CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

12i. VRU Jaarplan 2022 Woudenberg.pdf

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6a: Ingekomen stukken raadscommissie 08-03-2022 | NOTA BENE: de termijn voor het stellen van TV over deze IS is inmiddels verstreken7.466 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarplan 2022 Woudenberg Inleiding Elk jaar ontvangt u van ons een concept-jaarplan, met daarin een overzicht van de activiteiten die we vanuit Risicobeheersing voor uw gemeente willen gaan uitvoeren. In het jaarplan is rekening gehouden met de voor de gemeente beschikbare capaciteit (naar rato gemeentefondsbijdrage VRU) en de in de gemeente aanwezige risico’s om daarmee een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de veiligheid. In overleg met de gemeente wordt gekeken of in het jaarplan andere accenten moeten worden gelegd, bijvoorbeeld omdat de gemeente andere risico’s ziet, of dat de gemeente -in opdracht van de Raad- andere prioriteiten of ambities heeft. Dit leidt uiteindelijk tot een jaarplan per gemeente, waarop ook de rapportage wordt ingericht. Het jaarplan bestaat uit 3 gemeentespecifieke onderdelen: Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven. Daarnaast zijn er activiteiten die we voor de hele VRU doen (algemeen). Hieronder per onderdeel een toelichting op de producten. In de bijlage(n) staat dit samengevat, incl. de beschikbare capaciteit.

Gemeentefondssystematiek De bijdrage van de gemeente aan de VRU-begroting in 2022 0,81% van de totale bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (zie bijlage 1 van de Begroting 2022, Geactualiseerde begroting 2021). Van de totale productieve capaciteit bij Risicobeheersing (ruim 147.000 uur) is daarmee bijna 1.200 uur voor uw gemeente beschikbaar, en is voor ruim 1.900 uur aan activiteiten ingepland. Deels voor activiteiten die niet specifiek aan één gemeente zijn toe te rekenen (totaal benodigde uren worden verdeeld over de gemeente ‘naar rato’ gemeentefonds). De in dit jaarplan opgenomen (productie)afspraken kunnen we realiseren met de u toegewezen capaciteit. Indien er sprake is van een op handen zijnde overschrijding van de benodigde capaciteit dan nemen we direct contact met u op. Dat kan enerzijds leiden tot het opnieuw prioriteren van het werk, anderzijds tot het in rekening brengen van extra uren. Dit alles vanzelfsprekend in overleg met u.

Kwaliteit De werkzaamheden die de VRU uitvoert, vragen om een goede afstemming en samenwerking met de gemeente. De gemeente is veelal ‘bevoegd gezag’. Daarom wordt vastgelegd wat het niveau van de werkzaamheden of de producten is, en welke termijnen eraan gekoppeld worden. In deze beschrijving zijn de werkzaamheden en taken ten aanzien van advisering, toezicht en (Brand)Veilig Leven opgenomen. De adviseurs en toezichthouders van de VRU geven vakkundig advies en voeren vakkundig toezicht uit ten aanzien van brandveiligheid van bouwwerken, bij evenementen en ten aanzien van omgevingsveiligheid, op bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied. De medewerkers (Brand)Veilig Leven ontwikkelen campagnes en voorlichtingsmiddelen en geven op vakkundige wijze voorlichting aan verschillende doelgroepen ten behoeve van het stimuleren van het (brand)risicobewustzijn en brandveilige gedrag van alle inwoners met betrekking tot hun directe leef- en werkomgeving. De VRU verstaat onder vakkundigheid, dat de medewerkers van Risicobeheersing gezien worden als experts in brandveiligheid en dat zij met een integrale blik en risicogericht met alle partners samen kunnen werken. In de werkzaamheden staat het verzamelen van informatie, het vormen van een oordeel over deze informatie en interveniëren op (brand)onveilig gedrag centraal.

Dit zijn de bouwstenen van de verschillende werkprocessen en werkinstructies. De werkprocessen en werkinstructies zijn allemaal beschreven. De VRU werkt met het workflowsysteem van InProces (Squit 2020 suite).

Pagina

1

Omgevingswet De ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet en de veranderingen in de maatschappij vragen een andere manier van werken, handelen, denken en communiceren. Dit betekent ook een verschuiving in de werkzaamheden door ondersteuning bij het opstellen van Omgevingsvisies en –plannen en bijvoorbeeld meer vooroverleg en advisering bij omgevingstafels. Maatregelen die genomen moeten worden om risico’s te voorkomen of te beperken en (brand)veiligheid te vergroten, zijn niet alleen gebaseerd op de regelgeving (“waar moet aan voldaan worden”), maar vooral op het beperken van de risico’s (“hoe bereik je een zo veilig mogelijke situatie”). Ook worden de inwoners steeds meer gemotiveerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid in hun gebouw en bij evenementen. Meer aandacht voor plannen van aanpak, keurmerken en certificaten. Samenwerken vanuit netwerken en uitgaan van vertrouwen zijn daarbij de sleutelwoorden.

Risicobeheersingsbrede activiteiten We zorgen ervoor dat ééns in de 4 jaar het Regionaal Risicoprofiel (RRP) kan worden vastgesteld door het bestuur. Dit RRP is de basis van het VRU-beleidsplan. Hiertoe houden we het overzicht van de risico-objecten en de ontwikkeling van risico’s in ons verzorgingsgebied. We werken aan een informatiestrategie die moet bijdragen aan het slim gebruiken en verrijken van eigen data en die van onze partners. We bieden inzicht in de kwetsbare en vitale objecten, nu nog beperkt tot de thema’s externe veiligheid, zorg en cultuur. We houden zicht op ontwikkelingen in onze omgeving, omdat nieuwe technieken nieuwe risico’s met zich meebrengen, waarvoor de beschikbare wettelijke kaders onvoldoende houvast geven. Dit geldt met name voor de gevolgen van de energietransitie en klimaatadaptatie, maar ook de invloed van cyber-ontwikkelingen bieden de maatschappij zowel kansen als nieuwe risico’s. Hiertoe analyseren we trends en zetten we in op de ondersteuning van gemeenten om beleidskeuzes te maken die bijdragen aan het vergroten van de veiligheid. De input verkregen uit dit proces wordt ingezet om advies-,toezichts- en voorlichtingsactiviteiten nog meer risicogericht in te zetten. In de gehele keten van risicobeheersing worden hiertoe keuzes gemaakt en accenten gelegd in de uitvoering van taken.

Advies De VRU geeft advies aan de gemeente op het gebied van (brand)veiligheid op basis van de artikelen 10 en 25 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), zoals vastgelegd in het Beleidsplan VRU 2020 – 2023. Daarnaast handelt zij meldingen van brandveilig gebruik af. Advies wordt gegeven op verzoek van de gemeente. De gemeente geeft aan voor welke zaken zij advies wil hebben. Daarnaast kan de VRU ook ongevraagd advies geven. In alle gevallen betreft het een advies en is het aan de gemeente om wel of geen gevolg te geven aan het advies. Ook bij een melding brandveilig gebruik kan een (aanvullend) advies gegeven worden. Wet- en regelgeving waarop getoetst wordt De VRU toetst aan de hand van de regelgeving met betrekking tot brandveiligheid van het Bouwbesluit 2012, de Regeling Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Voor een beoordeling maakt de VRU verder gebruik van het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties en de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Voor evenementen wordt getoetst aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsten (Bgbop) en aan het bouwbesluit 2012 indien bouwsels bij een evenement daaronder vallen. Daarnaast levert de VRU in het kader van risicogericht adviseren, waar mogelijk, een aanvullend advies om risico’s verder te beperken.

Dit doen we door te bezien welke impact de Waboactiviteit op de omgeving (en vv). Belangrijk is dat deze nieuwe/veranderde activiteit niet leidt tot extra benodigde (repressieve) maatregelen.

Pagina

2

Raming 2022 Voor de raming van de aantallen 2022 baseren we ons op de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren, en de eventueel door uw gemeente aangeleverde verwachting. Het is nog niet zeker of de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in juli 2022 van kracht wordt. De verwachting is dat met de invoering van de eerste tranche de gevolgen voor de werkzaamheden van de VRU beperkt blijven. Werkzaamheden Op basis van Wet veiligheidsregio’s (artikel 10c) adviseert de VRU het college van B&W met betrekking tot de brandweerzorg (1.het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt en 2.het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand) en geeft de VRU advies ter voorkoming van onveiligheid. Onderstaand zijn de adviestaken van de VRU uit het basistakenpakket beschreven, zoals vastgelegd in het beleidsplan van de VRU. De VRU zorgt dat de voortgang van behandeling van een advies door de gemeente te monitoren is middels het toesturen van een wekelijks overzicht over lopende adviesaanvragen en meldingen en de betrokken casemanager. Advies in relatie tot de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 1.

Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsactiviteit bouw  voor 2022 is uitgegaan van het gemiddelde van de gerealiseerde aantallen in 2020 en de(prognose)cijfers van 2021 en de door de gemeente aangeleverde informatie [ indien van toepassing}. Met de EIB prognose, die overigens in de 2e helft van 2021 landelijk een lichte groei voorspelt, is geen rekening gehouden omdat de afgelopen jaren is gebleken dat dit per gemeente niet altijd betrouwbaar is. 2. Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsactiviteit gebruik en het afhandelen van meldingen brandveilig gebruik  Voor 2022 gaan we in de planning uit van het gemiddelde van 2020 en 2021. Als de Omgevingswet medio 2022 in werking treedt zal dit aantal lager uitkomen omdat er geen gebruiksvergunningen meer worden verleend en er minder meldingen worden ingediend. 3. Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand) veiligheids- en aan de veiligheidsregio’s gerelateerde geneeskundige aspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsvergunningsactiviteit milieu  voor 2022 is uitgegaan van het gemiddelde van de cijfers die in 2020 zijn gerealiseerd en die in 2021 worden verwacht.

Als gevolg van de energietransitie (waterstof /LNG/CNGtankstation, batterij opslagen, energie opslagen enz.) zien we het aantal adviesverzoeken toenemen. Advies in relatie tot Ruimtelijke ordening 1. Bestemmingsplan inclusief externe veiligheid  Voor 2022 gaan we in de planning uit van het gemiddelde van 2020 en 2021. Er bestaat echter de mogelijkheid dat het aantal adviesverzoeken van uw gemeente hoger kan zijn als gevolg van de “pijplijn-aanpak” voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De pijplijn-aanpak houdt het volgende in: gemeentes willen de verplichte en noodzakelijke toetsing aan de nieuwe regels voorkomen en brengen daarom zoveel mogelijk voorgenomen planwijzigingen vóór 1 januari 2022 in procedure. Deze kunnen na 1 januari 2022 nog tijdelijk onder het oude recht en dus onder de thans geldende criteria worden afgerond. Dit punt willen we graag met u bespreken. 2. Advies bij het ontwikkelen en opstellen van omgevingsvisies  De VRU is met alle gemeentes en andere ketenpartners in contact om zich voor te bereiden op de Omgevingswet. Hiermee worden we al in een vroeg stadium betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.  We hebben voor uw gemeente een inschatting gemaakt hoeveel uur de VRU denkt te moeten bijdragen in het tot stand komen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Ook de bijdrage van de VRU aan bijeenkomsten ‘omgevingstafel’ is zichtbaar gemaakt.

Pagina

3

3. Advies bij het ontwikkelen en opstellen van omgevingsplannen, eventuele omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten 4. Omgevingstafel Aanwijzing bedrijfsbrandweer 1. Aanwijzen inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig  Dit betreft een VRU-taak (dus de uren worden niet aan de gemeente toegerekend, maar naar rato over alle gemeenten verrekend met de beschikbare capaciteit).  In uw gemeente zullen we de beoordeling uitvoeren voor Van Appeldoorn Chemical Logistics B.V. 2. Bepalen aan welke eisen het personeel en het materieel van een bedrijfsbrandweer moet voldoen Advies in relatie tot evenementen 1. Het adviseren van het bevoegd gezag in het kader van brandveiligheid, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing ten aanzien van evenementen  Welke mogelijkheden er zijn om in 2022 weer meer evenementen te organiseren is nog niet duidelijk. Om toch tot een schatting te komen, zijn we ervan uitgegaan dat in de tweede helft van 2021 de situatie weer “normaal “ is. We hebben de cijfers van 2022 gebaseerd op de oorspronkelijke raming van 2020. Overige advisering Tot slot adviseren wij risicogericht over veiligheidsaspecten die we zien bij ontwikkelingen als de energietransitie, klimaatverandering en/of trends in incidenten die zich voordoen en waarvoor nog geen wetgeving is. Zie separaat bijgevoegd overzicht productgegevens jaarplan 2022

Toezicht Er wordt toezicht gehouden op de naleving van brandveiligheidseisen tijdens de bouw, bij bestaande gebouwen en bij evenementen. Om een brandveilige omgeving te waarborgen moeten er maatregelen genomen worden. De eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt altijd bij de mensen zelf, bijvoorbeeld de eigenaar van een bouwwerk, de organisator van een evenement, of de drijver van een inrichting. Door de VRU wordt toezicht gehouden om normconform gedrag te realiseren. De VRU houdt risicogericht toezicht, daar waar de grootste risico’s voor de samenleving bestaan. Toezicht wordt uitgevoerd op basis van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Wet- en regelgeving waarop getoetst wordt De VRU houdt toezicht op de naleving van brandveiligheidsvoorschriften op basis van de artikelen 10 en 25 Wvr en aan de hand van de regelgeving met betrekking tot brandveiligheid van het Bouwbesluit 2012, de Regeling Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Voor een beoordeling maakt de VRU verder gebruik van het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties en de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Voor evenementen wordt getoetst aan de plaatselijke APV en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsten (Bgbop) en aan het bouwbesluit 2012 indien bouwsels bij een evenement daaronder vallen.

De VRU controleert nieuwbouw, bestaande gebouwen en evenementen. Hierbij wordt gecontroleerd op bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten. Raming 2022 Voor de raming van de aantallen 2022 baseren we ons op de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren, en de eventueel door uw gemeente aangeleverde verwachting. In 2022 hopen

Pagina

4

wij dat er geen beperkende maatregelen ten gevolge van Covid worden opgelegd en dat alle controle werkzaamheden als gepland kunnen worden uitgevoerd. Werkzaamheden Toezicht op de bouw: Vindt plaats op verzoek van de casemanager van de gemeente. Wij gaan er van uit dat de gemeente bij ons de bouwprojecten aandraagt en ons uitnodigt voor inspecties tijdens de realisatiefase. Per bouwproject kunnen meerdere controles worden uitgevoerd (startcontrole, opleveringscontrole, controle van de installaties). Dit kan in onderlinge afstemming tussen bouwinspecteur gemeente en inspecteur VRU worden bepaald. De bouwinspecteur verzorgt de correspondentie naar de bouwer en neemt hierin de bevindingen van de VRU mee.  Voor toezicht op de bouw is gekeken naar de ontwikkelingen per gemeente. Voor 2022 hebben we onze raming gebaseerd op ervaringen in 2021. Toezicht bestaande bouw De controles bestaande bouw worden geprioriteerd aan de hand van de Risicomodule preventietaken (zie bijlage 1), waarin per gebouwcategorie de risico’s van het optreden van een incident in een gebouw gekoppeld worden aan de kans dat een dergelijk incident zal optreden; de kans maal effect benadering. De score bepaalt de risicoklasse, waaraan de controlefrequentie is gekoppeld (controle 1 keer per jaar, 1 keer per 2 jaar of 1 keer per 4 jaar).

 Het overzicht van geplande controles bestaande bouw (gebouwenlijst) 2022 ontvangt u bij dit jaarplan. We vragen om een controle van deze lijst en om eventuele aanvullingen of wijzigingen. Desgewenst kan op verzoek van de gemeente de gebouwenlijst worden aangepast, wanneer de gemeente dat vanuit haar risico-optiek nodig acht.  Naast controles op bouwkundig, installatietechnische en organisatorisch gebied gaan we in 2022 aan de slag met enkele pilots (nieuwe interventies), omdat we willen onderzoeken of we capaciteit kunnen vrijspelen voor toezicht op nieuwe risico’s. We gaan de eigenaar of gebruiker vragen om nadere informatie te verschaffen over de staat van de brandveiligheidsvoorzieningen. Dit gaan we doen voor een beperkt aantal kinderdagverblijven en kantoren. Op deze manier willen we de eigenaar of gebruiker nog nadrukkelijker betrekken bij brandveiligheid en tevens kunnen we zo onderzoeken of deze interventie mogelijk efficiency winst oplevert.  In het Jaarplan staat nu maar 1 productregel, waarin initiële controles, hercontroles en overige hercontroles zijn samengevoegd. Er wordt wél op elk onderdeel apart gerapporteerd.  In de planning wordt rekening gehouden met 20% benodigde hercontroles.  De VRU verzorgt de correspondentie over de controles zelfstandig met de eigenaren of gebruikers van een bouwwerk.

De gemeente ontvangt een afschrift van de verstuurde brieven en inspectierapportages, via email adres: loketleefomgeving@woudenberg.nl. Het is de bedoeling dat in de nabije toekomst informatie-uitwisseling mogelijk is via het DSO. Handhaving Politiek en maatschappij verwachten dat het bevoegde gezag uitgaat van vertrouwen, maar verwachten ook dat bevoegd gezag waar nodig optreedt. Daar waar niet aan de regels voldaan wordt, de organisatie niet op orde is en de (vlucht)veiligheid onvoldoende is gewaarborgd, is de brandveiligheid in het geding. Handhaving is dan een logisch gevolg van het toezicht en ook noodzakelijk voor een goed bestuur. De toezichthouders van de VRU hanteren als basis de Interventiematrix brandveiligheid voor de VRU (zie bijlage 2) gebaseerd op de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Hoewel bij een eerste constatering het juridische traject feitelijk nog niet start, is het belangrijk de inspectierapportage zodanig op te stellen dat deze in een verder proces altijd juridisch onderbouwd is. In de inspectierapportages worden standaardzinnen gehanteerd. In de standaardzinnen wordt bij elke specifieke overtreding de passende maatregel aangegeven en op welk wetsartikel dit is gebaseerd. Tevens wordt een termijn benoemd, waarbinnen de constatering moet zijn verholpen.

In het stellen van de termijn is het belangrijk het beginsel van de proportionaliteit te hanteren; de toezichthouder maakt hierin een afweging met betrekking tot de duur en de kosten van de herstelwerkzaamheden. Bij langdurige trajecten

Pagina

5

vraagt de toezichthouder de overtreder een plan van aanpak op te stellen, waarin de herstelwerkzaamheden en termijn nader worden beschreven. Bij een mogelijke handhavingszaak wordt direct contact gelegd met de gemeente aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor de te nemen vervolgstappen.

Voor de werkwijze van Toezicht door de VRU houdt dit in: Bij een initiële controle constateert de toezichthouder van de VRU of aan wet- en regelgeving voldaan wordt. Is dit het geval dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. Is dit niet het geval dan wordt een constateringsbrief opgesteld met termijnen waarbinnen de maatregelen moeten zijn getroffen om de constateringen op te heffen. Deze brief wordt aan de overtreder gestuurd en een copy naar de gemeente. Bij een hercontrole wordt bekeken of de maatregelen zijn getroffen. Is dit het geval dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. Is dit niet het geval dan wordt een brief concept-Last onder dwangsom opgesteld met termijnen waarbinnen de maatregelen moeten zijn getroffen om de constateringen op te heffen. Tevens wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze in te dienen. Wanneer de toezichthouder bij deze stap is gekomen, wordt altijd de teammanager ingeschakeld en de gemeente. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de zienswijze, wordt normaliter de brief Last onder dwangsom verstuurd – dit gaat altijd in overleg met de gemeente. De brief kan worden aangepast naar aanleiding van de zienswijze die is ingediend, bijvoorbeeld aanpassing van de termijn of de hoogte van de dwangsom. Bij de her-hercontrole wordt bekeken of de maatregelen zijn getroffen.

Is dit het geval dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. Is dit niet het geval dan start een eventuele nieuwe opvolging (maatwerk). Dit wordt altijd in overleg met de juridische afdeling van de gemeente opgepakt. Toezicht evenementen Ten aanzien van evenementen wordt de behandelclassificatiescan als uitgangspunt gebruikt. In basis worden alle C-evenementen gecontroleerd. B-evenementen worden gecontroleerd tenzij er geen brandveiligheidscomponent is. A-evenementen worden niet gecontroleerd, tenzij op verzoek van de casemanager van de gemeente of wanneer er een brandveiligheidscomponent is. Bij de meest risicovolle evenementen kan er ook een Veiligheidsoverleg georganiseerd worden (meestal gecoördineerd door de gemeente), waarin ook de toezichthouder participeert. Ook is er signaaltoezicht voor de GHOR en de andere partners als politie en gemeente.  Voor toezicht evenementen is gekeken naar de oorspronkelijke raming van 2020. Behandeling meldingen en klachten (brand)onveilige situatie Klachten en meldingen van burgers en bedrijven over een brandonveilige situatie worden door Toezicht altijd behandeld. Deze meldingen kunnen ook worden ingebracht door onze VRUcollega’s van Risicobeheersing (bijvoorbeeld via de service voor burgervragen), of van Brandweerrepressie.

De melding kan variëren van een klacht van een bewoner over de brandveiligheid in een gebouw tot een melding van (acuut) gevaar.  Voor de raming van 2022 is gekeken naar de oorspronkelijke raming van 2020. Toezicht milieu, vuurwerkopslagen en –verkooppunten Jaarlijks worden er integrale controles uitgevoerd met de ODRU/RUD bij bedrijven met een milieuvergunning of -melding. Onze toezichthouders focussen zich op de BIO-aspecten (bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van brandveiligheid) en geven advies aan de toezichthouders van de ODRU/RUD over brandveiligheidsaspecten bij milieuovertredingen. Hierover worden afspraken gemaakt en vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. In 2022 zullen we óók rapporteren over de afzonderlijke milieucontroles waarbij wij worden gevraagd te inspecteren door gemeente, RUD of ODRU. Deze milieu controles zijn vraaggestuurd. Daarnaast controleren we alle locaties waar vuurwerk wordt opgeslagen en/of verkocht.  De raming is gebaseerd op de bij ons bekende vuurwerklocaties. Gemeente-specifiek: Er zijn twee productregels voor gemeente-specifieke activiteiten:  Gemeente-specifiek toezicht (specifieke projecten - benoemd als aantallen objecten)  Gemeente-specifiek toezicht (Bijzondere handhaving - benoemd als aantallen objecten)

Pagina

6

Door de gemeente kan een verzoek aan de VRU gedaan worden om deel te nemen aan integrale controles. Dit moet altijd gemeld worden aan de teammanagers, die dit verder bij de toezichthouders uitzetten. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om speciale (spoed)handhavingsacties. In de planning voor 2022 is hiervoor beperkt capaciteit opgenomen. Mocht een bijzondere handhaving de inzet van de VRU vereisen, dan zullen wij hiervoor capaciteit beschikbaar stellen. BRZO: De capaciteit voor BRZO-inspecties is geen gemeentelijke basistaak, maar een taak die de VRU regionaal uitvoert. De capaciteit die de VRU hiervoor nodig heeft, is dan ook regionaal geraamd. Er wordt wel op gerapporteerd per gemeente, zodat het voor de gemeente inzichtelijk is of er in 2020 een inspectie is uitgevoerd. Dit geldt ook voor toezicht op de aanwijzing bedrijfsbrandweer. In uw gemeente is 1 BRZO-bedrijf (Van Appeldoorn Chemical Logistics B.V.) gevestigd. In 2022 vindt de beoordeling aanwijzing Bedrijfsbrandweer plaats. Controles in het kader van (nodeloze) alarmeringen ten gevolge van OMS-aansluitingen Dit product is nieuw opgenomen in het Jaarplan 2022. De controles hebben betrekking op bedrijven en instellingen die veel OMS-meldingen genereren.

In dat geval wordt door een toezichthouder van de VRU contact opgenomen met de instelling of het bedrijf om na te gaan wat de oorzaak is van deze meldingen en wat er aan gedaan kan worden. Deze controles zijn ook belangrijk om nodeloze uitrukken van repressief brandweerpersoneel tegen te gaan. Zie separaat bijgevoegd overzichten:  productgegevens jaarplan 2022  gebouwenbestand waarop we in 2022 gaan controleren

(Brand)Veilig Leven (Brand)Veilig Leven heeft als doelstelling minder branden, minder schade, minder slachtoffers. Dit doen we door het organiseren van voorlichtingscampagnes, het ontwikkelen van voorlichtingsmiddelen en het geven van gerichte voorlichting aan vier doelgroepen waarbij het verhogen van het algemene kennisniveau m.b.t. de risico’s en het bieden van concreet handelingsperspectief voor brandveiliger gedrag, centraal staan. Hieronder wordt per doelgroep toegelicht welke activiteiten door (Brand)Veilig Leven worden uitgevoerd en waar de raakvlakken zitten met partnerorganisaties en specifiek de gemeente. In bijlage 3 worden de activiteiten verder gespecificeerd. Jeugd (Brand)Veilig Leven streeft naar een brandveilige generatie. Een nieuwe generatie voor wie het signaleren van brandrisico’s en het hier proactief naar handelen net zo’n geautomatiseerd gedrag is als het bekende links-rechts-links kijken vóór het oversteken. Dit vraagt dat deze nieuwe generatie van jongs af aan wordt aangeleerd, hoe dit te doen. Er zijn enkele onderzoeken gedaan naar het effect van de brandveiligheidslessen in het basisonderwijs in het land met positieve resultaten. Ook zijn er verschillende casus bekend waarbij kinderen een brand hebben kunnen deescaleren na deel te hebben genomen aan een brandveiligheidsles van de brandweer op school. Hiernaast weten we dat goed voorbeeld doet volgen.

Daarom richten we onze activiteiten niet enkel op de jeugdigen zelf maar ook op ouders van gezinnen met nog kleine kinderen. Concrete activiteiten van (Brand)Veilig Leven voor deze doelgroep zijn;  

De landelijke leerlijn voor groep 1 t/m groep 8 structureel bij alle basisscholen onder de aandacht brengen. Het geven van online/fysieke lessen aan de kinderen in groep 4. a) Hierbij zijn wij afhankelijk van de bereidheid tot medewerking van de basisscholen daar brandveiligheidslessen geen onderdeel zijn van het verplichte curriculum.

Pagina

7

b)

De verwachting is dat we in 2022 op 40% van de scholen ook daadwerkelijk les kunnen/mogen geven aan de leerlingen in groep 4. In Woudenberg kennen wij 5 basisscholen en verwachten wij er bij 2 les te gaan geven. Brandveiligheid als thema onder de aandacht brengen bij jonge gezinnen door; a) De samenwerking aan te gaan met partnerorganisaties zoals GGD (consultatiebureaus), kraamzorg e.a. relevante partijen in de leefomgeving van jonge gezinnen. b) Voorlichtingscampagnes gericht in te zetten op deze doelgroep c) Dat de afdeling publiekszaken van de gemeente bij aangifte geboorte de jonge ouders enkele brandveiligheidstips meegeeft. In Woudenberg is dit al in 2021 gestart. In ontwikkeling is een lesmodule brandveiligheid voor het (v)MBO gericht op de stroming zorg en de stroming bouwen. Zodra deze lesmodule wordt gepubliceerd wordt deze actief onder de aandacht gebracht van de (v)MBO opleidingen in de regio.

Kwetsbare inwoners De extramuralisering in de zorg enerzijds en de vergrijzing anderzijds, maken dat de verwachting is dat het aantal kwetsbare inwoners in de komende jaren zal toenemen. Met de definitie ‘kwetsbare inwoners’ refereren wij aan alle personen die niet zelf in staat zijn om; 1) Adequaat een calamiteit in te schatten (door bijvoorbeeld beperkte verstandelijke vermogens), en/of 2) Adequaat te handelen naar de ontstane calamiteit (door bijvoorbeeld een gebrek aan kennis hoe te handelen), en/of 3) Zichzelf in veiligheid kan brengen (door bijvoorbeeld beperkte mobiliteit). Naast de groeiende groep kwetsbare inwoners die zelfstandig wonen, leeft in deze regio een grote groep kwetsbare inwoners binnen een zorginstelling. We weten dat woningbranden zich steeds sneller ontwikkelen door het gebruik van veel synthetische stoffen in de huidige meubels. De energietransitie zorgt voor nieuwe brandrisico’s in de leefomgeving en enkele onderzoeken hebben uitgewezen dan senioren hun eigen vermogens tot handelen vaak overschatten en dat ook de basiskennis over hoe juist te handelen vaak ontbreekt. Hiernaast weten we dat het brandveiligheidsbeleid binnen zorginstellingen om constante aandacht vraagt van deze organisaties en zorgpersoneel. Dit tezamen maakt dat de kwetsbare inwoners van de regio voor ons een belangrijke doelgroep zijn.

Concrete activiteiten van (Brand)Veilig Leven voor deze doelgroep zijn; 

Periodiek overleg met de zorginstellingen in de regio over de manier waarop zij omgaan met de brandveiligheid op de zorglocaties en de wijze waarop wij ze daarbij kunnen ondersteunen. o Indien door de zorginstelling gewenst helpen wij de zorginstellingen bij implementatie van de ‘toolbox brandveiligheid in de zorg’ welke zich richt op het (brand)veiligheidsgedrag van het zorgpersoneel. Dit doen we door enkele train de trainer bijeenkomsten te organiseren i.s.m. de zorginstelling. Periodiek overleg met het sociaal domein/WMO van de gemeente over mogelijkheden tot samenwerking. Denk hierbij aan; o Het voorlichten van WMO medewerkers, welzijnswerkers, thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers om brandveiligheidsrisico’s bij de kwetsbare inwoners thuis tijdig te signaleren en te weten hoe hiernaar te handelen. o Het sociaal domein informeren over de mogelijkheden die er zijn om nog op andere wijze dan via voorlichting de brandveiligheid bij de mensen thuis te verhogen. In overleg kunnen wij de gemeenten en/of andere partijen uit het sociaal domein ondersteunen bij activiteiten die hiervoor worden geïnitieerd.

Pagina

8

Het algemeen publiek De meeste slachtoffers van brand vallen in de woning waarbij de 3 meest voorkomende brandoorzaken in de regio, koken, stoken en elektrische apparatuur zijn. Wij vinden het dan ook belangrijk dat iedere inwoner in de regio met enige regelmaat stil staat bij de brandveiligheid in zijn/haar woning. Brandveiligheid brengen we dan ook met regelmaat bij het algemeen publiek onder de aandacht met de volgende concrete activiteiten; 

We besteden met regelmaat aandacht aan brandveiligheid in huis via de (sociale) media kanalen van de VRU. We vragen hierbij de gemeenten om deze berichten actief te delen via de eigen (sociale)media kanalen. We participeren ieder jaar aan de nationale campagnes van het netwerk Nationale Brandpreventieweken met in aanvulling daarop enkele regionale activiteiten. Het gaat hierbij om de Koolmonoxide campagne in februari en november en de Nationale Brandpreventieweken in oktober. We zijn laagdrempelig bereikbaar voor burgers met specifieke vragen over de brandveiligheid in hun woning. Alle vragen worden binnen 2 dagen in behandeling genomen en kunnen op verschillende manieren worden afgehandeld. Denk hierbij aan telefonisch, per mail, via videobellen of WhatsApp. We geven voorlichting op verzoek aan bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren. Alle verzoeken die we ontvangen worden binnen 2 weken in behandeling genomen en indien passend bij het taakveld van (Brand)Veilig Leven in overleg met de aanvrager uitgevoerd. We geven ongevraagd voorlichting op het moment dat we kans zien voor een moment waarop een doelgroep ontvankelijk is voor onze boodschap. Enkele voorbeelden hiervan zijn; o Dat de afdeling publiekszaken bij inschrijving van nieuwe inwoners enkele brandveiligheidstips meegeeft.

o Dat we met voorlichtingsmiddelen aanwezig kunnen zijn bij evenementen maar ook in publieke ruimten zoals een bibliotheek. In Woudenberg zullen we naar verwachting in 2022, éénmaal deelnemen aan een evenement met de roadshow met Virtual Reality.

Ondernemers Op verzoek van ondernemers en gemeenten neemt (Brand)Veilig Leven structureel deel aan de activiteiten in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). Ons valt hierbij op dat het brandveiligheidsthema maar een zeer klein onderdeel hierin bedraagt. We missen hierbij het directe contact met de ondernemers. Bij veel bedrijven in de regio vinden vanuit toezicht met regelmaat brandveiligheidscontroles plaats. Bij een nog grotere groep bedrijven is dit echter niet het geval. We willen juist ook met deze bedrijven in contact komen over de brandveiligheidsmaatregelen die zij (moeten) treffen. Hiernaast willen we de ondernemers actiever informeren over externe veiligheidsrisico’s en de mogelijke impact hiervan op het bedrijf. Hiervoor is een portal in ontwikkeling. Op het moment dat de portal in een gemeente wordt ingezet zullen we met de gemeente in overleg gaan in welke mate wij ook nog bij de KVO’s en KVU’s betrokken blijven. 

Bij ons is geen KVO terrein in Woudenberg bekend. We verkennen graag in 2022 samen met gemeente de mogelijkheden m.b.t. het inzetten van de portal die hierboven is toegelicht.

Pagina

9

Bijlage 1 Risicomodule© preventietaken Veiligheidsregio Utrecht Periodieke controles brandveiligheid

Naar start Naar risico analyse

Code

Beschrijving

effecten

naleving

Totaal

Klasse

Frequentie

4300,05

Ziekenhuis > 5000 pers.

9,5

6,2

59,1

I

100%

4400,03

Verpleegtehuizen > 250 pers.

8,9

6,3

56,3

I

100%

4300,06

Ziekenhuis incl. gesloten afdeling

9,1

6,2

56,2

I

100%

4300,04

Ziekenhuis 1000 pers. - 5000 pers.

9,4

5,8

54,4

I

100%

4400,04

Verpleegtehuizen incl. gesloten afdeling

8,6

6,3

54,3

I

100%

4300,03

Ziekenhuis 500 pers. - 1000 pers.

9,3

5,8

54,0

I

100%

1600

Woningen (bedrijfsm./complexen) niet zelfredz.bew. > 10 pers.

8,4

6,4

53,8

I

100%

4400

Verpleegtehuizen > 10 pers.

8,3

6,4

52,8

I

100%

1700,01

Bejaardenoorden / verzorgingshuizen - Woonzorgcomplexen

8,3

6,3

52,1

I

100%

4400,02

Verpleegtehuizen 50 pers. - 250 pers.

8,6

6,0

51,7

I

100%

1700

Bejaardenoorden / verzorgingshuizen > 10 pers.

8,3

6,2

51,2

I

100%

4300,02

Ziekenhuis 50 pers. - 500 pers.

8,6

5,9

50,8

I

100%

4400,01

Verpleegtehuizen 10 pers. - 50 pers.

8,1

6,0

48,4

I

100%

1100

Tehuizen > 10 pers.

8,5

5,6

47,7

I

100%

4300

Ziekenhuis > 10 pers.

8,4

5,6

46,9

I

100%

4200,01

Klinieken (poli-, psychiatr., ..) incl. gesloten afdeling

8,2

5,6

45,8

I

100%

3100,02

Gevangenissen > 50 pers.

8,1

5,6

45,2

I

100%

4300,01

Ziekenhuis 10 pers. - 50 pers.

8,1

5,6

45,2

I

100%

2100

Kinderdagverblijf > 10 pers.

8,1

5,5

44,8

I

100%

3100,01

Gevangenissen 10 pers - 50 pers.

7,8

5,6

43,4

I

100%

1500,02

Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg

7,0

6,2

43,3

I

100%

1500,03

Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg in een woongebouw

7,0

6,2

43,3

I

100%

1500,05

Woning met zorg - groepszorgwoning op afspraak

6,8

6,3

43,0

I

100%

4200

Klinieken (poli-, psychiatr., ...) > 10 pers.

7,9

5,4

42,9

I

100%

3100

Gevangenissen > 10 pers.

8,1

5,3

42,8

I

100%

1500

Woningen met zorg

7,0

6,1

42,6

I

100%

1500,06

Woning met zorg - groepszorgwoning 24 uurszorg

7,0

6,1

42,6

I

100%

1500,07

Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg

7,0

5,9

41,2

I

100%

3100,03

Gevangenissen - niet gelegen in een cellengebouw

7,4

5,1

37,8

I

100%

8100,03

School (l.l. < 12 jaar) >1000 pers.

6,3

5,8

36,6

I

100%

7220

Pension/Nachtverblijf > 50 pers.

6,2

5,9

36,4

I

100%

7120

Hotel > 50 pers.

6,1

5,6

34,0

I

100%

14130

Kampeerterrein/jachthaven > 250 pers.

6,2

5,5

33,9

I

100%

7320

Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) > 50 pers.

6,1

5,5

33,7

I

100%

7210

Pension/Nachtverblijf 50- pers.

5,5

6,1

33,5

I

100%

8100,02

School (l.l < 12 jaar) 250 - 1000 pers.

5,9

5,6

33,2

I

100%

7310

Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) 10-50 pers.

5,6

5,9

33,0

I

100%

1800,01

Kamerverhuur > 4 personen - binnenstad

5,0

6,6

32,9

I

100%

1800,02

Kamerverhuur > 4 personen - niet binnenstad

4,9

6,5

31,8

II

50%

7110

Hotel 10-50 pers.

5,5

5,7

31,3

II

50%

14120

Kampeerterrein/jachthaven 100-250 pers.

5,7

5,4

31,0

II

50%

1800

Kamerverhuur > 4 pers.

4,7

6,5

30,9

II

50%

8100

School (l.l < 12 jaar) > 10 pers.

5,4

5,7

30,7

II

50%

8100,01

School (l.l < 12 jaar) 10 - 250 pers.

5,4

5,7

30,7

II

50%

1500,01

Woning met zorg - zorgclusterwoning zorg op afroep in een woongebouw

4,8

6,3

30,6

II

50%

14110

Kampeerterrein/jachthaven 50-100 pers.

5,4

5,6

30,5

II

50%

2930

Cafés, discotheek, restaurant > 500 pers.

4,5

6,7

30,3

II

50%

2200

Peuterspeelzaal > 10 pers.

5,6

5,2

29,0

II

50%

10100,02

Winkelgebouwen winkelcentra

4,4

6,5

28,7

II

50%

1500,04

Woning met zorg - groepszorg woning zorg op afroep

4,7

5,9

28,1

II

50%

2920

Cafés, discotheek, restaurant 250-500 pers.

4,4

6,4

27,9

II

50%

10140

Winkelgebouwen > 1.000 pers.

4,4

6,3

27,8

II

50%

5130,05

Fabrieken > 500 pers. - industrie - BRZO

4,6

5,9

27,3

II

50%

1200

Kloosters/abdijen

5,4

5,0

26,9

II

50%

11230

Stationsgebouwen > 500 pers.

4,5

5,9

26,5

II

50%

1300

Woongeb. met inpandige gangen

5,1

5,2

26,3

II

50%

2730

Tentoonstellingsgebouwen > 500 pers.

4,4

6,0

26,3

II

50%

5130,03

Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg

4,4

5,9

26,1

II

50%

5130,04

Fabrieken > 500 pers. - industrie - BEVI

4,4

5,9

26,1

II

50%

5120,05

Fabrieken 250-500 pers. - industrie - BRZO

4,5

5,8

25,9

II

50%

10130

Winkelgebouwen 500-1.000 pers.

4,3

6,0

25,9

II

50%

2330

Theater, schouwburg, bioscoop, aula > 500 pers.

4,6

5,5

25,4

II

50%

4100

Gezondheidsdiensten > 50 pers.

4,7

5,3

25,1

II

50%

Pagina

10

8230

School (l.l. > 12 jaar) > 1000 pers.

4,2

5,9

24,8

III

25%

5120,03

Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg

4,3

5,8

24,7

III

25%

5120,04

Fabrieken 250-500 pers. - industrie - BEVI

4,3

5,8

24,7

III

25%

9230

Sporthal, stadion > 1.000 pers.

4,4

5,6

24,7

III

25%

8230,01

School (I.I. . 12 jaar) Universiteitsgebouwen

4,1

5,9

24,2

III

25%

5110,05

Fabrieken 50-250 pers. - industrie - BRZO

4,2

5,8

24,0

III

25%

5130

Fabrieken > 500 pers.

4,1

5,8

23,8

III

25%

5130,02

Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg

4,1

5,8

23,6

III

25%

14200

Markt (periodieke markten)

3,7

6,4

23,6

III

25%

2430

Museum, bibliotheek > 500 pers.

4,5

5,2

23,5

III

25%

2320

Theater, schouwburg, bioscoop, aula 250-500 pers.

4,3

5,5

23,4

III

25%

10120

Winkelgebouwen 250-500 pers.

3,9

6,0

23,4

III

25%

2720

Tentoonstellingsgebouwen 250-500 pers.

4,0

5,8

23,2

III

25%

5110,03

Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg

4,0

5,8

22,9

III

25%

5110,04

Fabrieken 50-250 pers. - industrie - BEVI

4,0

5,8

22,9

III

25%

10100,01

Winkelgebouwen incl. gevaarlijke stoffen

3,8

6,0

22,8

III

25%

9300

Zwembad

3,9

5,8

22,7

III

25%

9220

Sporthal, stadion 250-1.000 pers.

3,9

5,7

22,3

III

25%

5120,02

Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg

3,9

5,7

22,3

III

25%

5130,01

Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg

4,0

5,6

22,2

III

25%

5100,05

Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BRZO

3,8

5,8

22,2

III

25%

2520

Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers.

3,6

6,2

22,2

III

25%

2910

Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers.

3,6

6,1

22,0

III

25%

5130,06

Fabrieken > 500 pers. - gelijkwaardigheid toegepast

3,9

5,7

22,0

III

25%

2420

Museum, bibliotheek 250-500 pers.

4,1

5,3

21,9

III

25%

11220

Stationsgebouwen 250-500 pers.

4,1

5,3

21,9

III

25%

8220

School (l.l. > 12 jaar) 250-1000 pers.

3,9

5,5

21,6

III

25%

5120,01

Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg

3,8

5,6

21,3

III

25%

5120,06

Fabrieken 250-500 pers. - gelijkwaardigheid toegepast

3,7

5,7

21,1

III

25%

5100,03

Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg

3,6

5,8

21,0

III

25%

5100,04

Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BEVI

3,6

5,8

21,0

III

25%

5120

Fabrieken 250-500 pers.

3,8

5,5

21,0

III

25%

6130

Kantoren > 500 pers.

3,9

5,4

20,9

III

25%

2310

Theater, schouwburg, bioscoop, aula 50-250 pers.

3,7

5,6

20,6

III

25%

2410

Museum, bibliotheek 50-250 pers.

3,7

5,6

20,6

III

25%

14300

Tijdelijke bouwsels > 50 pers.

3,5

5,9

20,5

III

25%

5110,02

Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg

3,6

5,7

20,4

III

25%

11100

Studio's (opname bv. TV)

3,9

5,1

20,1

III

25%

5110,01

Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg

3,5

5,7

19,9

IV

25%

10110

Winkelgebouwen 50-250 pers.

3,3

6,0

19,8

IV

25%

12210

Tunnels langer dan 250 meter

3,8

5,2

19,7

IV

25%

2620

Gebedshuis > 250 pers.

3,6

5,5

19,7

IV

25%

5110,06

Fabrieken 50-250 pers. - gelijkwaardigheid toegepast

3,4

5,7

19,3

IV

25%

2999

Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers.

3,3

5,8

19,1

IV

25%

9210

Sporthal, stadion 50-250 pers.

3,3

5,8

19,1

IV

25%

5100,01

Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg

3,2

6,0

19,0

IV

25%

5110

Fabrieken 50-250 pers.

3,4

5,6

19,0

IV

25%

5100,02

Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg

3,3

5,8

19,0

IV

25%

13220

Garage-inrichtingen (alleen opslag, stalling) > 1.000 m2

3,3

5,7

18,7

IV

25%

2510

Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers.

3,2

5,8

18,5

IV

25%

8210

School (l.l. > 12 jaar) 50 - 250 pers.

3,2

5,7

18,2

IV

25%

11999

Overige gebruiksfunctie

3,3

5,5

18,2

IV

25%

2710

Tentoonstellingsgebouwen 50-250 pers.

3,5

5,1

17,9

IV

25%

11210

Stationsgebouwen 50-250 pers.

3,5

5,1

17,9

IV

25%

5100,06

Fabrieken 0-50 pers. - gelijkwaardigheid toegepast

3,1

5,7

17,5

IV

25%

6120

Kantoren 250-500 pers.

3,4

5,1

17,4

IV

25%

5100

Fabrieken 0-50 pers.

3,0

5,7

17,1

IV

25%

13120

Loods, veem, opslagplaats > 1.000 m2

3,1

5,4

16,6

IV

25%

2610

Gebedshuis 50-250 pers.

3,2

5,2

16,6

IV

25%

9100

Gymzaal, studio (ballet bv.) > 50 pers.

3,3

4,9

16,2

IV

25%

12110

Bouwwerk geen gebouw zijnde

3,3

4,8

15,8

V

25%

6110

Kantoren 50-250 pers.

3,1

4,9

15,1

V

25%

2800

Kantine, eetzaal > 50 pers.

3,0

5,1

15,1

V

25%

Pagina

11

Bijlage 2 Interventiematrix brandveiligheid voor de VRU op basis van de LHS

Interventiematrix LHS Brandveiligheid mate van overtreding

A4

B4

4 spoedeisend

C4

D4

pand niet verlaten

pand niet verlaten

A3

B3

C3

D3

A2

B2

C2

D2

A1

B1

C1

D1

3 zware overtreding 2 matige overtreding

1 lichte overtreding A

B

C

D

goedwillend

onverschillig

calculerend

crimineel

gedrag van overtreder

Pagina

12

Bijlage 3 Beschrijving van de activiteiten die door (brand)veilig leven voor de verschillende doelgroepen worden uitgevoerd. Jeugd  

De landelijke leerlijn voor groep 1 t/m groep 8 structureel bij alle basisscholen onder de aandacht brengen. Het geven van online/fysieke lessen aan de kinderen in groep 4. o Hierbij zijn wij afhankelijk van de bereidheid tot medewerking van de basisscholen daar brandveiligheidslessen geen onderdeel zijn van het verplichte curriculum. Brandveiligheid als thema onder de aandacht brengen bij jonge gezinnen door: a) De samenwerking aan te gaan met partnerorganisaties zoals GGD (consultatiebureaus), kraamzorg e.a. relevante partijen in de leefomgeving van jonge gezinnen. b) Voorlichtingscampagnes gericht in te zetten op deze doelgroep c) Dat de afdeling publiekszaken van de gemeente bij aangifte geboorte de jonge ouders enkele brandveiligheidstips meegeeft In ontwikkeling is een lesmodule brandveiligheid voor het (v)MBO gericht op de stroming zorg en de stroming bouwen. Zodra deze lesmodule wordt gepubliceerd wordt deze actief onder de aandacht gebracht van de (v)MBO opleidingen in de regio.

Kwetsbare inwoners  Periodiek overleg met de zorginstellingen in de regio over de manier waarop zij omgaan met de brandveiligheid op de zorglocaties en de wijze waarop wij ze daarbij kunnen ondersteunen. o Indien door de zorginstelling gewenst, helpen wij de zorginstellingen bij implementatie van de ‘toolbox brandveiligheid in de zorg’ welke zich richt op het (brand)veiligheidsgedrag van het zorgpersoneel. Dit doen we door enkele train de trainer bijeenkomsten te organiseren i.s.m. de zorginstelling.  Periodiek overleg met het sociaal domein/WMO van de gemeente over mogelijkheden tot samenwerking. Denk hierbij aan: o Het voorlichten van WMO medewerkers, welzijnswerkers, thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers om brandveiligheidsrisico’s bij de kwetsbare inwoners thuis tijdig te signaleren en te weten hoe hiernaar te handelen. o Het sociaal domein informeren over de mogelijkheden die er zijn om nog op andere wijze dan via voorlichting de brandveiligheid bij de mensen thuis te verhogen. In overleg kunnen wij de gemeenten en/of andere partijen uit het sociaal domein ondersteunen bij activiteiten die hiervoor worden geïnitieerd. Het algemeen publiek  We besteden met regelmaat aandacht aan brandveiligheid in huis via de (sociale) media kanalen van de VRU. We vragen hierbij de gemeenten om deze berichten actief te delen via de eigen (sociale)media kanalen.

 We participeren ieder jaar aan de nationale campagnes van het netwerk Nationale Brandpreventieweken met in aanvulling daarop enkele regionale activiteiten. Het gaat hierbij om de Koolmonoxide campagne in februari en november en de Nationale Brandpreventieweken in oktober.  We zijn laagdrempelig bereikbaar voor burgers met specifieke vragen over de brandveiligheid in hun woning. Alle vragen worden binnen 2 dagen in behandeling genomen en kunnen op verschillende manieren worden afgehandeld. Denk hierbij aan telefonisch, per mail, via videobellen of WhatsApp.  We geven voorlichting op verzoek aan bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren. Alle verzoeken die we ontvangen worden binnen 2 weken in behandeling genomen en

Pagina

13

indien passend bij het taakveld van (Brand)Veilig Leven in overleg met de aanvrager uitgevoerd. We geven ongevraagd voorlichting op het moment dat we kans zien voor een moment waarop een doelgroep ontvankelijk is voor onze boodschap. Enkele voorbeelden hiervan zijn: o dat de afdeling publiekszaken bij inschrijving van nieuwe inwoners enkele brandveiligheidstips meegeeft. o dat we met voorlichtingsmiddelen aanwezig kunnen zijn bij evenementen maar ook in publieke ruimten zoals een bibliotheek.

Pagina

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1681/documents/36012