12b. Uitvoeringsplan aanpak groenbeleid 2021-2025.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsplan aanpak groenbeleid 2021 - 2025
Ontwikkelteam groenbeleid Gemeente Woudenberg Timothy Dernison Tjeerd Jonker Gert Mostert Peter Sneep
januari ’21
Inhoud 1 1.
Inleiding ..................................................................................................................................................................................................................................... 2 Van groenbeleid naar groenaanpak .............................................................................................................................................................................................. 2 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................................................................................... 2
2.
Samenvatting visie: samenhang ................................................................................................................................................................................................ 3
3.
Beleidsthema’s .......................................................................................................................................................................................................................... 4
3.1
Klimaatadaptatie ................................................................................................................................................................................................................... 4
Monitoring van biodiversiteit........................................................................................................................................................................................................ 7 3.2
Natuur en biodiversiteit ........................................................................................................................................................................................................ 7
3.3
Innoveren en verduurzamen ................................................................................................................................................................................................. 8
3.4
Inwonerparticipatie ............................................................................................................................................................................................................... 9
4.
Gemeentelijk groen ................................................................................................................................................................................................................. 11 Planvorming en inrichting ........................................................................................................................................................................................................... 11 Beheerplanning ........................................................................................................................................................................................................................... 11
5.
Financiën ................................................................................................................................................................................................................................. 13
6.
De uitvoeringstabel ................................................................................................................................................................................................................. 14 1
1. Inleiding Van groenbeleid naar groenaanpak In juli 2020 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan voor de gemeente vastgesteld. Een nieuw groenbeleidsplan was nodig door nieuwe inzichten en nieuwe ontwikkelingen rond het groenbeleid. Het groenbeleidsplan leidt tot nieuwe inzichten en op een aantal punten tot nieuwe normen of een aangepaste werkwijze voor het groenbeheer in de gemeente. Daarnaast leidt het plan tot een aantal actiepunten of projecten. Soms moeten ook projecten uitgevoerd worden om tot nieuwe normen of een aangepaste werkwijze te komen. Bij Gemeente Woudenberg is niet de capaciteit aanwezig om alle actiepunten en projecten vanaf het eerste moment op te pakken. Die aanpak zal gespreid in de tijd gebeuren, verdeeld over de geldigheidsduur van het groenbeleidsplan. Om de actiepunten en projecten daadwerkelijk tot uitvoering te brengen dienen ze dus ingepland te worden. Daarvoor is dit uitvoeringsprogramma aanpak groenbeleid bedoeld. Aan de hand van beschikbare mankracht en beschikbare financiën is een planning opgesteld, die ook aanhaakt op processen buiten het groenbeleid, zoals de inwerkingtreding van de omgevingswet, subsidiemogelijkheden en andere projecten van de gemeente. Dit uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen in nauw overleg met het vakteam Realisatie en Beheer, Imkervereniging Scherpenzeel/Woudenberg en Stichting Duurzaam Woudenberg (SDW).
Ook is nauw samengewerkt met het ontwikkelteam duurzaamheid van Gemeente Woudenberg, om dit plan goed af te stemmen op het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid, dat tegelijkertijd geschreven werd.
Leeswijzer Dit uitvoeringsprogramma bestaat uit een toelichting en een tabel. De toelichting start met een samenvatting-plus van het Groenbeleidsplan. De visie (hoofdstuk 2), beleidsthema’s (hoofdstuk 3) en het beheer (hoofdstuk 4) worden kort beschreven. De plus zit in de interpretatie/concretisering en het verder aanhaken op andere processen die in Woudenberg spelen. In de toelichting komen veel van de projecten die in de tabel genoemd worden, al naar voren, zo goed mogelijk ingebed in de processen die al spelen op gebieden als duurzaamheid, burgerparticipatie en biodiversiteit. Hoofdstuk 5 gaat kort in op de beschikbare financiën voor de uitvoering van het groenbeleid. Het plan eindigt in hoofdstuk 6 met het onderdeel waar het eigenlijk om draait: de uitvoeringstabel. De tabel benoemt de concrete acties en projecten, deelt die, waar nodig, op in een aantal stappen en geeft aan in welk jaar (2021 tot 2025) de stap uitgevoerd zal worden. Ook worden per stap de mogelijke samenwerkingspartners benoemd. Met deze tabel is de gemeente in staat om de komende jaren stapsgewijs het Groenbeleidsplan uit te voeren.
2
2. Samenvatting visie: samenhang Gemeente Woudenberg wil een veilige, functionele en toekomstbestendige openbare ruimte. De gemeente wil dat bereiken door meer samenhang aan te brengen in de openbare ruimte. En die samenhang dient voor wat betreft het groen op verschillende manieren vorm te krijgen: •
Samenhang tussen groen, de ondergrond en water: het juiste groen op de juiste plek;
•
Een samenhangend (zo volledig mogelijk) groennetwerk: visueel helder en aantrekkelijk en bijdragend aan de migratie van planten- en diersoorten. Het gaat om groen binnen en buiten de bebouwde kom en zowel om particulier groen als gemeentelijk groen.
•
Groen dat samenhang vertoont met en functies vervult voor andere beleidsvelden, zoals verkeer, klimaatadaptatie, waterbeheer en bijdraagt aan doelen uit die beleidsvelden.
•
Samenhang met het verleden: historische landschapselementen worden in stand gehouden en waar nodig hersteld en dragen bij aan de doelen van nu.
Ook wil de gemeente het groen inzetten als verbindend element voor de bevolking: samen nadenken over groen en samen eraan werken. Dankzij de samenwerking en kennisdeling leren mensen elkaar beter kennen (meer samenhang in de bevolking), neemt de kwaliteit van het groen(-beheer) toe en kunnen de inrichting en het beheer van het groen van verschillende eigenaren, waaronder de gemeente, beter op elkaar afgestemd worden. Het groenbeleidsplan werkt vier beleidsthema’s verder uit, namelijk: (1) klimaatadaptatie, (2) natuur en biodiversiteit, (3) innoveren en verduurzamen en (4) burgerparticipatie.
3
3. Beleidsthema’s 3.1 Klimaatadaptatie Dit thema wordt ook behandeld in het Uitvoeringsprogramma duurzaamheid (deelprogramma 2), dat tegelijk met dit uitvoeringsplan vastgesteld wordt. Binnen dit uitvoeringsplan gaat klimaatadaptatie alleen over de vraag hoe en waar groen wordt ingezet om de negatieve gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan of te verzachten. Niet-groene oplossingen komen in het uitvoeringprogramma duurzaamheid aan de orde. Bij klimaatverandering gaat het om extreme weersomstandigheden, zowel nat (extreme buien) als warm (extreme hitte) en droog (lange droge perioden, soms gecombineerd met warmte/hitte). Woudenberg ligt in de Gelderse Vallei, aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. De grondwaterstanden in de gemeente zij daardoor relatief hoog. De gemeente moet dan ook volgens het Groenbeleidsplan met name rekening houden met wateroverlast en in wat mindere mate met hittestress en droogte. Uiteraard draagt de hele buitenruimte – gemeentelijk en particulier – bij aan de klimaatadaptatie. Het groenbeleidsplan spreekt de voorkeur uit om de klimaatadaptieve maatregelen met natuurlijke elementen te realiseren (met nadruk op de combinatie van water en groen), indien nodig versterkt met meer technische maatregelen. De klimaateffecten die in Woudenberg te verwachten zijn, zijn zichtbaar gemaakt in de klimaateffectatlas Vallei en Veluwe.
De atlas geeft aan waar in welke mate overlast ervaren zal worden bij extreme weeromstandigheden. Hieronder enkele voorbeelden:
Wateroverlast Woudenberg, bui van 46 mm/uur
Wateroverlast Woudenberg, bui van 74 mm/uur
Woudenberg, gevoelstemperatuur hete zomerdag
4
Deze atlas kan behulpzaam zijn bij het bepalen waar met prioriteit klimaatadaptieve maatregelen genomen moeten worden, uiteraard met als vervolgvraag hoe het groen daarbij ingezet kan worden. Omdat alle gronden – ongeacht de eigenaar - een rol spelen bij de klimaatadaptatie, zullen goede klimaatadaptieve maatregelen vaak in samenwerking tussen de gemeente en andere partijen tot stand moeten komen. Ook particuliere tuinen en landbouwgronden kunnen bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen. Deze samenwerking kan ook leiden tot een grotere bewustwording van de noodzaak van klimaatadaptatie. Opgave klimaatakkoord
Woudenberg committeert zich aan de afspraken uit het Nederlandse klimaatakkoord (2019). De afgelopen tijd zijn deze landelijke afspraken vertaald naar een Regionaal Adaptatieplan (RAP) en een uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan 2021-2022 worden een groot aantal mogelijke klimaatadaptatieprojecten in de regio genoemd. Sommige daarvan hebben een regionale aanpak nodig, andere kunnen beter lokaal worden opgepakt. In het kader van het klimaatakkoord wil Gemeente Woudenberg voor 2027 14 hectare bebouwd gebied afkoppelen van het riool en klimaatbestendig inrichten. Zo’n project zonder regionaal karkater is in principe voor kosten van de gemeente zelf, dus niet voor het RAP. Wel kan het zijn dat er subsidies beschikbaar komen vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Klimaatadaptatie via inrichting en beheer van groen
Zoals gezegd zijn wateroverlast, hittestress en droogte de belangrijkste klimaateffecten die in Woudenberg kunnen optreden. Groen kan een belangrijke rol spelen bij het voorkomen of verzachten van alle drie deze effecten. Wateroverlast, door heftige regenbuien die het riool en het oppervlaktewater niet direct kunnen verwerken, kan in Woudenberg voorkomen. We willen het risico daarop en de gevolgen ervan beperken. Groen is vaak geschikt als opvanglocatie voor water bij extreme buien. Het water leidt er tot weinig schade. Het water kan daar tijdelijk op het maaiveld staan en vervolgens wegzakken naar het grondwater. Daarvoor dient het maaiveld wel lager te liggen dan het omringende terrein, waar het water minder gewenst is. Dat kan door maaiveldverlaging over een grotere oppervlakte of door te werken met wadi’s: kuilen waar het water tijdelijk in kan staan om vervolgens weg te zakken naar het grondwater. Dankzij de klimaateffectatlas weten we op welke locaties we wateroverlast kunnen verwachten bij extreme buien. Het is zaak om in kaart te brengen of op die locaties groen ingezet kan worden als tijdelijke waterberging en of er daar misschien al projecten in de planning staan, waar het realiseren van een groene waterberging op aan kan sluiten.
Droogte ontstaat door warmte en een tekort aan regen, maar ook omdat we water – vaak dankzij verharding - te snel afvoeren, zodat het grondwater er niet mee wordt gevoed. Bovendien wordt er ’s zomers veel water opgepompt, zowel uit het grondwater als uit oppervlaktewater. Verder is de verdamping 5
in de zomer het grootst. Al die factoren leiden tot een lager peil van het grond- en oppervlaktewater. Dat leidt tot verdrogingsschade en zelfs d1ood bij planten en bomen, met gevolgen voor gemeentelijk groen, groen in tuinen, landbouw, natuur en landschap. De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van de openbare ruimte en kan daarnaast invloed uitoefenen op inwoners om hun eigen gronden – meestal tuinen – in te richten. Door te streven naar minder verhard oppervlak, zowel op gemeentelijke gronden als in tuinen, draagt de gemeente bij aan het in de grond zakken van regenwater en dus de voeding van het grondwater. De gemeente zal dan ook actiever gaan werken aan ontharding en vergroening van gronden, zowel in het openbare gebied als op particulier terrein – via participatietrajecten. Dat zorgt dat de droogtestress voor planten en bomen in droge perioden minder heftig is. Ook het laten wegzakken van water bij extreme buien – het vorige punt – draagt eraan bij. Ook het waterschap kan haar steentje (druppeltje) bijdragen door het oppervlaktewater op een voldoende peil te houden, met positieve gevolgen voor de grondwaterstand. Mens en dier kunnen last van hittestress hebben. Op hete dagen is de behoefte van mensen aan schaduw groot. Hoewel gebouwen ook schaduw geven, voelt de schaduw van beplanting – vooral bomen – het koelste aan.
De gemeente kan werken aan voldoende opgaande – en dus schaduw gevende – beplanting. Vooral onder grote bomen is de temperatuur op warme dagen aanzienlijk lager. Stelregel: hoe groter de boom, hoe groter het effect. Overigens draagt elk groenelement bij aan het verminderen van hittestress. Groengebieden stralen aanzienlijk minder warmte uit dan verharde terreinen. Stelregel: hoe hoger het groen en hoe groter het oppervlak, hoe groter het effect. Woudenberg heeft veel bomen. Gekapte bomen worden gecompenseerd en waar mogelijk worden er extra bomen aangeplant. Dat is goed. Desondanks is een planmatiger bomenbeleid gewenst. Alleen al vanwege de hittestress is het goed dat de gemeente streeft naar veel groen en naar een bomenbeleid waarbij er altijd voldoende grote bomen zijn, zeker in de bebouwde kom. De gemeente dient – naast aanpak van een oorzaak: bijvoorbeeld ontharding – ook te werken aan ‘symptoombestrijding’. Als een beplanting zwaar te lijden heeft onder de verdroging, dan kan de gemeente daar bij vervanging of inboet kiezen voor minder droogtegevoelige plantensoorten. De gemeente zal daartoe inventariseren welke groenelementen onvoldoende vitaal of veerkrachtig zijn bij vormen van klimaatstress. Daar zal de gemeente aanvullende beheermaatregelen nemen, zoals bemesting, beluchting, grondverbetering, enz.
Als beheersmaatregelen niet toereikend zijn, kan de gemeente kiezen voor een klimaatbestendiger inrichting van het groenelement.
6
3.2
Natuur en biodiversiteit
Volgens het groenbeleidsplan hecht de gemeente veel waarde aan het behoud en de versterking van natuur en biodiversiteit binnen de gemeente. Het plan noemt geen soorten of soortgroepen waarop de gemeente zich in het bijzonder wil richten. Wel worden behoud en herstel van landschapselementen (houtwallen en -singels) en een natuurlijk maaibeheer genoemd. De belangrijkste diersoortengroepen die daarin leven zijn vogels (van bos en bosrand), kleine zoogdieren, amfibieën, insecten en andere geleedpotigen. Voor instandhouding en versterking van die populaties dienen de soorten elkaar te kunnen ontmoeten via migratieroutes. Lijnvormige landschapselementen, zoals houtwallen en -singels, bermen en sloten fungeren vaak als zo’n verbindingszone. Zeker voor niet-vliegende soorten dienen de verbindingszones goed op elkaar aan te sluiten. Onderbrekingen mogen niet te groot zijn. Het is dan ook goed dat samenhang het hoofdthema is van het Groenbeleidsplan. Ook de verbindingszones dienen een samenhangend geheel te vormen, zoals weergegeven op de groenstructuurkaart in het plan. Dit uitvoeringsplan benoemt daarom een aantal projecten die bijdragen aan behoud van landschapselementen en realisatie van meer samenhang tussen de landschapselementen.
Ook het ontwikkelen van nieuwe soortenrijke landschapselementen kan daaraan bijdragen, bijvoorbeeld kikkerpoelen, kruidenrijke graslandjes, houtsingels, enz. Omdat het planten en dieren niet uitmaakt wie een verbindingszone of landschapselement beheert en wie eigenaar is, zal de gemeente in veel van deze projecten samenwerken met particuliere grondeigenaren, zoals agrariërs, landgoedeigenaren en ‘gewone’ tuineigenaren. Waar verbindingszones en andere landschapselementen onderdeel worden van een ruimtelijke ingreep, zorgt de gemeente
Monitoring van biodiversiteit Op het eerste gezicht lijkt het eenvoudig om in een afgebakend gebied de biodiversiteit te monitoren: gewoon de soorten en aantallen op gezette tijden tellen en noteren. Toch is dat lastig, vooral omdat dan een ecoloog nodig is, die thuis is in alle soortgroepen en zo ongeveer elke planten- en diersoort kan herkennen. Zulke mensen zijn bijna niet te vinden. Een praktischer methode is het werken met indicatoren. Dat kan gaan om indicatorsoorten maar ook om andere indicatoren van een grote(re) biodiversiteit. Indicatorsoorten zijn planten- of diersoorten die zich thuisvoelen in een goed opgebouwd (en dus soortenrijk) ecosysteem. Als die soort aanwezig is, dan mag je ervan uitgaan dat veel andere, bij dat ecosysteem behorende, soorten ook aanwezig zijn. Andere indicatoren kunnen bijvoorbeeld zijn: het aantal vierkante meters kruidenrijke berm, de humusrijkdom van de bodem, de mate waarin gradiënten (geleidelijke natuurlijke overgangen, van hoog naar laag, van droog naar nat, van voedselrijk naar voedselarm, enz.) aanwezig zijn, de volledigheid van ecologische verbindingen, het aantal planten en plantensoorten dat op een afgebakende vierkante meter groeit, enz. Deze methode is uiteraard minder nauwkeurig maar veel eenvoudiger dan het tellen van alle soorten en ook met deze methode kan de biodiversiteit gemonitord worden.
De grote vraag die dan overblijft is, welke indicatoren Woudenberg gaat gebruiken. De indicatoren moeten eenvoudig meetbaar zijn, goed met elkaar samenhangen, gebruiksvriendelijk zijn en snel resultaten kunnen tonen. Voor gemeenten is nog geen eenduidig instrument met biodiversiteitsindicatoren beschikbaar. Die indicatoren moeten dus ontwikkeld worden op basis van kennis en ervaring. Samenwerking met andere gemeenten en ecologen is daarbij zeker nodig. Op dit punt geldt: al doende leert men. Het is daarom verstandig om te beginnen met enkele goed meetbare en voor de hand liggende indicatoren en het gebruik daarvan in de loop van de jaren op basis van ervaring bij te stellen en te verfijnen. Het kan zijn dat er dan indicatoren bij komen of afvallen. Woudenberg zou kunnen starten met de volgende indicatoren: • • • •
Voor kruidenrijke grasvegetaties: het aantal soorten op een afgebakende vierkante meter Voor bosplantsoen: het aantal inheemse soorten bomen/heesters op een oppervlakte van 20 x 20 meter. Voor kleine zoogdieren en amfibieën: de mate waarin deze soorten zich ononderbroken door het landschap kunnen bewegen in een biotoop waar ze zich thuis voelen. Voor vlinders, bijen: het aantal bloeiende planten op een afgebakend gebied in juni.
Als in 2023 de flora- en fauna-inventarisatie heeft plaatsgevonden (zie uitvoeringstabel), heeft de gemeente inmiddels voldoende ervaring om ook met een aantal indicatorsoorten te gaan werken.
7
voor behoud en herstel van deze elementen. Om die samenhang te plannen en te creëren en om de biodiversiteit te behouden en te versterken is kennis nodig. Op een aantal vlakken is die kennis momenteel nog onvoldoende aanwezig bij de gemeente. Daarom worden aan aantal projecten gestart die de kennis over de bescherming en versterking va natuur en biodiversiteit vergroten en de werkwijze van de gemeente op dat punt verbeteren: •
De gemeente wil weten welke populaties beschermde en bedreigde soorten er binnen de gemeentegrenzen leven. Een ecoloog zal opdracht krijgen om die soorten te inventariseren.
•
De gemeente wil die populaties beschermde en bedreigde soorten actief beschermen en versterken, onderzoekt daarom welke maatregelen daarvoor nodig zijn, bijvoorbeeld aan landschapselementen, natuurgebieden en andere leefgebieden en werkt vervolgens richting de uitvoering van die maatregelen.
•
De gemeente zal inventariseren waar binnen de gemeentelijke werkwijze nog verbeteringen mogelijk zijn als het gaat om het werken binnen de grenzen van de Wet natuurbescherming, en die verbeteringen vervolgens doorvoeren.
•
De gemeente zal actiever optreden tegen invasieve exoten (Unielijst en Japanse Duizendknoop) en daarom inventariseren waar deze voorkomen en per soort een protocol opstellen aan de hand van de door Provincie Utrecht voorgestelde beheermaatregelen. Per soort en locatie wordt een keuze gemaakt: beheersen of bestrijden. De strategie voor bestrijding eikenprocessierups wordt verder uitgewerkt en doorontwikkeld.
3.3
Innoveren en verduurzamen
Voor duurzaamheid is vaak een min of meer innovatieve aanpak nodig. Vandaar dat die twee onderwerpen in één hoofdstuk worden behandeld. Het groenbeleidsplan streeft meer duurzaamheid (vaak via innovatie) na bij de planvorming en inrichting van groen, bij het beheer van groen en in het omgaan met machines en materialen. Ruimtelijke planvorming en vergunningprocessen Groen en natuur moeten goed verankerd zijn en de ruimtelijke plannen en via die plannen beschermd worden. In deze fase geldt dat vooral voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Verder dienen groenbeheerders al vroeg in het ontwerpproces betrokken worden, zodat bestaand groen optimaal in nieuwe plannen ingepast kan worden en nieuw groen (inclusief bomen) een zo goed mogelijke standplaats krijgt. Ook kan in zulk goed overleg geregeld worden 8
dat uitvoeringswerkzaamheden op dezelfde plek zo veel mogelijk tegelijkertijd plaatsvinden. Dat leidt vaak tot kostenbesparingen en minder overlast. Rond duurzame energiewinning formuleert het plan een richtlijn: Bestaande groenstructuur wijkt niet voor zonnepanelen. Deze richtlijn dient verder uitgewerkt te worden. Groenbeheer gemeente Volgens het groenbeleidsplan wil de gemeente de bestaande groenstructuren behouden of versterken. Vooral op het gebied van bomen zijn de duurzaamheidsambities van de gemeente hoog. De gemeente heeft de normen van het Norminstituut Bomen al van toepassing verklaard en zal zich daarbij aansluiten. Verder wil de gemeente jaarlijks 1% bomen erbij, aansluitend op de landelijke doelstelling. Aan de andere kant gaat Woudenberg voor grote, gezonde bomen: “We hebben liever één volwassen grote boom op een goede groeiplaats, dan meerdere kleine bomen die niet volledig ontwikkelen”(Gbp, pag 20). Ook moeten de bomen passen op de groeilocatie: een goede relatie soort-groeiplaats (dus niet: de plek geschikt maken voor de boom die er staat of die we er willen hebben). Ze moeten zo min mogelijk in conflict komen met kabels en leidingen. Ook bovengrondse conflicten moeten vermeden worden. Verder moeten de bomen voldoende resistent zijn tegen ziekten en aantastingen en bijdragen aan de groenstructuur en aan de instandhouding van beschermde soorten.
Dat wil de gemeente bereiken via vervanging en aanplant. De gemeente kiest ervoor om daarvoor de theoretische afschrijvingstijd van de bomen te berekenen en vervangingsbudget te reserveren. Materiaal en materieel Als het gaat om materiaal, dan maakt het groenbeleidsplan onderscheid in gebruiksmaterialen, verbruiksmaterialen en vrijkomend materiaal (snoeihout). De gemeente wil vooral schoon en stil werken en denkt daarom aan elektrische wagens en machines. Dat wordt meegenomen in een vervangingsplan. Verder wil de gemeente bij de inrichting van de buitenruimte werken met herbruikbare materialen. Ook wil de gemeente snoeimaterialen duurzaam hergebruiken. De komende tijd wil ze de mogelijkheden daarvoor onderzoeken.
3.4
Inwonerparticipatie
Inwonerparticipatie bij het groenbeheer is voor de gemeente heel belangrijk. De gemeente stimuleert dat, en wel om verschillende redenen. Aan de ene kant is ook het particuliere groen nodig om de groene doelen uit het groenbeleidsplan te behalen. Aan de andere kant vindt de gemeente het belangrijk dat de inwoners zich bewust zijn van groen en hun groene omgeving.
9
Groen op gemeentegrond Bij groenprojecten op gronden die in beheer zijn bij de gemeente wordt als eerste gevraagd: is inwonerparticipatie mogelijk? Zo ja, hoe? En welke inwoners kunnen betrokken worden? Uit de directe omgeving van het project of in een wat wijdere omtrek? De gemeente heeft het voornemen om op dit punt vaker het initiatief te nemen. Het betrekken van inwoners varieert per project. Afhankelijk van het project worden omwonenden alleen geïnformeerd of worden ze nauwer betrokken en kunnen ze ook meedenken. De meest vergaande vorm van participatie is groenadoptie, waarbij bewoners òf individueel òf collectief, bijvoorbeeld via een buurtvereniging, een stuk gemeentelijk groen beheren. Groenadoptie wordt geregeld via een beheerovereenkomst. Groen op particuliere grond Voor bereiken van verschillende doelen uit het groenbeleidsplan, bijvoorbeeld biodiversiteit en klimaatadaptatie, kan de gemeente niet zonder de inzet van het particuliere groen. Dat betekent soms dat de gemeente medewerking vraagt van de eigenaren van dat groen, zoals boeren, landgoedeigenaars, de provincie of het waterschap. Omdat de gemeente zich verantwoordelijk weet voor de behalen van de doelen uit het groenbeleidsplan, zoekt ze daarom regelmatig de samenwerking met particuliere grondeigenaren. Het kan gaan om wat grotere zaken maar ook om kleine ingrepen. Enkele voorbeelden: • • • •
Een particuliere tuineigenaar krijgt advies over een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke inrichting van zijn tuin, bijvoorbeeld via Heuvelrugtuinen. Een boer laat een knotploeg op zijn land toe om de wilgen te knotten; De gemeente vraagt inwoners om verharding in hun tuin te verwijderen en te vervangen door groen; In overleg met de gemeente realiseert een landgoedeigenaar een kikkerpoel op zijn land, om de biodiversiteit te verhogen of een hiaat in en ecologische verbindingszone te sluiten.
Kennis en bewustwording Zeker bij klimaatadapatie en biodiversiteit ziet de gemeente graag bewuste inwoners. De gemeente kiest ervoor om actief met de inwoners te communiceren over het groenbeleid, in relatie tot klimaat en natuur. De gemeente probeert haar bewoners actief te informeren en te enthousiasmeren via educatie, informatie (krant, website, enz) en bijeenkomsten. Waar mogelijk werkt de gemeente samen met bestaande bewonersorganisaties of individuele personen. Als inwoners zelf met groene initiatieven komen, steunt de gemeente die en stelt kennis beschikbaar. Een financiële bijdrage van de gemeente voor het initiatief is soms mogelijk. De gemeente denkt mee over mogelijke subsidies. De gemeente streeft ernaar dat dergelijke initiatieven uiteindelijk zelfstandig kunnen voortbestaan. Ook bijenlinten, het voedselbosje, enz. vallen in deze laatste categorie. Soms zijn deze projecten geïnitieerd via Groen in de Buurt. De gemeente sluit actief aan bij externe projecten voor gemeenten van bv NMU en IVN, zoals op dit moment de ‘Heuvelrugtuinen’ en pakt waar nodig de rol van aanjager, aansluitend op doelen per wijk of buurt op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie. 10
4. Gemeentelijk groen Verreweg het grootste deel van de activiteiten van de gemeente draait om het gemeentelijke groen, binnen en buiten de bebouwde kom. De gemeente voert de groeninrichting en het groenbeheer grotendeels uit in eigen beheer, dus met eigen personeel en machines. Slechts een klein deel wordt uitbesteed aan aannemers, vaak aannemers met personeel met enige afstand tot de arbeidsmarkt. Groenbeheer begint met planvorming en beheerplanning op kantoor en wordt vervolgens buiten uitgevoerd.
Planvorming en inrichting Beheers- en doelgericht inrichten Groenbeheerders dienen betrokken te zijn bij de planvorming voor een nieuwe inrichting. De groenbeheerder toetst op beheerbaarheid en kijkt of de gewenste effecten, zoals duurzaamheid en klimaatadaptatie, gerealiseerd worden. Dit is een voortdurend proces. De gemeente zou daar graag richtlijnen voor hebben, waarbij het gebiedstype als uitgangpunt genomen wordt. Integrale aanpak Vaak heeft één maatregel in het groen verschillende effecten, voor het klimaat en voor andere doelen die we nastreven. Het planten van een boom draagt bijvoorbeeld bij aan het verminderen van hittestress èn het vasthouden van water èn biodiversiteit. En een wadi kan een soortenrijke kruiden- of grasvegetatie bevatten, waarmee hij – naast de wateropvang – ook bijdraagt aan de biodiversiteit en de vermindering van warmte-uitstraling. Door te kiezen voor de juiste vegetatie op de juiste plek kan het effect voor die verschillende doelen optimaal zijn. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de beheerbaarheid ervan. Een slimme inrichting van de buitenruimte draagt bij aan het regulerend en herstellend vermogen ervan. Goede keuzes vragen een samenwerking tussen de verschillende vakdisciplines in de buitenruimte.
Dat is van belang bij zowel inrichtingsmaatregelen (stedelijke in- en uitbreidingen) als bij de beheersmaatregelen, die vaak kleiner van schaal zijn.
Beheer Planningsinstrumenten Gemeente Woudenberg werkt met het groenbeheersysteem Greenpoint. Daarin zijn een groot aantal beheergroepen gedefinieerd, bijvoorbeeld boom, gazon, haag. Momenteel wordt het beheer voornamelijk uitgevoerd op basis van beeldkwaliteit, aan de hand van de normen van het CROW. Omdat de gemeente het groen meer wil beheren op basis van de functies ervan zal een nieuwe presentatielaag ‘functiegroepen’ in het systeem toegevoegd worden. Per combinatie van functie en gebiedstype wordt vervolgens een gewenst eindbeeld geformuleerd. 11
Inspecties Momenteel (2020) werkt de gemeente met een jaarlijkse inspectie van het openbare gebied, in oktober. Die inspectie wordt uitgevoerd aan de hand van de CROW-beeldkwaliteitsmeetlat. De gemeente wil graag toe naar kwartaalinspecties. En bij die inspecties moet het niet alleen draaien om beeldkwaliteit maar om functionaliteit. Want niet alle groen is in de eerste plaats kijkgroen. Natuurgroen moet vooral een hoge ecologische kwaliteit hebben en recreatiegroen moet robuust zijn. Ook groenaankleding stelt andere eisen dan alleen beeldkwaliteit. Dat betekent dat de gemeente naast de CROW-meetlat andere ‘meetlatten’ nodig heeft voor de andere functies. Om kwartaalinspecties op basis van functies van het groen uit te kunnen voeren is een inspectieprotocol nodig, waarmee vervolgens de kwartaalinspecties in gang gezet worden. Afhankelijk van de functie zal daarbij een hogere of lagere CROW-beeldkwaliteitseis gesteld worden. Daarbij blijft wel de oktoberinspectie de belangrijkste, als integrale hoofdmonitoring. Voor specialistisch werk, zoals bomen snoeien, worden aparte inspecties uitgevoerd. Het is mogelijk om ook inwoners te betrekken bij de inspecties. Na de inspectie Als bij de inspectie blijkt dat een groenelement niet aan de eisen voldoet, dan gaat de gemeente op zoek naar de oorzaak ervan.
Die oorzaak kan op allerlei vlakken liggen: inrichting, gebruik, beheer, weersomstandigheden of een combinatie daarvan. Als de oorzaak helder is, dan kunnen de groenbeheerders komen met voorstellen voor vervolgstappen. Ook die kunnen heel verschillend zijn: • Pleksgewijs nader onderzoek • Evaluatie beheer en onderhoud. Bijstelling ervan. • Aanpassing inrichting • Acceptatie mindere beeldkwaliteit • Overleg met aannemer bij uitbesteding. De voorstellen worden geformuleerd op basis van visie en beleid en rekening houdend met de kosten. Waar mogelijk worden inwoners betrokken. Vaak zullen ook andere gemeentelijke disciplines betrokken worden: integraal werken. De gemeente zou graag een kort protocol hebben om, dergelijke verbeteringsvoorstellen in de openbare ruimte goed af te kunnen wegen. Dat protocol zal in het kader van dit uitvoeringsplan opgesteld worden.
12
5. Financiën Bij het vaststellen van het groenbeleidsplan werden financiële kaders door de Raad vastgesteld. Een belangrijk deel van de projecten zal gefinancierd worden vanuit het reguliere groenbudget, een bedrag van in totaal bijna € 850.000 (cijfers 2020). Het grootste deel van dag bedrag gaat naar salarissen van de groenmedewerkers, machines en plantmateriaal. Een kleine 20% van dat bedrag betreft ‘overhead’, zoals overleggen, bijeenkomsten, huisvesting, ICT en opleidingen. Naast deze kosten zijn er een aantal projecten en activiteiten die uit een aanvullend budget worden bekostigd, zowel incidenteel als structureel geld. Twee projecten krijgen een eenmalig krediet: strategie en aanpak invasieve exoten (€ 5.400, 2021) en inventarisatie locaties waar beschermde planten- en diersoorten zich bevinden, welke risico’s die plekken lopen en welke beschermingsmaatregelen daar nodig zijn (eenmalig € 15.000, 2023). Daarnaast heeft de Raad € 19.500 extra structureel beschikbaar gesteld voor het groenbeheer. Jaarlijks is € 15.000 daarvan beschikbaar voor de bestrijding van invasieve exoten, € 3.500 is voor de licentie Norminstituut Bomen en € 1000,- voor bewustmaking van inwoners rond biodiversiteit in de tuin. In de tabel die de Raad heeft vastgesteld staan nog meer aanvullende structurele bedragen, namelijk € 22.250 per jaar.
Deze bedragen zijn echter ‘on hold’ gezet en zijn dus de komende jaren niet beschikbaar. Het gaat om bedragen voor: •
inwoners stimuleren en ondersteunen bij het treffen van klimaatadaptieve maatregelen op privéterrein (jaarlijks € 10.000);
•
realiseren van jaarlijks 1% meer bomen (vanaf 2022 € 9.750);
•
ondersteunen van groene buurtinitiatieven en deze zo nodig faciliteren met kennis en geld (jaarlijks € 2.500)
Deze laatste drie projecten worden dus niet uit het reguliere groenbudget gefinancierd maar de komende jaren ook niet uit een aanvullend gemeentelijk budget. Dat betekent dat deze projecten alleen doorgang kunnen vinden voor zover er buiten de gemeente financiering voor wordt gevonden. Binnen deze kaders dient het groenbeleidsplan uitgevoerd te worden. Dat betekent dat de bestrijding van invasieve exoten en het werken conform de normen van het Norminstituut bomen sowieso opgepakt kunnen worden (niet ‘on hold’). Verder is per project gekeken of er mogelijk externe financieringsbronnen beschikbaar zijn. Deze zijn – als suggestie - in de uitvoeringstabel genoemd. Tijdens het opstellen van dit uitvoeringsplan is nog niet nagetrokken of de bedragen daadwerkelijk toegekend worden. Het kan goed zijn dat na vaststelling van dit uitvoeringsplan nog nieuwe bronnen naar voren komen. 13
6. De uitvoeringstabel
Samenwerking
Uitvoering
2024
2025
Actiepunten /stappen
2023
Bijdrage aan beleidsdoelen
2022
Gewenst resultaat
2021
In het onderstaande overzicht zijn de doelen uit het Groenbeleidsplan 2020 in de tweede kolom verwoord als resultaten, dus alsof ze afgerond zijn. In de kolom actiepunten/stappen staan de actiepunten die de gemeente dient uit te voeren om tot het resultaat te komen. Waar nodig en mogelijk gebeurt dat met externe partijen (kolom Samenwerking). Helemaal rechts staan de jaartalkolommen. Daar wordt duidelijk in welk jaar of welke jaren een project of projectstap wordt uitgevoerd. Soms staat daar W (Wachten). Dat zijn projecten of projectstappen die volgens de tabel Projectkosten Groenbeleidsplan 20212025 op ‘on hold’ staan, omdat er geen budget beschikbaar is. Deze projecten of stappen zullen gedurende die jaren niet uitgevoerd worden en staan vooral ‘pro memorie’ in deze tabel.
Alle inwoners
W
W
W
W
W
Groenstructuren: inzicht en aanpak 1
Streven naar 1% groei per jaar van het aantal bomen van de gemeente (ambitie klimaatakkoord Nederland)
Biodiversiteit, klimaatadaptatie, inwonerparticipatie
1.
De gemeente zoekt naar geschikte locaties voor nieuwe bomen op gemeentelijke gronden, zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied. Ook bewoners kunnen de gemeente vragen om op een bepaalde plaats een boom te plaatsen.
2.
De gemeente zoekt actief naar subsidies voor het planten van bomen en vraagt deze zo mogelijk aan.
W
W
W
W
W
3.
De gemeente koopt bomen aan en plant deze op de geplande locaties, als er weer budget beschikbaar is.
W
W
W
W
W
4.
De gemeente stimuleert grondeigenaren om zelf bomen aan te planten.
21
22
23
24
25
5.
De gemeente houdt de toe-of afname van het aantal bomen bij via een GIS-systeem als Bomenmonitor of Boomregister.nl
21
22
23
24
25
grondeigenaren
14
2
De gemeente heeft duidelijkheid waar beschermde soorten en rode lijstsoorten gevestigd zijn of leefgebied hebben en welke specifieke risico’s voor deze gebieden van toepassing zijn.
biodiversiteit
6.
De gemeente werkt jaarlijks actief mee aan de boomfeestdag.
Scholen, SWD, Imkervereniging
1.
Zoeken naar kostenbesparingen en financieringsmogelijkheden: subsidies, combinatie met invasieve exoten (nr. 10), mogelijkheden voor samenwerking met buurgemeentes natrekken)
Extern ecoloog
23
2.
Quick scan flora en fauna voor de hele gemeente, zo nodig samen met buurgemeentes. Resultaat: natuurwaardenkaart
Buurgemeentes?
23
3.
Voor een aantal veel voorkomende of bijzondere soorten of soortgroepen op basis van de natuurwaardenkaart en de biotoopeisen/gevoeligheden van de soort de risico’s voor die soorten op de betreffende locaties benoemen
4.
Opstellen realistische instandhoudings- en ontwikkelingsdoelstellingen per soort/soortgroep/locatie
1.
De gemeente onderzoekt of het interessant is om aan te sluiten bij externe netwerken biodiversiteit, zoals het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.
21
22
2.
Bij een positieve onderzoeksuitslag sluit de gemeente zich aan, neemt actief deel en past de opgedane kennis in Woudenberg toe.
21
22
1.
Uitwerken van de ecologische verbindingszones (groenstructuurkaart, pag. 10 GPB en bijlage blz. 56). Per zone benoemen:
Op basis hiervan is helder welke maatregelen nodig zijn om deze natuurwaarden voor de toekomst te behouden.
21
22
23
24
25
23
24
25
23
24
25
23
Evt. betrokken grondeigenaren
23
Verder dienen deze gegevens over ecologische waarden als 0meting voor het biodiversiteitsherstel in de gemeente.
3
4
De gemeente maakt gebruik van externe kennis en netwerken over biodiversiteit.
De gemeente heeft helder hoe de ecologische verbindingszones (verder) ont-
Biodiversiteit, inwonerparticipa-
•
Eigenaren van (delen van) ecologische verbindings-
24
Eigenschappen
15
wikkeld moeten worden, waar nodig met nieuwe landschapselementen, aansluitend op het Natuurnetwerk Nederland, en werkt actief aan realisatie.
tie, klimaatada patatie
Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het bijenbloemenproject wordt in 2021 geëvalueerd en bij een positieve evaluatie voortgezet.
5
De gemeente stuurt actief en via heldere en effectieve strategieën op het behoud en verbeteren van landschapselementen, zoals singels en houtwallen.
Biodiversiteit, klimaatada patie, inwonerparticipatie
•
Doelsoorten/doelsoortgroepen
zones.
•
Samenhang/interactie met het omliggende landschap en andere landschapselementen.
Eigenaren
•
Knelpunten (vaak onderbrekingen voor soorten/soortgroepen), kansen en bedreigingen.
•
Oplossingsrichtingen en beheerdoelen: a.d.h.v. landschapsanalyse en ruimtelijke analyse bepalen of en hoe dat hiaat gesloten kan worden.
2.
Op eigen gronden: beheerdoelen realiseren.
3.
Bijenbloemenproject jaarlijks evalueren en bij positieve evaluatie-uitslag voortzetten.
4.
Op particuliere gronden: beheerdoelen afstemmen met eigenaren en samen zoeken naar mogelijkheden voor realisatie.
21
22
SDW, Imkervereniging, bewoners
23
24
25
23
24
25
1.
Gemeentelijke singels/houtwallen: de gemeente onderhoudt en herstelt de singels en houtwallen conform een beheerplan.
Aanliggende boeren Knotploeg
21
22
23
24
25
2.
Particuliere landschapselementen: Gemeente Woudenberg is lid van het Utrechtse Platform Kleine landschapselementen (KLE). Veel Woudenbergse grondeigenaren hebben zich verenigd in een agrarisch collectief en kunnen via dat collectief vanuit het platform subsidie en advies krijgen voor aanleg en herstel van kleine landschapselementen. De gemeente stimuleert de deelnemers en draagt zelf financieel bij aan de aanleg van landschapselementen op erven en gemeentelijke gronden. Aanleg/herstel en beheer vinden plaats via beheerscontracten, waarop wordt gecontroleerd.
platform KLE,
21
-
-
24
25
Agrarisch collectief Eigenaren van (delen van) landschapselementen/ecologische verbindingszones.
Vanaf 2024 planmatiger werken o.b.v. resultaten project 3
Ruimtelijke planvorming en vergunningprocessen 6
Inzicht per wijk in de fysieke kansen klimaatadaptatie via
Klimaatadaptatie
Inventarisatie via kaartstudie: klimaateffectatlas Vallei en Veluwe, hoogtekaart, kaart gemeentelijk groen, peilbesluitkaarten, enz.
Evt. waterschap
23
16
groen.
Per wijk zijn prioriteiten voor groen en koppelkansen met andere ruimtelijke ingrepen benoemd, zeker v.w.b. klimaatadaptatie. Ook kansen voor biodiversiteit meenemen
Klimaatadaptatie, biodiversiteit
Inventarisatie van geplande ruimtelijke projecten (projecten RO, projecten beheer)
8
Groen wordt in planvormingsprocessen van grote projecten (bv nieuwe woonwijk) vanaf het begin meegenomen. Streven: gemiddeld 20% groen- en wateroppervlak per project.
Biodiversiteit, klimaatadaptatie
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en renovaties maakt een medewerker van groen vanaf het begin deel uit van het projectteam. Zorgen voor heldere afspraken wat onder groen wordt verstaan.
9
Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt te behouden natuur expliciet als bestemming vastgelegd en geborgd in het bestemmings/omgevingsplan.
biodiversiteit
Beleidsmedewerker beheer in werkgroep voor het stedenbouwkundig plan. Zorgen voor goede onderbouwing van te behouden groen- en waterstructuren en elementen op basis van Landschappelijk plan vallei.
10
Nieuwe groene contour vastleggen (Grens bebouwde kom inzake de Wet natuurbescherming,
Duurzaamheid, biodiversiteit,
Overleg met RO, provincie, evaluatie werking bestaande groene contour. Realisatie en Beheer is leidend.
7
In het reguliere overleg Ruimtelijk Domein a.d.h.v. van de kaart uit het vorige punt inventariseren waar kansen liggen voor verbetering groen/groene klimaatadaptatie/biodiversiteit. Vast agendapunt.
Medewerkers RO en beheer, Stichting Duurzaam Woudenberg, Imkervereniging.
Is al regulier
23
21
22
23
24
25
21
Provincie
21
Meenemen in uitwerking omgevingsplan.
17
11
12
voorheen Boswet)
klimaatadaptatie
De gemeente heeft een actuele kaart van waardevolle bomen
Biodiversiteit, klimaatada patie
De gemeente heeft heldere richtlijnen over het samengaan van middelen voor duurzame energiewinning (vaak zonnepanelen) en groen.
Klimaatadaptatie, biodiversiteit
Opstellen richtlijnen
Inwonerparticipatie. Klimaatada patie, biodiversiteit
1.
Bij renovaties streeft de gemeente nu al naar een zo groot mogelijke oppervlakte groen en water en zo min mogelijk steen.
2.
De gemeente geeft het goede voorbeeld door kansrijke vergroeningsplekken te inventariseren en jaarlijks enkele plekken te ontstenen en te vergroenen. Omwonenden, ook jongeren, daarbij betrekken. Helder communiceren
3.
1.
Huidige kaart updaten: gekapte bomen wissen, maken adressenlijst
2.
Buiteninventarisatie: lijst aanvullen met nieuwe waardevolle bomen.
-
21 21
Omwonenden rechtstreeks, gehele bevolking via media
22
Inwonerparticipatie 13
Inwoners en andere partijen zijn zich meer bewust van de gevolgen van hun handelen voor klimaat en biodiversiteit. De gemeente stimuleert hen tot maatregelen die hun tuinen en omgeving meer klimaatadaptief en biodivers maken, bijvoorbeeld Heuvelrugtuinen of een bijenbloemenproject. Inwoners dragen daar zelf ideeën voor aan.
21
22
23
24
25
Omwonenden, SDW, Imkervereniging, jongeren. Bevolking via media
21
22
23
24
25
Parallel daaraan wordt actief ingezet op gemeentebrede vergroening van particuliere gronden, b.v. tegels ruilen tegen planten. In de communicatie werkt de gemeente samen met andere organisaties die gericht zijn op groene bewustwording.
Particuliere grondeigenaren
21
22
23
24
25
4.
De gemeente stimuleert haar bewoners actief tot het realiseren en in stand houden van klimaatadaptieve tuinen.
Div. bewoners
W
W
W
W
W
5.
De gemeente stimuleert haar bewoners actief tot het realiseren en in stand houden biodiverse tuinen, bijvoorbeeld Heuvelrugtuinen met een aange-
Div. bewoners
21
22
23
24
25
18
past plantenassortiment.
14
Eigenaren van waardevolle bomen worden met boomcontroles en advies ondersteund.
Biodiversiteit, klimaatada patie
Dit gebeurt momenteel al op verzoek. Verantwoordelijkheden gemeente/eigenaar zijn duidelijk gescheiden.
Boom-eigenaren, soms boomadviseur.
21
22
23
24
25
15
De gemeente ondersteunt financieel en met advies buurtinitiatieven die gericht zijn op verhoging van de biodiversiteit, bijvoorbeeld Groen aan de buurt.
Biodiversiteit, inwonerparticipatie.
1.
Opstellen voorwaarden voor gemeentelijke ondersteuning
21
22
23
24
25
2.
Inventariseren van mogelijke biodiversitsiteitssubsidies van buiten de gemeente
Deskundige bewoners, b.v. Stichting Duurzaam Woudenberg, Imkervereniging.
3.
Communiceren
4. Uitvoeren
23 21
22
23
24
25
21
22
23
24
25
22
23
24
25
22
23
24
25
Groenbeheer gemeente 16
17
De gemeente heeft in kaart in hoeverre de gemeentelijke beplanting voldoende veerkrachtig is: bestand tegen ‘klimaatstress’: droogte en wateroverlast
Klimaatadaptatie, biodiversiteit
De gemeente werkt volgens een heldere en risico-gestuurde strategie voor de aanpak van invasieve exoten
Biodiversiteit, innovatie en duurzaamheid
1.
Buitendienst zet vanuit haar ervaring op kaart welke beplantingsvakken/bomen het minder goed doen, mogelijk (mede) door droogte en wateroverlast.
Zo mogelijk inwoners betrekken.
21
2.
Op basis daarvan wordt een onderhouds- en vervangingsplan voor het betreffende groen opgesteld, eventueel met geschiktere soorten.
Zo mogelijk inwoners betrekken
21
3.
Uitvoeren vervangingsplan
1.
Inventariseren waar in de gemeente welke invasieve exoten (Unielijst + Japanse Duizendknoop) voorkomen.
2.
Per soort exoot die in Woudenberg voorkomt of kan voorkomen een praktische basisstrategie ontwikkelen op basis van de door Provincie Utrecht voorgestelde beheermaatregelen: bestrijden waar nodig, beheersen waar mogelijk.
3.
Deze strategie uitvoeren en a.d.h.v. praktijkervaring evalueren en bijstel-
Waterschap, aannemers, eigen buitenmedewerkers, evt. extern adviseur. Hulp van bewoners. Foto’s op site
21 21
21
19
len. Helder communiceren, individueel en via media.
18
19
20
21
Het buitenwerk van de gemeente en ingehuurde aannemers wordt uitgevoerd conform de Gedragscode soortbescherming gemeenten.
Biodiversiteit
1.
Implementatie van de werkwijze van het Handboek Soortbescherming (praktische vertaling van de gedragscode) in gemeentelijke buitendienst en bij aanbestedingen en andere externe uitvoeringsopdrachten:
22
2.
Checken of de huidige werkwijze van de buitendienst voldoet aan de beschreven werkwijze in het handboek. Zo nodig verbeteringen afstemmen/Implementeren.
22
3.
Checken of bij externe opdrachtvertrekking/aanbesteding voldoet aan de beschreven werkwijze in het handboek en of het toezicht van de gemeente op dat punt voldoende is. Zo nodig verbeteringen afstemmen/implementeren.
22
Het werk aan en rond bomen wordt uitgevoerd conform de normen van het Norminstituut bomen.
Duurzaamheid en innovatie
1.
Afsluiten licentie
2.
Implementatie in organisatie en werkwijze
De gemeente werkt bij het groenbeheer toe naar eindbeelden die gebaseerd zijn op functiegroepen, en houdt die eindbeelden in stand.
Innovatie en duurzaamheid
1.
Toevoegen van een presentatielaag in het beheerssysteem Greenpoint: functiegroepen.
22
2.
Per combinatie van functie en gebiedstype een gewenst eindbeeld formuleren (m.b.v. tabel blz. 28 GBP en de beheergroep-functiegroepmatrix op blz. 59 GBP)
22
3.
Waar nodig wordt de groeninrichting op het nieuwe beheerdoel aangepast. Deze eindbeelden fungeren voortaan als beheerdoel per element bij groenbeheer en aanbesteding.
uitvoeren kwartaalinspecties a.d.h.v. de normering van nr. 19
Innovatie 1. en duurzaamheid, biodiver- 2. siteit,
Uitvoeren jaarlijkse hoofdinspectie in oktober (nu al regulier)
Nieuw inspectieprotocol opstellen, o.b.v. functiegroep-eindbeelden (zie nr. 19)
Norminstituut bomen
21 21
Evt. inwoners laten meelopen, incl. jongeren
21
22
23
24
25
23
24
25
22
23
20
klimaatadaptatie 3.
Kwartaalinspecties uitvoeren
24
25
4.
Beheersverbeteringen doorvoeren o.b.v. de inspecties
24
25
22
De gemeente werkt volgens vaste richtlijnen bij het beoordelen van verbeteringsvoorstellen in de openbare ruimte, bij voorstellen vanuit de organisatie (bv. vanuit inspecties) en vanuit bewoners.
Innovatie en duurzaamheid, burgerparticipatie
De gemeente heeft al een vastgestelde Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). De LIOR dient toegepast te worden bij allen realisatieprojecten in de openbare ruimte, ook bij groenprojecten die door eigen personeel worden uitgevoerd.
Waar mogelijk inwoners betrekken
23
De gemeente werkt planmatig aan een duurzaam gemeentelijk bomenbestand, met altijd een voldoende aantal grote bomen
Klimaatadaptatie, biodiversiteit
1.
De toekomstverwachting van het bestaande bomenbestand wordt in kaart gebracht o.b.v. soort, ouderdom, standplaats: wanneer volwassen stadium, wanneer aftakeling en afsterven?
Boomspecialist
2.
Op basis van die gegevens en de wensen t.a.v klimaatadapatie en biodiversiteit wordt een boomvervangingsplan opgesteld
24
3.
Kap en vervanging vindt voortaan plaats o.b.v. de richtlijnen in het vervangingsplan. De juiste soort op de juiste plaats en in een goed voorbereid plantgat.
24
25
24
25
Lanen worden planmatig verjongd
24
De gemeente heeft waar mogelijk het maaibeheer geëxtensiveerd.
Biodiversiteit
De gemeente zoekt locaties waar extensiever maaien (met ruimen) of sinusmaaien mogelijk is, gericht op een kruidenrijkere vegetatie en een rijker insectenleven, experimenteert ermee en handhaaft het nieuwe maaibeheer waar mogelijk.
Inwoners informeren en waar mogelijk laten meedenken
1.
-
22
24
21
22
23
Materiaal en materieel 25
De gemeente werkt planmatig aan het
Innovatie en duurzaam-
Inventariseren op welke punten het groenbeheer meer circulair kan: zo hoogwaardig mogelijk hergebruik snoeiafval, inrichtingsmaterialen, enz. bv: stammen verwerken tot spelaanleidingen, takken tot houtsnippers of
22 22
21
meer circulair maken van het groenbeheer.
26
De gemeente werkt volgens een vervangingsplan aan een schoner en stiller machinepark.
heid
Innovatie en duurzaamheid
takkenrillen 2.
Opstellen planning: wanneer wordt welk aspect aangepakt?
22
3.
Uitvoeren planning
22
Voor groot materieel is er al een vervangingsplan waarin gestreefd wordt naar schoner en stiller.
23
24
25
21
Opstellen van een vervangingsplan (incl. kosten) voor het kleine materieel, waarin gestreefd wordt naar schoner en stiller: Elektrisch? Waterstof?
22