11.c bijlage bestemmingsplan b 0351-10 Archeologie PvE.pdf
Tekst van het document
De kwaliteitsbewaking is in handen van Senior KNA Archeoloog die door de archeologisch aannemer aan het project wordt toegewezen. Deze houdt toezicht op de werkzaamheden zodat deze voldoen aan het PvE. Ook signaleert de Senior KNA archeoloog overlegmomenten en is deze verantwoordelijk voor de evaluatie van het onderzoek. Indien de archeologische situatie in het onderzoeksgebied significant afwijkt van de verwachting in onderhavig PvE wordt dit schriftelijk gemeld aan de bevoegde overheid. Voor de beslismomenten m.b.t. meer- en/of minderwerk kan de archeologisch aannemer verwijzen naar de offerte van desbetreffend project. Voor overleg en evaluatie zie hoofdstukken 8 en 11. Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het onderzoek dient verricht te worden door een uitvoerder die in het bezit is van een geldig certificaat ‘BRL SIKB 4000 Archeologie protocol 4003 IVO, proefsleuven’. Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Onverlet wat er in het PvE staat gaat wettelijke regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld arbeid, veiligheid, gezondheid en milieu boven de bepalingen in dit PvE. Deze zaken moeten ruim voorafgaand aan het onderzoek, onderling tussen de archeologische uitvoerder en de opdrachtgever worden geregeld (bijv. in een Plan van Aanpak).
De deelname van amateurarcheologen en vrijwilligers is afhankelijk van toestemming van de grondeigenaar, de civieltechnische en/of bouwkundige en/of milieukundig aannemer en de archeologisch uitvoerder. Het kan dat vanuit veiligheidsoverwegingen de deelname niet mogelijk is of dat van daaruit extra eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot deelname.
IVO-P Woudenberg, Dorpsstraat 13 / 20230707 / RVB2.1 / Datum: 24-08-2023
25
11. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen tijdens het veldwerk Mocht er sprake zijn van belangrijke wijzigingen ten opzichte van dit PvE, of omstandigheden zijn waardoor er een andere strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk is, dan dient de archeologisch aannemer dit terstond te melden bij de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De bevoegde overheid zal dan een besluit nemen over de te volgen vervolgstappen. De archeologisch aannemer is verantwoordelijk om de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de genomen beslissing van de bevoegde overheid. Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • (Kwalitatieve) Afwijkingen van de archeologische verwachting (of het complextype); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Wijzigingen fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera). • Significante (kwantitatieve) afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. Mogelijke overige wijzigingen: • N.v.t.
Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie hoofdstuk 8.1 en hoofdstuk 11.4 van dit PvE. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit PvE zullen worden genomen door de bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten). Dit zal gebeuren op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de opdrachtgever.
IVO-P Woudenberg, Dorpsstraat 13 / 20230707 / RVB2.1 / Datum: 24-08-2023
26
Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • • • •
Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.ahn.nl www.kadastralekaart.com
Literatuur • • • • •
• • • • •
SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Borsboom, A.J. & J.W.H.P., Verhagen 2009. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), versie 1.02, Gouda (CCvD). Bussel, A.T.L.E. van, 2020. Woudenberg, Dorpsstraat 13. Gemeente Woudenberg (UT). Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-Rapport 3021, Nieuwegein. Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002. Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, 2018. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Dorpsstraat 13 te Woudenberg. Projectnummer 171071/lvh/sh, Raalte. Kooistra, L.I. & O., Brinkkemper, 2016. KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011. KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Ouwekerk, L., 2019. Voorstraat 33-37 te Woudenberg, Proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding. Projectnummer S190043, Leusden. Sterk, G. & S.A. Rijlaarsdam, 2019. Voorstraat 30-32 Woudenberg, Proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding. Projectnummer S190017, Leusden. Sueur, C., 2018. Briefrapport Dorpsstraat 13 te Woudenberg. Buro de Brug rapporten B18- 375, Noordwijk.
IVO-P Woudenberg, Dorpsstraat 13 / 20230707 / RVB2.1 / Datum: 24-08-2023
27
Bijlage 1.
Luchtfoto
28
Bijlage 2.
Toekomstige situatie
29
Bijlage 3.
Puttenplan
30
31
32
Bijlage 4.
Lijst met te verwachten aantallen2
Onderzoek
Verwachting
IVO-P Woudenberg, Dorpsstraat 13
Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd
Omvang
Verwachte aantal m²
Onderzoeksgebied: ca. 1260 m2
Ca. 128 m2 aan proefsleuven
Vondstcategorie
Verwachte aantallen (N)
Aardewerk
-
Bouwmateriaal
-
Metaal (ferro)
-
Metaal (non-ferro)
-
Slakmateriaal
-
Vuursteen
-
Overig natuursteen
-
Glas
-
Menselijk botmateriaal onverbrand
-
Menselijk botmateriaal verbrand
-
Dierlijk botmateriaal onverbrand
-
Dierlijk botmateriaal verbrand
-
Visresten (handverzameld)
-
Schelpen
-
Hout
-
Houtskool(monsters)
-
Textiel
-
Leer
-
Submoderne materialen
-
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM)
-
Algemeen zeefmonster (AZM)
-
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
-
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
-
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
-
Monsters voor luminescentiedatering (OSL)
-
Monsters voor koolstofdatering (C14)
-
DNA
-
Dendrochronologisch monster
-
2
Aantallen zijn niet ingevuld aangezien het onderzoek in eerste instantie een proefsleuvenonderzoek betreft. Bij een proefsleuvenonderzoek hoeven nog geen aantallen op te worden gegeven, aangezien nog onduidelijk is hoeveel vondsten/monsters verwacht kunnen worden. Aantallen voor de eventuele Opgraving kunnen worden ingeschat na de uitvoer van het proefsleuvenonderzoek.
33
Bijlage 5.
Te raadplegen specialisten/specialismen
Vondstcategorie
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”
PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”3
PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”4
Nee
Nee
Bouwmateriaal
Nee Nee
Nee
Nee
Metaal (ferro)
Nee
Nee
Nee
Metaal (non-ferro)
Nee
Nee
Nee
Slakmateriaal
Nee
Nee
Nee
Vuursteen
Nee
Nee
Nee
Overig natuursteen
Nee
Nee
Nee
Glas
Nee
Nee
Nee
Menselijk botmateriaal onverbrand
Nee
Ja
Ja
Menselijk botmateriaal verbrand
Nee
Ja
Ja
Dierlijk botmateriaal onverbrand
Nee
Nee
Nee
Dierlijk botmateriaal verbrand
Nee
Nee
Nee
Visresten
Nee
Nee
Nee
Schelpen
Nee
Nee
Nee
Hout
Nee
Nee
Nee
Houtskool(monsters)
Nee
Nee
Nee
Textiel
Nee
Nee (en bloc lichten)
Nee
Leer
Nee
Nee
Nee
Submoderne materialen Monstername
Nee
Nee
Nee
Algemeen biologisch monster (ABM)
Nee
Nee
Nee
Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C)
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
DNA
Nee
Nee
Ja
Dendrochronologisch monster
Nee
Nee
Nee
Aardewerk
3
Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.
4
Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.
34
Bijlage 6.
Deponeren, richtlijnen
35