CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

09. SGP beantwoording vragen Kaderbrief.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 4: Kaderbrief 2022-20251.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen SGP-fractie over Kaderbrief 2022-2025 Raadscommissievergadering van: 08-06-2021 Vraag

Antwoord

In Witboek voorstellen nr. 17 en 18 wordt voorgesteld om 50% te bezuinigen op de bibliotheek, stichting Oud Woudenberg en Stichting Kunst en cultuur. Voor 2024 gaat het om bedragen van respectievelijk € 125.000 en € 48.770. Wat zouden voor 2024 de door deze organisaties te betalen huur zijn?

Bibliotheek: Huur € 40.365/ Servicekosten € 19.545 St Oud Woudenberg: Huur € 23.333/ Servicekosten € 11.297 St Kunst en Cultuur: Huur € 32.739/ Servicekosten € 15.852

In Witboek voorstellen nr. 17 en 18 wordt voorgesteld om 50% te bezuinigen op de bibliotheek, stichting Oud Woudenberg en Stichting Kunst en cultuur. Er bestaat een grote kans dat deze organisatie daardoor genoodzaakt zijn om het cultuurhuis te verlaten, omdat ze dan hun boekhouding niet meer sluitend krijgen, of de gemeente moet de huur verlagen. Dit leidt ertoe dat het geen daadwerkelijke bezuiniging blijkt te zijn. Kunt u uitleggen hoe dit een daadwerkelijke bezuiniging leidt die meerdere jaren zeker is?

Het voorstel van de dialooggroep is om de subsidie te verlagen maar de huur niet. Voor de bibliotheek is de bezuiniging overigens meer dan alleen gericht op de huur. De organisaties in het Cultuurhuis moeten dan op zoek naar andere financieringsstromen (fondsen, verhoging bijdragen) om de huur te kunnen blijven betalen of in het geval van de bibliotheek ook een deel van de collecte/personeel/activiteiten in stand te houden. Als dit lukt dan levert dat een structurele bezuiniging op. Als de organisaties de huur niet meer kunnen betalen en moeten vertrekken, dan moeten er nieuwe huurders worden aangetrokken die zelf de huur betalen. Zo levert dit een structurele bezuiniging op. Op dit moment wordt het beheer uitgevoerd door vrijwilligers van de Stichting Cultuurhuis en zijn daar geen kosten aan verbonden voor de gemeente. Als deze constructie ook onder veranderende omstandigheden overeind blijft, drukt dit niet op de begroting van de gemeente. De besparing zit in het feit dat je maar met 1 organisatie zaken als contractmanagement af te handelen hebt.

In Witboek voorstel nr. 50 wordt voorgesteld om terug te gaan naar 1 aanbieder voor cliënten ondersteuning. Het is niet duidelijk hoe je dan bezuinigt, want het aantal verzoeken zal niet afnemen, alleen is er maar 1 aanbieder. Kunt u uitleggen wat er dan bezuinigd wordt? In Witboek voorstel nr. 51 wordt voorgesteld om kinderen die in staat zijn zelfstandig te fietsen een elektrische fiets te vergoeden. Is het mogelijk om een stap verder te gaan, door de vergoeding inkomensafhankelijk te maken?

De mogelijkheid van het stellen van een inkomensafhankelijke vergoeding kan worden onderzocht indien dit voorstel wordt aangenomen en daarnaast ook denkrichting 58 verder uitgewerkt wordt.

Vraag

Antwoord

In Witboek voorstel nr. 75 wordt voorgesteld het aantal uren voor huishoudelijk hulp terug te brengen naar 1,5 uur. Bij de argumenten staat: ‘Door de invoering van het abonnementstarief wordt soms huishoudelijke hulp aangevraagd en toegekend aan mensen die het eigenlijk niet nodig hebben en goed zelf kunnen faciliteren’. Het is niet duidelijk wat hiermee gedaan wordt. Zou het mogelijk zijn om de huishoudelijke hulp alleen te betalen voor mensen met een laag inkomen? Hoe zou dit kunnen worden gerealiseerd?

Volgens het ministerie van VWS is het wettelijk verboden om het inkomen te laten meewegen bij de beoordeling van de Wmo voorziening. Er zijn gemeenten die menen dat financiële zelfredzaamheid ook een vorm van zelfredzaamheid is en daardoor zien zij wel mogelijkheden in de wet. Zij lokken op dit moment proefprocessen uit. Het is dan aan de rechter om hier een uitspraak over te doen. Afhankelijk van de uitspraak kan de gemeente Woudenberg kijken in hoeverre dit kan worden gerealiseerd.

In Witboek voorstel nr. 43 wordt voorgesteld om de uitvoering van wettelijke taken goedkoper te laten plaatsvinden. Hiervoor dienen eerst kosten gemaakt te worden. Hoe zeker zijn de daaropvolgende besparingen?

Het voorstel ziet op drie wettelijke taken: re-integratie, 2 specifieke taken van de GGDrU die nu ook al op een andere manier mede belegd zijn, en de zorgadministratie. Voor re-integratie is dit een inschatting die samen met HRM doorgerekend zal moeten worden. Pas dan is duidelijk wat de exacte besparing zal bedragen. Voor de GGDrU zijn de besparingen na het opzeggen van de inkoop op die specifieke onderdelen, zeker en in de uitvoeringspraktijk heeft het geen gevolgen. Ten aanzien van de zorgadministratie zien we, op basis van ingewonnen informatie bij andere partijen, dat het op langere termijn financieel aantrekkelijker is om de zorgadministratie bij een commerciële partij onder te brengen. Hiervoor dienen wel uittredings-en ontvlechtingskosten betaald te worden aan de huidige uitvoerder. Na ongeveer drie jaar is een alternatief daarom goedkoper. Het kader was rekening te houden met de onderdelen die onlangs een bijdrage hebben geleverd aan de besparing van €250.000. Het klopt dat de ASD hieraan een bijdrage heeft geleverd. Dit feit is nadrukkelijk meegewogen door de dialooggroep. Desondanks ondersteunden veel deelnemers het voorstel van de extra besparing.

In Witboek voorstel nr. 35 wordt voorgesteld om de subsidie voor adviesraad sociaal domein te korten met 37%. Klopt het dat zij de vorige ronde ook al zijn gekort en dat het daarom niet binnen de kaders van de gemeenteraad past om ze opnieuw te korten? In Witboek voorstellen nr. 2b en 2c wordt voorgesteld om 5, 10, 15 of 20% te korten op alle subsidies en inkoop van niet wettelijke taken. Is er een percentage aan te geven, waarbij de instanties redelijkerwijs kunnen overleven?

Dit is niet mogelijk omdat het afhankelijk is van de omzet, lasten en financiële positie welke per instantie verschillend is.

De aanbevelingen van de visitatiecommissie, de uitkomsten van de bezuinigingsdialoog en de evaluaties van Coöperatie De Kleine Schans verwerkt u in een Plan van Aanpak Sociaal Domein. Op welke termijn kunnen wij die als gemeenteraad verwachten?

Dit plan van aanpak komt in Q4 2021 naar u toe.

Vraag

Antwoord

Het gehanteerde indexcijfer voor de zorgkosten van 4% bevat een component lonen en prijzen en een component autonome (zorg)groei. Voor twee specifieke onderdelen zijn afspraken gemaakt van respectievelijk 3,2% en 3,8%. Betreffen deze afspraken ook die beide componenten?

De afspraken van 3,2% en 3,8% betreffen alleen de indexering voor lonen en prijzen. De indexering voor autonome groei van 3% is voor deze twee percelen aanvullend meegenomen in de kostenontwikkeling sociaal domein.

De sprong naar een hogere inwonersklasse (> 14.000) inwoners heeft gevolgen voor het loonhuis van politieke ambtsdragers. De gevolgen voor het loonhuis van de ambtelijke organisatie worden nog in kaart gebracht, wel is in de risicoanalyse alvast een begroot bedrag opgenomen van € 440.000. Waar moeten we hieraan denken? En heeft een hogere inwonersklasse ook impact op de inkomsten vanuit de algemene uitkering?

Het spreekt voor zich dat wij onderzoeken of en op welke manier, door de groei van het aantal inwoners, een (financiële) wijziging in bestuur impact heeft op de werkzaamheden van de ambtenaren. Gedachten liggen in het actie-reactie effect: de omvang van inwoners kan invloed hebben op de complexiteit en diversiteit van vraagstukken uit de samenleving (meer en anders dan voorheen). Het bestuur kan hierdoor meer of andere vragen stellen dan voorheen. Dit kan ervoor zorgen dat er meer inhoudelijke kennis en ervaring van medewerkers nodig is. Gekoppeld daaraan ontstaat de gedacht dat vanwege krapte op de arbeidsmarkt het vullen van vacatures voor een compacte gemeente steeds uitdagender is geworden. Omringende gemeentes bieden voor gelijksoortig werk een hogere schaal. Het verwachtte effect wordt meegenomen in het onderzoek.

Als taakstelling programma 1 voor de denkrichtingen zonder geschatte opbrengst wordt voor 2024 een bedrag opgenomen van € 50.000 en voor 2025 een bedrag van € 100.000. Welke logica/ redenatie is gebruikt bij het bepalen van deze bedragen?

De kaderbrief bevat een voorstel het OZB-tarief jaarlijks met 2,5% te verhogen in plaats van 1,5%. Uit de financiële scan blijkt dat de OZB op woningen in Woudenberg in absolute zin hoger ligt dat in referentiegemeentes en dat de OZB op niet-woningen in dat vergelijk juist erg laag is. Wat is de verklaring voor de relatief lage OZB voor niet-woningen? En wat zijn de voor- en nadelen om de OZB voor niet-woningen extra te verhogen? Als vordering op het rijk is een bedrag opgenomen van € 360.000, gebaseerd op

Het ligt niet in de lijn van verwachtingen dat de hogere inwonersklasse impact heeft op de inkomsten vanuit de algemene uitkering. Ook dit onderdeel wordt meegenomen in het onderzoek. Dit bedrag is gebaseerd op een ruwe en voorzichtige inschatting van de mogelijke opbrengsten van de denkrichtingen. Sommige denkrichtingen zonder geschatte opbrengst hebben betrekking op dezelfde thema’s als andere voorstellen waar al wel een inschatting van de mogelijke besparing is gemaakt. Zo zijn er meerdere voorstellen over leerlingenvervoer, ingekochte zorg en jeugdzorg die, wanneer u instemt, geëffectueerd zullen worden. Aangezien de bezuinigingsvoorstellen bij elkaar grote impact zullen hebben op deze onderdelen en tot verschuivingen zullen leiden, waarvan de gevolgen nu niet volledig in kaart te brengen zijn, zijn we voorzichtig met de inschatting wat de denkrichtingen zonder geschatte opbrengst op die thema’s nog meer op kunnen brengen. De afgelopen jaren is gekozen de tarieven voor woningen en niet-woningen jaarlijks met dezelfde inflatiestijging te verhogen. Ieder gemeente gaat daar verschillend mee om. Voordeel extra verhoging OZB niet-woningen: meer opbrengsten gemeente. Nadeel extra verhoging OZB niet-woningen: meer lastendruk voor ondernemers.

Het percentage 30 is een voorzichtige inschatting.

Vraag

Antwoord

30% van € 1.200.000. Wat is de onderbouwing/ achtergrond van deze 30%? Wat betekent de uitspraak van de arbitragecommissie van 27 mei 2021 voor dit percentage en het totale bedrag aan vordering?

Het was de bedoeling dat de uitspraak van de arbitragecommissie van 27 mei 2021 de concrete invulling van deze vordering zou zijn (misschien iets meer/ minder). Op 3 juni heeft het kabinet bekend gemaakt dat voor 2022 een bedrag van € 1,3 miljard beschikbaar. Wat dit voor Woudenberg betekent, is nog niet bekend. Ook is uit de eerste berichten nog niet duidelijk of het Rijk wederom voorwaarden aan deze extra middelen verbindt. De komende tijd wordt hier meer duidelijk over en kunnen de gevolgen voor Woudenberg beoordeeld worden. Voor de jaren na 2022 dient de uitspraak van de arbitragecommissie als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie en is aldus nog niet duidelijk of en zo ja, hoeveel extra middelen de gemeenten voor jeugdzorg ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1222/documents/30881