CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Schoolstraat 9_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 3 Aanvullend onderzoek vleermuis en gierzwaluw.pdf

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 9: Vaststellen bestemmingsplan Schoolstraat 94.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naderonderzoek vleermuis en gierzwaluw Schoolstraat 9 en Middenstraat 2-4 te Woudenberg

Nijverdal, 15 juli 2021 Projectnummer 21.91

Colofon Door

Telefoonnummer: E-mail: Internet Project Auteur: Gecontroleerd: Datum Status:

Otte Groenadvies BV Brilsweg 1a 7441 BV Nijverdal 06 18 95 19 55 tjitske@ottegroenadvies.nl www.ottegroenadvies.nl 21.91 T.M. Stam – Propedeuse Hoger Beroepsonderwijs en Natuurbeheer Ing. P. Otte 15 juli 2021 Eindrapportage

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.

Brilsweg 1a 7441 BV te Nijverdal Tel: 06 - 511 77 946 mail: info@ottegroenadvies.nl

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ...................................................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding .................................................................................................................................................... 4 1.2. Doel .............................................................................................................................................................. 4 1.3. Huidige situatie ........................................................................................................................................... 4 1.4. Project voornemen ....................................................................................................................................... 6 2. Wetgeving................................................................................................................................................... 7 3. Methodiek .................................................................................................................................................. 8 3.1. Werkwijze vleermuizenonderzoek .............................................................................................................. 8 3.2.

Werkwijze gierzwaluwonderzoek ................................................................................................................ 8 4. Resultaten en effectenbeoordeling ............................................................................................................. 9 4.1. Resultaat vleermuizen ................................................................................................................................. 9 4.2. Resultaat gierzwaluwen ............................................................................................................................ 11 5. Conclusie .................................................................................................................................................. 12 5.1. Overzicht van de bevindingen .................................................................................................................... 12 5.2. Aanbeveling ............................................................................................................................................... 12 6. Geldigheid ................................................................................................................................................ 13 7.

Bibliografie ............................................................................................................................................... 14 Bijlagen 1 & 2 Wettelijk kader ....................................................................................................................... 15 Bijlage 1: Wet natuurbescherming ................................................................................................................... 15 Bijlage 2: Jaarrond beschermde nesten ............................................................................................................ 17

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten Wet natuurbescherming. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. In dit kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de voorgenomen amovatie van de bestaande bebouwing (Otte Groenadvies, 2020). Uit de quickscan is naar voren gekomen dat het plangebied mogelijk fungeert als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen en gierzwaluwen. Indien dat het geval is, heeft de ruimtelijke ingreep mogelijk consequenties voor deze soorten en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om deze reden is geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de functionaliteit van het plangebied voor deze soorten.

1.2. Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Vleermuizen • Welke soorten vleermuizen komen momenteel voor in het plangebied? • Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige vleermuizen? • Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de wet Natuurbescherming? Gierzwaluwen • Zijn er gierzwaluwen aanwezig? • Welke functie(s) heeft de planlocatie en de omgeving voor deze soort? • Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? • Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren?

1.3. Huidige situatie de

De planlocatie ligt in de bebouwde kom van Woudenberg. Woudenberg was in de 18 eeuw bekend vanwege het grootschalig verbouwen van tabak, een straat die naar deze periode verwijst is Tabaksland. Tot het eind van de Tweede Wereldoorlog bleef het dorp ongeveer zoals het al honderden jaren was, met straten als Voorstraat, Middenstraat en Achterstraat (tegenwoordig Burgwal en Schoolstraat) (Gemeente Woudenberg, z.d.) Het plangebied betreft de percelen aan de Schoolstraat 9 en de Middenstraat 2-4. Aan de Schoolstraat staat een woonhuis, een schuur en een loods, het woonhuis blijft behouden. Op het perceel aan de Middenstraat 24 staan meerdere geschakelde gebouwen waaronder een winkelpand, een woning, een schuur en een overkapping. Het aanwezige groen op de percelen bestaat uit coniferen hagen, een klein deel gazon en enkele wilgen. De onderzoekslocatie is verhard met diverse verhardingssoorten, afgewisseld stenen en tegels.

4

Afbeelding 1. Locatie plangebied (rood) (Google Maps, z.d.) (Pdok, z.d.)

Schoolstraat

Middenstraat Afbeelding 2. Locatie plangebied (rood). In potentie geschikt voor vleermuizen: 2. Schuur. 5. Werkschuur. 6. Te amoveren woning. 7. Winkelpand. (Google Maps, z.d.)

5

1.4. Project voornemen Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt de bestaande bebouwing met uitzondering van de hoofdwoning (Schoolstraat 9) geamoveerd en wordt op dezelfde locatie 24 microwoningen geplaatst. Ten behoeve van de reconstructie verdwijnt plaatselijk begroeiing. Overigens blijft dit beperkt tot de coniferenhaag. De werkzaamheden zijn gepland na het verkrijgen van benodigde vergunningen.

6

2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van het in het wild voorkomende planten en dieren en de bescherming van gebieden. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De verbodsbepalingen, die handelingen die het voortbestaan van planten en diersoorten in gevaar kunnen brengen verbieden, is een belangrijk onderdeel in de Wnb. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten, zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep. De Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes: • • •

Vogelrichtlijnsoorten; Habitatrichtlijnsoorten; Andere soorten.

De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie anders. De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling of is het mogelijk van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien: • • •

Er geen bevredigend alternatief is; Er is geen sprake is van een wettelijk belang; Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstig staat van instandhouding van de soort.

Zie bijlage 1 voor het wettelijk kader van de soortenbescherming in de Wnb. De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in onderliggende natuurtoets, zie verder in paragraaf 4.1 aanwezigheid beschermde soorten (Overheid, 2020).

7

3. Methodiek Allereerst zal in hoofdstuk 3 de werkwijze voor het vleermuizenonderzoek besproken worden waarna het gierzwaluwenonderzoek aan bod komt. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van het doel van de verschillende veldbezoeken, de onderzoeksdata en de bijbehorende weersomstandigheden.

3.1. Werkwijze vleermuizenonderzoek Tijdens het onderzoek is gewerkt volgens de richtlijnen voor het inventariseren van vleermuizen, die zijn opgesteld door het Vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus; ‘Protocol voor vleermuisinventarisaties' 2017. De vleermuisdetector is bij het vleermuisonderzoek een onmisbaar apparaat. Met dit apparaat worden de ultrasone geluiden van vleermuizen hoorbaar gemaakt. Door verschillen in klank, ritme en andere kenmerken is het mogelijk de verschillende soorten te onderscheiden en de aard van gedrag te bepalen. Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een batdetector (Pettersson D240x) en de Echometer Touch Pro 2 van Wildlife acoustics. Waar nodig zijn hoogwaardige digitale geluidsopnamen worden gemaakt met de Roland R-05 voor het uitvoeren van een soortenanalyse. Gedurende de veldbezoeken is bij daglicht op de locatie gezocht naar sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (vleermuiskeutels, meststrepen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen). Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind, langdurige regenval, dichte mist en lage temperaturen zijn belemmerende factoren. Tijdens dergelijke weersomstandigheden wordt niet gewerkt.

Gedurende de veldbezoeken werd het onderzoeksgebied en directe omgeving geïnventariseerd om een goed beeld te krijgen van het gedrag en mogelijke verblijfplaatsen.

3.2. Werkwijze gierzwaluwonderzoek Het onderzoek naar de gierzwaluw is, daar waar mogelijk, gecombineerd met het vleermuisonderzoek. Hiervoor is de methodiek gehanteerd van SOVON en volgens het kennisdocument 'Gierzwaluw' (Apus Apus) versie 1.0, Bij12 juli 2017. Tijdens de veldbezoeken is aandacht besteed aan het vaststellen van broedterritoria van de gierzwaluw. Tijdens de onderzoeksrondes is gelet op paren (bij potentiële nestplaats) en aanwijzingen voor nesten (nestbouw, bezoek aan waarschijnlijke nestplaats, transport van voedsel of ontlastingspakketjes of bedelende jongen in nest) (BIJ12, 2017). Tijdens de inventarisatie dient de aan- of afwezigheid van nest- en rustplaatsen van de gierzwaluw worden aangetoond. Tijdens de inventarisatie moet gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de gierzwaluw afhankelijk, om zo de meest kansrijke plekken voor aantreffen te bepalen. Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Barr & Stroud, Sierra Binocular 8x42). Het perceel, de bebouwing en directe omgeving zijn rustig bekeken.

8

4. Resultaten en effectenbeoordeling In onderstaand is een overzicht gegeven van de uitgevoerde onderzoeken, onderzoeksdata en omstandigheden tijdens het onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluwen. De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door Ing. P. Otte, directeur/eigenaar bij Otte Groenadvies en T.M. Stam, Gecertificeerd Stadswerk Flora en Fauna controleur.

4.1. Resultaat vleermuizen Tijdens de nader onderzoeken is er een soort vleermuis waargenomen, namelijk: • Gewone dwergvleermuis. Waarnemingen planlocatie Soort Aanwezigheids- indicatie Gewone dwergvleermuis

Bijzonderheden: verblijfplaatsen, vliegroutes, ect.

Beschermd

Foeragerend/overvliegend

Tabel 1. Waargenomen soorten Vleermuizenonderzoek Datum

Soort onderzoek

Periode

Tijdstip onder zoeken

Zon op/onder

Eerste/ laatste waarneming totaal

Temp.

Windkr.

Weertype

1 september 2020 (2 personen)

Najaar

Avond

20.15 uur/ 23.00 uur

06.49 uur/ 20.22 uur

Eerste: 20.34 uur Gewone dwergvleermuis

16°C

2 Bf

Helder

23 september 2020 (2 personen)

Najaar

Ochtend

5.15 uur/ 7.25 uur

7.22 uur

Laatste: 7.15 uur Gewone dwergvleermuis

11°C

2 Bf

Bewolkt

31 mei 2021 (2 personen)

Voorjaar

Avond

21:45 uur/ 23.45 uur

05.20 uur/ 21.46 uur

Eerste: 22.02 uur Gewone dwergvleermuis

13°C

1 Bf

Licht bewolkt

26 juni 2021 (2 personen)

Voorjaar

Avond

21.50 uur/ 00.00 uur

05.16 uur/ 22.01 uur

Eerste: 22.34 uur Gewone dwergvleermuis

21°C

2Bf

Helder

30 juni 2021 (2 personen)

Voorjaar

Ochtend

3.15 uur/ 5.25 uur

5.25 uur/ 21.57 uur

Laatste: 4.40 uur Gewone dwergvleermuis

13°C

3Bf

Bewolkt/ miezerregen

Tabel 2. Overzicht waarnemingen (Zonsopgangzonsondergang, z.d.)

Gewone dwergvleermuis Habitat gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een sociale vleermuis en een echte cultuurvolger en daarom ook veel in de bebouwde omgeving te vinden. De verblijfplaatsen bevinden zich in of om gebouwen. In de levenscyclus van deze soort kennen zich meerdere periodes, zoals de winterslaap, paar- en balts periode en de kraamtijd. Voor elke periode worden verschillende eisen aan een verblijfplaats gesteld. In de verschillende perioden en in de loop van de seizoenen gebruiken ze een netwerk aan verschillende verblijfplaatsen, vliegroutes en jachtgebieden (BIJ12, 2017).

9

Aanwezig habitat planlocatie • •

Potentieel foerageergebied; Potentiele verblijfplaatsen onder het dak van de bebouwing (zomer, kraam en paarverblijfplaatsen);

Waarnemingen onderzoek Verblijfplaatsen/zwermgedrag Tijdens de veldbezoeken in het voor- en najaar zijn geen waarnemingen gedaan waaruit de aanwezigheid van verblijfplaatsen blijkt. Op de planlocatie zijn er tevens geen baltsende dwergvleermuizen waargenomen, ten zuidoosten van de planlocatie is er een enkele vleermuis baltsend boven de woningen waargenomen. Zowel in het plangebied als de directe omgeving hiervan zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Foerageergebied Tijdens de onderzoeksmomenten in het voor- en najaar zijn enkele individuen van gewone dwergvleermuis meerdere malen foeragerend waargenomen. Vlieg- en mitigatieroute Het vliegpatroon van de gewone dwergvleermuis was enigszins diffuus. Echte overduidelijke vliegroutes waarbij met een zekere regelmaat vleermuizen passeren zijn niet waargenomen.

Afbeelding 3. Overzichtskaart waarnemingen (Google Maps, z.d.)

10

4.2. Resultaat gierzwaluwen Habitat gierzwaluw Gierzwaluwen broeden in door mensen gecreëerde habitats. In Nederland worden ze vooral onder pannendaken en in overstekken aangetroffen. Met het uitvliegen laten de vogels zich naar beneden vallen, huizen met steile daken of hoekwoningen met blinde muren hebben een grote aantrekkingskracht op de soort uit (BIJ12, 2017). Aanwezig habitat planlocatie • •

Potentieel foerageergebied; Potentiele verblijfplaatsen onder het dak van de bebouwing.

Gierzwaluwenonderzoek Datum Periode

Tijdstip onder zoeken

Zon op/onder

Temp.

Windkr.

Weertype

31 mei 2021

Voorjaar

21.00 uur/ 22.30 uur

05.20 uur/ 21.46 uur

13°C

1Bf

Licht bewolkt

26 juni 2021

Voorjaar

21.00 uur/ 22.30 uur

05.16 uur/ 22.01 uur

21°C

2Bf

Helder

9 juli 2021

Voorjaar

21.00 uur/ 22:30 uur

05.27 uur/ 21.55 uur

13°C

3Bf

Licht bewolkt

Tabel 3. Overzicht waarnemingen (Zonsopgangzonsondergang, z.d.) Verblijfplaatsen Tijdens de veldinventarisaties zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen. In de directe omgeving aan de Schoolstraat is wel een nestplaats aanwezig. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben geen negatieve effecten op deze verblijfplaats. Foerageergebied Gierzwaluwen vangen insecten in de lucht. Op zoek naar voedsel kunnen ze kilometers van hun nestplaats vandaan vliegen. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft hierop geen invloed. Omgeving Veel van de gebouwen in de directe omgeving zijn in potentie geschikt voor de gierzwaluw. Tijdens de onderzoeksmomenten zijn gierzwaluwen en een verblijfplaats waargenomen. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen hebben geen negatief effect op het leefgebied van de gierzwaluw, aldaar elders in de omgeving huizen staan die meer geschikt zijn.

11

5. Conclusie 5.1. Overzicht van de bevindingen Soortgroepen Vleermuizen – verblijfplaatsen Vleermuizen – vliegroute Vleermuizen – foerageergebied Gierzwaluwen

Aanwezigheid geen geen geen geen

Effecten geen geen geen geen

Aanbevelingen geen geen geen geen

5.2. Aanbeveling Vleermuizen en gierzwaluw • Uit onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen geen belang vertegenwoordigt voor vleermuizen en gierzwaluwen. Hiervoor hoeft geen compensatie/mitigatieplan te worden opgesteld; • Op de planlocatie worden geen negatieve effecten verwacht op het foerageergebied van deze soorten; • De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen en gierzwaluwen; • Voor de geplande werkzaamheden hoeft geen ontheffing worden aangevraagd.

12

6. Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezag hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 1. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

13

7. Bibliografie BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Opgeroepen op 16 September - 14 Juli 20202021, van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis1.0.pdf BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument Gierzwaluw. Opgeroepen op 16 September - 14 Juli 2020-2021, van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf Gemeente Woudenberg. (z.d.). Gemeente Woudenberg. Opgeroepen op 4 Augustus - 14 Juli 2020-2021, van https://www.woudenberg.nl/ Google Maps. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 12 Mei - 14 Juli 28, 2020-2021, van https://www.google.nl/maps Otte Groenadvies. (2020). 20.114 Quickscan flora en fauna Schoolstraat & Middenstraat 2-4 te Woudenberg. Nijverdal. Overheid. (2020, januari 1). Wet Natuurbescherming. Opgeroepen op 28 Juni - 14 Juli 2021, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Pdok. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 12 Mei 2020, van https://www.pdok.nl/viewer/ Zonsopgangzonsondergang. (z.d.). Zonsopgangzonsondergang. Opgeroepen op 23 September - 14 Juli 18, 2020-2021, van https://www.zonsopgangzonsondergang.nl/hoe-laat-donker/

14

Bijlagen 1 & 2 Wettelijk kader Bijlage 1: Wet natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.2 1 Het is verboden vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of uit deze vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of ten verkoop aan te bieden.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel A, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel B, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verkoop, het vervoer voor verkoop, het onder zich hebben voor verkoop of het ten verkoop aanbieden van vogels van soorten, aangewezen op grond van het derde lid, en delen of producten van die vogels. 5 Een vogelsoort wordt op grond van het derde lid uitsluitend aangewezen, indien de handelingen, bedoeld in het eerste lid, uitgevoerd overeenkomstig regels als bedoeld in het vierde lid, er niet toe leiden dat het populatieniveau, de geografische verspreiding of de omvang van de voortplanting van deze soort in gevaar wordt gebracht of kan worden gebracht.

6 Het is verboden, anders dan voor verkoop, vogels, delen of producten als bedoeld in het eerste lid, onder zich te hebben of te vervoeren, tenzij deze vogels, delen of producten aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen. Artikel 3.3 1 Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2, zesde lid, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. 2 Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2, zesde lid, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. 3 Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van: a. de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, ten aanzien van vogels, dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of ten aanzien van uit deze vogels verkregen

15

4

producten van daarbij aangewezen soorten, of b. regels, gesteld krachtens artikel 3.2, vierde lid. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora of fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. 5 In een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden in elk geval voorschriften opgenomen, onderscheidenlijk regels gesteld, over: a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden, waarbij enkel het gebruik wordt toegestaan van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen, installaties of methoden; b. de tijd en plaats waarvoor de ontheffing of vrijstelling geldt, en c.

de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt. 6 De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2, zesde lid, zijn niet van toepassing op handelingen ten aanzien waarvan bij of krachtens enige wettelijke bepaling een besluit is vereist, indien bij of krachtens die wet is bepaald dat het desbetreffende besluit de handelingen uitsluitend toelaat indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, en dat aan het besluit de voorschriften worden verbonden, bedoeld in het vijfde lid. 7 De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2, zesde lid, zijn niet van toepassing op: a. handelingen ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2, en b. handelingen die zijn beschreven in en worden verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, een plan of een programma als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, of een programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste, zevende, of achtste lid, indien: 1°. ten aanzien van het beheerplan, het plan of het programma, althans het onderdeel dat betrekking heeft op de desbetreffende handelingen, is voldaan aan het in het vierde en vijfde lid bepaalde ten aanzien van ontheffingen en vrijstellingen, en 2°.

het bestuursorgaan dat het beheerplan, het plan of het programma heeft vastgesteld tevens bevoegd is voor de verlening van een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid voor dergelijke handelingen, of, als dat niet het geval is, het beheerplan, het plan of het programma is vastgesteld in overeenstemming met het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling. Artikel 3.4 Ingeval het vangen of doden van vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, bij of krachtens deze wet is toegestaan, is het verboden deze vogels: a. te vangen of te doden met: 1°. middelen, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Vogelrichtlijn; 2°. middelen, installaties of methoden voor massaal of niet-selectief vangen of doden van vogels, of

16

3°. middelen, installaties of methoden waardoor een soort plaatselijk kan verdwijnen, of b. te achtervolgen met behulp van vervoermiddelen, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Vogelrichtlijn, overeenkomstig de daar beschreven wijze. 2. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen en provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in het eerste lid. Artikel 3.3, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, voor het gebruik van motorboten op open zee onder de in bijlage IV, onderdeel b, tweede gedachtestreep, tweede volzin, bij de Vogelrichtlijn genoemde voorwaarden. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen, installaties of methoden worden aangewezen die in elk geval worden gerekend tot de middelen, installaties, onderscheidenlijk methoden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°.

Bijlage 2: Jaarrond beschermde nesten Vogels nemen in de Wet natuurbescherming een bijzondere positie in. De basis hiervoor vormt de Europese Vogelrichtlijn, waarin onder meer de bescherming gereguleerd is van alle inheemse en regelmatig voorkomende trekvogels, zodat deze ‘kunnen voortbestaan en zich kunnen voortplanten’. De wet natuurbescherming geeft aan dat álle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen beschermd zijn tijdens de broedperiode. Daarnaast zijn er een aantal kwetsbare vogelsoorten waarvan de nesten ook jaarrond zijn beschermd. RVO.nl heeft daartoe in 2009 een (aangepaste) lijst opgesteld met vogelsoorten die dit betreft. Het is een indicatieve lijst die als hulpmiddel gebruikt kan worden bij het bepalen of er voor een ruimtelijke ingreep een ontheffing aangevraagd moet worden en om te kijken welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Zie https://mijn.rvo.nl (zoeken op jaarrond beschermde nesten). Het is geen uitputtende lijst en op de lijst kunnen uitzonderingen ontstaan waardoor het nest van een bepaalde soort toch niet jaarrond beschermd is. Voor meer informatie kunt u zicht richten tot de provincie alwaar de desbetreffende activiteit plaatsvindt. Er wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën, waarbij de nesten van categorie 1 tot en met 4 jaarrond beschermd zijn en categorie 5 alléén tijdens de broedperiode.

Hierbij geldt echter dat wanneer ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden’ dat rechtvaardigen, ook de nesten van categorie 5 soorten jaarrond beschermd kunnen zijn. Voor deze soorten is daarom vaak ook inzicht nodig in de nesten en rustplaatsen in het plangebied en de omgeving. De onderscheiden categorieën zijn: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, ook buiten het broedseizoen gebruikt worden als vaste rust- en verblijfplaats (Steenuil) 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing of biotoop zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Roek, Gierzwaluw en Huismus) 3. Nesten van vogels, zijnde géén koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Grote gele kwikstaart, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar en Slechtvalk) 4. Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw) 5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (diverse soorten waaronder Boerenzwaluw, Groene specht en Torenvalk)

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1681/documents/36805