CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

08i. bijlage 2 Begeleidend document risicokaart Woudenberg.pdf

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken12.627 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

KENMERK:

BB20-074-VO-01 (DEFINITIEF)

BETREFT:

BEGELEIDEND DOCUMENT RISICOKAART ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

GEMEENTE:

WOUDENBERG

OPDRACHTGEVER:

GEMEENTE WOUDENBERG/RAAP

1

BB20-074-VO-01

Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074 58 19 juli 2021 Definitief

BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:

+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl

KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: Oblique luchtfoto van enkele Nederlandse geschutopstellingen in de gemeente Woudenberg, 2 januari 1940. Bron: Nationaal Archief, toegangsnummer 2.13.16, inventarisnummer 883.

2

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................5 1. Algemeen .......................................................................................................................................6 1.1 Begrenzing projectgebied .........................................................................................................6 1.2 Doel ...........................................................................................................................................6 1.3 Terminologie .............................................................................................................................7 1.5 Chronologische gebeurtenissenlijst ........................................................................................ 11 1.6 GIS-data .................................................................................................................................. 12 2. Onderzoeksresultaten ................................................................................................................. 15 2.1 Algemeen ................................................................................................................................

15 2.2 Meidagen 1940 ....................................................................................................................... 15 2.3 Luchtoorlog ............................................................................................................................ 16 2.5 Verdedigingswerken............................................................................................................... 18 2.6 Bevrijding ............................................................................................................................... 19 2.7 Eindproducten ........................................................................................................................ 20 Conclusie en advies .......................................................................................................................... 24 Afkortingen en begrippen ............................................................................................................... 25 Bijlage 1. Geraadpleegde literatuur .................................................................................................. 26 Bijlage 2. Geraadpleegd archiefmateriaal ........................................................................................ 27 Bijlage 3. Geraadpleegd luchtfotomateriaal ....................................................................................

39 Bijlage 4. Geraadpleegd eerder uitgevoerd onderzoek (losbladig) ................................................. 43 Bijlage 5. Overige bronnen............................................................................................................... 44 Bijlage 6. Ruimingen EODD .............................................................................................................. 45 Bijlage 7. Mijnenvelden (ruim- en legrapporten) ............................................................................. 50 Bijlage 8. Chronologische gebeurtenissenlijst (losbladig) ............................................................... 55 Bijlage 9. BB20-074-VO-01-OT-01 Gebeurtenissenkaart (losbladig) .................................................. 56 Bijlage 10. BB20-074-VO-01-OT-02 Bodembelastingkaart (losbladig) ............................................... 57 Bijlage 11. Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten .............................................. 58

3

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Projectnaam:

Risicokaart OO Gemeente Woudenberg

Opdrachtgever:

RAAP

Projectadres:

Gemeente Woudenberg

Besteknr./opdrachtnr.

BB20-074 Uitvoering Vooronderzoek Ontfplofbare Oorlogsresten en samenstellen OO bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE en CS-VROO Uitvoering vooronderzoek OO/opstellen gemeentelijke risicokaart OO

Werkomschrijving:

Doelstelling: Uitvoerder

BeoBOM

Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Naam F.G.J. Barink

Functie Bevoegd lid management

J. Rotteveel

Senior historisch onderzoeker

Paraaf

Auteur(s): Naam J. Rotteveel

Functie Senior historisch onderzoeker

T. Koopmans

Senior historisch onderzoeker

J. Boelen

Historisch onderzoeker

Paraaf

Bodembelastingkaart: Naam J. Rotteveel

Functie GIS operator

Paraaf

4

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Inleiding Recentelijk verleende de gemeente Woudenberg BeoBOM en RAAP de opdracht tot het uitvoeren van een gemeentebreed Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: Risicokaart OO) en gelijktijdige aanvulling van de archeologische verwachtingskaart. Voorliggend onderzoek is opgesteld conform de meest actuele versie van het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (29 januari 2021). In dit certificatieschema wordt een onderscheid gemaakt tussen een vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) en een vooronderzoek na-conflictperiode (1946-heden). Het huidige vooronderzoek betreft eerstgenoemde. Op het op basis van dit vooronderzoek samengestelde kaartmateriaal is echter een beperkte mate van naoorlogse bodemingrepen opgenomen, welke als uitgangspunt kunnen dienen voor aanvullend onderzoek na-conflictperiode of risicoanalyses. Het CS-VROO bevat nog geen concrete handvatten met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden. Om deze reden zijn voor het bepalen van de begrenzing van de uit het vooronderzoek voortgekomen verdachte gebieden de richtlijnen uit het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE) in acht genomen. Voorliggend document betreft een begeleidend schrijven voor de gemeentelijke bodembelastingkaart/risicokaart OO.

De in het CS-VROO opgenomen vereisten met betrekking tot vooronderzoek OO, zoals een chronologische gebeurtenissenlijst, overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal, etc. zijn (los) opgenomen in de verschillende bijlagen. In dit begeleidend document zal nader worden ingegaan op de eigenlijke kaart, bestaande uit een chronologische gebeurtenissenlijst en een tweetal kaarten (de zogenaamde gebeurtenissenkaart en de zogenaamde bodembelastingkaart). Allereerst wordt het onderzochte gebied getoond, gevolgd door een paragraaf met betrekking tot de terminologie en de opbouw van de chronologische gebeurtenissenlijst en het kaartmateriaal. Vervolgens wordt stilgestaan bij het eigenlijke onderzoek: wat heeft het onderzoek opgeleverd?

5

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

1. Algemeen 1.1 Begrenzing projectgebied De gemeente Woudenberg (projectgebied) is gelegen in de provincie Utrecht. Onderstaande figuur toont het projectgebied. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien is, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend document is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.

Figuur 1. De grenzen van de gemeente Woudenberg (groen). Bron satellietbeeld: World Imagery

1.2 Doel Voor het vooronderzoek conflictperiode dienen de relevante bronnen te worden geïdentificeerd en geraadpleegd. In elk geval dienen te worden geraadpleegd de in onderstaande tabel als ‘verplicht’ aangemerkte bronnen. De als ‘aanvullend’ aangeduide bronnen worden geraadpleegd indien daarvoor aanleiding bestaat. Onderstaande tabel is niet limitatief. In het vervolg van deze rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet is geraadpleegd. De eventuele leemten in de kennis zijn gespecificeerd in de kolom ‘leemten in de kennis’ in de chronologische gebeurtenissenlijst in bijlage 8. Te raadplegen bronnenmateriaal conform het CS-VROO: Bron Literatuur Gemeentearchief en provinciaal archief Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Nationaal Archief Den Haag (NA)

Verplicht √ √ √ √

Aanvullend

Geraadpleegd √ √ √ √ 6

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Bron Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Krantenberichten Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409 The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door de Royal Air Force The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg National Archives and Records Administration II (NARA College Park, VS) Getuigenverklaringen Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

Verplicht √

Aanvullend

Geraadpleegd √

√

√

√

√

√ √

√ √ √

√

√ √

√ √ √

√ √

√ √

√

Tevens dienen conform het CS-VROO eventuele (voor)onderzoeken door derden te worden geïnventariseerd. Hiervoor heeft BeoBOM onderstaande bronnen/organisaties geraadpleegd: De bommenkaart van de Vereniging Explosieven Opsporing (VEO); De gemeente Woudenberg (via opdrachtgever); ProRail (vanwege de aanwezigheid van railinfrastructuur binnen het projectgebied). 1.3 Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken worden voor alle OO-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd. Het CS-VROO schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. 7

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing). Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Wanneer sprake is van een opsporingsgebied dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, welke kunnen bestaan uit een opsporingsproces als omschreven in het CS-OOO, maar ook uit aanvullend bureauonderzoek of andere beheersmaatregelen. Onverdacht gebied – het gebied dat op de OO bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ is aangemerkt. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van OO.

Figuur 3. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

Niet-gesprongen explosieven (NGE) – In de praktijk wordt vaak nog de term NGE gehanteerd wanneer men spreekt over ontplofbare oorlogsresten. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid.

8

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Conventionele Explosieven – onder het WSCS-OCE werd gesproken van conventionele explosieven (CE), waaronder worden verstaan (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vielen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; Restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; Voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; Wapens of onderdelen daarvan. Ontplofbare Oorlogsresten – onder ontplofbare oorlogsresten wordt verstaan alle achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: Klein-kalibermunitie (KKM); Geschutmunitie; Handgranaten; Geweergranaten; Munitie voor granaatwerpers; Raketten; Afwerpmunitie; Submunitie; Onderwatermunitie; Landmijnen; Valstrikken; Explosieve stoffen; Vuurwerken; Vernielingsmiddelen; Ontstekingsinrichtingen; Toebehoren van munitie.

In het bij dit vooronderzoek behorende kaartmateriaal worden aanvullend onderstaande termen gehanteerd: Gebeurtenissenkaart – de kaart waarop het geheel van ingetekende oorlogshandelingen en gebeurtenissen is weergegeven. Op basis van deze kaart is de zogenaamde bodembelastingkaart (zie onder) opgesteld. Inslag afwerpmunitie – locatie waar afwerpmunitie (een vliegtuigbom) is neergekomen Inslag submunitie – locatie waar submunitie (in onderhavig geval clustermunitie afgeworpen door een vliegtuig) is neergekomen Inslag geschutmunitie – locatie waar geschutmunitie (een granaat verschoten door geschut) is neergekomen

9

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Beschieting (met boordgeschut) – de beschieting van een locatie door een of meerdere vliegtuigen door middel van het boordgeschut Vliegtuigcrash – locatie waar een vliegtuig is neergestort Bemijnde locatie – locatie waar sprake is van geplaatste mijnen ((veelal) ingegraven explosieven welke tot uitwerking komen wanneer een persoon of voertuig druk uitoefent (staan of rijden) op het explosief) Geschutopstelling – (gegraven) opstelling waar een stuk geschut aanwezig was Wapenopstelling – (gegraven) opstelling waar een mitrailleur aanwezig was Schuttersput/munitieopslag –gegraven opstelling voor een soldaat met wapen.

In onderhavig geval waren vrijwel alle gegraven opstellingen nabij geschutopstellingen gelegen, wat betekent dat hier tevens sprake kan zijn van munitieopslagen voor geschutmunitie Troepenbeweging – locatie waar Duitse of geallieerde soldaten zich hadden geplaatst met wapen in afwachting van de vijandelijke opmars, of waarlangs zij zich hebben bewogen Loopgraaf – gegraven verdedigende militaire structuur waarin soldaten met hun wapens plaats konden nemen om een vijandelijke aanval het hoofd te bieden Versperring – een door militairen opgeworpen versperring op weg of spoor ter voorkoming van een goede vijandelijke verkeersdoorstroom Kampement – locatie waar een geallieerd militair kampement was ingericht Splitterbox – schuilplaats waar een voertuig dekking kon zoeken in geval van een luchtaanval Schuilloopgraaf – gegraven schuilplaats waar personen dekking konden zoeken in geval van een luchtaanval of beschieting Vernieling – een door militairen uitgevoerde vernieling van een object ter voorkoming van het in handen vallen van de vijand, al dan niet met explosieven Oorlogsschade – locatie waar als gevolg van oorlogshandelingen schade is ontstaan aan een pand of kunstwerk OO-vondst – locatie waar – door andere organisaties dan de EODD - een conventioneel explosief is aangetroffen Melding EODD – een door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) uitgevoerde ruiming van een

object Bodembelastingkaart – de kaart waarop het geheel van verdachte gebieden is weergegeven. Deze verdachte gebieden zijn ingetekend op basis van de op de gebeurtenissenkaart ingetekende oorlogshandelingen en gebeurtenissen. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk OO aangetroffen kunnen worden. Onverdacht gebied - de op de OO bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van OO. Naoorlogs geroerd gebied – gebied waar sinds de oorlog bodemroerende werkzaamheden zijn uitgevoerd, gebaseerd op de BAG en een vergelijking tussen actueel satellietbeeld en luchtfoto’s uit de periode 1940-1945, welke mogelijk tot gevolg hebben gehad dat eventueel aanwezige OO zijn verwijderd. Deze kaartlaag geldt als indicatief en is weergegeven ten behoeve van eventueel benodigd vervolgonderzoek op de betreffende locaties. De laag 10

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

‘naoorlogs geroerd’ dient niet te worden beschouwd als onverdacht gebied: in hoeverre de naoorlogse bodemroering leidt tot een afname van het verdachte gebied dient in een aanvullend onderzoek nader bepaald te worden 1.5 Chronologische gebeurtenissenlijst Ten behoeve van het opstellen van de Risicokaart voor de gemeente Woudenberg zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Het geheel van uit deze bronnen afkomstige oorlogshandelingen en anderzijds relevante gebeurtenissen, is verwerkt in de zogenaamde chronologische gebeurtenissenlijst. Deze lijst is aangeleverd aan de gemeente Woudenberg. In deze paragraaf wordt uiteengezet uit welke onderdelen (per kolom) de chronologische gebeurtenissenlijst bestaat. Nummer – uniek nummer behorende bij de betreffende gebeurtenis. Eén of meer nummers/gebeurtenissen kunnen aanleiding geven tot een verdacht gebied dat is voorzien van een code (zie onder); Type – het soort gebeurtenis. Bijvoorbeeld: een vliegtuigcrash, bombardement, OO-vondst; Gebeurtenis – Beschrijving van de betreffende gebeurtenis, gebaseerd op het bronnenmateriaal; Datum – de datum waarop deze gebeurtenis plaatsvond; Tijd (begin) – het tijdstip waarop deze gebeurtenis begon; Tijd (einde) – het tijdstip waarop deze gebeurtenis eindigde; Actoren – de bij deze gebeurtenis betrokken uitvoerende actoren.

Bijvoorbeeld: de Royal Air Force; Eenheid – de bij deze gebeurtenis betrokken uitvoerende eenheid, onderdeel van bovengenoemde actor(en). Bijvoorbeeld: 2nd Tactical Air Force; Subeenheid – de bij deze gebeurtenis betrokken uitvoerende eenheid, onderdeel van bovengenoemde eenheid. Bijvoorbeeld: No 222 Squadron; Materieel – het ingezette voertuig. Bijvoorbeeld: Jachtbommenwerper; Type – het type ingezette voertuig. Bijvoorbeeld: Supermarine Spitfire; Aantal – het aantal ingezette voertuigen met bijbehorende typen; Plaats – de plaats waar deze gebeurtenis plaatsvond. Bijvoorbeeld: Woudenberg Locatie – de locatie waar deze gebeurtenis plaatsvond (zo nauwkeurig mogelijk). Bijvoorbeeld: Nabij Boerderij Bruinenburg aan De Ekris; Coördinaat – het coördinaat (indien vermeld in de bron) waarop deze gebeurtenis plaatsvond. Bijvoorbeeld: E4586; Archiefstuk – het toegangsnummer en inventarisnummer van het archiefstuk (dikgedrukt) gevolgd door de uit deze bron afkomstige informatie. Bijvoorbeeld: Archief Eemland, BNR0505, Archief gemeentebestuur Woudenberg 1944-1975, inv.nr. 621.: Op Zaterdag 25 November 1944, s’ namiddags plm.

16 uur heeft een bomaanval plaats gevonden op het gedeelte van de spoorlijn Amersfoort-Kesteren gelegen bij de Noordgrens van de gemeente, achter de boerderij “Bruinenburg”; Literatuur – de titel van het werk (dikgedrukt) gevolgd door de uit deze bron afkomstige informatie; Overige bron – de titel van de bron (dikgedrukt) gevolgd door de uit deze bron afkomstige informatie; 11

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Terugkoppeling luchtfoto – hier wordt beschreven in hoeverre de gebeurtenis kan worden gekoppeld aan hetgeen te zien is op het luchfotomateriaal. Bijvoorbeeld: Op het luchtfotomateriaal van 29 november 1944 (3227) is een tweetal nieuwe inslagen van afwerpmunitie gesignaleerd; Contra-indicaties – het geheel van gevonden contra-indicaties voor de aanwezigheid van OO als gevolg van de gebeurtenis. Bijvoorbeeld: Op basis van de beschrijving van deze gebeurtenis mag worden aangenomen dat de betreffende luchtdoelgranaat is geruimd. Leemten in kennis – het geheel van leemten in kennis met betrekking tot de betreffende gebeurtenis. Bijvoorbeeld: Van deze gebeurtenis is geen luchtfotomateriaal van geschikte schaal en datum beschikbaar gebleken; Verdacht gebied? – beargumentering in hoeverre de gebeurtenis leidt tot een verdacht gebied; Code – de unieke code van het betreffende verdachte gebied, corresponderend met de aangeleverde shapefiles van de bodembelastingkaart; Hoofdsoort OO – de ter plaatse van het verdachte gebied mogelijk aan te treffen hoofdsoort OO. Bijvoorbeeld: Afwerpmunitie. Type/kaliber – het ter plaatse van het verdachte gebied mogelijk aan te treffen type/kaliber OO. Bijvoorbeeld: brisantbommen, 250 en 500 lb; Nationaliteit – de nationaliteit van de ter plaatse van het verdachte gebied mogelijk aan te treffen OO.

Bijvoorbeeld: Brits; Verschijningsvorm – de verschijningsvorm van de mogelijk ter plaatse van het verdachte gebied aan te treffen OO. Bijvoorbeeld: Afgeworpen; Hoeveelheid – de hoeveelheid ter plaatse van het verdachte gebied mogelijk aan te treffen OO. Bijvoorbeeld: Enkele; Afbakening (horizontaal) – de wijze waarop het verdachte gebied (conform het WSCSOCE1) in horizontaal opzicht is afgebakend; Afbakening (verticaal) – de wijze waarop het verdachte gebied (conform het WSCS-OCE) in verticaal opzicht is afgebakend; Opmerkingen – eventuele overige opmerkingen; Betrouwbaarheid – inschatting van de betrouwbaarheid van de informatie uit het betreffende bronnenmateriaal. 1.6 GIS-data De verschillende op de gebeurtenissenkaart en op de bodembelastingkaart weergegeven punten, lijnen en vlakken zijn als GIS-data (shapefiles) aangeleverd aan de gemeente Woudenberg. Iedere shapefile is voorzien van metadata, de zogenaamde attributes. De shapefiles zijn als volgt samengesteld. Gebeurtenissenkaart Nummer – uniek nummer behorende bij de betreffende gebeurtenis, corresponderend met de aangeleverde chronologische gebeurtenissenlijst

1 Daar de meest actuele versie van het CS-VROO (29 januari 2021) nog geen handvatten bevat voor de afbakening van verdacht gebied zijn de

richtlijnen uit het WSCS-OCE als uitgangspunt genomen.

12

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Type – het soort gebeurtenis. Bijvoorbeeld: een vliegtuigcrash, bombardement, OO-vondst Datum – de datum waarop deze gebeurtenis plaatsvond OO – hoofdsoort/subsoort/kaliber van de ingezette OO Nationaliteit – de nationaliteit van de ingezette OO Aantal – de hoeveelheid ingezette OO Locatie – de locatie waar deze gebeurtenis plaatsvond Bron – de bron waarin deze gebeurtenis wordt vermeld Steller – de initialen van de GIS-operator die deze shapefile heeft ingetekend op de kaart Status – de status van de shapefile (concept of definitief) Opmerkingen – eventuele overige opmerkingen Betrouwbaarheid – classificatie van betrouwbaarheid van een op luchtfotomateriaal waargenomen object Motivatie – motivatie voor de classificatie van betrouwbaarheid van het op luchtfotomateriaal waargenomen object Voorbeeld van een shapefile met bijbehorende attributen (gebeurtenissenkaart):

Figuur 2. Voorbeeld van de attributen behorende bij een shapefile van de gebeurtenissenkaart.

Bodembelastingkaart Code – de unieke code van het betreffende verdachte gebied, corresponderend met de aangeleverde chronologische gebeurtenissenlijst OO – hoofdsoort van de mogelijk aan te treffen OO Type/kaliber – het ter plaatse van het verdachte gebied mogelijk aan te treffen type/kaliber OO Verschijningsvorm – de verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO. Bijvoorbeeld: Verschoten Diepte – de volgens de verticale afbakening maximale diepte waarop de betreffende OO mogelijk kunnen worden aangetroffen 13

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Steller – de initialen van de GIS-operator die deze shapefile heeft ingetekend op de kaart Opmerkingen – eventuele overige opmerkingen Voorbeeld van een shapefile met bijbehorende attributen (bodembelastingkaart):

Figuur 3. Voorbeeld van de attributen behorende bij een shapefile van de bodembelastingkaart.

14

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

2. Onderzoeksresultaten 2.1 Algemeen Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn circa 190 gebeurtenissen onderscheiden die in meer of mindere mate van invloed zijn op het grondgebied van de gemeente Woudenberg. In dit hoofdstuk worden enkele resultaten van het onderzoek uitgelicht, onderverdeeld in de volgende categorieëen: Meidagen 1940; De luchtoorlog; Verdedigingswerken; De bevrijding. In onderstaande paragrafen worden per onderdeel enkele voorbeelden van de onderzoeksresultaten getoond. 2.2 Meidagen 1940 Aan de oostgrens van de gemeente Woudenberg wordt tijdens het interbellum de Grebbelinie aangelegd. De frontlijn ligt langs het spoortracé Amersfoort-Kesteren en de Luntersche Beek. Deze lijn bestaat vooral uit betonnen kazematten, gietstalen koepelkazematten en verschillende ondersteunende stellingen (waaronder wapenopstellingen en loopgraven). Ook zijn enkele artilleriebatterijen in stelling gebracht. Vanaf september 1939 worden in Woudenberg en naastgelegen gemeenten duizenden militairen ingekwartierd, die te werk worden gesteld om de liniedijk te verhogen met materiaal dat vrijkomt bij het graven van de stellingen, loopgraven en commandoposten en het Valleikanaal. De IIe divisie verdedigt de Valleistelling van Veenendaal tot en met Woudenberg.

Deze divisie bestaat op 10 mei uit verschillende infanterieregimenten, artillerieeenheden en ondersteunende afdelingen. De divisiereserve bestaat uit een bataljon pantserafweergeschut en drie infanteriebataljons, waarvan één, het IV-bataljon van 15 R.I. ten westen van Woudenberg gelegen is.

15

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Figuur 4. Nederlandse (gecamoufleerde) geschutopstellingen op landgoed Geerestein, januari 1940. Bron: NIMH; bron satellietbeeld: World Imagery.

Figuur 5. De situatie in en rond Woudenberg van 10 tot 12 mei 1940. In zwart de posities en bewegingen van Nederlandse troepen, in rood de Duitse troepenbewegingen en aanvallen. Bron: NIMH, collectie 492.

2.3 Luchtoorlog In de eerste jaren van de oorlog heeft Woudenberg relatief weinig te lijden onder geallieerde luchtaanvallen. In 1940 wordt tegenover Pannenkoekenhuis Bergzicht, ten oosten van de Treekerweg, een schijnvliegveld (Scheinflugplatz 21)aangelegd. Dit schijnvliegveld dient ter afleiding van het vliegveld Soesterberg. In de loop van 1942 blijkt deze afleiding enkele malen effectief. Verschillende malen voeren Britse lichte bommenwerpers aanvallen uit op het veld, waarbij ze melden 16

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

‘Soesterberg’ te hebben getroffen. De invloed en omvang van deze aanvallen is gering. Vanaf september 1944 krijgt met name het zuidoostelijke gedeelte van de gemeente Woudenberg tot en met maart 1945 te maken met herhaaldelijke bombardementen door geallieerde jachtbommenwerpers. Daarbij worden tientallen bommen met gewichten van 250 en 500 lb en verschillende bommen met een gewicht van 1000 lb afgeworpen op de spoorkruising Overberg. Ook de spoortracés Amersfoort-Kesteren en Utrecht-Veenendaal worden herhaaldelijk getroffen. Op verschillende momenten worden ook raketbeschietingen uitgevoerd op de spoorkruising, het spoor ten noorden daarvan (Amersfoort-Kesteren), maar ook op het voormalig station Woudenberg. Behalve bombardementen vinden tevens enkele vliegtuigcrashes plaats, waarvan de exacte locatie in veel gevallen echter niet kan worden vastgesteld.

Figuur 6. Scheinflugplatz 21, het veld dat diende ter afleiding van de actieve Fliegerhorst Soesterberg, op 8 april 1945. Luchtfotonummer 4082.

17

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Figuur 7. Inslagen van afwerpmunitie langs het spoortracé Amersfoort-Kesteren. Luchtfoto 22 januari 1945. Luchtfotonummer: 3154.

2.5 Verdedigingswerken Vanaf medio 1944 onderneemt de Duitse Wehrmacht pogingen de Grebbelinie weer in staat van verdediging te brengen. Opmerkelijk genoeg wordt de linie ‘omgedraaid’ en gericht op een aanval vanuit het westen. De Grebbelinie wordt omgedoopt tot Pantherstellung en voorzien van nieuwe versterkingen. In juni 1944 meldt de Nederlandse verzetsgroep ‘Albrecht’ het volgende: Langs Valleikanaal loopt oude Grebbelinie: Bunkers en mitr.nesten worden thans weer hersteld.2

2 NIOD, toeg.nr. 190a, inv.nr. 25.

18

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Figuur 8. Verschillende Duitse verdedigingswerken, waaronder loopgraven, wapenopstellingen en een geschutopstelling (rechtsboven) aan de Stationsweg te Woudenberg op 3 februari 1945. Luchtfotonummer: 4143.

2.6 Bevrijding In april 1945 blijken de Duitse inspanningen om de Pantherstellung in te richten tevergeefs. In de loop van de maand bevrijden Canadese troepen het oosten en noorden van Nederland. Hierdoor kunnen de Duitse eenheden in het westen niet langer via de Afsluitdijk ontsnappen. Zij verschansen zich vanaf dat moment achter de Pantherstellung. Op 22 april krijgen de Canadezen opdracht deze linie zo dicht mogelijk te naderen, maar niet aan te vallen. Op last van Eisenhower mag het I Canadian Corps niet verder oprukken in een poging het Westen van Nederland gewapenderhand in te nemen. De Duitse capitulatie voorkomt een treffen tussen de Canadezen en de bezetting van de Pantherstellung. Het einde van de oorlog betekent echter niet direct het vertrek van de in Woudenberg aanwezige Duitse troepen. Op 9 mei trekken onderdelen van de 346. Infanterie Division door de gemeente naar de Leusderheide, de plaats waar zij ontwapend zullen worden. De manschappen worden in grote aantallen in een groot omheind bosgebied op landgoed Den Treek bijeen gebracht. Volgens Canadese tellingen na de overgave bestond de divisie uit ca. 11.000 man. Na de ontwapening wordt gebruik gemaakt van de Duitse militairen om al het militaire materiaal (inclusief munitie) te ordenen en af te voeren. In de bossen langs de Doornseweg worden percelen ingericht waar zij bivak moeten houden.

Op de rand van de Leusderheide vond de daadwerkelijke ontwapening plaats. Aan de noordoostelijke punt van de heide wordt een materiaaldump voor oorlogsmateriaal ingericht. De Nederlandse Mijnopruimingsdienst begon na de oorlog met het opruimen van de achtergebleven munitie en de vliegtuigbommen. Men werd hierbij geholpen door een heidebrand op 23 april 1947. Tijdens deze brand viel het exploderen van de munitie op. Daarom werd in augustus 1947 besloten om de heide opnieuw aan te steken. De gecontroleerde brand moest de aanwezige munitie ontsteken en resten konden op de kale vlakte gemakkelijker opgeruimd worden. In september werd een tweede stuk heide afgebrand aan de zuidrand van de Leusderheide (langs de noordgrens van de gemeente Woudenberg).

19

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

2.7 Eindproducten Op basis van het geheel aan oorlogshandelingen en overige relevante gebeurtenissen (weergegeven in de chronologische gebeurtenissenlijst) heeft BeoBOM kaartmateriaal opgesteld. Op de zogenaamde gebeurtenissenkaart zijn deze oorlogshandelingen en gebeurtenissen ingetekend. De tweede kaart betreft de bodembelastingkaart, waarop het geheel van verdachte gebieden inzichtelijk is gemaakt. Daar de meest actuele versie van het CS-VROO (29 januari 2021) nog geen handvatten bevat met betrekking tot de afbakening van verdacht gebied, zijn de richtlijnen zoals beschreven in het WSCS-OCE als uitgangspunt genomen.

Op de kaart zijn de volgende verdachte gebieden te onderscheiden: BEO_001 Verdacht gebied klein-kalibermunitie, etc, (achtergelaten) Nederlands Binnen dit gebied kunnen OO in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten van Nederlandse origine, in achtergelaten toestand worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van locatie stellingen en contouren loopgraven afgebakend conform in het WSCS-OCE vermelde buffer, met inachtneming van luchtfotocorrectie; Afgebakend op basis voorschriften stellingbouw (verticaal) BEO_002 Verdacht gebied geschutmunitie 15 cm (achtergelaten) Nederlands Binnen dit gebied kunnen OO in de vorm van geschutmunitie met een kaliber van 15 cm, van Nederlandse origine, in achtergelaten toestand worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van locatie geschutopstellingen afgebakend conform in het WSCS-OCE vermelde buffer, met inachtneming van luchtfotocorrectie. Ter plaatse van munitieopslagplaatsen is een tolerantie/luchtfotocorrectie in acht genomen; Afgebakend op basis voorschriften stellingbouw (verticaal).

BEO_003 Verdacht gebied klein-kaliber munitie, etc (achtergelaten) Duits Binnen dit gebied kunnen OO in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers, van Duitse origine, in achtergelaten toestand worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van locaties wapenopstellingen/schuttersputten en contouren loopgraven, afgebakend conform in het WSCS-OCE vermelde methode, met inachtneming van luchtfotocorrectie Afgebakend (verticaal) op basis voorschriften stellingbouw. BEO_004 Verdacht gebied geschutmunitie tot 5 cm (achtergelaten) Duits Binnen dit verdachte gebied kunnen OO in de vorm van geschutmunitie, met een minimaal kaliber van 2 cm tot maximaal 5 cm, van Duitse origine, in achtergelaten toestand worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van locatie geschutopstellingen afgebakend conform in het WSCS-OCE vermelde buffer, met inachtneming van luchtfotocorrectie. Ter plaatse van munitieopslagplaatsen is een tolerantie/luchtfotocorrectie in acht genomen; 20

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Afgebakend op basis voorschriften stellingbouw (verticaal). BEO_005 Verdacht gebied geschutmunitie, 8,8 cm (achtergelaten) Duits Binnen dit verdachte gebied kunnen OO in de vorm van geschutmunitie met een maximaal kaliber van 8,8 cm, van Duitse origine, in achtergelaten toestand, worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van locatie geschutopstellingen afgebakend conform in het WSCS-OCE vermelde buffer, met inachtneming van luchtfotocorrectie. Ter plaatse van munitieopslagplaatsen is een tolerantie/luchtfotocorrectie in acht genomen; Afgebakend op basis voorschriften stellingbouw (verticaal). BEO_006 Verdacht gebied afwerpmunitie, 250, 500 en 1000 lb (afgeworpen) Brits Binnen dit verdachte gebed kunnen OO in de vorm van afwerpmunitie met een gewicht van 250 tot 1000 lb van Britse origine, in afgeworpen/gewapende toestand, worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van in de bombardementsgegevens genoemde doelwitten, als duikbombardement op point-target (inslagenpatroon onbekend). Voor de inslagen welke buiten deze contouren vallen is de onderlinge gemiddelde afstand, vermeerderd met een maximale ondergrondse horizontale verplaatsing (8,00 meter) en luchtfotocorrectie/tolerantie (10 meter) als uitgangspunt genomen; Afbakening (verticaal) situationeel te bepalen op basis van (recente) sondeergegevens.

BEO_007 Verdacht gebied raketten 60 lb en geschutmunitie 20mm (verschoten), Brits Binnen dit verdachte gebied kunnen OO in de vorm van raketten (60lb SAP) en geschutmunitie met een kaliber van 20mm, van Britse origine, in verschoten toestand, worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van inslagenpatronen waarbij de onderlinge gemiddelde afstand als uitgangspunt is genomen. Deze afstand is vermeerderd met 10 meter tolerantie/luchtfotocorrectie en 6,00 meter maximale ondergrondse horizontale verplaatsing; Afbakening (verticaal) situationeel te bepalen op basis van (recente) sondeergegevens. BEO_008 Verdacht gebied afwerpmunitie 250 tot 500 lb (afgeworpen) Brits Binnen dit verdachte gebed kunnen OO in de vorm van afwerpmunitie met een gewicht van 250 tot 500 lb van Britse origine, in afgeworpen/gewapende toestand, worden aangetroffen; Afgebakend (horizontaal) op basis van in de bombardementsgegevens genoemde doelwitten, als duikbombardement op line target (inslagenpatroon onbekend). Voor de inslagen welke buiten deze contouren vallen is de onderlinge gemiddelde afstand, vermeerderd met een maximale ondergrondse horizontale verplaatsing (8,00 meter) en luchtfotocorrectie/tolerantie (10 meter) als uitgangspunt genomen; Afbakening (verticaal) situationeel te bepalen op basis van (recente) sondeergegevens.

21

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BEO_009 Verdacht gebied landmijnen (gelegd/achtergelaten) Duits Afbakening (horizontaal) op basis van de contouren van het mijnenveld zoals afkomstig uit de gegevens van de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD; De afbakening (verticaal) is vastgesteld op 0,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog). Voor een nadere uitleg m.b.t. de afbakening wordt verwezen naar de chronologische gebeurtenissenlijst en GIS-data. BEO_010 Achtergrondrisico Locaties waar sprake is van een achtergrondrisico zijn vastgesteld op basis van gebeurtenissen waarbij onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor een gegronde afbakening van een verdacht gebied. Echter, vanwege de aard van de gebeurtenis kan worden gesteld dat er sprake is van een achtergrondrisico met betrekking tot het aantreffen van OO. Deze gebieden zijn niet weergegeven als vlakken, waarbij de omvang veelal arbitrair is vastgesteld. Bij de uitvoering van werkzaamheden in de nabijheid van de als zodanig aangemerkte locaties adviseert BeoBOM het protocol ‘spontaan aantreffen van OO’ in acht te nemen.

BEO_100 Vrijgegeven gebied Op de bodembelastingkaart zijn diverse vrijgegeven gebieden weergegeven. Deze gebieden zijn reeds in het verleden door derden onderzocht. De contouren van deze gebieden zijn indicatief weergegeven op basis van de door de gemeente beschikbaar gestelde gegevens. Indien op de als vrijgegeven locaties bodemwerkzaamheden worden uitgevoerd, dienen ter aller tijde de oorspronkelijke gegevens, t.w. het proces-verbaal van oplevering of kaartmateriaal te worden gehanteerd. De in de bodembelastingkaart opgenomen gegevens kunnen niet zonder meer als uitgangspunt worden genomen. BEO_101 Naoorlogs geroerd Op de bodembelastingkaart zijn tevens gebieden weergegeven die sinds de Tweede Wereldoorlog blijkens de uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) verkregen gegevens in meer of mindere mate zijn geroerd. De mate waarin verticale bodemroering heeft plaatsgevonden is vastgesteld op minimaal 0,50m-MV, doch dient situationeel te worden bepaald. BEO_102 Naoorlogs geroerd (riolering) Het kaartmateriaal bevat tevens een weergave van de na 1945 aangelegde riolering. Uitgangspunt hiervoor vormen de door opdrachtgever aangeleverde gegevens. Bij de bepaling van de omvang van de met de aanleg van deze riolering gemoeide bodemroering (in horizontale dimensie) is uitgegaan van een buffer van minimaal 0,75 meter aan weerszijden.

Aangenomen mag worden dat het naoorlogs aangelegde riool tot de bodem (bodem 22

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

onderzijde riool) als onverdacht kan worden beschouwd. Informatie met betrekking tot de diepteligging van het riool van na 1945 kan worden opgevraagd bij de gemeente. Onverdacht gebied De op de OO bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzin-gen voor de aanwezigheid van OO. Onverdacht betekent niet dat hier geen OO kunnen worden aangetroffen, enkel dat er op basis van de beschikbare bronnen geen concrete aanwijzingen zijn gevonden ter plaatse van dit gebied een verdacht gebied af te bakenen. Voor een nadere uitleg m.b.t. de afbakening wordt verwezen naar de chronologische gebeurtenissenlijst en GIS-data.

23

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Conclusie en advies Recentelijk verleende de gemeente Woudenberg BeoBOM en RAAP de opdracht tot het uitvoeren van een gemeentebreed Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: Risicokaart OO) en gelijktijdige aanvulling van de archeologische verwachtingskaart. Voorliggend onderzoek is opgesteld conform de meest actuele versie van het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (29 januari 2021). In dit certificatieschema wordt een onderscheid gemaakt tussen een vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) en een vooronderzoek na-conflictperiode (1946-heden). Het huidige vooronderzoek betreft eerstgenoemde. Op basis van de geraadpleegde bronnen is een tweetal kaarten opgesteld, waarvan de bodembelastingkaart de verdachte gebieden in de gemeente Woudenberg weergeeft. Om inzichtelijk te maken hoe de kaart gebruikt moet worden en hoe de gemeente wordt geadviseerd om te gaan met de verschillende verdachte gebieden in geval er binnen de gemeente Woudenberg werkzaamheden worden uitgevoerd, is onderstaand indicatief stroomschema opgesteld.

Bovengetoond schema geldt als een indicatief beslissingsschema. In geval er binnen verdacht gebied zal worden gewerkt, dienen mogelijk beheersmaatregelen te worden getroffen om te zorgen voor een veilige werkplek en directe omgeving. Beheersmaatregelen kunnen variëren van een aanvullend vooronderzoek (AVO) na-conflictperiode, tot een Risicoanalyse OO, een opsporingsproces of overige maatregelen. Wanneer de geplande werkzaamheden uitsluitend plaatsvinden in een met zekerheid naoorlogs geroerde bodemlaag of anderzijds de verdachte bodem in zijn geheel niet roeren (dus ook niet door middel van trillingen welke het verdachte gebied zullen beroeren), dan kunnen de werkzaamheden in principe vanuit OOO-oogpunt op reguliere wijze worden uitgevoerd. Werkzaamheden in onverdacht gebied kunnen in de regel vanuit OOO-oogpunt eveneens op reguliere wijze worden uitgevoerd, tenzij het werkzaamheden betreft welke invloed hebben op het verdachte gebied ondanks dat deze buiten het verdachte gebied worden uitgevoerd. Te denken valt aan werkzaamheden waarbij bijvoorbeeld veel trillingen vrijkomen, zoals heiwerkzaamheden. Trillingen kunnen zich ondergronds verplaatsen, zodanig dat OO in verdacht gebied alsnog kunnen worden beïnvloed. In geval van twijfel wordt geadviseerd contact op te nemen met BeoBOM.

24

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Afkortingen en begrippen AVO

Aanvullend vooronderzoek (na-conflictperiode)

BAG

Basisregistratie Adressen en Gebouwen

CE

Conventionele Explosieven (sinds 1 januari 2021 Ontplofbare Oorlogsresten)

CS-VROO

Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyses Ontplofbare Oorlogsresten

EODD

Explosieven Opruimingsdienst Defensie

MORA

Meldings-, Opdracht- en Ruimrapport (EODD)

NGE

Niet Gesprongen Explosieven

OCE

Opsporing Conventionele Explosieven

OO

Ontplofbare Oorlogsresten

OOO

Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten

PLS-OOO

Projectleiderssamenvatting OOO

RA-OO

Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (voorheen Projectgebonden Risicoanalyse of PRA)

WSCS-OCE

Werkveldspecifiek Certificatieschema voor Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven

25

BB20-074-VO-01

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Bijlage 1. Geraadpleegde literatuur Literatuur Ten behoeve van een vooronderzoek worden diverse literatuurbronnen geraadpleegd, zowel enkele standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen (macro- en microniveau). In het CS-VROO zijn ten aanzien van literatuurbronnen de volgende (standaard)werken verplicht gesteld: Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen) (’s-Gravenhage 1970); Nierstrasz, V. E. e.a., De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II, diverse delen (’s-Gravenhage); Specifiek voor het huidige projectgebied zijn daarnaast onderstaande literatuurbronnen verzameld en geraadpleegd: Amersfoort, H., Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012); Blokker jr., Jan, Oorlog in je achtertuin verhalen van de Grebbelinie (Zwolle, 2010); Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011); Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45 (Eindhoven 2001); Klep, Christ en Ben Schoenmaker (red.), Bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995); Kooij, D. van der, Vijf dagen oorlog in Nederland (10 t/m 14 Mei ’40); Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984); Middlebrook, M.

en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011); Polak, R., Afgemarcheerd! De ontwapening van 13.000 Duitse soldaten in afwachting van hun voettocht naar Duitsland, Leusden 9-23 mei 1945 (Leusden 2018); Schipper, Oorlogs- en bevrijdingsmonumenten in Woudenberg (Woudenberg, 2015); Stades-Vischer, Elisabeth en Karen Veenland-Heineman, Woudenberg. Geschiedenis en architectuur (Utrecht 1999); Woudenberg, H.M., Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg in de Tweede Wereldoorlog; het leven in ’t hart van de Gelderse vallei 1939-1945 (Woudenberg 1995); Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.).

26

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Bijlage 2. Geraadpleegd archiefmateriaal Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal archiefstukken uit het provinciaal en de relevante gemeentelijke archieven geïnventariseerd en geanalyseerd. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties3 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van OO binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met chronologische gebeurtenissen, verderop in deze rapportage.

0500 Gemeente Woudenberg

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

0500

924

Inkwartieringsstaat van het 21e regiment infanterie van het eerste legerkorps over de maand maart 1940

931 932

Stukken betreffende het inrichten van een teruggebogen weerstandslijn bij Woudenberg, met kaartjes, 1939. Stukken betreffende de ingebruikneming van percelen door het leger, 1940.

934 935

Stukken betreffende de aanvrage tot steun bij herstel van beschadigde gebouwen, [1940]. Stukken betreffende de opgave van de geleden schade als gevolg van oorlogsgeweld, plundering en vernieling, 1940.

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Ja Nee, geen betrekking op het achterblijven van CE. Ja Ja

0505 Gemeentebestuur Woudenberg, 1944-1975 Toeg.nr 0505

Inv.nr 621 622

Omschrijving Processen-verbaal van luchtaanvallen en gevonden explosieven en stukken betreffende Luchtbeschermingsdienst Woudenberg, 1942-1945. Staten van door de marechaussee opgemaakte processen-verbaal en veroordelingen, met hierop betrekking hebbende stukken, 1943-1945.

Relevant Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

3 Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daa rvan, verdacht is op de aanwezigheid van OO. Een contra-indicatie betreft een gebeur-

tenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt.

27

BB20-074-VO-01

Toeg.nr

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

Inv.nr 624

Omschrijving Stukken betreffende het toezicht op het bezit van wapens en munitie, 1943-1948.

625

Correspondentie met het landelijk en provinciaal gezag inzake het handhaven van de openbare orde, 1943-1945.

630

Stukken betreffende de vordering van woonhuizen op grond van het Algemeen Vorderingsbesluit 1940 ten behoeve van de Duitse Weermacht en oorlogsslachtoffers, 1944-1945.

631

Stukken betreffende inkwartiering en vorderingen door en ten behoeve van geallieerde militairen en de vergoedingen daarvan, 1944-1950.

632

Stukken betreffende vorderingen van gebouwen, vervoermiddelen, goederen en diensten door de Duitse bezetters, 19441945.

633

Processen-verbaal en strafbeschikkingen van strafbare feiten gepleegd in de gemeente Woudenberg, alsmede register van deze strafbeschikkingen, 1944.

637

Rapport uitgebracht aan de Commissaris der Provincie Utrecht door de burgemeester omtrent de situatie in Woudenberg, 1944.

638

Verordening van de Chef Militair gezag betreffende de directe periode na de bevrijding, met een inventarisatie van de situatie in Woudenberg, 1945-1947.

639

Stukken betreffende het verzamelen en registreren van goederen berustend bij Nederlandse burgers en afkomstig van de Duitse Weermacht en andere Duitse instanties, 1945-1946.

640

Opdracht van de Militaire Commissaris voor Utrecht aan de politie om periodiek rapport uit te brengen inzake de openbare orde en veiligheid, 1945.

642

Minuut van een brief van de burgemeester aan de Ruestungs-Inspektion te Utrecht inzake glasschade aan het bejaardentehuis ‘Geerestein’ veroorzaakt door het neerstorten van een V1, 1945.

Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Ja

28

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Toeg.nr

Inv.nr 647 1094

Omschrijving Stukken betreffende de melding en ruiming van achtergebleven wapens en explosieven uit de periode 1940-1945, 19451950, 1958, 1962-1963, 1970-1975. Lijsten van ingekwartierde Duitse militairen en stukken betreffende vergoeding van de daarvoor gemaakte kosten, 1945.

Relevant Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

Utrechts Archief 1202 Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954 Toeg.nr 1202

Inv.nr 235 236

Omschrijving Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1940 mei-juli Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1940 aug.-dec

237

Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1941

640

Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1942-1943

Relevant Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

1136 Militair gezag in de provincie Utrecht Toeg.nr 1136

Inv.nr 259

Omschrijving Ingekomen en minuten van uitgaande stukken, 1945

Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

943 - NS, dienst vervoer en dienst exploitatie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

943

661-665

Registers van onregelmatigheden (1940-1945)

Nee, geen directe betrekking

29

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant op gemeente Woudenberg

Nationaal Archief Den Haag In het Nationaal Archief worden standaard diverse collecties geraadpleegd, in het bijzonder de beide als verplicht gestelde toegangen 2.04.53.15 (Binnenlandsen Zaken/Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag 1940-1943) en 2.04.110 (collectie krantenknipsels). Daarnaast zijn verschillende overige collecties welke betrekking hebben op bombardementen, oorlogsschade, verdedigingswerken en diverse andere onderwerpen geraadpleegd.

2.04.53.15 Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.53.15

42

Ingekomen en minuten van uitgegane brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940 – 1941 42 Commissaris der Koningin in de provincie Utrecht Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten 1940-1941 Utrecht, 1940-1941

Ja

74

Ja

2.04.110 Ministerie van Binnenlandse Zaken: Korps Hulpverleningsdienst Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.110

20-22

Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1945-1959

27

Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig, 1965-1970

Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg

2.08.88 Bureau Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.08.88

152

Woensdrecht-Zijpe. Stukken betreffende de vergoeding van de kosten die uitgegeven zijn voor de ruiming van explosieven, door de overige instanties. 1948 - 1979

Ja

2.13.16 Hoofdkwartier Veldleger 30

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.16

883 966

Luchtfoto’s van stellingen Luchtverdedigingskring Utrecht Soesterberg

Ja

31

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

2.13.210 Commissie van proefneming Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.210

23 24 25 26 28

Staten onontplofte projectielen (1940) Stukken ruimen landmijnen Ingekomen stukken ruimen mijnen (1940) Ingekomen stukken ruimen mijnen (1941) Onschadelijk maken NGE en vliegtuigbommen (1941-1942)

Ja Ja Ja Ja Ja

2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.25

1567 1568

Stukken betreffende de ruiming van mijnen en andere explosieven Rapporten censuurdienst PTT betreffende bominslagen

Ja Nee, geen aantoonbare betrekking op het project-gebied.

2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.71

368 576 577 1895 1910

Stukken over luchtbombardementen in Nederland (1944-1945) Luchtaanvallen op Nederland (1940-45) Luchtaanvallen en inundaties (1944-45) Provincie Utrecht Woudenberg. 1945 1945

Ja Ja Ja Ja Ja

Bundesarchiv

RL 2 Luftlageberichte Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RL2

205 t/m 269

Luftlageberichte mei 1940 t/m november 1941

Ja

32

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

RM7 Luftwaffenführungsstab, Luftlageberichte

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RM7

344 t/m 353

Luftlageberichte augustus-november 1940

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.

33

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Ten behoeve van het vooronderzoek worden in het NIOD ten minste de collecties van het Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) geraadpleegd. In de collectie van het Departement van Justitie bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafworpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. In de collectie van het Generalkommissariat bevindt zich een relatief compleet overzicht van bomafworpen en overige luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in Nederland tussen september 1940 en april 1941. 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr Inv.nr Omschrijving 077

1328

Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941

1735

Lagemeldungen van de diverse Verbindingsoffiziere, 1944

1759

Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943

1801

Register van de Technische Nothilfe Befehlsstelle met vermelding van de verrichte werkzaamheden, 1944

216k Departement van Justitie Toeg.nr Inv.nr Omschrijving 216k

178

Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945

179

Hoofdinspectie Luchtbeschermingsdienst: ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 16 december 1942 – 21 november 1944

180

Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944

Relevant Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg

Relevant Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg

34

Begeleidend document Risicokaart Woudenberg

BB20-074-VO-01

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

185

Echt-Zwolle

186

Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen

637

Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944

Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg Nee, geen directe betrekking op gemeente Woudenberg

Behalve bovengenoemde toegangen worden standaard enkele collecties geraadpleegd welke mogelijk aanvullende informatie bevatten over bijvoorbeeld luchtaanvallen en/of de aanwezigheid van Duitse troepen, troepenposities of verdedigingswerken (190a).

190a Groep Albrecht 1943-1947 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

190a

1

Ja

48

Enige eindverslagen, alsmede gegevens over medewerkers van de groep Albrecht, afkomstig uit de volgende sectoren: het Noorden, Overijssel, de Achterhoek en Twente, D. A. A. (= Deventer, Arnhem, Apeldoorn),de Veluwe en Gelderland, Alblasserwaard en de Betuwe, Utrecht, Amersfoort, Amsterdam, Woerden, Zuid-Holland, Zeeland, Zuid-Nederland, 1945. Provincie Utrecht, diverse steden en dorpen

49

Provincie Utrecht, diverse steden en dorpen (vervolg)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1243/documents/32584