13.b VRU AB20250707-22-1 Oplegger AB - Jaarstukken 2024, begroting 2026 en geactualiseerde begroting 2025 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Veiligheidsregio
Agendapunt Datum
Veiligheidsregio
AB
vergadering
Utrecht
7 juli 2025
Agendapunt
2.2
Jaarstukken VRU 2024,
begroting VRU
begroting
VRU
2026 en
Portefeuillehouder DB
(geanonimiseerd) |
Directielid
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN
Bijlagen
A. Jaarstukken B. Overzicht
<
VRU
C.
2024
zienswijzen voorlopige jaarstukken
ontwerpbegroting VRU
geactualiseerde
2025
VRU
2026
en
VRU
2024,
geactualiseerde begroting
2025
Begroting VRU
2026
en
geactualiseerde begroting VRU
2025
Besluit Het 1.
2.
algemeen
bestuur
kennis te
nemen
2024, de
de
jaarstukken
3.
de
van
begroting
de
Veiligheidsregio
Utrecht besluit:
de tot op heden ontvangen zienswijzen op de voorlopige jaarstukken ontwerpbegroting VRU 2026 en de geactualiseerde begroting VRU 2025;
VRU
resultaat
van
van
VRU
2024 vast te stellen met
voor
het
geactualiseerde begroting VRU 2025 vast te stellen met gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket.
de
de daarin opgenomen
bestemming
2024; VRU
daarin opgenomen
2026
en
de
Toelichting bestuursagenda is opgenomen waar wij voor staan, waar wij voor gaan en wat wij in de beleidsperiode 2024-2027 gaan doen om daar te komen. In de begroting 2026 en geactualiseerde begroting 2025 worden de thema’s uit de bestuursagenda en de bijbehorende doelen gekoppeld aan de activiteiten voor 2026 en de bijbehorende budgetten en dekking (lasten en baten). In de jaarstukken 2024 legt de VRU verantwoording af over de resultaten op de beleidsdoelen en de afgesproken activiteiten, evenals over de bijbehorende inzet van middelen en dekking. In onze
financiële stukken VRU
Zienswijzen
algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) unaniem ingestemd voorlopige jaarstukken VRU 2024, de ontwerpbegroting VRU 2026 en geactualiseerde begroting VRU 2025. Hierbij is het voorstel voor de resultaatbestemming tijdens de AB-vergadering aangepast. De aangepaste stukken zijn op 1 april 2025 voor zienswijzen aangeboden aan de deelnemende gemeenten, met een aanvullende correctie op 15 april 2025. Gemeenten hebben tot en met 24 juni 2025 de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Op
24
maart
2025
met
Tot op heden
heeft het
de
zijn 25 zienswijzen ingediend, waarvan 15 als definitieve reactie en 10 als conceptreactie. Van één gemeente is nog geen zienswijze ontvangen. De bijgevoegde notitie (bijlage B) geeft een overzicht van de ontvangen zienswijzen.
Voorlopig beeld De meeste gemeenten stemmen in met de voorlopige jaarstukken 2024 , de ontwerpbegroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 van de VRU. Daarbij is waardering uitgesproken voor de leesbaarheid van de stukken en het terugstorten van het positieve rekeningresultaat. Een aanzienlijk aantal gemeenten geeft aan geen zienswijze in te dienen , maar benadrukt wel het belang van realistische toekomstscenario’s. Daarnaast is steun voor het herzien van de indexeringssystematiek en het versterken van het weerstandsvermogen , gezien de toenemende risico’s. Er wordt verzocht om afronding van het traject Visie op huisvesting en om een lange termijn spreidingsplan voor de brandweerkazernes. Verder is er een blijvende behoefte aan betrokkenheid bij strategische trajecten , zoals de brandweertakendifferentiatie , de bestuursagenda en investeringen in vastgoed en innovatie.
Tegelijkertijd uiten veel gemeenten in hun zienswijzen zorgen over de oplopende financiële druk op hun eigen begrotingen. In lijn met eerdere signalen , onder andere in reactie op de kadernota’s , is er waardering voor het feit dat de VRU deze zorgen serieus heeft opgepakt en naast het oorspronkelijke nulscenario ook een krimpscenario van -3% heeft uitgewerkt. Veel gemeenten benadrukken het belang van duidelijke en realistische keuzes in de verdere uitwerking van de scenario’s. Daarbij vragen zij specifiek aandacht voor de financiële draagkracht van gemeenten en pleiten zij voor het tijdig betrekken van gemeenteraden bij de besluitvorming. Ook is er brede steun voor meer transparantie over reserves en voor afstemming van de indexeringssystematiek met die van het gemeentefonds. Advies bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën De adviescommissie heeft de financiële stukken in de vergadering van 5 juni 2025 besproken en adviseert positief op de voorgestelde besluiten. Jaarstukken VRU 2024 De accountantscontrole over het boekjaar 2024 is afgerond. De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring verstrekt , wat inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie en het resultaat van de organisatie.
Naar aanleiding van de controle zijn nog enkele technische aanpassingen in de jaarstukken gedaan , die geen effect hebben op het rekeningresultaat. De accountantsverklaring is opgenomen in de jaarstukken. Begroting VRU 2026 en geactualiseerde begroting VRU 2025 De voorliggende begroting VRU 2026 is gebaseerd op de vastgestelde ontwerpbegroting VRU 2026 en geactualiseerde begroting VRU 2025 , die op 1 april 2025 voor zienswijzen is aangeboden aan de deelnemende gemeenten , met een aanvullende correctie op 15 april 2025. Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn enkele technische aanpassingen verwerkt , die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage voor 2025 en 2026. Daarnaast is het verwachte positieve saldo van de overheadvergoeding die wij in 2025 ontvangen in het kader van crisisnoodopvang (CNO) in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage voor 2025 (€ 12, miljoen). Dit betreft het saldo over de eerste helft van het jaar , waarvan de realisatie nagenoeg zeker is. Voor de tweede helft van het jaar is de financiële prognose nog onzeker , aangezien de duur van de opvang op verschillende locaties nog niet is vastgesteld en de bijbehorende begroting nog niet is goedgekeurd door het COA. Het verwachte positieve saldo van de overheadvergoeding over het tweede deel van het jaar is verwerkt als storting in de reserve ‘incidentele crisistaken’ ten
2
behoeve van de kernbezetting , waarvoor de financiering op dit moment nog niet volledig is bevestigd. Op het moment dat de financiering van de kernbezetting vanuit het Rijk is bevestigd , zal dit bedrag vrijvallen. Over de inzet van deze middelen kan het algemeen bestuur in het voorjaar van 2026 een besluit nemen bij de behandeling van de voorlopige jaarstukken 2025 en de geactualiseerde begroting 2026. Financieel kader Het opgenomen risico van de korting van 10% op de rijksbijdrage (BDuR) is in voorliggende versie van de begroting aangepast ten opzichte van de ontwerpbegroting. Dit is het gevolg van de uitkomsten van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk , waarin de korting van 10% niet is gerepareerd. Op basis van de meest recente BDuR-brief is de korting daarom met ingang van 2026 structureel verwerkt in de begroting. De rijksbijdrage is een algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU , als onderdeel van het financieel kader. Mutaties van de rijksbijdrage worden verrekend met de gemeentelijke bijdragen. De afgelopen jaren heeft dit steeds geleid tot een voordeel in de gemeentelijke bijdrage. Tegenover de korting op de rijksbijdrage staat echter geen directe besparing op de kosten , waardoor deze exogene ontwikkeling niet structureel neutraal in de begroting verwerkt kan worden. Hierover moet nog bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden bij de kadernota 2027.
Na verrekening met de eerder gereserveerde stelpost voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) van de rijksbijdrage , leidt dit vanaf 2026 tot een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage (€ 11, miljoen). Voor het jaar 2026 is ter dekking van
deze verhoging een incidentele onttrekking aan de bedrijfsvoeringsreserve (algemene reserve) opgenomen , zodat de gemeentelijke bijdrage voor 2026 gelijk blijft aan die in de ontwerpbegroting. De bedrijfsvoeringsreserve is specifiek voor dit risico opgehoogd via de resultaatbestemming van 2024. De toekenning van de LPO 2025 van de rijksbijdrage wordt in juni 2025 verwacht. Een eventueel surplus kan bij de kadernota 2027 worden verrekend met de korting op de rijksbijdrage , waardoor het structurele effect op de gemeentelijke bijdrage wordt verminderd. Vanaf 2027 zal de korting in elk geval tot gevolg hebben dat de gemeentelijke bijdrage structureel moet worden verhoogd. Dit is reeds verwerkt in de meerjarenraming van de voorliggende begroting. De structurele verhoging van de bijdrage wordt verwerkt in de kadernota 2027 , waarbij aanvullende
besluitvorming kan plaatsvinden over eventuele maatregelen. In de voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen geoormerkt voor het versterken van de weerbaarheid , waarvan een aanzienlijk deel is bestemd voor de veiligheidsregio’s. Begin juni 2025 is een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht zich in te spannen om de korting terug te draaien en dit in relatie te zien met de plannen voor de versterking van de weerbaarheid en nationale veiligheid. Het Rijk moet echter nog besluiten of uit deze middelen ook de reparatie
de korting op de rijksbijdrage kan worden gefinancierd. Als daarvoor wordt gekozen , zal dit worden verwerkt in het financieel kader van de kadernota 2027 , met een voordelig effect op de gemeentelijke bijdrage. van
Financiële consequenties In de begroting VRU 2026 en de geactualiseerde begroting VRU 2025 is in paragraaf 2. 3. 8 een
overzicht opgenomen van de financiële effecten van de ontwikkelingen op de bijdrage per gemeente voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) , in 2025 en 2026. In paragraaf 5. 3 is de
3
meerjarenraming van de gemeentelijke bijdrage voor de periode tot en met 2029 inzichtelijk
gemaakt.
Verdere behandeling Na vaststelling worden de financiële stukken toegezonden aan de gemeenteraden en aangeboden aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht.
4