11 a NL.IMRO.0351.BP2021ringelp15-ow01_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Door dit bestemmingsplan worden geen nieuwe sloten of ander oppervlaktewater binnen het plangebied geïntroduceerd. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet aan de orde.
24
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
In hoofdstuk 2 is de voorgestane invulling van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 toont aan dat deze invulling uitvoerbaar is. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. Voor de regels van dit plan zijn de regels uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2013 (herziening) als basis gebruikt. Die regels zijn vervolgens ontdaan van overbodige elementen, geactualiseerd op gewijzigde wetgeving en op onderdelen aangepast in verband met de beoogde situatie in het plangebied. De gegeven bestemmingen worden hierna kort besproken.
5.1
Agrarisch met waarden - Landschapswaarde - Reliëf
De geldende bestemming van het plangebied, de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Reliëf', is overgenomen voor het grootste deel van het plangebied. Vervolgens is de bestemming aangepast op de beoogde situatie. Binnen deze bestemming is geen bouwvlak opgenomen. Zodoende wordt niet langer in agrarische gebouwen voorzien. Met deze bestemming worden en blijven deze gronden in hoofdzaak bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundige systeem, de l
5.2
Wonen
Het oostelijke deel van het plangebied krijgt de bestemming 'Wonen'. Hiermee worden deze gronden bestemd voor wonen, met daaronder begrepen de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Binnen deze bestemming worden drie bouwvlakken opgenomen. Binnen elk bouwvlak wordt voorzien in één woning. Voor de woningen geldt een maximale inhoud van 600 m3, inclusief aan- en uitbouw. De maximale goot- en bouwhoogte van de hoofdwoning bedraagt respectievelijk 5 en 11 meter. Voor de andere twee woningen is dat 3,5 en 11 meter. De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt per woning 80 m2.
5.3
Waarde - Archeologie - 3
Verder is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Naar verwachting aanwezige, archeologische waarden worden hiermee beschermd.
25
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Vooroverleg Het concept van dit bestemmingsplan is toegezonden aan de Omgevingsdienst regio Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het concept van dit bestemmingsplan is niet toegezonden aan het Rijk. Met dit plan zijn geen nationale belangen in het geding zijn. De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft het thema archeologie beoordeed. Uit het advies volgt dat er geen vervolgonderzoek ingesteld hoeft te worden. Het uitgevoerde onderzoek is goedgekeurd. Wel is geadviseerd de initiatiefnemer te wijzen op de wettelijke meldplicht voor archeologische (toevals)vondsten. De Veiligheidsregio Utrecht heeft geadviseerd de N226 wel als relevante risicobron te beschouwen. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een afstand van meer dan 200 meter van de N266 kan volstaan worden met een beknopte verantwoording van het groepsrisico. Verder is geadviseerd om de bluswatervoorziening te verbeteren en toekomstige bewoners te informeren over eventuele risico’s en hoe te handelen bij een toxische wolk. Op basis van dit advies is dit plan aangepast. De RUD heeft de thema's bodem en geluid beoordeeld. Het geluidsaspect is goedgekeurd. De bodemkwaliteit is niet in voldoende mate vastgelegd. Er dient aanvullende bodemonderzoek aangeleverd te worden.
Dit onderzoek is inmiddels verwerkt in dit plan. De provincie Utrecht heeft aangegeven geen opmerkingen op dit plan te hebben.
6.1.2 Voorontwerp De ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt, heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Andere, bebouwde percelen zijn op ruime afstand gelegen. Daarom heeft geen voorontwerp van dit plan voor inspraak ter inzage gelegen. Initiatiefnemer heeft de bewoners van de Ringelpoel 2, 7, 9 en 27 geïnformeerd over het planvoornemen. De bewoners van de Ringelpoel 2 hebben aangegeven liever een andere invulling van het perceel te zien. Gezien de aanwezigheid van andere reguliere woningen in de nabije omgeving is een andere invulling van het perceel, waaronder een ander bedrijf, niet wenselijk. Daarnaast is uit paragraaf 4.1.2 gebleken dat de woningen de omliggende bedrijven niet belemmerd worden door dit plan. Er is dan ook geen aanleiding om het plan aan te passen en het plangebied een andere invulling te geven dan reguliere woningen. De bewoner van de Ringelpoel 7 heeft inhoudelijk niet gereageerd op het planvoornemen. De bewoners van de Ringelpoel 9 hebben kennis genomen van de plannen en er is afgesproken dat er een groene aanplant komt tussen het plangebied en de woning aan de Ringelpoel 9 i.v.m. privacy. De bewoners van de Ringelpoel 27 willen niet dat deze ontwikkeling nadelige gevolgen heeft voor hun agrarisch bedrijf.
Er is een geurberekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de ontwikkeling niet belemmerend is voor het bedrijf en er bij de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In paragraaf 4.1.3 is hier reeds op ingegaan.
6.1.3 Ontwerp Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft van [P.M.] tot en met [P.M.] ter inzage gelegen. Toen zijn [P.M.] zienswijzen ingediend.
26
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een bouwplan in de zin van de Bro. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat alle kosten die samenhangen met het onderhavige bestemmingsplan voor rekening komen van initiatiefnemer. Deze herziening heeft derhalve voor de gemeente geen financiële gevolgen. Derhalve is het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
27