CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

11.c bijlage bestemmingsplan f 0351-10 Ecologisch werkprotocol.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg Voorzorgsmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming

Bunte Vastgoed

Concept

Colofon Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg Voorzorgsmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming

18-107

26 september 2019

Concept

K. (Kelly) Meinesz & R. (Rutger) Olthof

R. (Rutger) Olthof

M. (Mike) Wallink

Bunte Vastgoed

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. K. (Kelly) Meinesz & R. (Rutger) Olthof (2019). Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg. Voorzorgsmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming. Rapport 18-107. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud 1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Werkwijze en planning 1.3 Uitgangspunten Ecologisch werkprotocol 1.4 Status en gebruik 1.5 Leeswijzer

4 4 5 5 5 5

2.

Soorten 2.1 Broedvogels 2.2 Vleermuizen

6 6 6

3.

Mitigerende maatregelen 3.1 Mitigerende maatregelen 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Fasering qua tijd 3.1.3 Ongeschikt maken van de woning 3.1.4 Aanbrengen vervangende voorzieningen

7 7 7 7 8 10

4.

Contactgegevens

11

Bijlagen Bijlage 1 - Logboek Bijlage 2 - Verleende ontheffing Bijlage 3 - Aangetroffen natuurwaarden Bijlage 4 - Locaties tijdelijke vleermuiskasten Bijlage 5 - Locaties permanente inbouwkasten

Ecologisch Ecologischwerkprotocol werkprotocolsloop sloopDorpsstraat Dorpsstraat13, 13,Woudenberg Woudenberg

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doel De Bunte Vastgoed BV heeft het voornemen om de woning aan de Dorpsstraat 13 in Woudenberg (zie figuur 1.1) te slopen om de realisatie van een supermarkt met bijbehorende parkeerplaats mogelijk te maken. Uit het ecologische onderzoek is gebleken dat de woning gebruikt wordt als zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Bij de uitvoering van de voorgenomen sloopplannen gaat één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren. Provincie Utrecht (bevoegd gezag) heeft het activiteitenplan1 goedgekeurd en een ontheffing verleend voor de sloopwerkzaamheden. In de verleende ontheffing is als voorschrift vastgelegd dat een ecologisch werkprotocol (hierna EWP) moet worden opgesteld. Voorliggend EWP bevat alle benodigde maatregelen die nodig zijn in het kader van soortbescherming, inclusief de voorschriften uit de verleende ontheffing. Verder wordt door te werken volgens het EWP aan de zorgplicht voldaan.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) en de te slopen woning (geen gearceerd) met zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis (rode stip). Bron kaartondergrond: PDOK.

________________________________________________________________________________ 1 Olthof, R. (2019). Activiteitenplan sloop woning Dorpstraat 13, Woudenberg. Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet

Natuurbescherming. Rapport 18-107. Ecogroen bv Zwolle.

04

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

1.2

Werkwijze en planning Opdrachtgever heeft het voornemen om alle bebouwing tegelijkertijd te slopen. De sloopwerkzaamheden worden in september en oktober 2019 uitgevoerd. Dit is buiten het broedseizoen van de meeste vogels en voor vleermuizen de meest geschikte periode voor het uitvoeren van de sloop.

1.3

Uitgangspunten Ecologisch werkprotocol Ten aanzien van het EWP gelden een aantal uitgangspunten (zie kader 1). Het is van belang deze uitgangspunten door te nemen met alle betrokken partijen voordat gestart wordt met de uitvoering van de activiteiten. Kader 1 Uitgangspunten bij dit ecologisch werkprotocol • De initiatiefnemer is zelf volledig verantwoordelijk voor het naleven van de in dit EWP beschreven voorschriften; • Iedereen die bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken is en door zijn of haar handelen de Wet natuurbescherming kan overtreden, dient op de hoogte te zijn van de inhoud van dit EWP; • Er dient aantoonbaar te worden gewerkt conform het EWP. In de praktijk betekent dit dat de initiatiefnemer een logboek dient bij te houden, waarbij wordt afgestemd met een ecoloog. In het logboek worden de activiteiten en de naleving van de voorschriften ingevuld. Eventuele afwijkingen van het EWP worden ook in het logboek vermeld. Bovendien worden de toegepaste mitigerende maatregelen beschreven (datum, verrichte handelingen en dergelijke). Het logboek is te vinden in bijlage 1; • Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient het EWP met logboek en tevens een afschrift van de ontheffing Wet natuurbescherming op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

1.4

Status en gebruik Voorliggend EWP is opgesteld door specialisten van Ecogroen bv. Als initiatiefnemer/uitvoerder bent en blijft u zelf verantwoordelijk om binnen de randvoorwaarden van het EWP te blijven (kader 1). Geadviseerd wordt om voorliggend EWP als bijlage aan het bestek toe te voegen, zodat de uitvoerende partij op de hoogte is van de ecologische maatregelen die genomen moeten worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

1.5

Leeswijzer Het EWP bestaat uit een aantal onderdelen: • In hoofdstuk 2 is ingegaan op het voorkomen van soorten in het plangebied en welke effecten optreden op beschermde soorten door de sloopwerkzaamheden. • In hoofdstuk 3 zijn de mitigerende maatregelen opgesomd die uitgevoerd dienen te worden om verstoring van en/of schade aan vleermuizen te voorkomen. • In hoofdstuk 4 zijn de contactgegevens van de betrokkenen bij dit project weergegeven.

05

Ecologisch Ecologischwerkprotocol werkprotocolsloop sloopDorpsstraat Dorpsstraat13, 13,Woudenberg Woudenberg

2. Soorten 2.1

Broedvogels Het plangebied wordt (mogelijk) door diverse (algemene) vogels gebruikt als broedgebied waaronder spreeuw, kauw en witte kwikstaart. Als gevolg van de sloop worden mogelijk (algemene) broedvogels verstoord. Sloopwerkzaamheden vinden echter buiten het broedseizoen plaats waardoor verstoring op broedende vogels zoveel mogelijk voorkomen wordt.

2.2

Vleermuizen In het plangebied is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld (zie bijlage 3). Als gevolg van de sloop gaat één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren. Schade aan foerageergebieden en vliegroutes is niet aan de orde, aangezien tuinen en groenvoorzieningen en bebouwing als geleidend element onveranderd blijven. Ook is geen sprake van aantasting van belangrijke winterverblijven.

06

Ecologisch Ecologischwerkprotocol werkprotocolsloop sloopDorpsstraat Dorpsstraat13, 13,Woudenberg Woudenberg

3. Mitigerende maatregelen 3.1

Mitigerende maatregelen

3.1.1

Algemeen • •

•

• •

•

•

3.1.2

De werkzaamheden worden begeleid door een gekwalificeerde ecologisch toezichthouder met kennis op het gebied van vleermuizen; Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient het EWP met logboek en tevens een afschrift van de ontheffing Wet natuurbescherming op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren; Door de ecologisch toezichthouder wordt een ecologisch logboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoelt om schade aan beschermde soorten te voorkomen. Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke datum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoond dat er zorgvuldig gewerkt wordt; Afwijking van het protocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder; In de periode maart tot oktober kunnen (algemene) broedvogels verwacht worden.

In deze periode dient door of in opdracht van de ecologisch toezichthouder voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden een veldcontrole te worden uitgevoerd om na te gaan of en waar zich nestelende en/of broedende vogels ophouden; Bij het onverwacht aantreffen van strikt beschermde soorten - vooral vleermuizen en nesten van broedvogels- worden de betreffende werkzaamheden direct gestaakt en wordt direct contact gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder). Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden (in dit geval twee weken voor het ongeschikt maken van het gebouw) dient bij bevoegd gezag een melding gemaakt te worden van de start. Dit is mogelijk door het invullen van het online meldingsfomulier ‘aanvang werkzaamheden’: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/startwerkzaamhedenwnb. Voorliggend ecologisch werkprotocol dient bij de melding toegevoegd te worden.

Fasering qua tijd •

De sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd in het najaar van 2019: binnen de actieve periode van vleermuizen. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april tot november. Door te werken buiten de winterrustperiode van vleermuizen wordt schade in de meest kwetsbare periode van vleermuizen voorkomen. Daarnaast zijn vleermuizen in de

07

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

(actieve) periode dat ze gebruik maken van zomer- en paarverblijfplaatsen erg mobiel en flexibel (BIJ12, 2017). Met name gewone dwergvleermuis staat bekend om zijn flexibiliteit. Door te werken in de actieve periode van vleermuizen worden schadelijke werkzaamheden tot een minimum beperkt. Voorafgaand aan de sloop wordt de woning ongeschikt gemaakt voor vleermuizen (zie paragraaf 3.2.3).

3.1.3

Ongeschikt maken van de woning •

•

•

• •

•

De woning wordt gestript door het handmatig en voorzichtig verwijderen/openen van stroken geveldakpannen, nokpannen, dakpannen langs de dakvoet, spouwlatten en kozijnen (zie voorbeeld figuur 3.1); In de aanwezige spouwmuren worden tochtgaten gemaakt in het metselwerk: vier gaten per kopgevel en zes gaten per langsgevel (zie voorbeeld figuur 3.1). De gaten zijn ongeveer zo groot als negen bakstenen; Bij het aantreffen, zien of horen van vleermuizen (schrille piepgeluiden) wordt op die locatie het ongeschikt maken direct gestaakt. Ook als vleermuizen onverhoopt uitvliegen bij daglicht moet meteen worden gestopt en dient de ecologisch toezichthouder onmiddellijk te worden ingelicht; De bovenstaande werkwijze van ongeschikt maken vindt tenminste één week voor de daadwerkelijk sloop plaats; Bij het afdichten van gaten (bijvoorbeeld om asbestverspreiding te voorkomen) is het niet toegestaan om PUR-schuim te gebruiken. PUR is zeer schadelijk voor vleermuizen. Als alternatief dient rugvulling (stucadoorschuim) te worden gebruikt (zie figuur 3.2); Voorafgaand aan de daadwerkelijke sloop (en na het ongeschikt maken) wordt door een vleermuisdeskundige met behulp van een batdetector een controle op uitvliegende vleermuizen uitgevoerd.

Na het ongeschikt maken wordt circa één week gewacht voordat de uitvliegcheck uitgevoerd kan worden onder voorwaarde dat er op minimaal één dag sprake is van gunstige weersomstandigheden voor het uitvliegen van vleermuizen aanwezig waren (minimaal 12 graden, droog en weinig wind). Wanneer geen uitvliegers worden waargenomen kunnen de sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Worden vleermuizen aangetroffen dan dienen extra tochtgaten gemaakt te worden, gevolgd door een tweede controle, totdat de dieren uit eigen beweging zijn vertrokken.

08

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Figuur 3.1 Ongeschikt maken woning door het maken van tochtgaten (boven) en verwijderen kantpannen (onder). Kozijnen dienen hier nog verwijderd te worden.

Figuur 3.2 Voorbeeld van rugvulling te gebruiken om de dakgoot mee op te vullen

09

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

3.1.4

Aanbrengen vervangende voorzieningen •

•

Tijdelijke vleermuiskasten In oktober 2018 zijn vier tijdelijke houtbetonnen vleermuiskasten (type A; CHAMBORD) aangebracht aan de supermarkt ten zuidoosten van het plangebied, op circa 100 meter afstand van het plangebied (zie bijlage 4); Permanente inbouwkasten Ter vervanging van de zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis wordt de toekomstige supermarkt geschikt gemaakt voor vleermuizen door vier inbouwkasten (type: SCHWEGLER 2FR of een vergelijkbaar type) in te metselen (zie figuur 3.3). Per gevel wordt één inbouwkast geplaatst om te zorgen voor maximale variatie in microklimaat en meer keuzemogelijkheid voor vleermuizen te bieden (zie bijlage 5). De volgende eigenschappen zijn van toepassing op de vleermuiskasten. o De vleermuiskasten worden zo hoog mogelijk aan de kopgevel geplaatst, op minimaal 3 meter hoogte; o Vleermuizen moeten voldoende (veilige) uitvliegruimte hebben: minimaal 1 meter breed en 3 meter diep.

Figuur 3.3 Te plaatsen Schwegler 2FR (of vergelijkbaar type) kast

10

Ecologisch Ecologischwerkprotocol werkprotocolsloop sloopDorpsstraat Dorpsstraat13, 13,Woudenberg Woudenberg

4. Contactgegevens Hieronder zijn contactgegevens van betrokken partijen en personen te vinden. Eerste aanspreekpunt voor zaken die betrekking hebben op dit werkprotocol is Ecogroen bv. Contactpersonen Ecologisch toezichthouder Ecogroen bv 038 - 423 6464 Eerste contactpersoon

Tweede contactpersoon

R. (Rutger) Olthof Adviseur ecologie r.olthof@ecogroen.nl 06-16575596

H. (Han) Brendeke Adviseur ecologie h.brendeke@ecogroen.nl 06-50233318

Directie De Bunte Vastgoed BV L. (Lars) van Ginkel Projectleider lvg@debunte.nl

Uitvoerder / aannemer

11

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlagen

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlage 1 Logboek Onderstaand logboek dient te worden ingevuld tijdens de uitvoering van mitigerende maatregelen. Handeling

Datum

Locatie

instructie ongeschikt maken woning voor vleermuizen

24-10-19

projectgebied

uitvliegcheck vleermuizen

28-10-19 projectgebied

Paraaf ecologisch toezichthouder

Eventuele bijzonderheden/ opmerkingen

ecologische begeleiding is uitgevoerd. advies o.a.: spouw openleggen, loodsflappen omhoog Geen uitvliegende vleermuizen vastgesteld. Gebouw mag gesloopt worden mits voor 1 maart 2020 gebeurt.

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlage 2 Verleende ontheffing

PROVINCIE:: UTRECHT

VERZONDEN 2

4 JUL 2019

BESLUIT van GS van Utrecht

DATUM

24 juli 2019

TEAM

ZAAKKENMERK

Z-WNB-RI-REG-2019-0899 81F3E16B 17 april 2019

DOORKIESNUMMER

NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE(N)

Vergunningverlening Natuur en Landschap Servicebureau 030-2583311 030-2583139 Servicebureau@provincie-utrecht.nl Ontheffing herontwikkeling Dorpsstraat 13 te Woudenberg

REFERENTIE

FAX E-MAILADRES

- voorschriften en beperkingen - mitigerende maatregelen

ONDERWERP

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht op de aanvraag van 17 april 2019 van Ecogroen BV, namens Konst Exploitatie Maatschappij BV, om ontheffing in het kader van artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: wet). I. Besluit Gelet op het bepaalde in de wet, het Beleidskader Wet natuurbescherming en Verordening Natuur en Landschap hebben wij besloten u: ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid, van de wet, voor zover dit betreft het opzettelijk doden, opzettelijk verstoren, en het beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis voor de periode tussen 1 september 2019 en 1 april 2024. ll. Omschrijving van de aanvraag Uw aanvraag heeft betrekking op Dorpsstraat 13 te Woudenberg. De herontwikkeling bestaat uit de sloop van de bestaande panden en de nieuwbouw van een supermarkt. U vraagt ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 van de wet voor wat betreft de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) voor de periode tussen 1 september 2019 en 1 april 2024. Ill. Procedure De aanvraag is afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Op 28 mei 2019 heeft u deze aanvraag aangevuld. IV. Toetsingskader De gewone dwergvleermuis is beschermd ingevolge artikel 3.5 van de wet.

PROVINCIE-UTRECHT.NL

Domein Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111

17766

V.

Toetsing Ruimtelijke Ingreep

Motivering

Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is in het plangebied aangetroffen. Er is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld onder de nokpannen aan de oostelijke gevel van het te slopen pand. Ondanks dat er geen toegang lijkt te zijn tot vorstvrije ruimtes (spouw) wordt een mogelijke winterfunctie niet uitgesloten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden kunnen gewone dwergvleermuizen worden verstoord, gedood en wordt een verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis beschadigd en vernield. Om de negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis te verzachten stelt u mitigerende maatregelen voor. Om te voorkomen dat er gewone dwergvleermuizen worden gedood door de werkzaamheden worden er tochtgaten gemaakt en pannen gelicht. Zo wordt het microklimaat verstoord, waardoor de vleermuizen gestimuleerd worden om naar andere verblijfplaatsen in hun netwerk uit te wijken. Het ongeschikt maken gebeurt in de minst kwetsbare periode voor de soort (september/oktober) wanneer de vleermuizen zeer mobiel zijn. Om te voorzien in alternatieve verblijfplaatsen zijn er, in oktober 2018, vier houten kasten opgehangen op circa 100 meter van het plangebied. De kasten worden opgehangen op minimaal drie meter hoogte met een vrije aanvliegruimte en op een geschikte expositie (oostelijk).

Deze tijdelijke kasten zijn voldoende om het verlies van de zomerverblijfplaats te mitigeren. Houten kasten zijn echter niet geschikt als winterverblijfplaats. Er zijn geen redelijke alternatieven mogelijk om in deze fase al kasten in te bouwen. De initiatiefnemer heeft geen eigendom in de directe omgeving, en er kan niet gegarandeerd worden dat het inbouwen van kasten in andere panden niet leidt tot de aantasting van bestaande verblijfplaatsen aldaar. Er zijn aantoonbaar voldoende alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving waar de gewone dwergvleermuis naar uit kan wijken, in de woningen aan de Prins Bernardstraat 1 t/m 7 en 25 t/m 31, en de Dorpsstraat 17 en 19. De voorgestelde maatregelen zijn voldoende. Echter, ondanks het nemen van deze maatregelen kunnen gewone dwergvleermuizen worden verstoord en gedood, en wordt er een vaste verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis beschadigd en vernield. Een ontheffing is dan ook aan de orde. Om te borgen dat de gewone dwergvleermuis ook op de langere termijn voor blijft komen in het plangebied worden er in de nieuwbouw inbouwkasten geplaatst. Op iedere gevel komt één kast om een zo groot mogelijk areaal aan microklimaten aan te bieden. Lokaal zal er dan ook geen effect zijn op de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis. De gewone dwergvleermuis komt zowel lokaal, regionaal als landelijk veel voor.

In bijna alle atlashokken zijn waarnemingen van deze soort bekend. Ondanks dat concrete aantallen en trends onbekend zijn is het aannemelijk dat de gewone dwergvleermuis in een gunstige staat van instandhouding verkeert. Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de werkzaamheden. Belang van de aanvraag U heeft ontheffing aangevraagd op grond van het belang: "Volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten". U draagt de volgende onderbouwing aan:

Volksgezondheid In de bebouwing is asbest aangetroffen. Specifiek gaat het om asbesthoudende golfplaten van één schuur, raamkozijnen en deuren van de woning. Als dergelijke asbesthoudende materialen niet verwijderd worden, zijn er mogelijk actuele risico's van emissie van asbestvezels aanwezig. Voor extra informatie wordt verwezen naar het asbestrapport (van den Brink 2018). Ten behoeve van deze asbestverontreiniging wordt het terrein in 2019 gesaneerd. Daar komt bij dat de huidige bebouwing niet meer voldoet aan de huidige duurzaamheids- en milieueisen en daardoor een ongunstig leef- en woonklimaat kent. Openbare veiligheid In de toekomst heeft opdrachtgever het voornemen om het terrein her in te richten tot een supermarkt. Momenteel is het risico op vandalisme door leegstand van de gebouwen erg groot. Leegstaande bebouwing trekt hangjeugd en vandalisme aan, wat vernielingen en mogelijk brandstichting tot gevolg heeft. Om vandalisme te voorkomen is het van belang dat de panden zo spoedig mogelijk verwijderd worden. Door de voorgenomen plannen vindt naast asbestsanering een verbetering van de veiligheid plaats. Hierdoor nemen gezondheidsrisico's af en dient het project het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid.

Structuurvisie Gemeente Woudenberg De Gemeente Woudenberg heeft in haar structuurvisie (Gemeente Woudenberg, 2013) aangegeven om binnen de gemeente de winkelstructuur in het centrum van Woudenberg te versterken.

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

2 van 10

Woudenberg zet in op het verbinden, combineren en vernieuwen van ruimtelijke sectoren als wonen en centrumvoorzieningen in de kern, werken en horeca op bedrijventerrein en landbouw, natuur en landgoederen. Eén van de ambities is het omvorm en van het huidige centrum tot aantrekkelijk boodschappen-, winkel- en verblijfplaatsgebied voor bewoners en recreanten. Mede daarom is het plangebied (Oorpstraat 13) opgenomen tot één van de ontwikkellocaties waar initiatieven mogelijk worden gemaakt om dit te realiseren. Voorliggend project

draagt bij aan de structuurvisie van de Gemeente Woudenberg. Het belang openbare veiligheid is onvoldoende onderbouwd. Illegale handelingen door derden kunnen geen onderbouwing van dit belang vormen, daar deze niet tijd- en plaatsgebonden zijn en op andere manieren voorkomen kunnen worden. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang op de punten van de volksgezondheid en de dwingende redenen van groot openbaar belang wel voldoende onderbouwd zijn om de negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis te rechtvaardigen. Alternatievenafweging Locatie Alternatieve locaties ontbreken, omdat het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden locatiegebonden is en niet op een andere plek kan worden uitgevoerd. Daar komt bij dat de aangetroffen asbestverontreiniging locatiegebonden is. Werkwijze Een alternatieve werkwijze is niet aan de orde. Voor vleermuizen en overige broedvogels worden alle nodige en mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen om schade tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tot een minimum te beperken. Planning Een alternatieve planning is niet noodzakelijk. De planning is volledig aangepast aan de functies die het plangebied heeft voor gewone dwergvleermuis en eventueel aanwezige broedvogels. De werkzaamheden vinden plaats in de ecologisch meest gunstige periode.

Het hanteren van een andere planning heeft voor aanwezige vleermuizen geen voordelen. Inrichting Alternatieve inrichtingsplannen zijn geen optie. Er zijn geen mogelijkheden om op de huidige locatie een supermarkt te realiseren die geen (tijdelijke) verstoring teweegbrengen. Door in de nieuwbouw voldoende alternatieven aan te bieden is de inrichting gunstig voor de gewone dwergvleermuis. Gezien het bovenstaande zijn er geen redelijke alternatieven mogelijk die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. Vl. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij u ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de wet. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden, deze treft u aan in de bijlage bij dit besluit. VII. Bezwaar U kunt binnen zes weken na de dag waarop deze beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt een bezwaarschrift bij Gedeputeerde Staten van Utrecht indienen: • Digitaal: gebruikt u hiervoor het formulier "Bezwaar tegen beslissing provinciaal bestuur met DigiD". Uw DigiD geldt als ondertekening. U vindt het formulier via: www.provincie-utrecht.nl onder loket/ klacht, bezwaar of melding doorgeven I bezwaar tegen beslissing provincie; • Schriftelijk: t.a.v. de secretaris van de Awb- adviescommissie van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht.

Het bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten: uw naam en adres; de datum; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht (indien mogelijk, onder vermelding van het besluitnummer); de reden van bezwaar; ondertekening. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden.

Behoort bij briefnummer: 81 F3E 16B

3 van 10

Overigens schort het indienen van een bezwaarschrift de werking van het besluit niet op. Als u niet kunt wachten op de normale behandeling van uw bezwaarschrift, hebt u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U moet op dat moment ook al een bezwaarschrift hebben ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt u aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. VIII. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op het moment van bekendmaking door uitreiking of verzending aan de aanvrager. Van het besluit wordt mededeling gedaan op de website www .officielebekendmakingen.nl IX. Overleg en informatie Er kan tevens vergunning of ontheffing nodig zijn op grond van andere wetten of verordeningen. Wij adviseren u zo nodig contact op te nemen met uw gemeente en/of milieudienst, als u dit nog niet heeft gedaan. Als u vragen heeft over de procedure en de inhoud, kunt u contact opnemen met ons Servicebureau via servicebureau@provincie-utrecht.nl, of op telefoonnummer 030-2583311. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze website www .provincie-utrecht.nl. X. Verzending Dit besluit wordt verzonden aan de aanvrager van de ontheffing. Een afschrift van deze ontheffing wordt verzonden aan: - RUD Utrecht, Postbus 85242, 3508 AE Utrecht.

Hoogachtend,

~I ev . . se Teamleider Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Leefomgeving

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

4 van 10

ONTHEFFING Naar aanleiding van het verzoek van Ecogroen BV op 17 april 2019, namens Konst Exploitatie Maatschappij B.V. en de aanvulling hierop van 18 mei 2019, gelet op artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming, Verlenen Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht hierbij aan: Naam: Konst Exploitatie Maatschappij B.V. Adres: Frieswijkstraat 70 Postcode en woonplaats: 3862 BM Nijkerk Ontheffing 81 F3E16B voor het tijdvak tussen 1 september 2019 en 1 april 2024 Van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor zover dit betreft het opzettelijk doden, opzettelijk verstoren, en het beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Het gebied waarvoor de ontheffing geldt, betreft Dorpsstraat 13 te Woudenberg. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1. De ontheffing wordt slechts voor de hierboven genoemde soorten en beschreven verboden handelingen verleend. 2. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. 3.

De ontheffinghouder dient onverwijld contact op te nemen met het Servicebureau van de provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrecht of via servicebureau@provincieutrecht.nl indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen als bedoeld in voorschrift 1 noodzakelijk zijn. 4. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en de bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. 6. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen met daarin minstens de voorschriften uit deze ontheffing. Het werkprotocol dient (aanvullend) de volgende aspecten te omschrijven: a. Omschrijving van het plangebied, inclusief kaart; b. Activiteiten/werkzaamheden die uitgevoerd worden (inclusief planning); c. Maatregelen die getroffen zijn/worden (locatie op kaart en datum/tijd); d.

Wie is de begeleidend ecoloog (inclusief contactgegevens); e. Welke activiteiten zijn/worden door de ecoloog begeleid; f. Hoe er wordt/is omgegaan met onverwachte (beschermde) soorten binnen het plangebied. 7. De ontheffinghouder dient, twee weken voorafgaand aan de datum waarop de werkzaamheden zullen aanvangen, het meldingsformulier 'aanvang werkzaamheden' volledig in te vullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/startwerkzaamhedenwnb. Bij de melding dient het werkprotocol zoals omschreven in voorschrift 6 bijgevoegd te zijn. 8. Tijdens de werkzaamheden dient een logboek te worden bijgehouden. In het logboek dienen gemaakte ecologische keuzes vastgelegd te worden zoals goedkeuring/ vrijgeven door een ecoloog, afwijkingen van het ecologisch werkprotocol en gekozen mitigerende maatregelen en de locatie daarvan. In het logboek worden in ieder geval de relevante resultaten van de uitgevoerde handelingen, omschreven in voorschrift 10, geregistreerd. 9. Na afronding van de werkzaamheden dient u het meldingsformulier 'einde werkzaamheden' volledig in te vullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/eindwerkzaamhedenwnb. Het logboek zoals omschreven bij voorschrift 8 dient bijgevoegd te worden.

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

5 van 10

Specifieke voorschriften

10. De maatregelen, genoemd op pagina's 16 en 17 en bijlage 4 van het bij de aanvraag gevoegde activiteitenplan dienen te worden opgevolgd (bijlage 2 bij deze aanvraag). 11. De werkzaamheden en bovengenoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. Deze dient in ieder geval bij de start van de werkzaamheden aanwezig te zijn op de planlocatie. 12. Deze ontheffing kan worden ingetrokken, indien blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 13. Aanspreekpunt in het kader van deze ontheffing en de daaruit voortvloeiende voorschriften is het Servicebureau van de provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrecht of via servicebureau@provincie-utrecht.nl.

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

6 van 10

Bijlage 2: mitigerende maatregelen

6.1

Maatregelen

6.1.1

A.lgetnttn· • êr \\ó'Ordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waa.rln alle te nemen maatregelen worden vastgelegd. 01,t ecologisch werkprotocol ls op de locatie aanwezig en onder al·le betrokken partijen bekeoo. Werlcza.amhedl!(l worden aantoonbaar conform dLt protocol u,itge\'oerd_: • Ooo.r de ecologisch toezichthouder wordt een ecalo.i!ilsch !ogboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoeli: om schade aan beschermde soorten te voorkomen. Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was. en welke maatregeten zijn genomen op welke dall!Jm en locatie. Op deze manter kan In geval va,n hand!ia11,lng eenvoudig worden aa.11_geroond dat er zorgo\l'ldlg gev.'el'kt wordt; • Oe werlcza.amheden worden begeleid door een ge.kwa.llflceerde ecologisch roezkhtbouder met ke11nls op het gebied van ',<lee.rmuuen; • Ahli'ljlcJlng van het protocol ls altee111 mogeslljk na ove.rleg met de ecologisch toezldlltholJder; • In de periode maan: to, oktober k.un.nen (ailgemene) broed,,•ogels verwadlit worden.

In deze per.lode dient door of In opdracht van de ecologisch toezichthouder 1100ratga.and a.an, de sloopwerkza.amhedffl een veldcontrol:e te worden uitgevoerd om na te gaan of en waar 2.'lch nestelende en/ o.f broedende vogels ophouden; • Voorafgaand aan de sloop dient de wonl11g op aanwljz.lng van de toezichthouder 0111geschikt te worder1 gemaakt voor 11leermuil:e.r, (zie paragraaf ê. i .3);

• fMJ het orrv-aicht aantreffen va11 strikt beschermde soorten - 1100ral vleermuizen en nesten ,;an bmedvogels- worden de betreffende werlcza.amheden direct ges:taakt en wordt direct contact ge-zocht met de ecologlsch toezlmthol.lder (of uitvoerder). Vervolgens wordt In overileg bepa.a!d hoe cfe wer.kzaamheder., op een zorgv.uldlge ,.,1jre bli111en de Ir.aders van de Wet 11atuurbescherml11s J.l1,mnen worden uitgevoerd. U.2

Fll5erll'lfl qua tljd • Oe sloopwerkzaamheden worden ultl!leVO!!l'd tn het na.Ja.ar van, 2.01.9: blnn.en de aictfeve periode van vleermuizen. De actieve periode van vleermu,!ze,111 loopt globaal vain april tot november. Door re werkem bulte111 de wlntem.iS.tperlode vam vteermlll'izen wordt schade In de meest kwetsbare perlode van vleermuizen voorkomen. Daamaast z,jn ',<Jeermuli!em In de {actieve) periode d'at ze gebn.dk malken van zomer- en paarvertîlljiplaatsen, erg mobiel en fle.t,1:,e,1 (BU12, 2:0l 7b). Met name l!lewone dwergvleermwls staal bekend om zijn flexlbflltel,t. Door te ~•erli:en l.11 de ac.illeve periode •;an vleermu:lzen worde111 schadellJke "'erkzaam.heden tot een mln,Jmi_;m beperkt. Ooor bebouwing voorafgaand aan de werla:aamheden ongeschdkit te maken voor lfleermulzen, zulten r.,og aanwe-

eco groen

Behoort bij briefnummer: 81 F3E16B

.z.,dvics I:: ingi?ir1ic1.rn~bur!!J!J

Q Hi

7 van 10

zlse llileerm ulzen vem ekken . He t exacre m ome nt van ongeschlkt maken hangt at van de v,,eers-

omstandlghedent. Oe ecoloslsd1 toezlchthouëer bepaalt of wetcken In de betretfende periode rnol!!Blijl:: Is of welke andere periode mogelljklledel!l biedt. Op deze manier wordt schade aan O\Jerwt:111lerende ·llilee.rmulzen voorlromel!l•. 6.:LJ

óngesdtHà makM wn de WOl'lmg

• Oe woning wordt gestript door het handmatig en voorzlchtlg verwijderen/openel!l van met name stroken ge....eilpa111nen, nokpannen. pannen lanss de dak\Joet, spoo,Wlatten, lcmljnen en gevelpa11ele1!1; • In de aanwezige spouwmuren worde111 tochtgaten @lemaakt In het metselwerk: v.ler gaten per kopsevel en zes gaten per la,ngslllevet De gaten zijn oogeveer zo groot als negen bakstenen;

• 81j heit aantreffen. zlen o:f horen van vleermukzen (S£hrllle plepgeliulden) wordt op die locatie het OOl!eschlkt maken direct lllestaakt_ CO'k als weermulzen onverhoopt uitvliegen bij d•agllcht moet meteen worde11 gestapt en dient de ewlogls;ch toezichthouder onmiddellijk te wordelll lngellcnt: • De bovenstaande werkwijze van onl!eschloct maken vindt tenminste één week voor de daadwerkeUjk sloop pilaats;

• 81d het aid-lchtelll van gaten (blj~-oorbeetd om asbestverspreiding te voo rkomen I Is het niet toegestaan om PUR-schu•lm te gebr,ulk.en. PuR Is zeer schadell;:k •1oor 111:eermulzen. AJ:s alternatief dien, f!J€Yulllng (stucadoorsschulm] te worden gebruikt; • Voorafgaand aan de dai!dwerkeHJke s.'loop wordt bij optim•ate weersomstandigheden {a"JOndtempeatuur boven 12 graden) eel!1 avol!ldcontrnle met vleermuisdetector w,ltgevoerd om vaSi! te sitetlen of er geen vleermt1.lzen meer ,In de woning aa.nwe.dg i;ljn. Worden vleermuizen aangetroffel!l dan d·leAen extra tochtgaten gemaakt te worden, gevolgd door een tweede controle, totdat de dleren uit eigen beweging zl}n ~-e.rtrokken. 6.1.4

Aanlwengen W!"Mffl ge-ncl4! li'OOl'd~ • In oktober 2'°18 zijn .,;Ier ~ljdellJke boutbetonnen llfeermulslrasten (type A; OiAMSOf\D) aaf11Sebraeht aan de· Sl!l;ç_ermarkt ten z.uldoos.ten van het p#.angebfed, op cl rta 100 meter afstand van het plangebied; • Ter \!ervalllgl11g van de 1omervertilljfplaats \lilln gewone dwerg,.•leermw,~ word.t de toeloomsdge supermarkt gesch;i1ct gemaakt voor vfeerm1J1izen door vler lnbotiwlrasten {type: S.CHWEGLfR 2Ffl of een verl!elljkbaar t'(pe) aan de oostgevel I r1 te brengen jzle· bij lage 5). Per ge-vel wordt één Inboo.wkast ge.plaatst om te zorgen voor mil>llmale variatie In -rnlcrokllmaa,t e11 meer keuzemogelijkheid voor ,,.1eermul1en te bteden. ~ Ingebouwde kasten kunnen dienen a~ {al-tematlev.ef zomer-, paar- en overwfate~lngs.verblljfplaats '<OOr gewone dwergvleem1uls. In bljka!!e 4 Is bescnreven ,hoe deze v.e.rvangende ...oorzlenlngsn worden gereal~erd.

6.2

Locatie maatregelen ~ vier tijdelijke 1fle.ermulsil:asten, zljn reeds aa111gebracht aan de supermarli.t ten zuidoosten van het pla.f11Seble-d. In bijlage 3 zl)n de lloc:atles mer de tijdelijke v.leermulskasten, weergegeven.

6.3

Effectiviteit maatregelen ~ maatreget.efl, woroen voor ge•,,ooe dwergllleerm uls elfectlef geacht omdat dere conform het kennisdocument van gewone dwergvleermu•~ worden uitgevoerd (BU12, 2.017-b).

e<:o

groen

Behoort bij briefnummer: 81 F3E 16B

edvius ~ inqestieursbusccu

Q l.7

8 van 10

Vervangende voorzieningen vleermui-

zen

~Voor vleermuilzen geldt dat:

• Ver1 les van ','E-rbl'.ljfplaatse11 van vleerm.1lllzen •;;ordt met de taaor vier gecompensee rd. In het geval Yi!>ITI k.lelne verblijfplaatsen k:an daar naast ook gekozen worden om opties voor li:craa,m- en <;;lnterve rbl:ljfplaatsen toe te passen. In dat geval volstaat een lager aantal voorzlenlnljen. Opgave per kleine 'lerbl'ljtpilaats; - Kleine ge\-e<lbetlmmerlng aan twee k.opge-.-ets; - Inmetse len van vier klelr,e lnbou.w leer,rnulskasten In één of meerdere koPl!e-vels; - Opnleu<;; opmetse len kopgevel (boll en','e-rdleplng van één koPl!eveij; - Plaatsen keramische k.asten {twee In, één or twee k.opge•o'Eilsl; - Opmetselen .,,an e,e,r,, nleu<;;·e muur YOOI' de bes taande muur (éé!l kopgevell: - Grote ge-velbet lmmerlng aan één kopgevet; - Aan brengen bultengevell=la tle op é!én kopge-,el. • Het aa nbre11gen Yi!Jll vervangende -.-erblljfplaatse n vindt bij voor keur plaats op dezelfde pl:ek. In ,,orgo.rde van geschllthetd: l.

Kopge-vet van de betreffende waning:

2.

Jllndere kopgevel van de woning of tegenoverliggende kop,ge','e-l van ander bl:ok met wo nh:igen;

3.

Kopgevels va,n omrlnge.Ade wa,tlrigen (bin r,e,r, 200 metee) van de verblijfp laats;

• lm,11egopenlngen naar verva,ngellde verblljf,p laatsen dienen op mln,lmaal drie meter hoog te aangebracht te worden; • ln~·llegopenlngen •1a11 vervangende ','e-fblrjfplaatse n voor gewone e111 ruige dwergv,lee rmuls hebben een afmeting van l,S-2..S cenurre ter bij mir1lma.al 4 cenameter, voor laal!VHeger en gewo ne groot oorvlee rmuls hebbe n ~ ln..,lle.gopenlngen een afmeting van 2,S llfj 3,5 cen.tlme ter blj mlnlma.al 4 centimeter; • Wanneer plaatvormig lsolallematerla.al wo rdt toeg epast, wordt dit mate.rlaail opg eruw d of veoe zlen ,,an klp-pe~ as. Op deze wijze ontstaan geschlkîe haf'l8P lelcken voor vleen:mJl;zen.

eco groen

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

advic~ d tnqeaieursburccu

Q

9 van 10

Geitm!n opt-Je:

Aanbre-nqe-11 kleine Jnboti!Wk.asten {df,.,-erse SOlll'TI'n en tvpe verot~fplaotser,) Het aanbrengen van kleine lnbouwk.asten (type $chwe!ller 2FR.) In de kop!levels Is e..eneens een optie 'o'OOr kleine \l·erbllJfplaatsen va.n vleermuizen (zie figuur B4.ll. Oe ,Inbouwkasten kunnen venonken aa.~ebracht worden In de muur of lkhtbaar In de bulten!level (type 2FR. bo ook. geseha keld worden aangebracht). De 2 FR. bevat aan de zijk.anten een toe!langs.mogelljk!held waardoor •rneet"dere elementen aan elk.aar gekoppeld kunnen WOf:den ,(zie figuur 84.3). Oe kasten worden hoog geplaatst In de bebouwt~ Vooral de zuid- en westge..els zijn geschikt, vanwege de• warmte van de middag- en a'IIOnd20.111. EnJge variatie tussen de wlndrlehtlngen van gevels waar klelrie lnbouwk.aste11 In worden aangebracht. Is O'lerlgens wel !lewenst_ Verschillende wlndrlchtlr,-gen geven ook 'lersdtlllende mlaokllmaten. die meer keuzemogelijkheden voor ~rmulzen blede11.

E!'CO

groen

Behoort bij briefnummer: 81F3E16B

ad\•Îes.:; inge.,icuisburl!-Jl!l

0

10 van 10

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlage 3 Aangetroffen natuurwaarden

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlage 4 Locaties tijdelijke vleermuiskasten

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Bijlage 5 Locaties permanente inbouwkasten

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2567/documents/50415