CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

06b Bijlage 7 - Natuuronderzoek Henschotermeer.pdf

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 7: Artikel 6:19 Awb vaststelling bestemmingsplan Henschotermeer12.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

 Konijn Het konijn heeft een lage dichtheid en een verspreid voorkomen in het totale Henschotermeer gebied (Bron: bureaustudie en verkennende veldbezoeken Bui-TeGewoon | groenprojecten).

Er werden slechts enkele intensiever door het konijn gebruikte gebiedsdelen gevonden. Dit betreft (vak 4, 20,33 & 35). De grootste dichtheid werd aangetroffen rond de grote parkeerplaats in het westen (vak 20) van het gebied. Dit is de meest open locatie in combinatie een zeer rustig deel van het gebied. Een oorzaak van de relatief lage konijn dichtheid zal voortkomen uit de geringe beschikbaarheid van begraasbare vegetaties. De bosvakken die tot het projectgebied behoren hebben veelal een (te) dicht boombestand en weinig voor konijn foerageerbare vegetatie. Rond de zwemplas is meer grasland aanwezig, maar dit is op vele dagen verstoord door recreanten. Tijdens de bezoeken ten bate van het onderhavige onderzoek is de aanwezigheid van konijnen en zijn sporen van konijnen gekarteerd (figuur 21). Hieruit zijn geen nieuwe inzichten gekomen. 

Het konijn heeft enkele duidelijke concentratie gebieden binnen het Henschotermeer. Deze zijn allen gesitueerd op delen met wat meer grasachtige vegetaties in rustige delen van het gebied. Het konijn is geen zwaarder beschermde soort in de Wet natuurbescherming. Door bij de inrichting van het terrein te werken volgens een vigerende gedragscode en met ecologische werkprotocols wordt conform het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 1 lid 11) van de wet geopereerd.

Figuur 21. Locaties met concentratie vorming van het konijn

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

24

 Vos Binnen het Henschotermeer gebied worden relatief weinig waarnemingen van de vos gedaan zo blijkt uit de registraties op waarneming.nl, NDFF en VZZ databases. Tijdens het integrale gebiedsonderzoek in maart werden twee recent belopen holen aangetroffen in de meest rustige gebiedsdelen aan de zuidwest en noordzijde van het gebied. Tevens werd op één locatie aan de vos toegeschreven mest gevonden, waaruit blijkt dat de soort gebruik maakt van het projectgebied. In het bijzonder tijdens de avond/nachtbezoeken voor vleermuizen werd viermaal een zichtwaarneming van de vos gedaan. Tijdens het bezoek van 5 augustus werd een (op)nieuw uitgegraven hol in één van de middenbermen van de grote parkeerplaats ( vak 20) direct ten westen van de projectlocatie gevonden. De projectlocatie wordt op basis van de gevonden informatie beoordeeld als onderdeel uitmakend van het leefgebied van de vos. Een overzicht van alle aan de vos toegeschreven waarnemingen is opgenomen als figuur 22.

Figuur 22. Overzicht aan vos toegeschreven waarnemingen

7.4. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten en holenbroeders Tijdens alle bezoeken is een soortenlijst van waargenomen vogels samengesteld. Vogels die territoriaal gedrag vertoonden zijn hierbij gemarkeerd, zodat een broedvogellijst kon worden opgesteld aan de hand waarvan het broedseizoen met beperkingen voor werkzaamheden kon worden bepaald. Binnen het projectgebied zijn slechts een beperkt aantal holtebomen aanwezig. Deze zijn tijdens de verkennende bezoeken in maart en april met GPS vastgelegd en gedurende het broedseizoen driemaal ter controle bezocht. Bij de verkennende bezoeken is tevens gelet op grote nesten. Ook deze zijn gekarteerd en driemaal bezocht tijdens het broedseizoen. Dichtere gedeelte met bijvoorbeeld opstanden van Douglas en Larix zijn in het vroege voorjaar doorkruist waarbij specifiek is gelet op clusters oude nesten van de soort sperwer, plukresten en ruiveren die een aanwijzing kunnen vormen voor de aanwezigheid van een territorium in het gebied. Deze zijn niet aangetroffen. Holtebomen dienen waar mogelijk te worden gehandhaafd. Indien bomen met holten moeten worden gerooid ten bate van veiligheidsaspecten i.r.t. recreatie of voorgenomen ontwikkeling dient te worden gewerkt conform de Wet natuurbescherming.

De buizerd had een nestplaats in het uiterste noordwestelijke deel van het gebied (vak 3), ruim buiten het deelgebied waar ontwikkelingen/activiteiten zijn voorgenomen. De omstandigheden voor deze locatie zullen niet wijzigen. Er zal geen effect optreden op de jaarrond beschermde nestlocatie (categorie 4) van de buizerd. Grotere nesten en aanwijzingen op basis van territoriaal gedrag of frequentere waarnemingen binnen een deelgebied voor overige roofvogelsoorten, raaf, etc. zijn niet aangetroffen. Bosuil (en ransuil) zijn niet aangetroffen tijdens de vele bezoeken. Er zijn ook geen waarnemingen van roepende vogels of bedelende jongen gedaan tijdens de nachtbezoeken voor vleermuizen. De soorten zijn niet (als broedvogel) aanwezig in het gebied. Groene specht en zwarte specht zijn eveneens niet aangetroffen ondanks een zeer groot aantal bezoeken. Ook deze soorten worden als afwezig beoordeeld. De grote bonte specht heeft meerdere broedparen in het Henschotermeer gebied. Op basis van waarnemingen veronderstellen wij een broedpopulatie van 4 tot 6 paar. In de rapportage is opgenomen dat in de basis holte bomen niet worden gekapt door toepassen van het mitigatie principe “ontwijken”.

Indien kap noodzakelijk blijkt zal dit eerst na een broedvogelcheck plaatsvinden en zal voor elke gekapte holte boom twee compenserende nestkasten met een vergelijkbare diameter vlieggat als de gekapte boom worden aangebracht. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

25

In totaal zijn 52 vogelsoorten vastgesteld die actief van het projectgebied gebruik maakten (rusten of anderszins verblijven, foerageren, territoriaal). Daarnaast zijn 11 soorten als overvliegend zonder binding met het gebied geïnterpreteerd. Van 35 soorten is daadwerkelijk territoriaal of broedindicatief gedrag waargenomen (tabel 4). Op basis van het aangetroffen soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart – 31 juli. Omdat sommige soorten soms al vroeg in het jaar tot broeden komen en /of meerdere legsels grootbrengen is het in de periode 1 februari / 1 maart en 31 juli – 31 augustus uitsluitend mogelijk om werkzaamheden uit te voeren na een vogelcheck met vrijgave door een ecoloog. Hierbij zijn zowel de paragraaf bos en bomen m.b.t. het aanvragen van een kapvergunning als de soorten bescherming relevant. Na het verkrijgen van een kapvergunning dient (kort) voorafgaand aan kappen/rooien een vogelcheck te worden uitgevoerd. Voor elke gerooide holteboom dienen als compenserende maatregel twee nestkasten voor een op basis van holte diameter te bepalen vogelsoort te worden teruggeplaatst. Een overzicht van aangetroffen soorten is opgenomen als tabel 4.  Voor de projectlocatie is op basis van het aangetroffen soortspectrum in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling het broedseizoen bepaald van 1 maart tot 31 juli.

Voorafgaand aan werkzaamheden in de periode 1 februari – 1 maart en 31 juli – 31 augustus dient steeds een vogelcheck van de (deel) werklocatie te worden uitgevoerd.  Indien holtebomen vanuit veiligheidsoverwegingen of ruimtegebruik moeten worden gekapt dient dit steeds in de periode 1 oktober – 1 februari plaats te vinden, waarbij vooraf een vogelcheck door een ecoloog dient plaats te vinden. Bij aanwijzingen van bewoning dient de boom te worden gehandhaafd, indien dit niet mogelijk is vanuit de projectontwikkeling dient een ontheffingsprocedure te worden gevolgd.  Voor elke gekapte holte bomen dienen twee kunstnesten te worden teruggeplaatst van een type met een vergelijkbare vlieggat diameter zodat de beschikbare broedhabitat voor holenbroeders niet wordt beperkt.

Tabel 4. Vogelwaarnemingen Henschotermeer te Woudenberg februari-augustus 2021 Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

26

7.5. Reptielen Tijdens de bureaustudie is vastgesteld dat er geen recente waarnemingen van reptielen uit het projectgebied bekend zijn. In aangrenzende kilometerhokken zijn waarnemingen van zowel de hazelworm, de levendbarende hagedis als de zandhagedis verricht (figuur 23). Deze waarnemingen bevinden zich overwegend aan de andere zijde van de beide provinciale wegen die het gebied begrenzen. De meest nabij verrichte waarneming betreft een hazelworm ten westen van het projectgebied (rode pijl rechtsboven in figuur 18). Reptielen hebben hun leefgebied overwegend op de overgangen tussen bos en open gebied, in heide en veengebieden en in de randzones van zandverstuivingen. In het leefgebied moeten zowel plekken om te schuilen als om op te warmen aanwezig zijn. Voor de overwintering worden grondholen, stamvoetholten, liggend dood hout en takkenrillen gebruikt.

Figuur 23. Uitkomsten bureaustudie reptielen (maart 2021)

Tijdens de gebiedsverkenning op de projectlocatie, in maart en april 2021, is het projectgebied beoordeeld als in lokaal geschikt voor reptielen. Er is zowel potentieel leefgebied, foerageergebied, voortplantings- en overwintering habitats aanwezig. Tijdens een drietal verkennende terreinbezoek in maart en begin april 2021 is de gebiedshabitat verder in kaart gebracht. Hierbij is geconcludeerd dat er delen van het projectgebied een mogelijke habitat vormen voor genoemde reptielen. Er zijn zowel potentiële zonlocaties, schuilplaatsen voor overwintering als voortplanting mogelijkheden voor alle drie de mogelijk aanwezige soorten beschikbaar. Deelgebieden met potentiële habitats, de gehanteerde looproute tijdens de inventarisatie en de locaties voor “platenonderzoek” zijn weergegeven in figuur 9. Platenonderzoeken en monitoringsroutes hebben geen waarnemingen van reptielen opgeleverd. De uitgelegde platen werden vrijwel allen kort na het uitleggen bezet door de kale rode weidemier of de gewone steekmier. Ook gekeerde stammen leverde in het merendeel van de situaties populaties (bos)mieren op. In de regel worden op plaatsen die worden bezet door (bos)mieren geen reptielen aangetroffen. De grote mate van aanwezigheid van bosmieren lijkt in het projectgebied een beperkend effect op de reptielenfauna te hebben.

Nieuwe mogelijkheden, zoals het uitleggen van reptielplaten, leidt tot een snelle bezetting door mieren waardoor deze locaties ze niet beschikbaar komen voor reptielen. Ook het beperkt aanwezige liggend dood hout bleek bij omdraaien door mieren te zijn bezet. Mogelijk vormt de beperkte aanwezigheid van liggend dood hout een beperkende factor in het projectgebied. Ook zal de isolatie van het deelgebied door de omsluitende provinciale wegen een handicap kunnen vormen voor reptielen om het gebied te bereiken. Een meer natuurlijk bosbeheer, dan tijdens het beheer door het recreatieschap in het verleden gevoerd, waarbij een toename van zowel staand als liggend dood hout wordt nagestreefd en de aanleg van enkele gunstig gepositioneerde takkenrillen kan de mogelijkheden voor reptielen in de toekomst vergroten.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

27

Er zijn geen reptielen waargenomen tijdens het uitgevoerde onderzoek. Ook het bronnen onderzoek geeft geen waarnemingen binnen het projectgebied. Hoewel op basis van totale verspreiding binnen de Utrechtse Heuvelrug incidenteel voorkomen van soorten niet kan worden uitgesloten zullen de voorgenomen werkzaamheden niet leiden tot aantasting van leefgebied en/of de duurzame staat van instandhouding van reptielen in gevaar brengen.

7.6. Overige soorten en soortgroepen In het projectgebied zijn op meerdere plaatsen nesten van de kale rode bosmier aangetroffen ook zijn er “mierenpaden” (vaste looproutes) van deze soort vastgesteld. Conform de gedragscode bosbeheer zal rekening worden gehouden met koepelnesten van rode bosmieren. Door bij de ontwikkeling van het gebied de directe omgeving van mierenhopen te ontwijken en mierenpaden niet te doorsnijden kunnen op eenvoudige wijze effecten op rode bosmieren worden voorkomen. Naast de kale rode bosmier zijn onder de, voor reptielen onderzoek, uitgelegde tegels en liggend stamhout ook regelmatig nesten van de gewone steekmier en grauwzwarte renmier aangetroffen. Dit betreft geen soorten die een zwaardere bescherming anders dan het zorgvuldigheidsartikel Wet natuurbescherming kennen. Rode bosmieren waren beschermd onder de voormalige Flora- en faunawet maar behoren onder de Wet natuurbescherming niet meer zwaarder beschermde soorten. Vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 1.11 Wnb) en het hanteren van de gedragscode bosbeheer bij het toekomstig beheer wordt ook tijdens de projectontwikkeling rekening gehouden met de soortgroep Tijdens alle bezoeken is gelet op aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten en soorten van de onder de soortgroepen ongewervelden en insecten. Het viel op dat de insecten en ongewervelden in zeer lage dichtheid aanwezig waren.

Beschermde soorten en of rode lijst soorten zijn niet aangetroffen.

Figuur 24. Mierenhopen in het gebied zijn allen van de kale rode bosmier

Binnen het projectgebied zijn de meeste mierenhopen aangetroffen in het westelijke deel van het terrein. Door tijdens de locatie keuze van de aan te brengen voorzieningen rekening te houden met de aanwezigheid van ‘mierenhopen’ en ‘mieren straten’ (mitigatiemethode “ontwijken”). Kan op eenvoudige wijze effect op bosmieren worden voorkomen. Overige beschermde soorten uit niet hierboven behandelde groepen flora en fauna zijn niet aangetroffen.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

28

8. Aanbevelingen De resultaten van het natuuronderzoek voor het Henschotermeer gebied leiden tot een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen hebben betrekking op het inrichten van terreindelen, het oprichten van nieuwe voorzieningen en opstallen en deels op compenserende en mitigerende maatregelen voor dieren en habitats tijdens de ontwikkeling. In een afzonderlijke rapportage wordt het toekomstig gebiedsbeheer beschreven, waarin tevens veel aandacht voor een ecologische aanpak en werken volgens een vigerende gedragscode natuurbeheer wordt besteed. a) Compenserende en/of mitigerende maatregelen o Bouwrijp maken van het terrein buiten het broedseizoen (01 maart - 01 augustus). Indien dit niet mogelijk blijkt voorafgaand aan werkzaamheden uitvoeren van een faunacheck (ecoloog); o Het sparen van zoveel mogelijk holtebomen op basis van vanuit veiligheid voor recreanten uitgevoerde een boomveiligheidscontrole (VTA); o Indien holtebomen worden gerooid dient voorafa een faunacheck door een ecoloog plats te vinden. Bij gebruik van de holteboom dient te worden afgezien van rooien. Indien rooien onvermijdelijk is vanuit de voorgenomen ontwikkeling dient een ontheffingsprocedure Wnb te worden gevolgd.

o Voor elke gerooide boom twee kunstnesten / nestkasten voor vogels plaatsen met vergelijkbare diameter van invliegopeningen en één vleermuiskast van een geschikt type als zomerverblijf voor boom bewonende vleermuizen; o Holtebomen en staand en liggend doodhout buiten de veiligheidszones voor recreanten niet verwijderen; o Locaties van nieuwbouw, sport en spel voorzieningen en overige terreinvoorzieningen, zodanig positioneren dat ‘mierenhopen’ en ‘mierenstraten’ niet worden verstoord; o Tijdens de ontwikkeling niet werken in perioden dat bouwplaats verlichting noodzakelijk is om verstoring van vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen te voorkomen; o Tijdens de ontwikkeling van het terrein op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij het aantreffen van fauna. b) Habitat verbeterende maatregelen t.b.v. ecologie o Overweeg om bij het oprichten van nieuwe gebouwen natuurinclusieve maatregelen te treffen.

Te denken val aan vleermuisvoorzieningen, vogel broedplaatsen, fauna (vleermuis) vriendelijke verlichting, etc; o Geef stammen van gerooide bomen een passende plek in het bos waar zij buiten de effectzone van recreanten, als liggend doodhout een toegevoegde waarde kunnen leveren voor insecten, ongewervelden, kleine zoogdieren en reptielenfauna; o Maak van (een deel) van het vrijgekomen takhout enkele takkenrillen die deels zon gelegen en deels beschaduwd komen te liggen. Dit geeft extra habitat aan de zoogdier, reptielen en ongewervelden fauna; o Door verspreid in het bos buiten het ontwikkelingsgebied circa 15 bomen met een minimale diameter van 0.45 meter te ‘ringen’ wordt meer dood hout in het gebied ontwikkeld, wat op termijn leidt tot een betere habitat voor broedvogels die gebruik maken van boomholten en voedselbeschikbaarheid voor foeragerende vleermuizen; Houdt hierbij rekening met een veilige afstand t.o.v. openbare paden; o Indien lokaal aanplant gewenst of noodzakelijk is binnen de projectlocatie kies dan voor streekeigen bloeiende struik en struweelsoorten zodat de nectar beschikbaarheid voor insecten (zowel in ruimtelijke zin als in het jaar) wordt vergroot in het gebied; o Pas bij de toekomstige terreinverlichting vleermuis vriendelijke verlichting toe met uitsluitend naar beneden stralende lichtbronnen en amberkleurige verlichting.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

29

9. Samenvatting Sedert enkele jaren is het beheer van natuur- en recreatiegebied Henschotermeer overgedragen aan Mooi Meer BV te Woudenberg. De overdracht komt voort uit het terugtreden van het recreatieschap uit het gebied en de provinciale wens een aantal recreatiegebieden in particuliere exploitatie te brengen. Mooi Meer BV streeft naar een verbetering van het voorziening niveau, het herstellen en uitbreiden van opstallen, als toiletgebouwen, horeca, speeltoestellen, etc. en het bieden van een completer aanbod aan recreatiebehoeften met behoud van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Om dit te realiseren is een exploitatie en ontwikkelplan opgesteld, waarbij aanpassingen, nieuwe opstallen en aanvullende gebiedsinrichting noodzakelijk zijn. Ten bate van de ruimtelijke planvoorbereiding en het kunnen beschikken over benodigde informatie ten bate van de ruimtelijke procedures dient o.a. een ecologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek is in 2018 gestart door Bureau Van Den Bijtel, ecologisch onderzoek. Als gevolg van de beëindiging van dit bureau is dit onderzoek niet afgerond. Gebleken is dat de verzamelde informatie uit deze periode slechts fragmentarisch beschikbaar is. Om de vergunningprocedure tijdig te kunnen opstarten heeft in voorjaar en zomer van 2021 een uitgebreide natuurtoets voor het projectgebied plaats gevonden.

Onderdeel hiervan betreft een aanvullend onderzoek naar (beschermde) flora en fauna zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). In 2021 heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten in opdracht van Mooi Meer B.V. een onderzoek uitgevoerd naar aanwezige natuurwaarden en effecten op de onderlinge samenhang van de voorgenomen ontwikkeling op betrokken terreinen en hun omgeving. Het onderzoek bestaat zowel uit bureaustudies als veldonderzoek. Om tot een goede onderzoeksopzet te komen is in het vroege voorjaar vanuit een bureaustudie en habitattoets in het veld een overzicht opgesteld van te onderzoeken soorten, soortgroepen en habitats. Op basis van dit onderzoek is een Plan van Aanpak voor het veldonderzoek samengesteld wat in de periode maart- augustus 2021 is uitgevoerd. De resultaten uit het natuuronderzoek leiden niet tot de noodzaak van aanvullend of vervolgonderzoek. De voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld als veilig uitvoerbaar binnen de voorwaarden zoals gesteld in de Wet natuurbescherming mits aan compenserende en mitigerende voorwaarden wordt voldaan. Vanuit dit onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: De resultaten tonen aan dat de herontwikkeling van recreatiegebied Henschotermeer niet leidt tot afname van de oppervlakte NNN als gevolg van de uitbreiding van het voorzieningen niveau.

Alle voorgenomen ontwikkelingen zijn buiten de NNN begrenzing geprojecteerd; Op basis van de begrenzing van het Henschotermeer gebied in de Interim verordening provincie Utrecht als: “Bovenlokaal terrein voor dagrecreatie, waar continuïteit door ontwikkeling het uitgangspunt is d.m.v. het toevoegen van voorzieningen” is de uitbreiding passend binnen het provinciaal beleid; Een compensatie plicht vanuit de Wet natuurbescherming zal mogelijk voortkomen uit het onderdeel Bos en bomen uit deze wet. Voor te verwijderen bomen ten bate van de ontwikkeling zal een melding en mogelijk compensatie dienen plaats te vinden. Streven is dit het kappen van bomen zoveel als mogelijk te beperken. Opgemerkt wordt dat “preventief” in 2019 reeds 4500 nieuwe bomen en struiken in het gebied zijn geplaatst door de Mooi Meer organisatie; Binnen het Henschotermeer gebied zijn enkele aandacht vragende situaties en beschermde soorten vastgesteld tijdens het natuuronderzoek. De vastgestelde soorten en habitats leiden niet tot beperkingen op de mogelijkheden voor de herontwikkeling mits wordt voldaan aan compenserende en mitigerende maatregelen en steeds wordt gewerkt met ecologische werkprotocols en onder ecologische begeleiding.

Dit betreft in het bijzonder: o De uitvoeringsperiode van de verschillende werkzaamheden zowel in de tijd van het jaar als op de dag; o Het zo min mogelijk verwijderen van “holtebomen” en waar dit vanuit veiligheid van recreanten noodzakelijk is vooraf een faunacheck uit te voeren, waarbij uitsluitend tot rooien wordt over gegaan als de holten niet bewoond zijn. Daarnaast worden verwijderde holte bomen gecompenseerd met vervangende broed- en verblijfsvoorzieningen; o Het ontwijken van beschermde situaties als mierenhopen en mierenstraten, jaarrond beschermde nesten, etc. door deze locaties tijdens de ontwikkeling te markeren als “Blijf-af locaties” en het waar nodig verschuiven van beoogde voorzieningen buiten de effectafstand; o Het voorkomen van bouwplaats verlichting door uitsluitend bij daglicht werkzaamheden uit te voeren; o Het zorgdragen voor ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden en dit borgen in de totale project organisatie. Naast voorwaarden voor compenserende en mitigerende maatregelen vanuit de Wnb zijn er binnen het Henschotermeer gebied meerdere mogelijkheden om natuurwaarden te versterken door aanvullende, veelal eenvoudig inpasbare maatregelen die separaat aan de herontwikkeling kunnen plaatsvinden (kwalitatieve compensatie). Deze maateregel zijn als aanbeveling opgenomen in de rapportage onder hoofdstuk 8. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP.

2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

30

10. Conclusie Natura 2000 Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000 gebieden zullen vanuit de voorgenomen ontwikkeling geen effecten optreden. NNN gebieden Er worden geen ontwikkelingen binnen begrenst NNN gebied uitgevoerd. Aard en omvang van de werkzaamheden zal niet leiden tot uitbreiding van de effecten op aangrenzende NNN gebieden ten opzichte van het huidige gebruik. Interim Verordening Provincie Utrecht De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op hetgeen in de interim verordening provincie Utrecht onder artikel 9.3 lid 20 is vermeld met betrekking tot de aanwijzing van het Henschotermeer gebied als boven lokaal dagrecreatieterrein. Voor deze gebieden is “continuïteit door ontwikkeling het uitgangspunt, d.m.v. het toevoegen van voorzieningen gericht op het exploitabel houden van de bovenlokale recreatieterreinen”. Dit is tevens als intentie opgenomen bij de overdacht van het gebied vanuit het recreatieschap naar de MooiMeer organisatie. Soorten, habitats en omgevingseffecten Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek in 2021, de aangetroffen soorten en de tolerantie van deze soorten op recreatief medegebruik wordt geen afname van de natuurkwaliteit verwacht.

Er zal geen aantasting van beschermde soorten in de Wet natuurbescherming en/of van tot de categorieën ‘bedreigd’, ‘ernstig bedreigd’ of ‘op het punt van verdwijnen’ gerekende soorten optreden, mits rekening wordt gehouden met de locaties van een jaarrond beschermd nest, de vliegroute van vleermuizen, mierenhopen en holtebomen worden gespaard of gecompenseerd tijdens de realisatie. Tijdens de exploitatie dient passend te worden omgegaan met terreinverlichting. Deze aspecten zijn benoemd als mitigerende en compenserende maatregelen. Samenvattende tabel

Tabel 5. Samenvatting onderzoek en conclusies Natuuronderzoek Henschotermeer gebied 2021 Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

31

11. Literatuur en bronnen Literatuur: Achterberg C. van, 2020 – Natuurwaardenonderzoek Het Panhuis - BEO-publicatie 202019 Achterberg C. van, 2021a – Dassen Henschotermeer – Briefrapport d.d. 13 januari 2021 Beek, J.G. van & BIJ12-schrijfgroep [2014]: Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000 / PAS - BIJ12, 2014 Bosch A. van den, 2020 - Antmaps Bosmierenproject Utrechtse Heuvelrug 2020 – Eigen uitgave A. van den Bosch Bijtel H. van den, zonder jaar – De Utrechtse Heuvelrug en zijn betekenis voor vogels – digitale bronnen Bijtel H. van den, 206-2018; Losse waarnemingen bestanden - Bureau van den Bijtel Bijtel H. van den, 19/03-2019 – Verkennende toetsing verplaatsing YMCA in het licht van de Wnb – briefvermelding BEO BIJ12 Soort inventarisatie protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Dietz Chr., O von Helversen & D. Hill, 2009 – Vleermuizen van Europa en Noordwest Afrika – VZZ, Nederland Dietz Chr. & A. Kiefer, 2017 – Veldgids vleermuizen van Europa – KNNV uitgeverij Netwerk Groene Bureaus, 2017 - Werkgroep 'Standaarden en protocollen', versie juli 2017 Netwerk Groene Bureaus , 2021 - Protocol vleermuizen’, Vakberaad vleermuizen, versie januari 2021 Provincie Utrecht, 2021 - Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht - vastgesteld PS d.d.

10 maart 2021 SOVON, Vogelonderzoek Nederland 2019 - Vogelatlas van Nederland Terlouw R.J.S., 20210515 – Plan van aanpak natuuronderzoek Henschotermeer Mooi Meer B.V. - V2-20210515 Terlouw R.J.S., 2021 – Monitoring gebruik dassenburcht nabij vml. boerderij Panhuis te Woudenberg - Bui-TeGewoon | rapport 2021/43 Terlouw R.J.S., 2021 – Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg - Bui-TeGewoon | rapport 2021/40-v2

Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/ www.EIS-nederland.nl www.googleearth.nl www.natuurloket.nl www.ndff.nl www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl - onderdelen AHN3, bodemkaart, cultuurhistorische waardenkaart www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.webkaart .provincie-utrecht.nl/viewer/app/

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

32

Bijlage 1. Mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties Wnb

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

33

Bijlage 2. Resultaten habitat scan maart –april 2021

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

34

IN OPDRACHT VAN

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/61-V3- Natuuronderzoek Henschotermeer 2021

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4256/documents/72098