CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

06a. CA inkoop jeugd en Wmo 2023 def.pdf

Raadscommissie 9 november 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegeadvies Besluitenregistratie:

Postregistratienummer : Z.334231/D.220913 Datum inboeken

:

Openbaar

Ja

Internet

Nee

naar RAAD

Ja

OR

Nee

Communicatie

Nee

Europese regelgeving

Nee

via COMMISSIE

Ja

Anders:

Onderwerp

:

CA inkoop jeugd en Wmo 2023

Advies

:

1. De inkoop jeugd en Wmo 2023 op te delen in drie percelen, te weten: • Specialistische jeugdhulp: alle ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf uitgezonderd de ondersteuningspakketten dyslexie, dagactiviteiten jeugd, vervoer jeugd GGZ en het landelijk transitie arrangement jeugd [LTA]. • Wmo ambulante begeleiding en time out plekken, beschermd wonen en beschermd thuis uitgezonderd de ondersteuningspakketten dagactiviteiten volwassenen en ouderen • Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 2. De inkoop jeugd en Wmo 2023 per perceel taakgericht aan te besteden en te bekostigen, middels gunning van één contract. 3. De looptijd van de overeenkomsten vast te stellen op maximaal 9 jaar met als ingangsdatum 1 januari 2023.

Datum

Ambtenaar

Pho

30 september 2021

M. Meeuwenoord

M. Treep

Additioneel Advies

Afdelingshoofd

Paraaf:

Vakteam financiën

Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Secretaris

Griffier

ZB Conform advies Ym10-10 Pdk MT

Bespreken

AV BM

Datum

Opmerkingen

08/10 09/10 10/10 07-10

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14uur O:\00 4 B&W Route afgerond\Afgehandeld in oktober 2021\O1. CA inkoop jeugd en Wmo 2023\CA inkoop jeugd en Wmo 2023 def.docx

Datum vergadering B&W: 12-10-2021

Agendapunt: O1

Besluit: Openbare B&W besluitenlijst 12 oktober 2021 Conform advies besloten.

Retour naar afdeling op: Ter archivering aangeboden op:

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14uur O:\00 4 B&W Route afgerond\Afgehandeld in oktober 2021\O1. CA inkoop jeugd en Wmo 2023\CA inkoop jeugd en Wmo 2023 def.docx

Inleiding Op 1 juli 2021 heeft er in de raad besluitvorming over het witboek van de bezuinigingsdialoog programma 1 samenleving plaatsgevonden. Op 23 september 2021 zijn de regiovisie Specialistische jeugdhulp en de regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang door de raad vastgesteld. Om een deel van de doelen uit het witboek en de regiovisies te kunnen realiseren, is het gewenst het zorglandschap opnieuw in te richten en de verschillende onderdelen op elkaar en op de sociale basisinfrastructuur af te stemmen. Centrale vraag Kunt u instemmen met het taakgericht aanbesteden van de inkoop jeugd en Wmo 2023 over drie percelen met een maximale looptijd van 9 jaar? Beoogd resultaat (wat) Met de inkoop jeugdhulp en Wmo 2023 willen we voor onze inwoners die het nodig hebben goede, effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning realiseren, waarbij we uitgaan van: 1. Normalisatie, waarbij hulp en ondersteuning dichtbij plaatsvindt, in principe tijdelijk is en netwerken worden benut en verstrekt. En waar nauw wordt samengewerkt tussen onder meer gecontracteerde specialistische aanbieders en wijkteams, huisartsen, FACT-teams en gemeenten. 2. Integrale hulp en ondersteuning voor inwoners, die flexibel is ingericht door het maken van eenduidige afspraken met een beperkt aantal aanbieders.

De afspraken gaan over de uitvoering en de sturing op transformatiedoelstellingen die vertaald zijn naar business cases, binnen een vooraf vastgesteld budgettair kader inclusief een risicoparagraaf met aanvullende afspraken. Kader Integraal beleidskader sociaal domein Woudenberg Raadsbesluit witboek bezuinigingsdialoog Regiovisie ‘samen werken aan specialistische jeugdhulp’ Regiovisie ‘samen in de wijk’ Toelichting In lijn met het integraal beleidskader sociaal domein zijn de inhoudelijke uitgangspunten in de regiovisies: • Groei van zelfredzaamheid en participatie is het doel; • De eigen kracht van de inwoner en zijn omgeving is het vertrekpunt van de oplossing; • De ondersteuningsvraag van de inwoner staat centraal; • Niemand tussen wal en schip; • Partijen werken vraag- en resultaatgericht; • We doen lokaal wat kan en regionaal waar meerwaarde ontstaat. Aan de hand van de regiovisies zijn startnotities voor de inkoop opgesteld. Daarin staat beschreven welke maatschappelijke doelstellingen de gemeenten in de regio Amersfoort willen bereiken en wat dit betekent voor de opgave, de afbakening en randvoorwaarden om in aanmerking te komen voor levering van diensten. De startnotities zijn in samenwerking met de regio, aanbieders en belangrijke stakeholders opgesteld. De bovenstaande uitgangspunten vormen dan ook de basis voor de opgestelde startnotities: • • • •

Startnotitie Inkoop ambulante begeleiding Wmo; Startnotitie Inkoop specialistische jeugdhulp; Startnotitie Inkoop Beschermd Wonen en Beschermd Thuis; Startnotitie Inkoop Maatschappelijk Opvang en Vrouwenopvang.

De inrichtingsprincipes bij de regionale inkoop vormen samen met de startnotities de basis voor het Inkoopkader jeugdhulp en Wmo 2023 (bijlagen). Hierbij gaat het om zaken als scope

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

3/13

en doelstellingen, transformatieopgaven, wijze van inkoop en bekostiging, indeling van de percelen, duur van de overeenkomsten, organisatie van dialoog en draagvlak en een overzicht van consequenties, risico’s en beheersmaatregelen. De regionale inrichtingsprincipes bij de inkoop van specialistische hulp en ondersteuning zoals opgenomen in de regiovisie Specialistische jeugdhulp en regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Voldoende en kwalitatief goede hulp en ondersteuning. Duurzame relaties in partnerschap; samenwerking met beperkt aantal aanbieders. Afspraken op taakopgaven: transformatie en netwerksamenwerking. Gebiedsgericht werken; regionaal gebonden organisaties met lokale inbedding. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor monitoring: op KPI’s (kritische prestatie indicatoren. 6. Effectievere inzet van accountmanagement; intensieve relatie met de aanbieders. Ter voorbereiding op de inkoop 2023 heeft onderzoeksbureau JB Lorenz in opdracht van het RISB een evaluatie uitgevoerd naar de taakgerichte inkoopvariant en de lessen die wij in de regio hebben geleerd in de afspraken en samenwerking met BSA jeugdhulp. Dit heeft geresulteerd in een drietal rapportages welke als bijlage bij dit voorstel zijn gevoegd: • • •

Rapportage met inzichten taakgerichte inkoop (landelijk/VNG-werkgroepen): een samenvatting van de recente onderzoeken (gemeente Amsterdam, KPMG). Rapportage met een evaluatie en conclusies over de wijze waarop de taakgerichte inkoop regio Amersfoort is ingericht en uitgevoerd. Rapportage met adviezen voor de regio ten behoeve van de inkoop 2023: op welke wijze kan regio Amersfoort de taakgerichte uitvoeringsvariant door ontwikkelen en toepassen.

De inkoop jeugdhulp en Wmo 2023 is een doorontwikkeling van de taakgerichte inkoop waar gemeenten de afgelopen jaren met de BSA jeugdhulp ervaring mee hebben opgedaan. De notitie Inkoopkader jeugdhulp en Wmo 2023 (hoe in te kopen) vormt samen met de vier inhoudelijke startnotities (wat in te kopen) hiervoor het fundament. Voorstel is om de aanbesteding op te delen in de volgende onderdelen/percelen: 1. Specialistische Jeugdhulp (inclusief crisis en verblijf); 2. Wmo ambulante begeleiding, time out plekken en Beschermd Thuis en Beschermd Wonen; 3. Maatschappelijk Opvang en Vrouwenopvang. Voorstel voor looptijd is negen jaar: te beginnen met drie jaar met optie tot twee keer verlenging met drie jaar. Gemeenten willen één contract per perceel de opdracht te gunnen. Dat kan een samenwerkingsverband/consortium zijn, een hoofdaannemer of een coöperatie. Het gaat om een samenwerkingsverband van aanbieders, een hoofdaannemer of coöperatie van aanbieders die met één administratie en vanuit één stem en aansturing de opdracht uitvoert en zorg draagt voor een dekkend aanbod vanuit gebiedsteams dichtbij en om de lokale teams georganiseerd. In het programma van eisen in de aanbestedingsdocumenten wordt opgenomen dat een contractpartner/penvoerder bij aanvang van de opdracht over een duidelijke juridische entiteit met een penvoerder (dan wel in oprichting) dient te beschikken.

Dat schept duidelijkheid voor de gemeente, de samenwerkingspartners en medewerkers. Met deze werkwijze wordt de samenwerking in onze wijken en gemeenten stevig verankerd, professionals krijgen meer ruimte en de administratieve last voor professionals, aanbieders en gemeenten wordt verminderd. Gemeenten zitten nog volop in de transformatiebeweging. Dit betekent dat ook in de komende jaren taken zullen gaan verschuiven tussen specialistische aanbieders, lokale teams en/of praktijkondersteuning jeugd GGZ. Uitgangspunt is dat de inkoop hulp en ondersteuning aanvullend moet zijn op wat lokale teams doen. Deze ontwikkeling zal een groeipad zijn met

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

4/13

mogelijke verschillen in tempo tussen gemeenten. In de inkoop worden hiervoor de voorwaarden geschapen. Met dit besluit wordt de volgende fase in de inkoop gestart. Op basis van dit besluit worden de vraagstukken uitgewerkt die zullen gaan landen in de aanbestedingsdocumenten. Vraagtukken zijn onder te verdelen in: 1. concrete uitwerking van sturing op partnerschap en monitor; 2. inhoudelijke vraagstukken zoals scope van de opgave, transformatieopgaven en relatie taken lokale teams/praktijkondersteuning jeugd-GGZ versus specialistische aanbieders; 3. uitwerking één contract in relatie met onderaanneming, borging van inzet en expertise van kleine aanbieders en opstellen van selectie vereisten en gunningscriteria; en 4. uitwerking financiële vraagstukken als budgettaire kaders en risicoparagraaf. Deze vraagstukken worden getoetst tijdens marktconsultaties met aanbieders, gesprekken met cliënten en ervaringsdeskundigen, lokale teams en andere relevante stakeholders. Tevens zal er een aanvullende toetsing van de uitwerkingen plaatsvinden met andere gemeenten en externe deskundigen. De afstemming met de regio vindt via de reguliere route plaats. De uitkomst van dit traject zal besproken worden in het bestuurlijk overleg wethouders jeugd en Wmo gemeenten regio Amersfoort. Dit zal kunnen leiden tot bijstelling van het inkoopkader zoals opgenomen in dit collegevoorstel.

Indien dit het geval is vindt nadere besluitvorming door betrokken colleges plaats. Argumenten 1.1 Voor gemeenten en inwoners wordt duidelijk wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van hulp en ondersteuning. De bestaande inkoop heeft geleid tot een groot aantal aanbieders. Hierdoor is het zorglandschap versnippert. Het grote aantal aanbieders maakt een integrale en effectieve ondersteuning aan inwoners zeer complex. Netwerken (in wijken) tussen aanbieders en onder andere lokale teams, huisartsen en gecertificeerde instellingen, komen onvoldoende tot stand. Door het aantal aanbieders terug te brengen tot één contract per perceel, waarbij het de opdracht is om waar mogelijk in de wijken/ gemeenten de uitvoering van het werk te organiseren, zodat er duidelijkheid is bij inwoners waar zijn met hun vragen terecht kunnen en de hulp en ondersteuning integraal en in samenhang kan worden opgepakt. 1.2 De indeling in drie percelen sluit aan bij de uitvoerbaarheid en beheersbaarheid van de inkoop. De transformatie in het sociaal domein is een gezamenlijk traject dat als een continuüm gezien kan worden: van ambulant, 24/7 bereikbaarheid naar time-out-plekken en verblijfsplekken, waarbij de ingekochte voorzieningen in deze aanbesteding aansluiten op de sociale basisinfrastructuur. Gemeenten willen hulp en ondersteuning integraal organiseren.

Denk hierbij aan de gecombineerde ondersteuning vanuit Beschermd Wonen en ambulante begeleiding. Op deze manier kunnen aanbieders zo flexibel mogelijk inspelen op de behoefte inwoners. Om de opdracht te laten aansluiten bij verschillende expertises en bedrijfsmatig beheersbaar te houden, wordt het zorglandschap opgedeeld in percelen. Jeugdhulp vraagt pedagogische kennis en ervaring en kent een specifiek netwerk van samenwerking met onderwijs en jeugdvoorzieningen. Door de combinatie van ambulante begeleiding en Beschermd Wonen en het sluiten van één contract wordt het mogelijk in elk wijk 24/7 bereikbaarheid te realiseren. De resterende benodigde opvangvoorzieningen (beschikbaarheidsfunctie) worden als derde perceel georganiseerd, waarmee onder meer één toegang tot alle opvangvoorzieningen wordt gerealiseerd. In de inkoop wordt geborgd dat overgang tussen percelen [18-/18+; opvang/Beschermd Thuis] zo eenvoudig mogelijk kan plaatsvinden. 1.3 We voorkomen hiaten en/of tekorten in het door ons gecontracteerde aanbod per perceel.

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

5/13

In de afgelopen jaren sloot de ingekochte hulp en ondersteuning niet altijd aan bij de behoeften van inwoners, ondanks de grote hoeveelheid gecontracteerde aanbieders. In de praktijk blijken aanbieders veelal wel overeenkomstig aanbod te bieden. Voor specifieke problematiek moet er met enige regelmaat aanvullende overeenkomsten op casusniveau gesloten worden. Dit leidt tot extra administratie en kost (onnodige) tijd. 1.4 Met een beperkt aantal contracten is het mogelijk om een duurzame en langdurige samenwerking (partnerschap) tot stand te brengen, waarmee we de benodigde transformatie kunnen realiseren. Op dit moment zijn er veel aanbieders gecontracteerd. De grote hoeveelheid aanbieders heeft in de praktijk ertoe geleid dat het lastig is om met veel verschillende aanbieders sterke samenhangende ondersteuningsnetwerken te vormen met de lokale teams, FACTteams, huisartsen, volwassen-GGZ en andere betrokken organisaties in het netwerk. Het is moeilijk gebleken om te transformeren met veel verschillende partijen. De beoogde transformatie wordt weliswaar steeds zichtbaarder, maar is nog lang niet afgerond. Door te werken met één contract per perceel is het mogelijk om een intensief partnerschap te realiseren vanuit een eenduidige aansturing op basis van dialoog.

Daarin is het mogelijk om op effectieve en efficiënte wijze samen te werken aan de beoogde transformatie en het halen van de afgesproken doelen en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken wanneer zaken anders gaan dan verwacht. Daarnaast kunnen concrete afspraken worden gemaakt over een kwaliteitskader waaraan zowel de dienstverlening van de aanbieders als de samenwerking tussen organisaties en gemeenten moeten gaan voldoen. Daarbij zien we het opstellen van dit kwaliteitskader als een voortschrijdend proces waarin we tijdens de ontwikkeling voortbouwen op de ervaren meerwaarde door cliënten en hun netwerk, professionals en samenwerkingspartners. JB Lorenz geeft hiervoor enkele concrete aanbevelingen, zoals het gezamenlijk bepalen van de parameters en indicatoren en systematische kwaliteitsreviews. Deze aanbevelingen kunnen effectief worden gerealiseerd met enkele aanbieders. Voorgaande is mogelijk door langdurige overeenkomsten te sluiten met een looptijd van drie jaar die tweemaal met drie jaar kunnen worden verlengd. Feitelijk is de horizon dan negen jaar waarmee het aantrekkelijk wordt om gezamenlijk te investeren. 2.1 Taakgerichte inkoop en bekostiging draagt bij aan betaalbaarheid van ondersteuning en zorg en voorkomt het risico op onverwachte budgetoverschrijdingen.

Met taakgerichte bekostiging bedoelen wij een bekostiging die ‘uitgaat van een vast budget voor een taak, niet cliëntgebonden is en de uitvoerder(s) van de opdracht ruimte geeft om de ondersteuning van cliënten naar eigen inzicht te bepalen’. Een taakgerichte Inkoop betekent een fundamenteel andere wijze van budgettering dan een p*q bekostiging. Bij een p*q bekostiging (declaraties per client) is achteraf pas zichtbaar wat de financiële realisatie is. Budgetoverschrijdingen komen hierbij pas laat aan het licht. Bij een taakgerichte Inkoop werkt dit anders. Bij een taakgerichte bekostiging wordt vooraf een inschatting gemaakt (in samenspraak met de gecontracteerde aanbieder) van het benodigde budget voor de gehele taak. Dit budget is niet cliëntgebonden en geeft de aanbieder(s) van de opdracht de ruimte om de ondersteuning van cliënten te bepalen. Hiermee geven we de professionals de ruimte om die activiteiten uit te voeren die nodig zijn. 2.2 De taakgerichte inkoop sluit aan bij de ambities en ervaringen met BSA Jeugdhulp in de regio. Uit de interviews met gemeenten en BSA Jeugdhulp is gebleken dat de uitvoering van de BSA-opdracht als positief wordt ervaren.

Vanuit BSA Jeugdhulp is er veel geïnvesteerd om als één organisatie te werken, teams op ambulante jeugdhulp in te richten om de lokale teams in gemeenten heen, en de toegang tot zwaardere verblijfszorg eenduidig te organiseren. Er wordt minder zware zorg ingezet en in plaats hiervan meer zwaardere ambulante trajecten. In lijn met het door uw raad vastgestelde beleid, vindt waar mogelijk hulp en ondersteuning in de eigen omgeving en netwerk plaats. Gemeenten zijn blij met een directe relatie tussen de lokale teams en de inzet van hulp en ondersteuning vanuit de

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

6/13

regionale inkoop. Tegelijkertijd kent een dergelijk traject de mogelijke aanloopproblemen en zet de groeiende wachttijden de onderlinge samenwerking geregeld onder druk. De functie van consultatie en advies wordt als positief ervaren. Met de inkoop 2023 willen gemeenten vanuit een taakopgave de specialistische hulp en ondersteuning sociaal domein breed om de lokale teams heen organiseren. Dit betekent het versterken van ambulante hulp en ondersteuning met 24/7 bereikbaarheidsdiensten. De lessen uit de praktijk richten zich met name op de doorontwikkeling richting één juridische entiteit, strakkere afbakening van de opdracht, duidelijke afspraken op data en een monitor die past bij een taakgerichte inkoop. Mw. B. den Outer, directeur van JB Lorenz gaf in de regionale raadsvergadering van 24 juni 2021 aan dat juist onze regio alle ingrediënten in zich heeft om van een taakgerichte inkoopvariant een succes te maken: een sterke regionale samenwerking, goede relaties met (strategische) aanbieders en opgedane ervaringen met taakgerichte bekostiging met BSA jeugdhulp. Het moment is daar om het huidige versnipperde zorglandschap vanuit één visie te transformeren tot een duurzaam integraal zorglandschap. 2.3 Ruimte voor de professionals om te doen wat nodig is.

Het belangrijkste van de beoogde transformatie is het leveren van de juiste hulp en ondersteuning op de juiste plaats, op het juiste moment en voor de juiste duur. De kennis om dat te doen, ligt voornamelijk bij de professionals. Zij weten het beste hoe de hulp en ondersteuning het beste georganiseerd kan worden. Doordat de gemeente geen verantwoording op cliëntniveau vraagt, kan er maatwerk worden geboden naar inzicht van de professional met meer doelmatige en doeltreffende hulp en ondersteuning als gevolg. Tegelijkertijd kunnen aanbieders door bundeling van krachten en eenduidige aansturing, beter en sneller inspelen op vraagstukken die vragen om anders te gaan werken en innovaties. Dit leidt ook tot een grote vermindering van de administratieve lasten en kosten. 2.4 Lagere administratieve lasten voor gemeenten en aanbieders. De verantwoording bij taakgerichte bekostiging vindt plaats op de (kwaliteit van de) uitvoering van een taak in plaats van verantwoording enkel op producten of trajecten. Dat leidt er toe dat wij de administratie (die gemoeid gaat met het verstrekken van beschikkingen, declaraties en indienen van ‘start-en-stop-berichten’) zo licht als mogelijk inrichten in lijn met de ervaringen die wij hebben opgedaan met BSA Jeugdhulp.

Hierdoor behouden we enerzijds zicht op relevante ontwikkelingen en kunnen het gesprek voeren op basis van gegevens en waar nodig bijsturen en/of aanvullende afspraken maken. Door met een beperkt aantal aanbieders te werken in een grotere opgave willen gemeenten tevens de vele mutaties terugdringen [zoals financiële declaraties op cliëntenniveau] die nu met vierhonderd aanbieders dagelijks veel tijd en inzet vereisen van gemeenten en aanbieders. 2.5 Meer invloed van gemeenten op de financiële beheersbaarheid. Door het bekostigen van een taak tegen een vooraf vastgesteld budgettair kader is meer duidelijkheid over de verwachtte uitgaven. Op basis van goed onderbouwde uitgangspunten en parameters wordt er een budgettair kader opgesteld met financiële afspraken en een risicoparagraaf. In de risicoparagraaf worden situaties omschreven waarbij mogelijk sprake is van bijstelling van (financiële) afspraken. Dit kan betrekking hebben op zowel inhoud, financiën als in- en uitstroom van cliënten. Maar ook door wijziging in wet- en regelgeving en/of keuzes die worden gemaakt in de transformatie. Deze situaties worden intern en regionaal geduid en actief gevolgd om praktisch te kunnen handelen. Hierdoor zijn gemeenten beter (vooraf) in staat om te sturen en daarmee de kosten te beheersen. 2.6 Misbruik en fraude kan beter worden voorkomen.

In de afgelopen maanden was er veel (media)aandacht over het voorkomen van zorgfraude en misbruik. De regio Amersfoort werkt met fraudebeleid, toezichthouders rechtmatigheid

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

7/13

en kwaliteit, accountmanagement en administratieve controle zo goed mogelijk aan de beheersing hiervan. Met meer dan vierhonderd aanbieders is dit in de praktijk echter nauwelijks mogelijk om hier goed invulling aan te kunnen geven. Dit is dermate arbeidsintensief dat hiermee hoge kosten gepaard zouden gaan. Met een beperkt aantal partners, met wie wij intensief samen werken, kunnen wij fraude en misbruik en de hiermee gemoeide kosten tot een minimum terugdringen. Kanttekeningen 1.1 De keuzevrijheid van inwoners wordt anders ingevuld. De regio Amersfoort heeft veel aanbieders gecontracteerd om invulling te geven aan de keuzevrijheid. Dit heeft geleid tot meer dan vierhonderd gecontracteerde aanbieders. De keuzevrijheid voor de client is volgens de wettelijke bepalingen echter gekoppeld aan diversiteit in het aanbod van hulp en ondersteuning en niet aan keuzevrijheid voor een aanbieder. Wij verwachten van onze aanbieders dat zij cultuursensitief werken en dit in hun organisatie realiseren zowel in hun personeelsbeleid als in hun werkwijze/ attitude. Ongeacht afkomst, geloof, leeftijd, gender of wat dan ook dient passende hulp en ondersteuning te worden geleverd. Dit is bijvoorbeeld nu ook al geval bij onze lokale teams, bij onze welzijnsstichtingen en bijvoorbeeld ook bij het ziekenhuis.

In geval een professional onvoldoende aansluit bij de belevingswereld van een cliënt bestaat het recht om te vragen om een andere professional. In die enkele gevallen dat dit onvoldoende is en een cliënt door een andere aanbieder ondersteund wil worden, kan gebruik worden gemaakt van een PGB. Het is aan de gecontracteerde aanbieder om, bijvoorbeeld via onderaanneming – waarbij een niet-gecontracteerde aanbieder hulp levert aan een cliënt onder verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de gecontracteerde aanbieder – zorg te dragen voor de diversiteit en passende hulp en ondersteuning bij de uitvoering van de taak. 1.2 Kennis en expertise van “kleine(re) lokale” professionals wordt onvoldoende benut. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om een integraal zorglandschap in te richten waarin alle noodzakelijke hulp en ondersteuning voor inwoners beschikbaar is. De nieuw te contracteren aanbieders hebben de opdracht deze dienstverlening te leveren en aan te laten sluiten en te organiseren in samenhang met de lokale (sociale) teams van de gemeenten. Kleine(re) aanbieders zijn vaak lokaal gevestigd en hebben een goede verbinding met de lokale infrastructuur en sociale (wijk)teams. Dit betekent dat deze kennis en inzet van medewerkers in het huidige zorglandschap gebundeld ingezet moet gaan worden.

Tevens wordt onderzocht hoe het borgen van kwaliteit en inzet van met name lokale professionals opgenomen kan worden als selectie/ gunningscriteria op lokale aansluiting. 1.3 Het sluiten van één contract heeft consequenties voor niet-gecontracteerde aanbieders. Doordat per perceel één contract wordt gesloten zal er een wezenlijke afname van het aantal aanbieders die gecontracteerd zijn plaatsvinden. Dit is een consequentie van deze wijze van aanbesteden. In de aanbesteding zullen voorwaarden worden opgenomen, zoals bij zorgverzekeraars al gebeurt, dat partijen een belangrijk deel van hun taken lokaal blijven uitvoeren. Dat willen we realiseren door voorwaarden te stelen dat voor bepaalde zorgvormen een minimaal percentage onderaanneming mogelijk moet zijn (tegen redelijke voorwaarden). Hierbij kan gedacht worden aan een afbouwscenario over de jaren heen. Hiermee denken wij professionals voor de regio te kunnen behouden en zorgcontinuïteit te realiseren. 1.4 Innovatie wordt geborgd. Aandachtspunt in de inkoop is het borgen van innovatie in het zorglandschap. Met één contract per perceel bestaan hier zorgen over. Onderdeel van de taakopgave is de gewenste transformatie en voortdurende verbetering in kwaliteit van dienstverlening door nauwe samenwerking en duurzame netwerken te creëren rondom cliënten. Een veelheid aan aanbieders bleek in de praktijk geen garantie voor innovatie.

Veelal betreft het aanbod overeenkomstige dienstverlening. Van belang is om kansrijke innovaties als onderdeel van

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

8/13

de transformatie de ruimte te geven. Een belangrijk deel van innovatie vindt plaats in de samenwerking tussen aanbieders en de rest van de keten (sociale (wijk)teams, huisartsen, Samen Veilig Midden Nederland, FACT-teams, etc.], waarbij preventie en het voorkomen van inzet van specialistische hulp en ondersteuning een belangrijk onderdeel is. Samenwerking met een beperkt aantal aanbieders helpt hierbij. 1.5 Gemeenten moeten hun basisvoorzieningen op orde hebben en zelf innovatie stimuleren om zoveel mogelijk ondersteuningsvragen lokaal te kunnen opvangen. Het is belangrijk dat er uiteindelijk een dekkend aanbod wordt gecontracteerd dat aansluit op de lokale teams en de basisinfrastructuur in de gemeenten. Dat betekent ook dat gemeenten hun basisvoorzieningen op orde moeten hebben en zelf innovatie dienen te stimuleren om zoveel mogelijk ondersteuningsvragen lokaal te kunnen opvangen. Hierover worden regionaal afspraken gemaakt aan de hand van een transformatieplan bij aanbieders en gemeenten op inzet vanuit de lokale teams. In de inkoop opdracht willen we rekening houden met het specifieke implementatietempo van elke gemeente. 1.6 De indeling in drie percelen is een risico voor eenheid in het zorglandschap en de noodzakelijke gezamenlijke transformatie.

Door te kiezen voor drie percelen en dus in totaal drie aanbieders in plaats van één groot perceel met één aanbieder zijn afspraken op samenwerking en afstemming op een integrale dienstverlening tussen de drie gecontracteerde aanbieders noodzakelijk. De indeling in drie percelen doen we om de aanbesteding niet onnodig groot te maken. Tegelijkertijd ontstaat met een indeling het risico dat er op de grensvlakken tussen de percelen een ongewenst afwentelgedrag kan ontstaan. Dit kan plaatsvinden tussen gemeenten onderling, tussen aanbieders en gemeenten en tussen aanbieders en bijvoorbeeld zorgverzekeraars en de Wlz. De gemeenten zullen hier afspraken over opnemen met de gecontracteerde aanbieders, samenwerking stimuleren en waar nodig het gesprek aangaan met bv. zorgverzekeraars en Wlz. 1.7 Het accountmanagement en relatiebeheer met aanbieders vraagt om een andere invulling. Om als gemeente (opdrachtgever) te kunnen sturen op de voortgang en de resultaten is het noodzakelijk dat het partnerschap tussen gemeenten en aanbieders doorontwikkeld wordt nadat de definitieve gunning heeft plaatsgevonden (heldere en eenvoudige governance). De feitelijke sturing vindt plaats in het overleg tussen gemeenten en contractpartners.

Zowel in de bestuurlijke contacten, het accountmanagement, als in het relatiebeheer vanuit gemeenten op de vele contacten die medewerkers van gemeenten en aanbieders hebben in de praktijk van de uitvoering. Het is voor alle betrokkenen van belang dat zij weten over welke onderwerpen zij met elkaar in overleg kunnen treden en over welke aspecten binnen het gesloten contract afspraken kunnen en/of moeten worden gemaakt. Deze doorontwikkeling betekent een investering in kennis en competenties bij zowel gemeenten als contractpartners. Investeren in kennis en expertise vanuit het principe van een lerende organisatie is ook een belangrijk onderdeel van de adviezen van JB Lorenz. 2.1 De berekening van een passend budgettair kader is cruciaal om de uitgaven te kunnen beheersen. Taakgerichte bekostiging valt en staat met een juiste en scherpe berekening van het totaalbedrag. Op basis van de transformatie die (mede) met de nieuwe contracten moet worden gerealiseerd, wordt regionaal bepaald wat het benodigde budget is. We verbinden de inhoudelijke en financiële kaders en gaan na welke bijdrage hieraan door de uitvoering van de nieuwe contracten kan worden geleverd. Dit proces doen wij zowel voor de regio in zijn geheel als ook voor iedere (individuele) gemeente.

Het ontwikkelen van een partnerschap met de contractpartners is onontbeerlijk om de taakgerichte inkoop succesvol toe te passen. De afspraken op het budgettair kader moeten voldoende ruimte bieden om tussentijds financieel bij te kunnen sturen. Aan ieder inkooptraject zijn consequenties verbonden en kleven risico’s die van invloed (kunnen) zijn op de voortgang en het resultaat. Wij hebben de consequenties in

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

9/13

onderstaande tabel in kaart gebracht en hebben ook risico’s geïnventariseerd. Voor zover mogelijk, hebben wij beheersmaatregelen geformuleerd. Het overzicht van de risico’s en beheersmaatregelen is opgenomen in de bijlage Notitie Inkoopkader jeugdhulp en Wmo 2023. Duurzaamheid en Inclusie Met de inkoop jeugdhulp en Wmo 2023 willen we voor onze inwoners die het nodig hebben goede, effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning realiseren, zodat iedereen mee kan doen in de samenleving. Dit voorstel gaat uit van een duurzaam en langjarig partnerschap op de drie percelen dat bijdraagt aan het realiseren van de transformatie en daarmee aan financiële weerbaarheid. Maatschappelijke participatie Het Regionaal Inkoop- en subsidiebureau (RISB) heeft in juni 2021 informatiebijeenkomsten gehouden voor de huidige gecontracteerde aanbieders, de gemeentelijke adviesraden en leden van de gemeenteraden. Het doel was om hen te informeren over de wijze waarop de regio deze aanbesteding vorm en inhoud wil geven. De presentaties van deze bijeenkomsten zijn beschikbaar op de website van de gemeente Amersfoort: www.amersfoort.nl/inkoop2023 Dit voorstel is het resultaat van regionale gemeentelijke samenwerking. Coronavirus N.v.t. Beoogd resultaat (hoe) Data en monitoring vormt de basis waarop de gemeenten en gecontracteerde partners inzicht krijgen en houden in de voortgang van deze inkoop.

De gemeenten gebruiken de kennis en expertise die opgebouwd is bij de uitvoering van de opdracht met de BSA Jeugdhulp als basis voor de doorontwikkeling van data en monitoring. Managementinformatie omvat (stuur)informatie over het effect van inzet van hulp en ondersteuning, kerngegevens van de te leveren hulp en ondersteuning en is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten en contractpartners. De gemeenten streven hierbij zoveel mogelijk naar vermindering van administratieve lasten. Ze proberen zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande systemen en rapportages, waarover aanbieders reeds beschikken en/of rapporteren. De gemeenten verwachten van contractpartners dat ze bereid zijn om informatie te delen zowel met de gemeenten als met elkaar om die informatie gezamenlijk te kunnen duiden binnen een brede maatschappelijke context. Zo ontstaat een gemeenschappelijk beeld over het effect van hulp en ondersteuning aan de inwoners van de regio. De managementinformatie bevat zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie en indicatoren. Bij kwalitatieve informatie denken wij aan vragen op de ervaren meerwaarde voor cliënten en hun netwerk op de geleverde hulp en ondersteuning. Deze informatie kan door middel van panels opgehaald worden.

De managementinformatie bevat ook cijfermatige input zoals de gemiddelde doorlooptijd en intensiteit en geeft zo inzicht in de effectiviteit van geleverde ondersteuning. De bedoeling is om samen met de contractpartners een gezamenlijk data- en informatiesysteem te ontwikkelen die voor alle betrokkenen toegankelijk is. Financiële consequenties (op juistheid beoordeeld door Zaira van den Boogaard) Per jaar worden de benodigde budgetten voor de uit te voeren opdrachten vastgesteld. Dat gebeurt op basis van de realisatie van het voorgaande jaar, verwachte ontwikkelingen en de gewenste transformaties zoals opgenomen in de opdracht. De afspraken met de contractpartners moeten een zeker mate van flexibiliteit kennen om aan te kunnen sluiten bij veranderende omstandigheden. Gedacht wordt aan een budgettaire basisafspraak met jaarlijkse actualisatie. Per inschrijver wordt een inhoudelijke en financiële bandbreedte afgesproken waarbinnen afwijkingen niet leiden tot aanpassing van de afspraken. Deze

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

10/13

bandbreedte wordt actief gemonitord. Bij verwachte afwijkingen buiten de bandbreedte gaan inschrijver en opdrachtgever tijdig met elkaar in gesprek om de juiste beheersmaatregelen te kunnen nemen. Aan de aanbesteding wordt een risicoparagraaf gekoppeld waarin wordt beschreven bij welke afwijkingen welke actie door welke partij ondernomen dient te worden. Deze acties kunnen inhoudelijke of financieel van aard zijn. Doel is om actief te sturen op het binnen een jaar zoveel mogelijk binnen de bandbreedtes te blijven. Om een goede inschatting te maken van de benodigde budgetten voor de komende jaren, bevraagt het RISB elke gemeente op de te verwachte lokale ontwikkelingen. Het is belangrijk dat elke deelnemende gemeente aan de Inkoop 2023 inzichtelijk weet te maken welke transformaties er lokaal worden verwacht die van invloed zijn op het benodigde budget voor de Inkoop 2023 en verder. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de verschuiving van ondersteuning van specialistische zorg naar lokale sociale (wijk)teams of de inzet van Praktijkondersteuners Jeugd (POH-Jeugd). Er kan een overgangsregeling nodig zijn voor de financiering van cliënten die op 1-1-2023 hulp en ondersteuning krijgen van aanbieders die geen deel uitmaken van de geselecteerde partijen. Het benodigde budget hiervoor zal in mindering worden gebracht op het budget voor de gecontracteerde aanbieders.

De groep cliënten in de overgangsregeling zal afnemen waarmee het vrijgekomen budget geleidelijk verschuift naar het budget voor de geselecteerde contractpartners. Als gemeenten is het nodig onderling afspraken te maken over hoe we de daadwerkelijke inzet van hulp en ondersteuning per gemeente gaan vaststellen. Ook zijn er afspraken nodig over de verrekening van de onderlinge verschillen in verwachte inzet van hulp en ondersteuning. In 2021 bedraagt de verwachte realisatie, voor de onderdelen zoals van toepassing binnen deze Inkoop, regionaal ongeveer 102 miljoen euro. Dit is onder te verdelen in ongeveer 60 miljoen euro Jeugdhulp, 18 miljoen euro Beschermd Wonen, 14 miljoen euro Wmo en 10 miljoen euro Maatschappelijke Opvang. Het Woudenbergse deel hiervan bedraagt ongeveer 5%. De budgetten die onderdeel zijn van deze aanbesteding zijn opgenomen in Programma 1 samenleving van de begroting. Na afloop van de gunningsfase met de geselecteerde contractpartners zijn de definitieve startbudgetten voor de Inkoop 2023 bekend. In 2021 heeft het Rijk erkent dat gemeenten onvoldoende budget hebben gekregen voor de uitvoering van hun jeugdhulptaak. Budgetten van gemeenten zijn opgehoogd onder de afspraak dat een hervormingsagenda wordt opgesteld en uitgevoerd. Dit proces vindt nu plaats.

Deze agenda kan impact hebben op de reikwijdte van de jeugdhulptaak en de ter beschikking gestelde budgetten. Hiermee wordt bij de inkoop rekening gehouden. Aanpak/uitvoering i. Doorkijk inkoopproces. Omdat wij de stap maken van veel aanbieders naar één aanbieder per perceel wordt het inkooptraject in twee fases vormgegeven. De eerste fase (selectiefase) is gericht op het selecteren van geschikte aanbieders. In de tweede fase (gunningsfase) ligt de focus op de bespreking van de opdracht en contractering van de uiteindelijke aanbieders per perceel. Na de gunning ligt de nadruk op de implementatie van de nieuwe inkoop per 1 januari 2023. Om een goede en ordentelijke overgang te garanderen, hebben wij rekening gehouden met zes maanden voor de implementatie. De fasering van de inkoop ziet er vooralsnog als volgt uit: sep-dec 2021: voorbereiding inkoop (inhoudelijk & bestuurlijk); dec 2021: publicatie aanbesteding; jan-mrt 2022: selectiefase; apr-mei 2022: gunningsfase; juni-dec 2022: implementatie nieuwe inkoop.

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

11/13

Deze nieuwe inrichting gaat veel betekenen voor gemeenten, sociale teams, zorgaanbieders en cliënten. Zorgvuldigheid gaat hierbij boven snelheid. Elke stap in het aanbestedingstraject wordt hierop beoordeeld voordat verder wordt gegaan. Dit kan ertoe leiden dat de geplande ingangsdatum van 1 januari 2023 naar achteren verschuift. De hieraan verbonden [financiële] risico’s brengen wij dan in beeld. Zoals bij iedere aanbesteding zijn onze inspanningen erop gericht om huidige cliënten in zorg geen of hinder te laten ondervinden van een nieuwe inkoop. Hun traject zal waar mogelijk voortgezet worden bij de huidige aanbieder professional. Met een akkoord van de colleges gemeenten regio Amersfoort op het inkoopvoorstel 2023 zullen in de komende periode de gesprekken met de aanbieders, cliënten en andere betrokken plaats gaan vinden. Vanzelfsprekend informeren wij de gemeenteraden actief over de voortgang en risico’s. ii.

Informatie en betrokkenheid raad

Het RISB heeft ter voorbereiding op het inkooptraject 2023 inmiddels enkele regionale raadsbijeenkomsten georganiseerd om de raden te informeren en input op te halen. Op 24 juni 2021 gaf het onderzoeksbureau JB Lorenz een toelichting op taakgerichte bekostiging en de uitkomsten van hun onderzoek naar de ervaringen op taakgerichte inkoop landelijk en regionaal met BSA Jeugdhulp. Op 17 november 2021 is er wederom een regionale raadsbijeenkomst om de raden van de regio Amersfoort te informeren over de stand van zaken rondom BSA Jeugdhulp en de uitwerking van de inkoop 2023. iii.

Betrokkenheid cliënten en ervaringsdeskundigen

De gemeenten vinden het borgen van het perspectief van cliënten en ervaringsdeskundigen in deze inkoop en de uitvoering van de opdracht van groot belang. Bij de voorbereiding van de inkoop organiseren de gemeenten een of meer sessies met cliënten en ervaringsdeskundigen om input en ideeën op te halen over de verbetering van hulp en ondersteuning in de regio. Indien wenselijk wordt de bijeenkomst herhaald voor aanvang van de aanbesteding. Communicatie - kernboodschap In dit voorstel wordt het college gevraagd zich uit te spreken over plannen voor de inkoop van hulp en ondersteuning (jeugdhulp en Wmo) per 2023 voor de gemeenten in de regio Amersfoort. Op dit moment heeft de regio contracten met vierhonderd aanbieders. In de nieuwe inkoopplannen wordt voorgesteld om met één contractpartner per perceel een contract te sluiten. Dat kan een samenwerkingsverband zijn, een hoofdaannemer of een coöperatie. De aanbesteding betreft de volgende percelen: • Specialistische Jeugdhulp (inclusief crisis en verblijf); • Wmo ambulante begeleiding, time out plekken en Beschermd Thuis en Beschermd Wonen; • Maatschappelijk Opvang en Vrouwenopvang.

Het werken met enkele contractpartners maakt het voor gemeenten mogelijk om een intensieve samenwerkingsrelatie op te bouwen voor een langere termijn en betere afspraken te maken over goede, passende en betaalbare hulp en ondersteuning voor alle inwoners die dat nodig hebben. De plannen voor de inkoop van jeugdhulp en Wmo per 2023 sluiten aan bij het integraal beleidskader sociaal domein Woudenberg, de uitkomsten van de bezuinigingsdialoog en de onlangs vastgestelde regiovisies Specialistische jeugdhulp en de regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Meer informatie: www.amersfoort.nl/inkoop2023. Bijlage(n) Bijlage 1: Notitie Inkoopkader Jeugdhulp en Wmo 2023 Bijlage 2: Startnotitie Inkoop specialistische jeugdhulp Bijlage 3: Startnotitie Inkoop ambulante begeleiding Wmo Bijlage 4: Startnotitie Inkoop Beschermd Wonen en Beschermd Thuis Bijlage 5: Startnotitie Inkoop Maatschappelijk Opvang en Vrouwenopvang

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

12/13

Bijlage 6: Rapportage JB Lorenz Deel 1 Taakgerichte bekostiging specialistische jeugdhulp Bijlage 7: Rapportage JB Lorenz Deel 2 Lessen over taakgerichte bekostiging Bijlage 8: Rapportage JB Lorenz Deel 3 Flankerende adviezen

Geprint op: 19-10-2021 12:20:14 uur

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1225/documents/33385