CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

08d. 03466790 (Herindelingsadvies).pdf

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken27.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20

4. Open overleg op grond artikel 8 Wet arhi Op 14 juli 2020 hebben GS besloten om een overleg in het kader van artikel 8 Wet arhi te starten (zogenaamd “open overleg”). Dit hoofdstuk beschrijft de activiteiten die in deze open overlegfase onder regie van de provincie zijn uitgevoerd, welke resultaten dit heeft opgeleverd en welk standpunt naar aanleiding door het college van GS is ingenomen op 12 januari 2021. Voor de inrichting van het open overleg hebben GS op 14 juli 2020 een Startnotitie vastgesteld. Deze is op die datum aangeboden aan de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel als gespreksnotitie om met hen te kunnen overleggen over de meest wenselijke inrichting van de open overlegfase. In de periode medio juli – september 2020 zijn er diverse bilaterale bestuurlijke overleggen gevoerd door GS met B&W Scherpenzeel en B&W Barneveld naar aanleiding van de Startnotitie. Van de zijde van zowel B&W Barneveld als Scherpenzeel zijn opvattingen en suggesties ingebracht voor de invulling van de fase van open overleg. Mede op grond van dit overleg is door het college van GS een plan van aanpak opgesteld voor de fase van open overleg met daarin een beschrijving van de activiteiten, de planning en de rollen van partijen daarin. In dit plan van aanpak zijn op onderdelen input en wensen van de beide gemeenten verwerkt.

Bij de start van de uitvoering van het plan van aanpak is in overleg tussen de betrokken partijen een zogenaamde Spiegelgroep ingesteld, die als externe blik heeft toegezien op met name het open karakter van het proces in deze fase. B&W Scherpenzeel hebben op 1 oktober 2020 medegedeeld niet deel te willen nemen aan het te voeren overleg in het kader van artikel 8 Wet arhi. Vanaf 1 december 2020 hebben B&W Scherpenzeel besloten wel deel te nemen. In paragraaf 4.5 (Bestuurlijk Overleg) wordt dit aspect nader beschreven. Op grond van het plan van aanpak hebben in de open overlegfase 4 (onderling samenhangende) activiteiten plaatsgevonden: A.

Bestuurlijke consultatie met de bestuurlijke partners in het gebied (Ede, Veenendaal, Renswoude, Woudenberg, GS Utrecht, Regio Foodvalley) over mogelijkheden voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel;

B.

Participatietraject voor inwoners en stakeholders van Barneveld en Scherpenzeel, gericht op het zo goed mogelijk in beeld krijgen van hun verwachtingen en belangen bij de oplossing van de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel;

C.

Onderzoek 3 reële varianten voor bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel, geselecteerd op basis van de voorverkenning van mogelijkheden in het voorjaar 2020;

D.

Bestuurlijk overleg met de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel over de voortgang en resultaten van bestuurlijke consultatie, participatie en met name het variantenonderzoek zoals onder A, B en C. omschreven.

De Startnotitie, de gevoerde correspondentie over de Startnotitie en het open overleg alsmede het plan van aanpak zijn opgenomen in onderdeel C van bijlagenboek 1 .

4.1 Bestuurlijke consultatie GS hebben bestuurlijk overleg gevoerd met de buurgemeenten, enkele betrokken regiogemeenten, het bestuur van de Regio Foodvalley en GS Utrecht. Doel van deze gesprekken was om in het kader van de uitvoering van artikel 8 Wet arhi te onderzoeken welke mogelijkheden en varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel realistisch zouden kunnen zijn. Dit was al eerder verkend (zie paragraaf 3.5); vanuit het oogpunt van volledigheid en zorgvuldigheid is deze

21

beoordeling in het kader van het open overleg opnieuw gemaakt. De resultaten van deze gesprekken waren samen gevat: •

De resultaten van de verkenning in april/mei 2020 worden bevestigd. Kort gezegd betekent dit dat de (Utrechtse) buurgemeenten Renswoude en Woudenberg voor zichzelf geen rol zien in de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel en dat de gemeenten Veenendaal en Ede – onder condities – desgewenst als samenwerkingspartner voor Scherpenzeel willen en kunnen optreden. Wat betreft de mogelijke samenwerking wordt door Veenendaal en Ede geconstateerd dat Scherpenzeel nog geen duidelijkheid heeft gegeven om welke taken het dan zou gaan, onder welke voorwaarden die samenwerking dan zou moeten plaatsvinden en welke samenwerkingspartner ze daarbij zou willen kiezen. Ook zijn er (met name bij Veenendaal) recente negatieve ervaringen met de totstandkoming van belastingsamenwerking, die enige reserve geven in het verder aangaan van samenwerkingsrelaties. Beide gemeenten geven aan het gesprek met Scherpenzeel over samenwerking te willen aangaan, maar niet uitgespeeld te willen worden of mee te werken aan mogelijk “shopgedrag” van Scherpenzeel.

•

Er worden enkele aspecten van belang voor het onderzoek benoemd. Vanuit de bestuurlijke partners wordt aangegeven dat ze allen zien dat het van belang is dat er snel duidelijkheid komt in de bestuurlijke positie van Scherpenzeel voor de komende jaren. Vanuit Veenendaal wordt, in het geval wordt gekozen voor bestuurlijke fusie met Barneveld, aandacht gevraagd voor het mogelijk overgaan/ontvlechten van huidige samenwerkingstaken (o.a. ICT) vanuit de gemeenten Veenendaal naar een nieuw te vormen gemeente. Door alle gemeenten wordt erop gewezen dat goede maatschappelijke en bestuurlijke relaties in iedere variant waardevol worden gevonden. Vanuit GS Utrecht wordt dit ook onderschreven. Door de Regio Foodvalley wordt aangegeven dat de verwachting bestaat dat in alle varianten de goede samenwerking tussen de gemeenten in de Regio Foodvalley gestand kan worden gedaan. En dat de regionale samenwerking baat heeft bij bestuurlijke duidelijkheid en bestuurlijke continuïteit, in welke variant dan ook.

•

Betrokkenheid bij afwegingstraject adequaat. Alle gemeenten en de Regio Foodvalley geven aan zich goed en adequaat betrokken en geïnformeerd te voelen bij het proces dat door GS wordt uitgevoerd. Er is een blijvende behoefte aan goede en tijdige informatievoorziening. Dit geldt ook voor GS Utrecht.

De resultaten van deze gesprekken zijn onder andere betrokken bij het variantenonderzoek (paragraaf 4.4). De verslagen van de gevoerde gesprekken en een samenvatting daarvan zijn opgenomen in bijlagenboek 1 (onderdeel D).

4.2 Participatietraject inwoners en stakeholders (procesbeschrijving) Het doel van de participatie in de fase van open overleg was om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de verwachtingen en belangen van inwoners en stakeholders bij de versterking van de bestuurskracht in Scherpenzeel en specifieke aandachtspunten daarvoor. Dit om de opgaven centraal te kunnen stellen bij het maken van en keuze voor de varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Er is — mede daarom — niet voor gekozen om aan inwoners en stakeholders een keuze voor een van de varianten voor te leggen, omdat die varianten nog niet voldoende inhoudelijk geladen en onderbouwd waren om een evenwichtige keuze op te kunnen baseren. De uitgevoerde activiteiten hadden dus vooral als bedoeling om de betekenis te kunnen geven en een inhoudelijk lading van de varianten voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. De vormgeving en uitvoering van deze participatie zijn op een manier opgezet waardoor inwoners zinvol en op hedendaagse wijze betrokken zijn. In de aanpak hiervan is gekozen voor een viertal stappen: 1.

De aftrap, vooral om informatie te brengen.

2.

Ontmoeten, bedoeld om informatie te halen.

22

3.

Samen aan het werk in themagerelateerde bijeenkomsten en op de website.

4.

Terugkoppeling van de resultaten.

De participatie heeft plaatsgevonden van oktober tot half november 2020. Inwoners van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld zijn op verschillende manieren geïnformeerd over het proces en de mogelijkheden om deel te nemen aan de participatie. De provincie heeft speciaal voor dit proces de website ‘Kijk op Scherpenzeel’ ingericht, waar inwoners een filmpje met toelichting, stellingen met mogelijkheden tot reageren, agenda en documentatie konden vinden. Hiernaast waren er ook paginagrote advertenties, flyers en posters verspreid door de dorpen en campagnes op Facebook en Twitter. Gekozen was om de participatie in te richten met een diversiteit aan bijeenkomsten, met verschillende doelen en doelgroepen, namelijk: • •

• •

Keukentafelgesprekken: individuen en groepen uit de gemeenten gingen in gesprek met de commissaris van de Koning en de verantwoordelijk gedeputeerde over hun wensen en aandachtspunten voor de gemeente Themabijeenkomsten: alle inwoners van Scherpenzeel en Barneveld waren uitgenodigd mee te denken over specifieke onderwerpen ter verdieping van het onderzoek. De themabijeenkomsten betroffen: Voorzieningen en vitaal dorp Gemeente Identiteit en zeggenschap Financiën Scherpenzeel in de regio Dorpsgesprek Barneveld Stakeholderbijeenkomsten met het Sociaal domein en Kulturhus de Breehoek.

Vanwege COVID-19 hebben alle bijeenkomsten digitaal plaatsgevonden. In december 2020 heeft de provincie een onderzoek onder de inwoners van Scherpenzeel en Barneveld laten uitvoeren door Kieskompas. Hierin zijn de inhoudelijke resultaten van de participatie getoetst. Op deze manier is nagegaan of de inhoudelijke uitkomsten van de bijeenkomsten representatief zijn. De opbrengsten van de participatie zijn verwerkt in een participatieverslag dat is gepresenteerd in het bestuurlijk overleg (zie paragraaf 4.4.) en als onderlegger heeft gediend voor de besluitvorming van GS. Dit verslag is opgenomen in bijlagenboek 1 (onderdeel D).

4.3 Participatietraject inwoners en stakeholders (inhoudelijke resultaten) In het participatietraject is een beeld gevormd van wat inwoners - van Scherpenzeel en Barneveld vanuit hun leefwereld formuleren als de belangrijkste verwachtingen en belangen die zij door middel van een bestuurskrachtige gemeente gerealiseerd willen zien; in welke variant dan ook. De inwoners van Scherpenzeel hebben daar een goed inhoudelijk beeld van. Dat is al eerder opgehaald in het proces van Toekomstvisie 2030. Het is bevestigd in het dialoogproces dat door de gemeente in 2019 is uitgevoerd en vervolgens ook in het participatieproces dat ten behoeve van dit variantenonderzoek is uitgevoerd. De belangen en wensen van de inwoners van Scherpenzeel richten zich in grote lijnen op: A.

De instandhouding en mogelijke versterking van belangrijke gemeenschapsvoorzieningen, zowel die gebouw- en grond gebonden zijn (Kulturhus De Breehoek, bibliotheek, zwembad) als die onderdeel uitmaken van de verenigingsstructuur (scouting, sportverenigingen e.a.)

B.

De borging en bevestiging van het karakter en identiteit van het dorp zowel in ruimtelijke zin (open, groen), als in maatschappelijke zin (sociale infrastructuur, zie boven) als de ondernemende en zelfredzame “mind set” van een groot deel van de inwoners

23

C.

Adequate dienstverlening en bestuur, voldoende nabij en tegelijk van een hoge kwaliteit

D.

De kosten van het gemeentebestuur moeten in proportie zijn met de kwaliteit; kwaliteit mag wel wat kosten.

De inwoners van Scherpenzeel willen aanmerkelijk invloed hebben op de voor A, B, C en D te nemen beslissingen; een adequate vorm van zelfbeschikking over zaken die voor het dorp en de gemeenschap van belang zijn. De inwoners van Scherpenzeel verwachten van hun gemeentebestuur dat ze zowel heel “nabij” opereert als tegelijk op andere relevante schaalniveaus dingen weet te realiseren voor de inwoners die hiervoor van belang zijn. De inwoners zijn veelal bereid om een “redelijke prijs” te betalen voor een goed gemeentebestuur en adequate dienstverlening. De wensen en belangen van inwoners van Barneveld zijn in de verschillende bijeenkomsten en activiteiten minder scherp en uitgebreid gearticuleerd. Uit de inhoudelijke reacties in het participatieproces valt af te leiden dat de inwoners van Barneveld vinden dat bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel hun eigen belangen en ontwikkelingsmogelijkheden niet zou moeten aantasten en dat naar hun inschatting op basis van huidige (beperkte) informatie ook niet zal doen. GS hebben aangenomen dat ook zij hoge verwachtingen van hun gemeentebestuur zullen hebben wat betreft prestaties, doelbereiking en dienstverlening en verwachten dat bestuur en organisaties op meerdere schaalniveaus kunnen acteren in hun belang. Dit is getoetst in het door Kieskompas uitgevoerde onderzoek in november 2020.

In het door Kieskompas uitgevoerde onderzoek worden de beelden over verwachtingen en belangen van inwoners van Scherpenzeel bevestigd; tevens blijkt dat de inhoudelijke verwachtingen en belangen (zie onder A-D hierboven) tussen inwoners van Barneveld en Scherpenzeel ongeveer met elkaar overeen komen.

4.4 Variantenonderzoek Vanuit het participatietraject (paragraaf 4.3) is expliciet geworden welke verwachtingen en belangen de inwoners van Scherpenzeel en Barneveld hebben ten aanzien van het functioneren van hun gemeentebestuur. Dit is de input geweest voor het onderzoek naar de beste c.q. meest wenselijke variant voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. GS hebben daarbij een afweging gemaakt tussen de meest reële bestuurlijke varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Daarbij is ook gebruik gemaakt van de resultaten van de verkenning zoals in paragraaf 3.5 beschreven. GS hebben de volgende 3 onderzoeksvarianten benoemd: 1.

Zelfstandig Scherpenzeel (met mogelijk verschillende samenwerkingspartners die operationele taken uitvoeren op basis van dienstverleningsovereenkomsten) en zelfstandig Barneveld.

2.

Duurzaam partnerschap tussen Scherpenzeel en Barneveld.

3.

Bestuurlijke fusie tussen Scherpenzeel en Barneveld per 1-1-2023.

Voor fusievarianten met andere gemeenten bleek ofwel geen meerwaarde ofwel geen draagvlak bij die andere gemeenten. Daarbij speelt de geografische positie van Scherpenzeel een belangrijke rol; Barneveld is de enige Gelderse buurgemeente, die ook bereid was om in een fusievariant mee te willen denken. De andere buurgemeenten (Renswoude en Woudenberg) liggen in provincie Utrecht. GS hebben de conclusie getrokken dat voor een interprovinciale herindeling met deze gemeenten geen enkel draagvlak aanwezig was bij deze gemeenten noch bij de provincie Utrecht. Daarnaast is

24

het de vraag welke inhoudelijke meerwaarde een dergelijke herindeling zou opleveren in relatie tot de extra complicatie van een interprovinciale herindeling. Samenwerkingsvarianten met diverse gemeenten zijn betrokken bij de beoordeling van Variant 1 (zelfstandig Scherpenzeel met samenwerkingsarrangementen). Daarnaast is een aparte variant (Variant 2) benoemd van duurzame samenwerking, die eventueel op den duur (al dan niet via een groeimodel) zou kunnen leiden tot een bestuurlijke fusie. Gezien de geografische ligging is Barneveld de enige partner die voor zo’n variant in aanmerking komt voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Er is een Brondocument opgesteld met feitelijke informatie uit een groot aantal bronnen als onderbouwing voor de afweging van de varianten: •

Onderzoeks- en ervaringsgegeven over samenwerking en samenvoeging van gemeenten

•

Voorzieningenscan, met een overzicht van de voorzieningensituatie in Barneveld en Scherpenzeel

•

Een casestudy naar kernenbeleid en de positie van kern/dorpsgemeenschappen in verschillende bestuurlijke constellaties in Nederland

•

Inventarisatie naar manier waarop de 28 kleinste gemeenten van Nederland (tot 12.000 inwoners) omgaan met de schaal- en bestuurskracht vragen waar zij zich voor gesteld zien en welke strategieën zij daarvoor hanteren

•

Gegevens uit de programmabegrotingen 2021.

Om de varianten te kunnen beoordelen zijn zes criteria benoemd, die zijn ontleend aan de criteria die de gemeente Scherpenzeel eerder heeft gebruikt voor de eigen afweging rond zelfstandigheid en fusie in najaar 2019 en voorjaar 2020, te weten: -

Gemeenschap (voorzieningen, karakter en identiteit dorp)

-

Bestuur (incl. politiek- bestuurlijk samenspel)

-

Ambtelijke organisatie

-

Samenwerking en partnerschap

-

Financiën

-

Specifieke onderwerpen (Sociaal Domein & Breehoek).

In het brondocument is per variant een overzicht opgenomen van de kansen en risico’s van iedere variant op deze 6 criteria. Op basis van het geheel van de informatie is een afwegingsdocument opgesteld met daarin een expertmatig oordeel over de varianten op de zes criteria als input voor de bestuurlijke discussie in het bestuurlijk overleg (paragraaf 4.5). Het brondocument en het afwegingsdocument zijn opgenomen in bijlagenboek 1 (onderdeel D). Zeer compact geformuleerd leidt de variantenanalyse tot de volgende inhoudelijke conclusies: •

Variant 1 biedt geen duurzaam perspectief op bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel, omdat het niet de structurele organisatorische en bestuurlijke problemen kan oplossen die onderliggend zijn aan het gebrek aan bestuurskracht. Er is vanuit de belangen van inwoners wel optimalisering van deze variant mogelijk met name ten aanzien van de samenwerking met andere gemeenten; daarbij is dan feitelijk sprake van Variant 2.

•

Variant 2 kan – in een geoptimaliseerde vorm – perspectief bieden op duurzame bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel en ook (beperktere) voordelen bieden aan Barneveld. Essentieel is dat dan een vorm wordt gekozen waarin de samenwerking substantieel (ambtelijk en bestuurlijk), exclusief en onomkeerbaar is, zodat ook lange termijnperspectief geboden kan worden indien tot een bestuurlijke fusie zou moeten worden overgegaan. Ook moet rekening gehouden worden dat de “lusten en de lasten“ van deze variant niet congruent zijn tussen beide partners.

•

Variant 3 biedt zonder meer perspectief op duurzame bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel en biedt ook voordelen aan Barneveld op zowel strategisch als meer operationeel vlak. Optimalisering van deze variant is nodig om

25

er voor te zorgen dat in een gefuseerde gemeente optimaal rekening kan worden gehouden met verwachtingen en belangen van alle burgers in de nieuwe gemeente, in het bijzonder ook die van Scherpenzeel.

4.5 Bestuurlijk Overleg GS hebben de colleges van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel en Barneveld in de gelegenheid gesteld om met GS en met elkaar overleg te voeren. De inzet van de provincie was daarbij om in een open overleg en in samenwerking met onder meer de besturen van de andere gemeenten in de regio af te wegen wat de beste oplossing is voor de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel. Een herindeling is in dit verband als realistische mogelijkheid genoemd, maar uitdrukkelijk is in het overleg ook steeds ruimte geboden voor onderzoek naar andere opties. Onder meer geldt dit voor het scenario van zelfstandigheid, en voor verschillende vormen van ambtelijke samenwerkingen in de regio. GS hebben in het overlegtraject ook de besturen van de provincie Utrecht en de omliggende gemeenten geconsulteerd om de resultaten uit de eerste verkenning te toetsen, te verdiepen, en eventueel aanvullende suggesties te horen. Net als Scherpenzeel en Barneveld zijn zij verzocht om eigen ideeën en/of aanvullend te onderzoeken scenario’s in het overleg ter sprake te brengen. GS heeft in de tweede helft van 2020 (juli en september) verschillende gesprekken gevoerd met de colleges van B&W van respectievelijk Scherpenzeel en Barneveld.

Het college van Scherpenzeel gaf in het bestuurlijk overleg van 1 oktober 2020 aan wel te willen overleggen, maar niet als onderdeel van de arhi-procedure. Het college van Scherpenzeel heeft de uitnodigingen, agenda’s en stukken voor Bestuurlijk Overleggen van 13 oktober, 3 november en 19 november ontvangen, maar zij heeft niet aan het overleg willen deelnemen. Vanaf 1 december 2020 is het college van Scherpenzeel weer aan tafel gekomen. Bij het bestuurlijk overleg op 8 en 15 december 2020 waren dus zowel het college van Barneveld als dat van Scherpenzeel aanwezig en heeft overleg plaatsgevonden over de door hen gewenste varianten. De bijeenkomsten van het bestuurlijk overleg vonden plaats op 13 oktober, 3 november, 19 november, 1 & 8 december (gecombineerde vergadering), 15 december. De vastgestelde verslagen van de overleggen zijn in onderdeel D van bijlagenboek 1 opgenomen. In het bestuurlijk overleg van 15 december 2020 hebben beide gemeenten conclusies getrokken over de positie van het college van B&W van Scherpenzeel ten opzichte van de 3 varianten uit het variantenonderzoek: •

B&W Scherpenzeel heeft aangegeven voorkeur te hebben voor Variant 2 (duurzaam partnerschap Barneveld en Scherpenzeel), met daarbij de kanttekening dat die zou moeten gaan om een invulling zonder “stip op de horizon” (bestuurlijke fusie). B&W Scherpenzeel gaf aan de invulling van deze variant samen met beoogd partner (eventueel onder regie van de Provincie) verder vorm te willen gaan geven. Daarbij zou een groeimodel vanuit samenwerking op taakonderdelen naar steeds verdergaande organisatorische en beleidsmatige samenwerking een mogelijkheid zijn voor Scherpenzeel.

•

B&W Barneveld heeft aangegeven de keuze voor een van de varianten over te laten aan de provincie. B&W Barneveld gaf daarbij aan bereid te zijn om als partner van Scherpenzeel te willen optreden in Variant 1 (zelfstandig met meerdere samenwerkingspartners) en in Variant 3 (bestuurlijke fusie) en in die laatste variant ook samen met Scherpenzeel te willen bouwen aan een gemeente waarin ten volle aan de verwachtingen en belangen van alle burgers (dus ook die van Scherpenzeel) zou kunnen worden gewerkt. B&W Barneveld gaf aan geen heil te zien in Variant 2 vanuit te zeer wisselende percepties over de invulling en het mogelijke eindperspectief, vanwege het in de afgelopen tijd geërodeerd vertrouwen en vanwege de voor Barneveld beperkte materiële meerwaarde in relatie tot de inspanningen die hiervoor moeten worden geleverd.

26

Deze conclusies hebben duidelijk gemaakt dat B&W Scherpenzeel inmiddels tot het inzicht zijn gekomen dat een verregaand partnership met Barneveld een betere variant voor versterking van de bestuurskracht is dan de in de eigen Kadernota beschreven variant. In die variant zou een grotendeels solitair werkend Scherpenzeel met mogelijk verschillende partners op deelterreinen samenwerken. Ook is duidelijk geworden dat B&W Scherpenzeel Barneveld (boven Ede of Veenendaal) ziet als geprefereerde partner. Dit nadere inzicht is een belangrijk resultaat van het bestuurlijk overleg. Uit de standpuntbepaling van beide gemeenten is duidelijk geworden dat Scherpenzeel èn Barneveld de andere gemeente ziet als een potentieel duurzame partner. Dit is ook te beschouwen als een belangrijk resultaat van het bestuurlijk overleg, waarmee mogelijk een basis is gelegd voor een toekomstig partnerschap tussen beide gemeenten in welk verband dan ook.

4.6 Spiegelgroep Uit de eerste gesprekken met beide gemeenten over de Startnotitie in de zomer 2020 kwam bij GS het idee op voor de mogelijkheid van een externe blik die kritisch zou kunnen meedenken op het proces. Op basis van deze gedachte hebben GS een zogenoemde spiegelgroep ingesteld. Deze groep heeft alle partijen, dus GS en de beide betrokken gemeenten (zowel gemeenteraad als B&W) gesproken en de spiegel voorgehouden omtrent hun rol in het proces en met name ten aanzien van het open karakter van het overleg (geen vooringenomenheid) in deze fase. De spiegelgroep werd in samenspraak met de beide colleges van B&W als volgt samengesteld: •

De heer W. van Beek (o.a. voormalig-cvdK provincie Utrecht), voorzitter

•

De heer J. Franssen (o.a. staatsraad, voormalig-cvdK provincie Zuid-Holland)

•

De heer P. Schalk (o.a. lid Eerste Kamer SGP, fractievoorzitter)

•

De heer M. de Vries (o.a. hoogleraar bestuurskunde Radboud Universiteit).

De spiegelgroep heeft aan GS mondeling verslag gedaan van haar bevindingen en het e.e.a. tevens vastgelegd in een procesverslag. Vanuit de opdracht te reflecteren op het proces legt de spiegelgroep de vinger op een discrepantie in de wetgeving. Het wettelijk kader (arhi) en het bijbehorende beleidskader zijn volgens de spiegelgroep niet eenduidig: de wet gaat uit van herindeling, terwijl het beleidskader juist de opdracht geeft om breed te kijken naar meerdere varianten. De spiegelgroep constateert dat hierdoor het beeld van vooringenomenheid ontstaat. GS herkennen de ambivalentie in de wetgeving. De waarneming van de spiegelgroep dat meerdere gemeenten het overleg niet open vinden, herkennen GS niet. Dit is alleen door het college van de gemeente Scherpenzeel aangegeven en niet door het college van gemeente Barneveld. GS hebben in overleg met de gemeenten - meerdere oplossingsrichtingen eenduidig en evenwichtig uitgewerkt en hebben alle inspanningen verricht om het proces en overleg open vorm te geven. De spiegelgroep geeft aan dat zeker in de eerste maanden van de arhi-procedure verschillende betrokkenen steken hebben laten vallen. Daarnaast heeft de spiegelgroep geconstateerd dat genoemd frame het voor Scherpenzeel moeilijk maakte om aan tafel te komen; de spiegelgroep heeft daar met Scherpenzeel over gesproken en hen geadviseerd toch deel te nemen, wat ook is gebeurd.

Wij zijn de spiegelgroep daarvoor erkentelijk. Wij herkennen overigens niet dat Scherpenzeel pas in december 2020 aan tafel is gekomen en dat toen het open overleg startte. Scherpenzeel zat aan tafel bij het eerste bestuurlijke overleg binnen het open overleg vanaf juli 2020

27

(zie ook paragraaf 4.5). Zij heeft daar kenbaar gemaakt niet verder te willen deelnemen aan de vervolg overleggen, indien het overleg plaatsvindt vanuit het kader van de arhi-procedure. Dat is echter het kader dat voortvloeit uit het besluit dat GS heeft genomen. Scherpenzeel is steeds uitgenodigd voor de overleggen. Om haar inhoudelijk aangehaakt te houden, heeft de provincie Scherpenzeel ook altijd de agenda en stukken toegestuurd. Ondertussen zat de gemeente Barneveld elke keer aan tafel bij het bestuurlijke overleg. Barneveld heeft zich in onze ogen ook niet afwachtend opgesteld, maar als een constructieve partner. Met betrekking tot het proces om te komen tot een variantenkeuze heeft de spiegelgroep gewezen op het ingewikkelde spanningsveld waarin een oplossing moet worden gezocht: de problematiek is groot, er is snel behoefte aan duidelijkheid maar de gemeenten kijken verschillend naar de toekomstige vorm van samenwerking. De spiegelgroep constateert dat de betrokken partijen in het open overleg niet dichter bij elkaar zijn gekomen omtrent de bestuurlijke toekomst van Scherpenzeel. Dit is niet het beeld dat de provincie uit het bestuurlijk overleg haalt: de betrokken partijen zijn in het open overleg wel degelijk dichter bij elkaar gekomen omtrent de bestuurlijke toekomst van Scherpenzeel, maar niet t.a.v. het daarbij toe te passen bestuurlijke construct.

De spiegelgroep heeft ons daarom aangeraden een afweging te maken tussen nu besluiten met het oog op snelle duidelijkheid en het nemen van meer tijd om te bezien waar de gemeenten zelf mee komen; aan beide keuzen kleven risico’s. Het verslag van de spiegelgroep is opgenomen in het bijlagenboek 1 (onderdeel D).

4.7 Constateringen naar aanleiding van open overleg (januari 2021) Op 12 januari 2021 hebben GS zich beraden over de resultaten van de verschillende activiteiten en resultaten in het open overleg. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Deze hebben betrekking op het open karakter van deze fase, het actuele beeld over de bestuurskracht van Scherpenzeel en de te maken keuzes voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel

GS constateren dat het proces in deze fase een open karakter heeft gehad •

Inwoners, stakeholders alsmede alle betrokken bestuurlijke partners hebben de gelegenheid gehad om hun bijdrage te leveren in de te maken afweging voor de keuze van varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel;

•

De voorverkenning, de bestuurlijke consultatie en het variantenonderzoek hebben een goed beeld gegeven van alle theoretische varianten die voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel in aanmerking kunnen komen, van de meest reële varianten daarbinnen en van de argumenten en criteria die daarbij afgewogen moeten worden;

•

Met name in het bestuurlijk overleg over het variantenonderzoek is gebleken dat de B&W’s van Barneveld en Scherpenzeel (uiteindelijk) bereid bleken hun eigen (oorspronkelijke) voorkeuren voor de meest gewenste variant voor bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel in ieder geval ter discussie te willen stellen.

GS constateren dat de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel zich heeft bevestigd en verdiept Na de besluitvorming over de Kadernota in de gemeenteraad van Scherpenzeel (juli 2020) heeft zich een bestuurscrisis voorgedaan toen de wethouders hun vertrouwen in de waarnemend burgemeester hebben opgezegd en deze met ziekteverlof is gegaan. Daarmee is de bestuurbaarheid van de gemeente negatief beïnvloed, met name in het regionaal krachtenveld en vanuit de noodzaak om juist in deze tijd voldoende onafhankelijke bestuurskwaliteit te kunnen inbrengen.

28

Mede in relatie tot deze gebeurtenissen is het constructieve samenspel tussen B&W en gemeenteraad de afgelopen periode verslechterd en is de polarisatie gegroeid, onder andere tot uiting komend in de handelwijze van de gemeenteraad ten aanzien van deelname aan gesprekken met GS en de spiegelgroep in de periode van het open overleg. Uit de gesprekken met de buurgemeenten en het gevoerde bestuurlijk overleg is gebleken dat B&W Scherpenzeel geen voortgang heeft kunnen boeken in de Kadernota voorziene samenwerkingsarrangementen met andere gemeenten. Door het niet uitvoeren van eerder vastgestelde intenties tot (belasting)samenwerking met Veenendaal en Woudenberg is het vertrouwen van buurgemeenten in Scherpenzeel als samenwerkingspartners verminderd. Tegelijkertijd zijn er meer signalen gekomen en ook door B&W Scherpenzeel geuit in het bestuurlijk overleg dat het voor de uitvoering van taken en voor de organisatieontwikkeling in Scherpenzeel steeds belangrijker wordt dat samenwerking met een sterkere partner wordt aangegaan.

Het is gezien het bovenstaande positief te waarderen dat B&W Scherpenzeel hebben aangegeven in het bestuurlijk overleg met overtuiging aan te willen koersen op een strategisch en duurzaam partnerschap met Barneveld als geprefereerde partner, om daarmee in ieder geval perspectief te kunnen bieden aan de eigen organisatie en mogelijk ook de interne politieke verschillen over de bestuurlijke toekomst te kunnen overbruggen.

GS constateren dat Scherpenzeel en Barneveld willen kiezen voor elkaar, in verschillende constructies. Uit het bestuurlijk overleg blijkt duidelijk dat Scherpenzeel en Barneveld in elkaar een potentiële duurzame partner zien. Wel spreken ze daarbij ieder de sterke voorkeur uit voor verschillende bestuurlijke constructen waarin dat partnerschap tot stand zou moeten komen. Inhoudelijk kan het verschil van inzicht tussen beide gemeenten goeddeels verklaard worden uit het feit dat voor- en nadelen van de varianten 2 (duurzaam partnerschap) en 3 (bestuurlijke fusie per 11-2023) verschillend worden ervaren en beoordeeld in beide gemeenten. Scherpenzeel meent dat vooral het verlies van “eigen regie” en de grotere afstand tussen bestuur/organisatie van de gemeente en de lokale gemeenschap in Scherpenzeel de fusievariant 3 niet/minder geschikt maken als oplossing van de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel. Barneveld meent dat variant 2 voor Barneveld weinig materiële meerwaarde heeft ten opzichte van de inspanningen die moeten worden gedaan om er voordeel uit te halen. Het is in hun ogen een variant waar Barneveld veel extra moet doen en weinig reële versterking oplevert op organisatorisch en/of bestuurlijk terrein.

Daarbij bestaat bij Barneveld het beeld dat de expliciete behoefte aan eigen zeggenschap en eigen regie vanuit de gemeente Scherpenzeel voor veel overleg, afstemming en mogelijk ook spanning in de samenwerking zal zorgen. GS is er in het bestuurlijk overleg van overtuigd geraakt dat dit verschil van inzicht tussen beide gemeenten niet op korte termijn kan worden overbrugd. Behalve inhoudelijke verschillen van opvatting over meerwaarde en kansen en risico’s van beide varianten speelt ook het betrekkingenaspect op dit moment een rol. De gemeenten zijn nu niet in staat om die variantkeuze in gezamenlijkheid te maken. Voor een optimale keuze tussen de varianten zullen met name ook de “hoe-aspecten” van iedere variant moeten meewegen. Bij de keuze voor een van de varianten zal goed gekeken moeten worden naar de mogelijkheden om die variant zo te optimaliseren dat daarin in voldoende mate tegemoet

29

gekomen kan worden aan de belangen vanuit ofwel Barneveld (met name in variant duurzaam partnerschap) ofwel Scherpenzeel (met name in variant bestuurlijke fusie).

GS constateren dat een geoptimaliseerde Variant 3 het beste aansluit bij de belangen en verwachtingen van inwoners in beide gemeenten. Op grond van de resultaten van het participatietraject is een globaal, doch duidelijk, beeld ontstaan over de verwachtingen en belangen van inwoners van Scherpenzeel en Barneveld bij het functioneren van hun lokaal bestuur. In het kader van het variantenonderzoek is een duidelijk beeld ontstaan over de kansen en risico’s van de 3 reële varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Ook is een duidelijk beeld ontstaan over de mogelijkheden om ieder van deze varianten te optimaliseren vanuit de belangen en verwachtingen van inwoners van beide gemeenten. Naar aanleiding van het bestuurlijk overleg is duidelijk geworden welke voorkeuren er leven bij de Scherpenzeel en Barneveld voor de te kiezen variant voor versterking van bestuurskracht. Op grond van deze resultaten van het open overleg concludeerden GS op 12 januari 2021: •

Variant 1 biedt onvoldoende waarborgen dat de bestuurskracht van Scherpenzeel structureel en duurzaam wordt versterkt en de belangen en inwoners van inwoners van Scherpenzeel op termijn ook goed kunnen worden bediend.

•

Variant 2 biedt – bij een goede invulling – perspectief op een voldoende versterking van bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel met ook een lange termijn perspectief en heeft daarom draagvlak bij B&W Scherpenzeel.

•

Variant 2 biedt – ook bij een goede invulling – beperkte meerwaarde vanuit het perspectief van de belangen en verwachtingen van inwoners van Barneveld en heeft mede daarom geen draagvlak bij B&W Barneveld.

•

Variant 3 biedt bij een optimale invulling goede waarborgen om de bestuurskracht van Scherpenzeel en ook die van Barneveld te versterken. Vanuit Scherpenzeel is beperkt politiek-bestuurlijk draagvlak voor deze variant vanwege het veronderstelde verlies van zeggenschap/eigen regie van inwoners van Scherpenzeel en vanwege het risico van een groter ervaren afstand. Deze variant heeft draagvlak bij B&W Barneveld vanwege de strategische versterking van de gemeente.

•

Een geoptimaliseerde variant 3 (die vanuit GS op dat moment variant “3 plus” wordt genoemd) biedt goede mogelijkheden om in te spelen op de belangrijkste verwachtingen en belangen van de inwoners van Scherpenzeel. In deze variant “3 plus” heeft het dorp Scherpenzeel in de nieuwe gemeente, evenals andere dorpen, een hoge mate van zelfbeschikking. Binnen dit model wordt de zeggenschap en autonomie van het dorp goed vormgegeven en wordt de toenemende afstand tussen inwoner en gemeentebestuur overbrugd. Dit kan gestalte krijgen middels vernieuwing van het dorpenbeleid zoals Barneveld dat al geruime tijd hanteert; Barneveld heeft aangegeven daar nadrukkelijk voor open te staan.

Een verder uitgewerkte inhoudelijke onderbouwing van deze conclusies is opgenomen in het afwegingsdocument dat ook in het bestuurlijk overleg van 15 december (van de beide colleges van B&W en GS) aan de orde is geweest. In dit afwegingsdocument wordt, vanuit de door de inwoners geuite verwachtingen en belangen, iedere variant “gescoord” op de zes geformuleerde criteria, waarbij ook de optimaliseringsmogelijkheden per variant worden aangegeven vanuit diezelfde verwachtingen en belangen van inwoners en stakeholders. Het afwegingsdocument is opgenomen is in bijlagenboek 1 (onderdeel D). GS hebben zich in het bestuurlijk overleg ervan vergewist dat voor Variant 2 op afzienbare termijn geen/onvoldoende draagvlak bij beide gemeenten is te genereren, ook niet als onder regie van de provincie hier de komende maanden nog verdere besprekingen over zouden plaatsvinden. Omdat daarnaast door de gemeenten was aangedrongen op snelle duidelijkheid, was uitstel van de

30

beslissing geen optie voor GS. Dit laat onverlet dat als de beide gemeenten onder eigen regie toch tot een dergelijk gezamenlijk draagvlak waren gekomen, dit voor GS een belangwekkend feit zou zijn geweest in het totaal van het afwegingstraject. In hoofdstuk 5 wordt op dit punt nader ingegaan in verband met de voorbereiding van de besluitvorming over het herindelingsadvies en het daarbij gevoerde bestuurlijk overleg.

4.8 Zeggenschap inwoners centraal; keuze voor Variant 3-“plus” Het participatietraject in deze fase van open overleg heeft duidelijk en expliciet gemaakt wat inwoners en stakeholders in beide gemeenten in hoofdlijnen verwachten van hun gemeentebestuur. Ze verwachten inhoudelijke resultaten, vooral op het terrein van voorzieningen en dienstverlening. En ze verwachten een gemeentebestuur dat hun ruimte en invloed geeft en dichtbij de lokale gemeenschap en hun belangen optreedt. GS concluderen dat een keuze voor Variant 3 (“plus”) op dit moment de beste en enige realistische weg is om dit te bereiken. Het biedt de inwoners van Scherpenzeel en Barneveld een sterk en goed functionerend bestuur en een solide, professionele ambtelijke organisatie, wat met name voor de inwoners van Scherpenzeel veel meerwaarde biedt ten opzichte van de huidige situatie. Het aanbrengen van een “plus” in deze variant moet er voor zorgen dat de invloed en zeggenschap van de dorpsgemeenschappen van de gemeente Barneveld (waar onder die van Scherpenzeel) geregeld en gewaarborgd is. Daartoe zet dit herindelingsadvies in op een vernieuwende en passende vorm van kernenrepresentatie of binnengemeentelijke decentralisatie van zeggenschap en mogelijk daarbij behorende instrumenten en budgetten in de nieuwe gemeente Barneveld.

Voor de inwoners van Scherpenzeel betekent dat “het beste van 2 werelden”, voor de inwoners van andere dorpen in Barneveld mogelijk een impuls voor het gemeenschapsleven en de zeggenschap daarover. De provincie kan en wil deze “plus” niet afdwingen in het kader van dit herindelingsadvies, maar wil zeker stimulerend en bevorderend optreden, in samenspraak met de beide gemeentebesturen, om dat in de komende maanden verder vorm en inhoud te geven met het oog op de voorbereiding van de nieuwe gemeente. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zal benaderd worden om hierin mee te ontwikkelen. Uiteindelijk zal de beslissing hierover genomen moeten worden door de gemeenteraad van de (nieuwe) gemeente Barneveld. De provincie meent dat een optimale invulling van deze variant stimulerend kan werken op het draagvlak voor dit herindelingsvoorstel en op de overtuiging bij alle inwoners dat het een goede keuze is voor beide gemeenten. GS hebben zich na vaststelling van het herindelingsontwerp ingezet om het draagvlak voor het voorstel te bevorderen en te toetsen via een onderzoek door Kieskompas. Dit wordt in het volgende hoofdstuk beschreven.

31

5. Voorbereiding herindelingsadvies (januari – mei 2021) Na de vaststelling van het herindelingsontwerp door GS (26 januari 2021) zijn van de zijde van de provincie verschillende activiteiten ontplooid om informatie over het herindelingsvoorstel te geven en om draagvlak voor het voorstel te bevorderen en te toetsen. Dit ook als ondersteuning voor de zienswijzeprocedure in die periode. In deze periode heeft er overleg plaatsgevonden tussen provincie en de beide gemeenten en is nog extra informatie gegenereerd die van belang kan zijn voor het te ontwikkelen dorpenbeleid.

5.1 Communicatie herindelingsontwerp Op 26 januari 2021 stelde het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland het herindelingsontwerp Barneveld-Scherpenzeel vast. Hierover zijn beide gemeenten, regiogemeenten en provincie Utrecht per brief geïnformeerd. Dezelfde dag is de vaststelling van het herindelingsontwerp door de provincie bekend gemaakt door: 1.

De uitgifte van een persbericht.

2.

De plaatsing van het herindelingsontwerp op Kijkopscherpenzeel.nl.

3.

De publicatie van een publieksvriendelijke samenvatting in pdf (bij persbericht en op Kijkopscherpenzeel.nl).

4.

Mailbericht aan de bij de provincie bekende stakeholders met de pdf van de publieksversie als bijlage.

5.

Brief aan bestuurlijke partners met kennisgeving vaststelling herindelingsontwerp en uitnodiging tot het eventueel indienen van een zienswijze.

Vervolgens hebben, conform de Wet arhi, beide gemeenten binnen twee weken het herindelingsontwerp gedurende acht weken ter inzage gelegd. Beide gemeenten hebben gezorgd voor de communicatie daarover in officiële publicaties en via de eigen communicatiekanalen (gemeentepagina, website en social media). Daarnaast is door de provincie aanvullende communicatie ingezet over het herindelingsontwerp. Doel hiervan was om zoveel mogelijk mensen in beide gemeenten te informeren over het herindelingsontwerp, hen te attenderen op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen én te bevragen op hun inhoudelijke mening over het herindelingsontwerp in een later te houden onderzoek van Kieskompas. De provincie heeft diverse digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd voor inwoners, ondernemers en andere belangstellenden over de inhoud van het herindelingsontwerp. Dit om hen inhoudelijk te infomeren binnen de lopende zienswijzeperiode. Het ging hierbij om: •

Twee avonden in de vorm van een webinar waarin de provincie het herindelingsontwerp inhoudelijk toelichtte en deelnemers via de chat vragen konden stellen aan de bestuurders en de projectleider. De vragen en antwoorden zijn geplaatst op kijkopscherpenzeel.nl.

•

Vervolgens een drietal (openbare) gespreksavonden waarin mensen in kleine groepen konden deelnemen aan een gesprek met medewerkers van de provincie over de inhoud van het herindelingsontwerp.

De bijeenkomsten zijn aangekondigd in publicaties van beide gemeenten (gemeentepagina lokale kranten, website en social media) en de provincie (nieuwsbericht, website en per mail aan stakeholders).

32

5.2 Communicatie over herindelingsontwerp bij peiling Scherpenzeel Gemeente Scherpenzeel heeft ervoor gekozen om zelf een peiling te houden over de toekomst van Scherpenzeel. Deze werd gehouden op dezelfde dag als de verkiezingen voor de Tweede Kamer (17 maart 2021). Bewoners van Scherpenzeel hadden de mogelijkheid om te kiezen voor een van de volgende drie mogelijkheden: 1.

Herindeling met Barneveld conform het ontwerp van GS;

2.

Zelfstandig Scherpenzeel conform het voorstel van het college van Scherpenzeel;

3.

Geen mening.

Tijdens de campagne over deze peiling is ook aandacht besteed aan het herindelingsontwerp. Hiertoe werden op de website van de gemeente de beide opties (herindeling en zelfstandigheid) toegelicht. Het herindelingsontwerp en de samenvatting zijn op de gemeentelijk website geplaatst met een link naar kijkopscherpenzeel.nl. Ook de informatiebijeenkomsten van de provincie zijn daar aangekondigd.

5.3 Onderzoek Kieskompas Van 25 maart tot en met 1 april 2021 heeft Kieskompas, in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam, in opdracht van de provincie onderzoek gedaan onder inwoners van de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Het onderzoek bracht in kaart wat inwoners vinden van het herindelingsontwerp en hoe ze denken over de voorgenomen samenvoeging tussen Barneveld en Scherpenzeel. Bij het opstellen van de vragenlijst is gebruik gemaakt van de informatie uit het herindelingsontwerp en de uitkomsten uit het onderzoek dat Kieskompas eind 2020 in Scherpenzeel en de gemeente Barneveld uitvoerde.

Respondenten Het onderzoek is door 1051 respondenten ingevuld. Hiervan woonden 69 respondenten buiten Barneveld of Scherpenzeel, deze werden buiten de analyses gelaten. Aangezien het om een openbare vragenlijst ging zijn verschillende methodes in de vragenlijst ingebouwd om ‘misbruik' waar te nemen. Er was geen sprake van grootschalig misbruik, maar wel zijn uiteindelijk 31 respondenten uitgesloten omdat ze minder dan 65% van de vragen beantwoord hebben, onvoldoende tijd aan vragen besteed hadden om deze werkelijk te kunnen lezen, of omdat ze het onderzoek meerdere keren hadden ingevuld. De analyses van het onderzoek zijn uiteindelijk uitgevoerd op basis van 925 respondenten, waarvan 400 inwoners van Scherpenzeel en 525 inwoners van de gemeente Barneveld.

De weging Om de resultaten representatief te maken voor stemgerechtigde inwoners van Scherpenzeel en Barneveld, is een weging op de resultaten van het onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn hiertoe gewogen naar geslacht, leeftijd, opleiding, en stemgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen (indien bekend). De uitkomsten van het onderzoek moeten gelezen worden als trends en grove gemiddelden.

33

Conclusies resultaten onderzoek Kieskompas In de uitgebreide rapportage (bijlagenboek 2, deel 2B) zijn de onderzoeksresultaten en de methodiek in detail te lezen. De belangrijkste resultaten van het onderzoek van Kieskompas zijn: 1.

De voorgenomen samenvoeging leeft meer onder Scherpenzelers dan onder inwoners van de gemeente Barneveld. Zo zijn ze gemiddeld genomen beter op de hoogte, maken ze zich meer zorgen, en voelen ze een mengeling van emoties. Hoewel de samenvoeging ook leeft onder inwoners van de gemeente Barneveld, hebben ze minder kennis genomen van het herindelingsontwerp en geeft bijna de helft aan dat ze geen specifieke emotie ervaren wanneer ze aan de samenvoeging denken.

2.

In dit onderzoek is twee keer gevraagd naar de mening van de inwoners over de samenvoeging: aan het begin van de vragenlijst en opnieuw naar het einde van de vragenlijst toe. Het percentage Scherpenzelers dat de voorgenomen samenvoeging de eerste keer een goed plan noemt (18%) is vergelijkbaar met de groep die bij de inwonerspeiling van 17 maart door de gemeente voor het antwoord ‘Herindeling met Barneveld (volgens het Herindelingsontwerp van GS)’ koos (15%).

3.

Na aanvullende informatie uit het herindelingsontwerp zijn deelnemers opnieuw gevraagd naar hun mening over de voorgenomen samenvoeging als het herindelingsontwerp wordt uitgevoerd, en de vier punten (inspraak, voorzieningen, dienstverlening, financiën) worden waargemaakt. Dit geeft een compleet ander beeld dan de eerste keer dat deze vraag werd gesteld (zie onderstaande tabel). Barneveld (eerste keer)

Dat lijkt mij een goed plan

10%

Barneveld (tweede keer) 15%

Dat is acceptabel onder (deze) voorwaarden

22%

36%

12%

21%

Dat lijkt mij een slecht plan

37%

25%

67%

48%

Dat maakt mij eigenlijk niet zoveel uit

25%

13%

2%

3%

Dat weet ik niet / Geen mening

7%

12%

2%

7%

4.

Scherpenzeel (eerste keer) 13%

Scherpenzeel (tweede keer) 20%

Als het herindelingsontwerp wordt uitgevoerd, en de vier punten (inspraak, voorzieningen, dienstverlening, financiën) worden waargemaakt, krijgt de voorgenomen samenvoeging duidelijk meer steun. Het aantal Scherpenzelers dat de samenvoeging een slecht plan noemt is behoorlijk afgenomen, terwijl het aantal dat het een goed plan noemt iets is toegenomen en acceptabel onder deze voorwaarden substantieel is toegenomen. Ook het aantal inwoners van de gemeente Barneveld dat de voorgenomen samenvoeging onder deze voorwaarden een slecht plan noemt is behoorlijk afgenomen, terwijl het aantal inwoners dat het een goed plan of acceptabel onder deze voorwaarden noemt, behoorlijk is toegenomen.

5.

Terwijl de steun van de samenvoeging toeneemt wanneer meer informatie over het herindelingsontwerp wordt gegeven, vormt het vertrouwen in de uitvoering een struikelblok. Veel inwoners twijfelen er aan of het herindelingsontwerp wordt uitgevoerd en de vier punten (inspraak, voorzieningen, dienstverlening, financiën) worden waargemaakt. Het overgrote deel van de Scherpenzelers en inwoners van de gemeente Barneveld die de voorgenomen samenvoeging een slecht plan noemt, verwacht dat die uitvoering (waarschijnlijk) niet zal gebeuren. Ook de helft van degenen die een samenvoeging onder deze voorwaarden acceptabel vindt, verwacht dat die uitvoering er (waarschijnlijk) niet komt. Vertrouwen in het provinciale bestuur speelt hier een rol: wie minder vertrouwen heeft in het provinciale bestuur, vindt de voorgenomen samenvoeging vaker een slecht plan én verwacht minder vaak dat het herindelingsontwerp zal worden waargemaakt. Dit verband is er bij inwoners van beide gemeenten, maar beduidend sterker bij inwoners van Scherpenzeel.

34

5.4 Inspiratiebijeenkomst dorpen– en kernenbeleid In opdracht van de provincie heeft adviesbureau Berenschot, in samenspraak met de beide gemeenten, eind maart 2021 een inspiratiebijeenkomst georganiseerd met ambtelijke deelname vanuit de beide gemeenten, de provincie en het ministerie van BZK. Er waren ook enkele experts en ervaringsdeskundigen van elders en andere gemeenten aanwezig. Doel van de bijeenkomst was kennis delen en kennis uitwisselen over verschillende mogelijkheden en aspecten in vormgeving van een dorpenbeleid. Dit vooral naar aanleiding van opgedane ervaringen in andere gemeenten (o.a. gemeenten Rotterdam, Meijerijstad en Heerhugowaard). Relevante aspecten waren onder meer het al of niet aanwezig zijn van een wettelijke of formele basis voor dorpenzeggenschap, de mogelijkheid om afspraken vast te leggen in lokale “charters” of lokale “grondwet”, de relatie met democratische vernieuwing. Er zijn geen inhoudelijke afspraken gemaakt of conclusies getrokken. Wel is een korte sfeerimpressie opgesteld (bijlagenboek 2, deel 2B) van de bijeenkomst. De resultaten van deze bijeenkomst kunnen een rol spelen bij de verdere invulling van het dorpenbeleid voor de nieuwe gemeente (zie hiervoor verder hoofdstukken 6 en 9).

5.5 Bestuurlijk overleg provincie en beide gemeenten Na vaststelling van het herindelingsontwerp hebben GS tweemaal het initiatief genomen tot een bestuurlijk overleg met beide gemeenten. Dit vanuit de bevorderende rol die de provincie heeft op grond van de Wet arhi ten aanzien van het overleg tussen beide gemeenten in de voorbereiding op de nieuwe gemeente. Belangrijkste onderwerpen hierbij waren: •

Communicatie en afstemming proces zienswijzen.

•

Voorbereiding plan van aanpak (“spoorboekje”) voorbereiding nieuwe gemeente.

•

Mogelijk nadere invulling dorpenbeleid 2.0.

De verslagen van beide overleggen zijn als bijlage toegevoegd (bijlagenboek 2, deel 2B). Ook heeft een afzonderlijk overleg met het college van Scherpenzeel plaats gevonden over bestuurlijke omgangsvormen. In de gesprekken is opnieuw besproken hoe beide gemeentebesturen aankijken tegen de mogelijkheid/wenselijkheid van samenwerking, waarbij de in december 2020 naar voren gekomen verschillen van opvatting hierover zijn bevestigd. Dit blijkt ook uit de zienswijzen die door de gemeenteraden zijn vastgesteld. GS hebben opnieuw vastgesteld dat er geen overeenstemming te vinden is over een samenwerking volgens een eventueel nader in te vullen Variant 2 (duurzaam partnerschap met de mogelijkheid van een bestuurlijke fusie evt. op termijn).

5.6 De zienswijzeprocedure Na de ter inzagelegging door de beide gemeentebesturen sloot op 6 april de termijn voor indienen van zienswijzen voor eenieder, met uitzondering van de gemeenteraden. Beide gemeenteraden hebben hun zienswijze vastgesteld op 21 april 2021. Totaal zijn daarmee 40 zienswijzen op het herindelingsontwerp binnengekomen, waarvan 30 van inwoners van beide gemeenten en elders. Daarnaast enkele maatschappelijke organisatie en bestuurlijke partijen. Er zijn – naast de formele reacties van de beide gemeenteraden – ook 4 reacties van politieke partijen/fracties uit de beide gemeenteraden. Deze zijn behandeld als iedere andere individuele zienswijze. In een aparte reactienota wordt uitgebreid ingegaan op deze zienswijzen en wordt een inhoudelijke reactie van de zijde van de provincie gegeven, zowel op enkele inhoudelijke thema’s als per individuele zienswijze.

35

In de reactienota is ook aangegeven waar de zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het herindelingsontwerp tot dit herindelingsadvies. Wat betreft de hoofdconclusies is het herindelingsvoorstel niet gewijzigd, wel zijn aanscherpingen en nadere verduidelijkingen aangebracht in het herindelingsadvies. Ook zijn er redactionele en tekstuele aanpassingen aangebracht in verband met de omzetting van herindelingsontwerp naar herindelingsadvies. In het herindelingsadvies is ten opzichte van het herindelingsontwerp nieuwe informatie die van belang kan voor de beoordeling van het herindelingsvoorstel en/of de verdere vormgeving van de nieuwe gemeente toegevoegd en van een reactie of nader standpunt voorzien. Dit laatste betreft met name: •

De resultaten van het onderzoek door Kieskompas en de gevolgen daarvan voor de beoordeling van het draagvlak.

•

De mogelijke gevolgen van recente ontwikkelingen op financieel gebied in Barneveld.

•

De resultaten van het bestuurlijk overleg met de beide gemeenten in de periode januari – april 2021.

•

De nadere informatie en gedachtenvorming over het te ontwikkelen dorpenbeleid.

•

De nadere specificering van de rolneming van provincie en gemeenten in de verdere voorbereiding naar de nieuwe gemeente.

36

6. De nieuwe gemeente Barneveld per 1-1-2023 In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de nieuw te vormen gemeente. Hierbij is gebruik gemaakt van reeds bestaande inzichten in de beide huidige gemeenten, waaronder de strategische visies van beide gemeenten alsmede van inzichten opgedaan in de fase van open overleg (met name participatietraject).

6.1 Algemene kenmerken De per 1-1-2023 nieuw te vormen gemeente Barneveld is een gemeente met ca. 70.000 inwoners en een oppervlakte van ca. 190 km2, geheel gelegen in de provincie Gelderland. De gemeente streeft ernaar om - met behoud van haar identiteit en kwaliteiten - verder te groeien naar 75.000 tot 80.000 inwoners. Uit recente prognoses blijkt dat dit aantal tussen 2030 en 2040 bereikt zal worden. Binnen de gemeenten zijn meerdere kernen, dorpen en buurtschappen: Inwoners per woonkern met kerngebied op 1 januari 2020 Barneveld 34.800 Voorthuizen 10.920 Scherpenzeel 9.880 Kootwijkerbroek 5.635 Garderen 2.125 Stroe 1.645 Terschuur 1.515 Zwartebroek 1.420 De Glind 610 Kootwijk 265 Achterveld 140 Totaal 68.9553 De nieuwe gemeente combineert de kwaliteitskenmerken van de beide huidige gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Beide gemeenten hebben een sterke economische positie en potentie en een sterk ontwikkeld gemeenschapsleven in de kernen, met eigen identiteiten. De regionale oriëntatie van beide gemeenten is gelijkgericht (Regio Foodvalley). Binnen die regio wordt de nieuwe gemeente de 2e gemeente in omvang. Beide gemeenten beschikken op dit moment over een goed voorzieningenniveau, passend bij de huidige schaal en de kenmerken van de bevolking.

Meerwaarde van de vorming van de nieuwe gemeente voor de huidige gemeente Scherpenzeel in algemene zin is dat de sterke gemeenschap van Scherpenzeel nu onderdeel wordt van een samenstel van vitale dorpsgemeenschappen in een sterke bestuurskrachtige gemeente. Meerwaarde van de vorming van de nieuwe gemeente voor de huidige gemeente Barneveld in algemene zin is dat de regionale positie wordt bevestigd en verder versterkt, dat een kwaliteitsdorp wordt toegevoegd aan de bestaande gemeenschappen en dat de omvang en kwaliteit van bestuur en ambtelijke organisatie op de langere termijn wordt verstevigd.

3 Deze tabel is opgesteld aan de hand van de indeling van het CBS (2020)

37

6.2 Hoofdkoers: gelijkwaardigheid en sterk partnerschap op alle schaalniveaus De ambities en opgaven voor de beide huidige gemeenten zijn vastgelegd in de Strategische Visie van Barneveld “Over morgen en meedoen” (2016) en de Toekomstvisie Scherpenzeel 2030 (2018). Voor de toekomst van de nieuwe gemeente leveren beide documenten belangrijke – elkaar versterkende en aanvullende – kernelementen. Uitgangspunt voor het functioneren van de nieuwe gemeente is de visie op de rol van de gemeenten in de moderne netwerksamenleving. Waarin naast de formele democratie en instituties voortdurend samenwerkingsvormen ontstaan in allerlei wisselende coalities, waaraan de gemeente, in verschillende rollen, op basis van gelijkwaardigheid deelneemt. Met en binnen die netwerken wordt visie ontwikkeld en worden plannen gemaakt én dient ook een groot deel van de uitvoering daarvan plaats te vinden. De hoofdkoers van de nieuwe gemeente is: het uitbouwen van de netwerksamenleving, waarin gemeente en samenleving op basis van gelijkwaardigheid samenwerken en eigen verantwoordelijkheid nemen.

6.3 Sociaal en vitaal samenleven Deze hoofdkoers vertaalt zich in een visie en een aanpak voor sociaal en vitaal samenleven in de dorpen en kernen via “samenredzaamheid” in de nieuwe gemeente. Kernaspecten van deze aanpak: • Inzet op optimale mogelijkheden voor zelfontplooiing en talentontwikkeling. Meer dan nu inzetten op verbreding van de signalerende potentie voor hulpvragen in de samenleving. • Versterken van de sociale cohesie tussen groepen en individuen in de samenleving. • Zorgvuldig omgaan met vrijwilligers en mantelzorgers. • Ervoor zorgen dat iedere inwoner de hulp en ondersteuning die tijdig krijgt. Vanuit deze aanpak wordt gewerkt aan een passend en gevarieerd aanbod van voorzieningen per kern. Bij het gezamenlijk met de inwoners bepalen van dat aanbod staat het doel en de inhoud (functie) van de voorzieningen centraal met in het bijzonder aandacht voor de bijdrage aan sociale cohesie. De fysieke plek en de organisatie zijn daaraan ondergeschikt en worden in overleg met de betrokken partijen op een slimme manier efficiënt benut en geregeld. Voor het dorp Scherpenzeel betekent dit dat de nieuwe gemeente zich – samen met de inwoners – zal inzetten voor instandhouding en waar mogelijk versterking van de nu bestaande voorzieningen.

In het bijzonder gaat het dan om het kulturhus de Breehoek, dat naast de functie van dorpshuis ook een bibliotheek in zich heeft, en om het openluchtzwembad ’t Willaer. Ook zal de gemeente een blijvende ondersteuning geven aan de bestaande sportvoorzieningen en speeltuinen in het dorp, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de verenigingen op dit punt. De gemeente zal zich blijvend ondersteunend en facilitair opstellen naar die voorzieningen die niet (mede)gefinancierd worden door de gemeente, maar wel van groot belang zijn voor de gemeenschap, zoals zorg- en welzijnsvoorzieningen en winkels of andere commerciële voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan het winkelaanbod binnen het dorp Scherpenzeel, supermarkten, lokale ambachtelijke bedrijven en overige detailhandel. Ook horen de bedrijventerreinen (in ontwikkeling) hierbij. Hierbij zal kennis en ervaring met dit soort voorzieningen uit andere dorpen en kernen worden ingezet.

38

6.4 Eigenheid en zeggenschap van de dorpen Barneveld is een meerkernige gemeente, waar dorpen hun eigen kenmerken en kwaliteiten hebben en ontwikkelen. Dit sluit aan bij de eigen verantwoordelijkheid die inwoners nemen voor hun leefomgeving. Daarom is het behoud van die kwaliteiten en eigenheid een belangrijk doel. Naast de voorzieningen wordt daarbij onder meer ingezet op de kwaliteit van de openbare ruimte. Zowel vanuit het oogpunt van de sociale samenhang als de kwaliteit van de woonomgeving is voor een dorp - zeker ook dat van Scherpenzeel - een zekere groei van het inwoneraantal van belang. De gemeente stuurt daarbij op beheerste groei, zodat de bestaande maatschappelijke verbanden en de bestaande organische ruimtelijke structuur gewaarborgd kan blijven. Het gaat daarbij in eerste instantie om groei met het doel om het basisvoorzieningenniveau in de gemeente te behouden; een groei die in eerste instantie de eigen bevolkingsgroei opvangt en pas in tweede instantie extra ruimte biedt. Dat is ruimte voor mensen die in het dorp Scherpenzeel c.q. gemeente Barneveld werken en hier graag willen komen wonen en voor autonome instroom van elders, waaronder zogeheten ‘terugkeerders’. Groei voor de autonome instroom wordt afgestemd af met de gemeenten in de regio’s Foodvalley en Amersfoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1589/documents/31942