CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

12.e Bijlage 4 Geuronderzoek Olfasense HARO25A1.pdf

Raadscommissie 10 februari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Voskuilerdijk 2610.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Geuronderzoek Mts. de Greef Agro Energie BV. Woudenberg

HARO25A1, oktober 2025 Olfasense B.V.

titel: rapportnummer: projectcode:

Geuronderzoek Mts. de Greef Agro Energie BV. Woudenberg HARO25A1 HARO25A

opdrachtgever:

Haro Milieuadvies De Stroom 21 9411 MB Beilen Nederland

contactpersoon:

De heer G. Haandrikman

opdrachtnemer:

Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam Nederland

auteur(s): goedgekeurd:

Anouk Snik - van den Burg voor Olfasense B.V. door

drs. F.J.H. Vossen, directeur datum:

31 oktober 2025

copyright:

© 2025, Olfasense B.V.

disclaimer:

Dit rapport mag niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olfasense B.V. of haar opdrachtgever. Olfasense B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Olfasense B.V. geleverde document. Olfasense B.V. is niet verantwoordelijk voor de door opdrachtgever aangeleverde informatie en de mogelijke invloed daarvan op de geldigheid van de resultaten.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 2 van 61

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Situatiebeschrijving en onderzoeksopzet

6

2.1 De bedrijfsactiviteiten en relevante geurbronnen

6

2.2 De omgeving

8

Uitvoering van de metingen

9

3.1 Meetpunten

9

3.2 Kwaliteit

9

3

3.3 Geuremissiemetingen 3.3.1 Geurmonstername 3.3.2 Afgasdebiet

10 10 10

3.4 Geuranalyse

11

3.5 Berekening geuremissie

11

3.6 Hedonische metingen

11

3.7 Metingen ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H2S)

11

3.8 Bedrijfsomstandigheden

12

Meetresultaten

13

4.1 Geuremissie

13

4.2 Resultaten hedonische metingen

13

4.3 Resultaten metingen ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H2S)

14

4.4 Bespreking van de resultaten

14

5

Geuremissie vergunde situatie

15

6

Berekening geuremissie huidige en aangevraagde situatie

16

6.1 Luchtbehandelingssysteem (lavafilters met biofilter)

16

6.2 Aanvoer en opslag vaste mest 6.2.1 Kengetallen 6.2.2 Berekening emissie

16 16 16

6.3 Aanvoer en opslag vaste co-producten 6.3.1 Kengetallen 6.3.2 Berekening emissie

17 17 17

6.4 Vullen hydrolysering

18

6.5 Opslag dikke fractie

19

6.6 Gaswasser droger

19

6.7 WKK

19

Toetsingskader

22

4

7

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 3 van 61

8

9

7.1 Landelijk geurbeleid – Omgevingswet en zorgplicht

22

7.2 Gebruikelijke toetsingswaarden

22

7.3 Voorgesteld toetsingskader

23

De geurbelasting van de omgeving

25

8.1 Verspreidingsmodel

25

8.2 Invoergegevens

25

8.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen

27

8.4 Bespreking van de resultaten

36

Samenvatting en conclusies

38

Bijlagen

39

Bijlage A

Certificaat geuranalyses

40

Bijlage B

Monsternamecertificaten geurmetingen

43

Bijlage C

Scenariobestand verspreidingsberekeningen

56

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 4 van 61

1 Inleiding In opdracht van Haro Milieuadvies is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg. Dit onderzoek zal deel uitmaken van de aanvraag voor een uitbreiding van de installatie van 30.000 naar 60.000 ton doorzet per jaar. Bij Mts. de Greef Agro Energie BV. Woudenberg worden vloeibare en vaste mest en co -producten vergist. Het ontstane biogas wordt opgewerkt en aan het aardgasnet geleverd. Het digestaat wordt ontwaterd en de dikke fractie gedroogd. De geurrelevante activiteiten vinden inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd in een biofilter. De lucht van de droger wordt gereinigd in een gaswasser. De geuremissie als gevolg van deze twee bronnen is bepaald aan de hand van geurmetingen. Aan de hand van de resultaten van de metingen en met gebruik van kengetallen voor eventuele overige geurbronnen, is de geuremissiesituatie in de huidige en toekomstige situatie in beeld gebracht. Aanvullend zijn ook de concentraties ammoniak en zwavelwaterstof bepaald. De metingen hebben plaatsgevonden op 28 augustus en 6 september 2023.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 5 van 61

2 Situatiebeschrijving en onderzoeksopzet 2.1 De bedrijfsactiviteiten en relevante geurbronnen Bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg worden vloeibare en vaste mest en co -producten vergist. In de huidige situatie is sprake van een doorzet van 30.000 ton per jaar, het voornemen is om de capaciteit te vergroten naar 60.000 ton per jaar. Vloeibare mest wordt middels tankwagens aangevoerd, die wordt gelost in mestsilo’s. Deze silo’s zijn aangesloten op het luchtbehandelingssysteem, bestaande uit een combinatie van een lavafilter en nageschakeld biofilter. Er kan ook vaste mest worden aangevoerd (dikke fractie), die zo snel mogelijk na aanvoer wordt verwerkt. Co-producten kunnen ofwel vloeibaar ofwel in vaste vorm worden aangeleverd. Vloeibare co producten worden gelost in daartoe bestemde silo’s. Ook deze silo’s zijn aangesloten op het luchtbehandelingssysteem. Vaste co-substraten worden opgeslagen in sleufsilo’s. Het betreft producten die worden genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. De meeste vaste coproducten zijn niet geurend, zoals graanresten. Het kan voorkomen dat er een partij wordt ingenomen, die wel enige geur veroorzaakt, deze wordt dan altijd afgedekt met een niet -geurende stroom, waarmee eventuele emissie bij opslag wordt voorkomen.

De vloeibare en vaste stromen worden gemengd in de hydrolysering, waar vloeibare producten middels een leiding naartoe worden gepompt, vaste co-producten worden via een invoersysteem met een schroefvijzel in de hydrolysering gebracht. De hydrolysering is daarmee volledig gesloten (zie ook de aanvraag voor een verdere toelichting). In de huidige situatie is er nog geen schroefvijzel aanwezig maar wordt de vaste fractie via een invoerluik ingebracht, waardoor er bij openen enige emissie mogelijk is. Het vergistingsproces vindt plaats in twee vergistingstanks. Dit betreft een gesloten systeem. Het ontstane biogas wordt opgewerkt en aan het aardgasnet geleverd, ook dit betreft een gesloten systeem en is niet geurrelevant. Het digestaat wordt in de huidige situatie in een schroefpersfilter gescheiden in een dikke en dunne fractie. Deze staat inpandig. Dit wijzigt niet. De dikke fractie wordt in de huidige situatie onder een overkapping opgeslagen en met behulp van een toploader op een transportband gedeponeerd en naar de droger getransporteerd. De afgezogen ventilatielucht uit de scheider opstellingsruimte en de overkapte opslagruimte wordt bij de afgewerkte drooglucht gevoegd. De lucht van de droger wordt gereinigd in een luchtwasser.

Eventueel kan enige diffuse emissie optreden bij de opslag van de dikke fractie in de huidige situatie, omdat dit een gedeeltelijk open opslag betreft. In de aangevraagde situatie zal de opslag voor dikke fractie worden dichtgemaakt, waarbij de lucht onverminderd wordt afgezogen en wordt gereinigd in de luchtwasser. Momenteel wordt de dunne fractie opgeslagen in het mestbassin, voorzien van een drijvende afdekking. Deze afdekking is gevoelig gebleken, bijvoorbeeld voor weersomstandigheden met harde wind, waardoor een deel van de afdekking soms eraf waaide. Er zal een nieuwe silo worden gerealiseerd voor de opslag van de dunne digestaatfractie. De tank is afgesloten, er zal alleen sprake zijn van het vrijkomen van verdringingslucht. De geurpotentie van de dunne fractie is te verwaarlozen, en gezien de geringe hoeveelheid die als verdringingslucht vrijkomt op enig moment, zal dit een te verwaarlozen bron zijn.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 6 van 61

Ook de mogelijke geuremissie die in de huidige situatie kan plaatsvinden bij het niet goed bedekt zijn van het mestbassin, wordt niet in de berekeningen betrokken, dit kan worden gezien als een calamiteit. De gasopwerkingsinstallatie wordt uitgebreid in de aangevraagde situatie, om de extra capaciteit te kunnen worden verwerken wordt ook de reiniging uitgebreid met extra actief koolfilters en een waskolom, die zeer effectief zijn in geurverwijdering. Voor meer informatie wordt verwezen naar de aanvraag. Alle biogas wordt in deze installatie gereinigd, ook dat deel dat in de WKK wordt verbrand. De rookgassen van de WKK kunnen worden aangemerkt als mogelijke geurbron, hoewel door de lage zwavelwaterstofconcentraties de geurpotentie gering is. Uit bovenstaande zijn de volgende geurbronnen geïdentificeerd: •

Luchtbehandelingssysteem (lavafilters met biofilter)

•

Opslag vaste mest

•

Opslag vaste co-producten

•

Vullen hydrolysering (huidige situatie)

•

Opslag dikke fractie

•

Luchtwasser droger

•

WKK

Naar verwachting zijn het luchtbehandelingssysteem (biofilter) en de gaswasser van de droger de voornaamste geurbronnen. De bijdrage van de overige bronnen is beperkt 1. Er is daarom besloten om aan de twee bepalende bronnen geurmetingen uit te voeren. Aan de hand van de resultaten van de geurmetingen is vervolgens de geuremissie- en immissiesituatie in beeld gebracht, waarin onderscheid gemaakt is in drie situaties: •

De vergunde situatie

Deze is beschreven in ‘Toelichting op de geuraspecten Maatschap de Greef, Voskuilerdijk 26, Woudenberg’ (rapportdatum 30 mei 2018, versie 1.0, opgesteld door M. Verhaart van Biogas Plus). •

De huidige situatie

Op basis van de huidige inzichten wordt de geuremissiesituatie in de huidige situatie opnieuw bepaald. •

De aangevraagde situatie

Uiteraard wordt ook de geuremissie- en immissiesituatie van de aangevraagde situatie in beeld gebracht.

1

Qua emissie kan een WKK ook een relevante bron zijn, door de warmte van de afgassen is deze bron echter niet van belang voor de geurbelasting. Bovendien is bij de Greef sprake van aanvullende biogasreiniging in de aangevraagde situatie, waardoor de eventuele emissie zal verminderen en meten in de huidige situatie niet representatief is voor de aangevraagde situatie.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 7 van 61

2.2 De omgeving Figuur a geeft de ligging van het bedrijf weer (groefweg blauw omcirkeld). De meest nabij het bedrijf gelegen geurgevoelige bestemmingen zijn geel gemarkeerd, het betreft de twee meest nabij gelegen verspreid liggende woningen. De meest nabij gelegen aaneengesloten woonbebouwing is gelegen ten zuidwesten van het bedrijf, op circa 1,4 km afstand.

Figuur a De ligging van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 8 van 61

3 Uitvoering van de metingen 3.1 Meetpunten De volgende geurbronnen zijn bemeten: •

Uitgaand luchtwasser

•

Uitgaand biofilter

3.2 Kwaliteit Olfasense B.V. is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van NEN-ENISO/IEC 17025 voor uitvoering van verschillende verrichtingen en staat geregistreerd onder accreditatienummer L403. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de toegepaste geaccrediteerde verrichtingen. Tabel 1: Overzicht geaccrediteerde verrichtingen Olfasense B.V. (L403) Bepaling

Verrichtingen

Norm

Interne referentie

Monsterneming geur

Monsterneming ten behoeve van de bepaling van de emissie uit gekanaliseerde bronnen voor de component geur

Conform NEN-EN 13725 en NEN-EN 15259

QD01 en QD22

Monsterneming geur

Monsterneming ten behoeve van de bepaling van de emissie uit niet- gekanaliseerde bronnen (zoals oppervlaktebronnen) voor de component geur; afdekmethode en Lindvalldoosmethode

Eigen methode (uitvoering gelijkwaardig aan NEN-EN 13725)

QD01 en QD22

Afgaskarakteristieken

Het bepalen van de afgaskarakteristieken (debiet, drukverschil, temperatuur, vocht)

Gelijkwaardig aan ISO 10780 (vocht) en NEN-EN 16911-1 en conform NEN-EN 15259

QD23

Geurconcentratie

Het bepalen van de geurconcentratie; dynamische olfactometrie

Conform NEN-EN 13725

QD01

Hedonische waarde

Sensorische bepaling van de hedonische waarde van geur; olfactometrie

Conform NVN 2818:2005

QD20

De interpretatie van de meetgegevens en de mogelijk daaruit voortvloeiende conclusies en aanbevelingen vormen geen onderdeel van de accreditatie. Opgemerkt wordt dat als onderdeel van de monsterneming ook het zuurstofgehalte wordt gemeten, ter bepaling van de voorverdunning. Het bepalen van het zuurstofgehalte maakt geen onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen. Olfasense voert hedonische metingen uit conform NVN 2818:2019, die NVN 2818:2005 heeft vervangen. Door het ontbreken van prestatiekenmerken in deze norm heeft de Raad voor Accreditatie besloten deze 2019 versie voorlopig nog niet aan geurlaboratoria te acc rediteren. De hedonische metingen worden derhalve niet onder accreditatie, maar wel volgens de huidige geldende norm, uitgevoerd.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 9 van 61

Het uitvoeren van de metingen van de concentraties ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H 2S) vindt niet onder accreditatie plaats. Bij de presentatie van de meetwaarden worden niet-afgeronde waarden gebruikt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid. Daardoor worden meer significante cijfers gerapporteerd dan op basis van de meetonzekerheid reëel is.

3.3 Geuremissiemetingen De geuremissie wordt berekend uit de geurconcentratie en het afgasdebiet en uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid.

3.3.1 Geurmonstername De geurmonstername is uitgevoerd conform interne procedure ‘QD22 Procedure for Sampling’ die is afgeleid van de daartoe geldende richtlijnen in de NEN-EN 137252 en NTA 90653. Per meetpunt is bemonsterd in drievoud gedurende minimaal 30 minuten per monster. Om te controleren of de gebruikte monsternameapparatuur voldoende geurvrij was, is bovendien per meetset een veldblanco genomen. Elk monster is opgevangen in een monsterzak van Nalophan, een materiaal dat niet makkelijk reacties aangaat met andere stoffen. De monsterzak is voor gebruik geurvrij gemaakt. Een monsterzak kan circa 40 l lucht bevatten. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bemonstering is elke monsterzak voorgespoeld met de te bemonsteren afgassen.

3.3.2 Afgasdebiet Het afgasdebiet wordt bepaald conform eigen procedure ‘QD23 Procedure for measuring physical parameters’, die gelijkwaardig is aan NEN-EN 169114 en ISO 107805 (vochtbepaling). Olfasense meet de afgassnelheid met een Pitot buis. De resultaten van de metingen zijn gelijkwaardig aan resultaten gemeten conform NEN-EN 16911. Afwijking van de eisen uit NEN-EN 16911 kan tot gevolg hebben dat de nauwkeurigheid van de meting ongunstig wordt beïnvloed. In bijlage B is per meetpunt opgenomen in hoeverre aan de in de norm gestelde voorwaarden wordt voldaan. De getalswaarde van het debiet hangt mede af van de omstandigheden voor wat betreft druk, temperatuur en vochtgehalte. Het debiet bij de actuele druk, temperatuur en het vochtgehalte tijdens monstername wordt het bedrijfsdebiet genoemd. Het debiet omgerekend naar een druk van 1.013 hPa, een temperatuur van 0°C en droog afgas wordt het normaaldebiet genoemd. Voor het debiet omgerekend naar de omstandigheden waarbij geuranalyses plaatsvinden, te weten een druk die gelijk is aan 1.013 hPa, een temperatuur van 20°C en vochtig afgas wordt vaak de term standaarddebiet gebruikt.

2

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, mei 2022.

3

Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen Geur. ICS 13.040.99, december 2012

4

‘Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 1: Handmatige referentiemethode’, NEN-EN-ISO 16911-1:2013.

5

‘Stationary source emissions – Measurement of velocity and volume flow rate of gas streams in ducts’, ISO 10780, 1994 (referentienummer ISO 10780:1994 E)

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 10 van 61

3.4 Geuranalyse De geurmonsters zijn geanalyseerd conform de NEN-EN 137256 volgens de Forced Choice mode. De analyses zijn uitgevoerd in het geurlaboratorium van Olfasense B.V. (accreditatienummer L403). Het analyseresultaat wordt uitgedrukt als de geurconcentratie in Europese odour units: ouE/m3.

3.5 Berekening geuremissie De geuremissie [ouE/h] is het product van de geurconcentratie [ouE/m3] en het afgasdebiet [m 3/h] bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas. Er wordt gerekend met het geometrisch gemiddelde van de gemeten geurconcentraties en het afgasdebiet bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas (de condities waarbij de geurconcentraties zijn gemeten).

3.6 Hedonische metingen Om inzicht te krijgen in de (on)aangenaamheid van de geëmitteerde geur wordt, naast de geurconcentratie, ook de hedonische waarde bepaald. Hedonische waarden kunnen dienen als basis voor een toetsingskader voor de geurconcentratie op leefniveau. Bij een hedonische analyse wordt de relatie tussen bovendrempelige (waarneembare) geurconcentratie en de mate van (on)aangenaamheid bepaald conform NVN 28187. De hedonische meting maakt gebruik van een 9-puntsschaal die loopt van –4 tot +4 en de volgende ijkpunten heeft: +4 0 -4

: : :

uiterst aangenaam, noch aangenaam, noch onaangenaam, uiterst onaangenaam.

Het verband tussen de geurconcentratie, uitgezet op een logaritmische schaal 8, en de hedonische waarde wordt benaderd als een sinusoïdefunctie. Uit de vergelijking worden de geurconcentraties berekend waarbij de hedonische waarden gelijk zijn aan H = -1 en H = -2.

3.7 Metingen ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H 2S) Van de genomen monsters is de concentratie ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H 2S). Ammoniak is gemeten met Drägerbuisjes, zwavelwaterstof met een Jerome, een instrument dat nauwkeurig is op ppb-niveau.

6

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E)

7

‘Geurkwaliteit – Sensorische bepaling van de hedonische waarde van een geur met een olfactometer’, NVN 2818, januari 2019.

8

De relatie tussen concentratie en hedonische waarde is voor geur – net als voor geluid - logaritmisch.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 11 van 61

3.8 Bedrijfsomstandigheden Volgens opgave van het bedrijf was de bedrijfssituatie tijdens de metingen representatief voor een normale bedrijfsvoering, het bedrijf was volledig in bedrijf op beide dagen. Tijdens de eerste meetdag bleek de leiding naar het biofilter verstopt, waardoor is besloten om die meting enkele dagen later uit te voeren, nadat de verstopping was verholpen. Er deden zich gedurende de metingen geen storingen of onregelmatigheden voor die invloed gehad kunnen hebben op de metingen.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 12 van 61

4 Meetresultaten 4.1 Geuremissie In tabel 2 zijn de uitkomsten van de geurmetingen opgenomen. Het certificaat van de geuranalyses is als bijlage A bijgevoegd. De gedetailleerde uitwerking van de meetresultaten is weergegeven in bijlage B. Tabel 2: Resultaten van de geuremissiemetingen bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg op 28 augustus en 6 september 2023 Meetpunt en meting

Debiet

Geurconcentratie

Geuremissie

[m3/h]

[ouE/m3]

[106 ouE/h]

66.000

216 288 394 290

19

900

890 935 707 838

0,7

(1.013 hPa, 20°C, vochtig)

Luchtwasser • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Biofilter • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

4.2 Resultaten hedonische metingen De resultaten van de hedonische metingen zijn samengevat in tabel 3. De gedetailleerde resultaten zijn gepresenteerd in bijlage A. Tabel 3: Resultaten hedonische metingen bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg op op 28 augustus en 6 september 2023 Meetpunt

Geurconcentratie [ouE/m3] waarbij: H = -1

H = -2

Luchtwasser

7,4

>9,6

Biofilter

4,5

>30

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 13 van 61

4.3 Resultaten metingen ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H 2S) In onderstaande tabellen zijn de resultaten van de ammoniak- (NH3) en zwavelwaterstofmetingen (H2S) weergegeven. Tabel 4: Resultaten van de ammoniakmetingen bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg op 28 augustus en 6 september 2023 Meetpunt en meting

Ammoniak-concentratie

Zwavelwaterstof-concentratie

[ppm]

[ppm]

Luchtwasser • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld

0,4 0,4 0,4 0,4

0 0 0 0

Biofilter • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

0 0 0 0

0 0 0 0

4.4 Bespreking van de resultaten Uit de metingen blijkt dat de geurconcentraties na reiniging in zowel de gaswasser als het biofilter laag te noemen zijn. De werking van de beide systemen is daarmee uitstekend te noemen. Ook de reiniging van ammoniak en zwavelwaterstof is uitstekend, er wordt geen of nauwelijks nog enige concentratie van deze componenten waargenomen. De geur van de luchtwasser en het biofilter worden niet snel als onaangenaam beoordeeld, pas bij concentraties > 4,5 ou E/m3 wordt een waarde van H = -1 bereikt (licht onaangenaam).

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 14 van 61

5 Geuremissie vergunde situatie De geuremissie ten behoeve van de aanvraag voor de vigerende vergunning is beschreven in ‘Toelichting op de geuraspecten Maatschap de Greef, Voskuilerdijk 26, Woudenberg’ (rapportdatum 30 mei 2018, versie 1.0, opgesteld door M. Verhaart van Biogas Plus). Daarin werden de volgende geurbronnen beschouwd: •

Biofilter met een emissie van 3.447,5 ou E/s (12,4 *106 ouE/h)

•

Uitkuilen vaste co-producten uit sleufsilo met een emissie van 1.361 ou E/s (4,9 *106 ouE/h) gedurende 2.190 uur per jaar

•

Luchtbehandeling drooginstallatie met een emissie van 260,5 ou E/s (0,9 *106 ouE/h)

De WKK werd niet als relevante bron beschouwd, omdat het biogas voor verbranding diverse reinigingsstappen ondergaat waardoor de H 2S-concentratie in het biogas laag is, er buitenlucht als verbrandingslucht wordt gebruikt en een WKK een geurverwijderingsrendement van 99% kan behalen. In 2018 is de geuremissie van de luchtbehandeling van de drooginstallatie berekend aan de hand van de te verwachten ammoniakemissie (immers de droger en de luchtwasser waren nog niet in gebruik en de werkelijke geuremissie kon nog niet worden gemeten) en bekende kentallen en is daarmee lager dan nu gemeten. Niet alle potentiële geurcomponenten zijn destijds meegenomen.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 15 van 61

6 Berekening geuremissie huidige en aangevraagde situatie 6.1 Luchtbehandelingssysteem (lavafilters met biofilter) De geuremissie van het luchtbehandelingssyteem is gemeten en bedroeg 0,71 *106 ouE/h. Dit zal in de aangevraagde situatie niet wijzigen, er is geen noodzaak tot aanvullende afzuiging omdat de opslagcapaciteit niet wordt vergroot. De emissieduur is continu.

6.2 Aanvoer en opslag vaste mest 6.2.1 Kengetallen Diverse metingen aan de opslag van mest 9 resulteerden in een gemiddelde specifieke emissie van 0,105 *106 ouE/m2 en een afgeleide emissie van 0,31 *106 ouE/ton voor handelingen met vaste mest.

6.2.2 Berekening emissie 6.2.2.1 Aanvoer Er is geen specifieke hoeveelheid vaste mest die zal worden aangevoerd. In hoofdzaak zal het vloeibare mest betreffen, een gedeelte kan als vaste mest worden aangevoerd. In de berekeningen zal worden uitgegaan van een hoeveelheid van 10.000 ton op jaarbasis, naar verwachting een ruime benadering. De vaste mest worden aangevoerd in vrachten van 25 ton, waardoor er totaal (10.000 / 25) = 400 vrachten worden gelost. Aangenomen dat het lossen van een vracht totaal ongeveer 10 minuten in beslag neemt kan er per uur (60 / 10 * 25) = 150 ton worden gelost. De momentane geuremissie van het lossen van vaste mest bedraagt dan (150 * 0,31) = 46,5 *106 ouE/h. Deze bron kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron (zie bijlage E voor een toelichting). Er vanuit gaande dat er gemiddeld één vracht per uur worden gelost, bedraagt de uurfractie met een losduur van 10 minuten (10/60) = 0,17. De uurgemiddelde geuremissie bij lossen van vaste mest bedraagt dan (66 * 0,17 1/2) = 19,0 *106 ouE/h. De emissieduur komt overeen met het aantal vrachten, ofwel 400 uur per jaar. Verondersteld zal worden dat dit in de vergunde situatie de helft betreft, ofwel 5.000 ton vaste mest met een emissieduur van 200 uur per jaar.

6.2.2.2 Opslag Mest wordt zo snel mogelijk na aanvoer verwerkt in het vergistingsproces. Er zal dus niet vaak en veel in opslag aanwezig zijn. Gemiddeld zal er circa 25 m 2 in opslag liggen, waarmee de geuremissie kan worden berekend op (25 * 0,105) = 2,6 *106 ouE/h. Een vracht zal doorgaans binnen twee uur na aanvoer zijn verwerkt, waardoor de emissieduur 2 * 400 = 800 uur bedragen (en 400 uur in de vergunde situatie).

9

‘Toets geurimmissie concentratie Jennissen te Nistelrode’, Buro Blauw rapport BL2019.9421.04-V02, maart 2020.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 16 van 61

6.2.2.3 Input in hydrolysering Het materiaal wordt met een shovel in de hydrolysering gebracht via het invoerluik in de huidige situatie en in de schroefvijzel in de aangevraagde situatie. Een shovel is circa 20 minuten bezig om de hoeveelheid van 1 vracht (25 ton) te verplaatsen. Theoretisch kan de shovel zo 75 ton per uur verwerken met een momentane emissie van (75 * 0,31) = 23,3 *106 ouE/h. Deze bron kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron. Er vanuit gaande dat er gemiddeld één vracht per uur worden verwerkt, bedraagt de uurfractie (20/60) = 0,33. De uurgemiddelde geuremissie bedraagt dan (23,3 * 0,33 1/2) = 13,4 *106 ouE/h. De emissieduur komt overeen met het aantal vrachten, ofwel 400 uur per jaar in de aangevraagde situatie en 200 uur per jaar in de vergunde situatie.

6.3 Aanvoer en opslag vaste co-producten 6.3.1 Kengetallen Kengetallen voor handelingen met en opslag van droge co-producten zijn niet voorhanden. Het betreft weinig geurend materiaal, waardoor bij aanvoer van het verse materiaal nagenoeg geen geuremissie zal plaatsvinden. Voor groenafval geldt bijvoorbeeld ook dat de aanvoer hiervan in het brancheonderzoek voor groencomposteringen 10 niet als geurrelevant wordt beschouwd. Pas wanneer het verkleind wordt en op de composthoop wordt gezet, vindt er relevante geuremissie plaats. Slechts een klein deel van de te ontvangen co-producten zal enigszins geuren, er zal worden uitgegaan van een totaal van 5.000 ton op jaarbasis dat enige geur zal emitteren. In de berekeningen zal voor handelingen met deze co-producten worden uitgegaan van het emissiekengetal voor het op de composthoop zetten van verkleind groenafval van 0,44 *106 ouE/ton. Hiermee wordt een veilige benadering gekozen. De sleufsilo’s worden doorgaans niet afgedekt, alleen bij geurende stromen. Op het moment dat de sleufsilo’s worden afgegraven om materiaal eruit te halen kan als gevolg van de opslag enige geuremissie plaatsvinden. In de berekeningen zal voor de opslag zekerheidshalve een vergelijking worden gemaakt met de opslag van GFT, waarvoor in de voormalige NeR een kengetal van 0,5 *106 ouE/m2/h werd gegeven.

6.3.2 Berekening emissie 6.3.2.1 Aanvoer De vrachtgrootte van vaste co-producten verschilt per soort co-product. Een vracht zal doorgaans tussen 22,5 en 40 ton wegen. In de berekeningen zal worden uitgegaan van 22,5 ton per vracht, zodat worst case het hoogst aantal vrachten wordt beschouwd. Er worden dan in totaal (5.000 / 22,5) = 222 vrachten gelost die enige geuremissie kunnen veroorzaken. Aangenomen dat het lossen van een vracht totaal ongeveer 10 minuten in beslag neemt kan er per uur (60 / 10 * 22,5) = 135 ton worden gelost. De momentane geuremissie van het lossen van vaste co-producten bedraagt dan (135 * 0,44) = 59,4 *106 ouE/h. Deze bron kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron (zie bijlage E voor een toelichting). Er vanuit gaande dat er gemiddeld één vracht per uur worden gelost, bedraagt de uurfractie met een losduur van 10 minuten (10/60) = 0,17. De uurgemiddelde geuremissie bij lossen van vaste

10

‘Compostering van groenafval (geen GFT-afval) – Branche-geuronderzoek in opdracht van de BVOR’, C.F. Steunenberg, TNO-MEP, referentienummer 94-202, juni 1994.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 17 van 61

co-producten bedraagt dan (59,4 * 0,171/2) = 24,2 *106 ouE/h. De emissieduur komt overeen met het aantal vrachten, ofwel 222 uur per jaar. In de vergunde situatie is dit 111 uur per jaar (uitgaande van de helft van deze capaciteit).

6.3.2.2 Opslag Gedurende het jaar zal er steeds wat uit de sleufsilo’s worden gehaald om de vergistingsinstallatie te voeden. Dagelijks zal er gedurende een uur materiaal uit de sleufsilo’s worden gehaald. Het gedeelte dat wordt beroerd heeft een geuremitterend oppervlak van circa 50 m2. De geuremissie kan dan worden berekend op (50 * 0,5) = 25 *106 ouE/h. De activiteiten vinden een uur per dag plaats. In de berekeningen zal zekerheidshalve worden uitgegaan van een emissie als gevolg van dit oppervlak van 2 uur, ofwel na uitkuilen is er nog een uur sprake van dit verhoogde emissieniveau. De emissieduur bedraagt zo 730 h/jr (en 365 h/jr in de vergunde situatie.

6.3.2.3 Uitkuilen Het materiaal wordt met behulp van een shovel uit de sleufsilo geschept en in het invoerluik gebracht, de capaciteit hiervan is circa 50 ton per uur. De geuremissie kan dan worden berekend op (50 * 0,44) = 22 *106 ouE/h. Er zal niet een heel uur nodig zijn om materiaal te voeden, met een totaal van 5.000 ton op jaarbasis aan geurend materiaal betreft het dagelijks circa (5.000 / 365) = 14 ton, dus minder dan 1 uur per dag. Dit betekent dat deze bron kan worden aangemerkt als een fluctuerende bron. Met een uurfractie van (14/50) = 0,27 kan de uurgemiddelde geuremissie zo worden berekend op 22 *106 ouE/h * (0,28) 1/2 = 11,5 *106 ouE/h. De emissieduur is 1 uur per dag, ofwel 365 uur per jaar. Voor de vergunde situatie zal circa de helft van bovengenoemde hoeveelheid geurrelevant zijn, waardoor de emissie in deze situatie ook de helft is, ofwel 5,8 *106 ouE/h gedurende 1 uur per dag.

6.4 Vullen hydrolysering In de aangevraagde situatie wordt de hydrolysering gevuld middels een schroefvijzel invoersysteem, waardoor er geen sprake zal zijn van mogelijke emissie vanuit de hydrolysering. In de huidige situatie is echter sprake van een invoerluik, waardoor de hydrolysering tijdelijk geopend is. Wanneer de meng- en hydrolysering geopend is om deze te voeden, kan er mogelijk enige emissie plaatsvinden. Het systeem wordt echter afgezogen, waardoor de emissie naar verwachting gering is, in combinatie ook met het relatief kleine oppervlak dat geopend is en de korte periode dat de ring geopend is. Tijdens de periode van het vullen (3 uur) is de meng- en hydrolysering alleen geopend wanneer de shovel de lading inbrengt; daarna sluit het deksel weer. De tijd dat d it deksel geopend is, is daarmee zeer kort, ongeveer 1 minuut. Voor berekening van de geuremissie wordt de werkwijze gehanteerd, die ook elders 11 werd gebruikt, waar aan de afgezogen lucht uit de hydrolysering een geurconcentratie van 363.000 ouE/m3 werd gemeten en verondersteld werd dat er bij openen een hoeveelheid lucht zou kunnen vrijkomen van 100 m 3/h wanneer de klep een volledig uur geopend zou zijn, een zeer ruime benadering.

11

‘Geuronderzoek Ashorst BV t.b.v. omgevingsvergunning’, rapportnummer ASBV18A5, juli 2019.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 18 van 61

De geuremissie kan dan worden berekend op (100 * 363.000) = 36,3 *106 ouE/h bij een continu geopende hydrolysering. De hydrolysering is slechts beperkt geopend gedurende een uur en kan daarmee worden gezien als fluctuerende bron. Gemiddeld zal de mengring circa 20 maal een minuut geopend zijn, waardoor de uurfractie 20/60 bedraagt. De uurgemiddelde geuremissie kan zo worden berekend op (36,3 * 20/60 1/2) = 21 *106 ouE/h. Doorgaans wordt er in de huidige situatie dagelijks maximaal 1 uur gevuld, ofwel 365 uur per jaar.

6.5 Opslag dikke fractie De dikke fractie wordt in de huidige situatie onder een overkapping (toploader) opgeslagen alvorens het wordt gedroogd. Deze ruimte wordt afgezogen, waarbij de afgezogen lucht bij de drooglucht wordt gevoegd in de drukkamers. In de huidige situatie is met de overkapping mogelijkheid van enige diffuse emissies, in de aangevraagde situatie is de opslag volledig inpandig en zal dit niet meer het geval zijn . Er zijn geen gegevens voorhanden van de geuremissie van de dikke fractie van digestaat. Onderzoek naar de geuremissie van onvergiste en vergiste mest 12 wijst uit dat dat de geuremissie afkomstig van digestaat een factor 2-4 (uitgegaan wordt van 3) lager ligt dan de geuremissie afkomstig van onvergiste (varkens)drijfmest. Uitgaande van gemiddeld een factor 3 lagere emissie en het kengetal voor de opslag van mest (zie ook paragraaf 6.2.1) bedraagt de emissiefactor voor opslag van dikke fractie 0,035 *106 ouE/m2. De opslaglocatie heeft een oppervlak van 200 m2, waardoor de geuremissie dan kan worden berekend op (200 * 0,035) = 7,0 *106 ouE/h, zonder rekening te houden met de reductie als gevolg van de afzuiging. Hoewel naar verwachting de meeste geur zal worden afgezogen, zal in de berekeningen worden gesteld dat 10% diffuus vrijkomt op enig moment, waarmee de geuremissie 0,70 *106 ouE/h bedraagt.

In de aangevraagde situatie is deze bron niet langer aanwezig.

6.6 Gaswasser droger De geuremissie van de gaswasser van de droger is gemeten en bedraagt 19 *106 ouE/h. Het debiet van de droger kan maximaal 100.000 m 3/h bedragen, waar er 66.000 m3/h werd gemeten; zekerheidshalve zal voor de aangevraagde situatie verondersteld worden dat de emissie een factor (100/66) = 1,5 hoger is en dus 29 *106 ouE/h. Daarbij wordt opgemerkt dat dit een zeer veilige benadering is, doorgaans wordt een maximale capaciteit niet behaald en daarbij is het ook niet zeker of de geuremissie recht evenredig toeneemt met het debiet. De droger is in de huidige situatie 4.000 uur in werking en in de aangevraagde situatie volcontinu.

6.7 WKK De rookgassen van de WKK werden eerder niet als relevante bron beschouwd, mede ook vanwege de biogasreiniging die wordt toegepast. Metingen hebben echter laten zien dat deze rookgassen toch een relevante emissie kunnen veroorzaken, hoewel de bijdrage door de warmte van de rookgassen op leefniveau beperkt is. De WKK wordt daarom in dit onderzoek wel betrokken bij het onderzoek.

12

https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p14/p1401/1401-052mer002.pdf

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 19 van 61

In de WKK wordt gemiddeld 410 m3 biogas per uur verbrand13. In de aangevraagde situatie is dit naar verwachting ongewijzigd, omdat er extra opwerkingscapaciteit wordt gerealiseerd. Mogelijk dat de WKK zelfs minder in gebruik zal zijn. Er zal sprake zijn van een extra reinigingsstap van het biogas, waardoor het H2S-gehalte in het biogas significant lager zal zijn dan in de huidige situatie. De geuremissie van een WKK is beperkt, met de extra reinigingsstap wordt de geuremissie nog verder beperkt. Zekerheidshalve wordt deze mogelijke bron betrokken bij het onderzoek. Met een hoeveelheid van 410 m3 biogas dat per uur wordt verbrand, kan het stoichiometrisch droog rookgasvolume (Vst in m 03/m03) worden berekend met de volgende formule: Vst = 0,199 + 0,234 x H (H in MJ/m 03) Met een gemiddelde stookwaarde (H) van biogas van 23,5 MJ/m03 kan het stoichiometrisch droog rookgasvolume zo worden berekend op (0,199 + 0,234 x 23,5) = 5,7 m 03/m03. Het rookgasdebiet kan vervolgens berekend worden met de formule:

Uitgaande van een zuurstofconcentratie overeenkomstig aardgas van 3% kan het rookgasdebiet zo worden berekend op (410 x 5,7 (21/18)) = 2.730 m3/h. De rookgassen van de gasmotor kunnen ook een relevante geuremissie veroorzaken, doorgaans liggen de geurconcentraties van de afgassen op basis van meerdere metingen 14 rond 5.000 ouE/m3. Deze waarde zal worden gebruikt voor de huidige situatie. In de toekomstige situatie is de geuremissie naar verwachting aanzienlijk lager, door de extra reinigingsstap van het

13

De in 2018 gehanteerde hoeveelheid verbrande biogas in de WKK was gebaseerd op een prognose van de 100% belastingsgraad en daardoor een groter (25%) rookgasvolume.

14

Overgenomen uit ‘Toets geurimmissie concentratie Jennissen te Nistelrode – Geuronderzoek in het kader van een wijziging van de vergunningsvoorschriften’, Buro Blauw, rapportnummer BL2019.9421.04-V02, maart 2020.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 20 van 61

biogas (zie toelichting bij de aanvraag). In de berekeningen wordt uitgegaan van de helft van deze waarde voor de toekomstige situatie, ofwel 2.500 ou E/m3. De geuremissie kan zo worden berekend op (2.730 * 5.000) = 13,7 *106 ouE/h voor de vergunde situatie en 6,8 *106 ouE/h voor de toekomstige situatie. De WKK wordt als continu in werking gesteld, hoewel dit zeker voor de aangevraagde situatie waarschijnlijk een ruime (worst case) benadering is.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 21 van 61

7 Toetsingskader 7.1 Landelijk geurbeleid – Omgevingswet en zorgplicht Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Binnen de Omgevingswet worden geurvoorschriften voornamelijk door gemeenten geregeld binnen het Omgevingsplan. Voor een beperkt aantal specifieke activiteiten, zoals het bedrijven van rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en diverse agrarische activiteiten, geeft het Rijk echter wel instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgevin g (Bkl) ten aanzien van geur. Voor de meeste activiteiten geldt echter dat de gemeente zelf bepaalt of en welke regels ze voor geur opneemt in het Omgevingsplan. Wel volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat een gemeente verplicht is om in het omgevingsplan rekening te houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Uit lid 2 van dit artikel volgt tevens dat het omgevingsplan erin dient te voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Binnen de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht (artikel 1.6). Deze zorgplicht heeft betrekking op de fysieke leefomgeving en stelt dat een ieder (overheden, burgers én bedrijven) verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving. Daaronder valt ook het zorgdragen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau.

Daarnaast bestaat er binnen de Omgevingswet een verbod op het verrichten of nalaten van een activiteit als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan (artikel 1.7a). Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht veroorzaakt. Daarnaast is er ook sprake van een specifieke zorgplicht. Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Ze zijn bedoeld om nadelige gevolgen van een milieubelastende activiteit zoveel mogelijk te beperken Specifieke zorgplichten gelden altijd, ook in situaties waarin meer gedetailleerde regels zijn vastgesteld, bijvoorbeeld in een Omgevingsplan of vergunningsvoorschriften. Voor milieubelastende activiteiten zijn specifieke zorgplichten met betrekking tot het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Een voorbeeld hiervan is, dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit met nadelige gevolgen voor de leefomgeving, de beste beschikbare technieken (BBT) toepast (artikel 2.11 lid 2 c.) en nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk voorkomt of beperkt tot een aanvaardbaar niveau (artikel 2.11 lid 1.a. en b).

Specifieke zorgplichten zijn doorgaans gericht op het behalen van een doel, waarbij er een redelijke mate van vrijheid bestaat om hieraan invulling te geven. Bij onduidelijkheid kunnen meer gedetailleerde regels worden opgesteld, bijvoorbeeld in de vorm van maatwerkvoorschriften in een vergunning. Aanvullende specifieke zorgplichten kunnen ook door gemeenten worden opgenomen in het Omgevingsplan.

7.2 Gebruikelijke toetsingswaarden De kans op geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft een geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 ouE/m3 als 98-percentiel vormt de begrenzing van het gebied waarbinnen een geurconcentratie van 1 ouE/m3 méér dan 2% van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 22 van 61

Uit de diverse richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat de volgende overschrijdingsfrequenties en geurconcentraties gebruikelijk zijn: Geurconcentratie Een geurconcentratie van 1 ouE/m3 is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep mensen met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. Daarbij geldt 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde, waarvan onderbouwd kan worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen. Ook het type geurgevoelige bestemming weegt mee in het vaststellen van de toetsingswaarden: aaneengesloten woonbebouwing geniet de hoogste mate van bescherming, waar er voor bijvoorbeeld verspreid liggende woningen ruimere toetsingswaarden aanvaardbaar worden geacht. Overschrijdingsfrequentie Voor continue bronnen wordt doorgaans volstaan met toetsing aan de 98-percentielwaarde. Kortdurende emissies kunnen leiden tot kortdurende maar hoge immissies.

Voor dergelijke bronnen geeft toetsing aan de 98-percentielwaarde onvoldoende inzicht in de geurbelasting van de omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9- en 99,99-percentiel) in beeld te brengen. De mate van onzekerheid neemt toe bij hogere percentielwaarden.

7.3 Voorgesteld toetsingskader De gemeente Woudenberg beschikt niet over een eigen geurbeleid 15; ook de Provincie Utrecht beschikt niet over een geurbeleid. Het Bevoegd gezag heeft aangegeven als toetsingskader het geurbeleid van de Provincie Gelderland te willen toepassen. Het geurbeleid van de Provincie Gelderland is verwoord in het document ‘Rectificatie: Beleidsregel geur voor milieubelastende activiteiten niet-veehouderijen Gelderland 2024’16. Het Gelders beleid maakt onderscheid naar de aard van de geur, die wordt geclassificeerd in zeer hinderlijk, hinderlijk, minder hinderlijk en niet hinderlijk; de categorie hinderlijk wordt als standaard beschouwd. Op basis van de hinderlijkheid van de geur worden streef-, richt- en grenswaarden gesteld. Bij bestaande situaties zijn de richt- en grenswaarde bepalend, in nieuwe situaties de streef- en richtwaarde. De hinderlijkheidsklasse wordt bepaald aan de hand van een combinatie van factoren, zoals de hedonische waarde, beoordelingen van vergelijkbare processen bij het bedrijf of elders en ontvangen hindersignalen. Voor de geuren van het bedrijf wordt er vanuit gegaan dat deze vallen in de categorie hinderlijk en dat derhalve het standaard toetsingskader van toepassing is. Afwijken van het standaard toetsingskader kan op basis van de hedonische waarde, die een maat is voor de hinderlijkheid van een geur.

Voor de luchtwasser werd weliswaar een hedonische waarde van H= -2 vastgesteld bij een geurconcentratie van 7,4 ouE/m3, waarmee deze bron zou kunnen worden ingedeeld in de categorie minder hinderlijk (5 – 15 ouE/m3), het biofilter valt met 4,5 ouE/m3 in de categorie

15

De gemeente Woudenberg beschikt wel over een Verordening geurhinder en veehouderij, maar deze is alleen op de veehouderij van toepassing.

16

Provinciaal Blad 1388 van 1 februari 2014 – zaaknummer 2016-009302

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 23 van 61

hinderlijk (1,5 – 5 ouE/m3). Het type activiteit – mestverwerking – valt doorgaans in de categorie hinderlijk, waardoor daar nu zekerheidshalve niet van wordt afgeweken. Volgens het Gelders geurbeleid dient daarom het toetsingskader gehanteerd te worden, welke hieronder in tabel 5 is samengevat. Omdat een aantal bronnen slechts gedurende een beperkt aantal uren per jaar in bedrijf is, zal niet alleen worden getoetst aan de 98 -percentielwaarden (geschikt voor het toetsen van continue bronnen) maar ook aan hogere percentielwaarden (geschikt voor piekemissies). Tabel 5: Standaard toetsingskader [ouE/m3] Percentiel

Categorie A

Categorie B

Categorie C

streefwaarde

richtwaarde

grenswaarde

streefwaarde

richtwaarde

grenswaarde

streefwaarde

richtwaarde

grenswaarde

98

0,15

0,5

1,5

0,5

1,5

5

1,5

5

15

99,5

0,3

1

3

1

3

10

3

10

30

99,9

0,6

2

6

2

6

20

6

20

60

Er worden vier categorieën geurgevoelige objecten gedefinieerd: •

categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “wonen”;

•

categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “werken”;

•

categorie C: verblijfsobjecten, niet zijnde woningen of vergelijkbare objecten, gelegen in gebiedscategorie wonen of werken;

•

categorie D: verblijfsobjecten gelegen op een industrieterrein op de gronden die zijn bestemd voor bedrijven in categorie 4 of hoger conform de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering.

Verspreid liggende woningen in het buitengebied worden aangemerkt als geurgevoelige objecten categorie A. In specifieke gevallen kunnen GS deze woningen echter aanmerken als geurgevoelige objecten categorie B. Voor categorie D objecten wordt het aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld op het niveau dat bereikt kan worden door het treffen van redelijke maatregelen. In de directe omgeving zijn twee woningen bij veehouderijen gelegen, deze woningen hebben ook niet de bestemming wonen maar een agrarische bestemming. Deze woningen kunnen daarom naar de mening van Olfasense gerekend worden tot categorie B bestemmingen. Het betreft een bestaande activiteit, waardoor het aanvaardbaar hinderniveau wordt vastgesteld op de richtwaarde, of zoveel lager als mogelijk is. Het is mogelijk hiervan gemotiveerd af te wijken

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 24 van 61

8 De geurbelasting van de omgeving 8.1 Verspreidingsmodel De geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu module STACKS-G (versie 2025). Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom ten minste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonne-instraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de vorm van geurcontouren.

8.2 Invoergegevens Invoergegevens voor het verspreidingsmodel zijn bronkenmerken zoals de geuremissie en de emissieduur en omgevingskenmerken. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij het rapport, alsook een overzicht van de ligging van de bronnen. Een korte toelichting: Het biofilter is ingevoerd als een puntbron, zodat rekening kan worden gehouden met het effect van het naastgelegen gebouw. Ook de meeste overige bronnen zijn ingevoerd als puntbron, behalve de opslag van mest en co-producten. De bronnen zijn ingevoerd met gedetailleerd emissiepatroon, als volgt 17: Vergund •

De gaswasser en het biofilter zijn continue bronnen;

•

Uitkuilen is ingevoerd van maandag tot en met vrijdag van 8:00 tot 16:00 (2.085 uur per jaar waar 2.100 uur werd opgegeven).

Huidig een aanvraag •

Aanvoer vaste mest is voor de aangevraagde situatie ingevoerd maandag en dinsdag 8:0012:00, 417 uur per jaar (waar 400 uur werd berekend). Voor de vergunde situatie is alleen de maandag, 208 uur per jaar (waar 200 uur werd berekend);

•

Opslag mest is voor de aangevraagde situatie ingevoerd maandag en dinsdag 8:00-16:00, 834 uur per jaar (waar 800 uur werd berekend). Voor de vergunde situatie is alleen de maandag, 417 uur per jaar (waar 400 uur werd berekend);

•

Overslag vaste mest naar de hydrolysering is voor de aangevraagde situatie ingevoerd woensdag en donderdag 8:00-12:00, 417 uur per jaar (waar 400 uur werd berekend). Voor de vergunde situatie is alleen de woensdag, 207 uur per jaar (waar 200 uur werd berekend);

17

De hier genoemde ingevoerde uren betreffen een modelmatige benadering van de werkelijkheid. In de praktijk kunnen de uren anders zijn, het totaal op jaarbasis klopt wel.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 25 van 61

•

Aanvoer vaste co-producten is voor de aangevraagde ingevoerd op vrijdag 12:00-17:00, 260 uur per jaar (waar 222 uur werd berekend). Voor de huidige situatie is dit 13:00-15:00, 104 uur per jaar (waar 111 uur werd berekend);

•

Open sleufsilo dagelijks 9:00-11:00 voor de aangevraagde situatie (730 uur), 9:00-10:00 voor de vergunde situatie (365 uur);

•

Uitkuilen: dagelijks 9:00-10:00, 365 uur per jaar (gelijk aan berekening). Voor deze bron is alleen de emissiesterkte anders in de aangevraagde situatie ten opzichte van vergund;

•

Vullen van de hydrolysering voor de vergunde situatie ingevoerd van 10:00 tot 11:00, 365 uur per jaar (zoals berekend), in de aangevraagde situatie vervalt deze bron.

•

De gaswasser van de droger is in de huidige situatie gedurende 6 maanden, 7 dagen per week tussen 0:00 en 11:00 actief gesteld (4.048 uur per jaar), in de aangevraagde situatie is deze bron continu ingevoerd.

De overige bronnen zijn continu ingevoerd.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 26 van 61

8.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen Onderstaand zijn de contouren weergegeven van de toetsingswaarden.

Figuur b Geurcontouren van 0,5, 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de vergunde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 27 van 61

Figuur c Geurcontouren van 0,5, 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de huidige situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 28 van 61

Figuur d Geurcontouren van 0,5, 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 29 van 61

Figuur e Geurcontouren van 1, 3 en 10 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de vergunde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 30 van 61

Figuur f Geurcontouren van 1, 3 en 10 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de huidige situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 31 van 61

Figuur g Geurcontouren van 1, 3 en 10 ouE/m3 als 99,5-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 32 van 61

Figuur h Geurcontouren van 2, 6 en 20 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de vergunde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 33 van 61

Figuur i Geurcontouren van 2, 6 en 20 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de huidige situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 34 van 61

Figuur j Geurcontouren van 2, 6 en 20 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg in de aangevraagde situatie

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 35 van 61

8.4 Bespreking van de resultaten Uit de berekeningen blijkt dat de geurbelasting in de aangevraagde situatie nauwelijks wijzigt ten opzichte van de vergunde situatie. Bovendien is de geurimpact beperkt: de aaneengesloten woonbebouwing is ruimschoots buiten de contouren van de toetsingswaarden gelegen, en alleen de twee meest nabij gelegen woningen (weergegeven met gele stippen, de toetspunten) zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de installatie. De geurbelasting ter plaatse van deze woningen ligt net boven de voorgestelde richtwaarden, zowel in de vergunde als aangevraagde situatie. Volledigheidshalve is onderstaand de geurbelasting op de toetspunten (de direct omliggende woningen) weergegeven.

In onderstaande tabel zijn de maximaal berekende concentraties weergegeven voor de vergunde en aangevraagde situatie, alsmede de richt- en grenswaarden voor de direct omliggende woningen. Voor de aaneengesloten woonbebouwing geldt dat de geurbelasting ruim schoots lager is dan de voorgestelde richt- en grenswaarden (gelegen ver buiten de gepresenteerde contouren), waardoor die niet maatgevend is en verder buiten beschouwing is gelaten. Tabel 6: Overzicht resultaten verspreidingsberekeningen [ou E/m3] Verspreid liggende (bedrijfs-)woningen Percentielwaarde

richtwaarde

grenswaarde

maximale belasting vergund

maximale belasting aanvraag

98-percentielwaarde

1,5

5

1,5

1,7

99,5-percentielwaarde

3

10

2,8

3,0

99,9-percentielwaarde

6

20

4,8

5,1

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 36 van 61

Geconcludeerd kan worden dat de geurbelasting als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV beperkt is en rond of onder de richtwaarde ligt en blijft, waarbij naar de mening van Olfasense sprake is en blijft van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 37 van 61

9 Samenvatting en conclusies In opdracht van Haro Milieuadvies is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd bij Mts. de Greef Agro Energie BV te Woudenberg. Dit onderzoek zal deel uitmaken van de aanvraag voor een uitbreiding van de installatie van 30.000 naar 60.000 ton doorzet per jaar. Bij Mts. de Greef Agro Energie BV. Woudenberg worden vloeibare en vaste mest en co -producten vergist. Het ontstane biogas wordt opgewerkt en aan het aardgasnet geleverd. Het digestaat wordt ontwaterd en de dikke fractie gedroogd. De geurrelevante activiteiten vinden inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd in een biofilter. De lucht van de droger wordt gereinigd in een gaswasser. De geuremissie als gevolg van deze twee bronnen is bepaald aan de hand van geurmetingen. Aan de hand van de resultaten van de metingen en met gebruik van kengetallen voor eventuele overige geurbronnen, is de geuremissiesituatie in de huidige en toekomstige situatie in beeld gebracht. De metingen hebben plaatsgevonden op 28 augustus en 6 september 2023 en resulteerden in emissies van de luchtwasser en het biofilter van respectievelijk 19 en 0,7 *106 ouE/h. Verspreidingsberekeningen, inclusief de overige bronnen, laten zien dat de geurbelasting beperkt is. De aaneengesloten woonbebouwing is ver buiten de voorgestelde toetswaarden gelegen.

De geurbelasting ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen ligt zowel in de vergunde als aangevraagde situatie rond de voorgestelde richtwaarden. Geconcludeerd kan worden dat de geurbelasting als gevolg van Mts. de Greef Agro Energie BV beperkt is, waarbij naar de mening van Olfasense sprake is en blijft van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 38 van 61

Bijlagen

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 39 van 61

Bijlage A

Certificaat geuranalyses

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 40 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 41 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 42 van 61

Bijlage B

Monsternamecertificaten geurmetingen

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 43 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 44 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 45 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 46 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 47 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 48 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 49 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 50 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 51 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 52 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 53 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 54 van 61

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 55 van 61

Bijlage C

Scenariobestand verspreidingsberekeningen STACKS+ V2025.2 Release 2025-08-21

imodus= n u10= n u102= n u103= n u104=

1 0 0 0 0

runidentificatie GM-STACKS-Geur-2014 Stof-identificatie:

Geur

start datum/tijd: 30-10-2025 11:58:50 datum/tijd journaal bestand: 30-10-2025 12:00:59 BEREKENINGRESULTATEN

Percentielen voor 1-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand) Berekening uitgevoerd met alle meteo uit Presrm! Meteo Schiphol en Eindhoven, vertaald naar locatiespecifieke meteo De locatie waarop de achtergrondconcentratie (en meteo) is bepaald : 160443 456437 opgegeven emissie-bestand C:\Users\scanner\AppData\Local\Temp\GEOMILIEU\Calc\CORE_1\Model_11\emis.dat Alleen bron(nen)-bijdragen berekend!

Doorgerekende (meteo)periode Start datum/tijd: 1- 1-2014 1:00 h Eind datum/tijd: 31-12-2023 24:00 h Historische berekeningen: 2014 Aantal berekenings-uren : 87648 Aantal meteo-uren waarmee gerekend is

:

87648

De windroos: frekwentie van voorkomen van de windsektoren(uren, %) op receptorlokatie met coordinaten: 160443 456437 gem. windsnelheid, neerslagsom sektor(van-tot) uren % ws neerslag(mm) windstil

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

pagina 56 van 61

1 (-15- 15): 3966.0 4.5 2 ( 15- 45): 5114.0 5.8 3 ( 45- 75): 7273.0 8.3 4 ( 75-105): 4892.0 5.6 5 (105-135): 4838.0 5.5 6 (135-165): 6666.0 7.6 7 (165-195): 10492.0 12.0 8 (195-225): 12607.0 14.4 9 (225-255): 11736.0 13.4 10 (255-285): 8474.0 9.7 11 (285-315): 6363.0 7.3 12 (315-345): 5227.0 6.0 gemiddeld/som: 0.0

3.4 3.6 3.9 3.1 2.9 3.2 4.0 4.9 5.6 4.6 3.8 3.5 4.1

257.55 234.45 183.85 279.10 281.35 537.45 1324.80 2051.60 1706.25 935.85 757.85 410.50 8960.60

lengtegraad: : 5.0 breedtegraad: : 52.0 Bodemvochtigheid-index: 1.00 Albedo (bodemweerkaatsingscoefficient):

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0.20

Percentielen voor 1-uurgemiddelde concentraties In het percentielenbestand is aangegeven op hoeveel uur(blokken) de percentielwaarden betrekking hebben, de hoge percentielen kunnen bij een gering aantal berekeningsuren daardoor minder nauwkeurig zijn! (laatste regel in percentielbestand) Aantal receptorpunten 56 Terreinruwheid receptor gebied [m]: 0.1800 Terreinruwheid [m] op meteolokatiein windgegevens verwerkt Hoogte berekende concentraties [m]: 1.5 Gemiddelde veldwaarde concentratie [ouE/m3]: 0.02564 hoogste gem. concentratiewaarde in het grid: 0.16703 Hoogste uurwaarde concentratie in tijdreeks: 71.03270 Coordinaten (x,y): 160300, 456350 Datum/tijd (yy,mm,dd,hh): 2014, 1, 21, 11 Aantal bronnen

:

9

********* Brongegevens van bron : 1 ** OPPERVLAKTEBRON ** [Oppervlaktebron 8] "OPSL MEST, Opslag mest" X-positie van de bron [m]: 160424 Y-positie van de bron [m]: 456342 kortste zijde oppervlaktebron [m] : 10.4 langste zijde oppervlaktebron [m] : 8.8 Hoogte oppervlaktebron is : 1.5 Orientatie oppervlaktebron [graden]: 171.5 Aantal bedrijfsuren: 8336 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ouE/s) gemiddelde emissie over alle uren: (ouE/s) cumulatieve emissie over alle voorgaande bronnen: (ouE/s) uren ( 87648) *********

Brongegevens van bron

:

Olfasense B.V. • HARO25A1 • 31 oktober 2025

729 69 69.3 over alle

2

pagina 57 van 61

** OPPERVLAKTEBRON **

[Oppervlaktebron 11] "OPSL co-pr, Opslag co-producte..."

X-positie van de bron [m]: 160442 Y-positie van de bron [m]: 456327 kortste zijde oppervlaktebron [m] : 13.3 langste zijde oppervlaktebron [m] : 10.4 Hoogte oppervlaktebron is : 1.5 Orientatie oppervlaktebron [graden]: 169.6 Aantal bedrijfsuren: 7304 (Bedrijfsuren zijn uren met een emissie > 0) gemiddelde emissie over bedrijfsuren: (ouE/s) gemiddelde emissie over alle uren: (ouE/s) cumulatieve emissie over alle voorgaande bronnen: (ouE/s) uren ( 87648)

6944 579 648.0 over alle

********* Brongegevens van bron : 3 ** BRON PLUS GEBOUW ** [Schoorsteen 1] "GASWASSER, Gaswasser" X-positie van de bron [m]: 160416 Y-positie van de bron [m]: 456301 langste zijde gebouw [m]: 30.0 kortste zijde gebouw [m]: 6.7 Hoogte van het gebouw [m]: 4.0 Orientatie gebouw [graden] : 170.3 x_coordinaat van gebouw [m]: 160419 y_coordinaat van gebouw [m]: 456308 Schoorsteenhoogte (tov maaiveld) [m]: 4.0 Inw. schoorsteendiameter (top): 3.40 Uitw. schoorsteendiameter (top): 3.50 Gem. volumeflux over bedrijfsuren (Nm3/s) : 27.00000 Gem. uittree snelheid over bedrijfsuren (m/s) : 3.10455 Temperatuur rookgassen (K) : 285.00 Gem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4263/documents/72932