07. Advies ASD beleidsregels pre-mantelzorgwoningen (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
College van B & W T. a. v. dhr. R. Dekker Postbus 16 3930 EA Woudenberg
Woudenberg , 02 januari 2026
Betreft: Concept beleidsregels pré-mantelzorg
Geachte heer Dekker , beste Rik , Onderstaand ontvangt u een advies van de ASD met betrekking tot de concept notie pré-mantelzorg. In de eerste plaats willen wij onze waardering uitspreken over het feit dat de gemeente Woudenberg initiatieven neemt met betrekking tot regelgeving over pré-mantelzorg. De ASD constateert dat daar in de gemeente Woudenberg behoeft aan is en dat dit een waardevolle aanvulling/toevoeging is op
de bestaande mogelijkheden van mantelzorgwoningen. De ASD is ook zeer content met het concept beleidsregels en de toelichting daarop. De beleidsregels en de toelichting daarop geven blijk van een goed doordacht plan en er worden weloverwogen keuzes gemaakt. Desondanks zijn er een paar zaken die wij onder uw aandacht willen brengen. In Artikel 1 lid 1 D Er mogen maximaal 2 personen in een (pré-)mantelzorg woning wonen. Dit ontneemt alle gezinnen met nog inwonende kinderen de mogelijkheid op deze wijze mantelzorger te zijn. (Echtpaar wat laat kinderen heeft gekregen ; Kleinkinderen die dit willen doen voor opa en oma). Is dit wenselijk? zijn er uitzonderingsmogelijkheden? In Artikel 1 lid 1 O
Wordt gesteld dat: Woonunit: een demontabele of verplaatsbare woning welke niet op een fundering wordt geplaatst. Betekent dit dat een gesplitste woning , of een aanbouw aan een bestaande woning niet in aanmerking komt als pré-mantelzorgwoning? Als dit zo is zouden wij u willen vragen om dit nog eens te heroverwegen en of met aanvullende maatregelen te komen. De ASD ziet namelijk dat er op dit gebied ook veel mogelijkheden en kansen zijn die benut zouden kunnen/moeten worden.
www. adviesraadsociaaldomeinwoudenberg. nl
In artikel ‘p’ wordt wel iets gezegd over een ‘zelfstandige wooneenheid’. Dit suggereert dat het om een bestaande wooneenheid gaat. Mag binnen een bestaande woning (eventueel door splitsing) een dergelijke voorziening met de eisen van ‘p’ worden gerealiseerd? Ook in de toelichting wordt dit niet helder. De ASD vindt het raadzaam om daar in de toelichting iets duidelijker over te zijn. In Artikel 3. 2 lid 7 en 8 Gaat het over de milieubelasting. De ASD vind dat de criteria hiervoor niet heel duidelijk omschreven zijn. Wat ons betreft zou er beter omschreven moeten worden wat hier precies mee wordt bedoeld. In Artikel 3. 2 lid 9 Een vergunning wordt slechts verleend als voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is. De ASD snapt deze keuze ook met het oog op datgene wat er in de toelichting wordt gezegd. Wij vragen echter wel om hier ook maatwerk te leveren. In sommige gevallen is er wel ruimte voor een pré-mantelzorg woning , maar geen ruimte voor parkeerplaats. In deze gevallen zou je in onderling overleg ook naar andere mogelijkheden kunnen kijken , die de parkeerdruk niet overmatig belasten.
Artikel 3. 3. Participatietraject. Dit betekent dat de aanvragers hun buren en andere betrokkenen tijdig informeren over hun plannen en actief luisteren naar hun mening en eventuele zorgen. De ASD kan hier heel ver in meegaan. Toch willen we u erop wijzen dat verhoudingen tussen buren niet altijd dusdanig zijn dat gesprek over plannen met betrekking tot een pré-mantelzorg woning op een constructieve wijze gevoerd kunnen worden. Hoe dan te handelen? Is er in dergelijke gevallen bijvoorbeeld bemiddeling mogelijk…. ? Artikel 4 Postmantelzorgfase De ASD is zeer verheugt dat de gemeente Woudenberg een termijn van maximaal 2 jaar voorstelt om opzoek te gaan naar een passend woonalternatief. Tegelijkertijd baart dit artikel de ASD wel enige zorg , gezien de constellatie van de huidige woningmarkt. Er zijn gevallen bekent van personen die soms vijf tot zeven jaar op een passende woning moeten wachten.
Zijn er afspraken met woningbouwcorporaties om bewoners van een prémantelzorgwoning een voorrangsstatus te geven voor een passende woning? Of ziet het college hier andere mogelijkheden? En wat gebeurt er wanneer de termijn van twee jaar wordt overschreden en betrokken heeft er alles aan gedaan wat binnen de mogelijkheden ligt om een passende woon oplossing te verkrijgen? Artikel 5 Hardheidclausule De hardheidsclausule dekt waarschijnlijk niet alles , want hoe concreet is “onbillijkheid van overwegende aard”. De ASD vindt dit een lastig en multi interpretabel begrip. Wij heeft in dergelijke gevallen de beslissende/doorgevende stem? Zijn er ook mogelijkheden om in beroep te gaan , cq de juistheid van de overweging/beslissing te toetsen? We willen wijzen op het feit dat het ook bij postmantelzorgers om een hele kwetsbare personen kan gaan. Toelichting op beleidsregels In Artikel 2. 5 wordt uitgebreid ingegaan op de ‘spelregels’. De ASD vindt dit heel goed. We vinden dit niet in de beleidsregels terug. De ASD raad het college aan om ook in de beleidsregels nadrukkelijk naar de toelichting te verwijzen. Met betrekking tot de (WMO) voorzieningen die in de pré-mantelzorg woning moeten worden getroffen zouden we in de toelichting iets concreter/duidelijker zijn , zodat er later geen discussie
www. adviesraadsociaaldomeinwoudenberg. nl
meer
ontstaat over
worden.
De ASD
WMO-voorzieningen die in een later stadium wel/niet vergoed moeten/kunnen college aan om dit gesprek ook goed te documenteren en door beide
raad het
partijen te laten ondertekenen.
Met
vriendelijke groet,
namens
de Adviesraad Sociaal Domein
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
www.adviesraadsociaaldomeinwoudenberg.nl