08d. 03466790 (Herindelingsadvies).pdf
Tekst van het document
58
één partner te erkennen. Ook vanuit de omliggende gemeenten is aangegeven dat dit gewenst is. De herindeling zal daarom de positie van beide (huidige) gemeenten versterken, en tevens die van de Regio Foodvalley.
8.3 Lichte of reguliere samenvoeging De provincie meent dat een lichte samenvoeging – op een goede wijze uitgevoerd – praktische voordelen kan hebben voor de huidige gemeente Barneveld en geen nadelen hoeft te hebben voor de huidige gemeente Scherpenzeel. Uit de zienswijzen op het herindelingsontwerp is echter naar voren gekomen dat op dit moment geen overeenstemming is tussen beide gemeenten over de toepassing van de variant lichte samenvoeging. Daarom gaan wij in dit herindelingsadvies daarom uit van een reguliere samenvoeging. Niet uitgesloten is overigens dat de gemeenten op een later moment alsnog tot overeenstemming komen over de lichte variant. Het is dan aan de minister van BZK om hier in het wetsvoorstel rekening mee te houden. Hoe dan ook zullen de gemeenten met elkaar in overleg treden over de gevolgen van de herindeling voor de overgang van personeel.
8.4 Kader provincie (Sterk Bestuur voor de opgaven van morgen) Als gevolg van decentralisaties, participatie en nieuwe complexe uitdagingen wordt een groot beroep gedaan op de bestuurskracht van Gelderse overheden. Samen met haar partners werkt de provincie aan sterk bestuur in Gelderland. Niet als doel op zich, maar als middel om de maatschappij optimaal te bedienen en aan de belangen en verwachtingen van inwoners en stakeholders te kunnen voldoen. Het fundament van ons handelen (en soms regie nemen) ligt besloten in de Statennotitie “Sterk Bestuur voor de opgaven van morgen” (PS 2018-217). Eén van de kernbegrippen uit die statennotitie is ‘partnerschap’. De provincie wil een betrouwbare partner zijn voor gemeenten in de doorontwikkeling van ‘goed naar beter bestuur’. We kiezen er bewust voor om vooraf geen nauwgezet en vastomlijnd beleid of kader te formuleren, omdat bestuurskrachtontwikkeling vraagt om maatwerk per situatie. De invulling van dit maatwerk komt in dialoog met betreffende gemeente(n) tot stand. Hierbij worden door ons wel telkens dezelfde afwegingsprincipes gehanteerd, omdat iedere gemeente aan een aantal basistaken moet voldoen. De afwegingsprincipes zijn vastgelegd in de Statenbrief “Vitaal Openbaar Bestuur” (PS2020244). Het gaat daarbij om: •
De mate waarin de gemeente in staat is haar wettelijke taken uit te voeren.
•
De kracht, het draagvlak en de rolneming van de gemeente in de ontwikkeling van de samenleving.
•
De mate waarin de gemeente bij kan dragen aan specifieke opgaven en ambities, al dan niet samen met buurgemeenten.
•
De mate waarin de gemeente in partnerschap wil en kan bijdragen aan de opgaven die zijn vastgelegd in gezamenlijke gebiedsagenda’s, regiodeals en in onze omgevingsvisie Gaan voor Gaaf (kadernota, PS 2020-151).
•
De bijdrage die de gemeente levert aan regionale samenwerking.
De aanpak van de provincie om aan bestuurskrachtversterking te werken is bijgevolg sterk maatwerkgericht. In samenspraak met gemeenten en regio’s bekijkt de provincie wat de beste oplossing is voor de bestuurlijke vraagstukken die zich voordoen. Vanuit haar zorgplicht voor de kwaliteit van het openbaar bestuur vindt de provincie het van belang dat oplossingen duurzaam zijn en passen binnen de regionale context. Gedeputeerde Staten verbinden daarbij de verschillende belangen van de gemeenten.
59
In deze dialoog met gemeenten over het versterken van de bestuurskracht richt de provincie zich onder andere tot de volgende elementen en vragen: • • • • • •
Het politiek en bestuurlijk leiderschap: is er onder meer sprake van het doorhakken van politieke knopen, focus op maatschappelijke opgaven en bestuurlijke stabiliteit? Het politiek-bestuurlijk samenspel: hoe werken raad, college en organisatie samen? Het versterken van lokale democratie: is er interactieve beleidsvorming en participatie met inwoners? Het samenspel met ‘buiten’: is er een adequate samenwerking met o.a. buurgemeenten, regionale partijen en maatschappelijke partners? De capaciteit van de ambtelijke organisaties: is er genoeg personeel (in kwantiteit en kwaliteit) om opgaven en taken naar behoren en op robuuste wijze uit te kunnen voeren? De financiële en economische basis: beschikt de gemeente onder meer over voldoende financiële middelen om opgaven te kunnen vervullen?
Deze lijst van randvoorwaarden dient als leidraad voor het gesprek over bestuurskracht en om gemeenten in staat te stellen om gericht aan die elementen te werken die verbetering of aanpassing behoeven. Gemeenten en regio’s zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun eigen bestuurskrachtversterking. Van onderop zijn veel resultaten bereikt. Een groot aantal gemeenten en regio’s versterken actief hun eigen bestuurskracht. Tegelijk ziet provincie Gelderland wel een aantal knelpunten, waar maatschappelijke opgaven vragen om een snelle en adequate oplossing. Gedeputeerde Staten zijn met gemeenten hierover in gesprek. In sommige gevallen is het denkbaar dat de provincie vanuit haar zorgplicht de regie moet pakken, om tot een werkbare oplossing te komen. Dit is zoeken naar een balans in de provinciale rolneming bij het versterken van het lokaal en regionaal bestuur, waarbij de provincie verder gaat met het investeren in initiatieven van onderop maar ook de ruimte pakt om vanuit de zorgplicht actief te werken aan sterke gemeenten. In hoofdstuk 3 is uitgebreid ingegaan op de wijze waarop de provincie maatwerkgericht invulling en toepassing heeft gegeven aan de uitvoering van het eigen bestuurskader in deze specifieke casus. Daarnaar wordt verwezen.
8.5 Conclusie toetsing Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gestelde criteria uit het Beleidskader Herindelingen en van het provinciaal toetsingskader. De provincie realiseert zich dat er mogelijk geen volledig draagvlak voor dit voorstel is te ontwikkelen. Immers ziet de provincie ook dat de peilingen die door Scherpenzeel zijn georganiseerd in de richting van zelfstandigheid wijzen. Echter is de provincie ervan overtuigd dat zelfstandigheid niet leidt tot een duurzame versterking van de bestuurskracht. De provincie geeft in dit herindelingsadvies een solide onderbouwing waarom bij gebrek aan breed draagvlak toch een herindeling wordt gewenst. Ook een dergelijk herindelingsvoorstel zal door de minister van BZK getoetst worden aan het draagvlakcriterium doch, zo geeft het beleidskader aan: “dit betekent evenwel niet dat unanimiteit bij gemeentebesturen of steun onder de meerderheid van de inwoners altijd een vereiste is”. Ook in de periode na vaststelling van het herindelingsadvies zal de provincie, in afstemming met beide gemeenten, zich inspannen om het draagvlak voor dit herindelingsadvies te optimaliseren onder inwoners, stakeholders en de gemeentebesturen van Scherpenzeel en Barneveld.
60
9. De voorbereiding op de nieuwe gemeente In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vervolgstappen die dienen te worden gevolgd na vaststelling van het herindelingsadvies. Dit betreft enerzijds de uitvoering van de Wet arhi, anderzijds de voorbereiding op de vorming van de nieuwe gemeente per 1-1-2023 in meer praktische zin.
9.1 Formele gevolgen vaststelling herindelingsadvies De start van de nieuwe gemeente is voorzien per 1-1-2023. Dit is gezien de wettelijke termijnen, die aan de vervolgstappen gebonden zijn, de snelste mogelijke fusiedatum. Na de vaststelling van dit herindelingsadvies zal het worden aangeboden aan de minister van BZK. De minister van BZK is vervolgens verantwoordelijk voor het indienen van een wetsvoorstel aan de Staten-Generaal, uiterlijk in december 2021. Indien de minister het wetsvoorstel tijdig indient, betekent dit dat de Kamer ook tijdig tot behandeling kan overgaan. Indien de Tweede Kamer instemt met het wetsvoorstel kan de fusie per 1-1-2023 plaatsvinden. Indien de minister voor 31 december 2021 het wetsvoorstel aanbiedt aan de Staten-Generaal worden de gemeenteraadsverkiezingen voor de beide gemeenten van maart 2022 uitgesteld tot herindelingsverkiezingen voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente in november 2022. Omdat beide gemeenten voor een belangrijk deel onderdeel uitmaken van dezelfde gemeenschappelijke regelingen, zowel wettelijk als niet-wettelijk, zal er beperkt sprake zijn van gevolgen voor gemeenschappelijke regelingen. In bijlagenboek 1 (onderdeel D) is een overzicht opgenomen van de (gemeenschappelijke) regelingen en samenwerkingsrelaties waar (een van) beide gemeenten bij zijn aangesloten.
Op basis hiervan kunnen beide gemeenten in de voorbereiding naar de fusiedatum zo nodig regelingen treffen met de huidige samenwerkingspartners. Overigens heeft de nieuwe gemeente na 1 -1-2023 op grond van de Wet arhi de mogelijkheid om hier ook na de fusiedatum nog regelingen voor te treffen, indien dit voor de fusiedatum niet nodig of gewenst is. In bijlagenboek 1 (onderdeel A) is een kaart met buitengrenzen van de nieuw te vormen gemeente opgenomen (conform Wet arhi artikel 2 lid 1).
9.2
Voorbereidingen in de gemeenten
Op grond van artikel 79 Wet arhi dragen de besturen van de vóór de datum van herindeling bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeenten er in onderling overleg zorg voor dat de met het oog op de gewijzigde indeling met ingang van die datum te treffen voorzieningen tijdig worden voorbereid. Voorzieningen, betreffende de voorbereiding van de overgang van ambtenaren, zijn onderwerp van georganiseerd overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren en van overleg met de ondernemingsraden van de beide gemeenten. Gedeputeerde Staten bevorderen de totstandkoming van dit onderling overleg tussen de gemeenten. Naar de opvatting van de provincie zijn er op korte termijn inhoudelijke en praktische voorbereidingen nodig om de nieuwe gemeente per 1-1-2023 een goede start te geven. Deze voorbereidingen betreffen in ieder geval:
61
• • • • • • • • • • •
Invulling geven aan de “plus” op het gebied van vernieuwing dorpenbeleid en kernrepresentatie in de nieuwe gemeente. Korte termijnafspraken over invulling organisatorische samenwerking op voor Scherpenzeel belangrijke en kwetsbare taakvelden. Voorbereiding Dorpsvisie Scherpenzeel, aansluitend bij hoofdlijnen Toekomstvisie Scherpenzeel 2030 en uit te werken in samenspraak met inwoners en stakeholders. Vast te stellen door de nieuwe gemeenteraad. Voorbereiding platform voor representatie van en samenwerking met Scherpenzeel in de nieuwe gemeente (bijvoorbeeld Vereniging voor Plaatselijk belang). Uitwerking dienstverleningsconcept gemeente Barneveld voor het dorp Scherpenzeel en implementatie daarvan t.b.v. goede overgang per 1-1-2023, met bijzondere aandacht voor het sociaal domein. Opstelling en uitvoering plan van aanpak organisatorische en personele overgang/integratie medewerkers gemeente Scherpenzeel (incl. huisvesting en Sociaal Plan). Opstelling en uitvoering plan van aanpak overgang lopende projecten en dossiers gemeente Scherpenzeel per 1-12023 naar nieuw bestuur en organisatie (incl. bijwerken en op orde brengen administraties en werkprocessen). Voorbereiding Begroting 2023 en meerjarenraming nieuwe gemeente met integratie van beide huidige financiële huishoudingen. Voorbereiding integratie ICT-systemen en werkprocessen per 1-1-2023.
Voorbereiding harmonisatie beleid en regelgeving vanaf 1-1-2023 (en mogelijk eerder). Voorbereiding harmonisatie gemeentelijk beleid en regelgeving per 1-1-2023.
Voor het geheel van deze voorbereidingsactiviteiten is een projectmatige aanpak de aangewezen weg in nauwe samenwerking tussen de beide gemeenten. Voor de met de voorbereiding gemoeide extra kosten voor beide gemeenten kan – na vaststelling van het herindelingsadvies - vanaf 2022 een beroep worden gedaan op de frictiekostenuitkering voor fuserende gemeenten uit het Gemeentefonds. De provincie is bereid om met de gemeenten in overleg te treden over een vorm van voorfinanciering/facilitering in het voorbereidingsproces. Uit het onderzoek van Kieskompas in april 2021 blijkt dat respondenten – ook zij die (gematigd) positief dan wel neutraal staan ten opzichte van de inhoud van het eerder gepresenteerde herindelingsontwerp sceptisch of met weinig vertrouwen kijken naar de daadwerkelijke realisatie van de voornemens. Die beschouwt de provincie als een opgave en uitdaging voor zowel de beide gemeenten als de provincie bij de voorbereiding en de vormgeving van de nieuwe gemeente. Nauwe samenwerking tussen beide gemeenten en het betrekken van inwoners en stakeholders zijn daarbij van groot belang. Op grond van artikel 79 Wet arhi kan de provincie een dergelijke aanpak niet afdwingen, doch heeft de provincie wel de rol om het overleg van de gemeenten over de voorbereiding op de nieuwe gemeente te bevorderen.
Op grond hiervan zullen wij bevorderen dat een overlegstructuur wordt opgezet met en tussen de beide gemeenten, waarin de voorbereidingsactiviteiten ambtelijk en bestuurlijk ter hand worden genomen. Tevens is de provincie bereid om faciliteiten en ondersteuning aan de beide gemeente te leveren in het tot stand brengen van een nieuwe gemeente, die aansluit bij de belangen en verwachtingen van de inwoners.
62
BIJLAGEN Voor de bijlagen bij dit herindelingsadvies wordt verwezen naar: -
-
Bijlagenboek 1: dit bijlagenboek omvat de bijlagen uit twee perioden: tot de besluitvorming over artikel 8 Wet arhi (juli 2020) en de periode van open overleg tot besluitvorming over het herindelingsontwerp (januari 2021). Bijlagenboek 2: dit bijlagenboek bevat de periode van zienswijzen tot en met voorbereiding besluitvorming door Provinciale Staten over het herindelingsadvies.
63