06c John F. Kennedylaan 6_Toelichting_Bijlage 3.pdf
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Utrecht Plangebied: John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg Opsteller(s): M. de Vries
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Utrecht Colofon Plangebied
John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg
Opsteller(s)
M. de Vries
Datum
10-3-2023
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20230214v01
Aantal pagina’s
35
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Contactpersoon
C. Hanse
Kwaliteitscontrole
F.A. van Meurs
Projectleider
M.W.H. Bekkers
Wijze van citeren
Vries, M. de, 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Utrecht. Plangebied: John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. Kenmerk: ER20230214v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2023
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapporta ge.
Inhoudsopgave 1
2
3
4 5
6
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Onderzoeksmethodiek
5
1.4
Leeswijzer
6
Omschrijving plangebied
7
2.1
Algemeen
7
2.2
Beschrijving
7
2.3
Geplande ingrepen
8
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden
8
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze
9
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode
9
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
11
3.1
Wet natuurbescherming
11
3.1.1
Natura 2000
11
3.2
Omgevingsverordening Utrecht
12
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland
12
3.2.2
Groene contour
12
3.2.3
Weidevogelkerngebied
12
Beschermde houtopstanden
14
4.1
14
Wet natuurbescherming
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
15
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
15
5.1.1
Bronnenonderzoek
15
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
15
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
16
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
17
5.2.1
Bronnenonderzoek
17
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
18
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
19
5.3
Nationaal beschermde soorten
20
5.3.1
Bronnenonderzoek
20
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
21
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
22
5.4
Invasieve exoten
22
Vervolgstappen
23
6.1
Algemeen
23
6.2
Beschermde gebieden
23
6.3
Beschermde soorten
23
6.4
Onderzoeksperioden
26
3
6.5
Ontheffing
26
7
Conclusies
28
8
Geraadpleegde bronnen
29
8.1
Literatuur
29
8.2
Internet
29
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied
30
Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader
33
Wet natuurbescherming
33
Bescherming van gebieden
33
Bescherming van soorten
33
Bescherming van houtopstanden
34
Omgevingsverordening Utrecht
35
Ecoresult B.V. maart 2023
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Kubiek ruimtelijk Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen uitbreiding aan de noordzijde van het schoolgebouw en de herinrichting van de omliggend openbare ruimte binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 2.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen en weidevogelkerngebieden). In het kader van de Omgevingsverordening Utrecht.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. •
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 21 februari 2023 door M. de Vries, ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.
•
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 5 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Daarnaast zijn indien beschikbaar de gemeentelijke
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige 1
Ecoresult B.V. maart 2023
5
natuurkaarten geraadpleegd. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. •
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF uitvoerportaal.
1.4
Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.
Ecoresult B.V. maart 2023
6
2
Omschrijving plangebied
2.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat de straat De Maat met aan weerszijden parkeervakken, fietspad, fietsenstallingen en de noordgevel van een schoolgebouw gelegen aan de John F. Kennedylaan 7, Woudenberg, gemeente Woudenberg, provincie Utrecht (Figuur 2).
Figuur 2: Ligging van plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o. Woudenberg (rode omlijning) en het onderzochte gebied (blauwe omlijning) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: OpenStreetMap
2.2
Beschrijving Noordgevel schoolgebouw •
Het schoolgebouw stamt uit bouwjaar 20192.
•
De noordgevel van het schoolgebouw is opgebouwd uit meerdere type gevels:
•
o
twee noordgevels van klaslokalen
o
een halve maanvormige gevel van een opberghok
o
noordgevel van de hal.
De noordgevels van de klaslokalen zijn opgetrokken uit baksteen. In de buitenmuur loopt een brede dilatatievoeg over de gehele lengte naar beneden. Deze is ca 1,5 cm breed.
•
De noordgevel van de hal is opgetrokken uit baksteen. In de buitenmuur zijn enkele open stootvoegen aanwezig van ca. 1 cm breed. Het is niet bekend of deze toegang geven aan een open spouwmuur.
•
De halvemaanvormige gevel van het opberghok bestaat voornamelijk uit een constructie van trespa panelen met enkele ramen. De kozijnen en panelen sluiten goed aan en er zijn geen openingen aanwezig.
2
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ecoresult B.V. maart 2023
7
•
De daken van de klaslokalen hebben een zadeldak. De dakpannen sluiten goed aan en er zijn geen openingen of kieren aanwezig in het dakvlak.
•
Op de kopgevels zijn overstekende kantpannen aanwezig. Deze sluiten strak aan op de boeiborden en er zijn geen openingen of kieren aanwezig.
•
Aan de dakranden op langzijden bevinden zich dakgoten. Deze zijn verzonken in de boeidelen en er zijn geen toegankelijke openingen aanwezig onder de eerste rij dakpannen die toegankelijk zijn via de dakgoot.
•
Vanuit deze dakgoten wordt regenwater via pijpen naar beneden afgevoerd.
•
Het halvemaanvormige opberghok en de hal hebben een plat dak van bitumen.
•
Langs de dakranden lopen metalen daktrimmen. Deze sluiten goed aan en er zijn geen openingen of kieren aanwezig.
Rest van het plangebied: •
Aan de noordwestzijde van het plangebied is de straat De Maat aanwezig die toegang geeft aan de milieustraat ten noorden van het plangebied. Langs De Maat zijn enkele parkeervakken aanwezig. Verharding bestaat voornamelijk uit klinkerbestrating.
•
De straat gaat over in een fietspad die de schoolgebouwen aan de noordzijde ontsluit.
•
Langs de noordzijde van het fietspad zijn enkel fietsenstallingen aanwezig met fietsbeugelrekken en een metalenhekwerk.
•
Langs de noordzijde van het plangebied is een groenstrook aanwezig. Deze bestaat voornamelijk uit algemene kruiden, struiken en kleine boompjes zoals klimop, Amerikaanse vogelkers, prunus, Spaanse aak, rode kornoelje, gouden regen en zwarte els.
•
Er zijn in de bomen binnen het plangebied geen nesten, holtes of scheuren aanwezig.
•
Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn in het plangebied afwezig.
•
Straatverlichting is aanwezig langs het fietspad en de parkeervakken van het plangebied door middel van lantaarnpalen. Verder bestaat verlichting uit plaatselijk gevelverlichting.
2.3
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden Het schoolgebouw zal aan de noordkant uitgebreid worden met 7 nieuwe klaslokalen en een nieuwe hoofdentree. Dit houdt in ieder geval in: •
Uitbreiding aan de noordzijde van het schoolgebouw met een nieuwe hoofdentree.
•
Er wordt slechts circa 30 m2 gesloopt.
•
De nieuwbouw voorziet in een uitbreiding die bestaat uit twee bouwlagen. De begane grond kent een BVO van 391,3 m2 en de 1e verdieping een BVO van 430,8 m2.
•
De beoogde uitbreiding bestaat uit 7 leslokalen, één transparant/multifunctioneel speellokaal en enkele overige ruimten.
•
Aan de noordzijde van het gebouw wordt een nieuw fiets- en voetpad gecreëerd.
•
De bomen/beplanting blijven in hoofdzaak behouden
Ecoresult B.V. maart 2023
8
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze Per fase start de bouw nadat het (deel)plangebied bouwrijp is gemaakt (slopen buitenmuur, openbreken van straat/fietspad en afvoeren bestrating) .De bouwwerkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit: •
De aanleg van een bouwplaats met een keet en de opslag van bouwmaterialen
•
Heien paalfundering;
•
De werkzaamheden worden met het nodige (zwaar) materieel uitgevoerd;
•
Bouwen / monteren casco (wanden, vloeren, gevels, dak); gebruik bouwsteigers, mobiele kranen e.d.;
•
Installaties en afbouw;
•
Herinrichten openbaar gebied, waaronder looppaden fiets- en voetgangersvoorzieningen,
•
Tijdens de werktijden is de bouwplaats voor zonsopgang en na zonsondergang verlicht met bouwlampen; buiten de werktijden is de bouwplaats na zonsondergang tot voor zonsopgang in het kader van veiligheid spaarzaam verlicht.
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Het voornemen is de werkzaamheden in 2023 te starten. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.4
(Ontwerp)tekening
Figuur 3: Impressie van de nieuwe inrichting van het plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. Bron: Arcom Architectuur
Ecoresult B.V. maart 2023
9
Figuur 4: Ontwerptekening van de nieuwe inrichting van het plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. Met aan de noordzijde de nieuwe hoofdentree (blauw en geel), in het midden de nieuwe fietsenstallingen (bruin) en het verlegde fietspad (oranje)
r
Ecoresult B.V. maart 2023
10
3
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1
Natura 2000
3.1.1.1
Algemeen Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kolland & Overlandbroek op ca. 9,6 kilometer ten zuiden van het plangebied (zie Figuur 5). Dit gebied heeft stikstofgevoelige habitats. Op grotere afstand liggen De Rijntakken (ca. 10,4 km), het Binnenveld (ca. 13,4 km) en de Veluwe (ca. 14,7 km). Deze gebieden hebben ook allemaal stikstof gevoelige habitats.
Figuur 5: Plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg (blauwe speld) en de nabijgelegen Natura 2000 gebieden Kolland & Overlandbroek (geel), De Rijnstrangen (blauw), Het Binnenveld (geel) en De Veluwe (groen) en stikikstofgevoelige habitats (paars). Bron: AERIUS calculator versie 2022
3.1.1.2
Stikstof In de aanlegfase zal er gebruik gemaakt worden van machines die stikstof uitstoten. Ook zal er sprake zijn van bouwverkeer ten bate van dit project. Als gevolg hiervan is stikstofdepositie op nabijgelegen stikstofgevoelige habitats in de omgeving en daarbij behorende negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Een nadere beoordeling van de aanlegfase middels de AERIUSberekening is derhalve nodig. In de gebruiksfase zal er uitgegaan worden van gasvrije bebouwing (geen stikstofdepositie als gevolg van gasverbranding in het gebouw zelf), maar het gebruik van het plangebied zal wel veranderen. Door de uitbreiding van het schoolgebouw zal er in de toekomst een intensiever
Ecoresult B.V. maart 2023
11
gebruik optreden (meer verkeersaantrekkende werking. Een nadere beoordeling middels de AERIUS-berekening is derhalve nodig. 3.1.1.3
Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van andere verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de grote afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
3.2
Omgevingsverordening Utrecht
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnd NNN gebied ligt op een afstand van circa 122 meter ten noorden van het plangebied en betreft een groenstrook aan de zuidrand van Landgoed Geerestein (zie Figuur 6). De provincie Utrecht kent geen toetsing van externe werking op het Natuurnetwerk Nederland. Op basis van de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt derhalve op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De interim Omgevingsverordening Utrecht wordt niet overtreden.
3.2.2
Groene contour Het plangebied is niet gelegen in de Groene Contour. De meest dichtstbijzijnde onderdelen van de Groene Contour liggen op een afstand van circa 680 meter ten noorden (zie Figuur 6) van het plangebied en betreffen onderdelen van het Landgoed Geerestein. Gebieden die behoren tot de Groene contour betreffen weilanden die omgevormd zullen worden tot natuurgebied en opgenomen zullen worden in de NNN. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De interim Omgevingsverordening
Utrecht
wordt
niet
overtreden.
Vervolgstappen
zijnde
een
ontheffing/vergunning is niet nodig.
3.2.3
Weidevogelkerngebied Het plangebied is niet gelegen in een Weidevogelkerngebied 3. Het meest dichtstbijzijnde Weidevogelkerngebied ligt op meer dan 12,2 km afstand ten noorden van het plangebied nabij Amersfoort. Op basis van de afstand van het Weidevogelkerngebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Interim Omgevingsverordening Utrecht wordt niet overtreden.
3
Door de grote afstand niet op Figuur 6 weergegeven
Ecoresult B.V. maart 2023
12
Figuur 6: Ligging plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg (globaal rood omcirkeld) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland en Groene contour. Bron: https://gis.provincie-utrecht.nl/
Ecoresult B.V. maart 2023
13
4
Beschermde houtopstanden
4.1
Wet natuurbescherming Er worden voor deze ontwikkeling geen bomen gekapt. Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt daarom voor deze ontwikkeling niet overtreden.
Ecoresult B.V. maart 2023
14
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
5.1.1
Bronnenonderzoek
5.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg . Bron: NDFFuitvoerportaal, geraadpleegd op 17-02-2023 Soort
Beschermingscategorie
Boomvalk
Categorie 4
Buizerd
Categorie 4
Gierzwaluw
Categorie 2
Grote gele kwikstaart
Categorie 3
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Ooievaar
Categorie 3
Ransuil
Categorie 4
Slechtvalk
Categorie 3
Sperwer
Categorie 4
Steenuil
Categorie 1
Wespendief
Categorie 4
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
5.1.2.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Voor zowel huismus als gierzwaluw zijn geen mogelijkheden in het schoolgebouw om vaste rust- en verblijfplaatsen te herbergen. Tijdens het verkennend veldbezoek werden ook geen mussen waargenomen. Potentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen en grenzend aan het plangebied. Huismussen zouden in de groenstrook aan de noordzijde van het plangebied kunnen foerageren.
Ecoresult B.V. maart 2023
15
Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen steenuil- en kerkuilnestkasten aanwezig, sterk urbane omgeving). Voor ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het platte dak kan niet worden uitgesloten. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen binnen en direct rondom het plangebied geen nesten waargenomen in bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten. 5.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (zogenaamde Categorie 5-soorten). Ekster zou in de groenstrook tot broeden kunnen komen. Het schoolgebouw is ongeschikt voor vogel met niet jaarrond beschermde nesten. De directe omgeving van het plangebied is ook geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals ekster.
5.1.2.3
Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving zijn geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, zoals roodborst, winterkoning, tjiftjaf, houtduif en merel. Deze soorten zouden tot broeden kunnen komen in de groenstrook aan de noordzijde van het plangebied.
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.1.3.1
Jaarrond beschermde nesten Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn in het plangebied afwezig. De groenstrook aan de noordzijde van het plangebied zou een onderdeel kunnen zijn van het essentieel leefgebied van huismus. Echter zijn er geen werkzaamheden gepland in deze groenstrook en blijft deze behouden. Verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 7) van de Wnb wordt niet overtreden. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6).
5.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5-soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene
Ecoresult B.V. maart 2023
16
vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op bezette nesten van Categorie 5-soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6. 5.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Algemene vogels kunnen tot broeden komen in de groenstrook aan de noordrand van het plangebied. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
5.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied. John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 17-05-2023 Soort
Soortgroep
Baardvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Bosvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Franjestaart
Zoogdieren - Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Laatvlieger
Zoogdieren - Vleermuizen
Rosse vleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Watervleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Otter
Zoogdieren - Overig
Heikikker
Amfibieën
Kamsalamander
Amfibieën
Poelkikker
Amfibieën
Zandhagedis
Reptielen
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
Ecoresult B.V. maart 2023
17
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied biedt geen potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Het schoolgebouw bevat weliswaar enkele open stootvoegen en toegankelijke dilatatievoegen waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Echter zijn de stootvoegen erg klein (< 1 cm) en zat er ten tijde van het verkennend veldonderzoek veel spinrag in de stootvoegen wat er op wijst dat de stootvoegen niet in gebruik zijn (zie Figuur 7). Ook kon de dilatatievoeg met een zaklamp goed worden geïnspecteerd en werden geen sporen (uitwerpselen) van vleermuizen aangetroffen. Op basis hiervan kan er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, meervleermuis en laatvlieger niet aanwezig zijn in het plangebied. De bebouwing rondom het plangebied is eveneens potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw. De bomen in het plangebied zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals bosvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis.
De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rusten verblijfplaats. De groenstrook aan de noordzijde van het plangebied zou onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute4. Wat betreft foerageergebied zouden vleermuizen kunnen foerageren in de groenstructuren binnen het plangebied.
4 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
Ecoresult B.V. maart 2023
18
Figuur 7: In de noordgevel van de hal zijn 4 stootvoegen aanwezig met spinrag welke redelijkerwijs ongeschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
5.2.2.2
Overige zoogdieren De aanwezigheid van otter kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van open water met oeverzones met voldoende dekking binnen het plangebied.
5.2.2.3
Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van beschermde amfibieën zoals heikikker, kamsalamander en poelkikker wegens het ontbreken van geschikt
habitat.
Geschikt
voortplantingswater
en/of
zandige
ondergrond
welke
als
overwinteringsplaats voor deze soorten kan dienen is afwezig binnen het plangebied. Ook is het plangebied voor deze soorten, vanwege de ligging in urbaan gebied, met veel doorgaande wegen, onbereikbaar. Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van beschermde reptielen zoals zandhagedis wegens het ontbreken van geschikt habitat. De soort is sterk gebonden aan heide- en duingebieden. Voor de voorplanting gebruikt het vrouwtje zandige gebieden voor de leg van de eieren. 5.2.2.4
Libellen Het plangebied is ongeschikt voor gevlekte witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel. Deze soorten komen voor in poelen of plassen, waarbij de oevers begroeid zijn met struikgewas en ruigere vegetatie. Dit type habitat is niet aanwezig binnen het plangebied.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en meervleermuis) en bomen (bosvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis) is uitgesloten. Er zijn geen
Ecoresult B.V. maart 2023
19
geschikte openingen aanwezig binnen het plangebied waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Potentieel essentieel functioneel leefgebied is aan de noordzijde van het plangebied aanwezig. Vleermuizen zouden deze groenstrook kunnen gebruiken als onderdeel van hun vliegroute of om te foerageren. Echter zijn er geen werkzaamheden gepland waarbij deze groenstrook zal worden verwijderd. Daardoor zal deze structuur behouden blijven. Mocht er ‘s avonds worden gewerkt dan zullen eventuele bouwlampen van deze groenstrook afgericht dienen te worden. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 7) van de Wnb worden niet overtreden. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3
Nationaal beschermde soorten
5.3.1
Bronnenonderzoek
5.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 3: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. Bron: NDFFuitvoerportaal, geraadpleegd 17-02-2023 Provinciale Provinciale Soort Soortgroep Soort Soortgroep vrijstelling vrijstelling Boommarter Zoogdieren Nee Adder Reptielen Nee Bosmuis
Zoogdieren
Ja
Hazelworm
Reptielen
Nee
Bunzing
Zoogdieren
Nee
Levendbarende hagedis Reptielen
Nee
Damhert
Zoogdieren
Nee
Ringslang
Reptielen
Nee
Das
Zoogdieren
Nee
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Nee
Dwergmuis
Zoogdieren
Ja
Bastaardkikker
Amfibieën
Ja
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Edelhert
Zoogdieren
Nee
Gewone pad
Amfibieën
Ja
Eekhoorn
Zoogdieren
Nee
Kleine watersalamander Amfibieën
Ja
Egel
Zoogdieren
Ja
Grote modderkruiper
Vissen
Nee
Haas
Zoogdieren
Ja
Bruine eikenpage
Dagvlinders
Nee
Huisspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Grote vos
Dagvlinders
Nee
Konijn
Zoogdieren
Ja
Akkerogentroost
Vaatplanten
Nee
Ree
Zoogdieren
Ja
Dreps
Vaatplanten
Nee
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ja
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
Nee
Steenmarter
Zoogdieren
Nee
Kartuizer anjer
Vaatplanten
Nee
Veldmuis
Zoogdieren
Ja
Korensla
Vaatplanten
Nee
Vos
Zoogdieren
Ja
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
Nee
Wezel
Zoogdieren
Nee
Ecoresult B.V. maart 2023
20
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Zoogdieren Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Utrecht een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft o.a. de egel en verschillende soorten (spits) muizen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Het plangebied is door het ontbreken van grotere openingen in de gevels ongeschikt voor steenmarter. Ook zijn van deze soort tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen. Van de overige kleine marterachtigen zoals wezel, bunzing en hermelijn worden geen verblijfplaatsen van deze soorten in het plangebied verwacht. Structuurrijke vegetaties, bloemrijke graslanden, takkenrillen, struwelen en vermolmde boomstobben zijn in het plangebied afwezig, en daarmee voor deze dieren essentiële dekkings- en foerageermogelijkheden. Voor das is het plangebied ook ongeschikt wegens het ontbreken van kleinschalig akker- en cultuurlandschap. Tevens moeten er weinig tot geen verstorende menselijke effecten aanwezig zijn. Grote hoefdieren zoals edelhert en damhert zijn ook niet te verwachten. Grote aaneengesloten bosrijke gebieden met grazige vlaktes zijn niet aanwezig.
5.3.2.2
Amfibieën en reptielen Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Utrecht een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën (alpenwatersalamander) zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Open water wat als voortplantingswater kan dienen is in het plangebied niet aanwezig. Ook is er geen vergraafbare bodem die zou kunnen dienen als overwinteringsplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen van hazelworm, levendbarende hagedis of ringslang kunnen op voorhand worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Hazelworm komt voor in open bossen, heide, houtwallen en struwelen. Voor ringslang zijn broedhopen die als voortplantingsplaats kunnen dienen afwezig binnen het plangebied. De levendbarende hagedis komt voor op heide, hoogveen of in open bossen of ruige graslanden. Binnen deze habitats komt de soort voornamelijk voor op de vochtige delen van de terreinen. Hazelworm
5.3.2.3
Vissen Nationaal beschermde vissen zoals grote modderkruiper worden niet verwacht. Ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei is in het plangebied niet aanwezig.
5.3.2.4
Dagvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals bruine eikenpage en grote vos wegens het ontbreken van geschikt habitat. Bruine eikenpage heeft een voorkeur voor bosranden en eikenkakhout vlaktes met veel bloeiende nectarplanten. Grote vos komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en is afhankelijk van wilgenbossen als waardplant.
Ecoresult B.V. maart 2023
21
De soort heeft een sterk zwervend karakter en waarnemingen rondom het plangebied hebben betrekking op zwervende exemplaren. 5.3.2.5
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn geen oude (kalk-)muren – geschikt voor muurvegetatie – aanwezig in het plangebied. Door de ligging van het plangebied in een urbane omgeving, met sterk gecultiveerde vegetatie en de afwezigheid van akkerreservaten zijn geschikte groeiplaatsen voor soorten als akkerogentroost, dreps, groot spiegelklokje, kartuizer anjer, korensla en wilde ridder spoor in het plangebied daarom niet aanwezig.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Utrecht een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige vrijgestelde en niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten is het plangebied ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.
Ecoresult B.V. maart 2023
22
6
Vervolgstappen
6.1
Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen.
6.2
Beschermde gebieden In Tabel 4 is in een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Er is aanvullend onderzoek nodig naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase in de vorm van een AERIUS-berekening. Tabel 4: Tabel met verwachte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen. Afstand tot Nader Mitigerende Type Negatief effect Ontheffing plangebied onderzoek maatregelen Natura 2000 9,6 km Mogelijk Ja, AERIUSNader te Nader te berekening bepalen bepalen Natuurnetwerk Nederland 122 m Nee Nee Nee Nee
6.3
Weidevogelkerngebied
12,2 km
Nee
Nee
Nee
Nee
Groene contour
680 m
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde houtopstanden N.V.T.
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde soorten In Tabel 5 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten.
23
Vogelrichtlijn
Habitatrichtlijn
Nationaal beschermd
Invasieve exoten
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Alle
(Mitigerende) maatregelen (aantal)
Ontheffing nodig
Nader onderzoek****
Negatief effect
Functie
Geschikt / aanwezig
Soort
Soortgroep
Beschermingsregime
Tabel 5: Mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, de verwachte functies en te nemen vervolgstappen.
Nee n.v.t
n.v.t
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Overige soorten jaarrond Nee n.v.t beschermd nest Diverse o.a. ekster Ja Vaste rust- en verblijfplaats
n.v.t
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Mogelijk Nee
Nee
Ja, Algemene bescherming vogels*
Vaste rust- en verblijfplaats
Mogelijk Nee
Nee
Ja, Algemene bescherming vogels *
Functioneel leefgebied
Mogelijk Nee, mits
Functioneel leefgebied
Mogelijk Nee, mits
Vogels met nietjaarrond beschermde nesten (Categorie-5) Algemene vogels Diverse o.a. roodborst, Ja winterkoning, tjiftjaf, houtduif en merel Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, Ja (gebouwbewonend) ruige dwergvleermuis, laatvlieger
Vleermuizen (Boombewonend)
Rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis
Ja
Overig
Diverse
Nee n.v.t.
Nee
Nee
Mogelijk Ja, eventuele bouwverlichting dient van de groenstrook aan de noordzijde te worden afgericht. Mogelijk Ja, eventuele bouwverlichting dient van de groenstrook aan de noordzijde te worden afgericht. Nee Nee
Niet vrijgesteld
Alle
Nee n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Vrijgesteld
Diverse gewone pad, bruine kikker, egel en (spits)muizen
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats, Mogelijk Nee Essentieel leefgebied
Nee
Ja, Zorgplicht**
Nee
24
* Algemene bescherming vogels: Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedvogels. Schadelijke effecten op in gebruik zijnde nesten van vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Bij aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog de mogelijkheden bekeken te worden. Eventuele verwijdering van beplanting vindt plaats buiten de broedperiode van de aanwezige soorten (die globaal loopt van 1 maart tot 15 augustus). ** Zorglicht algemeen: De zorgplicht dient altijd in acht genomen te worden. De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten (en dus niet alleen de beschermde) en hun leefomgeving. Concreet betekent dit dat wanneer wordt vermoed dat door handelingen of nalaten geen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen mogen worden veroorzaakt.
Verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten (voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevraagd) en alle maatregelen te nemen die die negatieve gevolgen kunnen voorkomen, beperken of ongedaan te maken. In de praktijk zal dus wanneer men in het werkterrein een egel of gewone pad aantreft, deze buiten het werkterrein geplaatst dient te worden of de kans moet krijgen om op eigen kracht het werkterrein te verlaten. ***De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt (Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol 2021).
Ecoresult B.V. maart 2023
25
6.4
Onderzoeksperioden In Tabel 6 is een overzicht te vinden van de perioden waarin aanvullend onderzoek mag plaatsvinden.
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Soort
Februari
Januari
Tabel 6: De onderzoeksperioden voor het benodigde nader onderzoek.
AERIUS Berekening Berekening/rapportage
6.5
Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelijk in de volgende gevallen •
Indien er een bijdrage in stikstofdepositie wordt vastgesteld
De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Ook dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. De doorlooptijd van de stikstofvergunning is op dit moment onbekend. U komt alleen in aanmerking voor een vergunning als uw project voldoet aan 1 of meer voorwaarden5: •
Door uw activiteit zal de stikstofdepositie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie.
•
Als uw activiteit zorgt voor een toename van de stikstofdepositie, neemt u ook maatregelen waardoor de stikstofdepositie omlaag gaat. Belangrijk is dat de totale stikstofdepositie uiteindelijk lager is dan in de huidige situatie.
•
U maakt gebruik van extern salderen: overhevelen van een toestemming voor stikstofuitstoot van een stoppend bedrijf naar uw project. De toestemming geldt voor maximaal 70% van de stikstofuitstoot van het stoppende bedrijf.
•
Uit een ecologische toets blijkt dat de stikstofuitstoot van uw activiteit niet leidt tot aantasting van een Natura 2000-gebied.
•
Uw activiteit kent een groot maatschappelijk belang en voldoet aan de ADC-toets: o
(A) geen alternatieven
o
(D) dwingende noodzaak
o
(C) voldoende compenserende maatregelen
De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken). Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria:
5
•
Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).
•
Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).
https://www.noord-holland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melden
26
•
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving.
Dit
kan
worden
voorkomen
door
het
treffen
van
voldoende
mitigerende/compenserende maatregelen.
Ecoresult B.V. maart 2023
27
7
Conclusies In opdracht van Kubiek ruimtelijk Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: John F. Kennedylaan 6 e.o., Woudenberg. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen uitbreiding aan de noordzijde van het schoolgebouw en de herinrichting van de omliggend openbare ruimte binnen het plangebied Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: •
Gebiedsbescherming o
Wet Natuurbescherming ▪
Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van dit project niet op voorhand is uit te sluiten.
▪
Overige effecten (geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) op Natura2000 kunnen op voorhand worden uitgesloten
o
Provinciale Verordening Zuid-Holland ▪
Effecten op beschermde gebieden onder de Provinciale Verordening Utrecht kunnen op voorhand worden uitgesloten.
o
Houtopstanden ▪
Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt voor deze ontwikkeling niet overtreden.
•
Beschermde soorten o
Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies zijn uit te sluiten mits wordt gehouden aan de maatregelen benoemd in hoofdstuk 5.2.3 ▪
Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger): (essentieel) functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroute).
o
Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten.
28
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Literatuur Kennisdocumenten soorten •
Anoniem, 2022. Kennisdocument Huismus. BIJ12
•
Anoniem, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw BIJ12
•
Anoniem, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12
•
Anoniem, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12
Vleermuisprotocol 2021 Anoniem, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus,
•
Zoogdiervereniging
8.2
Internet Beschermde gebieden & soorten •
https://gis.provincieutrecht.nl/Geocortex/WebViewer/?app=e691e7d6b6d348b1a331dd5d298ac85c https://calculator.aerius.nl/wnb/
•
https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melde n
Kadastrale Kaarten •
https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html
Nationale Databank Flora en Fauna •
https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving •
www.rvo.nl
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •
http://pdokviewer.pdok.nl
29
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied
Noordelijk kopgevels van een klaslokaal, opberghok en de hal gezien vanuit het noordwesten. Foto: M. de Vries |Ecoresult B.V.
De groenstrook aan de noordzijde van het plangebied welke mogelijk een onderdeel kan zijn van het functioneel leefgebied van vleermuizen in de omgeving. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. maart 2023
30
De straat De Maat met parkeervakken kijkend richting het westen. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
Het fietspad met stallingen in het verlengde van De Maat kijkend richting het oosten. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. maart 2023
31
De daktrimmen van de gevel van de hal sluiten goed aan en er zijn geen openingen of kieren aanwezig. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
De overstekende kantpannen sluiten nauw aan er zijn geen openingen aanwezig waar gebouwbewonende vogels kunnen verblijven. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. maart 2023
32
Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelen tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in drie categorieën.
Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000-gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000-gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 2 november 2022 is de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector komen te vervallen. Als gevolg hiervan is de werkwijze van vóór 1 juli 2021 omtrent stikstofdepositie in de gebruiksfase weer actueel geworden. De effecten van stikstofuitstoot, en de daarbij behorende stikstofdepositie dienen daarom weer getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUSberekening. Ook stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeersaantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening.
Indien er sprake is van stikstofdeposities (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitats in Natura2000gebieden is er sprake van een vergunningsplicht.
Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie Tabel 7). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen6.
6
Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Ecoresult B.V. maart 2023
33
Tabel 7: De verbodsbepalingen behorende bij de verschillende beschermingsregimes zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Beschermingsregime soorten Beschermingsregime soorten Beschermingsregime Nationaal Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Art 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten opzettelijk te vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied doden of te vangen. vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van dieren opzettelijk te beschadigen of van vogels weg te nemen vernielen. te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en dezeHet is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben. natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren.
wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. vernielen
Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: •
houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;
•
houtopstanden op erven of in tuinen;
•
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;
•
kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande: o
wegbeplantingen;
o
beplantingen langs waterwegen;
o
eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
Ecoresult B.V. maart 2023
34
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Omgevingsverordening Utrecht In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermde gebieden in de Omgevingsverordening is het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben. Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. Elke provincie heeft zelf de regie over de invulling van deze kenmerken en waarden. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Utrecht niet van toepassing. Provincies zijn vrij dit nader in te vullen. Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen. In de provincie Utrecht betreft dit Groene contour en Weidevogelkerngebied. In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.
Ecoresult B.V. maart 2023
35