CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Was wordt tabel Verordening 2021 definitief.pdf

Raadscommissie 12 januari 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 11: Integrale verordening sociaal domein Woudenberg 20212.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel integrale verordening sociaal domein 2021 Was

Wordt

Reden

Artikel 1. Toepassing en begrippen 1. Deze verordening is van toepassing op het (integrale) proces rond de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ). 2. In deze verordening wordt onder de niet-gedefinieerde begrippen verstaan, wat daarmee in de Jeugdwet, de Wmo 2015 of de Participatiewet, IOAW of IOAZ wordt bedoeld. 3. In deze verordening wordt verder verstaan onder: a. aanvraag: - een verzoek om toekenning van een individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet; - een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; - een aanvraag als bedoeld in artikel 41 van de Participatiewet.

1. Deze verordening is van toepassing op het (integrale) proces rond de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en de beslistermijn Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). 2. In deze verordening wordt onder de niet-gedefinieerde begrippen verstaan, wat daarmee in de Jeugdwet, de Wmo 2015 of de Participatiewet, IOAW, IOAZ of WGS wordt bedoeld. 3. In deze verordening wordt verder verstaan onder: a. aanvraag: - een verzoek om toekenning van een individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet; - een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; - een aanvraag als bedoeld in artikel 41 van de Participatiewet; - een aanvraag als bedoeld in artikel 1 van de WGS

Aan lid 1, 2 en 3a is de (beslistermijn) Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening toegevoegd

3 b. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is

3 b. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is. Tevens die een

Voor de verordening van 2021 is deze definitie geactualiseerd naar aanleiding van jurisprudentie.

1

dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen

passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Aan de toelichting toevoegen:

3 m. melding: een verzoek van een cliënt om hulp of toekenning van een individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet; een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo; een melding als bedoeld in artikel 44 van de Participatiewet.

Met de nieuwe uitspraak van de rechter (ECLI:NL:CRVB:2019:3535) lijkt de CRvB een meer objectieve invulling te geven aan de vraag of iets algemeen gebruikelijk is. De CRvB geeft aan dat een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze: • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; • daadwerkelijk beschikbaar is; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en; • financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. 3 m. melding: het stellen van een hulpvraag of een verzoek van een cliënt om toekenning van een individuele voorziening in het kader van de Jeugdwet; een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo; een melding als bedoeld in artikel 44 van de Participatiewet.

Voor de verordening van 2021 is deze definitie geactualiseerd naar aanleiding van jurisprudentie.

Aan de toelichting toevoegen: De rechtbank heeft zich eveneens uitgelaten over de aanvraagprocedure in de Jeugdwet (Rechtbank Rotterdam 18-3-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2333). De gemeente in deze uitspraak had een integrale verordening Wmo en Jeugdwet. Uit deze verordening volgde dat pas een aanvraag voor jeugdhulp kon

2

worden ingediend, nadat een melding was gedaan. Dit is conform de procedure zoals die in de Wmo 2015 is vastgelegd. De rechtbank oordeelt echter dat deze bepaling bij een verzoek om jeugdhulp in strijd is met de Awb en daarom verbindende kracht mist. Dit betekent dat een aanvraag op grond van de Jeugdwet ook zonder melding als aanvraag moet worden behandeld.

Artikel 9. Algemene criteria maatwerkvoorziening 2. (ontbrak abusievelijk)

Toegevoegd: 2. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als de cliënt de aangevraagde voorziening heeft gerealiseerd of aangeschaft na de melding maar nog voor de datum van besluit, tenzij het college daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

Naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 11-052011, ECLI:NL:CRVB:2011:B Q6485) is een lid 2 toegevoegd waaruit blijkt dat het college een maatwerkvoorziening niet te snel mag afwijzen ook al is deze reeds aangeschaft voordat een besluit is genomen.

Artikel 10. Regels voor persoonsgebonden budget (Wmo/Jeugdwet) -

De tekst van 10.1 tot en met 10.4 is toegevoegd aan dit artikel. Voor de volledige tekst zie de verordening (te lang om hier weer te geven).

15. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt voor professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief, waarbij er sprake is van twee zorginstellingstarieven gerelateerd aan het functieniveau. Bij de

5.13. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt voor professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief, waarbij er sprake is van twee zorginstellingstarieven gerelateerd aan het functieniveau. Bij de

De regels ten aanzien van de pgb houder-, beheerder en aanbieder (zowel formeel als informeel) zijn explicieter beschreven. Hiermee is voor zowel client als uitvoering duidelijk wat van het gebruik van een pgb mag worden verwacht en kunnen we beter sturen op rechtmatigheid. De onderdelen c en d van artikel 10 lid 15 over de wooninitiatieventoeslag beschermd wonen (WIT BW) komen te vervallen. Deze WIT vervalt als een lokaal te beschikken toeslag. Centrumgemeente

3

berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief. a. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75%. b. Indien de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in een accommodatie die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 4.9 derde lid van de verordening, kan het college een wooninitiatieventoeslag verstrekken. c. Het college stelt de tarieven en de hoogte van de wooninitiatieventoeslag vast in het Financieel besluit. d. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.

berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief. a. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75%. b. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.

Amersfoort gaat deze bekostiging voortaan regelen via een subsidie vanuit het centrumgemeentebud get. Door de overige wijzigingen in dit artikel is het oude lid 15 nu lid 5.13.

Aan de toelichting geel gearceerde deel toevoegen: In het dertiende lid gaat het over beschermd wonen waarvan de uitvoering ligt bij de centrumgemeente Amersfoort. De indicatie voor beschermd wonen wordt echter wel door de gemeente zelf afgegeven en bestaat, naast de beschermende woonomgeving (het noodzakelijke verblijf) uit niveaus van bijbehorende noodzakelijke ondersteuning. Bij het stellen van de indicatie wordt bepaald waar de cliënt op is aangewezen. Het kan voor komen dat de cliënt in aanmerking komt voor een pgb, als wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden. Wordt het pgb besteed aan een accommodatie die voldoet aan de daaraan gestelde eisen, dan kan het zijn dat de hoogte van het pgb niet toereikend is. In het verleden kon een (aanvullend)pgb worden verstrekt in de vorm van een wooninitiatieventoeslag. Per 2021 vervalt de wooninitiatieventoeslag als een lokaal te beschikken toeslag. Centrumgemeente Amersfoort gaat deze bekostiging voortaan regelen via een subsidie vanuit het centrumgemeentebudget. Deze cliënten zijn doorgaans zelf kosten verschuldigd die te maken hebben met de beschermende woonomgeving, zoals woonkosten. Deze wooninitiatieventoeslag is bestemd voor kosten die gemaakt moeten worden voor het organiseren van de

4

ondersteuning van pgbhouders, de gemeenschappelijke ruimte en infrastructuur in het kader van doelmatige ondersteuning. Daarbij geldt vanzelfsprekend dat deze kosten niet gefinancierd kunnen worden uit het pgb of andere voorliggende oplossingen of voorzieningen. Deze regeling wordt door de centrumgemeente uitgevoerd en is nu in het veertiende lid benoemd.

11b. Herziening of intrekking d. de cliënt langer dan vier weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet;

d. de cliënt langer dan vier weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;

De Wet langdurige zorg is een uitsluitingsgrond voor de Wmo. Dat betekent dat een voorziening op grond van de Wmo herzien en ingetrokken wordt nadat een indicatie op grond van de Wlz is verleend.

Artikel 11d. Fraudepreventie en controle 2. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb’s conform het programma van eisen. Tevens beoordeelt het college of de jeugdige en/of zijn ouder(s) nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

2. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb’s conform het programma van eisen. Tevens beoordeelt het college of de PGB-houder en/of cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

Verduidelijking artikel

Artikel 14. Maatwerkvoorzieningen: vormen van Wmo Beschermd wonen

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Verduidelijking artikel

5

Artikel 21. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik voor het gebruik van collectief vervoer via de regiotaxi (niet het gebruik op indicatie), ter hoogte van € 2,20 per zone (dit betreft het prijspeil 2018 en is indexeerbaar) 2. De bijdrage is maximaal gelijk aan de kostprijs van de voorziening. 3. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer via de regiotaxi (niet het gebruik op indicatie), ter hoogte van € 2,40 per zone (dit betreft het prijspeil 2020 en is indexeerbaar). 2. De bijdrage is maximaal gelijk aan de kostprijs van de voorziening. 3. Het college zorgt ervoor dat de actuele bedragen bekend worden gemaakt.

Prijspeil gewijzigd in 2020

Verduidelijking

Artikel 22. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 7. Voor de in lid 3 bedoelde eigen bijdrage kan naar de regels van de Verordening bijzondere bijstand een beroep op bijzondere bijstand worden gedaan.

7. Voor de in lid 3 bedoelde eigen bijdrage kan een beroep op bijzondere bijstand worden gedaan naar de richtlijnen in de Beleidswijzer.

De gemeenteraad heeft op 19-12-2019 een amendement van de SGP aangenomen waardoor de tekst van lid 7 is toegevoegd. Het beleid bijzondere bijstand is echter niet vastgelegd in een verordening, maar in de Beleidswijzer.

Artikel 46. Doelgroep Individuele Studietoeslag d. is een persoon van wie is vastgesteld dat hij wegens een arbeidshandicap of langdurige medische beperkingen of belemmeringen niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;

d. is een persoon van wie is vastgesteld dat hij door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven; Aan de toelichting toevoegen: Per 1 januari 2015 is dit artikel zo geformuleerd dat studenten van wie is vastgesteld dat dat zij niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon (hierna: WML), doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, onder nadere voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor een individuele studietoeslag. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het invullen van deze regeling. Uit

De doelgroep die in aanmerking komt voor individuele studietoeslag wordt gewijzigd. Op verzoek van de Tweede Kamer anticiperen we met deze wijziging op een voorgenomen wijziging van artikel 36 b van de PW.

6

onderzoek van de Inspectie SZW van december 2018 is gebleken dat de betreffende regeling in de Participatiewet niet aan het gestelde doel voldoet en aanpassing behoeft. De Staatssecretaris van SZW heeft de Kamer hierover in de brief d.d. 18 december 2018 geïnformeerd. De aanpassing is nodig om het uiteindelijke doel van de regeling te bereiken, namelijk jongeren met een structurele medische beperking die geen inkomsten kunnen verwerven naast en tijdens hun studie, een extra (financiële) steun in de rug te geven. Met de voorgestelde wijziging wordt de doelgroep beter bereikt. Het huidige wettelijke criterium «niet in staat zijn het WML te verdienen» dekt niet wat de wetgever met de invoering van de individuele studietoeslag heeft beoogd. Dit criterium wordt aangepast vooruitlopend op een bredere herziening van de regeling van de individuele studietoeslag. Het in onderdeel d voorgestelde criterium komt beter tegemoet aan het doel van de regeling, namelijk een financiële tegemoetkoming voor jongeren die als gevolg van een structurele medische beperking tijdens de studie niet in staat zijn bij te verdienen. Daarmee wordt ook voorkomen dat naar het toekomstig verdienvermogen wordt gekeken terwijl het feitelijk moet gaan om de vraag of een jongere tijdens zijn studie geen inkomsten kan verwerven.

Alhoewel het huidige wettelijk criterium niet voorschrijft dat het moet gaan om voltijdse arbeid, leidt de wijze waarop een deel van de gemeenten toetst of iemand het WML kan verdienen ten onrechte wél tot dat resultaat. De toets die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) uitvoert

7

volgens de methode van de drempelfuncties gaat bijvoorbeeld om de vraag of iemand met voltijdse arbeid het WML kan verdienen. Een dergelijke toets sluit personen uit die enkel als gevolg van een medische urenbeperking niet het WML kunnen verdienen. Dit laatste heeft de wetgever echter bij de invoering van de huidige individuele studietoeslag in de Participatiewet uitdrukkelijk niet beoogd. In Gemeentenieuws SZW-5 is bovenstaande wijziging aangekondigd om in de tussenliggende periode gemeenten alvast duidelijk te maken dat art 36b, eerste lid, onderdeel d, als zodanig geïnterpreteerd moet worden anticiperend op deze aanpassing. Omdat de volledige herziening van artikel 36b is voorzien per 1 juli 2021, is het noodzakelijk dat zowel via Gemeentenieuws SZW als bij Verzamelwet SZW 2020 de uitleg van art 36b, eerste lid, onderdeel d, alvast wordt verduidelijkt respectievelijk alvast plaatsvindt.

Artikel 65. Verrekenen verlaging Verwijzing naar artikel 63

Verwijzing naar artikel 64

Herstel van verkeerde verwijzing

Hoofdstuk 7 Specifieke bepalingen Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Invoegen van een nieuw hoofdstuk beslistermijn schuldhulpverlening in de Integrale verordening Sociaal Domein. Hierdoor wordt de nummering herzien.

Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 7 Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Artikel 73. Beslistermijn schuldhulpverlening -

De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet gemeentelijke

Invoegen van een nieuw artikel beslistermijn schuldhulpverlening in de Integrale

8

schuldhulpverlening, wordt genomen binnen een termijn van acht weken na de dag waarop het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet, heeft plaatsgevonden.

verordening Sociaal Domein. Hierdoor wordt de nummering herzien.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Hoofdstuk 8 Hardheidsclausule, betrekken van ingezetenen bij het beleid en slotbepalingen

Artikel 73. Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Artikel 75. Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Hoofdstuk 7 en 8 uit de huidige verordening worden samengevoegd. De reden hiervoor is dat op deze wijze het artikel hardheidsclausule het eigen artikelnummer kan behouden. Dit is wenselijk, omdat dit in alle formats beschikkingen voorkomt waardoor het omnummeren een grote tijdsinvestering zou vragen. Nummering herzien

Artikel 75. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 76. Inwerkingtreding en citeertitel

Hoofdstuk 8

Nummering herzien

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1215/documents/26948