CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

08. PvdAGL beantwoording vragen Kaderbrief Witboek.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 4: Kaderbrief 2022-20253.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen PvdA-GL-fractie over Kaderbrief 2022-2025/ Witboek Raadscommissievergadering van: 08-06-2021 Vraag

Antwoord

Pag. 24, 25 Bij kader 2 wordt aangegeven dat veel voorstellen passen binnen deze beweging, en dat er voorstellen zijn die tegen de transformatiegedachte in gaan of lijken te gaan. Kunt u een overzicht geven van deze voorstellen, zoals wel bij kader 1 is gedaan?

Een dergelijk overzicht is niet te geven omdat het afhangt van hoe de bezuiniging ingevuld wordt. Voorstellen met betrekking tot het voorveld lijken tegen de transformatie in te gaan. Terwijl bezuinigen juist ook noodzaakt tot transformeren. De deelnemers aan de dialoog zagen mogelijkheden om zaken anders in te richten en zijn vanuit die gedachte tot voorstellen gekomen.

Pag. 30 De denkrichting onder nr. 80 kent argumenten voor en tegen welke waarschijnlijk ontstaan uit een denkproces met onderliggende documenten. Het is lastig dit denkproces te volgen zonder deze documenten. In hoeverre kunnen wij meegenomen worden in dit denkproces? Voorts wordt aan aantal voorwaarden genoemd welke verwezenlijkt moeten worden waardoor het tijdpad en de structurele consequenties voor de formatie nog niet aangegeven kunnen worden terwijl er voor 2022, 2023 en 2024 al wel een mogelijke opbrengst wordt weergegeven. Op basis waarvan is dit gedaan terwijl de voorwaarden nog niet verwezenlijkt zijn? Op welke wijze wordt aan de slag gegaan met deze voorwaarden en wat is de rol van de raad erbij?

Ten aanzien van het denkproces en de achterliggende documenten verwijzen we u naar de analyse Sociaal domein en de bijbehorende presentatie van 18 maart jl. Er is inderdaad een aantal voorwaarden dat verwezenlijkt moet worden alvorens de potentiele opbrengst behaald kan worden. Om u een beeld te geven van de mogelijke besparing indien u voorstel 80 zou overnemen, hebben we op basis van de financiële realisatie 2020 een inschatting gemaakt wat de opbrengst zou zijn als 15% van het zorggebruik door demedicaliseren en substitutie anders vormgegeven zou worden. Juist omdat nog aan een aantal voorwaarden voldaan moet worden, zijn we zekerheidshalve van een voorzichtig scenario uitgegaan. Indien u besluit voorstel 80 over te nemen, wordt de uitwerking meegenomen in het plan van aanpak sociaal domein. Verder wordt specifiek ten aanzien van dit voorstel een speciale werkgroep geformeerd waarvoor ook deelnemers van de dialoog zich inmiddels hebben aangemeld. De raad wordt vervolgens via de voortgangsrapportages naar aanleiding van dit plan van aanpak sociaal domein op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en indien implementatie van dit voorstel aanpassing van de verordening sociaal domein vraagt, wordt dit aan de raad voorgelegd. Door minder inwoners dan we nu doen naar werk te begeleiden (en hen werkloos te laten blijven) kunnen we de uitgaven verminderen.

En door te onderzoeken of we het deels als een informele voorziening in kunnen richten kunnen we mogelijk tussen de 10.000 en 35.000 besparen. Daarnaast zou je beschut werken nieuw niet meer kunnen aanbieden. De besparing die dat op begeleidingskosten oplevert kan oplopen tot 22.000. Dit is echter nog slechts een denkrichting, en vraagt dus nader onderzoek waarbij ook duidelijk zal worden of deze besparing reëel is. Het meedoen van Omnia Wonen aan Vroeg Eropaf is meer een voorwaarde dan een tegenargument. Omnia Wonen is vanaf het begin actief betrokken bij Vroeg Eropaf en partner in het convenant. Omnia Wonen is in het voorstadium gevraagd als deelnemer aan de bezuinigingsdialoog, maar heeft op dat moment aangegeven, vanwege de beperkte

Pag. 32 Denkrichting 3. Kunt u een nadere onderbouwing geven van de geschatte opbrengst van deze denkrichting? (is dit gebaseerd op aantallen die (niet) meer geholpen worden? / hoe realistisch is het om deze opbrengst mee te nemen, gezien de genoemde voorwaarden?).

Bij nr. 47 wordt de medewerking van Omnia Wonen genoemd als een tegenargument. Waarom is dit een tegenargument? In hoeverre was Omnia Wonen betrokken bij de witboekfase?

Vraag

Antwoord rol die zij binnen programma 1 Samenleving hebben, geen deelnemer te zijn.

Pag. 35-45 Op deze pagina’s wordt een weergegeven welke denkrichtingen nog geen inschatting van opbrengsten mogelijk maken. In de kaderbrief wordt op pag. 10 (slechts) € 50.000 (2024) en € 100.000 (2025) begroot. Gezien de omvang van deze rubrieken (bijv. leerlingenvervoer, ingekocht zorg, jeugdzorg) is dit een zeer gering bedrag, dat bij lange na niet in de buurt komt van de ca. 15% die op programma 1 bezuinigd dient te worden. Kunt u nader toelichten waarom de verwachtingen voor de opbrengst van deze denkrichtingen zo laag zijn ingeschat? (De gedachten achter de transformatie zouden toch veel meer besparingen op moeten kunnen leveren? /Dit beleid is toch ook al ingezet?)

Dit bedrag is gebaseerd op een ruwe en voorzichtige inschatting van de mogelijke opbrengsten van de denkrichtingen. Sommige denkrichtingen zonder geschatte opbrengst hebben betrekking op dezelfde thema’s als andere voorstellen waar al wel een inschatting van de mogelijke besparing is gemaakt. Zo zijn er meerdere voorstellen over leerlingenvervoer, ingekochte zorg en jeugdzorg die, wanneer u instemt, geëffectueerd zullen worden. Aangezien de bezuinigingsvoorstellen bij elkaar grote impact zullen hebben op deze onderdelen en tot verschuivingen zullen leiden, waarvan de gevolgen nu niet volledig in kaart te brengen zijn, zijn we voorzichtig met de inschatting wat de denkrichtingen zonder geschatte opbrengst op die thema’s nog meer op kunnen brengen.

Pag.35-45 Wat opvalt is dat er geen denkrichtingen zijn over diverse onderdelen die volgens de toelichting van de begroting wel gedeeltelijk beïnvloedbaar zijn. Bijv. de Adviesraad sociaal domein staat genoemd bij de besparingsvoorstellen en ook de uitvoeringskosten van de backoffice (Amersfoort), maar de subsidie CDKS staat nergens genoemd.

Het principe van de bezuinigingsdialoog is dat belangen met elkaar in gesprek gaan over bezuinigingsmogelijkheden. De voorstellen komen van de deelnemers. Alle voorstellen die door hen gedaan zijn hebben een plek gekregen in het witboek.

Is er een logica aan te geven m.b.t. de keuzes die zijn gemaakt om besparingsvoorstellen wel/ niet in te brengen? en: als voorbeeld: wij verwachten nog de evaluatie van CDKS. Mag verondersteld worden dat het bespreekbaar is dat ook de CDKS in denkrichtingen kan worden meegenomen? Geldt dat ook voor andere rubrieken die nu nergens staan genoemd? Pag. 51 Kunt u toelichten waarom de regie op het programma Cultuurhuis ongewijzigd blijft als de programma coördinator niet meer aanwezig is? In hoeverre is deze regie geborgd als deze elders (bij vrijwilligers?) wordt ondergebracht?

Nr. 20, 17,18. Een aantal gebruikers van het Cultuurhuis heeft aangegeven dat er een relatie is tussen de subsidie en de huur die wordt betaald (ook om de komst naar het Cultuurhuis te stimuleren). Tijdens de inspraak van Stichting Oud Woudenberg is gesproken over de hoge huurbedragen van onder andere deze stichting en dat deze niet marktconform zouden zijn -

In hoeverre zijn de huurbedragen van de verschillende gebruikers met gemeentesubsidie marktconform? M.a.w.: in hoeverre is er sprake van

De denkrichtingen worden uitgewerkt volgens de lijn die is besproken met de deelnemers. Daar is draagvlak voor bij de deelnemers. Er worden geen rubrieken toegevoegd. De voorstellen komen voort uit de bezuinigingsdialoog en het proces met de deelnemers is afgerond.

Het voorstel is gericht op het aanpassen van de arbeidsovereenkomst met de programma coördinator en niet om de programmacoördinator op een andere plek te laten werken. De programmacoördinator blijft in het Cultuurhuis werken. De programmacoördinator is nu ingehuurd via een dure constructie. Het contract loopt 30 november af. Daarna wordt er een overeenkomst afgesloten op basis van een lager bedrag. De huurbedragen zijn destijds met de totstandkoming van het cultuurhuis berekend. Deze zijn niet marktconform maar gebaseerd op het sluitend krijgen van de exploitatie van het cultuurhuis. Als zowel de huur als de subsidie wordt verlaagd, levert dat geen bezuiniging op. Het voorstel van de dialooggroep is om de subsidie te verlagen maar de huur niet. De organisaties in het Cultuurhuis moeten dan op zoek naar andere financieringsstromen (fondsen, verhoging bijdragen) om de huur te kunnen blijven betalen. Voor de bibliotheek is de bezuiniging overigens meer dan alleen gericht op de huur. De organisaties in het Cultuurhuis moeten dan op zoek naar andere

Vraag

-

-

Antwoord kunstmatig hoge huurbedragen voor het huren van ruimte in het Cultuurhuis waar de stichtingen zelf niets van “voelen”, omdat deze als subsidiebedrag wordt verstrekt aan deze stichting? Als de huur (bijvoorbeeld met 50%) wordt verlaagd, mag verondersteld worden dat de subsidie ook kan worden verlaagd. Is dit een realistische optie? Welke betekenis heeft dit voor de gemeentelijke begroting en de exploitatie van het Cultuurhuis? Als organisaties besluiten te stoppen danwel elders hun activiteiten uit te voeren, welke gevolgen heeft dit voor de gemeentelijke begroting en de exploitatie van het Cultuurhuis?

Welke mogelijkheden ziet u om de kapitaal- en exploitatielasten van het Cultuurhuis aan te passen, waardoor mogelijk de huur voor de gebruikers positief kan worden beïnvloed? Betr. Cultuurhuis: In hoeverre is de huur die DKS gaat betalen hoger of lager dan het bedrag dat zij nu betalen? En in samenhang daarmee: hoeveel gaat de verhuizing kosten en de nodige aanpassingen in het Cultuurhuis om deze aan de eisen van DKS te kunnen laten voldoen? Pag. 52: Wat is de onderbouwing van het percentage van 15 wat genoemd staat bij nr. 9? Pag. 53: In hoeverre wordt de doelgroep betrokken bij de verwezenlijking van nr. 44 Waarom leidt dit tot een besparing, bij de Kleine Schans worden toch ook kosten gemaakt?

financieringsstromen (fondsen, verhoging bijdragen) om de huur te kunnen blijven betalen of in het geval van de bibliotheek ook een deel van de collecte/personeel/activiteiten in stand te houden. Als dit lukt dan levert dat een structurele bezuiniging op. Als de organisaties de huur niet meer kunnen betalen en moeten vertrekken, dan moeten er nieuwe huurders worden aangetrokken die zelf de huur betalen. Zo levert dit een structurele bezuiniging op. Als er geen nieuwe huurders worden gevonden, heeft dat een negatief effect op de gemeentelijke begroting en de exploitatie van het cultuurhuis. Op dit moment wordt het beheer uitgevoerd door vrijwilligers van de Stichting Cultuurhuis en zijn daar geen kosten aan verbonden voor de gemeente. Als deze constructie ook onder veranderende omstandigheden overeind blijft, drukt dit niet op de begroting van de gemeente.

De huur en de service kosten van DKS worden nog bepaald. De Stichting van het Cultuurhuis wordt hierbij betrokken. Voor de verhuizing van DKS naar het cultuurhuis wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van huidige spullen in de Schans. Daarnaast is er overleg met de Rabobank over mogelijk hergebruik van delen van hun inrichting. Voor de verhuizing worden verder eigen mensen en materieel van de gemeente ingezet. Dit percentage is voorgesteld door de deelnemers aan de bezuinigingsdialoog.

Indien het voorstel wordt aangenomen en het is de wens van de gemeenteraad is het mogelijk om de doelgroep te betrekken bij de verwezenlijking van dit voorstel.

Is overwogen het Jeugd- en Jongerenwerk bij een andere organisatie (niet DKS) onder te brengen?

Bij De Kleine Schans worden ook kosten gemaakt, maar naar verwachting zijn deze lager dan het inhuren van de huidige Jeugd- en Jongerenwerkorganisatie. Er is geen dergelijk voorstel uit de bezuinigingsdialoog voortgekomen waarin wordt voorgesteld om dit bij een andere organisatie (niet DKS) onder te brengen.

Pag. 54/55 Nr. 79 en 27.

1.

1.

2.

In hoeverre kan er gedifferentieerd worden in het aanbod? Anders gevraagd: het kan zijn dat de ene dementerende belang heeft bij Trefpunt, maar dat het voor een andere minder prettig is; kunnen beide dementerenden passende activiteiten aangeboden krijgen? In een reactiebrief op de voorgenomen bezuinigingsvoorstellen stelt Trefpunt dat deze niet toegerust is op het werken met dementerenden

2.

Dit kan. De versteviging van het aanbod van het Trefpunt maakt dat er meer ingespeeld kan worden op de individuele ondersteuningsbehoefte. Bij de uitwerking van voorstel 79 hebben we rekening gehouden met budget voor professionele ondersteuning en samenwerking met verschillende maatschappelijke partners. Op deze manier wordt het Trefpunt verstevigd zodat de vrijwilligers toegerust zijn om te werken met dementerenden. Demen Talent is een methode om dementerenden zo lang mogelijk in hun eigen netwerk te laten functioneren. Het financieel saldo zoals opgenomen in het witboek is de resultante

Vraag

3. 4. 5.

Antwoord omdat de vrijwilligers de kennis hier niet voor hebben. Dat zou een overstap van deze groep naar Trefpunt bemoeilijken. Hoe ziet u dit, mede in samenhang met de voorgenomen bezuiniging op Demen Talent? Hoe wordt de relatie tussen Trefpunt en Demen Talent gezien? (Nr. 27 lijkt een beroep te doen op mantelzorg; in hoeverre is dit een terechte conclusie?) Hoe kunnen de genoemde bedragen worden onderbouwd? In hoeverre is het terecht, bijvoorbeeld op basis van ervaringen en onderzoek, om een groter beroep te doen op het eigen netwerk, zoals mantelzorg, van de dementerende?

Pag. 56 Nr. 75. In het voorstel over leerling vervoer (nr. 58) wordt aangegeven dat lasten naar draagkracht verdeeld kunnen worden. Waarom komt dit beginsel hier niet terug? In hoeverre is er het risico dat voor de ene zorgvragen 1,5 uur te veel is, en voor de andere te weinig; wat betekent maatwerk in deze?

Pag. 57: Nr. 43: Graag een nadere onderbouwing/ toelichting van dit voorstel voor de drie taken. Ze lijken nogal ingrijpend (bijv. GGDrU opzeggen, waarin nauw wordt samengewerkt met andere gemeenten en de backoffice zorgkantoor in Amersfoort vervangen?) (Wordt geduid op marktwerking bij de uitvoering van wettelijke taken? Hoe verhoudt zich dit met tendensen dat marktwerking in de zorg als minder effectief wordt gezien? In hoeverre is het inschakelen van een commerciële partij niet een breuk met de gedachten die er waren bij het oprichten van de coöperatie De Kleine Schans?) + Graag een toelichting op/ onderbouwing van de genoemde bedragen.

van de benodigde investering voor de uitvoering van Demen Talent en de verwachte besparing op de kosten van de dagactiviteiten. 3. Idealiter worden licht-dementerenden bijvoorbeeld vrijwilligers bij het Trefpunt. Ook is het denkbaar dat de professional die ondersteuning biedt aan de vrijwilligers van het Trefpunt ook mensen coacht in hun Demen Talent-traject. Het is geen terechte conclusie dat voorstel 27 een beroep doet op mantelzorg. Het is een methode waarin mensen met dementie als vrijwilliger kunnen blijven functioneren met behulp van een professionele coach. Dit is geen mantelzorger. 4. Voorstel 79: De genoemde bedragen zijn schattingen gebaseerd op de realisatiecijfers 2019. Voorstel 27: Deze bedragen zijn tot stand gekomen in samenspraak met de Moriahoeve die goed is ingevoerd in de methode en de werkwijze van Demen Talent. Hierin zijn de kosten van de coach meegenomen, afgezet tegen de besparing die het oplevert wanneer deze mensen geen beroep doen op geïndiceerde zorg. 5. Zoals uit voorgaande beantwoording blijkt, doen voorstel 27 en 79 geen groter beroep op het eigen netwerk. Dit beginstel komt niet terug omdat ten aanzien van leerlingenvervoer het vragen van een getrapte inkomensafhankelijke eigen bijdrage wettelijk is toegestaan en binnen de Wmo niet en een vast abonnementstarief verplicht is. In basis gaan we ervan uit dat 1,5 uur voldoende is.

Maar er wordt altijd gekeken naar de persoonlijke situatie van de zorgvrager. Dus meer of minder uren indiceren blijft mogelijk. De wettelijke taken die de GGDrU voor ons uitvoert kunnen we niet opzeggen. Als alternatief hebben we zelf voorgesteld om te bezuinigen op niet-wettelijke taken (halvering budgetten voor huiselijk geweld en kindermishandeling en epidemiologie). Voor de uitvoering van deze taken betalen wij nu een kleine € 2.000. Dit bedrag wordt bespaard. Huiselijk geweld wordt ook binnen DKS opgepakt. Voor wat betreft re-integratie hoeft dit niet ingrijpend te zijn. In de huidige situatie wordt re-integratie via een ZZP-constructie ingehuurd. Door zelf iemand in dienst te nemen kan dit goedkoper worden uitgevoerd. De dienstverlening blijft daarmee ongewijzigd. Voor re-integratie is er een inschatting gemaakt die samen met HRM doorgerekend zal moeten worden. Pas dan is duidelijk wat de exacte besparing zal bedragen. Bij de start van de decentralisaties hadden alle gemeenten uit Regio Amersfoort hun zorgadministratie bij de gemeente Amersfoort belegd. Inmiddels is Woudenberg, samen met Eemnes, naast Amersfoort zelf, de enige gemeente. Baarn, Bunschoten en

Vraag

Pag. 58 Welke tussenvoorziening wordt bedoeld bij nr. 60? Welke activiteiten worden dan niet meer uitgevoerd zodat daarop bespaard wordt?

Pag. 59: Nr. 51 Past hier niet maatwerk bij? Bijv. een vaste vergoeding, waarbij de client zelf een keuze kan maken tussen elektrische fiets of gewone fiets?

Pag. 61: Nr. 35. Waaruit dient de wettelijke ondersteuning te bestaan? Als de ondersteuning ambtelijk gebeurt, brengt dit ook kosten met zich mee. In hoeverre is het realistisch dit als besparing voor te stellen?

Pag. 62: Nr. 86. Wat wordt bedoeld met: Er is veel mogelijk via kerken en andere organisaties. Waar kunnen we dan aan denken? Is het voor een gemeente mogelijk bij de regiotaxi het draagkrachtprincipe toe te passen?

Antwoord Soest hebben een gemeenschappelijke regeling waarin ze meerdere taken samen belegd hebben. Leusden is overgegaan naar een commerciële aanbieder. De regiogemeenten laten zien dat het mogelijk is om de zorgadministratie te laten uitvoeren tegen minder kosten. Wanneer we overstappen moeten wel uittredings-en ontvlechtingskosten betaald te worden aan de huidige uitvoerder. Na ongeveer drie jaar is een alternatief daarom goedkoper. Er wordt hierbij gedoeld op de pilot onderwijs en specialistische jeugdhulp. Dit is een samenwerking tussen het onderwijs (de samenwerkingsverbanden), de 7 regiogemeenten en de BSA. De kern van de OSJ is dat er vaste specialistische jeugdhulpverleners in de school voor (speciaal) onderwijs aanwezig zijn en jeugdhulp bieden zonder dat hiervoor een verwijzing nodig is. De specialistische jeugdhulpverlener staat niet los, maar werkt nauw samen met het onderwijs(zorg)team. Het uitgangspunt is dat door vraaggericht te werken een passend antwoord gezocht wordt op hulpvragen en ondersteuningsbehoeften van school en leerling en waarbij er een transfer is met de thuissituatie. Hierdoor wordt bespaard op beschikte jeugdzorg. De implementatie gebeurt vanuit de BSA vanuit het hen toegekende budget. Hiervoor zijn dus geen extra middelen nodig. Indien dit voorstel wordt aangenomen dan zal hier verder onderzoek naar worden gedaan.

De verwachting is dat maatwerk, zoals vaker bij het leerlingenvervoer, een passende oplossing zal bieden. De wettelijke ondersteuning is niet gespecificeerd. In artikel 2.1.3. lid 3c van de Wmo staat enkel dat de adviesraden moeten ‘worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen’. Het voorstel is niet om de ondersteuning dan ambtelijk te regelen. Er is alleen aangegeven dat veel gemeenten dit zo doen. De ASD houdt nog een aanzienlijk budget voor ondersteuning over. Dit is meegenomen vanuit het voorstel van de bezuinigingsdialoog, er kan alleen een inschatting gemaakt worden over de achterliggende gedachte. De inschatting wordt gemaakt dat dit bijvoorbeeld kan betekenen dat een gedeelte van het vervoer opgevangen wordt door vervoer vanuit de kerken. Dit is, gezien de huidige structuur, niet mogelijk. Op dit moment ligt de uitvoer en de contractafspraken in handen van de provincie en heeft de gemeente hier zelf niet in zoverre beleidsvrijheid voor om dit anders te besluiten.

Vraag

Antwoord

Pag. 65: Nr. 13. De sportverenigingen nemen allen deel aan het lokaal sportakkoord, waarmee al sprake is van maatschappelijke participatie, ook zijn honderden Woudenbergers als vrijwilliger actief bij de verenigingen.

De precieze insteek van de maatschappelijke participatie en hoe deze kan worden gedefinieerd dient nog verder te worden onderzocht. Dit voorstel vraagt nog meer uitwerking van maatschappelijke participatie en de richtlijnen voor het terugverdienen. We zien dat verschillende voorstellen en denkrichtingen het opzetten van (informele) voorzieningen voor specifieke doelgroepen omvatten. Sportverenigingen zouden hier een rol kunnen spelen, dit zou onder de noemer maatschappelijke participatie kunnen vallen. Hiervoor kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden, welke meegenomen kunnen worden in de subsidiebeschikking.

-

In hoeverre wordt verondersteld dat sportverenigingen dan nog meer kunnen bijdragen aan maatschappelijke participatie en hoe gaat dat gemeten worden?

Is het verlenen van een vergunning door de gemeente nodig om sportaccommodatie De Grift op zondag open te kunnen stellen teneinde meer huuropbrengsten te genereren?

Pag. 66: Nr. 17. Juist in de huidige tijd is de bibliotheek van grote waarde (zie ook de ‘tegen’ argumenten); dit is door de inspreker nog eens benadrukt, als ook de samenwerking met Eemland en de indirecte ‘subsidie’ van de gemeente Amersfoort. -

Hoe realistisch acht u een bezuiniging van 50% in relatie tot de waarde die maatschappelijk wordt toegekend aan de functie van een bibliotheek? In hoeverre is het in relatie tot de taken en functie van de bibliotheek bewezen realistisch om de bibliotheek elders te huisvesten?

Pag. 67: In nr. 18 wordt 50% bezuinigd op subsidie voor de Stichting Kunst en Cultuur. Welke gevolgen heeft dit voor (de toegankelijkheid van) kunst en cultuur in Woudenberg?

Pag. 69: Nr. 25 Hoeveel mensen maken gebruik van de ene en de andere aanbieder van clientondersteuning?

Pag. 70: Nr. 85 Hoeveel personen maken gebruik van het budget voor sociaal medische indicaties? Wat is informeel ondersteuningsgezin?

De Zondagswet stelt dat er alleen een ontheffing nodig is voor activiteiten voor 13.00. Voor overige activiteiten is geen vergunning nodig.

Dit is een voorstel van de dialooggroep. Op basis van voor- en tegenargumenten hebben zij geconcludeerd dat dit mogelijk moet zijn. Als dat niet haalbaar is en het leidt tot vertrek van de bibliotheek, dan stoppen er ook andere activiteiten die de bibliotheek nu voor ons uitvoert en waarvoor ze op een andere manier worden gesubsidieerd zoals de voorleesexpres, boekstart in de kinderopvang en het Taalcafé. Deze activiteiten zijn gekoppeld aan een fysieke bibliotheek. Dit is niet nader onderzocht. In ieder geval is er een basiscollectie nodig om de bibliotheek in stand te houden en daarvoor is voldoende ruimte nodig.

Dat kunnen we nu niet inschatten. Het hangt ervan of het de Stichting Kunst en Cultuur lukt om andere geldstromen aan te boren (fondsen, verhogen bijdragen). De huur voor het gebruik van het Cultuurhuis verandert niet. Mocht het niet haalbaar zijn voor de Stichting, dan vinden ze misschien een goedkopere plek in Woudenberg. Of het Cultuurhuis ook bestemd blijft voor kunst en cultuur, hangt ook samen met de keuze of alle ruimtes alleen aan organisaties op het gebied van kunst en cultuur worden verhuurd. De identiteitsgebonden aanbieder begeleidt ongeveer 5 personen per jaar tijdens hun aanvraag. De niet identiteitsgebonden aanbieder begeleidt rond de 40 personen per jaar. Dit wisselt per jaar. Maar doorgaans maken er circa 2 tot 4 gezinnen gebruik van deze regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1222/documents/30880