CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

10e. Bijlage 4 96e OMT-advies en kabinetsreactie.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Het kost de nodige tijd om de vereiste wet- en regelgeving aan te passen. Zelfs met spoedprocedures is de doorlooptijd enkele weken. Het inregelen van de database, het nabelteam en de afspraken met de bestuurlijke partners vraagt grote zorgvuldigheid. Dat kost de nodige tijd. Deze uitwerking wordt onmiddellijk opgestart. Ad 6) verminderen van contacten tussen personen in aantal, duur en intensiteit In het kader van het verminderen van contacten tussen personen in aantal, duur en intensiteit, worden de volgende maatregelen genomen: beperking van bezoek thuis en de invoering van een avondklok. Beperking thuisbezoek Het dringende advies om thuis per dag niet meer dan twee gasten vanaf 13 jaar te ontvangen wordt verder aangescherpt. Het kabinet adviseert dringend om per dag niet meer dan één gast vanaf 13 jaar te ontvangen en maximaal één bezoek per dag af te leggen. Hierbij blijven de bestaande uitzonderingen, bijvoorbeeld ten behoeve van kwetsbare personen, in stand. Invoering avondklok In het buitenland is gebleken dat een avondklok een effectief middel is in de bestrijding van het virus. Het OMT geeft aan dat uit evaluatie van de avondklok zoals ingesteld in Frankrijk, blijkt dat een avondklok tot een reductie van 8-13% van de gemiddelde Rt-waarde zou kunnen leiden.

Ook volgens het Europese Centrum voor de bestrijding van infectieziekten (ECDC), leidt een avondklok tot een verlaging van het reproductiegetal. Het instellen van een avondklok is een zware, maar een heldere maatregel die andere onderdelen van het beleid en de naleving van de maatregelen ondersteunt. Een avondklok helpt bij het verminderen van contacten thuis en het voorkomen van excessen zoals feesten achter de voordeur. Er kan immers worden ingegrepen alvorens het contact plaatsvindt. Bovendien creëert de avondklok een hernieuwd gevoel van urgentie, dat naar verwachting zal resulteren in een betere naleving van de maatregelen. De ervaringen in andere landen laten zien dat deze indirecte effecten een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het beleid. Het kabinet komt nu met het voornemen voor een avondklok. We willen zo een groot en ingrijpend besluit niet nemen zonder parlementaire steun. Daarom treedt het kabinet hierover graag morgen in overleg met de Tweede Kamer. En als er voldoende steun is neemt het kabinet het definitieve besluit. -Overwogen alternatievenAlternatieven die eenzelfde doel beogen als de avondklok, hebben eveneens vergaande gevolgen. Er is bijvoorbeeld gedacht aan een verbod om overdag (tezamen) op straatte zijn. Een ander alternatief is dat men zich overdag slechts in een beperkte straal van de eigen woning zou mogen begeven.

Een avondklok is in algemene zin minder belastend dan een volledig uitgaansverbod. Het OMT ziet

Pagina 19 van 29

geen alternatieven die eenzelfde effect sorteren. Bovendien is de handhaving door een avondklok eenvoudiger: niet op pad, is niet op pad.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

-Geldingsduur en ingangsmomentDe voorgenomen avondklok kan, uitgaande van afronding van het debat met de Tweede Kamer morgen, ingaan op zaterdag 23 januari 2021 om 20.30 uur en geldt tot en met 10 februari 2021 04.30 uur. Op dat moment eindigt de avondklok van rechtswege. De verwachting is dat een avondklok van deze duur, in combinatie met andere maatregelen, een substantieel effect heeft in het kader van de bestrijding van de epidemie van covid-19. -TijdstippenDe avondklok begint om 20.30 uur en duurt tot 04.30 uur. Dit houdt in dat iedereen op dat moment binnen moet zijn. Voor de begintijd van 20.30 uur is gekozen omdat het de bedoeling is dat het gedrag wordt aangepast en dat de sociale contacten in de avonduren afnemen. Een latere begintijd sorteert naar verwachting minder effect. Eerder op de avond is niet wenselijk, aangezien dit zorgt voor extra drukte in openbaar vervoer en detailhandel, voor zover geopend, in het bijzonder in de supermarkten. Het tijdstip van 04.30 uur betekent onder meer dat de bevoorraders van winkels in de meeste gevallen geen formulieren hoeven te hebben. Ook bijvoorbeeld het wisselen van nacht/dagploegen valt dan veelal buiten de avondklok. Bovendien is het van belang dat kinderen en tieners kunnen blijven buitensporten, ook daarom is voor een tijdstip gekozen dat hierop (minimaal) invloed heeft.

-GrondslagDe grondslag voor het instellen van een avondklok is artikel 8, eerste lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg). Op grond van dit artikel is de Minister van Justitie en Veiligheid bevoegd het vertoeven in de openlucht te beperken. De Wbbbg is een noodwet. Dat hierop een beroep wordt gedaan, onderstreept de ernst van de situatie. Het gebruik van een noodwet betekent overigens niet dat een noodtoestand wordt afgekondigd; bepaalde noodbevoegdheden kunnen ook worden ingezet buiten een noodtoestand. Artikel 8, eerste lid Wbbbg dient bij koninklijk besluit in werking te worden gesteld. Middels een ministeriële regeling wordt invulling gegeven aan de bevoegdheid van artikel 8. Na het besluit om artikel 8 Wbbbg in werking te stellen, wordt onverwijld een verlengingswet naar de Tweede Kamer gezonden. Er zal een regeling tot aanpassing van sluitingstijden van publieke plaatsen in de Trm in verband met de invoering van de avondklok opgesteld worden. Hierin is opgenomen dat de sluitingstijd voor winkels in de levensmiddelenbranche 20.15 uur wordt. Uitgezonderd hiervan zijn winkels voor levensmiddelenbranche airside luchthavens Deze aanpassingen van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 die nodig zijn in verband met de invoering van de avondklok vereisen een met die avondklok samenhangende inwerkingtreding.

Dit om te verzekeren dat de goede werking van het geheel niet in gevaar komt. Onder deze omstandigheden wordt de regeling vastgesteld op grond van de spoedprocedure van artikel 58c, derde lid, van de Wet publieke gezondheid. Deze regeling zal gelijktijdig met de regeling van de avondklok zelf worden bekendgemaakt en ingaan op de dag waarop de avondklok voor het eerst van kracht wordt.

Pagina 20 van 29

-Uitvoering en gedragUitgangspunt bij de avondklok is dat iedereen gedurende het tijdvak waarop de avondklok geldt binnen dient te zijn en zich steeds dient af te vragen hoe noodzakelijk het is om tijdens deze uren op pad te gaan. Buiten zijn is alleen toegestaan als één van de geldige redenen van toepassing is die in de regeling limitatief zijn opgesomd. Voor de uitvoerbaarheid is vooral van belang hoe een burger kan aantonen, respectievelijk de politie kan vaststellen, dat één van de geldige redenen van toepassing is. Dit kan voor de meeste genoemde geldige redenen worden onderbouwd met een ingevulde Eigen Verklaring. Deze eigen verklaring wordt voor ingang van de avondklok beschikbaar gesteld. Een eigen verklaring is verplicht als men tijdens de avondklok zich naar buiten begeeft wegens:  werk;  medische hulp aan zichzelf of een dier;  hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon;  een noodzakelijke reis naar het buitenland of het Caribisch deel van Nederland;  uitvaart;  een zitting van een rechter, officier van justitie of bezwaar- of beroepschriftencommissie.  gasten van een live avondprogramma die beschikken over een uitnodiging van de omroep die het programma redactioneel verzorgd.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Een eigen verklaring is niet verplicht:  voor opsporingsambtenaren, brandweer -en ambulancemedewerkers;  voor internationaal goederenvervoer vanwege Europese afspraken;  voor het aangelijnd uitlaten van een hond; Men dient dit individueel te doen.  voor reizigers die vanuit het buitenland naar Nederland reizen. Zij mogen vormvrij aantonen dat zij uit het buitenland komen en dat het noodzakelijk is om op die tijd onderweg te zijn.  voor mensen die dak-of thuisloos zijn en geen gebruik van de maatschappelijke opvang willen maken.  Bij rampspoed, zoals dringende medische omstandigheden (spoedbevalling, ongeluk in de huiselijke sfeer) en ernstige familieomstandigheden. Naast een Eigen Verklaring wordt er ook een Werkgeversverklaring ter beschikking gesteld. De werkgeversverklaring is noodzakelijk als je voor je werk tijdens de avondklok buiten bent. De werkgever stelt deze op voor de periode dat het personeel voor werk in de avonduren naar buiten moet. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te bepalen of/wat noodzakelijk is. Bij noodzakelijke werkzaamheden door een zelfstandige of een persoon die geen werkgever heeft, zoals een politieke ambtsdrager, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of die persoon zelf ingevuld. De formulieren worden ter beschikking gesteld op Rijksoverheid.nl. Je kunt ze printen en invullen of digitaal invullen en opslaan.

Hier wordt ook een handleiding voor gemaakt. Daarnaast worden de formulieren ook ter beschikking gesteld op de balies van bijvoorbeeld gemeentehuizen. De formulieren worden ook beschikbaar gesteld in het Engels (en Nederlands). Vanwege de handhaving mag het invullen van het formulier niet alleen in het Nederlands maar ook in het Engels. Op de formulieren moet worden aangegeven dat deze naar waarheid zijn ingevuld.

Pagina 21 van 29

Geprinte versies dienen voorzien te zijn van een handtekening. Dit maakt het beter mogelijk om bij overtreding hier eventueel rechtsvervolg aan te geven. Politie en OM zijn bij het opstellen van de regeling betrokken en hebben deze op uitvoerbaarheid getoetst.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

-Naleving, handhaving en gedragHandhaving dient primair om het gewenste gedrag te ondersteunen. Zowel ter correctie van degenen die zich niet aan de maatregel houden als ter ondersteuning van degenen die zich wel aan de maatregel houden, maar die zich ergeren als niet wordt opgetreden bij overtreding van de maatrelen. Daarbij wordt net als bij de andere Corona maatregelen ervan uitgegaan dat de nalevingsbereidheid van de avondklok in beginsel hoog zal zijn. De handhaving vindt plaats door de politie, die daarvoor de benodigde voorbereidingen getroffen heeft. De handhaving zal plaats vinden door middel van veelvuldig en intensieve statische en dynamische controles. Door ge- en verboden duidelijk te communiceren en zichtbaar te handhaven, wordt de naleving van de avondklok vergroot. Hierdoor wordt de (perceptie van de) pakkans vergroot, hetgeen een belangrijke determinant is voor gedrag volgens de RIVM gedragsunit. Met de inzet van de politie kan een geloofwaardige handhaving van de avondklok worden gerealiseerd. Het openbaar ministerie heeft aangegeven als richtlijn te hanteren dat voor overtreding van de avondklok een boete van €95,- wordt opgelegd Bovendien blijkt uit het advies van de RIVM gedragsunit dat de hoogte van de boete minder relevant is voor eventuele overtreders dan de zichtbare pakkans.

In de driehoek –gemeente, justitie en politie- worden duidelijke keuzes gemaakt wat noodzaak is en wat niet. Een avondklok is beter handhaafbaar dan een alternatief waarbij groepsvorming in het geheel verboden wordt. Dit ook met het oog op de benodigde extra capaciteit vanwege handhaving overdag. Hetzelfde geldt voor het alternatief waarbij een verbod wordt opgelegd om buiten een bepaalde straal van de woning te begeven: daarbij is het voor de handhaver niet direct zichtbaar of men zich op verboden terrein begeeft. Bij het uitwerken van de avondklok is het advies van de gedragsunit van het RIVM betrokken. Het advies van de gedragsunit is bijgevoegd. In dit advies over met name de avondklok geeft de gedragsunit ook een eerste aanzet voor advies over de sociale bubbel en kondigt aan op 26 januari met een aanvullend advies hierover te komen. Op de uitwerking van een bubbel kom ik daarom in een volgende voortgangsbrief terug. Ad 7) Beperking maximum aantal gasten bij uitvaart van 100 naar 50 Het OMT geeft aan dat beperking van samenscholingen en groepsvorming een duidelijk invloed heeft op de mate van overdracht van het virus en geeft in dat verband aan het risicovol te vinden dat het er thans maximaal 100 gasten bij een uitvaart aanwezig mogen zijn.

Het kabinet neemt het advies om het aantal mensen dat fysiek aanwezig mag zijn bij uitvaarten te beperken en stelt het maximum op 50. Dit maximum aantal aanwezigen bij uitvaarten is de enige maatregel uit dit pakket die in gaat op maandag 25 januari 2021.

Pagina 22 van 29

Ad 8) Praktijktesten evenementensector- Fieldlabs Het kabinet hecht aan het uitvoeren van de praktijktesten in het kader van de Fieldlabs Evenementen. Deze praktijktesten maken het mogelijk om op een gecontroleerde wijze te experimenteren met een veilige heropening van (sectoren van) de maatschappij en zij bieden mogelijk perspectief voor veilige en verantwoorde deelname aan toekomstige evenementen. Gezien het grote belang om kennis en inzicht te vergaren en vanwege het perspectief voor de sector, heeft het kabinet besloten om de praktijktesten mogelijk te willen maken in februari. De voorbereiding en planning kan starten, zodat een verantwoorde uitvoering plaats kan vinden. Ondanks de onzekere tijden zet het kabinet de aanpassing van de juridische grondslag in werking. Indien het epidemiologisch beeld snel en drastisch verslechtert, ten opzichte van de verwachte ontwikkeling van het aantal besmettingen, treedt het kabinet onmiddellijk in overleg met de initiatienemers en andere betrokken autoriteiten. De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 wordt aangepast. De aanpassing in de ministeriële regeling om de praktijktesten mogelijk te maken laat de bestaande verantwoordelijk- en bevoegdheidsverdeling ook ten aanzien van de handhaving, toezicht en vergunningsverlening van evenementen onverlet.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Maatschappelijke impact van de lockdown en aanvullende maatregelen Het kabinet is zich er van bewust dat de lockdown en de vandaag afgekondigde aanvullende maatregelen grote gevolgen hebben voor iedereen in Nederland. Ten behoeve van ondersteuning van de economie en ondernemers zal het kabinet, zoals bekend, deze week de inhoud van aanvullende steunpakketten bekend maken. De gevolgen van de maatregelen reiken echter verder dan de economie. In het debat met uw Kamer op 5 januari 2021, heb ik aan het lid Van der Staaij toegezegd dat indien het nodig is nieuwe maatregelen te nemen, het kabinet inzichtelijk zal maken wat de impact van die maatregelen is, vooral ook in nieteconomische zin. Het kabinet maakt hiervoor bij bespreking van mogelijke scenario’s steeds gebruik van een zogenaamde dwarsdoorsnijdende toets. Hierin zijn de te voorziene effecten benoemd van mogelijke maatregelen op de volksgezondheid, de economie, de maatschappij, communicatie, gedrag en uitvoering en handhaving. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van input door onder andere de ministeries van VWS, SZW, EZK, FIN, de gedragsunit van het RIVM, het NKC, de politie, de Veiligheidsregio’s en de VNG. Ten aanzien van de maatregelen die in deze brief worden aangekondigd, is daar onder andere uitgekomen dat zowel de avondklok als inperking thuisbezoek zeer ingrijpend werkt.

De duur en stapeling van maatregelen en een gebrek aan perspectief hierbij, legt een zware druk op de maatschappij. Economisch hebben de aanvullende maatregelen een beperkt effect ten opzichte van de huidige lockdown. Ondersteuning jongeren Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de coronaperiode een grote impact heeft op het welbevinden van jongeren en jongvolwassenen. Jongeren geven aan meer mentale gezondheidsproblemen te ervaren dan in 2018. Zo hebben ze meer last van slaapproblemen (+5%), somberheid (+10%) en angstklachten (+15%)7. Jongvolwassenen hebben vaker last van mentale gezondheidsproblemen dan 7

Amsterdam UMC (18 okt) onder 1000 kinderen (8-18 jaar): Coronamaatregelen maken jongeren angstiger en somberder Pagina 23 van 29

oudere leeftijdsgroepen zoals stress (40%), eenzaamheid (38%) en aanhoudende vermoeidheid (36%). Vergeleken met het voorjaar stijgt het aantal jongvolwassenen met klachten8.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Om de gevolgen van corona op het mentaal bevinden te mitigeren heeft het kabinet samen met gemeenten en jongeren een Jeugdpakket (€ 58,5 mln) gelanceerd. Veel gemeenten hebben afgelopen weken activiteiten georganiseerd voor en door jongeren. Uit een inventarisatie van de gemeenten met de meeste kwetsbare gebieden is naar voren gekomen dat de extra inzet van jongerenwerkers en aanbod van alternatieve activiteiten hebben bijgedragen aan een relatief rustige jaarwisseling. Bij de volgende stand van zakenbrief, begin februari, zal ik de Tweede Kamer nader informeren over de voortgang van het jeugdpakket. In de eerste week van februari gaan, als onderdeel van het jeugdpakket, gemeenten en masse in gesprek met jongeren over hun leven in coronatijd. Gemeenten verwachten dat jongeren met allerlei thema’s komen waaronder mentale gezondheid. Het doel is om tot lokale oplossingen voor de problemen die lokaal worden aangedragen. Tegelijkertijd behoeft de aanpak van mentale gezondheidsproblemen ook een landelijk inzet. Daarom gaat de staatssecretaris van VWS de komende periode extra inzetten op laagdrempelige preventieve ondersteuning van jongeren op het gebied van mentale gezondheid (€ 3,5 mln).

Zo wil de staatssecretaris van VWS de komende periode meer (digitale) platforms en lokale activiteiten van jongeren voor jongeren steunen om meer jongeren (waaronder specifieke doelgroepen) te bereiken. Hierbij wordt de kennis van MDT-jongeren, jongerenorganisaties en professionals benut om o.a. eenzaamheid onder jongeren te bestrijden. Jongeren, professionals en ouders kunnen op de site www.eenzamejongeren.com, een initiatief van stichting Join us, terecht voor meer informatie en ondersteuning, maar ook voor tips. Ook volgend jaar ondersteunen we de Stichting Join us om hun aanpak voor eenzame jongeren verder te verspreiden onder gemeenten. Tenslotte heeft het kabinet met het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid de afgelopen twee jaar een campagne en netwerk, zowel lokaal als landelijk, opgezet om eenzaamheid aan te pakken. Mede op verzoek van uw Kamer is er nu meer aandacht voor eenzaamheid bij jongeren bij bijvoorbeeld de publiekscampagne van Eén tegen eenzaamheid en de campagne #eenkleingebaar. 3. Ontwikkelingen COVID-19 vaccinatie In de afgelopen week zijn nieuwe stappen gezet in de tenuitvoerlegging van de vaccinatiestrategie.

Nadat de vaccinatiecampagne op 6 januari van start is gegaan met de zorgmedewerkers in de verpleeghuiszorg op de centrale locaties van de GGD en de vaccinatie van de zorgmedewerkers in de directe COVID-zorg in de ziekenhuizen, is op 18 januari ook gestart met het vaccineren van bewoners van verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. Hiermee zetten we een belangrijke stap in het beschermen van de kwetsbare mensen in onze samenleving. Zoals ik ook in mijn brieven van 4 januari jl. en 12 januari jl. heb aangegeven worden de vaccins van BioNTech/Pfizer en Moderna, conform de adviezen van de Gezondheidsraad, primair ingezet voor 60-plussers. De ontwikkelingen rond de mutatie van het virus maken het belang van vaccinatie des te groter, naast de 8

1Vandaag opiniepanel (8 sept) onder 25.000 mensen 18+. Hoe gaat het met ons in de coronacrisis? Pagina 24 van 29

maatregelen die we treffen om verdere verspreiding tegen te gaan en de inzet op testen. Mijn uitgangspunt is steeds geweest om alle beschikbare vaccins zo snel mogelijk te benutten. Daarbij is goed voorraadbeheer noodzakelijk. Ook hebben we rekening te houden met bijvoorbeeld spillage en beschikbaarheid van de tweede dosis, die nodig is voor optimale bescherming. Eerder heb ik de Gezondheidsraad en het OMT gevraagd om hier uiterlijk 18 januari gezamenlijk over te adviseren. Dit advies heb ik op 14 januari jl. ontvangen en is bij deze brief gevoegd. Na consultatie van het RIVM heb ik, gezien de ontwikkelingen rond de mutaties van het virus, een aantal punten uit het advies met voorrang tegen het licht gehouden. Ik wil namelijk alles op alles zetten om, waar dat verantwoord mogelijk is, de vaccinatieoperatie verder te versnellen, om zo snel mogelijk de meest kwetsbare mensen te beschermen. Daarom ga ik in deze brief alvast in op het interval tussen de eerste en de tweede vaccinatie met BioNTech/Pfizer, aanpassingen in het voorraadbeheer, de benodigde vaccinatiegraad en de herberekening van verwachte spillage. In de volgende brief waarin ik u informeer over de stand van zaken rondom vaccinaties komen de overige punten uit het advies van de Gezondheidsraad aan bod.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Uitstel van de tweede dosis BioNTech/Pfizer Het OMT en de Gezondheidsraad adviseren om de reeds geleverde vaccins die zijn gereserveerd voor een tweede vaccinatie, zo snel als haalbaar beschikbaar te maken voor extra personen. Ook adviseren zij het uitvoeringsteam ruimte te bieden om vaccins flexibel in te zetten, binnen de mogelijkheden die er zijn. Op basis van dit advies heb ik besloten dat, voor alle nieuw te plannen afspraken, de tweede dosis BioNTech/Pfizer wordt ingepland in de zesde week na de eerste vaccinatie. Dit gewijzigde uitgangspunt in het voorraadbeheer leidt tot het sneller beschikbaar komen van vaccins beschikbaar. Deze kunnen we inzetten voor mensen vanaf 60 jaar beginnend bij de oudste leeftijdsgroep, die we op de centrale GGD-locaties vaccineren. Zo kunnen meer mensen eerder worden beschermd tegen het coronavirus. Dit is ook belangrijk met het oog op de opmars van de Britse variant. Ik wil benadrukken dat uitstel van de tweede dosis BioNTech/Pfizer alleen geldt voor nieuw in te plannen afspraken; de reeds gemaakte afspraken voor een tweede vaccinatie blijven staan. Op deze manier blijft de uitvoering ook werkbaar voor de GGD’en, waar nu al duizenden afspraken voor zorgmedewerkers staan ingepland. Overigens is alleen sprake van uitstel van de tweede vaccinatie bij het BioNTech/Pfizer-vaccin.

Het is nog niet bekend of een dergelijke verlenging van het interval tussen de eerste en tweede vaccinatie ook bij andere vaccins mogelijk is. Voorraadbeheer Ten aanzien van het voorraadbeheer is nu het uitgangspunt om, op het moment dat de eerste vaccinatie gezet wordt, voor deze persoon ook altijd de tweede vaccinatie in voorraad te hebben. Dat geeft zekerheid dat de tweede vaccinatie altijd op tijd kan worden gegeven, ook wanneer leveringen neerwaarts worden bijgesteld. In de afgelopen periode hebben we inderdaad gemerkt dat we te maken hebben met onvoorspelbaarheden in de leveringen. Dit vraagt om verstandig voorraadbeheer, maar niet per se een 100% voorraad voor de tweede vaccinatie. Om die reden heb ik, mede gebaseerd op advies van het RIVM, besloten om in plaats van 100% voorraad, 50% voorraad voor de tweede vaccinatie aan te houden. Dit biedt een goed evenwicht tussen enerzijds voldoende marge om wisselingen in de leveringen op te kunnen vangen, en

Pagina 25 van 29

anderzijds vaccinatie te kunnen versnellen. Dit percentage van 50% zal gemonitord worden door het RIVM, en als mogelijk later nog verder neerwaarts worden bijgesteld.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Spillage Een derde wijziging betreft de spillage. Tot op heden rekenden we met een spillage van 10%. Zowel in de ziekenhuizen als op de centrale GGD-locaties blijkt de spillage veel minder te zijn, zo’n 3%. Dit is te danken aan een efficiënt en professioneel proces bij de vaccinerende professionals, waarvoor ik graag mijn waardering uitspreek. Om die reden heb ik besloten, op advies van het RIVM, in de planning van het vaccinatieprogramma uit te gaan van een spillage van 5%. Deze wijzigingen zullen leiden tot herberekeningen die het RIVM momenteel maakt en die eraan bij dragen om op zo kort mogelijke termijn de kwetsbare doelgroepen te kunnen vaccineren. Met het oog op de ontwikkelingen rond de Britse variant is dat extra van belang. In de volgende voortgangsbrief over vaccinatie informeer ik u nader. Vaccinatiegraad Tot slot is een aanpassing gemaakt in de vaccinatiegraad waarmee wordt gerekend, om te komen tot juiste inschattingen van de benodigde vaccins. Op basis van eerdere ervaringen en peilingen hebben we een opkomstpercentage van 75% gehanteerd. Vanwege de hoge opkomst bij de eerste groepen die worden gevaccineerd en de peilingen acht ik het verstandig om te rekenen met een hogere vaccinatiegraad van 85%. De implicaties van bovenstaande aanpassingen worden vertaald in de planning. Deze delen we bij de eerstvolgende gelegenheid met uw Kamer.

In ieder geval kan eerder gestart worden met de groep thuiswonende ouderen vanaf 90 jaar, wellicht reeds in de loop van volgende week, en de groep thuiswonende ouderen van 85 tot 90 jaar, waarschijnlijk in de eerste week van februari. Vaccinatie huisartsen en hun zorgverlenende medewerkers in de huisartsenspoedzorg COVID-19 In eerdere Kamerbrieven (4 januari jl. en 12 januari jl.) heb ik aangegeven dat de huisartsen en medewerkers uit hun praktijk die in direct contact staan met patiënten snel de mogelijkheid krijgen zich te laten vaccineren. De afspraak was dat de huisartsen zichzelf mogen vaccineren, zodra zij zelf starten met het vaccineren van de aangewezen doelgroep. Het deel van de huisartsen dat 25 januari start met de vaccinatie bij kleinschalige woonvormen voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking, mag dus volgens deze afspraak ook zichzelf vaccineren. Vanwege de snelle opkomst van de Britse variant van het virus heb ik ervoor gekozen om, in aanvulling op de huisartsen die gaan vaccineren in kleinschalige woonvormen, ook alle huisartsen en het personeel betrokken bij directe COVIDspoedzorg versneld uit te nodigen voor vaccinatie. Zij kunnen zich laten vaccineren met het vaccin van Moderna.

Met de prognoses van mogelijk stijgende besmettingen en de druk die dit geeft op de directe COVID-spoedzorg, is het van groot belang dat de huisartsenspoedzorg overeind blijft. De huisartsen hebben immers een belangrijke rol in de bestrijding van de COVID-19 pandemie, zowel bij de zorgverlening aan patiënten als in de uitvoering van de vaccinatiestrategie.

Pagina 26 van 29

De huisartsen kunnen voor hun vaccinatie terecht bij de ROAZ-ziekenhuizen. Dit is op korte termijn te realiseren, aangezien hier ook de medewerkers van de directe COVID-zorg in de ziekenhuizen worden gevaccineerd. Over de logistiek van de vaccinaties maken het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), het RIVM en de LHV nadere afspraken. Naar verwachting kunnen alle 15.000 huisartsen en medewerkers die een cruciale functie invullen in de directe COVID-spoedzorg de komende twee weken gevaccineerd worden.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Volgens de richtlijn van het RIVM krijgen de gevaccineerde huisartsen en betrokken medewerkers na 28 dagen een tweede dosis van het vaccin van Moderna. Door geen voorraad aan te houden bij de eerste leveringen van Moderna, lukt het om een grotere groep huisartsen ingepast te krijgen, zonder dat dit ten koste gaat van de vaccins die bestemd zijn voor bewoners van kleinschalige verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een beperking waarbij de huisarts de medische verantwoordelijkheid draagt. Voor de overige 23.000 zorgverlenende medewerkers in de huisartsenpraktijk blijft de eerdere afspraak van kracht. Zij zullen met het vaccin van AstraZeneca gevaccineerd worden vanaf het moment dat huisartsen hun doelgroepen daar zelf mee gaan vaccineren. Uitgegaan wordt van een beschikbaarheid van AstraZeneca in de eerste helft van februari. Actuele leveringsschema’s COVID-19 vaccins De vaste commissie voor VWS heeft mij gevraagd het volledige leveringsschema van alle vaccins en voor het gehele jaar, aan uw Kamer te sturen, uitgesplitst op datum/week (niet per kwartaal). Daar waar geen precies moment kan worden aangegeven, wordt verzocht een schatting te geven van het verwachte moment van levering (18 januari, 2021Z00849).

Daarnaast heeft de commissie mij door middel van een e-mailprocedure om een reactie gevraagd op het bericht dat Pfizer minder vaccins gaat leveren (18 januari, 2021Z00863). Tot nu toe zijn alleen van BioNTech/Pfizer en Moderna concrete leveringsoverzichten ontvangen voor de komende weken. Deze staan hieronder weergegeven. Het klopt dat Pfizer heeft aangegeven een tijdelijke terugval in de levering te verwachten, als gevolg van noodzakelijke werkzaamheden aan hun productiefaciliteiten in Puurs, België, ten einde vanaf het tweede kwartaal grotere volumes te kunnen gaan produceren. Voor de week van 18 januari betekent dit een levering van 60% van het eerder aangegeven volume voor die week: 92.000 doses in plaats van 155.000 doses. Vanaf de week van 25 januari moet de productie weer op het afgesproken niveau liggen. Overigens gaat Pfizer vanaf deze week wel uit van zes doses per flacon. Gezien het hier slechts een heel beperkte terugval van levering betreft, heeft dit geen significante invloed op de vaccinatiestrategie. Voor alle overige leveringen is het niet mogelijk concreter te zijn dan de eerder en hieronder wederom geactualiseerde leveringsoverzichten op kwartaal niveau. Het is rekenkundig natuurlijk eenvoudig deze uit te splitsen naar maand- en weekniveau. Ik doe dit echter niet, omdat dit proces met veel onzekerheid omgeven is.

In mijn planningsproces werk ik met deze kwartaalgegegevens.

Pagina 27 van 29

Gepland leverschema Q1 2021 (doses) BioNTech/Pfizer

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Moderna

Geleverd in 2020

164.775

Week 1

123.825

-

Week 2

154.050

13.200

Week 3

92.430

-

Week 4

189.540

19.200

Week 5

159.120

-

Week 6

159.120

48.000

Week 7

189.540

-

Week 8

200.070

141.600

Week 9

196.560

-

Week 10

212.940

n.n.b.

Week 11

212.940

n.n.b.

Week 12

212.940

n.n.b.

Week 13

212.940

n.n.b.

Tabel Indicatief leveringsoverzicht 2021 (x 1mln)

Deze overzichten zijn opgesteld op basis van leveringsindicaties van de fabrikanten en informatie op basis van Europees overleg. Het betreft nadrukkelijk verwachtingen, die mede afhankelijk zijn van markttoelating en de productiecapaciteit bij de leveranciers. Dit schema is derhalve aan veranderingen onderhevig en wordt op regelmatige basis bijgesteld. De Europese Unie overlegt

Pagina 28 van 29

nog met een vijftal andere leveranciers over het afsluiten van Advanced Purchase Agreements (APA’s). Op dit moment is de voortgang op deze trajecten nog ongewis en zijn leveringsindicaties in het geheel nog niet te geven.

Kenmerk 1814910-217220-PDC19

Tevens is gevraagd om inzicht in de manier waarop besluitvorming rond de vaccininkoop plaatsvindt. Zoals u weet startte Nederland afgelopen jaar samen met Duitsland, Italië, Zweden en Frankrijk de Vaccinatie Alliantie, gericht op de gezamenlijke inkoop van Covid-vaccins. Dit initiatief is opgegaan in een EU-breed inkoopproces, onder aanvoering van de Europese Commissie. In dat proces sluit de Commissie APA’s met geselecteerde vaccinontwikkelaars. De Commissie vormt hiertoe een Joint Negotiation Team met een beperkt aantal lidstaten, waaronder Nederland, die de overeenkomsten met de bedrijven uitonderhandelen. Alle EU-lidstaten nemen de uiteindelijke besluiten hieromtrent gezamenlijk in een Stuurgroep. Alle besluiten over het afsluiten van de APA’s, de verdeling van de afgesproken volumes over de lidstaten, of het al dan niet inroepen van opties, worden genomen in deze Stuurgroep. De Nederlandse vertegenwoordiger in deze Stuurgroep staat hiertoe in nauw contact met de minister, die uiteindelijk besluit. Catshuisstukken Zoals aangegeven in mijn de brief van 9 december jl.9, is het kabinet transparant. Hiertoe deelt het kabinet met de Kamer de presentaties die voorliggen in de informele overleggen over de coronacrisis in het Catshuis.

De stukken worden op de website van Rijksoverheid10 gedeeld voor zover daar geen zwaarwegende belangen in de weg staan.11 Hier zijn vanaf heden de presentaties van het overleg op het Catshuis van zondag 17 januari 2021 te vinden. Hoogachtend, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Hugo de Jonge

9

Kamerstuk 25 295, nr. 771.

10

https://www.rijksoverheid.nl/openbaarmaking-catshuisstukken

11

Hierbij is onder meer te denken aan derden belang, het belang van de staat, de persoonlijke levenssfeer en de internationale betrekkingen Pagina 29 van 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1238/documents/28009