07 Afwegingskader Zon en Wind wijzigingen na inspraak zichtbaar.pdf
Tekst van het document
25
5. Participatie bij duurzame energieprojecten 5.1
Participatie
De gemeente Woudenberg vindt het belangrijk dat inwoners, lokale bedrijven en andere belanghebbenden meedenken over hoe we duurzame energie opwekken en dat inwoners zelf met initiatieven kunnen komen. Kortom, participatie is essentieel. We maken onderscheid tussen procesparticipatie en financiële participatie. Het zijn nadrukkelijk twee aparte vormen van participatie. Procesparticipatie is erop gericht om omwonenden en andere belanghebbenden te informeren en te betrekken bij de planvorming. Dit gebeurt bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium. Financiële participatie gaat over hoe de omgeving financieel of ruimtelijk kan profiteren en meedoen. De gemeente Woudenberg gaat uit van minimaal 501% lokaal eigendom. Dit is in lijn met landelijk en provinciaal beleid en met de RES-afspraken. Initiatiefnemers dienen in het kader van procesparticipatie een participatieplan op te stellen. De mogelijkheden voor financiële participatie worden opgenomen in een profijtplan. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat ze bij het opstellen van het participatieplan en het profijtplan de Participatiewijzer gemeente Woudenberg en voorliggend afwegingskader toepassen.
5.2
Procesparticipatie en participatieplan
Procesparticipatie start al wanneer een initiatiefnemer naar voren stapt. Het is aan de initiatiefnemer om de omgeving in de verschillende fases van het initiatief te betrekken. Het is raadzaam om voorafgaand een belanghebbenden-analyse te doen en deze te bespreken met de gemeente. Extra aandacht dient gegeven te worden aan omwonenden van het plangebied van het zonnepark of windturbines. Bij initiatieven voor een windturbine of windturbinepark zien we belanghebbenden als alle inwoners binnen een straal van 10 maal de tiphoogte12. Inwoners moeten actief betrokken worden en mee kunnen praten over het project en de ruimtelijke inrichting. Ook is het uitgangspunt dat inwoners zoveel mogelijk profiteren van de ontwikkeling van windturbines. Inwoners zijn namelijk van mening dat Woudenberg lokaal energie moet opwekken, maar dat de keuze van locatie en de impact op de omgeving wel erg belangrijk zijn. Er bestaan nog veel vragen en zorgen bij inwoners, bijvoorbeeld over de impact op de natuur en gezondheid. Op welke manier en in welke mate omwonenden en belanghebbenden betrokken worden, wordt van tevoren uitgedacht en beschreven in het participatieplan. De initiatiefnemer stelt het participatieplan op. Het participatieplan wordt met de gemeente Woudenberg in een vroegtijdig stadium besproken en waar nodig aangepast.
Het participatieplan dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten: • Wie worden betrokken bij de participatie; • Op welke manier, in welke mate en op welke momenten wordt men betrokken? • De beoogde communicatiemiddelen om te informeren en te betrekken; • Hoe de verslaglegging, resultaten en terugkoppeling aan de participanten wordt verzorgd. De initiatiefnemer heeft een inspanningsverplichting om de omwonenden in het gebied actief te informeren en betrekken. Doel hiervan is om draagvlak te creëren of vergroten. De initiatiefnemer dient aan te tonen hoe het participatietraject is verlopen, wat er is opgehaald en hoe dit verwerkt is in het plan. Daarbij moeten initiatiefnemers de onderstaande richtlijn hanteren. 1 Eerste cirkel: de directe omgeving - Bij zonneprojecten geldt: de eerste cirkel zijn die omwonenden en ondernemers die met hun grondeigendom direct raken aan de grond waar een zonneveld zal komen, of vanuit hun huis of bedrijfspand direct zicht hebben op het te ontwikkelen project. 12
Bij windprojecten geldt: de omwonenden en/of ondernemers in een straal van 10 keer de
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land, 2020.
26
tiphoogte van de beoogde windturbine rondom. 2. Tweede cirkel: de nabije omgeving Bij zonneprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer van het zonneveld. Bij windprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer rondom de windturbine. De gemeentegrens is hierbij dus niet bepalend, maar de afstand tot een locatie. 3. Derde cirkel: de gemeentelijke omgeving Alle overige inwoners en ondernemers uit de gemeente Woudenberg. Het moge duidelijk zijn dat de eerste en tweede cirkel de meeste aandacht dienen te krijgen in de proces participatie en ook als zodanig terug dienen te komen in het participatie verslag. Procesparticipatie dient altijd een volwaardige participatie te zijn met keuzen voor de betrokkenen, gaat dus verder dan alleen de kleur, vorm van beplanting of veranderen locatie binnen beperkt gebied.
5.3
Financiële participatie en profijtplan
Bij financiële participatie profiteert de omgeving financieel mee en kan de toegevoegde waarde lokaal benut worden. Zo kan financiële participatie zorgen voor meer draagvlak en acceptatie van het plan. Er zijn diverse vormen van financiële participatie. Een goede afstemming met de inwoners van Woudenberg en omgeving van een project over de financiële participatie is belangrijk. Hierdoor wordt het voor inwoners duidelijk hoe zij kunnen investeren in en/of voordeel kunnen ervaren van de opbrengsten van een zonnepark of windturbinepark. Tijdens de samenwerksessies en in de enquête hebben inwoners duidelijk aangegeven lokaal eigendom belangrijk te vinden. Van tevoren, dus voor de aanbesteding en vergunning aanvraag van zonne- of windpark wordt vastgelegd in het profijtplan welke personen en organisaties deel kunnen nemen en op welke wijze voorwaarden worden gesteld aan (verschillende vormen van) deelname. In dit plan wordt ook beschreven op welke wijze mensen met een krappe beurs mee kunnen profiteren van de opbrengst van de energieproductie. Van belang is ook om de lasten en opbrengsten zo goed mogelijk te verdelen, dus niet alleen de landeigenaar op wiens grond het zonnepark of de windturbine staat, maar ook de buren die er last van hebben (of bij wie het niet meer kan door noodzakelijke afstand) moeten kunnen profiteren.
Verschillende vormen financiële participatie Er zijn verschillende vormen van financiële participatie. De keuze van de vorm of samenstelling van de verschillende vormen is afhankelijk van het initiatief13: • • • •
Mede-eigenaarschap: individuele burgers en/of omwonenden kunnen met eigendom financieel deelnemen in de ontwikkeling van een zonnepark of windturbinepark. Dit gebeurt meestal door oprichting van een lokale coöperatie. Financiële deelneming: er kan ook financieel (risicodragend) worden deelgenomen aan een plan door het opnemen van investeringsruimte, bijvoorbeeld met uitgifte van aandelen of obligaties. Omgevingsfonds: bij een lokaal omgevingsfonds komen de middelen ten goede aan landschapsversterking of een ander met de omgeving overeen te komen doel, bijvoorbeeld een lokale vereniging. Omwonendenregeling: bij een dergelijke regeling ontvangen omwonenden voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van korting op groene stroom of middelen voor de verduurzaming van de woning14.
13
Participatiewaaier. Opties voor projectparticipatie bij zon- en windprojecten op land. November 2019. 14 Participatiewaaier. Opties voor projectparticipatie bij zon- en windprojecten op land. November 2019.
27
Uitgangspunt minimaal 510% lokaal eigendom De gemeente Woudenberg heeft als uitgangspunt minimaal 510% lokaal eigendom bij zonneparken en windturbineparken. Dit is in lijn met de afspraken in het Klimaatakkoord (2019). Dit houdt in dat sprake moet zijn van dat minimaal 510% van het benodigde eigen vermogen op gehaald wordt bij de lokale omgeving. Het eigendom van het initiatief wordt in dat geval gedeeld tussen de lokale omgeving (eventueel verenigd in een energiecoöperatie) en de ontwikkelaar. Het gaat hier om een verplichting van de ontwikkelaar. Gebrek aan lokale investeringsbelangstelling dient onderbouwd te worden. Ter voorbereiding aan de financiële participatie dienen initiatiefnemers de volgende vier punten helder vastgelegd te hebben: 1. Er zijn termijnen vastgelegd waarbinnen het participatieproces plaatsvindt waardoor gewaarborgd wordt dat inwoners het gehele proces betrokken zijn. 2. Initiatiefnemers en bevoegd gezag zorgen van tevoren dat het benodigde budget ten behoeve van het participatieproject beschikbaar is. 3. Een duidelijke (beslissings-)structuur is vastgesteld zodat het participatietraject uitgevoerd kan worden. 4.
Initiatiefnemers voldoen aan de inspanningsverplichting bij hernieuwbare energieprojecten door een aanbod te doen om omwonenden, zo mogelijk verenigd in een coöperatie of andersoortig gemeenschappelijk initiatief, te laten participeren in het project. Uitgangspunten en regels bij financiële participatie en minimaal 51 % lokaal eigendom Vanuit de inspraakreactie bleek gewenst om nader te verduidelijken en bepalen wat in Woudenberg verstaan wordt onder financiële participatie en minimaal 51 % lokaal eigendom. Van de aandelen of andere eigendomsbewijzen moet minimaal 51 % voor een marktconforme prijs beschikbaar worden gesteld aan bewoners of een collectief waarin bewoners verenigd zijn, voorafgaand aan de aanbesteding van de windturbines/zonnepanelen. De eigendomsvorm moet dusdanig zijn, dat de eigenaren zeggenschap hebben over de wijze van inrichting en exploitatie van de energieproductie en de impact van de energieproductie op de omgeving." “Bewoners met zeggenschap over de wijze van inrichting en exploitatie verenigen zich in een rechtspersoon, bijvoorbeeld een vereniging of energiecoöperatie. Deze rechtspersoon is ook toegankelijk voor inwoners en omwonenden die niet beschikken over kapitaal om te investeren. Een consortium van initiatiefnemers kan meerdere organisaties voor lokaal eigendom bevatten.
Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen welke rechtspersonen voor lokaal eigendom deel zijn van het consortium. Uit de (concept)statuten van deze rechtspersonen (in oprichting) moet blijken welke personen en organisaties deel kunnen deelnemen en op welke wijze voorwaarden worden gesteld aan (verschillende vormen van) deelname. In dit plan wordt ook beschreven op welke wijze mensen met een krappe beurs mee kunnen profiteren van de opbrengst van de energieproductie.” Voor het aanbieden van financiële participatie dient uitgegaan te worden van de onderstaande cirkels, waarbij dus nadrukkelijk eerst de wens van deelname vanuit de eerste cirkel onderzocht moet worden voordat een volgende cirkel benaderd wordt. 1 Eerste cirkel: de directe omgeving Bij zonneprojecten geldt: de eerste cirkel zijn die omwonenden en ondernemers die met hun grondeigendom direct raken aan de grond waar een zonneveld zal komen, of vanuit hun huis of bedrijfspand direct zicht hebben op het te ontwikkelen project. Bij windprojecten geldt: de omwonenden en/of ondernemers in een straal van 10 keer de tiphoogte van de beoogde windturbine rondom. 2. Tweede cirkel: de nabije omgeving Bij zonneprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer van het zonneveld.
Bij windprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer rondom de windturbine. De gemeentegrens is hierbij dus niet bepalend, maar de afstand tot een locatie. 3. Derde cirkel: de gemeentelijke omgeving
28
-
Alle overige inwoners en ondernemers uit de gemeente Woudenberg
Mocht het niet lukken om voldoende financiering te vinden binnen deze cirkels dan kan gekeken worden naar mogelijkheden voor het instellen van een duurzaamheidsfonds, een omwonendenregeling of een combinatie van beide. Eigenaarschap Wij verstaan onder ‘eigenaarschap’ altijd mede-eigenaarschap met zeggenschap: inwoners en/of ondernemers (die positief hebben gereageerd vanuit in eerste instantie de eerste cirkel in de definitie lokaal) gaan zelf mee investeren in en krijgen zeggenschap over het project. Wij zien mede-eigenaarschap als een collectief eigendom, waarbij inwoners, ondernemers, overheden en/of maatschappelijke organisaties lid worden van een coöperatie of vereniging. Alle leden krijgen via verschillende rondes de kans om aandelen te kopen in een project. Door de aandelen via verschillende rondes aan te bieden, voorkomen we dat een investeerder alsnog in een keer alle aandelen in handen krijgt. Bovendien krijgen zo ook inwoners en ondernemers met minder financiële speelruimte de kans om te investeren en zeggenschap te krijgen over het project. Omdat elk lid één stem heeft in de algemene ledenvergadering, is de mate van zeggenschap per lid niet gerelateerd aan het aantal aandelen. Lokaal eigendom sluit andere vormen van financiële participatie niet uit.
Aanvullend op de minimaal 51 % mede-eigenaarschap met zeggenschap kan er per project gekozen worden voor een andere vorm van financiële participatie: • Financiële deelneming: coöperaties kunnen naast aandelen ook certificaten uitgeven. Certificaten geven wel winstrecht, maar geen stemrecht (dus geen zeggenschap over het project). • Duurzaamheidsfonds: dat gevuld wordt met een percentage van de winsten van het zonneveld of de windturbine. Dit fonds wordt lokaal gebruikt om bijvoorbeeld de omgeving te verbeteren of voor een sociaal project dat ten goede komt aan de buurt. • Omwonendenregeling, ook wel burenregeling genoemd. Deze regeling heeft als doel om aan alle bewoners binnen een bepaalde afstand tot het project een financieel voordeel te geven. Denk hierbij aan een bijdrage in het verduurzamen van de woning of korting op groene stroom. Het begrip lokaal eigenaarschap vereist maatwerk per project. De nadere invulling laat de gemeente Woudenberg over aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: de initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energie coöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen hoe het eigenaarschap geregeld wordt, zolang er 51% lokaal eigenaarschap met zeggenschap wordt gerealiseerd voor de duur van het project. Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst waar alle betrokken partijen hun handtekening onder zetten.
Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de financiële participatie optimaal wordt ingericht. Richtlijn • Er wordt een open en transparant proces gevoerd met de omgeving • De gemeente Woudenberg wordt nauw betrokken gedurende het hele participatieproces. • We kijken op projectniveau (dus niet dat de helft van de landelijke zonnevelden en windturbines in handen is van een privépersoon). • Lokaal eigendom is een collectief eigendom met zeggenschap. • Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen op verschillende manieren financieel profiteren van een energieproject. De opties hiervoor zijn onder te verdelen in vier categorieën die uitgewerkt zijn in de participatiewaaier: mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling. • De keuze voor de vorm van eigenaarschap met zeggenschap bepaalt de initiatiefnemer samen met de omgeving (minimaal de omwonenden uit de eerste cirkel, de grondeigenaren en de energie coöperatie). • Inwoners en ondernemers die financieel betrokken willen zijn, moet de mogelijkheid hiertoe geboden worden. Hun stem is niet alleen afhankelijk van de hoogte van de financiële inbreng. • Ook minderdraagkrachtige inwoners/ondernemers moeten de mogelijkheid krijgen om deel te nemen in energieprojecten.
• Het bevoegd gezag beoordeelt of het proces goed is doorlopen en of de omgeving in voldoende mate is betrokken. • De gedragscodes wind op land en zon op land dienen als ondergrens voor afspraken over
29
zowel financiële als procesparticipatie. In de loop van de jaren kunnen, door ervaringen elders, nieuwe vormen of inzichten ontstaan die vergelijkbaar zijn met deze richtlijnen,. oOp verzoek toetst de gemeente vooraf of sprake is van een vergelijkbare werkwijze, waarmee dan afgeweken kan worden van deze richtlijnen.
30
6
Procedure voor initiatieven
Zonneparken en windturbines hebben ruimtelijke impact op de fysieke leefomgeving. Een zorgvuldige afweging en beoordeling is dan ook belangrijk. Zowel voor de maatschappelijke als voor de landschappelijke inpassing worden van de initiatiefnemer inspanningen gevraagd om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. Zonneparken en windturbines passen niet binnen de huidige bestemmingsplanregels van de gemeente Woudenberg. De gemeente Woudenberg toetst initiatieven aan de hand van dit afwegingskader. Dit hoofdstuk beschrijft de te doorlopen procedure.
6.1 Procedure
Schetsidee
Toets schetsidee
Uitvoering particpatieplan
Principeverzoek/voor overleg
Beoordeling principeverzoek/voor overleg
Privaatrechtelijke overeenkomst
Indienen en afhandelen bestemmingsplan aanvraag
Figuur 9: Procedure voor initiatieven
1. Schetsidee Voorafgaand aan de formele planologische procedure vindt overleg plaats tussen de initiatiefnemer en de gemeente Woudenberg. De initiatiefnemer levert een schetsidee aan. Het schetsidee bevat ten minste: • Beschrijving van het initiatief, met o.a.: o Initiatiefnemer o Locatie o Grootte • Kaart van het plangebied • Concept landschappelijke inpassing • Concept profijtplan • Concept participatieplan en verslag van al gevoerde, verkennende gesprekken • Verslaglegging van de omgevingsdialoog tot dusver De initiatiefnemer blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk en risicodragend. Zo is het bijvoorbeeld aan de initiatiefnemer zelf om tijdig te overleggen en af te stemmen met de netbeheerder over de aansluiting op het elektriciteitsnet. 2. Toets schetsidee De gemeente Woudenberg bekijkt of het schetsidee alle onderdelen bevat. Vervolgens toetst de gemeente het schetsidee aan voorliggend afwegingskader en geeft verbeterpunten en aanbevelingen mee. Het is hierbij goed om te kijken naar de uitkomsten van het participatietraject dat voor dit afwegingskader is uitgevoerd, zie ‘Participatietraject gemeente Woudenberg’. 3. Uitvoering participatieplan In stap 1 en 2 heeft de initiatiefnemer een participatieplan en profijtplan opgesteld en aangescherpt. In deze stap gaat de initiatiefnemer verder met het uitvoeren van het participatieplan.
De initiatiefnemer informeert de omgeving en gaat in de omgevingsdialoog in gesprek met hen en andere belanghebbenden. Het gesprek gaat niet alleen over het initiatief en het ontwerp daarvan, maar ook over de financiële participatiemogelijkheden. De gemeente Woudenberg is toehoorder bij eventuele brede bijeenkomsten. Verslaglegging van het participatieproces (proces en financieel) en een terugkoppeling wat gedaan is met de ideeën en opmerkingen, maakt onderdeel uit van het op te stellen principeverzoek.
31
4. Principeverzoek/vooroverleg Mede aan de hand van het participatieplan en het onderzoeken van de omgevingseffecten komt de initiatiefnemer tot een principeverzoek. Het principeverzoek/vooroverleg bevat in ieder geval: • Kaartje met ligging en begrenzing van het projectgebied • Beschrijving van het initiatief (motivering, initiatiefnemer(s), grootte) • Technische gegevens • Landschappelijk inpassingsplan • Participatieplan (verslaglegging, resultaten en terugkoppeling van de manier waarop deze zijn meegenomen in het plan) • Profijtplan (beschrijving van de financiële participatie en beschrijving van het doorlopen proces) • Onderbouwing van de omgevingseffecten 5. Beoordeling principeverzoek/vooroverleg De gemeente Woudenberg bekijkt eerst of het principeverzoek/vooroverleg volledig is. Vervolgens beoordeelt de gemeente het initiatief inhoudelijk en toetst of dit voldoet aan het afwegingskader en de actuele wet- en regelgeving. Het ontwerp en de landschappelijke inpassing wordt getoetst door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 6. Privaatrechtelijke overeenkomst Voorafgaand aan de planologische procedure worden de afspraken vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst.
Het gaat in ieder geval om de volgende aspecten: • Een ontwerp, waarin de landschappelijke inpassing en de maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit zijn vertaald; • Een participatieplan, waarin de maatregelen voor de maatschappelijke inpassing zijn opgenomen (inclusief wijze van betrokkenheid inwoners en afspraken over financiële bijdrage aan maatschappelijke doelen); • Een profijtplan; • Een beheerplan, waarin het beheer tijdens de exploitatieperiode is beschreven met aandacht voor het aspect biodiversiteit; • De garantie dat het zonnepark/windturbinepark na 25 jaar of na afloop van de levensduur weer wordt opgeruimd met bijbehorende afspraken over verwijderbaarheid, hergebruik van materialen etc.; • Het verhalen van eventuele planschade bij de aanvrager; • Overige afspraken rond plankosten e.a. welke regulier onderdeel uit maken van anterieure overeenkomt bij bestemmingsplan of omgevingsplan. 7. Indienen en afhandeling bestemmingsplan aanvraag Na de aanpassing van het principeverzoek/vooroverleg kan de initiatiefnemer een bestemmingsplan aanvraag indienen. In overleg met de initiatiefnemers kan worden gekozen voor een herziening van het bestemmingsplan of Omgevingsplan.
In specifieke gevallen kunnen nog andere vergunningen of ontheffingen nodig zijn, ook van andere overheden, zoals het Waterschap Vallei en Veluwe (Keur) of de Provincie Utrecht (Wet natuurbescherming of Ontgrondingenwet). Na indienen start de formele procedure voor een herziening bestemmingsplan/Omgevingsplan.
6.2 Milieueffectrapportage Windturbines hebben veel impact op de fysieke leefomgeving. Het is belangrijk dat windturbines/windturbineparken voldoen aan de wet- en regelgeving. Ook is het van belang om de milieueffecten goed in beeld te brengen en de gevolgen te onderzoeken. Voor een (bestemmings)plan over windenergie of dat een windturbinepark mogelijk maakt, geldt de plicht om een plan-MER op te stellen15. Er zijn verschillende regels voor windturbineparken (verzameling van 3 of meer weer windturbines) en windturbines. Per initiatief zal er getoetst moeten worden aan de actuele wet- en regelgeving. De ontwikkelingen rondom normen en wet- en regelgeving
15
Commissie MER, thema Energie, veelgestelde vragen over windenergie en milieueffectrapportage. URL: Veelgestelde vragen - Commissiemer.nl
32
worden op de voet gevolgd. Een eventueelle plan-MER wind van de provincie Utrecht maakt nog steeds een project-MER noodzakelijk.
33