereikende probleemanalyses als basis voor ondersteuning die aansluit bij de zorgvraag. Als gevolg hiervan wachten kinderen en jongeren met complexe vragen mogelijk op een verkeerde plek, krijgen zij geen hulp, worden problemen groter en eindigen zij uiteindelijk op een wachtlijst voor de zwaardere zorg. De Aanpak Wachttijden is opgezet om jeugdzorgregio’s intensief te ondersteunen bij het aanpakken van de dieper gelegen oorzaken. Daarbij wordt aandacht besteed aan datagedreven werken om regionaal inzicht te krijgen in de wachttijden en onderliggende oorzaken. Momenteel worden negen jeugdzorgregio’s ondersteund en zijn zestien regio’s actief binnen de Aanpak Wachttijden.
In de voortgangsrapportage 2024 (zie bijlage) beschrijft OZJ o.a. wat de Aanpak Wachttijden de deelnemende regio’s heeft gebracht. Ook licht het OZJ enkele voorbeelden uit die laten zien wat de impact is van de Aanpak Wachttijden en welke verbeteringen zijn ingezet voor kinderen en gezinnen. Eindhoven ontwikkelde bijvoorbeeld ‘Eindje Verder’, een poli waarin jongeren en hun netwerk tijdens het wachten samen met aanbieders alvast aan hun brede functioneren kunnen werken. Ook leren regio’s van elkaar. Zo is de
Pagina 25 van 39
aanpak van complexe scheidingen ontwikkeld door regio Twente, maar blijkt deze ook toepasbaar voor de regio Haarlemmermeer.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Landelijk beeld van wachttijden Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. Gemeenten en regio’s registreren op hun eigen manier de aanmelding en start van een traject. Ook is er geen landelijk eenduidige definitie van wat de wachttijd precies is. De data die er is, is daardoor weinig inzichtelijk en niet goed onderling vergelijkbaar. Cijfers over wachttijden op landelijk niveau zijn als gevolg hiervan nu nog niet beschikbaar. In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken de gehele uitvoeringsketen van de minimaal op regionaal niveau in te kopen specialistische jeugdzorg te standaardiseren, van contracteren, registreren, declareren tot verantwoorden. Dit leidt tot meer eenduidige data, onder meer over wachttijden. Jeugdzorgaanbieders, gemeenten en Rijk werken daarin samen. De trajecten in dat kader zijn ook relevant voor het komen tot een landelijk beeld van wachttijden. Normeren van wachttijden In het verlengde van inzicht in wachttijden speelt de vraag of normeren van wachttijden wenselijk is. Naar aanleiding van een in uw Kamer aangenomen motie is recent in opdracht van TAW door bureau PwC onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde en toepasbaarheid van wachttijdnormering in de jeugdzorg.
PwC concludeert op basis van een vergelijking met andere zorgsectoren dat het normeren van wachttijden zoals in andere delen van de zorg gebeurt, nuttig kan zijn als manier om het goede gesprek aan te gaan in de zorgketen over hoe we de toegankelijkheid van de jeugdzorg kunnen verbeteren en zorgvraag en aanbod (in de regio) beter op elkaar af te stemmen. In de jeugdzorg moet dan eerst een aantal randvoorwaarden op orde moet zijn om dit zin te laten hebben. PwC bevestigt hiermee eerdere adviezen om tot een eenduidige en versimpelde productstructuur te komen en een valide en betrouwbare registratie te ontwikkelen. Naast het verbeteren van de registratie adviseert PwC om in de jeugdzorg te komen tot uniforme kwaliteitskaders, verbetering van de regionale samenwerking, contractering en sturing op het zorglandschap. Het inzicht en overzicht van wachttijden moet dus eerst verbeterd worden voor dat er met eventuele normen op gestuurd en toezicht op gehouden kan worden. In het kader van de Hervormingsagenda lopen reeds diverse trajecten om invulling te geven aan deze door PwC geadviseerde randvoorwaarden. De vraag of normeren in de gehele jeugdzorg (uiteindelijk) wenselijk is zal naar aanleiding van dit rapport worden besproken met het veld.
Het is namelijk ook aan het veld om die normen voor wachttijden, als onderdeel van het grotere gesprek over verbetering van de kwaliteit van de jeugdzorg, uiteindelijk op te stellen, zoals dit voor de Treeknormen ook is gebeurd. PwC suggereert om dit gesprek te voeren met die delen van de jeugdsector waar (langdurig) wachten op zorg- en hulpvormen schadelijk zou zijn. Voor jeugdbescherming, waar de staat ingrijpt met en maatregel, moet een jeugdbeschermer snel beschikbaar zijn. Hier gelden dan ook al wettelijke normen. Er zijn tevens afspraken gemaakt over een uniform prestatie- en kwaliteitskader waarmee voor een deel tegemoet gekomen
Pagina 26 van 39
is aan de door PwC geadviseerde randvoorwaarden. We houden uw Kamer op de hoogte van relevante ontwikkelingen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
3. Wachtlijstgegevens JB en JR De actuele wachtlijstgegevens (en ook de ontwikkeling van de workload) van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (peildatum 1 oktober 2024) zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Deze gegevens nemen wij op in de brief die wij naar uw Kamer sturen ten behoeve van het commissiedebat jeugdbescherming op 5 december 2024. 4. Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders Niet integer gedrag van jeugdhulpaanbieders dat risico’s meebrengt voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van jeugdhulp willen we aanpakken. Met het wetsvoorstel ‘Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders’ worden onder meer voorwaarden gesteld aan het doen van winstuitkeringen door jeugdhulpaanbieders. Het streven is dit wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2025 aan te bieden aan uw Kamer. 5. Rechtsbescherming in vrijwillig kader Ouders en jongeren moeten weten wat hun rechten en plichten zijn als zij te maken hebben met jeugdzorg op het snijvlak van het vrijwillig en gedwongen kader. Een goede informatiepositie versterkt de rechtspositie. In overleg met ouders, jongeren en professionals wordt daarom gewerkt aan een eenduidige vorm van voorlichtingsmateriaal waarin wordt uitgelegd wat de rechten en plichten zijn en hoe zij deze kunnen bespreken met hun hulpverlener.
Dit is van groot belang wanneer er grote zorgen zijn over het gezin en de jeugdige, en de zorg en ondersteuning daarom mogelijk gedwongen wordt. Het adviesrapport – dat dient als basis van dit voorlichtingsmateriaal – is in de voortgangsbrief Jeugd van 26 juni 2024 aan uw Kamer aangeboden. 26 Naar verwachting zal dit voorlichtingsmateriaal in het eerste half jaar van 2025 gereed zijn. Met betrekking tot rechtsbescherming van ouders en kinderen in het gedwongen kader is een concept wetsvoorstel in voorbereiding. Uiterlijk eind november sturen we daarover een brief aan uw Kamer. 6. SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf in gemeente Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdzorg. In principe is een gemeente verantwoordelijk voor alle jeugdigen in haar woonplaats. Bij jeugdhulp met verblijf is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige woonde voor het verblijf. Hierdoor blijft de gemeente verantwoordelijk voor haar jeugdigen, ook als het verblijf in een andere gemeente is. Er zijn echter gemeenten met instellingen die jeugdigen binnenkrijgen zonder dat deze jeugdigen daarvoor in die gemeente woonden. Bijvoorbeeld jeugdigen uit het buitenland.
Op grond van het woonplaatsbeginsel worden deze gemeenten financieel verantwoordelijk voor deze jeugdigen louter vanwege het feit dat de accommodatie voor verblijf in deze gemeente is gevestigd. De SPUK ‘niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf in gemeente’ heeft voor de jaren 2022 en 2023 gemeenten die hiermee te maken hebben gecompenseerd. 26
Kamerstukken II 2023/24, 31839, nr. 1024. Pagina 27 van 39
Hiervoor is €60 miljoen uit het Gemeentefonds gehaald. Na beoordeling van de aanvragen is € 30 miljoen herverdeeld. Het restant wordt terug overgeheveld naar de algemene uitkering en verdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
7. Dataveiligheid Wij hebben bureau Deloitte gevraagd IT-beveiligingstesten uit te voeren bij een aantal jeugdzorginstellingen teneinde inzicht te krijgen in de huidige stand van de digitale beveiliging van de systemen binnen de jeugdzorginstellingen. Deloitte heeft dit onderzoek onlangs afgerond en een rapport opgeleverd, waarvoor geldt dat de resultaten inzicht geven, maar niet gezien mogen worden als een representatief beeld voor de gehele sector. Uit het rapport kwamen de volgende punten naar voren: De onderzochte instellingen zijn nog steeds kwetsbaar voor cyberaanvallen, maar het aantal bevindingen geïdentificeerde kwetsbaarheden ligt wel lager ten opzichte van eerdere de resultaten van vergelijkbare testen in voorgaande jaren. De meeste instellingen hebben hun kritische systemen en belangrijke data wel in kaart, en het is dan ook aan de instellingen zelf om bij kwetsbaarheden risico mitigerende maatregelen te nemen voor de geïdentificeerde kwetsbaarheden. Het versterken van informatiebeveiliging is van belang bij een toenemend gebruik van digitale technologie en een veranderend dreigingslandschap. Continue aandacht voor verbetering van informatieveiligheid bij jeugdzorginstellingen is belangrijk.
Uit interviews met zes jeugdzorginstellingen kwam naar voren dat het essentieel is om voldoende financiële steun te bieden, een gestandaardiseerd zelfbeoordelingsraamwerk te ontwikkelen, praktische ondersteuning te bieden bij complexiteit in wetgeving en daarnaast sector-brede bewustwordingscampagnes en gespecialiseerde trainingen te faciliteren. Dit kwam naar voren uit interviews met 6 jeugdzorginstellingen. Wij gaan met Jeugdzorg Nederland in gesprek over de uitkomsten van het rapport. Aangezien in het rapport kwetsbare punten van jeugdzorginstellingen naar voren komen en we willen voorkomen dat hackers toegang krijgen tot de (specifieke) bevindingen, delen wij het recente rapport alleen met de instellingen en niet met uw Kamer. Echter, indien uw Kamer daartoe de wens uitspreekt, kunnen wij het rapport vertrouwelijk met u delen. 8. Klachtrecht Om het klachtrecht in het jeugddomein te verbeteren zullen de ministeries van VWS en JenV op korte termijn een onderzoek laten uitvoeren. Het onderzoek zal een overkoepelend en actueel overzicht geven van de uitvoeringspraktijken van interne klachtprocedures bij organisaties in het jeugddomein en is aanvullend op het onderzoek dat Jeugdstem (toen nog AKJ) in 2021 naar klachtafhandeling in de jeugdbescherming heeft uitgevoerd. 27 In het najaar hebben wij hierover met diverse partijen in het veld gesproken.
Op basis van deze gesprekken en het onderzoek wordt gekeken wat er, in aanvulling op eerder genomen maatregelen, nog meer nodig is om de huidige uitvoering dan wel wetgeving rondom het klachtrecht in het jeugd(zorg)domein te verbeteren. Over de uitkomsten zullen wij uw Kamer informeren via de reguliere voortgangsbrieven Jeugdzorg. 27 https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/publicaties/2021/12/23/akj---helpeen-klacht
Pagina 28 van 39
Bijlage 2 – Informatie die beschikbaar is gekomen n.a.v. onderzoek In deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op: 1. 2. 3. 4. 5.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Onderzoek Trajectduur Eindrapportage overgang jeugdhulp volwassenheid Voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg Stand van de jeugdzorg 2024 Inspectierapport over de wachtlijsten bij VT
1. Onderzoek Trajectduur In de Hervormingsagenda Jeugd is opgenomen dat gemeenten en aanbieders afspraken maken bij de contractering hoe zij tijdens de looptijd van een contract de gemiddelde trajectduur monitoren en afspraken maken over sturing. Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaken van een stijgende trajectduur, heeft Qconsult de opdracht gekregen inzicht te geven in de ontwikkeling van trajectduur, de mogelijke verklaringen die hieraan ten grondslag liggen en de eventuele samenhang met ontwikkelingen in het aantal cliënten/trajecten, de inen uitstroom en het herhaald beroep. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van microdata van CBS, deze data zijn geanalyseerd en in vier regio’s is op basis van deze analyse een duidingssessie geweest. Met gemeenten, aanbieders, (ervaringsdeskundige) cliënten en ouders is verkend welke factoren van invloed zijn op (de ontwikkeling van) trajectduur. Ook is besproken welke beleidsmaatregelen en interventies gemeenten en aanbieders inzetten om de trajectduur te beïnvloeden. De conclusie is dat trajectduur niet losstaand moet worden bekeken, maar altijd in samenhang met andere factoren en met het oog op het realiseren van passende zorg.
Het is belangrijk te kijken naar de gehele zorgketen en naar de beweging die gemeenten en aanbieders steeds meer maken: hulp zo dicht mogelijk bij inwoners organiseren, breed kijken naar de zorgbehoeften, en samenwerken met alle betrokken partners in de keten. Dit vereist het voeren van regie, flexibel kunnen op- en afschalen en langdurig betrokken blijven waar nodig. Het gevolg van deze aanpak is dat eenvoudigere vraagstukken veelal lokaal zullen worden aangepakt, zodat (gespecialiseerde) ambulante jeugdhulp beschikbaar is voor: jongeren voor wie dit een passend antwoord is op hun hulpvraag; jongeren waarbij veelal complexere vraagstukken spelen en waar trajecten zo lang moeten duren als nodig. Gemeenten, aanbieders en cliënten geven aan dat het belangrijk is maatregelen in te zetten die het stelsel als geheel verbeteren zoals versterking van het lokale voorveld, verbetering van de triage, realiseren van collectiviteit op wijkniveau, vanaf de start al werken aan uitstroom en kritische beoordeling door de aanbieder of passende hulp geboden kan worden. Dit zijn beleidsmaatregelen en interventies die gemeenten en regio’s kunnen toepassen. Om te kunnen bepalen waarop er in een gemeente/regio ingezet moet worden, is het nodig dat gemeenten met aanbieders en cliënten in gesprek gaan op basis van een analyse van de data in de betreffende gemeente/regio. Om zo zaken die
Pagina 29 van 39
opvallen te kunnen signaleren en duiden, en vervolgacties per partij te kunnen bepalen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Daarnaast vragen gemeenten, aanbieders en cliënten vaart te maken met een integraal kader voor jeugdhulp, met daarin elementen over het luisteren naar cliënten bij het maken van plannen over uitstroom en het betrekken van beschermende factoren die van invloed zijn op uitstroom. Deze opdracht is vanuit de Hervormingsagenda Jeugd belegd bij KBL. Daarnaast is de aanbeveling om samenwerking in de regio te bevorderen, ook dit is een opdracht uit de Hervormingsagenda Jeugd. De aanbevelingen uit het rapport komen overeen met de reeds gemaakt afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd en bieden hiermee aanknopingspunten en onderbouwing voor de afspraken die zijn gemaakt over het verbeteren van kwaliteit, stevige lokale teams en reikwijdte. De aanbevelingen zullen hier dan ook in worden meegenomen. 2. Eindrapportage overgang jeugdhulp naar volwassenheid Naar aanleiding van de motie van voormalig lid Raemakers (D66) is AEF gevraagd onderzoek uit te voeren naar de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. In de bijlage treft uw Kamer de resultaten van dit onderzoek aan. Het onderzoek bevestigt het belang van een integrale benadering gericht op de big five (wonen, werk/school/dagbesteding, inkomen, zorg en support) in de ondersteuning van jongeren in de overgang naar volwassenheid en hoe belangrijk het is hier ook op tijd mee te beginnen en de juiste partners te betrekken.
Het onderzoek concludeert ook dat standaard verlengde jeugdzorg en het introduceren van omgekeerde bewijslast geen oplossing lijken te zijn. Er zijn andere kansrijke (sturings)mogelijkheden die de overgang voor deze jongeren verbeteren en verschillende aanbevelingen worden gedaan die aansluiten bij trajecten uit de Hervormingsagenda Jeugd. Beleidsreactie Bij veel gemeenten en de VNG staat de thematiek rondom de overgang en de big five goed op het netvlies, en speelt een rol bij het maken van afspraken met aanbieders en verwijzers. In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat jeugdhulpaanbieders en gemeenten zich committeren voor en met jongeren tijdig een toekomstperspectief (op deze big five) te formuleren. 28 Wij nemen de aanbevelingen van dit onderzoek mee in het te ontwikkelen convenant stevige lokale teams, zoals de vaste betrokkenheid vanuit het lokale team bij de overgang. Daarnaast organiseert het landelijk gemeentelijk netwerk 16-27 bijeenkomsten waar gemeenten kennis kunnen opdoen op de thema’s die aansluiten bij de aanbevelingen uit dit onderzoek, zoals het betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid. Bij het op orde krijgen van de big five is integraal werken noodzakelijk. De VNG komt eind 2024 met ondersteuningsaanbod voor het werken met de doorbraakmethode. De doorbraakmethode ondersteunt het integraal werken.
Ook draagt de (ontwikkeling van) richtlijn Toekomstgericht Werken voor jeugdprofessionals door NJi i.s.m. beroepsverenigingen (NIP, NVO en BPSW) bij aan de verbetering van integrale ondersteuning aan jongeren in de 28
https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/hervormingsagenda-jeugd Pagina 30 van 39
jeugdzorg bij de overgang naar volwassenheid. De richtlijn wordt begin 2025 verwacht.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Uit het onderzoek blijkt dat gemeenten behoefte hebben aan (kennis over) mogelijkheden om jongeren extra te ondersteunen op financieel gebied tijdens de overgang. De Participatiewet biedt gemeenten op dit moment mogelijkheden om jongeren vanaf 18 jaar financieel te ondersteunen. Divosa heeft eerder de ‘Handreiking Maatwerk Participatiewet bij verblijf in- en uitstroom uit instellingen’ voor gemeenten opgesteld. In samenwerking met VNG zullen we hier meer bekendheid aan geven. Daarnaast heeft het Ministerie van SZW op 27 juni 2024 het wetsvoorstel Participatiewet in balans aan uw Kamer aangeboden. Onderdeel hiervan is de maatregel om de aanvullende jongerennorm (18-21 jaar) te harmoniseren. Deze maatregel draagt positief bij aan de financiële ondersteuning van jongeren door gemeenten. Met de aanbieding van dit rapport is voldaan aan de toezeggingen om de Kamer te informeren over het onderzoek. 3. Voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg Bijgevoegd bij deze brief ontvangt u de voorlopige CBS-cijfers jeugdzorggebruik over het eerste halfjaar van 2024. -
-
-
Volgens de voorlopige cijfers van het CBS ontving 8,8% van de jongeren t/m 22 jaar (389 duizend) jeugdhulp 29 (exclusief jeugdbescherming en jeugdreclassering) in het eerste halfjaar van 2024. Dit is minder dan in het eerste half jaar van 2023 toen 403.000 jongeren jeugdhulp ontvingen. Toch verwacht het CBS dat het definitieve aantal jongeren met jeugdhulp in de eerste zes maanden van 2024 met 18.000 zal toenemen, wat een stijging zou zijn van 1,3% ten opzichte van het eerste halfjaar van 2023. Dit zou tevens betekenen dat, in het eerste halfjaar van 2024, 1 op elke 7,9 jongeren tot en met 17 jaar en 1 op de 10,3 jongere tot 23 jaar jeugdhulp in natura en/of een jeugd-PGB kreeg. Net als in voorgaande jaren was jeugdhulp zonder verblijf de meest gebruikte vorm van jeugdzorg; hier maakte 90,9% van de jongeren gebruik van. Bij jeugdhulp met verblijf was dit 4,7%, en bij zowel jeugdhulp met verblijf als zonder verblijf was dit 4,4%. De daling van het aantal jongeren met voogdij en ondertoezichtstelling zet door. Op 30 juni 2024 was dit respectievelijk 8.190 en 17.775. Ook de daling van machtigingen uithuisplaatsing zet door, een daling van bijna 5 procent ten opzichte van het tweede halfjaar van 2023. Er is echter nog steeds sprake van een toename van jongeren met jeugdreclassering na een jarenlange daling.
Het aantal jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel steeg met 455 (9%) van 5.015 op peildatum 30 juni 2023 naar 5.470 op peildatum 30 juni 2024. Ook neemt de samenloop jeugdbescherming met
29 Jeugdhulp in natura. Bij 97% van de jongeren die jeugdhulp hebben ontvangen ging het om jeugdhulp in natura. Bijna 2 procent had zowel een PGB als zorg in natura. En 1 procent alleen een PGB. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een PGB neemt al jaren af. De gegevens die de SVB levert aan CBS over jeugdhulpontvangers met een PGB bevat alleen informatie over aantal jongeren met jeugdzorg en niet welke vorm van jeugdzorg het betreft (bijvoorbeeld met of zonder verblijf). Gegevens over jeugdzorg gaan dus over jeugdzorg in natura, tenzij anders vermeld.
Pagina 31 van 39
-
jeugdreclassering toe. Het aandeel jongeren tot en met 17 jaar dat in de eerste 6 maanden van 2024 jeugdbescherming ontving en in datzelfde jaar ook een jeugdreclasseringsmaatregel had was 2,6 procent t.o.v. 2,1 procent in het eerste halfjaar van 2021. Jeugdzorg (zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering) hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden; onder jongeren met jeugdhulp (t.o.v. alle kinderen in Nederland) woont een lager percentage van de ouders op hetzelfde adres, is het aandeel WMO en/of van GGZ huishoudens hoger, en is het aandeel huishoudens met iemand die als verdachte van een misdrijf is aangemerkt hoger. Onder alle jongeren in de leeftijd van 0 t/m 22 jaar zijn de hoogste percentages jongeren met jeugdhulp gemeten binnen de 20% laagste huishoudinkomens.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Meer cijfers over andere ontwikkelingen binnen de jeugdzorg vindt u in de bijgevoegde rapporten. 4. Stand van de jeugdzorg 2024 Op 8 oktober heeft de Jeugdautoriteit (JA) de ‘Stand van de jeugdzorg 2024’ uitgebracht. 30 De JA heeft als taak om de continuïteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering te bevorderen. De rapportage is kritisch op het huidige functioneren van het jeugdzorgstelsel en kaart knelpunten binnen het veld aan ten aanzien van onder meer aanbieders, tarieven, personeel en de beschikbaarheid van gegevens. Het is bekend dat het jeugdzorgstelsel voor grote uitdagingen staat. Daarom is vorig jaar de Hervormingsagenda Jeugd door een groot aantal partijen ondertekend en zijn partijen voortvarend met de uitvoering hiervan aan de slag gegaan. Op dit moment maken veel jeugdigen gebruik van jeugdzorg (1 op de bijna 8 jeugdigen tot 18 jaar). Dit moet anders. Daarom zetten we in op het zoveel mogelijk voorkomen dat jeugdhulp nodig is en tijdige en passende hulp geven aan kwetsbare jeugdigen die dit echt nodig hebben. Het zorgen voor structurele verbeteringen kost tijd. Dit betekent dat een groot deel van de verbeteringen niet van vandaag op morgen is terug te zien, maar tegelijkertijd is iedereen doordrongen van de urgentie. In deze voortgangsbrief laten we zien welke stappen we in dit kader zetten.
Hiermee geven wij invulling aan het verzoek van het lid Paulusma (D66) om te reageren op het artikel ‘Toezichthouder: toegankelijkheid jeugdzorg onder druk’ (nos.nl, 8 oktober 2024). 31 5. Inspectierapport over de wachtlijsten bij VT Na signalen over toenemende wachtlijsten bij de Veilig Thuis-organisaties in de zomer van 2023 heeft de IGJ verdiepend toezicht uitgevoerd bij drie Veilig Thuis organisaties en in de zomer van 2024 opnieuw cijfers over de wachtlijsten bij alle Veilig Thuis organisaties opgevraagd. De uitkomsten zijn verwerkt in een overkoepelde publicatie die op 3 oktober 2024 openbaar is gemaakt. 32
https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/rapporten/2024/10/08/stand-van-dejeugdzorg-2024 31 Kernmerk: 2024Z15320 32 https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2023/12/04/rapport-zorgen-over-aanhoudendelange-wachttijden-veilig-thuis 30
Pagina 32 van 39
De publicatie brengt in beeld wat het betekent voor kinderen en gezinnen om bij Veilig Thuis op de wachtlijst te staan: gezinnen blijven in onveilige situaties verkeren, hulpverlening stagneert en de twijfel over het nut van het doen van een melding bij veilig Thuis neemt toe. In de publicatie concludeert de IGJ dat het de Veilig Thuis organisaties veelal niet lukt de taken waar wettelijke termijnen voor zijn vastgesteld tijdig uit te voeren. Andere conclusie is dat als het Veilig Thuis niet lukt om meldingen tijdig te behandelen, het zicht op de veiligheid van de wachtenden vaak onvoldoende is. De oorzaken van de wachtlijsten en het ontoereikend zicht op de veiligheid liggen volgens de publicatie voor een deel bij de verschillende Veilig Thuis organisaties, maar zijn deels ook ketenbreed. De IGJ heeft de Veilig Thuis organisaties verzocht met verbeterplannen te komen om de wachtlijsten terug te dringen en te voorkomen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Beleidsreactie De conclusies die de IGJ trekt in de publicatie zijn zeer zorgelijk. Kinderen en gezinnen in een onveilige situatie moeten zo snel mogelijk de juiste hulp krijgen. Ook de professionals die daarbij moeten helpen, moeten hun werk goed kunnen doen. Bovendien moet, als er noodgedwongen wachtlijsten ontstaan, het zicht op de veiligheid geregeld zijn. Zoals de IGJ concludeert ligt een deel van de oplossingen bij de Veilig Thuis organisaties zelf. Veilig Thuis is regionaal georganiseerd, onder de directe verantwoordelijkheid van de gemeenten. Dit maakt dat er grote verschillen zijn tussen de 25 Veilig Thuis organisaties. Om de wachtlijsten aan te pakken, moet elke Veilig Thuis organisatie zelf stappen zetten. Samen met de Veilig Thuis organisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (de VNG) bespreekt VWS waar we de gemeenten en de Veilig Thuis organisaties verder kunnen ondersteunen. Dat gesprek staat los van de verbeterplannen die de IGJ van de Veilig Thuis organisaties gevraagd heeft, maar moet ook bijdragen aan snelle stappen in de goede richting. Daarnaast is het belangrijk ook te kijken wat er landelijk opgepakt kan worden en waar van elkaar kan worden geleerd. Het Landelijk Netwerk Veilig Thuis heeft hierin een belangrijke taak.
We zijn met de VNG en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) in gesprek om tot concrete stappen te komen voor het aanpakken van de wachtlijsten. Voorbeelden hiervan zijn: Betere ondersteuning in de werkprocessen, zodat medewerkers meer tijd hebben voor de kerntaken Inzetten op werving van nieuwe medewerkers Good practices delen Organiseren van gesprekken tussen de regiogemeenten en de VT’s Tegelijkertijd moeten ook stappen gezet worden om te werken aan oplossingen in de bredere zorgketen, zoals het grote aantal meldingen, de personeelstekorten of de beperkingen in de doorstroom naar andere zorgvormen waar de Veilig Thuis organisaties in hun werk mee geconfronteerd worden. Er wordt momenteel hard gewerkt aan het versterken van de lokale teams, en het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming is ook gericht op het beter en efficiënter organiseren van de keten en de daarbij behorende focus op snellere ondersteuning en betere doorstroom.
Pagina 33 van 39
Bijlage 3 – Overige moties en toezeggingen In deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op:
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
Moties 1. Motie van de leden Dobbe en Westerveld over een centraal register voor private-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- en jeugdhulpaanbieders 2. Motie van het lid Tielen over advies vragen over in hoeverre gehechtheid meer onderwerp kan zijn van de ontwikkelingsfactoren die de jeugdgezondheidszorg volgt en signaleert 3. Motie van het lid Den Haan c.s. over overleg over oplossingsrichtingen voor de vergoeding van kinderopvang voor pleegouders 4. Motie van het lid Synhave over het onderzoeken van draagvlak voor het opzetten van een pilot rechte pad pleegzorg 5. Motie van het lid Synhaeve over een plan voor het inzetten van positieve ervaringen met het Mockingbirdmodel voor meer pleegouders 6. Motie van de leden Raemakers en Ceder over een evaluatie van de bestuurlijke akkoorden over pleegzorg en gezinshuizen 7. Motie van het lid Synhaeve c.s over de Kamer voor het volgende WGO Jeugd informeren op welke wijze de IGJ haar werkwijze gaat verbeteren 8. Motie-Tielen over een concreet actieplan dat het verschil tussen beschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamheden van zorgprofessionals significant verkleint .
Moties 1. Centraal register voor private-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- en jeugdhulpaanbieders De motie van de leden Dobbe en Westerveld verzoekt de regering in het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders te komen tot een centraal register voor private-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- en jeugdhulpaanbieders. 33 De wenselijkheid van private equity binnen de jeugdhulp is met enige regelmaat onderwerp van de politieke discussie vanuit de overtuiging dat private equity negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van jeugdhulp. Eind 2023 is de aanwezigheid van private equity binnen de jeugdhulp in samenhang met (excessieve) winstuitkeringen nader onderzocht. Op basis van dit onderzoek blijkt dat private equity maar weinig voorkomt binnen de jeugdhulp en daarmee lijkt het risico van excessieve winstuitkeringen aan private equity investeerders in de jeugdhulp dan ook beperkt. Er is op dit moment geen grond om jeugdhulpaanbieders te verbieden hun kapitaalbehoefte te dekken met investeringsmiddelen van private equity partijen. De noodzaak en proportionaliteit van een dergelijke maatregel vraagt om een stevige onderbouwing om juridisch houdbaar te zijn en deze onderbouwing ontbreekt. De motie van de leden Dobbe en Westerveld over een centraal register 33
Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 101. Pagina 34 van 39
voor private-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- en jeugdhulpaanbieders kan niet los gezien worden van de bredere discussie rondom private equity in de zorg 34). Wij zullen, in afstemming met de minister van VWS, onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een centraal register voor private-equity partijen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
2. Gehechtheid als onderwerp van de ontwikkelingsfactoren die de jeugdgezondheidszorg volgt en signaleert De motie van het lid Tielen (VVD)verzoekt de regering een advies te vragen over in hoeverre gehechtheid meer onderwerp kan zijn van de ontwikkelingsfactoren die de jeugdgezondheidszorg (JGZ) volgt en signaleert. 35 De professionals van de jeugdgezondheidszorg verkeren bij uitstek in de positie om de ouder-kindrelatie vroegtijdig ter sprake brengen, mogelijke verstoringen te signaleren en ouders te ondersteunen in hun ouderrol. Naar aanleiding van de motie hebben wij advies gevraagd in hoeverre gehechtheid meer onderwerp kan zijn van de werkzaamheden van de jeugdgezondheidszorg bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) en bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Uit deze advisering concluderen wij dat de JGZ-professional binnen de kaders van hun werkzaamheden van het basistakenpakket JGZ uit de Wet publieke gezondheid zich al maximaal inzetten op het thema gehechtheid. Om hechting goed te kunnen adresseren hebben JGZ-professionals de richtlijn Ouderkind relatie en de richtlijn Kindermishandeling tot hun beschikking. Deze richtlijnen worden regelmatig geactualiseerd aan de hand van onder andere recente wetenschappelijke inzichten. De ouder-kind richtlijn is onlangs vernieuwd en komt eind 2024 in de modulaire vorm beschikbaar.
De richtlijn Kindermishandeling is in herziening en is naar verwachting eind 2024/begin 2025 afgerond. De JGZ-professional kan meer doen aan ondersteuning van ouders, indien gemeenten interventies op het terrein van opvoedondersteuning inkopen bij hun JGZ-uitvoerder met het budget dat ze hiervoor verkrijgen vanuit de algemene uitkering van het Gemeentefonds voor het uitvoeren van de Jeugdwet. In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd stimuleren we gemeenten wel tot het meer inzetten van de JGZ-uitvoerders op het gebied van preventie en opvoedondersteuning. 3. Oplossingsrichtingen voor de vergoeding van kinderopvang en pleegouders De motie van het lid Den Haan (fractie Den Haan) c.s. verzoekt de regering in overleg te gaan over mogelijke structurele oplossingsrichtingen voor de vergoeding van kinderopvang voor pleegouders. 36 Het ministerie van SZW werkt op dit moment aan het stapsgewijs invoeren van een hoge en inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang voor werkende ouders. Door deze stapsgewijze verhoging is de verwachting dat de kinderopvang ook voor veel werkende pleegouders goedkoper zal worden. De staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport zal de ontwikkelingen van het kinderopvangstelsel nauwlettend blijven volgen. 4.
Onderzoeken draagvlak voor opzetten pilot rechte pad pleegzorg De motie van lid Synhaeve (D66) verzoekt de regering te onderzoeken of draagvlak aanwezig is om een pilot uit te zetten van ‘rechte pad pleegzorg’, met
34 In september is een nieuwe motie aangenomen in de Tweede Kamer over het verbieden van private equity in de zorg – Kamerstukken II 2024/25, 36444, nr. 15. 35 Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 108. 36 Kamerstukken II 2022/23, 31839 nr. 956.
Pagina 35 van 39
goede ondersteuning voor pleegouders, en bij voldoende draagvlak deze pilot op te zetten. Voor de uitvoering van deze motie hebben wij informatie opgehaald over een eerdere pilot op dit vlak en is overleg geweest met de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg Nederland. Uit de evaluatie van deze pilot in 2016 kwamen voorzichtige positieve resultaten over de doeltreffendheid. De korte verblijfsduur (drie maanden) van de jeugdige, de extra tijd van jeugdzorgwerkers vanwege de intensieve begeleiding van ouders, een zeer beperkt aantal gezinnen dat beschikbaar was voor deze vorm van pleegzorg en de kosten waren redenen om de pilot geen vervolg te geven. Het draagvlak opnieuw een pilot op te zetten is nu ook niet aanwezig. De inmiddels opgezette Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd bieden soms een alternatief voor deze doelgroep, zo mogelijk worden jongeren daar geplaatst.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
5. Mockingbird De motie van het lid Synhaeve (D66) verzoekt de regering met een plan te komen hoe de positieve ervaringen van het Mockingbirdmodel ingezet kunnen worden voor meer pleegouders. 37 In 2024 zijn er vier pleegzorgaanbieders die vijf Mockingbird constellaties ondersteunen. Om aanbieders, gemeenten en regio’s te faciliteren in de keuze te gaan werken met Mockingbird, financiert de staatssecretaris JPS een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) van de Mockingbird werkwijze. Deze MKBA is naar verwachting in het voorjaar van 2025 gereed. 6. Evaluatie bestuurlijke afspraken verlengde pleegzorg en gezinshuizen De motie van het lid Raemakers (D66) en het lid Ceder (CU) verzoekt de regering de bestuurlijke akkoorden ten aanzien van pleegzorg en gezinshuizen goed te evalueren en de uitkomsten mee te nemen in het besluit over wettelijke verankering van de duur van gezinshuizen. 38 Verlengde pleegzorg is inmiddels wettelijk vastgelegd. Dit moet in praktijk ook zo worden uitgevoerd als pleegkind en pleegouders dit willen. Uit de evaluatie blijkt dat pleegkinderen of pleegouders dit niet in alle gevallen als vanzelfsprekend ervaren.
Daarom zet de staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport samen met de NVP, JZNL en VNG in op extra informatievoorziening voor pleegkinderen en pleegouders - maar ook aanbieders en gemeenten - over het wettelijk recht op verlengde pleegzorg. Hiervoor wordt onder andere platform pleegzorg.nl benut. Verblijf in een gezinshuis na 18 jaar is mogelijk gemaakt door de bestuurlijke afspraken met de sector. Uit de evaluatie blijkt dat verschillen bestaan tussen gemeenten in o.a. de aanvraag tot verlenging, het doen van een noodzakelijkheidstoets en de geldigheidsduur van de afgegeven beschikking. De onderzoekers doen aanbevelingen om beter te anticiperen op de naderende leeftijdsgrens van 18 jaar en de daarmee gepaard gaande verandering in rechten, plichten en voorzieningen. Dit wordt meegenomen in de gesprekken met de gezinshuissector en de VNG.
37 38
Kamerstukken II 2023/24 36410-XVI nr. 97. Kamerstukken II 2021/22 35 833 nr. 22. Pagina 36 van 39
7. Verbetering werkwijze IGJ De motie Synhaeve c.s. verzoekt de regering om de Kamer voor het volgende WGO Jeugd te informeren op welke wijze de IGJ haar werkwijze gaat verbeteren en hierin expliciet aandacht te hebben voor: een betere omgang met signalen en meldingen; betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij het toezicht; de mogelijkheid om een negeerverbod op te nemen bij meldingen van bepaalde ernstige incidenten. 39
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
In het reflectierapport van de IGJ bijgevoegd aan deze Kamerbrief reflecteert de IGJ op haar eigen rol en handelen ten aanzien van het toezicht op de ZIKOS in de afgelopen jaren. Hierin is onder andere gekeken naar de omgang met signalen en meldingen. Een toelichting op dit rapport is opgenomen in de paragraaf 'Transformatie gesloten jeugdhulp' eerder in deze brief. Voor een volledig beeld van de verbeteringen die de IGJ doorvoert in het toezicht verwijzen wij naar het rapport. 8. Beschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamheden van zorgprofessionals De motie van het lid Tielen verzoekt om een concreet actieplan dat het verschil tussen beschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamheden van zorgprofessionals significant verkleint. 40 Het actieplan waartoe de motie oproept, stipt een uitermate belangrijk thema aan en is belegd binnen het vijfjarig actieplan van het consortium kleinschaligheid. In het actieplan van het consortium ontwikkelen instellingen, die bezig zijn met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg of deze al hebben omgebouwd naar andere manieren van residentiële jeugdzorg, samen met onderzoekers en ervaringsdeskundigen, kleinschalige jeugdhulp met verblijf. Diepgaand onderzoek naar personele randvoorwaarden en implementatie van kennis hierover is hier onderdeel van.
Daarbij wordt zowel gewerkt aan verbeteren van competenties en kennis, maar ook aan ondersteuning van professionals en een lerende cultuur. Een van de concrete opbrengsten van het Consortium Kleinschaligheid is een kwaliteitsontwikkelkompas. Belangrijke thema’s in dit kompas zijn 1) de kwaliteit & effectiviteit van de zorg in kleinschaligheid en 2) de personele randvoorwaarden die nodig zijn om op een relatiegerichte, kleinschalige manier te werken. Dit betreffen de rollen en functies en de functiemix die vereist zijn om relatiegericht te kunnen werken, terwijl zaken als aandacht voor teamontwikkeling, supervisie, passende sturing en organisatiecultuur net zo belangrijk zijn voor medewerkers om kinderen en jongeren in de kleinschalige voorzieningen goed en verantwoord te kunnen begeleiden. Het consortium verwacht in de loop van volgend jaar een eerste versie van het ontwikkelkompas te presenteren. Toezeggingen 1. Verantwoordingseisen en toezicht door gemeenten op jeugdhulpaanbieders Het lid Dobbe (SP) en het voormalig lid Synhaeve (D66) verzoeken de regering in hun motie om samen met jeugdhulpmedewerkers, jeugdhulpaanbieders en 39 40
Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1008. Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1011. Pagina 37 van 39
gemeenten uniforme toetsingskaders op te stellen die van toepassing zijn op alle jeugdhulpaanbieders inclusief onderaannemers. 41 Zoals eerder gemeld aan uw Kamer zijn wij in het voorjaar een eerste verkenning gestart rondom mogelijkheden en kwaliteit van informatie in DigiMv om knelpunten beter in beeld te krijgen. 42 Daaruit is naar voren gekomen, ook in relatie tot het verzoek gedaan in de motie, dat het relevant is om beter zicht te krijgen op de informatiebehoefte van de verschillende gemeenten in het uitvoeren van hun wettelijke taken en in hoeverre zij dit nu via separate informatiestromen uitvragen. Hiervoor gaan wij een onderzoek uitzetten. Zodra de uitkomsten van het onderzoek beschikbaar zijn, zullen wij hierop terugkomen.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
2. Verkenning vergunningsplicht In de Kamerbrief van 14 februari 2024 is uw Kamer toegezegd om in 2024 de verkenning af te ronden naar de vraag of het in de rede ligt om waar mogelijk aan te sluiten bij het systeem dat geldt voor de aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg ten aanzien van de vergunningsplicht op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (hierna: Wtza). Dit is een afspraak die is gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Begin dit jaar is deze verkenning gestart. In dat kader is onder meer onderzocht welke doelen een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders zou dienen en hoe de vergunningplicht in het kader van de Wtza functioneert. Ook is bezien wat de impact van dit instrument zou zijn voor het jeugdveld en welke bestaande en toekomende maatregelen er zijn om de achterliggende doelen van vergunningplicht te bereiken. De verkenning is in de afrondende fase. De komende periode benutten wij om met de VNG en de Branches gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) tot een gedeelde visie op dit vraagstuk te komen. Besluitvorming op dit punt is beoogd vóór het einde van dit jaar. Daarna informeren wij uw Kamer over de uitkomst. 3. Schaduwgezinnen Zoals ook aangekondigd in de brief van 21 juni jl. heeft er in september vanuit het ministerie van VWS een vervolgoverleg plaatsgevonden met mw. Doornbos van Schaduwgezin, met het ministerie van OCW en de PO-raad.
43 In het gesprek is meegedacht over het vergroten van de bekendheid over dit initiatief in het land. Er is afgesproken dat de partijen hun informatiekanalen en netwerken benutten om het initiatief van schaduwgezinnen onder de aandacht te brengen van scholen en gemeenten. Mw Doornbos zal ons op de hoogte houden over de pilots die inmiddels zijn gestart in de gemeente Zwartwaterland en wat de opbrengsten zijn zodat betrokken partijen ook hierover kunnen communiceren. Er is afgesproken eind van het jaar bij te praten over actuele ontwikkelingen. 4. Handvatten tarieven Via de motie van het voormalig lid Raemakers (D66) heeft uw Kamer verzocht om het in te richten kennis- en informatiepunt van de Jeugdautoriteit te vragen vóór de zomer 2024 in beeld te brengen welke handvatten benodigd zijn voor de ontwikkeling van tarieven en hierover de Kamer te informeren. 44 De Jeugdautoriteit heeft invulling aan deze motie gegeven door in het rapport ‘Rode Kamerstukken II, 2023-2024, 36410, nr. 100. Kamerbrief voortgangsbrief Jeugd juni 2024. 43 Een schaduwgezin is er om de ouders even te ontlasten en het kind lekker te laten spelen bij een klasgenootje en diens ouders in de buurt. 44 Kamerstukken II 2023/24, 31839, nr. 980. 41 42
Pagina 38 van 39
draden in tarievenonderzoek’ enkele handvatten te geven gericht op regio’s en gemeenten voor het ontwikkelen van tarieven. 45 Voorbeelden hiervan zijn: het gebruik maken van de handreiking ‘Inzicht in tarieven’; het gebruik maken van zoveel mogelijk algemeen geldende begrippen en definities, zoals uit de amvb ‘Reële prijzen Jeugdwet’; het goed doorlopen van de voorbereidende stappen voorafgaand aan het traject van de tariefvorming.
Directie Jeugd Kenmerk 3990184-1074283-J
https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/rapporten/2024/07/18/rode-draden-intarievenonderzoeken-jeugdhulp
45
Pagina 39 van 39