10b. Bijlage 1. Definitieve rapportage Woudenberg Sociale Kracht 2021.pdf
Tekst van het document
Monitor Sociale Kracht
Woudenberg 2021 Uitgevoerd door Dimensus
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
Inhoud
De Monitor Sociale Kracht De zeven componenten Leeswijzer
3 4 5
Sociale Kracht Zelfredzaamheid Participatie Mate van eenzaamheid Financiële zelfredzaamheid Sociale samenhang in de buurt Leefbaarheidsbeleving Veiligheidsbeleving Sport en bewegen
6 8 13 22 24 27 35 41 44
Achtergrondkenmerken Onderzoeksverantwoording
45 46
Sociale kracht Gemeenten hebben de taak een goede sociale infrastructuur neer te zetten voor de inwoners die hulp of ondersteuning nodig hebben. Het is relevant om te meten of gemeenten op het goede spoor zitten. Registratiecijfers geven hier enig inzicht in, maar het is naast objectieve cijfers ook van belang dat vanuit het perspectief van de inwoners wordt gekeken naar de mogelijkheden en kansen in wijken en buurten en bij de burgers zelf. Daarom staat de beleving van de burgers in deze rapportage centraal: redden ze zichzelf, hoe gaan ze om met buurtbewoners, in hoeverre nemen ze deel aan het maatschappelijk leven, wat kunnen ze (zelf en met anderen) doen en belangrijk ook: wat willen ze doen? Deze aspecten komen in de rapportage aan de orde. Daarnaast wordt gekeken naar de relatie tussen de gemeente en haar inwoners. Corona 2020 en 2021 waren bijzondere jaren waarin de COVID-19 epidemie om zich heen greep. In deze rapportage wordt hieraan waar relevant aandacht besteed. Wat zijn de gevolgen geweest voor de sociale kracht van onze inwoners? Rapportage: de zeven indicatoren van sociale kracht (te herkennen aan de verschillende kleuren) vormen de componenten van dit rapport. Per indicator wordt inzicht gegeven in de vragen die bij de berekening van de scores zijn meegenomen.
In de grafieken hebben deze aspecten (bij de cijfers van 2021) een contour met de kleur van de indicator. Daarnaast worden vragen beantwoord die aan het onderwerp gerelateerd zijn, maar niet zijn meegenomen in de score; deze hebben geen contourlijnen. Tabellenboek: Naast deze rapportage is een tabellenboek beschikbaar met daarin de resultaten per vraag en de scores per sociale kracht-indicator. Het gaat hierbij om de (gewogen) aantallen respondenten waar de uitkomsten betrekking op hebben. Soms kunnen de percentages in het tabellenboek enigszins afwijken van die in de rapportage. Dat is toe te schrijven aan afrondingen.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
2
De Monitor Sociale Kracht
De Monitor Sociale Kracht is opgezet door Dimensus. Voor de monitor wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de sociale kracht van het collectief van inwoners (i.c. een groep of een buurt) wordt bepaald door zeven componenten die betrekking hebben op enerzijds persoonlijke kenmerken en deelname aan de samenleving (zelfredzaamheid, participatie, mate van eenzaamheid en financiële zelfredzaamheid) en anderzijds op de leefomgeving van inwoners (beleving van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang in de buurt). Voor elke component wordt een indicatorscore berekend. Deze scores zijn samengestelde waarden op een schaal van 0 tot 10. Het zijn echter géén rapportcijfers. De scores hebben vooral een relatieve waarde: door de uitkomsten van de enquête om te rekenen naar scores worden ijkpunten vastgelegd en zijn benchmarks mogelijk tussen gemeenten, kernen, wijken of buurten, maar ook in de tijd. De scores lopen van ‘slecht’ naar ‘goed’. Daarbij geldt: hoe hoger de waarde, hoe beter. Samen bepalen de indicatorscores de sociale kracht van een gemeente, wijk, dorp of buurt. Beproefde en gevalideerde vragen vormen de basis voor het berekenen van de scores. Met deze achterliggende informatie kunnen de scores worden geduid en verklaard. Soms worden met de vragen ook nog subindicatoren berekend.
Op de volgende pagina is aangegeven welke informatie uit de enquête wordt gebruikt om de scores te berekenen.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
3
De zeven componenten van sociale kracht Zelfredzaamheid Persoonlijke kenmerken: •
Participatie •
Mate van eenzaamheid •
Financiële zelfredzaamheid
Sociale samenhang in de buurt Leefbaarheid
Veiligheid
•
Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden in geval van voortdurende veranderingen en gevolgen van een (chronische) ziekte, beperking of tegenslag, op alle levensterreinen. Zelfredzaamheid valt uiteen in het zich kunnen redden in het dagelijks leven (bijv. bij algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals aankleden, opvoeding, bewegen en sociale contacten), het zelforganiserend vermogen (zelf hulp inschakelen, zelfregie) en de weerbaarheid (aanpassingsvermogen en veerkracht). Participatie heeft betrekking op de mate waarin iemand deelneemt aan de samenleving en aan het maatschappelijk leven. In kaart wordt gebracht hoe het sociale leven er uit ziet en wat de maatschappelijke betrokkenheid en inzet is van burgers. Bij participatie gaat het om wel of geen werk hebben, reintegratie en opleiding, doen van mantelzorg (i.c. aan vrienden of buren) of vrijwilligerswerk en de betrokkenheid bij het verenigingsleven (actief of als lid) en deelname aan activiteiten. Mate van eenzaamheid wordt bepaald door een aantal uitspraken over het gevoel van eenzaamheid en het hebben van een al dan niet beperkt sociaal netwerk. Financiële zelfredzaamheid zegt iets over de financiële draagkracht en -last van mensen. Dit is een belangrijke indicator voor de mogelijkheden of capaciteiten van een individu of van buurtbewoners samen.
Aspecten die een rol spelen zijn inkomen, opleidingsniveau en type woning, maar uiteindelijk wordt de financiële zelfredzaamheid bepaald door de vraag of men wel of niet kan rondkomen van het huishoudinkomen.
Wijkgerichte indicatoren: •
• •
Sociale samenhang in de buurt gaat over de samenhang of cohesie in de buurt en de bereidheid om zich in te zetten voor de buurt. Sociale samenhang in de buurt is van belang voor het aanpakken en tegengaan van buurtverval. Het vormt een aanknopingspunt voor de ontwikkeling van buurten. Bij sociale samenhang in de buurt kan een onderscheid worden gemaakt in sociale cohesie en informele sociale controle. Met het laatste wordt de bereidheid tot ingrijpen als er iets gebeurt en de feitelijke inzet van mensen voor hun buurt bedoeld. Leefbaarheidsbeleving heeft betrekking op de kwaliteit van wijken in termen van fijn leven in de wijk en een prettige buurt om in te wonen. Het gaat vooral om de leef- en woonomgeving van mensen, inclusief de voorzieningen in de buurt. Aspecten van leefbaarheid zijn: de aanwezigheid van voorzieningen, het onderhoud (en verloedering) van de openbare ruimte en de beleving van de woonomgeving. Veiligheidsbeleving is ook een indicator die iets zegt over de kwaliteit van wijken. In relatie tot sociale kracht gaat het hierbij vooral om de beleving van veiligheid. De score voor de veiligheidsbeleving wordt bepaald door de veiligheidsbeleving en de mate waarin sociale overlast wordt ervaren.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
4 4
De meting van 2021
Steekproef en respons In het vierde kwartaal van 2021 is de Monitor Sociale Kracht in gemeente Woudenberg uitgevoerd. Voor het onderzoek is een steekproef getrokken van 1.342 inwoners van 18 tot 85 jaar. Hiervan hebben er uiteindelijk 405 inwoners meegedaan, een respons van 30% ten opzichte van de bruto steekproef, wat vergelijkbaar is met de vorige meting uit 2019. De inwoners in de steekproef hebben per post een uitnodiging ontvangen om aan het onderzoek deel te nemen. Om een zo hoog en zo representatief mogelijke respons te behalen, was de vragenlijst op papier toegevoegd. Circa de helft is op papier ingevuld (52%) en de overige vragenlijsten zijn online ingevuld (48%). De uitkomsten zijn vervolgens gewogen, om recht te doen aan de verhouding naar sekse en leeftijdsgroep. De rapportage ✓ In de rapportage worden de uitkomsten voor zover mogelijk en relevant vergeleken met die van de vorige metingen (2019, 2017 en 2015). ✓ Bij de analyse is ook gekeken naar persoonskenmerken zoals leeftijd, huishoudensamenstelling en opleidingsniveau. Daarbij moet worden opgemerkt dat de absolute aantallen respondenten bij verder inzoomen klein zijn. ✓ In de rapportage is de categorie ‘n.v.t/ geen mening/ weet ik niet’ meestal buiten beschouwing gelaten, omdat deze werkwijze overeen komt met die van VNG Realisatie. Als dit een groot aandeel betreft, is dit apart vermeld in de tekst.
Deze werkwijze wordt gevolgd omdat de cijfers ook worden gebruikt voor de VNG-website Waar Staat Je Gemeente. ✓ Als wordt ingezoomd op een bepaalde doelgroep, wordt bij de grafieken het aantal respondenten (N) vermeld waarop de uitkomsten betrekking hebben. Voor de andere grafieken geldt dat de uitkomsten betrekking hebben op (ongeveer) alle respondenten.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
5
5
Sociale kracht in Woudenberg 7,8 7,8 7,6 7,5
Sociale kracht
Zelfredzaamheid
8,4 8,1 8,2 8,3
Participatie
8,2 8,5 8,2 8,0 8,3 8,2 8,2 8,6
Mate van eenzaamheid 7,7 7,5
Financiële zelfredzaamheid
Leefbaarheid
Veiligheid
2021 2019 2017 2015
7,0 7,1
Ondanks een stabiel beeld op het niveau van de sociale kracht, laten de onderliggende pijlers wel verschuivingen zien. Zo is sprake van een toename waar het gaat om de sociale samenhang (van 6,0 naar 6,9), de zelfredzaamheid (van 8,1 naar 8,4), de financiële zelfredzaamheid (van 7,5 naar 7,7) en de eenzaamheid (van 8,2 naar 8,3). Een afname is er te zien bij de veiligheid (van 7,7 naar 7,3), de participatie (van 8,5 naar 8,2) en de leefbaarheid (van 7,2 naar 7,1). Kijken we ook naar de eerdere metingen dan nemen vooral de scores voor de veiligheid en de leefbaarheid per meting iets af en neemt de score voor de financiële zelfredzaamheid juist toe. De overige scores laten een wat grilliger beeld zien.
6,9
Sociale samenhang
De sociale krachtscore van de gemeente Woudenberg komt in 2021 uit op een 7,8, wat vergelijkbaar is met de score in 2019. In de jaren daarvoor was bij iedere meting sprake van een lichte toename (van 7,5 in 2015 naar 7,6 in 2017 naar 7,8 in 2019 en 2021).
6,0 6,3 6,2 7,1 7,2 7,4 7,1 7,3 7,7 7,9 7,8
Sociale Krachtscores
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
6
6
Sociale kracht in Woudenberg Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar
60 tot 75 jaar 75-plussers
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
7,8 7,8 7,6 7,5 7,9 7,8 7,8 7,0 8,1 8,1 7,9 8,0 8,0 8,0 7,8 7,8 7,5 7,5 7,5 7,3 6,9 6,8 6,8 6,5 7,5 6,9 7,4 7,2 7,6 7,7 7,6 7,4 8,0 8,0 7,9 7,9 7,5 7,8 7,6 7,3
2021 2019 2017 2015
De sociale kracht neemt vanaf 60 jaar en met name vanaf 75 jaar af (resp. 7,5 en 6,9). Met name de score voor participatie ligt bij de 60-pussers lager. Ook onder alleenstaanden is de sociale krachtscore lager dan gemiddeld (7,5) en dat geldt in nog iets sterker mate voor lager opgeleiden (7,3). Dat was bij de vorige metingen ook zo. Bij de meeste doelgroepen is de sociale krachtscore -net zoals de totaalscore- relatief stabiel, alleen onder alleenstaanden is de score vergeleken met vorig jaar sterk toegenomen (van 6,9 naar 7,5).
7,3 7,3 7,2 7,0 7,7 7,7 7,7 7,6 8,0 8,0 7,9 8,0
Score Sociale Kracht naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
7
7
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden in geval van voortdurende veranderingen en gevolgen van een ziekte, beperking of tegenslag. Zelfredzaamheid valt uiteen in:
8,4 8,1
Zelfredzaamheid
8,2
-
8,3
-
Zelfzorgend vermogen: het zichzelf kunnen redden in het dagelijkse leven (boodschappen doen, bewegen e.d.) Zelforganiserend vermogen: het terug kunnen vallen op anderen Weerbaarheid: om kunnen gaan met veranderingen
Hiervoor zijn op basis van vragen scores berekend die samen de score voor de pijler ‘zelfredzaamheid’ vormen. 9,6 9,5
Zelfzorgend vermogen
9,4 9,6 7,6
Zelforganiserend vermogen
7,1 7,2 7,3 7,9
Weerbaarheid
7,8
7,9 8,0
Sociale Krachtscores
2021 2019 2017 2015
De totaalscore voor zelfredzaamheid ligt met een 8,4 hoger dan in 2019 toen deze nog 8,1 bedroeg. In de jaren daarvoor was de score bij iedere meting iets afgenomen (van 8,3 in 2015 naar 8,2 in 2017 naar 8,1 in 2019). Van de onderliggende scores is die van het zelfzorgend vermogen het hoogst (9,6). Gebleken is dat de meeste mensen zich goed redden in het dagelijks leven. De scores voor weerbaarheid (7,9) en het zelforganiserend vermogen (7,6) zijn aanmerkelijk lager, omdat niet voor iedereen geldt dat men hulp of zorg goed kan regelen en weerbaar is tegen veranderingen en tegenslag. Vergeleken met de voorgaande metingen is vooral de score voor het zelforganiserend vermogen gestegen (van 7,1 in 2019 naar 7,6 in 2021). Ook vergeleken met eerdere metingen is deze score nog nooit zo hoog geweest. Mogelijk dat corona eraan heeft bijgedragen dat inwoners gemakkelijker kunnen terugvallen op anderen. De scores voor zelfzorgend vermogen en voor weerbaarheid liggen iets hoger dan vorig jaar, maar vergeleken met eerdere metingen is een meer wisselend beeld te zien.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
8
8
Zelfredzaamheid Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar
60 tot 75 jaar 75-plussers
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden
Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
8,4 8,1 8,2 8,3 8,4 8,1 8,2 8,2 8,6 8,4 8,2 8,7 8,6 8,1 8,4 8,6 8,2 8,0 8,2 8,1 7,7 7,6 7,5 7,4 8,1 7,9 8,1 7,4 8,4 8,0 8,1 8,2 8,6 8,2 8,2 8,6 8,1 8,4 8,6 8,0
2021 2019 2017 2015
De score voor zelfredzaamheid is hoger dan gemiddeld voor 30-60 jarigen (8,6), gezinnen met kinderen (8,6) en hoger opgeleiden (8,5) en lager dan gemiddeld onder 75-plussers (7,7), maar ook onder lager opgeleiden (8,0), alleenstaanden (8,1) en 60-75 jarigen (8,2).
8,0 7,9 7,9 7,7 8,4 8,0 8,2 8,4 8,5 8,3 8,4 8,4
Scores zelfredzaamheid, naar kenmerk
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
9
9
Zelf zorgend vermogen Opvoeding van de kinderen
96% 93% 96% 96%
Boodschappen doen
96% 91% 90% 93%
Algemene dagelijkse activiteiten
95% 94% 93% 93%
Administratie/financiën
92% 84% 83% 87%
Lopen, zitten en gaan staan
91% 86% 88% 88%
Huishoudelijke taken
91% 84% 87% 89%
Psychische gezondheid
87% 87% 86% 89%
Aangaan en onderhouden van sociale contacten
85% 87% 89% 87%
Lichamelijke gezondheid
2021 2019 2017 2015
Om inzicht te krijgen in de zelfredzaamheid van burgers is gevraagd in hoeverre inwoners problemen ervaren in het dagelijks leven. Veel inwoners geven aan niet of nauwelijks problemen te hebben met de opvoeding van kinderen (96%), boodschappen doen (96%) en algemene dagelijkse activiteiten (95%). Ook met de financiële administratie (92%), lopen zitten en gaan staan (91%), de huishoudelijke taken (eveneens 91%) hebben minimaal negen van de tien inwoners (bijna) geen problemen. Dit geldt ook voor het overgrote deel van de inwoners als het gaat om de psychische gezondheid (87%), het aangaan en onderhouden van contacten (85%), maar ook de lichamelijke gezondheid zorgt niet voor veel problemen (83% bijna geen problemen). Van de inwoners ervaart 2% veel problemen als het gaat om de lichamelijke gezondheid. Bij de overige zaken is dit maximaal 1%. Vergeleken met de vorige meting hebben inwoners minder problemen met hun financiële administratie (van 84% naar 92%), de huishoudelijke taken (van 84% naar 91%), de lichamelijke gezondheid (van 76% naar 83%), het lopen, gaan zitten of gaan staan (van 86% naar 91%) en het doen van de boodschappen (van 91% naar 96%).
83% 76% 81% 80%
Aandeel inwoners dat (vrijwel) geen problemen heeft * Alleen indien van toepassing (ouders met kinderen)
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
10
10
Zelf organiserend vermogen
84% 78%
Familie
76% 73% 68% 59%
Vrienden
64% 63% 2021 29% 29%
Buurtgenoten
2019
33% 33%
2017 2015
Als men zorg of ondersteuning nodig heeft dan is de familie het eerste aanspreekpunt: meer dan acht op de tien inwoners kunnen hier zeker op terugvallen en nog eens 9% waarschijnlijk. Daarnaast spelen vrienden een belangrijke rol. Zo geeft twee derde van de inwoners van Woudenberg (69%) aan dat ze zeker kunnen terugvallen op vrienden en een kwart (23%) kan dit waarschijnlijk. Buurtgenoten spelen een kleinere rol: ruim een kwart van de inwoners denkt hier zeker op te kunnen terugvallen (29%) en bijna de helft waarschijnlijk (46%). Slechts 9% verwacht dat zij niet kunnen terugvallen op mensen in de buurt. Slechts twee respondenten hebben aangegeven op niemand te kunnen terugvallen. Sinds 2015 is het aandeel inwoners dat kan terugvallen op familie bij iedere meting verder toegenomen. Het kunnen terugvallen op buurtgenoten is niet veranderd vergeleken met 2019.
1% Niemand
3%
Aandeel inwoners dat (zeker) kan terugvallen op anderen
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
11 11
Weerbaarheid
Gemakkelijk de draad oppakken na tegenslag
92% 94% 95% 90%
Zich door moeilijke tijden heen slaan
93% 92% 94% 91%
Als we kijken naar de vragen die iets zeggen over de weerbaarheid van inwoners dan komt naar voren dat de meeste inwoners van Woudenberg over het algemeen de draad gemakkelijk weer oppakken als het even heeft tegen gezeten (92% vaak of (vrijwel) altijd). Ook weten ze zich gemakkelijk door moeilijke tijden heen te slaan (93%). Daarnaast vinden de meeste inwoners (80%) het niet moeilijk om zelf hulp te regelen als dat nodig is. Aan de andere kant heeft één op de vijf inwoners hier soms (15%) tot vaak (5%) moeite mee. Dat geldt ook voor drie op de tien inwoners (30%) als het gaat om het inschakelen van familie, vrienden of kennissen als dat nodig is (25% soms, 6% vaak). Zeven op de tien inwoners hebben geen problemen hiermee (70%).
80% 79% 80% 79%
Gemakkelijk zelf hulp regelen
70% 66% 65% 61%
Gemakkelijk anderen inschakelen als het nodig is
2021 2019 2017 2015
Snel van slag als iets tegenzit
Vaak opzien tegen veranderingen
11% 11% 10% 11% 12% 14% 15% 18%
Iets meer dan de helft van de inwoners (54%) zegt niet snel van slag te raken als iets tegenzit of onduidelijk is, nog eens 34% raakt soms snel van slag. Daarnaast heeft 11% hier wel last van (vaak of (vrijwel) altijd). Ook zegt 44% nooit op te zien tegen veranderingen en doet dit 43% soms. De overige 13% ziet hier wel tegenop (vaak of (vrijwel) altijd). Op hoofdlijnen lijken de cijfers sterk op die van de vorige metingen. Toch zijn er kleine veranderingen te zien. Zo is het percentage inwoners dat gemakkelijk anderen inschakelt als het nodig is, gestegen van 66% naar 70%. Ook vergeleken met eerdere metingen is hierin ieder jaar een toename te zien. Het aandeel inwoners dat opziet tegen veranderingen neemt bij iedere meting iets verder af: van 18% in 2015 naar 15% in 2017 naar 14% in 2019 en naar 12% in 2021. De gemiddelde score voor weerbaarheid die hieruit wordt afgeleid is 7,9.
Aandeel inwoners dat (vrijwel) altijd of vaak weerbaarheid toont
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
12 12
Participatie 8,2 8,5 8,2 8,0
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar
8,6 8,6
9,5 9,4 8,9 8,9 9,2 9,1 8,7 9,1
30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar 6,1
60 tot 75 jaar 75-plussers
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen
4,2 3,9 4,5 4,9
6,9 6,7 6,4
2021 6,2
7,6 8,0 7,3 7,0 7,7 7,7 7,1
Gezin met kinderen
Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
2019 2017 2015 9,4 9,3
8,7 8,8 8,5 8,9 8,6 8,3
Overig
Lager opgeleiden
9,6 9,3
6,7 7,0 7,6 6,5
De mate van participatie wordt in de monitor gedefinieerd als de mate waarin iemand deelneemt aan het maatschappelijk leven. De score voor participatie komt voort uit de vragen die te maken hebben met het wel of niet hebben van betaald werk, het volgen van een re-integratietraject of van een opleiding of het anderszins ‘sociaal actief’ zijn in de buurt (d.w.z. mantelzorg aan vrienden of buren, aandacht voor of hulp aan buren) en/of actieve deelname aan het verenigingsleven of vrijwilligerswerk. Daarbij levert betaald werk de hoogste waarde op, gevolgd door opleiding en zo verder. Omgerekend is de score voor participatie in Woudenberg een 8,2. De score ligt daarmee lager dan in 2019 toen deze nog 8,5 bedroeg en is weer vergelijkbaar met die uit 2017. De score voor participatie is boven gemiddeld voor inwoners tot 30 jaar (9,6) en van 30 tot 45 jaar (9,5), maar ook nog onder inwoners van 45 tot 60 jaar is deze boven gemiddeld (9,2). Daarna neemt deze snel af tot een 6,1 onder de 60 tot 75-jarigen en een 4,2 onder de 75-plussers. Gezinnen met kinderen laten ook een boven gemiddelde score zien (9,4), evenals middelbaar (8,4) en hoger opgeleiden (8,5). Lager opgeleiden scoren met een 6,7 veel lager.
8,4 8,5 8,2 8,4 8,5 8,9 8,7 8,6
Scores participatie naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
13
13
Economische participatie
Betaald werk (in loondienst) 51%
63% 61% 58%
9%
14% 13% 10% 13% 12% 15% 12%
Betaald werk (zelfstandig)
(voltijd) opleiding
Reïntegratietraject
2021 2019 2017 2015
2% 1% 1% 0%
Twee op de drie respondenten (66%) hebben betaald werk voor tenminste 12 uur in de week. De meerderheid (63%) is in loondienst en 9% (ook) werkzaam als zelfstandige. Het percentage werkenden in loondienst neemt de laatste jaren steeds verder toe. Dit gold ook voor de zelfstandigen, maar vergeleken met 2019 is dit aandeel weer gedaald (van 14% naar 9%). Circa één op de acht respondenten (13%) volgt een (voltijds) opleiding. Een klein percentage (2%) zit in een reintegratietraject. De cijfers komen aardig overeen met die van de vorige metingen.
Manieren van economische participatie
24% 26% 21% 30%
Huisvrouw / huisman
24% 25% 26% 23%
Gepensioneerd /pre-pensioen
Arbeidsongeschikt / ziek
3% 5% 5% 5%
Werkloos / werkzoekend
2% 4% 3% 5%
2021 2019 2017 2015
Niet werkenden: Ruim één op de drie respondenten geeft aan niet (meer) te werken (37%). Als op deze groep wordt ingezoomd is het merendeel met pensioen (24%) en/of huisvrouw/huisman (24%) (men kon meerdere antwoorden aankruisen). Van alle respondenten is 3% arbeidsongeschikt of ziek en 2% werkloos en werkzoekend. Beide laatste aandelen zijn gedaald vergeleken met 2019.
Aandeel inwoners dat niet economische participatie verricht
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
14
14
Vrijwilligerswerk
46% 48% 49% 48%
Afgelopen jaar vrijwilligerswerk gedaan (intensief of incidenteel)
2021
2019 65% 59% 65% 59%
Bereid om vrijwilligerswerk te doen (zeker of misschien)
2017 2015
Op de vraag of men in de toekomst vrijwilligerswerk wil doen, geeft 17% aan dit (nog) niet te weten. Twee derde van de inwoners (65%) zijn zeker (33%) of misschien (32%) bereid om in de nabije toekomst vrijwilligerswerk te doen. Circa één op de vijf inwoners (18%) is dat niet van plan.
Aandeel inwoners dat vrijwilligerswerk doet of bereid is om te doen
2021
19%
27%
2019
21%
27%
2017
25%
24%
2015
24%
24%
intensief incidenteel
Aandeel inwoners dat intensief of incidenteel vrijwilligerswerk heeft gedaan
2021
33%
2019
30%
2017
33%
2015
35%
32% 29%
zeker 32%
Bijna de helft (46%) van de inwoners doet vrijwilligerswerk, waarvan 19% incidenteel en 27% intensief. Het aandeel vrijwilligers is sinds 2017 ieder jaar licht gedaald: van 49% in 2017 naar 48% in 2019 naar 46% in 2021. De afname betreft vooral vrijwilligers die dit intensief doen (van 25% in 2017 naar 19% in 2021).
misschien
Van alle inwoners die nu intensief of incidenteel vrijwilligerswerk doen, wil 67% dat in de toekomst zeker blijven doen en 29% misschien. Bij elkaar is dat 96% van alle mensen die nu vrijwilligerswerk doen, ofwel de 44% van alle inwoners. Slechts 1% geeft aan te willen stoppen en 3% weet het niet. Van de inwoners die nu geen vrijwilligerswerk doen, overweegt ruim een derde (37%) om in de toekomst zeker of misschien wel vrijwilligerswerk te gaan doen. Dat is 20% van alle inwoners. Dat brengt het totale potentieel aan vrijwilligers op 64%. Het aandeel dat in de toekomst vrijwilligerswerk wil doen is vergeleken met 2019 iets toegenomen om op een vergelijkbaar niveau uit te komen als dat in 2017.
24%
Aandeel inwoners dat zeker of misschien vrijwilligerswerk wil doen
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
15
15
Wie zijn de vrijwilligers?
46% 48%
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar
17%
30%
30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar 75-plussers
35%
Alleenstaand / alleenwonend
28%
Gezin met kinderen
Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
45% 42%
Gezin zonder kinderen
19%
Het aandeel vrijwilligers varieert van 48% onder de 60 tot 75 jarigen tot 57% onder de 30 tot 45-jarigen. Jongeren tot 30 jaar verrichten minder vaak vrijwilligerswerk (17%).
57% 51% 55% 53% 48% 55% 53%
Het zijn daarnaast meer dan gemiddeld inwoners die deel uitmaken van een gezin met kinderen die vrijwilligerswerk verrichten (54%). Gezinnen zonder kinderen (42%) en alleenstaanden (45%) doen dit minder vaak. 2021 2019
55% 54% 51%
28%
43% 41% 38% 48%
49%
Naar opleidingsniveau zijn het meer dan gemiddeld hoger opgeleiden die zich inzetten als vrijwilliger (55%) en minder vaak middelbaar (38%) en lager opgeleiden (43%). Vergeleken met 2019 is het aandeel jongeren dat vrijwilligerswerk verricht sterk gedaald (van 30% naar 17%). 75-Plussers zijn juist vaker actief als vrijwilliger (van 35% naar 53%). Het aandeel hoger opgeleiden dat vrijwilligerswerk doet is gestegen vergeleken met voorgaande meting (van 49% naar 55%), terwijl het aandeel middelbaar opgeleiden dat dit doet juist is gedaald (van 48% naar 38%).
55%
Aandeel vrijwilligers naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
16
16
Mantelzorg 49% 54%
Mantelzorger
41% 45% 41% 43%
Mantelzorg voor familie
Mantelzorg voor vrienden/kennissen
Mantelzorg voor buurtbewoners
2021 2019
2017
21% 24% 21% 23% 16% 16% 17% 15%
2015
Aandeel inwoners dat mantelzorg geeft (intensief of incidenteel)
2021
56%
2019
59%
33%
2017
63%
2015
66% niet of nauwelijks
enigszins
8% 3%
32%
5% 3%
26%
9% 1%
26% tamelijk zwaar
zeer zwaar
De helft (49%) van alle inwoners verleent mantelzorg. Dit aandeel ligt iets lager dan in 2019 toen nog iets meer dan de helft mantelzorg verleende (54%). De meeste mantelzorg komt terecht bij familie van de mantelzorger. Zo geeft 41% van de inwoners mantelzorg aan iemand uit het gezin of de familie. Bij één op de vijf (21%) gaat het om mantelzorg aan een vriend, vriendin of kennis en één op de zes (ook) aan buurtbewoners (16%). Mantelzorg aan het gezin of aan familie is veel vaker intensief (18%) dan aan vrienden (3%) of buren (2%). Vergeleken met de vorige meting wordt iets minder mantelzorg verleend aan familie en een vriend of kennis. Het beeld is echter vergelijkbaar met 2017. Mogelijk dat corona een verklaring is voor de geringe daling. Voor iets meer dan de helft van de mantelzorgers (56%) is de mantelzorg niet of nauwelijks belastend, een derde (33%) ervaart de zorg als enigszins belastend. Een klein percentage mantelzorgers vindt de mantelzorg tamelijk zwaar (8%) of zeer zwaar (3%) of voelt zich hierdoor zelfs overbelast (1%). Het aandeel mantelzorgers dat zich niet of nauwelijks belast voelt door de mantelzorg neemt bij iedere meting iets meer af (van 66% in 2015 naar 56% in 2021) en het aandeel dat zich enigszins belast voelt neemt juist toe (van 26% in 2015 naar 33% in 2021).
5% 2% overbelast
Mate van belasting door het verlenen van mantelzorg
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
17 17
Wie zijn de mantelzorgers? 49% 54%
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar
27%
51% 40%
30 tot 45 jaar
49%
57% 56%
45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar
59%
75-plussers
42%
Alleenstaand / alleenwonend
33%
44%
2021 59% 58%
45%
Gezin met kinderen
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
67%
50%
Gezin zonder kinderen
Overig
Het aandeel inwoners dat mantelzorg verricht neemt toe naarmate de leeftijd toeneemt. Onder jongeren tot 30 jaar is een kwart mantelzorger (27%). Dit aandeel neemt vervolgens toe tot 40% onder de 30-45 jarigen en tot 57% onder de 45-60 jarigen. Onder inwoners van 60 tot 75 jaar is het aandeel mantelzorgers met 67% het hoogst. Dit daalt vervolgens weer tot 50% onder de 75-plussers.
25%
54% 52%
49% 43% 54% 50% 53%
65%
2019
Naar huishoudenssamenstelling zijn het meer dan gemiddeld inwoners die deel uitmaken van een gezin zonder kinderen die mantelzorger zijn (59%). Daarnaast zijn het meer dan gemiddeld lager opgeleiden (65%) en minder vaak middelbaar opgeleiden (43%). Vergeleken met de meting in 2019 zijn er de nodige verschuivingen opgetreden. Zo is het aandeel mantelzorgers tot 45 jaar gedaald en is het aandeel van 60 jaar en ouder juist toegenomen. Alleenstaanden zijn meer gaan mantelzorgen en inwoners die deel uitmaken van een gezin met kinderen juist iets minder. Onder lager opgeleiden is het aandeel mantelzorgers gestegen en onder middelbaar opgeleiden juist gedaald.
Aandeel mantelzorgers naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
18 18
Wie bieden hulp aan en/of hebben aandacht voor buren? 68% 65%
Gemeente Woudenberg
46% 49%
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar
2021 61% 66% 67% 69%
45 tot 60 jaar
60 tot 75 jaar 75-plussers
Gezin met kinderen
Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
Aandeel burenhelpers naar achtergrondkenmerken
40%
Hulp aan buren (klussen, boodschappen e.d.) Aandacht voor buren in zorgwekkende situatie
76% 86%
2021
71% 68% 69% 63%
2019
71%
65% 66% 67% 65% 63%
79%
56% 54% 48% 57% 47% 49% 46% 51%
2019 2017 2015
Aandeel inwoners dat zich (intensief of incidenteel) inzet voor buurtbewoners
66%
58%
Gezin zonder kinderen
Lager opgeleiden
76%
73%
Alleenstaand / alleenwonend
Overig
68% 65%
Inzet voor buren
Twee op de drie inwoners (68%) hebben het afgelopen jaar aandacht gehad voor hun buren, bijvoorbeeld door te helpen met klussen of boodschappen te doen (56%) of door hen aandacht te geven als ze in een zorgwekkende situatie zitten (47%). In de meeste gevallen is de inzet voor de buren incidenteel (resp. 53% als het gaat om helpen met klussen of boodschappen doen en 42% wat betreft aandacht voor buren in een zorgwekkende toestand). Dit beeld is niet echt anders dan dat bij de vorige metingen. Inwoners van 30 tot 45 jaar (76%), maar met name 75-plussers (86%) hebben de meeste aandacht voor buren of bieden hulp aan buren. Inwoners tot 30 jaar doen dat veel minder (46%). Daarnaast zijn het meer dan gemiddeld lager opgeleiden die aandacht hebben dan wel hulp bieden aan buren (79%). Vergeleken met vorig jaar zijn het vooral 30-45 jarigen en 75-plussers die actiever zijn geweest als het gaat om burenhulp. Dit geldt ook voor alleenstaanden en lager opgeleiden.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
19 19
Vrijwillige inzet van inwoners
85% 86% 84% 84%
Vrijwillige inzet totaal
Vrijwilligerswerk (intensief of incidenteel)
Mantelzorg (intensief of incidenteel)
Aandacht voor en/of hulp aan de buren (intensief of incidenteel)
46% 48% 49% 48%
2021
2019 2017
Als het vrijwilligerswerk, mantelzorg en de hulp aan en aandacht voor buren bij elkaar worden genomen, dan is 85% van de inwoners van Woudenberg op één of andere manier actief betrokken bij wat we noemen ‘vrijwillige inzet’ voor de samenleving. Daarvan is een derde (34%) op één of meer terreinen intensief betrokken. Dit is lager dan bij de vorige meting toen dit aandeel nog 44% was.
2015
49% 54%
Dit aandeel varieert nauwelijks tussen de verschillende metingen (minimaal 84% in 2015 en maximaal 86% in 2019).
68% 65%
Vrijwillige inzet van inwoners voor vrijwilligerswerk, mantelzorg en/of buren.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
20
20
Actief in het verenigingsleven
30% Religieuze of maatschappelijke vereniging
20% 16% 20%
Het merendeel van de inwoners (61%) is actief of het afgelopen jaar actief geweest) in één of meer verenigingen of organisaties (als lid of als vrijwilliger).
31%
Sportvereniging
38% 48% 12% 22%
Op school / het onderwijs / kinderopvang
12% 9%
2021 2019
9% 12% 9% 9%
In een zorginstelling
2017
2015
8% 43%
Overige (vrijetijds-)vereniging
50% 56% 5%
Culturele vereniging (o.m. toneel, muziek, e.d.)
Vergeleken met de vorige meting zijn inwoners veel minder actief geweest in het verenigingsleven dan voorgaande jaren (van 86% in 2019 naar 61% in 2021). Men is zowel minder actief geweest bij een sportvereniging (van 31% naar 20%), als op school, in het onderwijs of bij de kinderopvang (22% naar 12%) als bij een zorginstelling (van 12% naar 9%). Het aandeel inwoners dat heeft aangegeven actief te zijn geweest in een andere (vrijetijds-)vereniging is het meest teruggelopen (van 43% naar 8%). Mogelijk dat corona en de daarmee samenhangende maatregelen (mede) een verklaring vormen voor het minder actief zijn van inwoners in het verenigingsleven.
4% Gezelligheidsvereniging
Men was het meest actief in een religieuze of maatschappelijke vereniging (30%), gevolgd door een sportvereniging (20%). Circa één op de tien was actief op een school, in het onderwijs of de kinderopvang (12%) en/of in een zorgvereniging (9%).
13% 5% 1%
Verenigingen waar inwoners actief zijn geweest als lid of als vrijwilliger.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
21
21
Mate van eenzaamheid 8,3 8,2 8,2 8,6
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar
45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar 75-plussers
8,8 8,2 8,6 9,3 8,7 8,7 8,2 8,9 8,2 8,1 8,1 8,3 8,1 8,1 8,3 8,0 7,4 7,9 7,3 8,1 2021
2019 Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
7,5 7,2 7,6 7,4
2017
8,4 8,3 8,3 8,2 8,7 8,6 8,3 9,1 7,8 7,2 8,6 8,3 8,0 8,2 7,3 7,7 8,4 8,0 8,5 8,5 8,5 8,4 8,4
2015
De component ‘mate van’ eenzaamheid heeft betrekking op de mate waarin mensen kunnen terugvallen op anderen, zich met anderen verbonden voelen en de mate waarin zij zich alleen voelen. Op basis van het model van Giersveld-De Jong hebben de inwoners zes stellingen voorgelegd gekregen, die inzicht geven in de mate waarin mensen zich verbonden voelen met anderen. Op basis van de gegeven antwoorden is een score berekend. De score voor de mate van eenzaamheid loopt van ‘slecht’ naar ‘goed’: hoe hoger de waarde, des te minder er sprake is van eenzaamheid. De gemiddelde score voor de mate van eenzaamheid in de gemeente Woudenberg is een 8,3. Dat is een fractie hoger dan bij de voorgaande twee metingen uit 2019 en 2017 toen de score 8,2 bedroeg. In 2015 lag deze nog op 8,6. Alleenstaanden/alleenwonenden (7,5) voelen zich vaker eenzaam dan mensen met een partner (8,4) of een gezin (8,7). Naarmate de leeftijd vordert neemt de eenzaamheid iets toe (van 8,8 onder inwoners tot 30 jaar naar 8,1 onder de 60-75 jarigen). Alleen bij 75-plussers ligt de score wat lager, namelijk op 7,4.
9,2
Scores eenzaamheid, naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
22
22
Indicatoren voor eenzaamheid 6% 11% 7% 6%
Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen
Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen
3% 6% 5% 4%
Er zijn voldoende mensen met wie ik mij nauw verbonden voel
8% 6% 6% 5%
2021 2019 2017 2015
Aandeel dat zich sociaal eenzaam voelt, 2015-2021.
9% 5% 9% 8%
Ik mis mensen om me heen
5% 3% 6% 4%
Ik ervaar een leegte om me heen
Ik voel me vaak in de steek gelaten
3% 3% 4% 2%
2021 2019 2017 2015
Als wordt ingezoomd op de onderliggende stellingen blijkt dat bijna negen van de tien inwoners genoeg mensen hebben om op terug te vallen in geval van narigheid (86%). Acht op de tien inwoners voelen zich nauw verbonden met voldoende mensen (79%) en drie kwart heeft veel mensen waarop men volledig kan vertrouwen (74%). Daarnaast geven de meeste inwoners ook aan dat ze zich niet in de steek gelaten voelen (94%), geen leegte ervaren (85%) en geen mensen om zich heen missen (82%). Aan de andere kant geeft een deel van de inwoners op al deze punten aan wel problemen te ervaren. Zo geeft 8% aan dat men niet voldoende mensen om zich heen heeft die men volledig vertrouwt. De verschillen met de vorige metingen zijn op de meeste punten beperkt. Vergeleken met de vorige meting is het aandeel inwoners dat niet veel mensen heeft die men volledig vertrouwt gedaald (van 11% naar 6% om daarmee weer uit te komen op het niveau van 2015). Ook is het aandeel dat niet kan terugvallen op anderen in geval van narigheid afgenomen (van 6% naar 3%). Alleen het aandeel inwoners dat aangeeft niet voldoende mensen te hebben waarmee men zich nauw verbonden voelt, is iets gestegen (van 6% naar 8%). Mogelijk dat deze verschuivingen samenhangen met corona, een tijd waarin meer mensen naar elkaar omkijken. Als wordt ingezoomd op alleenstaanden zijn er kleine verschillen te zien.
Het verschil is het grootst bij de uitspraak ‘’ik ervaar een leegte om me heen’’ (11% bij de alleenstaanden, tegenover 5% gemiddeld). Daarnaast geven 60-plussers maar met name 75-plussers meer dan gemiddeld aan dat deze zaken min of meer spelen.
Aandeel dat zich emotioneel eenzaam voelt, 2015-2021.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
23
23
Financiële zelfredzaamheid Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar 75-plussers
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
7,7 7,5 7,0 7,1 6,7 6,7 6,6 6,9 6,8 6,9
8,0 7,7
7,8 7,6 7,1 7,2 8,3 7,7 7,5 7,6 7,5 7,5 7,3 7,1
6,6 6,9 6,8
2019
7,6
2017
7,9 7,8 7,5 7,3 7,8 7,6 6,9 7,2 6,6 6,3 6,3 6,5 7,3 6,8 6,3 6,5 7,3 7,1 7,1 6,8
2021
2015
De score voor financiële zelfredzaamheid zegt iets over de financiële draagkracht van mensen. Gemiddeld scoort de gemeente Woudenberg een 7,7. De financiële zelfredzaamheid neemt de laatste twee meting iedere keer toe (van 7,0 in 2017 naar 7,3 in 2019 en naar 7,7 in 2021). Het gunstige economische klimaat van de laatste jaren (met teruglopende werkloosheid en hogere inkomens) zal hieraan waarschijnlijk een bijdrage hebben geleverd. Wel tekent zich nog steeds een variatie af bij de scores voor financiële zelfredzaamheid als wordt ingezoomd op verschillende inwonersgroepen. Inwoners tussen 30 en 75 jaar laten een iets hogere score dan gemiddeld zien (variërend van een 7,8 tot een 8,3), evenals samenwonenden (7,9) en gezinnen met kinderen (7,8). Hoger opgeleiden (8,3) scoren duidelijk hoger dan middelbaar en lager opgeleiden (beide 7,3). De score voor financiële zelfredzaamheid is het laagst onder inwoners tot 30 jaar (6,7). De score voor financiële zelfredzaamheid is bij de meeste groepen inwoners toegenomen, maar het sterkst bij alleenstaanden (van 6,6 naar 7,6) en bij de 60-75 jarigen (van 7,7 naar 8,3).
8,3 8,1 7,5 7,8
Scores financiële zelfredzaamheid, naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
24 24
Rondkomen van het huishoudinkomen Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar
3%
30 tot 45 jaar
3%
45 tot 60 jaar
2%
60 tot 75 jaar
1%
75-plussers
82%
2%
3%
Gezin zonder kinderen
2%
Gezin met kinderen
2%
Overig
3%
Lager opgeleiden
0%
Middelbaar opgeleiden
3%
Hoger opgeleiden
2%
87% 81% 92%
51%
27%
51%
2017
19%
56%
2015
17%
61%
(zeer) gemakkelijk
16%
gemakkelijk
kom net rond
1%
17% 16%
4% 7%
17% moeilijk
3%
(zeer) moeilijk
80% Mate waarin men kan rondkomen van het netto-inkomen
75% 84% 85% 64%
kan (zeer) gemakkelijk rondkomen kan (zeer) moeilijk rondkomen Aandeel inwoners dat (zeer) gemakkelijk en (zeer) moeilijk kan rondkomen met het huishoudinkomen
30%
2019
67%
0%
Alleenstaand / alleenwonend
2021
74% 77% 90%
De indicator voor financiële zelfredzaamheid is gebaseerd op de mate waarin inwoners kunnen rondkomen van het netto-inkomen van het huishouden. Van alle respondenten kan circa 80% gemakkelijk (51%) tot zeer gemakkelijk (30%) rondkomen. Met name het aandeel inwoners dat ‘’zeer’’ gemakkelijk rondkomt, neemt bij iedere meting verder toe (van 17% in 2015 naar 19% in 2017, naar 27% in 2019 en naar 30% in 2021). Aan de andere kant zegt één op de zes respondenten (16%) net rond te kunnen komen en voor 3% is het (zeer) moeilijk om uit te komen met het inkomen. Dit aandeel neemt sinds 2017 bij iedere meting iets af (van 9% in 2017 naar 5% in 2019 en naar 3% in 2021). Niet alle groepen inwoners kunnen even gemakkelijk rondkomen van het totale nettoinkomen. Jongeren tot 30 jaar en overige huishoudens (waaronder eenoudergezinnen) kunnen dit iets minder (zeer) gemakkelijk (resp. 67% en 64%). Als het gaat om het (zeer) moeilijk rondkomen dan zijn de verschillen tussen de inwonersgroepen beperkt.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
25
25
Uitstapjes en activiteiten buitenshuis Uitstapjes die geen geld kosten (bijv. wandelen, speeltuin, strand)
42%
Afspreken met vrienden voor de gezelligheid
Uitstapjes die geld kosten (bijv. dierentuin, pretpark, uit eten)
Sportieve activiteiten
24%
Cursussen of lessen geven of volgen
7%
28%
35%
23%
10%
18%
42%
13%
Culturele uitstapjes
vaak
36%
22%
40%
18%
20%
regelmatig
54%
70%
soms
6%
12%
37%
33%
4%
Drie kwart van de inwoners van Woudenberg heeft het afgelopen jaar regelmatig tot vaak uitstapjes gemaakt die geen geld kosten (zoals wandelen, naar de speeltuin, naar het bos of naar zee) (78%). Ook heeft twee derde met vrienden afgesproken voor de gezelligheid of om samen leuke dingen te doen (66%). Uitstapjes die wel geld kosten (zoals een pretpark, een dierentuin of uit eten) heeft de helft van de inwoners het afgelopen jaar gedaan (48%). Iets meer dan 10% heeft dit het afgelopen jaar niet of zelden gedaan. Het zelf uitoefenen van sportieve activiteiten dan wel het gaan kijken naar wedstrijden is door bijna de helft (45%) het afgelopen jaar vaak of regelmatig gedaan. Bij ruim een derde was dit zelden of nooit het geval (37%). Veel minder inwoners hebben regelmatig of vaak culturele uitstapjes gemaakt (13%) of cursussen of lessen gevolgd (10%). Vergeleken met vorig jaar hebben inwoners minder vaak een uitstapje gemaakt naar bv. een dierentuin of pretpark (van 58% naar 48%), heeft men minder zelf gesport of is men naar een sportwedstrijd gaan kijken (van 55% naar 45%) en ook culturele uitstapjes hoorden er het afgelopen jaar veel minder bij (van 22% naar 13%). Dit alles zal voor een belangrijk deel worden verklaard door corona en de daarbij behorende maatregelen.
zelden of nooit
Aandeel inwoners dat uitstapjes maakt / activiteiten onderneemt
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
26
26
Sociale samenhang in de buurt
6,9 6,0 6,3 6,2
Sociale samenhang in de buurt
De sociale samenhang in de buurt kan worden omschreven als de combinatie van sociale cohesie, sociale controle en bereidheid om zich voor de buurt in te zetten: -
Sociale cohesie
6,5 6,5 6,7 7,1
Eigen toezicht
7,0 6,5 6,8 6,4
2021 2019 2017 2015
Sociale cohesie: betrokkenheid bij de buurt en buurtcontacten Sociale controle (eigen toezicht en buurttoezicht): hoe reageren inwoners zelf op voorvallen in de buurt en wat verwachten zij van buurtgenoten Feitelijke inzet: inzet voor de buurt het afgelopen jaar en in de toekomst
De gemiddelde score voor sociale samenhang in de buurt is 6,9, wat veel hoger is dan in 2019 toen de score 6,0 bedroeg. In 2017 en 2015 lagen de scores met resp. 6,3 en 6,2 wel iets hoger, maar nog steeds veel lager dan nu. Kijken we naar de onderliggende scores dan is met name de feitelijke inzet voor de buurt gestegen (van 3,5 naar 5,2), maar ook het buurttoezicht (van 7,1 naar 8,0) en het eigen toezicht (van 6,5 naar 7,0). De sociale cohesie is niet veranderd.
8,0 7,1
Buurttoezicht
7,7 6,8 5,2
Feitelijke inzet voor de buurt
3,5 4,0 3,8
De toename van de feitelijke inzet hangt vooral samen met de gewijzigde vraagstelling. De antwoordmogelijkheid ‘ja’ is veranderd in ‘ja, intensief’ en ‘ja, incidenteel’, waardoor het aandeel ‘ja’ is gestegen. In coronatijd zijn mensen veel meer thuis wat mogelijk tot gevolg heeft dat er meer eigen- en het buurttoezicht was. De feitelijke inzet lijkt hierdoor ook toegenomen.
Scores Sociale Samenhang
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
27 27
Sociale samenhang in de buurt
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar 75-plussers
6,0 6,3 6,2
5,5 5,8 5,5
6,9
6,5
7,3 6,4 6,6 6,7 7,3 6,1 6,8 6,4 6,4 6,1 6,2 6,3 6,9
5,4 5,2 5,7
2021 2019
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
7,4
6,0 5,5 5,2 6,7 5,8 6,4 6,2 7,0 6,1 6,6 6,4 7,4 6,7 5,8 5,5
5,8 6,0 6,2 6,7 6,0 6,1 6,0 7,0 6,1 6,8 6,2
2017 2015
De score voor sociale samenhang in de buurt varieert enigszins naar doelgroep. Zo liggen de scores bij inwoners tot 30 jaar (6,5), bij gezinnen zonder kinderen (6,7) en bij middelbaar opgeleiden (6,7) wat lager dan gemiddeld. Bij inwoners tussen de 30 en 60 jaar (7,3), bij alleenstaanden (7,4), maar met name bij lager opgeleiden (7,7) scoort de sociale samenhang in de buurt juist veel hoger. Vergeleken met de voorgaande metingen is bij vrijwel alle doelgroepen sprake van een toename. Het grootst is deze bij lager opgeleiden (van 5,8 maar 7,7) en bij alleenstaanden (van 6,0 naar 7,4).
7,7
Scores Sociale Samenhang in de buurt, naar achtergrondkenmerken
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
28 28
Sociale cohesie 2021
10%
30%
49%
2019
11%
30%
44%
2017 2015
18%
34%
12%
9%
35%
32%
11%
4%
8%
5%
46%
bij (vrijwel) iedereen
bij de meeste mensen
bij de meeste mensen niet
bij (vrijwel) niemand
8%
bij sommige wel, sommige niet
Vier op de tien inwoners van Woudenberg (40%) voelen zich betrokken bij vrijwel alle of bij de meeste buurtbewoners. Circa één op de tien inwoners voelt zich vrijwel niet betrokken bij de bewoners in de buurt (11%). Dit aandeel is weer iets teruggelopen (van 15% in 2019 naar 11% in 2021) nadat de jaren daarvoor sprake was van een toename (van 10% in 2015 naar 15% in 2019). Het aandeel inwoners dat zich bij de meeste of bij vrijwel alle inwoners betrokken voelt, is niet veranderd vergeleken met 2019.
Mate waarin inwoners betrokken zijn bij de buurtbewoners
2021
31%
35%
19%
14%
2019
29%
37%
19%
14%
2017
36%
2015
38%
zeker wekelijks
paar keer per maand
34% 34%
zeker maandelijks
De score voor sociale cohesie is onder meer gebaseerd op vragen over de mate van betrokkenheid bij de buurt en contacten met buurtbewoners.
16% 16%
paar keer per jaar
9%
5%
De frequentie waarmee buurtbewoners een praatje maken met elkaar zegt ook iets over de onderlinge verbondenheid. De laatste cijfers laten zien dat bijna één op de drie inwoners (31%) tenminste wekelijks een praatje maakt in de buurt en nog eens één op de drie (35%) een paar keer per maand. Ongeveer 15% spreekt de buren niet vaker dan één of enkele keren per jaar. De frequentie waarmee buren elkaar spreken is vergelijkbaar met 2019. In 2017 en 2015 was deze iets hoger.
10%
hooguit jaarlijks
Mate waarin inwoners een praatje maken met buurtbewoners
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
29
29
Sociale cohesie
Is er iemand die een oogje in het zeil houdt bij langere afwezigheid?
Is er iemand die u belangrijk nieuws uit de buurt komt vertellen?
Is er iemand waar u terecht kunt als er iets vervelends gebeurt?
Gaat u naar georganiseerde buurtfeesten, zoals barbecues etc.?
(bijna) altijd
meestal wel
59%
23%
7% 4% 7%
Voor de meeste inwoners (81%) is er (meestal) wel een buurtbewoner die een oogje in het zeil houdt als ze op vakantie zijn. Vergeleken met 2019 is hierin niet echt iets veranderd, maar in 2017 en 2015 vond dit iets vaker plaats (resp. 85% in 2017 en 90% in 2015). Bij één op de tien gebeurt dit meestal niet of vrijwel nooit (11%). In 2019 gebeurde dit iets minder vaak (15%). 19%
25%
24%
34%
29%
25%
23%
30%
23%
soms wel / soms niet
meestal niet
11%
10%
11%
11%
13%
12%
Iets meer dan de helft van de inwoners wordt op de hoogte gebracht als er iets belangrijks gebeurt in de buurt (53%), wat vergelijkbaar is met 2019 (52%), maar lager ligt dan in 2017 (61%) en 2015 (63%). Iets meer dan de helft van de inwoners kan bij iemand uit de buurt terecht als hen iets vervelends is overkomen (54%). Dit aandeel ligt iets lager dan in 2019 (57%) en veel lager dan in 2017 (61%) en 2015 (66%). Net als in 2019 zegt een vijfde tot een kwart van de inwoners dat hier meestal geen of bijna nooit sprake van is (23%). Als er een activiteit in de buurt wordt georganiseerd, gaat iets meer dan de helft van de bewoners (54%) hier (meestal of bijna altijd) naartoe, een vijfde tot een kwart (23%) komt hier (vrijwel) nooit. Het percentage inwoners dat naar georganiseerde buurtactiviteiten gaat is ongeveer gelijk gebleven (2019: 52%, 2017: 53% en 2015: 54%). Het aandeel dat meestal of (bijna) nooit gaat is iets gedaald (van 28% in 2019 naar 23% in 2021).
(bijna) nooit
Stellingen over sociale cohesie in de buurt
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
30 30
Toezicht in de buurt
93% Inbraak in de buurt 88%
87%
Iemand bezig aan een geparkeerde auto
81%
71% Jongeren die graffiti spuiten 72%
37%
Heftige woordenwisseling op straat
46% zelf handelen
Spijbelende kinderen in de buurt
18%
verwacht dat buurtgenoten handelen 27%
Aan de respondenten zijn enkele voorvallen voorgelegd met de vraag hoe men hierop zou reageren als deze zouden voorkomen in de buurt en ook of men denkt dat (andere) buurtbewoners reageren. De reacties van bewoners op voorvallen in de buurt zijn het sterkst als het om materiële zaken gaat en dan met name om eigendommen van bewoners. Zo geven circa negen van de tien inwoners aan dat men (waarschijnlijk) zelf wel reageert als men merkt dat er in de buurt wordt ingebroken (93%) of als iemand bezig is aan een geparkeerde auto (87%). Ook verwacht men vaak dat andere buurtbewoners iets doen (resp. 88% en 81%). Als men ziet dat jongeren graffiti aan het spuiten zijn, reageren zeven van de tien hier zelf op maar men verwacht dat buurtgenoten dit in vergelijkbare mate doen (resp. 71% en 72%). De verschuivingen vergeleken met 2019 zijn beperkt. Als men al een verandering ziet dan reageert men eerder vaker dan minder vaak. Minder reactie komt er als men een heftige woordenwisseling ziet op straat of als men spijbelende kinderen buiten ziet. Bij deze voorvallen gaat men er vaker vanuit dat andere buurtbewoners wel zullen reageren. Ruim één op de drie inwoners (37%) reageert zelf op een woordenwisseling op straat, 46% denkt dat buurtbewoners dat wel doen. Als er spijbelende kinderen in de buurt rondhangen is dat respectievelijk 18% en 27%.
Deze cijfers zijn weer iets hoger dan die van de vorige meting, wat betekent dat men ook bij deze voorvallen iets actiever reageert. In 2019 liet men dit vergeleken met de metingen in 2017 en 2015 juist vaker voor wat het was.
Aandeel inwoners dat zelf actie onderneemt of dat verwacht dat buurtgenoten iets doen
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
31 31
Inzet voor de buurt 2021
84%
2019
90%
2017
89%
2015
89%
Een grote meerderheid van de inwoners (84%) voelt zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Slechts 4% geef aan dat men zich niet verantwoordelijk voelt en iets meer dan één op de tien weet het niet (12%). Bij voorgaande metingen lagen de verantwoordelijkheidsgevoelens hoger. Vooral het aandeel dat aangeeft het niet te weten ligt nu veel hoger (resp. 5% in 2019, 7% in 2017 en 6% in 2015).
Aandeel inwoners dat zich medeverantwoordelijk voelt voor de buurt
2021
43%
2019
31%
2017
28%
2015
26%
Iets meer dan vier op de tien inwoners hebben zich het afgelopen jaar actief ingezet voor de buurt (43%). Het overgrote deel heeft zich incidenteel ingezet voor de buurt (39%) en 4% intensief. Een goede vergelijking met de vorige metingen is niet mogelijk, omdat men toen alleen kon aangeven of men zich had ingezet of niet. Bij deze meting is een onderscheid gemaakt tussen incidenteel en intensief inzetten voor de buurt.
Aandeel inwoners dat zich intensief of incidenteel heeft ingezet voor de buurt
2021
19%
2019
21%
2017
20%
2015
19%
47% 38% 45% 37%
Aandeel inwoners dat zich zeker of misschien wil inzetten voor de buurt
zeker
Als vervolgens wordt gevraagd of men in de nabije toekomst bereid is om een actieve bijdrage te leveren voor de buurt, dan geeft één op de vijf inwoners (19%) aan hier zeker voor in te zijn. Nog eens bijna de helft (47%) wil zich misschien inzetten. Het totale potentieel bedraagt daarmee 66%, wat hoger is dan vorig jaar toen dit ging om 59%. In 2017 was dit aandeel met 65% ook hoger.
misschien
Woudenbergers die zich betrokken voelen bij de buurtbewoners zetten zich significant meer in voor de (leefbaarheid in de) buurt en zijn ook meer bereid om dat in de toekomst te doen.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
32 32
Inzet voor de buurt 43%
Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar
66%
30%
72% 57%
30 tot 45 jaar
48%
45 tot 60 jaar
38%
60 tot 75 jaar
76%
66% 62%
44% 49%
75-plussers
afgelopen jaar 52%
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen
42%
Gezin met kinderen
47%
Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
25%
zeker of misschien bereid 63% 64%
Als wordt ingezoomd op groepen in de samenleving die zich het afgelopen jaar actief hebben ingezet voor de buurt dan blijkt dit met name te gelden voor de 3045 jarigen (57%), gevolgd door de alleenstaanden (52%), de lager opgeleiden (50%), de 45-60 jarigen (48%), de hoger opgeleiden (47%) en de gezinnen met kinderen (eveneens 47%). Inwoners tot 30 jaar hebben zich veel minder ingezet voor de buurt (30%).
Gemiddeld is twee derde zeker of misschien bereid zich in te zetten voor de buurt. De bereidheid is groter onder 30-45 jarigen (76%), hoger opgeleiden (73%) en onder inwoners tot 30 jaar (72%). Ook inwoners die deel uitmaken van een gezin met kinderen zijn meer dan gemiddeld hiertoe bereid (71%).
71% 65%
50% 61% 39% 63% 47% 73%
Aandeel inwoners dat zich afgelopen jaar heeft ingezet voor de buurt en/of dat zich zeker of misschien wil inzetten voor de buurt in de toekomst
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
33 33
Inzet voor de buurt
Helpen bij buurtpreventie (opletten)
Meedenken met de gemeente over de toekomst ban de buurt
28%
8%
Helpen met schoon houden / onderhouden van de buurt
Helpen met onderhoud van het openbaar groen
Helpen met organiseren van (sociale) activiteiten
Helpen met opzetten van activiteiten voor jongeren
heb ik gedaan
46%
17%
50%
25%
30%
18%
8%
26%
20%
niet gedaan, wel toe bereid
26%
16%
33%
12%
45%
32%
44%
62%
8%
11%
16%
Inzoomend op concrete acties voor de leefbaarheid in de buurt die men heeft gedaan of zou willen doen, blijkt dat een bijdrage aan buurtpreventie het hoogste scoort. Een kwart doet dit al (28%) en nog eens bijna de helft wil dit wel doen (46%). Ook wil een groot deel meedenken met de gemeente (58%, 8% doet dit al en nog eens 50% is hiertoe bereid) en helpen met het schoon houden dan wel onderhouden van de buurt (55%, 25% doet dit als en 30% wil dit wel doen). Het animo neemt iets af als het gaat om het helpen met het onderhoud aan het openbaar groen. Toch geeft bijna één op de vijf aan dit al te doen (18%) en nog eens een kwart wil dit wel doen (26%). Een vergelijkbaar aandeel geeft echter aan dit niet te willen doen (45%). Een vergelijkbaar beeld is te zien bij het helpen organiseren van (sociale) activiteiten: 8% doet dit al en nog eens een derde is hiertoe bereid (32%). Een net iets groter aandeel wil dit niet doen (44%). De bereidheid is duidelijk veel minder groot als het gaat om het opzetten van activiteiten voor jongeren: een vijfde wil dit wel doen (20%), maar iets meer dan zes op de tien inwoners willen dit niet (62%).
18%
wil ik niet doen
weet niet
Manieren waarop men zich inzet of wil inzetten voor de buurt
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
34 34
Leefbaarheidsbeleving
7,1
Leefbaarheid heeft betrekking op het oordeel over het wonen in de buurt, in termen van fijn leven en prettig wonen. Het gaat dan vooral om de beleving van de leef- en woonomgeving, inclusief de nabijheid van relevante voorzieningen:
7,2
Leefbaarheidsbeleving
7,2 7,1
2021
6,3 Staat van de openbare ruimte
7,0
2019
7,0
2017
7,0
2015 7,7 Voorzieningen
7,4 7,4 7,2 7,3
Woonklimaat
7,1 7,1
7,1
de staat van de openbare ruimte: het onderhoud van de openbare ruimte (weinig kapot, schone buurt, etc.) voorzieningen: de aanwezigheid of nabijheid van basisvoorzieningen (winkels, zorgvoorzieningen, etc.) woonklimaat: beleving van de woonomgeving (leefbaarheid, woonplezier, etc.). Hiervoor zijn rapportcijfers gevraagd.
De score voor de beleving van de leefbaarheid in de buurt is een 7,1 en is daarmee een fractie lager dan in 2019 en 2017 en vergelijkbaar met 2015. Kijken we naar de onderliggende scores dan zien we dat de staat van de openbare ruimte dit jaar veel lager scoort dan de metingen in de jaren daarvoor. In 2021 bedraagt de score 6,3 tegenover 7,0 in de drie voorgaande metingen. De voorzieningen scoren dit jaar juist hoger: van 7,4 in 2017 en 2019 naar 7,7 in 2021 en ook het woonklimaat krijgt een hogere score: van 7,1 in alle voorgaande metingen naar een 7,3 in 2021. Mogelijk dat de coronacrisis en het daarmee samenhangende beleid om zoveel mogelijk thuis te werken van invloed is geweest op de beleving van de openbare ruimte, de aanwezige voorzieningen en het woonklimaat.
Scores leefbaarheidsbeleving
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
35 35
Leefbaarheidsbeleving Gemeente Woudenberg
Tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 60 jaar 60 tot 75 jaar
75-plussers
7,1 7,2 7,2 7,1 7,3 7,2 7,5 7,0 7,0 7,2 7,2 7,1 7,2 7,2 7,0 7,1 7,0 7,1 7,1 7,0 6,9 7,3 6,9 7,1
2021 2019
Alleenstaand / alleenwonend Gezin zonder kinderen Gezin met kinderen Overig
Lager opgeleiden Middelbaar opgeleiden Hoger opgeleiden
7,0 7,2 7,2 7,0 7,0 7,1 7,1 7,1 7,1 7,2 7,3 7,2 7,7 7,3 6,7 6,7
2017 2015
De score voor de beleving van de leefbaarheid in de buurt varieert nauwelijks als wordt ingezoomd op de verschillende inwonersgroepen. Het gaat veelal om niet meer dan nuanceverschillen. 75-Plussers geven met een 6,9 de laagste score en inwoners tot 30 jaar en hoger opgeleiden met een 7,3 de hoogste.
7,1 7,2 7,0 7,1 7,0 7,1 7,3 7,0 7,1 7,3 7,1 7,2
Score leefbaarheidsbeleving, naar achtergrondkenmerk
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
36 36
Staat van de openbare ruimte
In mijn buurt is het buiten goed verlicht
82% 81% 79% 84%
In mij buurt zijn weing tot geen dingen kapot
78% 80% 79% 86% 76% 84% 89% 83%
In mijn buurt is voldoende groen
67% 69% 71% 71%
Mijn buurt is schoon
In de buurt zijn straten, paden en stoepen goed begaanbaar
65% 69% 76% 76%
In mijn buurt is voldoende parkeergelegenheid
53% 53% 56% 56%
In mijn buurt zijn perken, plantsoenen en parken goed onderhouden
49% 51% 53% 58%
2021 2019 2017 2015
De inwoners van Woudenberg is gevraagd een aantal uitspraken te beoordelen over de staat van de openbare ruimte. Inwoners zijn het meest te spreken over de verlichting (82% (heel) tevreden) en het weinige dat kapot is in de buurt (78%). Daarnaast is drie kwart van mening dat er in de buurt voldoende groen is (76%), vindt twee derde de buurt schoon (67%) en de straten, paden en stoepen goed begaanbaar (65%). Iets meer dan de helft van de inwoners is van mening dat er voldoende parkeergelegenheid is (53%) en de helft vindt dat de perken, plantsoenen en parken goed zijn onderhouden (49%). De tevredenheid over de hoeveelheid groen in de buurt loopt de laatste drie metingen bij iedere meting iets terug. In 2017 was nog 89% van de inwoners (zeer) tevreden hierover, in 2019 is dit teruggelopen tot 84% en vervolgens naar 76% in 2021. Ook over de begaanbaarheid van straten, paden en stoepen zijn inwoners steeds iets minder positief: van 76% in 2015 en 2017 naar 69% in 2019 en naar 65% in 2021. Bij de overige aspecten zijn de verschuivingen beperkt.
Beoordeling van de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte.
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
37 37
Voorzieningen in het sociale domein 93% 90% 86% 87% 85% 87% 86% 85%
Winkels voor dagelijkse boodschappen voldoende nabij
(gezondheids)zorgvoorzieningen 66% 65% 69% 64% 59% 67% 62% 68%
Het basisonderwijs voldoende nabij
Sportvoorzieningen
45% 47% 52% 48% 43% 45% 49% 55%
Speelvoorzieningen
Het openbaar vervoer 32%
53% 53% 57%
Culturele voorzieningen 27% Welzijnsvoorzieningen
Goede voorzieningen voor jongeren
41% 46% 43%
2021 2019 2017
Als het gaat om een oordeel over de voorzieningen in de buurt, dan zijn inwoners het meest te spreken over de nabijheid van winkels voor dagelijkse boodschappen (93% (zeer) tevreden) en over de nabijheid van (gezondheids)zorgvoorzieningen (85%). Twee derde laat zich positief uit over het basisonderwijs (66%) en zes op de tien inwoners van Woudenberg zijn positief over de nabijheid van sportvoorzieningen (59%). Over speelvoorzieningen is bijna de helft (zeer) tevreden (45%) evenals over het openbaar vervoer (43%). Over de culturele voorzieningen laat een derde (32%) zich positief uit en over de welzijnsvoorzieningen iets meer dan een kwart (27%). De voorzieningen voor jongeren scoren het laagst. Zo is 10% van mening dat er goede voorzieningen voor jongeren zijn.
2015
Vergeleken met de vorige meting zijn inwoners vooral veel minder te spreken over de culturele voorzieningen (van 53% naar 32%) en de welzijnsvoorzieningen (van 41% naar 27%). Ook de sportvoorzieningen worden minder positief beoordeeld (van 67% naar 59%). De coronapandemie, waardoor veel voorzieningen voor een groot deel gesloten waren, kan hierbij een belangrijke rol spelen.
10% 15% 13% 20%
Beoordeling van (de nabijheid van) voorzieningen. * gevraagd als stelling
Monitor Sociale Kracht Woudenberg 2021
38 38
Woonklimaat
8,2 8,0
8,0
8,0
8,1 7,8
7,9
8,0 7,8
7,9
7,9
7,9
2021 2019 2017 2015
Woonplezier
Woonomgeving
Leefbaarheid
Beoordeling met een rapportcijfer van het woonplezier, de woonomgeving en de leefbaarheid, 2015-2021.