06b. Evaluatie Diftar Woudenberg 2021 DEF.pdf
Tekst van het document
Evaluatie diftar Woudenberg Resultaten gewijzigde afvalsystematiek in 2017
Noëlle Kolkman, beleidsadviseur Afval Gemeente Woudenberg 0
Augustus 2021
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ......................................................................................................... 2 1.1. Doelstelling .............................................................................................. 2 1.2. Opzet evaluatie ......................................................................................... 2 2. Diftar in Woudenberg ....................................................................................... 3 2.1. Doelstelling .............................................................................................. 3 2.2. Wijziging inzamelsystematiek ..................................................................... 3 2.2.1. Basissysteem diftar ................................................................................. 3 2.2.2. Omgekeerd inzamelen ............................................................................. 3 2.2.3. Aanvullende maatregelen ........................................................................ 4 3. Inzamelprestaties ............................................................................................ 5 3.1. Woudenberg, Oost-Gelre en Staphorst ......................................................... 5 3.2. Milieuprestatie .......................................................................................... 5 3.2.1.
Restafval ............................................................................................... 5 3.2.2. Pmd ...................................................................................................... 6 3.2.3. Gft ........................................................................................................ 7 3.2.4. Opk ...................................................................................................... 8 3.2.5. Hergebruik............................................................................................. 8 3.2.6. Kwaliteit grondstoffen ............................................................................10 3.3. Bewonersonderzoek (service) ....................................................................10 3.4. Financiën ................................................................................................11 3.5. Samenvattend .........................................................................................11 4. Potentie alternatieve pmd-inzameling (nascheiding) ............................................12 4.1. Kort over nascheiding ...............................................................................12 4.2. De potentie van nascheiding voor Woudenberg ............................................12 4.2.1.
Milieuprestatie .......................................................................................12 4.2.2. Kosten .................................................................................................13 4.2.3. Service en beleving ................................................................................13 4.2.4. Samengevat .........................................................................................14 5. Conclusies en aanbevelingen ............................................................................15 5.1. Conclusies ...............................................................................................15 5.2. Aanbevelingen .........................................................................................15
1
1. Inleiding In 2017 is de gemeente Woudenberg overgestapt naar een ander afvalinzamelingsysteem, met diftar1 als kern. Dit rapport evalueert deze systeemwijziging.
1.1.
Doelstelling
De gemeenteraad heeft op 10 juli 2014 ingestemd met de “Expeditie Duurzaamheid 2014-2018”. Hierin is een pad uitgestippeld waarmee de gemeente Woudenberg een flinke stap voorwaarts zet naar een duurzame samenleving. Onderdeel daarvan was het verbeteren van de afvalscheiding en het verminderen van de hoeveelheid restafval die verbrand moet worden. Om de hoeveelheid restafval te verminderen heeft de gemeenteraad op 20 november 2014 het “Verbeterplan afvalinzameling/scheiding 20152017” vastgesteld. Eén van de maatregelen van dit plan was de invoering van een diftar systeem. Hiermee had de gemeente de volgende doelstelling: Met de invoering van diftar op 1 januari 2017 wil de gemeente Woudenberg aansluiten bij de landelijke doelstelling om 75% van het afval te hergebruiken in 2020. De gemeente wil meer grondstoffen hergebruiken en minder restafval verbranden. Dit is beter voor het milieu. Bovendien kost het verbranden van restafval veel geld, terwijl het hergebruiken van grondstoffen goedkoper is en voor een aantal afvalstormen zelfs geld oplevert. Met dit evaluatierapport geven we invulling aan de afspraak uit het coalitieakkoord “Sterk Woudenberg = Samen Doen” om een (financiële) evaluatie van deze systeemwijziging uit te voeren.
Zoals besloten tijdens de raadsavond van 7 april 2021 wordt aan deze evaluatie van diftar een hoofdstuk toegevoegd over de potentie van nascheiding voor Woudenberg, een systeem waarbij pmd (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons) na de inzameling door een installatie van het restafval wordt gescheiden.
1.2.
Opzet evaluatie
Dit rapport evalueert in hoeverre de doelstelling van de systeemwijziging uit 2017 zijn gerealiseerd. De evaluatie betreft de periode 2017 tot en met 2020. Het jaar 2020 is vanwege de covid-19 pandemie een bijzonder jaar, waarbij onder meer het thuiswerken en het meer thuisblijven in algemene zin leidde tot een toename in het aanbod van alle afval en grondstoffen. De resultaten van dit laatste jaar van de evaluatie moeten mede in dit licht worden beschouwd. In hoofdstuk 2 wordt toegelicht wat onder het invoeren van diftar in Woudenberg wordt verstaan, met daarbij de doelstellingen op het gebied van afval en grondstoffen en onze gemeentelijke ambitie. De inzamelprestaties zijn opgenomen in hoofdstuk 3, evenals het afvalscheidingspercentage en een samenvatting van de resultaten van het (tweejaarlijkse) bewonersonderzoek dat in 2018 is uitgevoerd. Ook de financiën komen in dit hoofdstuk aan bod. Hoofdstuk 4 geeft een analyse op hoofdlijnen over de potentie van nascheiding voor Woudenberg inclusief een financiële doorkijk. Tot slot volgen in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. 1
Diftar is een systeem waarbij de afvalstoffenheffing per huishouden wordt berekend op basis van de hoeveelheid aangeboden restafval van dat huishouden. 2
2. Diftar in Woudenberg Dit hoofdstuk zet uiteen welke wijzigingen in 2017 zijn doorgevoerd (2.2) en met welk doel (2.1).
2.1.
Doelstelling
De Rijksoverheid is de weg ingeslagen naar een circulaire economie, waarin de kringlopen gesloten zijn. In dat licht is het programma “Van Afval Naar Grondstof Huishoudelijk Afval” (VANG-HHA) opgesteld. Dit programma wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in samenwerking met VNG, RWS Leefomgeving en NVRD. In het programma VANG-HHA zijn concrete landelijke doelstellingen geformuleerd gericht op het verhogen van het afvalscheidingspercentage en de reductie van de hoeveelheid (rest-)afval. De landelijke doelstellingen voor de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar en het afvalscheidingpercentage in 2020 en 2025 zijn als volgt:
Restafval (kg/inwoner/jaar) Afvalscheidingspercentage
2020
2025
100 kg
30 kg
75%
90%
Met de invoering van diftar op 1 januari 2017 wilde de gemeente Woudenberg aansluiten bij de landelijke doelstelling om 75% van het afval te hergebruiken in 2020. De gemeente wil meer grondstoffen hergebruiken en minder restafval verbranden.
2.2.
Wijziging inzamelsystematiek
De gemeente Woudenberg wilde deze doelstelling realiseren door een tweeledige wijziging in de inzamelsystematiek: de invoering van diftar (2.2.1) en omgekeerd inzamelen (2.2.2). Daarnaast heeft de raad besloten toe te treden tot ROVA.
2.2.1. Basissysteem diftar Per 1 januari 2017 is het basissysteem diftar in Woudenberg ingevoerd. Diftar, dat wil zeggen tariefdifferentiatie, is een financiële stimulans voor inwoners om minder restafval aan te bieden door beter grondstoffen van het restafval te scheiden. Bij het basissysteem diftar betaalt ieder huishouden een vast basistarief voor de afvalinzameling. Daarnaast betalen inwoners per keer dat de restafvalcontainer aan de weg wordt geplaatst (diftar op basis van volume en frequentie). De bewoners van de hoogbouw betalen naast het basisbedrag een vergoeding per keer dat ze gebruik maken van de ondergrondse restafvalcontainer. Inwoners met veel restafval betalen dus meer voor de afvalinzameling. De vervuiler betaalt en goed scheiden loont is hiermee het uitgangspunt.
2.2.2. Omgekeerd inzamelen Naast de invoering van diftar is ook de inzamelsystematiek gewijzigd. Sinds 2017 kent de gemeente Woudenberg een systeem van omgekeerd inzamelen, waarbij zowel grondstoffen als restafval aan huis worden opgehaald (buiten hoogbouw), en de inzamelfrequentie van restafval is verlaagd van 1x in de 2 weken naar 1x in de 4 weken. Andere wijzigingen die in 2017 zijn doorgevoerd zijn:
3
• •
•
Het uitzetten van nieuwe, gechipte minicontainers voor restafval, gft en pmd; De omvorming van een zakinzameling van pmd naar inzameling met een minicontainer (1x in de 4 weken) 2; van eenmaal per maand naar eenmaal per 4 weken; De inzameling van gft (minicontainer, 1x in de 2 weken) is ongewijzigd gebleven.
Figuur 1: Overzicht inzamelsysteem Woudenberg voor en na invoering omgekeerd inzamelen
2.2.3. Aanvullende maatregelen In aanvulling op bovengenoemde wijzigingen zijn de volgende maatregelen doorgevoerd: • De inzameling van gft is van overwegend 140 liter minicontainers overgegaan naar een inzameling met overwegend 240 liter containers; • Voor de inzameling van pmd bij gestapelde en hoogbouw zijn 5 ondergrondse verzamelcontainers geplaatst; • In samenhang met het centrumplan zijn extra ondergrondse voorzieningen voor glas- en textiel geplaatst; • Bestaande ondergrondse verzamelcontainers voor restafval zijn vervangen of omgevormd.
2
De zakinzameling van pmd is voor de hoogbouw gehandhaafd, met 27 aanbiedlocaties en een inzamelfrequentie van 1x in de 2 weken. 4
3. Inzamelprestaties Dit hoofdstuk brengt de inzamelprestaties van de gemeente Woudenberg in kaart per afval- en grondstoffenstroom. Hierbij wordt gekeken naar de drie kernelementen van de afvaldriehoek: milieuprestatie (3.2), service/beleving (3.3) en kosten (3.4). De prestaties worden vergeleken met twee vergelijkbare ROVA-gemeenten (Oost-Gelre en Staphorst) en met gemeenten in stedelijkheidsklasse 4 in het algemeen (3.1). Zoals in de inleiding aangegeven, moet bij de bespreking van de inzamelprestaties uit 2020 rekening worden gehouden met de effecten van de covid-19 pandemie op de afvalinzameling.
3.1.
Woudenberg, Oost-Gelre en Staphorst
De prestaties van de gemeente Woudenberg worden vergeleken met Oost-Gelre en Staphorst. Beide ROVA-gemeenten kennen een eenzelfde stedelijkheidsklasse (klasse 4/5) en een grotendeels vergelijkbare inzamelsystematiek (diftar en omgekeerd inzamelen). Specifiek is voor Staphorst gekozen omdat in deze gemeente omgekeerd inzamelen laagfrequent3 is doorgevoerd4. Dit inzamelsysteem wordt ook als reële optie voor de toekomst genoemd voor Woudenberg, in het in 2020 door de raad vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan. In Oost-Gelre is omgekeerd inzamelen fase 2 (restafval op ondergrondse verzamelsystemen) 5 ingevoerd. Deze gemeente is daarnaast interessant omdat het een van de best presterende ROVA-gemeenten is. Figuur 2: Overzicht inzamelsystemen in Woudenberg, Staphorst en Oost-Gelre
3.2.
Milieuprestatie
3.2.1. Restafval Met de invoering van diftar en omgekeerd inzamelen in 2017 is de inzamelfrequentie van restafval verlaagd van 1x in de 2 weken naar 1x in de 4 weken. Als gevolg van deze systeemwijziging is de hoeveelheid restafval gedaald van 176 kilo restafval per inwoner per jaar in 2016 naar 69 kilo restafval per inwoner per jaar in 2017. Sindsdien is de hoeveelheid restafval rond deze 70 kilo per inwoner per jaar gestabiliseerd. In 2020 Omgekeerd inzamelen laagfrequent is een variant van omgekeerd inzamelen, waarbij inwoners (laagbouw) beschikken over een minicontainer restafval (net als Woudenberg), maar met een milieupas waarmee zij tevens de mogelijkheid hebben om restafval aan te bieden bij een verzamelsysteem voor restafval. De frequentie van inzamelen van het restafval via minicontainers is verlaagd, in Staphorst naar 1x in de 8 weken. 4 De gemeente Staphorst kent sinds 1997 diftar. In 2012 is omgekeerd inzamelen fase 1 ingevoerd en op 1 januari 2016 omgekeerd inzamelen laagfrequent. 5 In Oost-Gelre is in 2013 omgekeerd inzamelen fase 1 ingevoerd en in 2015 omgekeerd inzamelen fase 2 en diftar. 3
5
produceerde de Woudenberger gemiddeld 73 kilo, een lichte stijging die waarschijnlijk gerelateerd is aan de covid-19 pandemie. Ondanks deze lichte stijging presteert Woudenberg beduidend beter dan gemeenten met stedelijkheidsklasse 4 in algemene zin (121 kilo per inwoner per jaar in 2020). Woudenberg heeft dan ook de landelijke VANGdoelstellingen van 2020 gerealiseerd, ook inclusief grof huishoudelijk restafval6. Figuur 3 laat zien dat de hoeveelheid restafval sinds 2017 op een hoger niveau stabiliseert ten opzichte van Staphorst en Oost-Gelre. Dit heeft te maken met het feit dat in deze gemeenten opvolgende systeemwijzigingen zijn doorgevoerd – respectievelijk omgekeerd inzamelen laagfrequent (Staphorst) en omgekeerd inzamelen fase 2 en diftar (Oost-Gelre) - die elk op hun eigen manier restafvalreductie verder stimuleerden. Interessant is in dit licht dat de daling van de hoeveelheid restafval in Oost-Gelre bij invoering van omgekeerd inzamelen fase 1 (2013) juist minder sterk verliep dan in Woudenberg (respectievelijk -14% en -60%), wat te maken lijkt te hebben met het feit dat in Woudenberg tegelijk met omgekeerd inzamelen fase 1 ook diftar is ingevoerd. In Oost-Gelre wordt de echte daling van de hoeveelheid restafval per inwoner ingezet met de invoering van omgekeerd inzamelen fase 2 en de invoering van diftar in 2015.
De daling van de hoeveelheid restafval is in Staphorst veel geleidelijker verlopen, met de sterkste daling door de invoering van omgekeerd inzamelen fase 1 in 2012 en de verdere daling na 2015 door invoering van omgekeerd inzamelen laagfrequent. Deze geleidelijkheid heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het feit dat in Staphorst al eind jaren ’90 diftar is ingevoerd en Staphorst bij invoering van omgekeerd inzamelen fase 1 en laagfrequent al een lagere hoeveelheid restafval per inwoner kende dan Woudenberg. Figuur 3: Ontwikkeling restafval per inwoner per jaar (kg)
3.2.2. Pmd In 2017 is Woudenberg overgegaan van zakinzameling van pmd naar pmd inzameling met minicontainers (inzamelfrequentie 1x in de 4 weken). Voor 27 locaties bij hoogbouw is de zakinzameling gehandhaafd. Uit Figuur 4 blijkt dat de verandering van inzamelsystematiek grote positieve effecten heeft gehad op de hoeveelheid ingezameld pmd per inwoner. In 2016 werd nog maar 12 kilo per inwoner ingezameld; in 2017 was 6
Inclusief grof huishoudelijk restafval produceert Woudenberg in 2020 97 kilo restafval per inwoner. 6
dit 32 kilo per inwoner. Deze hoeveelheid is sindsdien geleidelijk gestegen, met een dip in 2019 veroorzaakt door de hoeveelheid afkeur van het pmd. Met 38 kilo per inwoner in 2020 presteert Woudenberg ruim 10 kilo boven het gemiddelde van alle gemeenten in stedelijkheidsklasse 4. Net als in Woudenberg zien we ook in Staphorst een lichte stijging in het aanbod van pmd na de systeemwijziging van 2016. In Oost-Gelre daarentegen is het aanbod na 2017 sterk gestegen (+18%). Omdat de hoeveelheid pmd per inwoner boven de 45 kilo uitkomt, is de kans reëel dat het pmd is vervuild. Vervuiling van het pmd door stoorstoffen is ook een zorg in Woudenberg (zie 3.2.6). Figuur 4: Ontwikkeling pmd per inwoner per jaar (kg)
3.2.3. Gft De inzamelfrequentie en -systematiek van gft is in 2017 ongewijzigd gebleven; gft werd en wordt iedere twee weken ingezameld met een minicontainer. Met de invoering van diftar en omgekeerd inzamelen zien we wel een stijging in het aanbod van gft per inwoner. Waar in 2016 nog 126 kilo gft per inwoner werd ingezameld schommelt dat vanaf 2017 tussen de 150 en 160 kilo, met vorig jaar een uitschieter naar 163 kilo per inwoner. Figuur 5 laat zien dat in Staphorst en Oost-Gelre respectievelijk 30 tot 40 kilo meer gft per inwoner per jaar wordt ingezameld. Dit kan te maken hebben met de omvang van de percelen per huishouden, zowel in de kernen als in het buitengebied, waardoor relatief veel tuinafval vrij komt. Woudenberg zamelt wel meer gft in dan het gemiddelde van gemeenten van stedelijkheidsklasse 4.
7
Figuur 5: Ontwikkeling gft per inwoner per jaar (kg)
3.2.4. Opk In 2017 is de inzamelfrequentie van de minicontainer voor opk verlaagd van 1x in de 2 weken naar 1x in de 4 weken. Voor Woudenberg zien we dat de hoeveelheid ingezameld opk per inwoner na de systeemwijziging is afgenomen van 60 kilo per inwoner in 2016 naar 52 kilo per inwoner in 2017. Zoals figuur 6 laat zien is dit echter geen afwijkende trend ten opzichte van andere gemeenten. De afname van de hoeveelheid ingezameld opk is een landelijke trend, onder meer gerelateerd aan verdere digitalisering. Figuur 6: Ontwikkeling opk per inwoner per jaar (kg)
inzameling oud papier 100 90 80 70
Woudenberg
60
Staphorst
50
Oost Gelre Stedelijkheidsklasse 4
40 30 20 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 3.2.5. Hergebruik
Door de systeemwijzigingen in 2017 is het afvalscheidingspercentage in Woudenberg gestegen van 59% naar 79%. Dit percentage is sindsdien nagenoeg onveranderd gebleven, met een kleine piek in 2018 van 82%. Ook in Staphorst en Oost-Gelre is sprake van stabilisatie van het afvalscheidingspercentage na de respectievelijke
8
systeemwijzigingen, maar beide gemeenten blijven wel voortdurend op een wat hoger niveau dan Woudenberg (net onder de 90%). Figuur 7: Ontwikkeling afvalscheidingspercentage
Hoewel meer dan driekwart van het afval in Woudenberg gescheiden wordt aangeboden, is er nog volop potentie om beter te scheiden. Dit blijkt uit sorteeranalyses van het restafval die ieder jaar worden uitgevoerd. Alhoewel sorteeranalyses steekproeven en dus momentopnames zijn, geven ze wel een goede indicatie van de hoeveelheid van een bepaalde grondstof in het restafval. Dit toont met name of er nog verbeterpotentieel voor de afvalscheiding is. Uit de sorteeranalyses blijkt dat er nog veel grondstoffen in het Woudenbergse restafval zitten, vooral papier (13%)(zie figuur 8). Ook is het aandeel luiers (17%) en grof huishoudelijk afval (13%) substantieel, maar voor deze twee stromen zijn er (nog) beperkte verwerkings- en recyclemogelijkheden. In vergelijking met Oost-Gelre en Staphorst zit er vooral nog veel textiel en grof huishoudelijk afval in het Woudenbergse restafval.
9
Figuur 8: Samenstelling restafval in kilo per inwoner per jaar (tabel) en procentueel (container)
3.2.6. Kwaliteit grondstoffen Het is niet duidelijk welk effect de wijziging van de afvalsystematiek in 2017 heeft gehad op de kwaliteit van de inzamelde grondstoffen. Dat wil zeggen: de mate van vervuiling van deze grondstoffen door stoorstoffen die niet in de betreffende stroom thuishoren. Hiervoor ontbreken cijfers, van zowel voor als deels na de systeemwijziging. Wel is bekend dat de hoeveelheid afkeur van het pmd is toegenomen, van ruim 17% in 2018 naar boven de 20% in 2020. Hierop heeft de gemeente de aanpak #Terugwinnaars uitgevoerd om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verbeteren. De hoeveelheid afkeur is sindsdien geleidelijk afgenomen.
3.3.
Bewonersonderzoek (service)
Uit het bewonersonderzoek van 2020 blijkt dat inwoners van Woudenberg de afvalinzameling in hun gemeente gemiddeld waarderen met een 7,46. Hoogbouwbewoners zijn hierbij bijna net zo tevreden als laagbouwbewoners. Het bewonersonderzoek wordt sinds 2018 iedere twee jaar uitgevoerd. Voor 2018 is in 2013 voor het laatst een enquête gehouden onder de inwoners van Woudenberg over het inzamelen en scheiden van afval. Het resultaat van die enquête was dat de inwoners van Woudenberg over het algemeen positief waren over de inzameling en scheiding van het afval. In het jaar van de invoering van de nieuwe afvalinzamelsystematiek (2017) was het aantal klachten van inwoners hoger dan de norm (2,5 klachten per 1000 inwoners; de ROVA-norm is 2 klachten per 1000 inwoners). In het daaropvolgende jaar was het aantal klachten gedaald naar onder de norm en is in 2020 onder deze norm gebleven met 1,2 klachten per 1000 inwoners (zie figuur 9). Woudenbergers hebben minder klachten over de afvalinzameling dan de inwoners van Oost-Gelre, die bij invoering van omgekeerd inzamelen fase 2 en diftar in 2015 nog 5,7 klachten per 1000 inwoners hadden. Inwoners van Staphorst hebben minder klachten gemeld, buiten 2020 wat grotendeels is toe te schrijven aan een deels niet-gereden route aan het begin van het jaar. 10
Figuur 9: Aantal klachten per 1000 inwoners
5 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0 2017 Woudenberg
3.4.
2018 Regio Eemland
2019 Oost-Gelre
2020 Staphorst
Maximale norm
Financiën
Sinds de invoering van de nieuwe afvalsystematiek in 2017 is de afvalstoffenheffing eerst licht gedaald en daarna gestabiliseerd rond de 190 euro per inwoner tot 2019. Het afgelopen jaar is de afvalstoffenheffing echter sterk gestegen, naar 272 euro per inwoner. Dit heeft te maken met onder meer de hogere verwerkingstarieven (vooral van restafval) die de AVU in nieuwe contracten heeft moeten afsluiten en het niet meer aanwenden van de inkomsten vanuit de egalisatiereserve op afval. De afvalstoffenheffing vergelijken met andere gemeenten is niet altijd goed mogelijk vanwege de verschillen die er bestaan in de kosten en opbrengsten die gemeenten aan de afvalstoffenheffing toewijzen. Desalniettemin kent Woudenberg een hogere afvalstoffenheffing in 2020 ten opzicht van zowel de overige ROVA-gemeenten als het landelijk gemiddelde.
Woudenberg ROVA gemiddeld Landelijk gemiddeld
3.5.
2015 191 183 242
2016 198 173 239
2017 185 170 235
2018 188 175 232
2019 188 181 244
2020 272 202 263
Samenvattend
Met de wijziging van de afvalsystematiek in 2017 (diftar en omgekeerd inzamelen fase 1) heeft de gemeente Woudenberg de beoogde doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner per jaar en een afvalscheidingspercentage van 75% in 2020 gerealiseerd. Er is vooral beduidend meer pmd per inwoner gescheiden ingezameld.
11
4. Potentie alternatieve pmd-inzameling (nascheiding) De resultaten zoals beschreven in het vorige hoofdstuk zijn behaald door middel van inzamelsystemen gebaseerd op bronscheiding; dat wil zeggen dat de inwoner grondstoffen ‘aan de bron’ scheidt. Dit hoofdstuk gaat in op de potentie van nascheiding voor de gemeente Woudenberg.
4.1.
Kort over nascheiding
Nascheiding is een inzamelmethodiek waarbij het pmd (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons) door een nascheidingsinstallatie van het restafval wordt gescheiden. Vervolgens gaat dit nagescheiden pmd net als aan de bron gescheiden pmd naar een kunststof sorteerinstallatie (KSI), om in de verschillende fracties te worden uitgesorteerd en vermarkt. Bij nascheiding: •
•
gaat het alleen om het nascheiden van het pmd; de overige grondstoffenstromen zoals gft, papier, glas en textiel moeten nog steeds aan de bron gescheiden worden; is het belangrijk dat er zo min mogelijk gft in het restafval zit omdat deze ‘natte fractie’ het scheidingsresultaat negatief beïnvloedt.
Met de verbeteringen in de nascheidingstechnologie stappen de laatste jaren steeds meer gemeenten over van bronscheiding op nascheiding. Toch blijft het overgrote merendeel van de gemeenten pmd aan de bron scheiden; in 2018 pasten slechts 15 van de 355 gemeenten alleen nascheiding toe voor pmd; 79 gemeenten hanteerden een combinatie van beide systemen. Nascheiding heeft vooral voordelen voor gemeenten met een hoge stedelijkheidsklasse en veel hoogbouw, waar scheiding van grondstoffen aan de bron lastiger is wegens beperkte ruimte. In grote steden kan nascheiding de hoeveelheid ingezameld pmd doen stijgen van 2 naar 10 tot 12 kilo per inwoner per jaar.
4.2.
De potentie van nascheiding voor Woudenberg
Voor een duiding van de voor- en nadelen van een overstap van bron- op nascheiding voor Woudenberg worden deze beschouwd vanuit de drie elementen van de afvaldriehoek; milieuprestatie, service en kosten.
4.2.1. Milieuprestatie Via bronscheiding van het pmd zamelt Woudenberg 38 kilo pmd per inwoner in (2020). Met nascheiding kan eenzelfde resultaat niet worden gerealiseerd. Hoewel nascheidingsresultaten niet altijd openbaar en bekend zijn, is een scheidingsresultaat van 50% reëel. Dat wil zeggen: van al het pmd dat in het restafval zit, wordt 50% nagescheiden. Voor Woudenberg is de verwachting dat ongeveer 20 kilo pmd per inwoner uit het restafval kan worden nagescheiden. Nascheiding levert hiermee voor Woudenberg, waar inwoners het pmd zelf goed scheiden, minder gescheiden pmd op.
12
Hiernaast betekent de transitie naar nascheiding in principe7 de afschaffing van diftar en daarmee naar alle waarschijnlijkheid een afname in het afvalscheidingspercentage (hergebruik) en een toename in het aanbod van restafval. In algemene zin kan nascheiding van het pmd ook tot minder goed afvalscheidingsgedrag op andere grondstoffenstromen leiden. Dit omdat nascheiding van pmd bij inwoners de indruk kan wekken dat andere grondstoffenstromen ook niet hoeven te worden gescheiden. De verwachting is dat het hergebruikpercentage bij nascheiding terugkeert naar het niveau van voor 2017 (ongeveer 60%).
4.2.2. Kosten Nascheiding levert voor Woudenberg minder goede milieuprestaties op, terwijl de kosten toenemen. Afhankelijk van de specifieke invulling van de inzameling bij nascheiding betekent de overstap voor Woudenberg op nascheiding een kostenverhoging van €50€55 euro per inwoner8 per jaar. Deze kostenverhoging wordt vooral veroorzaakt door een verwachte toename in het aanbod van restafval. Door de (veronderstelde) afschaffing van diftar worden grondstoffen minder goed gescheiden en bieden inwoners ook hun grof huishoudelijk afval vaker aan via de minicontainer of verzamelcontainer voor restafval, wat de inzamel- en verwerkingskosten opdrijft. Daarnaast raakt een deel van het pmd in het restafval dusdanig vervuild dat het niet meer gesorteerd of gerecycled kan worden, en dus als restafval verwerkt moet worden. De stijging van de verwerkingskosten van het restafval zal de komende jaren alleen nog maar verder toenemen wanneer vanaf 2024 de CO2-heffing wordt ingevoerd. Verder is het goed om op te merken dat onder het huidige regiemodel van de raamovereenkomst verpakkingen gemeenten een vergoeding krijgen voor de ingezamelde (en op de overslag geaccepteerde) tonnen pmd door ofwel bronscheiding ofwel nascheiding. Een combinatie is (vooralsnog) niet mogelijk binnen de huidige raamovereenkomst. Wanneer een gemeente beide systemen combineert wordt dus slechts een deel vergoed.
4.2.3. Service en beleving Voor inwoners kan nascheiding een hogere service met zich meebrengen. De inwoner hoeft het pmd immers niet meer te scheiden en hier dus ook niet meer over na te denken. Daarnaast hoeft de inwoner een minicontainer minder te stallen en wordt dus ruimte bespaard. Dit betekent echter wel dat verdere doorontwikkelingen van het inzamelsysteem, zoals omgekeerd inzamelen laagfrequent of fase 2, niet meer mogelijk zijn. In beide gevallen zou de serviceprikkel van omgekeerd inzamelen immers niet meer alleen op het restafval, maar ook op het pmd ingrijpen. Zoals aangegeven heeft nascheiding alleen betrekking op pmd. Alle overige stromen (zoals gft, oud papier, glas en textiel) moet de inwoner nog altijd aan de bron scheiden.
7
De toepassing van gedifferentieerde tarieven onder nascheiding kan in theorie wel, maar is in de praktijk gecompliceerd (en wordt ook niet toegepast in gemeenten met nascheiding). Bij diftar én nascheiding zouden inwoners ook een variabel tarief betalen voor de grondstof pmd. 8 Bij deze berekening is aangenomen dat alle minicontainers pmd laagbouw worden ingenomen en alle verzamelcontainers pmd (bovengronds en ondergronds) worden verwijderd. Deze inzamelsystemen worden vervroegd afgeschreven (afschrijvingstermijn is 10 jaar). De inzamelsystematiek blijft voor de rest gelijk. Aangenomen is verder dat de hoeveelheid restafval terugkeert naar het niveau van voor 2017 (176 kilo per inwoner fijn huishoudelijk afval). 13
Doordat pmd bij nascheiding met het restafval wordt ingezameld, is de noodzaak tot bronscheiding van andere stromen lastiger uit te leggen.
4.2.4. Samengevat Voor gemeenten als Woudenberg, met een lage stedelijkheidsklasse en weinig hoogbouw, levert bronscheiding een betere milieuprestatie op tegen lagere kosten. Nascheiding kent vooral potentie voor steden met veel hoogbouw waar afval scheiden lastiger is voor de inwoner.
14
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1.
Conclusies
De wijziging van de afvalsystematiek in 2017 heeft voor Woudenberg tot goede resultaten geleid: de beoogde doelstelling van een afvalscheidingspercentage van 75% in 2020 is gerealiseerd. De hoeveelheid restafval is sterk verminderd en Woudenbergers scheiden hun grondstoffen steeds beter van het restafval. Vooral in vergelijking met gemeenten in stedelijkheidsklasse 4 presteert Woudenberg goed. In vergelijking met twee vergelijkbare ROVA-gemeenten (Oost-Gelre en Staphorst) blijven de resultaten van Woudenberg wat achter. Deze beide gemeenten hebben ook diftar, maar hebben gekozen voor opvolgende systeemwijzigingen zoals omgekeerd inzamelen laagfrequent (Staphorst) en omgekeerd inzamelen fase 2 (Oost-Gelre). Dit verklaart waarom deze gemeenten beter presteren.
5.2.
Aanbevelingen
Woudenberg zit op de goede weg naar een circulaire toekomst. In het Grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 is aangegeven hoe Woudenberg de hier beschreven prestaties verder wil verbeteren. De invoering van omgekeerd inzamelen laagfrequent, zoals ook Staphorst heeft ingevoerd, is hierbij als een serieuze optie gepresenteerd. De mogelijkheden hiervan worden onderzocht. Daarnaast zet Woudenberg ook in op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen., Hiermee wil de gemeente niet alleen een goed afvalscheidingspercentage realiseren, maar ook een goed hergebruik percentage, waarbij de gescheiden ingezamelde grondstoffen ook daadwerkelijk worden gebruikt als grondstof voor nieuwe producten. Het realiseren van de doelstellingen uit het GSP 2021-2025 is niet alleen vanuit milieuperspectief wenselijk. Ook vanuit financieel oogpunt is verdere reductie van de hoeveelheid restafval wenselijk. Mede vanwege de volgende (landelijke) ontwikkelingen: • •
Toename van verwerkingskosten restafval door invoering verbrandingsbelasting en CO2-heffing; Teruglopende opbrengsten van grondstofstromen.
De toename van de verwerkingskosten voor restafval en de tendens van teruglopende vergoedingen voor grondstofstromen zorgen voor druk op de hoogte van de afvalstoffenheffing in de (nabije) toekomst. Verdere reductie van de hoeveelheid restafval kan een eventuele stijging van de kosten en daarmee de afvalstoffenheffing beperken.
15