CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

10.c Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 20251205.pdf

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Woudenberg Deze uitgangspuntennotitie heeft tot doel het startpunt te formuleren voor het proces om tot het warmteprogramma te komen. We schetsen eerst de contextuele ontwikkelingen en beschrijven de lessen die voortkomen uit de Transitievisie Warmte. Dit leidt, samen met een eerste gebiedsverkenning tot uitgangspunten voor het warmteprogramma. Contextuele ontwikkelingen De afgelopen jaren hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die invloed hebben op het warmteprogramma. Hierna benoemen we de belangrijkste volgen van deze ontwikkelingen: a. De Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie (Wgiw)1 is aangenomen. In deze wet is onder andere opgenomen dat gemeenten uiterlijk op 31 december 2027 een warmteprogramma vaststellen. Dit programma wordt gezien als programma onder de Omgevingswet en dient conform de daarvoor geldende procedures te worden vastgesteld. Dit betekent bijvoorbeeld dat de vaststelling van het warmteprogramma de bevoegdheid van het college is en dat belanghebbenden door middel van participatie moeten worden betrokken om tot het warmteprogramma te komen. In het warmteprogramma zelf dient te worden beschreven welke warmteoplossing voor welk gebied in de gemeente wordt voorzien op basis van de laagste nationale totale kosten.

Indien de gemeente de, in het Omgevingsplan door te voeren, aanwijsbevoegdheid voor een aardgasvrije warmteoplossing wil inzetten, dient in het warmteprogramma te zijn benoemd dat de aardgaslevering voor dit gebied beëindigd wordt. In bijlage I is opgenomen welke onderdelen het warmteprogramma precies dient te bevatten. b. De Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw)2 is aangenomen. In deze wet worden nadere regels gesteld aan de wijze waarop collectieve warmteoplossingen geregeld dienen te zijn waarbij onder andere is vastgesteld dat minimaal 50% van een collectieve warmtevoorziening in publieke handen dient te zijn. Een warmtegemeenschap (inwoners die gezamenlijk georganiseerd zijn) kan hierin ook een rol vervullen. c. Voor de verduurzaming van woningen met de slechtste energielabels is vanuit de Specifieke Uitkeringsregeling Lokale Aanpak Isolatie budget beschikbaar gekomen voor gemeenten om de isolatieaanpak te versnellen. De gemeente Woudenberg heeft voor de uitkering van deze middelen een subsidieregeling ingericht die sinds 2024 open staat en actief gebruikt wordt. d. Netcongestie vormt een steeds grotere belemmering om de energietransitie, en in dit geval de warmtetransitie, te versnellen. Specifiek voor Woudenberg heeft de netbeheerder Stedin aangegeven dat de knelpunten op het gebied van netcongestie de komende jaren groot zijn.

Pas na 2032/2035 worden er oplossingen verwacht waardoor een meer grootschalige transitie naar volledig elektrische warmteoplossingen mogelijk zijn. Tot die tijd kan mogelijk in gerichte wijken wel worden geprofiteerd van uitbreidingen in het laagspanningsnet. Lessen uitvoering Transitievisie Warmte In 2021 heeft Woudenberg de Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. In deze voorloper van het warmteprogramma werden eerste richtingen benoemd voor een aardgasvrij Woudenberg. De uitvoering van de TVW is beknopt geëvalueerd en op basis van die evaluatie zijn de volgende lessen voor het warmteprogramma geformuleerd: a. Capaciteit en continuïteit van personeel is essentieel om plannen uit te kunnen voeren. 1

Zie: Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie, Eerste Kamer der Staten-Generaal en het Besluit gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie, Eerste Kamer der Staten-Generaal. 2 Zie: Wet collectieve warmtevoorziening, Eerste Kamer der Staten-Generaal.

[1]

b. Er is meer inzicht nodig in potentiële alternatieve warmtebronnen. c. Er is behoefte aan een gebiedsindeling die recht doet aan de daadwerkelijke energievraag en isolatiegraad van woningen in een gebied en die toekomstbestendig kan worden ingezet voor de uitvoering van het warmteprogramma. d. Structurele samenwerking met belangrijke partners werkt om voldoende afstemming te hebben. Hier is inmiddels invulling aan gegeven. e. Er is meer duidelijkheid nodig over bestuurlijke afwegingen op het gebied van alternatieve warmteoplossingen. Ook bezien van de huidige realiteit. In het bijzonder tussen keuzevrijheid en betaalbaarheid. Uitgangspunten warmteprogramma Mede op basis van de ervaringen met de uitvoering van de TVW de afgelopen jaren hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd voor het warmteprogramma: a. We hanteren, net als in de TVW, het uitgangspunt dat de overstap naar een alternatieve warmteoplossing realistisch en betaalbaar moet zijn. We kiezen daarom per gebied voor de warmteoplossing met de laagste totale nationale kosten (TKN) op basis van de scenariostudie voor verschillende warmteoplossingen. Alleen als het verschil tussen twee of meer warmteoplossingen kleiner dan 20% is zullen we ook naar andere factoren als keuzevrijheid en netcongestie kijken. b. De warmtetransitie is een opgave die we in samenwerking moeten aanpakken.

Om tot het warmteprogramma te komen zoeken we dan ook de verbinding met inwoners, ondernemers en professionele betrokkenen zoals Omnia wonen, de netbeheerder, Energiecoöperatie Zon-opWoudenberg, Stichting Duurzaam Woudenberg en het waterschap. In het participatieplan lichten we verder toe hoe deze betrokkenheid eruit ziet. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: i. We gaan participatie die in het kader van de TVW reeds is gedaan niet over doen om inwoners niet onnodig te belasten. Vandaar dat de mate waarin we de participatie vormgeven beperkt is. ii. We willen inwoners en ondernemers zo concreet mogelijk duidelijkheid geven. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek van warmtescenario’s zou dit helaas kunnen betekenen dat, vanwege netcongestie voor individuele all-electric oplossingen, de daadwerkelijke stap naar een aardgasvrij warmtevoorziening nog een tijd (2035) op zich laat wachten. Hier zijn we transparant over en we gaan in gesprek over wat wel op kortere termijn kan: isoleren en verkennen van klein collectieve warmteoplossingen. iii. We hebben er in het warmteprogramma oog voor dat deze verbinding ook structureel vorm krijgt zodat de warmtetransitie daadwerkelijk een gezamenlijk proces kan worden. c. We houden rekening met bestaande inzichten en initiatieven.

Dit betekent bijvoorbeeld dat we gebruik maken van resultaten van uitgevoerde verkenningen naar alternatieve warmtebronnen en dat we afstemming zoeken met lopende initiatieven zoals het haalbaarheidsonderzoek naar aquathermie uit de Grift vanuit Zon-op-Woudenberg. Dit zou ook aanleiding kunnen zijn om de aanwijsbevoegdheid als overweging mee te nemen in het warmteprogramma. d. Bij besluitvorming over het warmteprogramma houden we rekening met de middelen (in capaciteit en kosten) die uitvoering vergt en nadelen die mogelijke warmteoplossingen hebben (denk aan netcongestie voor all-electric warmtepompen). Daarnaast hebben we op basis van de gebiedsverkenning een aantal inhoudelijke uitgangspunten opgesteld: e. Op basis van verkenning hebben we een aangepaste gebiedsindeling samengesteld. Bij het komen tot deze gebiedsindeling hebben we de balans bewaakt tussen clustering van vergelijkbare objecten qua bouwjaar, warmtevraag(dichtheid) en energielabel, en voldoende omvang van de clusters om collectieve oplossingen voldoende schaalbaarheid te geven. In bijlage II is deze gebiedsindeling opgenomen. Objecten die reeds zijn afgesloten van het aardgasnet (en dus al aardgasvrij zijn) hebben we buiten de gebieden gehouden.

[2]

Specifiek voor het buitengebied geldt dat dit voornamelijk losstaande woningen/boerderijen betreffen. Drie gebieden specificeren we apart. Dit gaat om het gebied met zorginstelling en recreatiepark aan de westkant van de gemeente, een mogelijk toekomstig bedrijventerrein aan de zuidoostkant en een gebied langs Ekris aan de noordkant van de gemeente. f. Om te komen tot een vergelijking van verschillende warmteoplossingen nemen we de volgende alternatieven wel en niet mee: i. Verschillende vormen van aquathermie. Dit betreft in ieder geval Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) van de Grift en het Valleikanaal en Thermische Energie uit Afvalwaterzuivering (TEA). Thermische energie uit drinkwater (TED) lijkt niet kansrijk en nemen we niet mee. ii. Restwarmte uit verschillende bronnen. Meeste potentie heeft hier het koelhuis op het bedrijventerrein al is de afstand tot bebouwing en de opbrengst in de wintermaanden beperkt. iii. De kosten voor (proef)boringen voor diepe geothermie zijn zodanig dat dit niet als haalbaar alternatief wordt gezien gegeven de beperkte hoge temperatuur warmtevraag en het ontbreken van bestaande warmte-infrastructuur. iv. Zonthermie door middel van zonnecollectoren/panelen op land kan een oplossing zijn wanneer deze relatief dicht bij bebouwing kunnen worden gerealiseerd.

Aan de zuidkant van de kern Woudenberg loopt een initiatief voor zon-op-land die we als scenario in de vergelijking meenemen. v. Qua collectieve warmtepompen kijken we naar collectieve luchtwarmtepompen omdat een collectieve bodemwarmtepomp altijd duurder is dan een collectieve luchtwarmtepomp. vi. Qua individuele warmtepompen nemen we zowel lucht als bodem mee. vii. Er lopen initiatieven voor (opschaling van) mestvergisting in de gemeente. In de praktijk wordt biogas dat in mestvergisters ontstaat ingebracht op het landelijk gasnetwerk waarna het biogas middels ‘Garanties van Oorsprong certificaten’ kan worden verhandeld. Het wordt niet haalbaar geacht om lokaal een apart net voor biogas aan te leggen. Wel zou voor moeilijk te verduurzame gebouwen kunnen worden gedacht aan het lokaal houden van deze certificaten waardoor op papier biogas kan worden geleverd. Fysiek wordt het gas gemengd met het aardgas en krijgt elke aangesloten woning dus een mix van aardgas en biogas. Biogas zal niet als alternatief in de scenariostudie worden meegenomen maar het kan op die manier wel een alternatief bieden voor gebieden waar de kosten van meegenomen warmteoplossingen significant hoger zijn. g. De eerste analyse leert dat voor een groot deel van de bebouwing een (individuele) warmtepomp (lucht of bodem) het best betaalbaar zal zijn.

Dit komt overeen met de inzichten uit de Transitievisie Warmte. Voor deze gebieden gaan we de participatie uit de Transitievisie Warmte daarom niet overdoen. Wel willen we inwoners informeren over de laatste inzichten en over handelingsperspectief voor de kortere termijn. In het participatieplan (zie bijlage A. Participatieplan warmteprogramma Woudenberg) hebben we uitgewerkt hoe deze participatie eruit zal zien.

Bijlage I. Onderdelen warmteprogramma In het Besluit gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie is opgenomen wat terug moet komen in het warmteprogramma. Het gaat om: a. een overzicht van de locaties waarvoor in het omgevingsplan een warmtetransitiegebied kan worden aangewezen, het aantal gebouwen die op die locaties aanwezig zijn en het aantal gebouwen waarin methaangas wordt gebruikt voor milieubelastende activiteiten die op die locaties worden verricht; b. een overzicht van de toegedachte energie-infrastructuur ter vervanging van de aansluiting op methaangas voor de gebouwen per locatie als bedoeld onder a; c. het aantal gebouwen dat voorafgaand aan de aansluiting op de toegedachte-energieinfrastructuur, bedoeld onder b, naar verwachting wordt geïsoleerd;

[3]

d. een beschrijving de toegedachte energie-infrastructuur, bedoeld onder b, in relatie tot het alternatief voor methaangas met de laagste totale nationale kosten; e. een beschrijving van de verwachte indicatieve warmtebehoefte van de gebouwen, bedoeld onder a en c, aan het begin en het einde van de periode, bedoeld in het derde lid; en Daarbij is ook vastgelegd dat het warmteprogramma een looptijd dient te hebben van ten minste tien jaar en dat het elke vijf jaar moet worden herzien.

[4]

Bijlage II. Voorstel gebiedsindeling De figuur hierna toont voorstel voor de gebiedsindeling op basis van de gebiedsverkenning. Deze indeling en de resultaten van de onderliggende verkenning zullen 7 november nader worden toegelicht.

[5]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4256/documents/72370