CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

07.c bijlage bestemmingsplan 0351-10 Archeologisch booronderzoek.pdf

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Kostverloren 16.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 3021 Woudenberg, Dorpsstraat 13 Gemeente Woudenberg (UT) Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Colofon Titel

Rapportnummer

Woudenberg, Dorpsstraat 13. Gemeente Woudenberg (UT). Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 3021

Auteur

A.T.L.E. van Bussel RMA

Versie

Versie 1.1

Status

Nog niet getoetst

Datum

12-10-2020

Projectnummer

20070088

Onderzoeksmelding Opdrachtgever

4902058100 De Bunte Vastgoed Oost b.v.

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid

Gemeente Woudenberg

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein

Omslagafbeelding

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum 16-10-2020

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost b.v. heeft Transect b.v. in samenwerking met Buro De Brug b.v. in oktober 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dorpsstraat 13 in Woudenberg (gemeente Woudenberg). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door middel van waarnemingen in het veld, zoals deze in een eerder stadium binnen dit projectkader is vastgesteld. •

•

•

•

•

Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat het plangebied in een natte en laag gelegen dekzandvlakte ligt, waarin sprake is van verspoeld dekzand. Het leem, dat de oorspronkelijke top van de natuurlijke afzettingen vormt, is mogelijk als gevolg van overstromingen vanuit een beek gevormd. In het zuidelijk deel van het plangebied is een humeuze historische ophooglaag aanwezig met eronder een humeuze lemige laag, die de oorspronkelijke natuurlijke bovengrond voorstelt. In beide zijn archeologische indicatoren aanwezig die wijzen op activiteiten in de Nieuwe tijd. In combinatie met de aanwezigheid van bebouwing op een historische kaart in het begin van de 19e eeuw is zodoende de kans dat er resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn, groot. Deze resten kunnen te relateren zijn aan deze schuur, maar kunnen ook uit de periode ervoor stammen. Zelfs resten uit de Middeleeuwen zijn niet uitgesloten, maar hiervoor bestaan vooralsnog geen aanwijzingen. In het noordelijk deel zijn verder geen aanwijzingen van het bestaan van resten van nederzetting. De ondergrond in het plangebied is aangetast tot een diepte van 50-75 cm -Mv. Dit is het gevolg van graafwerkzaamheden ten behoeve van de herinrichtingen in het gebied in het verleden en de bouw van de bebouwing in de jaren ’70 van de 20e eeuw, die hier tot voor kort heeft gestaan.

Onder de verstoringen is echter een deel van de historische ophooglaag en de humeuze leemlaag nog aanwezig. Op grond van de resultaten van het onderzoek is in het plangebied een tweedeling gemaakt met betrekking tot de archeologische verwachting op resten uit de Nieuwe tijd (zo mogelijk Late Middeleeuwen). In het zuidelijk deel is de verwachting hierop hoog vanwege de intactheid van de bodem, de aanwezigheid van een historische ophooglaag, de vondst van indicatoren (aardewerk, pijpaarde, baksteenbrokken) en de aanwezigheid van bebouwing op deze plek in het begin van de 19e eeuw. In het noorden ontbreken deze combinatie van zaken, hetgeen reden is de verwachting naar beneden bij te stellen. De ligging van deze verwachtingsgebieden is terug te vinden in bijlage 2. Voor de overige perioden blijft op grond van het bureauonderzoek de archeologische verwachting laag. Het leem, het verspoelde dekzand en de gereduceerde omstandigheden van de bodem wijzen allemaal op langdurig natte omstandigheden die niet geschikt zijn voor bewoning.

Advies In het zuidelijk deel van het plangebied is op basis van het archeologisch vooronderzoek sprake van een hoge archeologische verwachting op resten uit de Nieuwe tijd, zo mogelijk uit de Late Middeleeuwen vanaf een diepte van 30 cm -Mv (met inbegrip van een buffer van 20 cm op de geconstateerde verstoring, bijlage 2). Er bestaat echter het voornemen om in het plangebied een supermarkt te realiseren met daaronder een parkeerkelder tot 230 cm -Mv. Daarom verdient het de aanbeveling in het zuidelijk deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren (inventariserend veldonderzoek, karterende en waarderende fase). Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van proefsleuven, zo gauw de betonvloeren en verharding aan het maaiveld verwijderd is. In

het bijzonder richt de vraagstelling zich op de betekenis van de bebouwing uit de 19e eeuw in het plangebied en de aanwezigheid van eventuele voorgangers op die plaats. De onderzoeksstrategie zal op voorhand dit onderzoek moeten worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE) dat door de bevoegde overheid goedgekeurd moet worden. Zonder goedkeuring hiervan kan het onderzoek niet plaatsvinden. In het noordelijk deel van het plangebied wordt in het kader van de planvorming geen vervolgonderzoek geadviseerd. Daar is tijdens het vooronderzoek een lage archeologische verwachting vastgesteld. Wel geldt echter, dat op het moment tijdens de graafwerkzaamheden in dit gebied toch zaken worden gevonden, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het om archeologisch waardevolle resten gaat, op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, een meldingsplicht bij het Rijk. Deze melding kan gedaan worden bij de gemeente Woudenberg als bevoegde overheid. Het bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Woudenberg, om op basis van de resultaten van dit rapport een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

Inhoud 1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 7

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ............................................................... 8

3.

Afbakening van het plangebied ............................................................................................... 9

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik .............................................................. 11

5.

Beleidskader ........................................................................................................................... 12

6.

Achtergrondinformatie en archeologische verwachtingen ................................................... 13

7.

Werkwijze .............................................................................................................................. 15

8.

Resultaten veldonderzoek ..................................................................................................... 16

9.

Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................................ 18

10.

Conclusies en advies .............................................................................................................. 19

11.

Geraadpleegde bronnen ........................................................................................................ 21

Boorpuntenkaart .................................................................................................................... 22 Verwachtings-/advieskaart .................................................................................................... 23 Bijlage 3: Foto’s van boringen ................................................................................................................. 24 Bijlage 4: Boorbeschrijvingen .................................................................................................................. 25

1. Aanleiding In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost b.v. heeft Transect b.v.1 in oktober 2020 in samenwerking met Buro De Brug b.v. een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dorpsstraat 13 in Woudenberg (gemeente Woudenberg). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een supermarkt met ondergrondse parkeervoorzieningen. Volgens het bestemmingsplan Bebouwde Kom Woudenberg (2017) geldt in het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ (Omgeving beschermd archeologisch monument). In gebieden met deze waarde geldt een archeologische onderzoekplicht bij bodemingrepen vanaf 100 m2, die dieper reiken dan 30 cm -Mv. In een eerder stadium is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Sueur, 2018). Uit het bureauonderzoek bleek een lage verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen, door de ligging in een relatief laaggelegen deel van het landschap. Anderzijds is sprake van een middelhoge verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd, door de ligging in de dorpskern van Woudenberg. Het aantreffen van een fragment van een urn, maakt dat de aanwezigheid van oudere resten niet geheel uit te sluiten is. Op grond van het bureauonderzoek is een vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen geadviseerd (Sueur, 2018).

Onderhavig rapport beschrijft de resultaten van dit vervolgonderzoek. Het booronderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het voor het onderzoek opgestelde Plan van Aanpak (PvA; Van Bussel, 2020).

1

Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

7

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek (Sueur, 2018), het in kaart brengen van de bodemopbouw in het plangebied en daarmee de kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen te bepalen. Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie in de loop van de tekst antwoord te geven op de volgende vragen: •

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen?

•

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1) en het voor het onderzoek opgestelde Programma van Aanpak (PvA; Van Bussel, 2020).

8

3. Afbakening van het plangebied Plaats

Woudenberg

Toponiem

Dorpsstraat 13

Gemeente

Woudenberg

Provincie

Utrecht

Kaartblad

32D

Kadastrale aanduiding

WDB02-B-1537

Centrumcoördinaat

156.960 / 455.000

Oppervlakte

Circa 2440 m2

Het plangebied ligt aan de Dorpsstraat 13 in Woudenberg (gemeente Woudenberg). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied beslaat een oppervlakte van ongeveer 2440 m 2. Kadastraal gezien bevindt het plangebied zich op perceel WDB02 Sectie B nummer 1537. In het zuiden grenst het plangebied aan de centrale parkeerplaats aan de Dorpsstraat. De overige begrenzingen worden gevormd door de kadastrale grenzen van het perceel. Ten tijde van het onderzoek ligt het plangebied braak. Wel is er verharding aanwezig en dient het terrein als parkeerplaats van een nabijgelegen supermarkt. Voorheen stonden in het plangebied een woning, een garage, een berging en een loods/kantoor. Deze zijn reeds gesloopt.

9

Figuur 1. De ligging van het plangebied op een topografische kaart (bron kaart: www.opentopo.nl).

10

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag van een omgevingsvergunning

Planvorming

Nieuwbouw van een supermarkt met parkeerkelder

Aard bodemverstoringen

Graafwerkzaamheden

In het plangebied wordt een supermarkt met een ondergrondse parkeervoorziening gerealiseerd. De supermarkt zal het hele plangebied beslaan (circa 2440 m2). Hieronder zal een parkeervoorziening in de vorm van een kelder worden aangelegd. Hiervoor zal de ondergrond in het plangebied tot een diepte van 2,3 m -Mv ontgraven worden.

11

5. Beleidskader Onderzoekskader

Omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Bebouwde Kom Woudenberg (2017)

Onderzoeksgrens

100 m2 en 30 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden. Het gemeentelijk archeologiebeleid inzake het plangebied is verankerd in het bestemmingsplan Bebouwde Kom Woudenberg (2017, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Hierin heeft het plangebied een “Waarde – Archeologie 1”.

Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van Woudenberg (bijlagen 4-5; Boshoven et al., 2010): • Op de archeologische verwachtingskaart ligt het plangebied in een zone van ‘uitlopers van dekzandruggen en dekzandvlakte’ met een lage verwachting op archeologische resten van jagersverzamelaars en (vroege) landbouwers. Wel grenst het plangebied direct aan een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 12241). Dit omvat de oude dorpskern van Woudenberg, waarbinnen resten vanaf de Late Middeleeuwen bewaard liggen met informatie over de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van het dorp. • Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart is het plangebied gekarteerd in een ‘Archeologisch Waardevol Gebied 2’(AWG2), namelijk binnen de attentiezone rond een AMKterrein. In deze zone wordt geadviseerd bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv te vermijden. Indien dit niet mogelijk is wordt geadviseerd een archeologisch onderzoek uit te voeren, wanneer de bodemingrepen groter zijn dan 100 m2. De beleidsregels zijn als planregels in het bestemmingsplan overgenomen (100 m2 en 30 cm -Mv). Omdat de werkzaamheden in het plangebied de genoemde oppervlakte en diepte overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

12

6. Achtergrondinformatie en archeologische verwachtingen Archeoregio

Midden-Nederlands Zandgebied (Gelderse Vallei)

Geomorfologie

Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden

Maaiveldhoogte

3,0-3,3 m +NAP

Bodem

Beekeerdgronden in lemig fijn zand

Verwachting

Laag: Laat-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen Middelhoog: Late-Middeleeuwen-Nieuwe tijd

Complextypen

Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden

Stratigrafische positie

Onder de bouwvoor, in dekzandafzettingen

Diepteligging

Vanaf circa 30-50 cm -Mv

Achtergrondinformatie In het plangebied heeft reeds een bureauonderzoek plaatsgevonden (Sueur, 2018): 1. Hieruit blijkt dat het plangebied zich landschappelijk gezien in het Midden-Nederlandse zandgebied bevindt. Het plangebied ligt daarbij binnen de Gelderse Vallei. De vorming van dit gebied gaat terug tot aan de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000-130.000 jaar geleden). In die tijd is door het voortstuwende landijs een glaciaal bekken uitgesleten in de Gelderse Vallei. Aan de randen van de vallei vormden zich stuwwallen – waaronder de Utrechtse Heuvelrug. Bij het afsmelten van het landijs (tijdens het Eemien, circa 130.000-115.000 jaar geleden), is de Gelderse Vallei opgevuld met marien-litorale sedimenten, waaronder veen, (mariene) klei en zand (Woudenberg en Eem Formaties; Berendsen, 2011). Vanaf de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000-10.000 jaar geleden) zijn deze afzettingen bedekt geraakt met een pakket dekzand. Hierbij is in de omgeving van Woudenberg een afwisselend landschap ontstaan met dekzand(ruggen), vlakten en meanderende beken. Uiteindelijk kon bij warmer wordende klimaatomstandigheden in de top van het dekzand bodemvorming optreden (vanaf het Holoceen, circa 10.000 jaar geleden tot heden). In de lagere delen van het landschap trad veenvorming op (Boshoven et al., 2010). 2.

In de ondergrond van het plangebied is sprake van beekeerdgronden in lemig fijn zand (Alterra, 2015, kaartcode pZg23). De grondwatertrap is GWT III. Bij deze grondwatertrap bevindt de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) zich ondieper dan 40 cm -Mv. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt tussen 80 en 120 cm -Mv. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd door de ligging in de bebouwde kom (Alterra, 2017). Op grond van de gekarteerde omgeving van de bebouwde kom is echter te verwachten dat het plangebied in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden ligt. Geologisch gezien bevindt er zich de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden. De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen 3,0 en 3,3 m +NAP (bron: www.ahn.nl).

3.

Het plangebied heeft geen beschermde status. Het bevindt zich wel in een attentiezone rond een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 12241). Dit terrein omvat de historische kern van Woudenberg en heeft een hoge archeologische waarde. De ontwikkeling van Woudenberg gaat, aan de hand van historische bronnen, terug tot aan ten minste het jaar 777 na Chr. In dat jaar maakte Woudenberg deel uit van een wildernisgebied (‘foreest’) net buiten een koninklijk domein, waarvan villa Lisiduna (Leusden, 7 km ten noorden) het centrum was. Hierna zijn in het gebied geleidelijk aan nederzettingen ontstaan. Rond 1200 n.Chr. ontstonden ontginningslinten, onder meer bij Woudenberg, waarlangs zich de historische kern van het dorp heeft gevormd (Boshoven et al., 2010). De historische kern van Woudenberg gaat op basis van 13

historisch bronmateriaal tenminste terug tot 1240 n.Chr. (Sueur, 2018). Op basis van een kaart uit het begin van de 19e eeuw stond in het zuidelijk deel van het plangebied in ieder geval al bebouwing, vermoedelijk die van een omvangrijke schuur met een erf. Deze is in het bezit van Cornelis van Domselaar, een boer (bron: www.hisgis.nl). Hoe oud deze schuur oorspronkelijk is, is niet bekend. Sindsdien is er in het plangebied sprake van de aanwezigheid van bebouwing geweest. De recent gesloopte bebouwing in het plangebied dateert in aanleg in de jaren ’70 van de 20e eeuw. 4.

Binnen het plangebied zijn geen archeologische vondsten bekend of heeft er eerder archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden. Ongeveer 20 m ten oosten ervan is in 1894 wel een niet nader geduide of gedateerde scherf van een urn gevonden (vondstmelding 2842917100). De vondstomstandigheden van de scherf zijn niet bekend. Verder zijn bij opgravingen in de wijdere omgeving laatmiddeleeuwse afvalkuilen, de restanten van een kleinschalig verkavelingssysteem en een waterput aangetroffen (Huizer, 2016).

Archeologische verwachting Door de ligging van het plangebied in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden in een relatief laag en nat deel van de Gelderse Vallei, is het tot aan de ontginningen in de Late-Middeleeuwen niet aantrekkelijk geweest voor bewoning. Daarom is de verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen laag. Er geldt wel een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de periode Late-Middeleeuwen-Nieuwe tijd vanwege de ligging aan de rand van de historische kern van Woudenberg (Sueur, 2018). Deze verwachting wordt versterkt door de aanwezigheid van bebouwing op de vroegst geraadpleegde kaart uit het begin van de 19e eeuw. In het plangebied wordt rekening gehouden met nederzettingsresten en resten van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Deze kunnen bestaan uit huisplaatsen met bijgebouwen, erven, verkavelingssloten en losse elementen zoals waterputten. Van bebouwing kunnen zowel resten van steen- als houtbouw worden aangetroffen. Afhankelijk van de dikte van de humeuze bovengrond, zal het archeologisch relevante niveau zich bevinden vanaf circa 30-50 cm -Mv. Door de relatief zure bodemomstandigheden is de verwachting op organische resten (bot, hout, leer en textiel) laag.

Bekende verstoringen Het plangebied ligt thans braak, maar voorheen hebben in het plangebied gebouwen gestaan. De aanleg van deze gebouwen en graafwerkzaamheden ten behoeve van de (her)inrichtingen van het terrein, zoals deze op historisch topografisch kaartmateriaal is waar te nemen, kan voor aantasting van de bodem hebben geleid en daarmee van eventuele archeologische resten. Gegevens waaruit dit op voorhand van een veldonderzoek zou blijken, zijn echter niet bekend (Sueur, 2018).

14

7. Werkwijze Methode

Verkennend booronderzoek

Boorafstand

Gelijkmatig verspreid in het plangebied

Aantal boringen

6

Techniek

Edelmanboor (diameter 7 cm) en gutsboor (3 cm)

Boordiepte

250 cm -Mv

Dataverwerking

Conform NEN5104 en PvA

Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in het bureauonderzoek (Sueur, 2018). Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De boringen zijn gebruikt om de mate van intactheid van de bodem te bepalen en om inzicht te krijgen in de bodemopbouw en de exacte landschappelijke ligging van het plangebied. In totaal zijn in het plangebied 6 boringen gezet (boring 16). De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Beneden de grondwaterspiegel is gebruik gemaakt van een gutsboor met een diameter van 3 cm tot een diepte van maximaal 300 cm -Mv. De opgeboorde monsters zijn handmatig verbrokkeld, versneden en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). Enkele representatieve boringen zijn gefotografeerd, waarna ze zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze foto’s en beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 2 en 3. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld in het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 1. De hoogteligging ten opzichte van NAP van de boorpunten is bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

15

8. Resultaten veldonderzoek Veldwaarnemingen Het plangebied omvat een braakliggend terrein dat deels in gebruik is als parkeerplaats. Een deel is hiertoe beklinkerd met stenen. De bebouwing in het terrein is gesloopt. Wel zijn de vloeren van de voormalige bebouwing nog in het terrein zichtbaar. Het noordwestelijk deel van het plangebied is begroeid met onkruid en gras. Er is hier reliëf aanwezig als gevolg van graafwerkzaamheden, die in dit deel van het terrein hebben plaatsgevonden. Foto’s van het plangebied zijn weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (14-10-2020).

Lithologie en bodemopbouw De opbouw van de ondergrond in het plangebied is relatief eenduidig. Vanaf een diepte van 5-85 cm Mv tot de maximaal geboorde diepte van 250 cm -Mv is grijs, matig fijn zand aanwezig (2,2 tot 2,5 m NAP). Dit zand is kalkloos en matig gesorteerd, getuige de aanwezigheid van klein grind. Binnen het zand zijn lokaal siltrijke lagen aanwezig. Hiermee is het zand geïnterpreteerd als verspoeld dekzand. De staalgrijze kleur van het zand wijst hierbij op permanent gereduceerde omstandigheden, die kenmerkend zijn voor een relatief lage, natte landschappelijke ligging. Op het zand ligt ofwel een pakket sterk humeuze leem of, in boring 5 en 6, een pakket sterk siltig, sterk humeus zand. Afhankelijk van de humositeit is de laag blauwgrijs tot donkerblauwgrijs van kleur. De laag is tussen 50 en 75 cm -Mv aanwezig en in alle boringen aangetroffen (circa 2,4 m NAP). Ze is 10-30 cm dik. De laag is vermoedelijk eveneens tot stand gekomen als gevolg van verspoeling en neerslaan van silt vanuit een beek tijdens overstromingen. De humositeit hierin is het gevolg van vegetatiegroei. Hiermee vormt de leemlaag het oorspronkelijk maaiveld in het gebied voordat de eerste bebouwing in het gebied verscheen. Wel zijn in het leem baksteenresten aanwezig, met name in het zuidelijk deel van het terrein.

Hier zijn ook resten geglazuurd aardewerk gevonden en fragmenten van een kleipijp, alle daterend in de Nieuwe tijd. Hieruit valt af te leiden dat in het gebied in de Nieuwe tijd bewoningsactiviteit heeft plaatsgevonden. De top van het bodemprofiel bestaat uit een humeus ophogingspakket. In aanleg bestaat dit uit een matig humeus, matig siltig zand, dat vermoedelijk ten behoeve van het gebruik als landbouwgrond in het plangebied is aangebracht. In het noordelijk deel is de laag, met uitzondering van een enkel fragment baksteen relatief homogeen en vanaf het maaiveld aanwezig. In het zuidelijk deel van het plangebied is echter in de laag meer baksteen aanwezig. Hier is sprake van grote brokken. Dit hangt vermoedelijk samen met de aanwezigheid van een historische schuur in het begin van de 19e eeuw op deze plek (boringen 5 en 6). In deze laag heeft echter in de meeste boringen verstoring plaatsgevonden. De top van deze laag, tot een diepte van 50 tot 75 cm -Mv bestaat immers uit een 16

bontgekleurde zandlaag met grind, baksteenpuin en betonresten of uit straatzand (onder de betonvloer van de gesloopte loods). Ook zijn onder de klinkerverharding resten asfalt aanwezig. Deze verstoringen hangen vermoedelijk samen met de latere inrichting en bebouwing van het terrein. Alleen in boring 1 zijn geen aanwijzingen voor verstoringen waargenomen. Archeologische indicatoren In het plangebied zijn uitsluitend vondsten gedaan die dateren uit de Nieuwe tijd. Het betreffen fragmenten van een kleipijp en baksteenresten (boring 6) en fragmenten geglazuurd aardewerk (rood en geelwit, boring 5). Ze bevinden zich alle aan de basis van het humeuze ophogingspakket, op de overgang naar het humeuze leem in het zuidelijk deel van het plangebied. Er is tevens puin in het noordelijk deel van het plangebied aangetroffen, maar dit is van meer recente datum. Archeologische interpretatie Op basis van het veldonderzoek is geconcludeerd dat in het zuidelijk deel van het plangebied sprake is van een hoge verwachting op resten uit de Nieuwe tijd. Het bevestigt hiermee de verwachting die op basis van het bureauonderzoek door Sueur (2018) is opgesteld. In dit deel van het terrein heeft in het begin van de 19e eeuw een schuur gestaan, hetgeen uit de boringen gebleken is door de vondst van (pijp)aardewerk en baksteenbrokken.

Tevens lieten de boringen hier een deels intacte bodem zien, waarbij een oud ophoogpakket en de oorspronkelijke humeuze bovengrond (een humeuze leemlaag) nog aanwezig waren. De kans dat er zodoende hier nog resten van deze boerderij aanwezig zijn, is groot. De vraag hierbij is tevens hoe oud deze schuur is: een leeftijd in de 18e, 17e of zelfs 16e eeuw is niet uitgesloten. Het gevonden aardewerk is namelijk in deze periode te plaatsen. Theoretisch gezien is de Late Middeleeuwen ook niet onmogelijk, aangezien Woudenberg in de 13e eeuw dateert, maar archeologische indicatoren uit deze periode zijn niet aangetroffen. In het noordelijk deel ontbreken baksteenfragmenten en archeologische indicatoren. Hier is uitsluitend sprake van een humeus opgebrachte laag, die vanwege het ontbreken van indicatoren en het ontbreken van aanwijzingen op historisch kaartmateriaal van bebouwingselementen als akkerlaag is geïnterpreteerd. Voor dat deel van het plangebied is een lage archeologische verwachting toegekend. De verwachting voor wat betreft resten uit de (Late-Middeleeuwen)-Nieuwe tijd is weergegeven in bijlage 2. Voor wat betreft de overige archeologische perioden, het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting.

Getuige de natuurlijke afzettingen in het gebied moet het, overeenkomstig het bureauonderzoek, in een natte en laag gelegen dekzandvlakte gelegen hebben, waarin sprake is van verspoeld dekzand. Het leem, dat de oorspronkelijke top van de natuurlijke afzettingen vormt, is mogelijk als gevolg van overstromingen vanuit een beek gevormd.

17

9. Beantwoording onderzoeksvragen De onderzoeksvragen zijn grotendeels beantwoord in de lopende tekst in Hoofdstuk 8. Hier worden ze kort samengevat. •

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Op basis van het veldonderzoek ligt het plangebied in een natte en laag gelegen dekzandvlakte, waarin sprake is van verspoeld dekzand. Het leem, dat de oorspronkelijke top van de natuurlijke afzettingen vormt, is mogelijk als gevolg van overstromingen vanuit een beek gevormd.

•

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In het zuidelijk deel van het plangebied is een humeuze historische ophooglaag aanwezig met eronder een humeuze lemige laag, die de oorspronkelijke natuurlijke bovengrond voorstelt. In beide zijn archeologische indicatoren aanwezig die wijzen op activiteiten in de Nieuwe tijd. In combinatie met de aanwezigheid van bebouwing op een historische kaart in het begin van de 19 e eeuw is zodoende de kans dat er resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn, groot. Deze resten kunnen te relateren zijn aan deze schuur, maar kunnen ook uit de periode ervoor stammen. Zelfs resten uit de Middeleeuwen zijn niet uitgesloten, maar hiervoor bestaan vooralsnog geen aanwijzingen. In het noordelijk deel zijn verder geen aanwijzingen van het bestaan van resten van nederzetting.

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De ondergrond in het plangebied is aangetast tot een diepte van 50-75 cm -Mv. Daaronder is echter een deel van de historische ophooglaag en de humeuze leemlaag nog aanwezig.

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op grond van de resultaten van het onderzoek is in het plangebied een tweedeling gemaakt met betrekking tot de archeologische verwachting op resten uit de Nieuwe tijd (zo mogelijk Late Middeleeuwen). In het zuidelijk deel is de verwachting hierop hoog vanwege de intactheid van de bodem, de aanwezigheid van een historische ophooglaag, de vondst van indicatoren (aardewerk, pijpaarde, baksteenbrokken) en de aanwezigheid van bebouwing op deze plek in het begin van de 19e eeuw. In het noorden ontbreken deze combinatie van zaken, hetgeen reden is de verwachting naar beneden bij te stellen. Voor de overige perioden blijft op grond van het bureauonderzoek de archeologische verwachting laag. Het leem, het verspoelde dekzand en de gereduceerde omstandigheden van de bodem wijzen allemaal op langdurig natte omstandigheden die niet geschikt zijn voor bewoning.

18

10.

Conclusies en advies

Conclusie • Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat het plangebied in een natte en laag gelegen dekzandvlakte ligt, waarin sprake is van verspoeld dekzand. Het leem, dat de oorspronkelijke top van de natuurlijke afzettingen vormt, is mogelijk als gevolg van overstromingen vanuit een beek gevormd. • In het zuidelijk deel van het plangebied is een humeuze historische ophooglaag aanwezig met eronder een humeuze lemige laag, die de oorspronkelijke natuurlijke bovengrond voorstelt. In beide zijn archeologische indicatoren aanwezig die wijzen op activiteiten in de Nieuwe tijd. In combinatie met de aanwezigheid van bebouwing op een historische kaart in het begin van de 19e eeuw is zodoende de kans dat er resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn, groot. Deze resten kunnen te relateren zijn aan deze schuur, maar kunnen ook uit de periode ervoor stammen. Zelfs resten uit de Middeleeuwen zijn niet uitgesloten, maar hiervoor bestaan vooralsnog geen aanwijzingen. In het noordelijk deel zijn verder geen aanwijzingen van het bestaan van resten van nederzetting. • De ondergrond in het plangebied is aangetast tot een diepte van 50-75 cm -Mv. Dit is het gevolg van graafwerkzaamheden ten behoeve van de herinrichtingen in het gebied in het verleden en de bouw van de bebouwing in de jaren ’70 van de 20e eeuw, die hier tot voor kort heeft gestaan.

Onder de verstoringen is echter een deel van de historische ophooglaag en de humeuze leemlaag nog aanwezig. • Op grond van de resultaten van het onderzoek is in het plangebied een tweedeling gemaakt met betrekking tot de archeologische verwachting op resten uit de Nieuwe tijd (zo mogelijk Late Middeleeuwen). In het zuidelijk deel is de verwachting hierop hoog vanwege de intactheid van de bodem, de aanwezigheid van een historische ophooglaag, de vondst van indicatoren (aardewerk, pijpaarde, baksteenbrokken) en de aanwezigheid van bebouwing op deze plek in het begin van de 19e eeuw. In het noorden ontbreken deze combinatie van zaken, hetgeen reden is de verwachting naar beneden bij te stellen. De ligging van deze verwachtingsgebieden is terug te vinden in bijlage 2. • Voor de overige perioden blijft op grond van het bureauonderzoek de archeologische verwachting laag. Het leem, het verspoelde dekzand en de gereduceerde omstandigheden van de bodem wijzen allemaal op langdurig natte omstandigheden die niet geschikt zijn voor bewoning. Advies In het zuidelijk deel van het plangebied is op basis van het archeologisch vooronderzoek sprake van een hoge archeologische verwachting op resten uit de Nieuwe tijd, zo mogelijk uit de Late Middeleeuwen vanaf een diepte van 30 cm -Mv (met inbegrip van een buffer van 20 cm op de geconstateerde verstoring, bijlage 2).

Er bestaat echter het voornemen om in het plangebied een supermarkt te realiseren met daaronder een parkeerkelder tot 230 cm -Mv. Daarom verdient het de aanbeveling in het zuidelijk deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren (inventariserend veldonderzoek, karterende en waarderende fase). Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van proefsleuven, zo gauw de betonvloeren en verharding aan het maaiveld verwijderd is. In het bijzonder richt de vraagstelling zich op de betekenis van de bebouwing uit de 19e eeuw in het plangebied en de aanwezigheid van eventuele voorgangers op die plaats. De onderzoeksstrategie zal op voorhand dit onderzoek moeten worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE) dat door de bevoegde overheid goedgekeurd moet worden. Zonder goedkeuring hiervan kan het onderzoek niet plaatsvinden.

19

In het noordelijk deel van het plangebied wordt in het kader van de planvorming geen vervolgonderzoek geadviseerd. Daar is tijdens het vooronderzoek een lage archeologische verwachting vastgesteld. Wel geldt echter, dat op het moment tijdens de graafwerkzaamheden in dit gebied toch zaken worden gevonden, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het om archeologisch waardevolle resten gaat, op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, een meldingsplicht bij het Rijk. Deze melding kan gedaan worden bij de gemeente Woudenberg als bevoegde overheid. Het bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Woudenberg, om op basis van de resultaten van dit rapport een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

20

11.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.dans.easy.knaw.nl • www.pdok.nl • www.opentopo.nl • www.ahn.nl Literatuur Huizer, J., 2016. Centrumplan, Woudenberg; een bureauonderzoek. Amersfoort: ADC-ArcheoProjecten rapport 4127. Van Bussel, A., 2020. Plan van Aanpak Woudenberg, Dorpsstraat 13. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Nieuwegein: Transect. Sueur, C., 2018. Briefrapport Dorpsstraat 13 te Woudenberg. Noordwijk: Buro de Brug rapporten B18375.

21

Boorpuntenkaart

22

Verwachtings-/advieskaart

23

Bijlage 3: Foto’s van boringen Foto’s van boring 1. Boorkernen van de Edelmanboor liggen met de punt (het diepste deel) naar boven, uitgelegd per blok van 100 cm.

Boring 1 tot 230 cm -Mv (verdiept met guts tot 250 cm, niet afgebeeld: loopt uit)

Boring 6 tot 120 cm -Mv.

24

Bijlage 4: Boorbeschrijvingen

25

boring: 20788-1 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.949, Y: 455.014, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,20, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,20 m +NAP Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruingrijs, zandbrokken, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: roestvlekken

75 cm -Mv / 2,45 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, zwartgrijs, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont

80 cm -Mv / 2,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

100 cm -Mv / 2,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: matig gesorteerd

230 cm -Mv / 0,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv / 0,70 m +NAP

boring: 20788-2 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.975, Y: 455.014, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: klinker

8 cm -Mv / 2,92 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

15 cm -Mv / 2,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: beton

40 cm -Mv / 2,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, zwart, zandbrokken, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: matig gesorteerd, vuil

90 cm -Mv / 2,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, sterk humeus, donkerblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont

95 cm -Mv / 2,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: loopt uit

Einde boring op 180 cm -Mv / 1,20 m +NAP

1

boring: 20788-3 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.955, Y: 454.998, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,20, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,20 m +NAP Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruingrijs, zandbrokken, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: roestvlekken

55 cm -Mv / 2,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerblauwgrijs, spoor riet, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont

65 cm -Mv / 2,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

180 cm -Mv / 1,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: leem, zwak zandig, grijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand

190 cm -Mv / 1,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv / 0,70 m +NAP

boring: 20788-4 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.970, Y: 454.985, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: beton

15 cm -Mv / 2,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, geelgrijs, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)

75 cm -Mv / 2,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, donkerblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont Opmerking: matig gesorteerd

85 cm -Mv / 2,25 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

150 cm -Mv / 1,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, enkele siltlagen, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: matig gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv / 0,60 m +NAP

2

boring: 20788-5 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.966, Y: 454.967, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: beton

15 cm -Mv / 2,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: erosief (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

65 cm -Mv / 2,45 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, donkerblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont Opmerking: matig gesorteerd, aardewerk

80 cm -Mv / 2,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtblauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

130 cm -Mv / 1,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, enkele siltlagen, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: loopt uit

Einde boring op 200 cm -Mv / 1,10 m +NAP

boring: 20788-6 beschrijver: TN, datum: 14-10-2020, X: 156.943, Y: 454.966, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 32D, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Utrecht, gemeente: Woudenberg, plaatsnaam: Woudenberg, opdrachtgever: Bunte Vastgoed Oost b.v., uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: klinker

8 cm -Mv / 2,92 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, zandbrokken, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: baksteenbrokken

50 cm -Mv / 2,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, sterk humeus, zwart, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: aardewerk, pijpesteel, vermengd met leem

80 cm -Mv / 2,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, blauwgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Bodemkundig: geheel gereduceerde C-horizont Opmerking: matig gesorteerd

120 cm -Mv / 1,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: verspoeld dekzand Opmerking: loopt uit guts

Einde boring op 180 cm -Mv / 1,20 m +NAP

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4266/documents/72999