CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

09c. Was wordt tabel Nadere regels sociaal domein (Jeugdwet en Wmo).pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken6.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel nadere regels sociaal domein (m.i.v. 01-01-2021) Was

Wordt

Reden

Artikel 7. Mogelijkheden tot het kiezen voor een pgb 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het college te verstrekken pgb, dient de cliënt daartoe een gemotiveerde aanvraag en zorg- en budgetplan in, waarbij de cliënt aangeeft: a. Wat hij met het pgb wenst in te kopen; b. Waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; c. Indien het Jeugdhulp betreft, waarom een maatwerkvoorziening door een aanbieder niet passend is; d. Indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren; e. Hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren; f. Op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; g. Een onderbouwde begroting. h. Indien meerdere personen uit een huishouden ondersteuning nodig hebben, dan wordt er 1 ondersteuningsplan voor het gehele huishouden gemaakt (een familiegroepsplan) en bekeken hoe bepaalde ondersteuningsvormen gecombineerd en toegedeeld kunnen worden;

Vervallen.

Deze criteria voor pgb zijn met ingang van 1 januari 2021 opgenomen in de Verordening Sociaal Domein. Daarom komen ze hier te vervallen.

1

2. Een pgb is alleen mogelijk als: a. De ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; b. De cliënt naar het oordeel van het college in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren of hij daarvoor iemand heeft gemachtigd die: 1) Is verbonden aan een organisatie die beschikt over het keurmerk van Per Saldo; of 2) Een persoon is die niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, tenzij dit, gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden. 3. Een pgb is niet mogelijk als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de WMO; 4. Indien het Jeugdhulp betreft, beschouwt het College een in het budgetplan PGB beschreven hulpverleningsaanbod dat volledig overeenkomt met het aanbod van een zorgaanbieder die een contracts- of subsidierelatie heeft met de gemeente als een passend aanbod als bedoeld in lid 1 sub c. 5. De persoon aan wie een

2

PGB wordt verstrekt, kan de ondersteuning onder de volgende voorwaarden, naast de in artikel 4 lid 4 genoemde voorwaarde voor het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: a. dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende niet tot overbelasting leidt, en b. dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit dit PGB mogen worden betaald.

Artikel 8: Professionele ondersteuning 1. Er is sprake van professionele ondersteuning als er sprake is van één van de in dit artikel genoemde situaties en de hulpverlener/zorgverlener beschikt over een VOG die na of maximaal 2 maanden voor indiensttreding bij zijn werkgever of de start van de zorg/ondersteuning is afgegeven: a. De organisatie die de ondersteuning levert is door de gemeente voor een maatwerkvoorziening gecontracteerd voor het betreffende segment; b. De organisatie die de ondersteuning levert voldoet aan alle volgende, cumulatieve criteria: 1) staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en de activiteiten bestaan blijkens deze inschrijving uit het verlenen van de ondersteuning die past binnen de kaders van de benodigde ondersteuning/zorg die is opgenomen in het ondersteuningsplan; 2) biedt een dienstverband aan minimaal twee medewerkers; 3) de organisatie en de medewerkers voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen

Vervallen.

Deze criteria voor professionaliteit zijn met ingang van 1 januari 2021 opgenomen in de kwaliteitseisen in de Verordening Sociaal Domein. Daarom komen ze hier te vervallen.

3

4)

5)

c.

1)

2)

3)

4)

5)

die voor de betreffende ondersteuning worden gesteld aan aanbieders en ontvangen een salaris dat daarmee overeenkomstig is; de eigenaar en medewerkers zijn geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van de degene aan wie ze de ondersteuning of hulpverlening bieden; indien het gaat om zorg of ondersteuning die op de locatie van de zorgverlener plaatsvindt moet deze locatie voldoen aan de eisen die aan de locatie van de gecontracteerde aanbieders van vergelijkbare zorg worden gesteld. Een zelfstandig werkende hulpverlener/ondersteuner voldoet aan alle volgende, cumulatieve, criteria: staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en de activiteiten bestaan blijkens deze inschrijving uit het verlenen van de ondersteuning die past binnen de kaders van de benodigde ondersteuning/zorg die is opgenomen in het ondersteuningsplan; de belastingdienst beschouwt de hulpverlener/ondersteuner in het kader van de hulpverlening/ondersteuning aan de cliënt als ondernemer; de medewerker voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen die aan een hulpverlener van een aanbieder worden gesteld en berekent een tarief dat marktconform is; de hulpverlener is geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van degene aan wie hij ondersteuning/ hulpverlening biedt; indien het gaat om zorg of ondersteuning die op de

4

d.

1)

2)

3) 4)

locatie van de zorgverlener plaatsvindt moet deze locatie voldoen aan de eisen die aan de locatie van de gecontracteerde aanbieders van vergelijkbare zorg worden gesteld. Een hulpverlener/zorgverlener die een arbeidsovereenkomst heeft met de cliënt voor het leveren van ondersteuning die past binnen de kaders van de benodigde zorg/ondersteuning die is opgenomen in het ondersteuningsplan, indien en voor zover de hulpverlener: voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen die aan een hulpverlener van een aanbieder worden gesteld; indien het Jeugdhulp betreft beschikt over een Inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd of het BIG-register; de ondersteuning levert zoals opgenomen in het ondersteuningsplan; geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant is degene aan wie hij ondersteuning biedt.

Artikel 9. Behandeling Jeugdhulp 1. Het is niet toegestaan om via een PGB behandeling in te kopen uit het informele netwerk. 2. Het inkopen van behandeling via een PGB is alleen mogelijk indien de behandelaar voldoet aan de kwaliteitseisen die de gemeente stelt aan gecontracteerde aanbieders van behandeling.

Het is niet toegestaan om via een PGB behandeling in te kopen uit het informele netwerk.

Bepaling onder 1 is gehandhaafd (zonder nummer). Lid 2 is vervallen omdat dit met ingang van 1 januari 2021 in de verordening zelf is geregeld.

Artikel 10. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening

Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voor

Toelichting van het begrip algemeen

5

die voldoet aan de volgende criteria: • Niet speciaal bedoeld voor personen met een beperking, en; • Verkrijgbaar in de reguliere handel, en; • Behoort voor een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie tot het normale aanschaffingspatroon. In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Ook wanneer de persoon een inkomen heeft dat door aantoonbare kosten als gevolg van de beperking onder de van toepassing zijn de bijstandsnorm dreigt te komen, kan een algemeen gebruikelijke voorziening voor vergoeding in aanmerking komen.

iedereen beschikbaar, of men nu wel of geen beperking heeft. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van de geldende maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag. Wanneer een algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar is hoeft er geen maatwerkvoorziening te worden ingezet.

gebruikelijk. De criteria zijn geactualiseerd. Tevens zijn er concrete voorbeelden verhuist van de toelichting naar de nadere regels. Bovendien zijn er nadere regels voor autoaanpassingen toegevoegd.

Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: - De voorziening is niet speciaal bedoeld voor personen met een beperking; - De voorziening is daadwerkelijk beschikbaar; - De voorziening een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; - De voorziening financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Bij algemeen gebruikelijke voorzieningen kan men denken aan: Vervoer a. fiets [standaardfiets, fiets met verlaagde instap, fiets met trapondersteuning/hulpmotor] b. tandem [standaardtandem, tandem met trapondersteuning/hulpmotor, tandem met verlaagde instap]. c. bromfiets [ook bromfiets in speciale uitvoering zoals brommobiel]. d. autoaanpassingen [automatische transmissie; stuurbekrachtiging; elektrisch bedienbare ramen; warmtewerend glas; airco] e. een standaard buggy voor kinderen tot de leeftijd van 4 jaar. Bij een aangepaste buggy zijn de meerkosten van de aanpassingen ten opzichte van

6

de standaard buggy niet algemeen gebruikelijk. Woonvoorzieningen: a. toiletpot en verhoogd / hangend toilet; b. toiletgelegenheid op de eerste etage; c. renovatie (vervangen lavet door douche); d. aanleg centrale verwarming; e. douchecabine, douchecel, douchewand, seniorendouchebak ; f. mechanische ventilatie (beluchten woning); g. airconditioning woonruimte; h. kooktoestellen algemeen; i. zonwering (binnen en buiten); j. alle vormen van mechanische ventilatie; k. alle vormen van kranen (eenhendel-mengkranen, thermostaatkranen en glijstangset); l. aanleg centrale verwarming ; m. intercom; n. afzuigkap boven kooktoestel; o. (teruggebogen) deurkrukken; p. aanrechtblad; q. losse toiletverhoger, toiletstoel; r. Losse douchezitjes, douchestoelen en badzitjes; (verrijdbare en kantelbare douchevoorzieningen uitgesloten als het maatwerk betreft) s. beugels (wand/vloer), grepen (wand/vloer) en drempelhulpen; t. seniorendouchebak; u. renovatie (van bijvoorbeeld badkamer of keuken); v. douchecabine; douchecel; douchewand; w. waterbed; x. Sta- en/of relaxstoel y. vormen van domotica (om bijv. ramen op afstand te kunnen openen) z. overige, vergelijkbare algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen als

7

genoemd in sub a tot en met sub m tot maximaal € 250,- ; Rolstoelen/scootmobielen: z. Accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar als wel nuttige accessoires aangeboden worden: aa. Regenpakken, winterbekleding, been/voetenzak,. bb. Rolstoelhandschoenen cc. Accessoires als asbak, bandenpomp, bagagetas, rolstoelovertrek en spaakbeschermers. Auto: Er zullen geen tegemoetkomingen worden verstrekt in de kosten van faciliteiten die de fabrikant extra al kan aanbrengen, bijvoorbeeld: stuurbekrachtiging, automatische transmissie, driepuntsgordels, elektrische ruitenwisser achter, elektrische bediende portierruiten, achterruitverwarming, neerklapbare achterbank en een vijfde deur, omdat deze voorzieningen als algemeen gebruikelijk worden gezien. Aanpassingen aan de auto om de scootermobiel mee te kunnen nemen worden niet vergoed daar de scootermobiel bedoeld is voor vervoer over de korte en middellange afstand. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van autoaanpassing wordt maximaal eens in de 7 jaar verstrekt. Bij de beoordeling van de aanvraag voor vervanging (na minimaal 7 jaar), wordt de conditie van de aanpassing meegewogen. Voorwaarde voor een autoaanpassing is dat deze het goedkoopst adequaat is. Wanneer collectief vervoer wel mogelijk is gaat dit voor, tenzij autoaanpassing goedkoper is.

8

De voorkeur van cliënt doet hierbij niet ter zake. Wil een cliënt eerder een andere auto aanschaffen dan is cliënt daar vrij in. Een eventuele nieuwe aanpassing of het overzetten van de aanpassing van de oude naar de nieuwe auto komt voor rekening van de cliënt. Overige: dd. Boodschappenservice ee. Maaltijdvoorziening(en) In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Ook wanneer de persoon een inkomen heeft dat door aantoonbare kosten als gevolg van de beperking onder de van toepassing zijn de bijstandsnorm dreigt te komen, kan een algemeen gebruikelijke voorziening voor vergoeding in aanmerking komen.

Artikel 13. Vormen van jeugdhulp De volgende maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar: a. Ambulante begeleiding b. Ambulante behandeling c. Ambulante dagbehandeling d. Dagactiviteit e. Begeleid wonen met toezicht jeugd f. Logeren jeugd g. Pleegzorg h. Wonen in gezinsvormen i. Opname met behandeling, besloten j. Opname met behandeling. gesloten k. Opname met behandeling, psychiatrie

1. De volgende maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar: p. Ambulante begeleiding q. Ambulante behandeling r. Ambulante dagbehandeling s. Dagactiviteit t. Begeleid wonen met toezicht jeugd u. Logeren jeugd v. Pleegzorg w. Wonen in gezinsvormen x. Opname met behandeling, besloten y. Opname met behandeling. gesloten z. Opname met behandeling, psychiatrie

Uitwerking nadere regels voor vervoer naar jeugdhulp toegevoegd (artikel 13A).

9

l. ADHD ziekenhuiszorg m. Dyslexie n. Hulpverlening dwang en drang o. Crisisbeschikbaarheid

aa. ADHD ziekenhuiszorg bb. Dyslexie cc. Hulpverlening dwang en drang dd. Crisisbeschikbaarheid Artikel 13a. Vervoer naar jeugdhulp 1. Op grond van de Jeugdwet kan het vervoer van een jeugdige van- en naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden een voorziening zijn voor zover naar het oordeel van het college er een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid zijn. Dit betekent dat, zoals bij iedere vorm van jeugdhulp, er geen vervoersvoorziening hoeft te worden ingezet als er geen medische noodzaak is en de jeugdige en/of de ouders/verzorgers (hierna: ouders) samen met zijn of haar sociale netwerk in staat is om middels eigen kracht het vervoer te regelen. 2. De Jeugdwet hanteert het uitgangspunt van eigen kracht. Vervoer is primair een taak van de ouders van de jeugdige, ook als dit meer van hen verlangt dan wat er in de regel van ouders verwacht mag worden (bovengebruikelijke hulp). Als dat niet mogelijk is bijv. door werk of als er sprake is van overbelasting, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Het feit dat ouders werken of zorgdragen voor andere kinderen wordt niet beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. Als ouders er zelf niet in slagen de begeleiding/vervoer te leveren, kunnen zij daarvoor een beroep doen op bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers. 3.

De gedachte is dat vervoer naar jeugdhulp alleen georganiseerd wordt daar waar ouders, netwerk en/of voorliggende voorzieningen dit

10

aantoonbaar echt niet zelf kunnen realiseren en/of het vervoer buiten de gebruikelijke zorg valt. Hier is sprake van indien: - de jeugdige aantoonbaar niet zelfstandig kan reizen (in dit verband geldt de regel dat een jeugdige vanaf 12 jaar verondersteld wordt zelfstandig te kunnen reizen. Wanneer een jeugdige ouder is dan 12 maar hij of zij naar mening van de ouders/verzorgers niet zelfstandig kan reizen, zullen zij dit aannemelijk moeten maken) en - - de alleenstaande ouder of beide ouders een aantoonbare handicap hebben waardoor het voor hen niet mogelijk is om hun kind te vervoeren of te begeleiden in het openbaar vervoer, of; - de afstand en frequentie waarop de jeugdige naar een zorginstelling moet worden gebracht zo groot is, dat het uitzonderlijk te noemen is. Om te bepalen of dit het geval is wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: Als de uitkomst van: (aantal weken) x (aantal keren er week) x (afstand enkele reis) x 0,25 = 250 of hoger is, komt de jeugdige in aanmerking voor (gedeeltelijke) een vervoersvoorziening. 4. Bij de (gedeeltelijke) vergoeding van het vervoer is de voor het college goedkoopst mogelijke wijze van vervoer het uitgangspunt. Eerst wordt gekeken of ouders het vervoer zelf kunnen organiseren met een eigen vervoersmiddel.

11

Indien dit het geval is geldt een vergoeding van € 0,19 per km op basis van de kortste route. Voor het vaststellen van de afstand maakt het college gebruik van de ANWB routeplanner. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de optie `kortste route' met de auto. Pas als dit aantoonbaar niet mogelijk is wordt gekeken naar de mogelijkheden die het openbaar vervoer biedt en pas in laatste instantie wordt gekeken naar de mogelijkheden van een voorziening voor aangepast vervoer. 5. Vervoer is altijd een maatwerkvoorziening. Gekeken wordt op grond van deze beleidsregels voor welk deel ouders eigen kracht hebben en voor welk deel het college een maatwerkvoorziening zal treffen in de vorm van een (gedeeltelijke) vergoeding van het vervoer. Als vervoer op eigen gelegenheid niet mogelijk is, dan verstrekt het collegevoor het deel waar de eigen kracht niet in kan voorzieneen maatwerkvoorziening voor aangepast vervoer. 6. Indien ouders aangeven de jeugdige wel te kunnen vervoeren, maar de kosten ervan niet te kunnen dragen. In dat geval mag van ouders worden verwacht dat zij inzicht geven in de door hen geclaimde financiële situatie.

Artikel 14. Dagactiviteit, vervoer en begeleiding 1. Het college kan een 1. Het college kan een maatwerkvoorziening maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van verlenen in de vorm van dagactiviteit welke gericht is dagactiviteit welke gericht is op: op: a. het bieden van a. het bieden van arbeidsmatige arbeidsmatige ondersteuning aan cliënten ondersteuning aan cliënten die (nog) niet over die (nog) niet over arbeidsvermogen arbeidsvermogen beschikken; beschikken; b. op het aanbrengen van b. op het aanbrengen van structuur, bevorderen van structuur, bevorderen van sociale participatie; sociale participatie;

De criteria van noodzakelijk vervoer aangepast ter verduidelijking en aanscherping van het artikel.

12

c. het ontlasten van de mantelzorger. 2. Onder dagactiviteit valt tevens het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagactiviteit. Het vervoer als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien: a. de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan niet met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, de dagbesteding te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; b. de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid. 3. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van begeleiding welke gericht is op: a. het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; b. het voeren van een gestructureerd huishouden.

c. het ontlasten van de mantelzorger. 2. Onder dagactiviteit valt tevens het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagactiviteit. Het vervoer naar de dagactiviteit als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien: a. de cliënt zelf en/of het netwerk niet zelfstandig kan voorzien in vervoer. In vervoer van- en naar dagbesteding op grond van de Wmo 2015 dient zelf te worden voorzien door de cliënt, dit is het uitgangspunt. Dit kan zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) of door middel van inzet van het netwerk (mantelzorg/informele zorg of vrijwillige zorg). Wanneer de cliënt zelf en/of het netwerk niet zelfstandig kan voorzien in vervoer wordt gekeken of een cliënt middels training/coaching zelfstandig kan leren (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagactiviteit te reizen. b. er gemotiveerd redenen zijn waarom op bovenstaande wijze niet in het vervoer kan worden voorzien, kan er gekeken worden naar vervoer via de aanbieder van de dagbesteding met een aanvullende indicatie vervoer. Wil of kan de desbetreffende aanbieder dit vervoer niet aanbieden, dan wordt gezocht naar een alternatieve aanbieder die zowel dagbesteding als vervoer kan bieden. Hierbij is het uitgangspunt dat dagbesteding en vervoer bij dezelfde aanbieder wordt afgenomen.

13

Als bovenstaande van toepassing is en er een indicatie voor dagbesteding met vervoer is maar cliënt een afwijkende wens heeft en kiest voor een locatie verder weg dan 15 kilometer, terwijl er een passend alternatief dichterbij is, dan mag de aanbieder extra kosten voor het vervoer in rekening brengen bij de cliënt. De cliënt kan ook gebruikmaken van de regiotaxi, maar niet tegen gereduceerd tarief. De extra kosten worden niet door de gemeente Woudenberg vergoed. 3. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van begeleiding welke gericht is op: c. het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; d. het voeren van een gestructureerd huishouden.

Artikel 17. Ondersteuning bij het wonen 1. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op ondersteuning bij het wonen in de vorm van: a. woonvoorziening en; b. hulpmiddelen om zich in en om de woning te verplaatsen; c. woningaanpassin gen; d. plaatsing van een losse (mantelzorg)unit indien extra leefruimte noodzakelijk is. 2. Woonvoorzieningen worden slechts geboden indien deze zijn gericht op het kunnen

1. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op ondersteuning bij het wonen in de vorm van: e. woonvoorziening en; f. hulpmiddelen om zich in en om de woning te verplaatsen; g. woningaanpassin gen; h. plaatsing van een losse (mantelzorg)unit indien extra leefruimte noodzakelijk is. 2. Woonvoorzieningen worden slechts geboden indien deze zijn gericht op het kunnen

Artikel 17.7 toegevoegd in verband met voorzienbaarheid: Een individuele woonvoorziening wordt geweigerd indien ten tijde van het betrekken van de woonruimte door de persoon met beperkingen te voorzien was dat in deze woonruimte beperkingen bij het normale gebruik van de woonruimte zouden worden ondervonden.

14

3.

4.

5.

6.

gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimte(n) in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woningaanpassing worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Maatwerkvoorzieningen voor het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze zijn gericht de cliënt in staat te stellen de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken ten behoeve van het normale gebruik van de woning. Wanneer een eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen kan vervanging van maatwerkvoorziening noodzakelijk worden geacht. Dit is niet het geval wanneer de cliënt geheel of gedeeltelijk op andere wijze tegemoet wordt gekomen in de veroorzaakte kosten. Bij de aanvraag van een woningaanpassing of plaatsing van een losse woonunit wordt gekeken of verhuizing naar een passende woning mogelijk is of redelijkerwijs van de cliënt kan worden verwacht, en er

3.

4.

5.

6.

gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimte(n) in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woningaanpassing worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Maatwerkvoorzieningen voor het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze zijn gericht de cliënt in staat te stellen de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken ten behoeve van het normale gebruik van de woning. Wanneer een eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen kan vervanging van maatwerkvoorziening noodzakelijk worden geacht. Dit is niet het geval wanneer de cliënt geheel of gedeeltelijk op andere wijze tegemoet wordt gekomen in de veroorzaakte kosten. Bij de aanvraag van een woningaanpassing of plaatsing van een losse woonunit wordt gekeken of verhuizing naar een passende woning mogelijk is of redelijkerwijs van de cliënt kan worden verwacht, en er anderszins goedkopere

15

anderszins goedkopere adequate oplossingen beschikbaar zijn. Hierbij wordt ook meegewogen of cliënten bij de keuze van hun woning of verbouwing rekening hebben gehouden met de te verwachten beperkingen die leeftijd gerelateerd zijn.

adequate oplossingen beschikbaar zijn. Hierbij wordt ook meegewogen of cliënten bij de keuze van hun woning of verbouwing rekening hebben gehouden met de te verwachten beperkingen die leeftijd gerelateerd zijn. 7. Een individuele woonvoorziening wordt geweigerd indien ten tijde van het betrekken van de woonruimte door de persoon met beperkingen te voorzien was dat in deze woonruimte beperkingen bij het normale gebruik van de woonruimte zouden worden ondervonden.

Toelichting nadere regels Sociaal Domein Woudenberg Persoonsgebonden budget beschermd wonen In artikel 10 vijftiende lid van de verordening heeft de gemeenteraad bepaald op basis van welke percentage een pgb beschermd wonen moet worden berekend. Uit de wettelijke definitie van beschermd wonen volgt dat het een maatwerkvoorziening betreft voor (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een instelling (zie begripsbepaling van de verordening) en bijbehorende aangewezen ondersteuning. In het geval de cliënt recht heeft op een pgb worden eisen gesteld aan de accommodatie, het moet gaan om een zogeheten kleinschalige woonvorm. Hoewel dat impliciet uit de wet kan worden afgeleid bepaalt het tweede lid expliciet dat verblijf bij ouders of wettelijk vertegenwoordigers niet kan worden aangemerkt als kleinschalige woonvorm.

Persoonsgebonden budget beschermd wonen In artikel 10 vijftiende lid van de verordening heeft de gemeenteraad bepaald op basis van welke percentage een pgb beschermd wonen moet worden berekend. Uit de wettelijke definitie van beschermd wonen volgt dat het een maatwerkvoorziening betreft voor (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een instelling (zie begripsbepaling van de verordening) en bijbehorende aangewezen ondersteuning. In het geval de cliënt recht heeft op een pgb worden eisen gesteld aan de accommodatie, het moet gaan om een zogeheten kleinschalige woonvorm. Hoewel dat impliciet uit de wet kan worden afgeleid bepaalt het tweede lid expliciet dat verblijf bij ouders of wettelijk vertegenwoordigers niet kan worden aangemerkt als kleinschalige woonvorm. Omdat het beschermd wonen

Zin: “Daarnaast kan het zijn dat de budgethouder in aanmerking komt voor een wooninitiatieftoeslag” verwijderd. Vanaf 1 januari 2021 vervalt de wooninitiatieven toeslag als een lokaal te beschikken toeslag naar een toeslag die loopt via de centrumgemeente.

16

Omdat het beschermd wonen ook bestaat uit aangewezen ondersteuning, zoals begeleiding (individueel gericht of in groepsverband) al dan niet met vervoer, spreekt het voor zich dat daarvoor aparte tarieven gelden. Daarnaast kan het zijn dat de budgethouder in aanmerking komt voor een wooninitiatieftoeslag.

ook bestaat uit aangewezen ondersteuning, zoals begeleiding (individueel gericht of in groepsverband) al dan niet met vervoer, spreekt het voor zich dat daarvoor aparte tarieven gelden.

Algemene gebruikelijke voorzieningen In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Ook wanneer de persoon een inkomen heeft dat door aantoonbare kosten als gevolg van de beperking onder de van toepassing zijn de bijstandsnorm dreigt te komen, kan een algemeen gebruikelijke voorziening voor vergoeding in aanmerking komen.

In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Ook wanneer de persoon een inkomen heeft dat door aantoonbare kosten als gevolg van de beperking onder de van toepassing zijn de bijstandsnorm dreigt te komen, kan een algemeen gebruikelijke voorziening voor vergoeding in aanmerking komen.

Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen verhuist naar artikel 10 van de nadere regels.

De volgende voorzieningen kunnen gezien worden als algemeen gebruikelijk en komen daarmee niet voor een vergoeding middels de Wmo in aanmerking: Vervoer a. fiets [standaardfiets, fiets met verlaagde instap, fiets met trapondersteuning/hulpmotor] b. tandem [standaardtandem, tandem met trapondersteuning/hulpmotor, tandem met verlaagde instap]. c. bromfiets [ook bromfiets in speciale uitvoering zoals brommobiel]. d. autoaanpassingen

17

[automatische transmissie; stuurbekrachtiging; elektrisch bedienbare ramen; warmtewerend glas; airco] e. een standaard buggy voor kinderen tot de leeftijd van 4 jaar. Bij een aangepaste buggy zijn de meerkosten van de aanpassingen ten opzichte van de standaard buggy niet algemeen gebruikelijk. Woonvoorzieningen: a. toiletpot en verhoogd / hangend toilet; b. toiletgelegenheid op de eerste etage; c. renovatie (vervangen lavet door douche); d. aanleg centrale verwarming; e. douchecabine, douchecel, douchewand, seniorendouchebak ; f. mechanische ventilatie (beluchten woning); g. airconditioning woonruimte; h. kooktoestellen algemeen; i. zonwering (binnen en buiten); j. alle vormen van mechanische ventilatie; k. alle vormen van kranen (eenhendel-mengkranen, thermostaatkranen en glijstangset); l. aanleg centrale verwarming ; m. intercom; n. afzuigkap boven kooktoestel; o. (teruggebogen) deurkrukken; p. aanrechtblad; q. losse toiletverhoger, toiletstoel; r. Losse douchezitjes, douchestoelen en badzitjes; (verrijdbare en kantelbare douchevoorzieningen uitgesloten als het maatwerk betreft) s. beugels (wand/vloer), grepen (wand/vloer) en drempelhulpen; t. seniorendouchebak; u. renovatie (van bijvoorbeeld badkamer of keuken); v. douchecabine; douchecel;

18

douchewand; w. waterbed; x. vormen van domotica (om bijv. ramen op afstand te kunnen openen) y. overige, vergelijkbare algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen als genoemd in sub a tot en met sub m tot maximaal € 250,- ; Rolstoelen/scootmobielen: z. Accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar als wel nuttige accessoires aangeboden worden: aa. Regenpakken, winterbekleding, been/voetenzak,. bb. Rolstoelhandschoenen cc. Accessoires als asbak, bandenpomp, bagagetas, rolstoelovertrek en spaakbeschermers. Overige: dd. Boodschappenservice ee. Maaltijdvoorziening(en)

19

Maatwerkvoorzieningen Jeugd Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de wet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente.

Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de wet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente.

Nadere toelichting op vervoer jeugdzorg toegevoegd.

Vervoer jeugdzorg Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. (Art. 2.3 lid 2 van de Jeugdwet.) Dit betekent dat, zoals bij iedere vorm van jeugdhulp, er geen vervoersvoorziening hoeft te worden ingezet als er geen medische noodzaak is en de jeugdige en/of de ouders/verzorgers samen met zijn of haar sociale netwerk in staat is om middels eigen kracht het vervoer te regelen (artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet). Hoe de eigen kracht beoordeeld wordt in een concreet geval, hangt af van de situatie en de afweging die de gemeente daarin maakt. Gemeenten moeten zelf beleid ontwikkelen waarin bepaald wordt wanneer sprake is van eigen kracht en wanneer niet. In ieder geval zullen wel alle belangen moeten worden

20

meegewogen. (Beperkingen in) de zelfredzaamheid: Ten aanzien van de jeugdige zelf geldt in dit verband dat hij of zij in de regel vanaf 12 jaar verondersteld wordt zelfstandig te kunnen reizen. Wanneer een jeugdige ouder is dan 12 maar hij of zij naar mening van de ouders/verzorgers niet zelfstandig kan reizen, zullen zij dit aannemelijk moeten maken. Wanneer een jeugdige onder de 12 jaar is of aannemelijk is dat een jeugdige van boven de 12 niet zelfstandig kan reizen, dan is het in principe de taak van de ouders/verzorgers om dit te doen. Het halen en brengen van kinderen van en naar een locatie van jeugdhulp wordt namelijk gezien als een handeling die tot het normale takenpakket van ouders/verzorgers behoort. Als de ouders/verzorgers de jeugdige makkelijk zelf kunnen vervoeren, bijvoorbeeld omdat er geen speciaal vervoer nodig is, dan zal een vervoersvoorziening in principe niet aan de orde zijn, net zoals ziekenhuisbezoeken ook voor eigen rekening komen. Op basis van geldende rechtspraak zal in principe van ouders/verzorgers mogen worden verwacht dat ze hun kind zelf vervoeren, ook als dergelijk vervoer meer van hen verlangt dan dat er in de regel van ouders/verzorgers verwacht mag worden (bovengebruikelijke hulp).

Als de ouders/verzorgers het vervoer van hun kind kunnen organiseren zonder dat zij overbelast raken of het gezin daardoor in de financiële problemen komt, is er sprake van voldoende eigen kracht/zelfredzaamheid. Als ouders/verzorgers

21

aangeven overbelast te raken moeten ze dit aannemelijk maken. En dan volgt de vraag of het netwerk een rol kan spelen in het vervoer van de jeugdige. Ouders/verzorgers geven aan de jeugdige wel te kunnen vervoeren, maar de kosten ervan niet te kunnen dragen. In dat geval mag van hen worden verwacht dat zij inzicht geven in de door hen geclaimde financiële situatie. En wanneer een ouder het kind op zich wel met de auto zou kunnen vervoeren, maar niet de benzinekosten kan betalen is het mogelijk om de benzinekosten te vergoeden en hoeft niet direct taxivervoer te worden ingezet. Als blijkt dat vanwege medische noodzakelijkheid of beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige of ouder/verzorgers (waarbij onder zelfredzaamheid dus mede overbelasting, gebrek aan financiële draagkracht of het ontbreken van de hulp uit een sociaal netwerk wordt verstaan) een vervoersvoorziening noodzakelijk blijkt, blijft het zaak om goed te kijken of er dan een volledige vervoersvoorziening moet worden versterkt of dat het mogelijk is dat jeugdige of ouders/verzorgers een deel van het vervoer zelf verzorgen en dat voor een ander deel een vervoersvoorziening wordt ingezet.

22

Vervoer naar dagbesteding Geen

Vervoer naar dagbesteding De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de dagbesteding (begeleiding groep). Gemeenten zijn vrij om het vervoer en de bekostiging ervan zelf in te richten. De gemeente kan het vervoer zelf organiseren (inkoop zorg zonder vervoer) of de zorgaanbieder het vervoer laten organiseren (inkoop zorg met vervoer).

Nadere toelichting op vervoer naar dagbesteding toegevoegd.

Uitgangspunt bij het beoordelen van de noodzaak van geïndiceerd vervoer is: het gebrek aan zelfredzaamheid/veiligheid bij de cliënt waardoor de cliënt niet zelfstandig (of met behulp van een mantelzorger of informele zorgverlener) van de woonsituatie naar de dagactiviteit kan reizen. De te kiezen locatie voor de dagactiviteit(en) ligt in principe niet verder dan 15 kilometer van het woonadres van de cliënt. Wanneer er binnen 15 kilometer van het woonadres van de cliënt geen passend aanbod te vinden is, kan worden gekozen voor een aanbod dat verder weg ligt. -

-

Er wordt altijd eerst gekeken naar voorliggende voorzieningen: is vervoer door de inzet van het netwerk (mantelzorg/ informele, vrijwillige zorg) van de cliënt mogelijk? Wanneer een cliënt via training/coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagactiviteit kan reizen, dan komt dit in plaats van het vervoer door een aanbieder;

23

-

-

-

Biedt het netwerk geen mogelijkheden voor vervoer, dan regelt de aanbieder het vervoer met de aanvullende indicatie vervoer; Wil of kan de aanbieder dit vervoer toch niet aanbieden, dan wordt gezocht naar een alternatieve aanbieder voor zowel dagactiviteiten als vervoer; Cliënt heeft afwijkende wens: cliënt kiest voor een locatie verder weg dan 15 kilometer, terwijl er een passend alternatief dichterbij is, dan mag de aanbieder extra kosten voor het vervoer in rekening brengen bij de cliënt. De cliënt kan ook gebruikmaken van de regiotaxi, maar niet tegen gereduceerd tarief. De extra kosten worden niet door de gemeente vergoed.

Beschermd wonen Een indicatie voor beschermd wonen is slechts aangewezen indien de cliënt is aangewezen op een beschermende woonomgeving (inclusief noodzakelijk verblijf) gelet op diens complexe problematiek. Die kan betrekking hebben op onder meer het psychisch en psychosociaal functioneren of een psychiatrisch ziektebeeld. Daarnaast is het zo dat de maatwerkvoorzieningen zoals begeleiding geen passende bijdrage kunnen bieden. Verder is beschermd wonen primair gericht op personen die zich (nog) niet kunnen handhaven in de samenleving en daarom zijn aangewezen op noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling. Daarvoor kan aanleiding bestaan omdat de

Een indicatie voor beschermd wonen is slechts aangewezen indien de cliënt is aangewezen op een beschermende woonomgeving (inclusief noodzakelijk verblijf) gelet op diens complexe problematiek. Die kan betrekking hebben op onder meer het psychisch en psychosociaal functioneren of een psychiatrisch ziektebeeld. Daarnaast is het zo dat de maatwerkvoorzieningen zoals begeleiding geen passende bijdrage kunnen bieden. Verder is beschermd wonen primair gericht op personen die zich (nog) niet kunnen handhaven in de samenleving en daarom zijn aangewezen op noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling. Daarvoor kan aanleiding bestaan omdat de

Tekst betreffende wooninitiatieftoeslag verwijderd. Vanaf 1 januari 2021 vervalt de wooninitiatieven toeslag als een lokaal te beschikken toeslag naar een toeslag die loopt via de centrumgemeente.

24

cliënt er (nog) niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder (in de directe nabijheid van) 24 uur per dag toezicht en aangewezen ondersteuning. Het kan zijn dat de cliënt, op termijn, in staat is een meer regulier leven op te bouwen, maar er zullen ook cliënten zijn die levenslang afhankelijk zijn van een beschermende woonomgeving.

cliënt er (nog) niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder (in de directe nabijheid van) 24 uur per dag toezicht en aangewezen ondersteuning. Het kan zijn dat de cliënt, op termijn, in staat is een meer regulier leven op te bouwen, maar er zullen ook cliënten zijn die levenslang afhankelijk zijn van een beschermende woonomgeving.

Om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen bieden wordt de indicatie voor beschermd wonen gesteld in de vorm van een zorgarrangement. Het college werkt nader uit wat onder zorgarrangementen wordt verstaan. Uit de wettelijke definitie van beschermd wonen volgt dat het een maatwerkvoorziening betreft voor(noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een instelling en bijbehorende aangewezen ondersteuning. In het geval de cliënt recht heeft op een pgb worden eisen gesteld aan de accommodatie, het moet gaan om een zogeheten kleinschalige woonvorm. Hoewel dat impliciet uit de wet kan worden afgeleid bepaalt het tweede lid expliciet dat verblijf bij ouders of wettelijk vertegenwoordigers niet kan worden aangemerkt als kleinschalige woonvorm.

Om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen bieden wordt de indicatie voor beschermd wonen gesteld in de vorm van een zorgarrangement. Het college werkt nader uit wat onder zorgarrangementen wordt verstaan. Uit de wettelijke definitie van beschermd wonen volgt dat het een maatwerkvoorziening betreft voor(noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een instelling en bijbehorende aangewezen ondersteuning. In het geval de cliënt recht heeft op een pgb worden eisen gesteld aan de accommodatie, het moet gaan om een zogeheten kleinschalige woonvorm. Hoewel dat impliciet uit de wet kan worden afgeleid bepaalt het tweede lid expliciet dat verblijf bij ouders of wettelijk vertegenwoordigers niet kan worden aangemerkt als kleinschalige woonvorm.

De indicatie voor beschermd wonen bestaat, naast de beschermende woonomgeving (het noodzakelijke verblijf) uit niveaus van bijbehorende noodzakelijke ondersteuning. Bij het stellen van de indicatie wordt bepaald waar de cliënt op is aangewezen. In het geval van overgangsrecht kan het oude tarief (75%) aan de orde zijn. Het kan dat de cliënt in aanmerking komt voor een pgb, als wordt voldaan aan de

De indicatie voor beschermd wonen bestaat, naast de beschermende woonomgeving (het noodzakelijke verblijf) uit niveaus van bijbehorende noodzakelijke ondersteuning. Bij het stellen van de indicatie wordt bepaald waar de cliënt op is aangewezen. In het geval van overgangsrecht kan het oude tarief (75%) aan de orde zijn. Het kan dat de cliënt in aanmerking komt voor een pgb, als wordt voldaan aan de

25

daarvoor geldende voorwaarden. Wordt het pgb besteed aan een accommodatie die voldoet aan de daaraan gestelde eisen, dan kan het zijn dat de hoogte van het pgb als bedoeld in het eerste lid niet toereikend is. Voor die gevallen kan het college een aanvullende toeslag verstrekken in de vorm van een wooninitiatieventoeslag. Deze cliënten zijn doorgaans zelf kosten verschuldigd die te maken hebben met de beschermende woonomgeving, zoals woonkosten. Deze wooninitiatieventoeslag is bestemd voor kosten die gemaakt moeten worden voor het organiseren van de ondersteuning van pgbhouders, de gemeenschappelijke ruimte en infrastructuur in het kader van doelmatige ondersteuning.

daarvoor geldende voorwaarden.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1238/documents/28002