06 Reactie college op advies ASD integrale verordening sociaal domein 2024.pdf
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein t.n.v. M. Ravenhorst Willem de Zwijgerlaan 153 3931 KP Woudenberg
Verzonden op: Zaaknr: Documentnr: Contactpersoon: Afdeling: Bijlage(n): Onderwerp:
Z.343619 D.266756 Monique van den Heuvel en/of Marthe van Voorst van Beest Sociaal Domein Reactie op deeladvies ASD Reactie college op advies ASD Integrale verordening sociaal domein 2024
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein, Op 18 oktober 2023 hebben wij uw deeladvies over de Participatiewet in de integrale verordening sociaal domein 2024 ontvangen. Wij danken u hartelijk voor uw zorgvuldige lezing van de verordening. U stelde in uw advies een aantal vragen en maakte een aantal opmerkingen. Bijgevoegd vindt u onze antwoorden en reacties hierop. Daarnaast hebben wij op 8 december 2023 mondeling de wijzigingen met betrekking tot de Jeugdwet met u doorgenomen. Toen heeft u de volgende vraag gesteld: Bij Artikel 9 lid 4: Wie valt er onder ingezetenen van Nederland? Gaat dat ook over statushouders? Een ingezetene van Nederland is iemand die hier rechtmatig verblijft. Statushouders vallen hieronder volgens artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Woudenberg,
D.C.G. Ruseler Secretaris
M. Jansen-van Harten Burgemeester
blad 2 van 8
Betreft deeladvies Integrale verordening Sociaal Domein Woudenberg 2024, versie 2023 – in cursief de reactie vanuit het college Algemeen De ASD spreekt zijn waardering uit voor a. De integrale benadering b. De waarde die gehecht wordt aan het gezin; aan de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen c. De gelijkwaardigheid van de burgers van Woudenberg ( inclusiviteit ) d. De nuancering en de menselijke maat, waardoor er uitzonderingen mogelijk zijn zoals o.a. verwoord in de Toelichting e. Het opstellen van persoonlijke plannen en/of familiegroepsplan De ASD heeft nog wel enkele kanttekeningen/vragen/suggesties In het algemeen zou de ASD graag zien dat in het proces van melding tot beschikking termijnen worden genoemd, zowel voor de kant van de burger, als voor de kant van de gemeente. Bij sommige onderdelen zijn wettelijk termijnen vastgesteld, en is het dus niet nodig om ze vast te leggen in de verordening. Voor de onderdelen waar dat niet zo is: termijnen passen beter in nadere regels dan in een verordening, dus daarin zullen we deze meenemen. De ASD vraagt zich af of de laatste opmerking op blz. 1 betekent dat de gemeenteraad van Woudenberg al heeft ingestemd met de Integrale verordening? Nog niet. Volgens de planning zal de gemeenteraad de Integrale verordening SD in februari bespreken. Hfst.1 Algemene bepalingen Punt 4.
“tot verbetering te komen”; waar ligt de grens van de ‘verbetering’ als we miljonair zijn? Biedt ruimte voor “rupsje nooit genoeg”. Misschien anders formuleren: Dat de eigen verantwoordelijkheid van de burgers centraal staat om voor hun zelfredzaamheid, participatie en inkomen naar vermogen al het mogelijke te doen om ‘deel te nemen aan de maatschappij’, mede door inzet van personen uit hun sociale netwerk. Goed punt. Dit hebben we overgenomen. Punt 6. De integrale benadering is belangrijk “voorzieningen/oplossingen die nodig zijn, zijn ondergeschikt aan het resultaat”. Staat dit niet op gespannen voet met het herhaaldelijk spreken over de goedkoopst passende bijdrage, b.v. art.20?
blad 3 van 8
We zijn het ermee eens dat dit op gespannen voet staat. Juridisch staat deze zin ook te sterk open voor interpretatie. De eerste twee zinnen van lid 6 zijn voldoende om deze bepaling te duiden, dus hebben we besloten deze laatste zin te verwijderen. Artikel 2.1 Melding hulpvraag 'schriftelijk of digitaal': Hoe zit dit met laaggeletterden en mensen met een verstandelijke beperking? Of mensen die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn? Een aanvraag moet digitaal of schriftelijk gebeuren, dat is wettelijk verplicht. Als mensen dit lastig vinden, ondersteunt DKS hen aan de balie, of springt de formulierenbrigade in. Artikel 3.2: 'kosteloze cliëntenondersteuning. Is dit onafhankelijke clientondersteuning? Ja. Artikel 5.1 'college kan om deskundigenadvies vragen voor zover dit van belang is' Kan een client hier ook om vragen bijvoorbeeld, om expertise arts of behandelaar? CDKS kan onafhankelijk deskundigenonderzoek aanvragen bij bepaalde gecontracteerde partijen. Daartoe nemen zij in principe het initiatief. Een cliënt mag natuurlijk altijd zelf bronnen aanboren indien gewenst, zoals de huisarts. Die informatie is niet leidend. Onafhankelijk deskundigenadvies is dat wel. Hfst. 2 Art.9.4: Geldt genoemde maatwerkvoorziening ook voor cliënten die i.v.m. hun problematiek buiten Woudenberg verblijven? Hier geldt het woonplaatsbeginsel. Het adres is leidend.
Als iemand ingeschreven staat in Woudenberg (maar tijdelijk ergens anders verblijft), dan kan er een maatwerkvoorziening worden aangevraagd. Paragraaf 10.2: Wat als de zaken genoemd onder a t/m e juist (sub)doelen zijn om de zelf- en sociale redzaamheid te verhogen. Geldt dan de regeling “Hulp uit sociaal netwerk”, blz. 52? De regeling Hulp uit sociaal netwerk is bedoeld om het mogelijk te maken een symbolische tegemoetkoming te betalen in plaats van een pgb met een uurloon, omdat soms de behoefte is om minder dan het minimumloon te vergoeden. Dan is er geen arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht nodig, maar alleen een verklaring. Het gaat om andersoortige hulp dan de hulp bedoeld in paragraaf 10.2. Hfst. 3;
blad 4 van 8
Art. 15.2 e en j: Beschut werk binnen Amfors wordt toch afgebouwd? Wat zijn er nog voor concrete mogelijkheden? De sociale werkvoorziening wordt afgebouwd. Sinds 1 januari 2015 kunnen er wettelijk geen inwoners meer instromen in de WSW. Inwoners die voorheen een WSW indicatie zouden krijgen kunnen nu worden geholpen met de andere instrumenten van de Participatie die ook zijn opgenomen onder het hoofdstuk over re-integratie in de verordening Art. 16.2b: Hoe is dit financieel geregeld als het gaat om lokaal (CDKS) of regionaal (MetMaya)? CDKS en MetMaya team Woudenberg gaan nauw samenwerken. Continuïteit in de hulpverlening is voor beide partijen hoge prioriteit. De prijzen zijn in regionale afstemming vastgesteld in het financieel besluit behorende bij de verordening. Art. 25.2 Clientervaringsonderzoek: Gebruikt de gemeente het eigen model (clienttevredenheidsonderzoek) en/of dat van CDKS en/of dat van de zorgaanbieders zelf? Hoe wordt de onafhankelijkheid geborgd? De gemeente voert zelf het CEO uit. CDKS levert wel vragen aan zodat ze input krijgen. Nu is dat belegd bij beleidsambtenaren. Artikel 29 Mantelzorgers 'blijk van waardering': Kan een mantelzorger zich hiervoor aanmelden of moet de zorgvrager dit doen? Welke leeftijdsgrens wordt hiervoor gebruikt? Denk ook aan jonge mantelzorgers De mantelzorger kan zich aanmelden via de website van CDKS of aan de balie.
Er is geen leeftijdsgrens. Art 39 Jobcoaching: Mag de inwoner zelf beslissen wie de jobcoaching uitvoert? Heeft hij een keuze uit meerdere aanbieders? Of wordt dit regionaal ingekocht? De inwoner mag zelf beslissen wie de jobcoach wordt, zolang de jobcoach voldoet aan de voorwaarden van een jobcoach waaronder de erkenningseisen van een jobcoach zoals deze zijn vastgelegd door de gemeente in de bijgevoegde bijlage erkenningseisen jobcoach. 39F.4 college kan jobcoaching beëindigen: Er zullen altijd inwoners zijn die deze begeleiding langer nodig hebben of juist op de been blijven doordat zij met regelmaat jobcoaching hebben. Hoe wordt dit beoordeeld? Het college kan jobcoaching beëindigen. Dit is een ‘kan’ bepaling. Het betekent niet dat het college automatisch jobcoaching beëindigd wanneer het langer duurt dan twee jaar. Door maatwerk toe te passen kan het college ook beslissen om jobcoaching langer uit te voeren. Daarnaast is er geen limiet op hoe vaak jobcoaching ingezet kan worden. Dit betekent dat jobcoaching opnieuw gestart kan worden als het eerder al afgesloten is. Er is bijvoorbeeld bij een inwoner besloten om de (lichte vorm van) jobcoaching 6 jaar lang voort te zetten vanwege de vele wijzigingen in de organisatie.
blad 5 van 8
39G.4 Subsidie jobcoaching heeft max duur van 3 jaar: zie opmerking bij 39F.4 Goed punt. Dit is inderdaad niet consistent en is veranderd naar 2 jaar. Hfst. 6, Paragraaf 6.1, art. 31 Is dit artikel niet in strijd met I.6 (Algemeen)? In de algemene bepalingen lid 6 staat dat ondersteuningsvragen integraal worden benaderd en dat de voorzieningen en oplossingen ondergeschikt zijn aan het resultaat. Artikel 31 geeft aan dat het college subsidieplafonds kan hanteren. Momenteel hanteert het college geen subsidieplafonds voor integratievoorzieningen. Echter, indien de kosten voor bepaalde re-integratie voorzieningen dermate oplopen dat het overschrijdingen op de budgetten veroorzaken kan het college beslissen om een plafond te hanteren. Binnen deze kaders wordt de meest geschikte oplossing of voorziening ingezet. In artikel 32 lid 3 staat dat het college het beste instrument tegen de laagste kosten aanbied. De zin: ‘’ De voorzieningen of oplossingen die nodig zijn, zijn ondergeschikt aan het resultaat. ‘’ lijk hiermee inderdaad in strijd te zijn. Er is daarom besloten om deze zin te verwijderen uit de verordening. Immers, het college kan niet onbeperkt voorzieningen inzetten om het resultaat te halen.
Paragraaf 6.3 Tegenprestatie: Wat zijn de ervaringen met het hanteren van het tegenprestatie beginsel? De voorkeur gaat uit naar het inzetten van vrijwilligerswerk in plaats van de tegenprestatie. Deze verordening voorziet hierin via een ander instrument, namelijk sociale activering (art. 35). Het inzetten van sociale activering is niet gebonden aan de strikte eisen van de tegenprestatie waaronder bijvoorbeeld dat de tegenprestatie niet mag gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt. Desondanks moet de tegenprestatie wettelijk verankerd worden in de verordening. De tegenprestatie kan wel worden ingezet wanneer het college dit nodig acht. Anders dan bij sociale activering is het bij de tegenprestatie wel mogelijk om een verlaging in de bijstand toe te passen wanneer de verplichtingen niet worden nagekomen. Gezien het bovenstaande wordt de tegenprestatie zelden ingezet. Art. 49.3 Is dit beleidsplan gelegd naast het idee “klussenbank” vanuit de bezuinigingsdialoog? Kan de ASD dit beleidsplan inzien/ontvangen? Artikel 49.3 geeft aan dat er een beleidsplan vastgesteld kan worden omtrent de tegenprestatie. Dit is een ‘kan’ bepaling. Aangezien de voorkeur uit gaat naar het inzetten van vrijwilligerswerk buiten de bepalingen van de tegenprestatie om (zie voorgaande antwoord) is er geen beleidsplan opgesteld voor de tegenprestatie.
Aangezien er geen beleidsplan voor de tegenprestatie is, is deze ook niet naast het idee van de klussenbank gelegd. Paragraaf 6.5 spreekt over verlaging van de uitkering: Worden burgers erop gewezen dat wanneer de oorzaak ligt in een slecht beheer van eigen financiën c.q. uitgavenpatroon een beroep op schuldhulpverlening kan worden gedaan?
blad 6 van 8
Ja. Zou een van de voorwaarden om nog niet over te gaan tot verlaging het inschakelen kunnen zijn van een “bewindvoerder” , die de burger kan helpen om een beter uitgaven patroon te krijgen, b.v. bij te snel interen van vermogen ( blz. 90 toelichting )? Op grond van de hardheidsclausule kan worden afgeweken van de verlaging van de uitkering. Het inschakelen van een bewindvoerder zou een reden kunnen zijn om de hardheidsclausule toe te passen en de verlaging daarom niet toe te passen. Dit is aan het oordeel van de consulent van Werk en Inkomen. Artikel 64 Duur verlaging bij schending verplichting: Wordt hierbij gekeken of een inwoner al in de schulden zit? Nee. Indien het college een andere duur hanteert voor inwoners met schulden versus inwoners zonder schulden wordt er een verschillende sanctie opgelegd voor hetzelfde feit. Dit leidt tot rechtsongelijkheid. Art. 66 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. In hoeverre wordt hier gekeken of het de inwoner verwijtbaar is bijv door hoogte IQ? Het college kan, conform artikel 9a, lid 12 van de Participatiewet afzien van een verlaging van de uitkering indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. De Werk en Inkomen consulent bepaald of verwijtbaarheid ontbreekt en past hier maatwerk toe.
Indien de consulent wel een verlaging toepast en de belanghebbende van mening is niet verwijtbaar te zijn kan er een bezwaar worden ingediend waarna de bezwarencommissie bepaald of er wel sprake is van verwijtbaarheid. Indien de belanghebbende of het college het niet eens is met de commissie kunnen beide partijen zich richten tot de rechter. Wat als de vertegenwoordiger, b.v. PGB beheerder in gebreke is gebleven? Wordt de burger dan de dupe? De verplichtingen van de inwoner met een uitkering vanuit de Participatiewet betreft de verplichtingen van de inwoner en niet die van de PGB beheerder. De PGB beheerder staat daarom los van de verplichtingen van de uitkeringsgerechtigde. De PGB beheerder mag niet namens de inwoner met een uitkering handelen. Art. 66.3 Is het voldoende verzekerd zijn haalbaar voor de minima? In principe is het voldoende verzekeren een verantwoordelijk van de uitkeringsgerechtigde. Mocht het redelijkerwijs niet haalbaar zijn voor de betrokkene om voldoende verzekerd te zijn, dan kan op basis van de hardheidsclausule afgeweken worden van de verlaging. Dit is aan het oordeel van de consulent Werk en Inkomen. Toelichting
blad 7 van 8
Art.7, Arbeidsinschakeling: is er sprake van samenwerking met het UWV? Ook b.v. bij een participatieplaats, art. 36a.? Ja. Er is een regionale samenwerking met het UWV. Gemeente Woudenberg maakt hier ook gebruik van. Art. 9, blz. 48 De ASD benadrukt het belang van een goede communicatie i.v.m. bewustwordingsgesprekken en voorlichting Dank voor het benadrukken hiervan. Hier wordt aandacht aan besteed. Art. 37 Op blz. 70 wordt aangegeven dat Woudenberg zich beperkt tot schooluitvallers van 16 tot 17 jaar. Betekent dit dat er geen ondersteuning is voor 18-27 jarigen als het gaat om het behalen van een startkwalificatie? Ondersteuning van voortijdig schoolverlaters gebeurd via regionaal georganiseerde Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. Voortijdig schoolverlaters met een leeftijd tussen 12 en 23 jaar kunnen hier terecht. In de landelijke aanpak voortijdig schoolverlaters wordt de leeftijd verhoogd tot 27 jaar. De wijziging alsmede de financiering voor regionale ondersteuning is nog niet helder gemaakt door het Rijk. Wanneer hier meer helderheid over is zal de verhoging van de leeftijd ook regionaal doorgevoerd worden. Dit kan in de verordening van 2025 herzien worden. Paragraaf 6.5 ( blz.
82 ): Vanuit andere bronnen berichten ontvangen dat mensen die door in de corona periode moesten stoppen met werken ( horeca ) niet instappen omdat de uitkering die ze ontvangen hoger is dan hun loon van destijds. Komt dit in Woudenberg ook voor? Het minimumloon is hoger dan de bijstandsuitkering indien er voltijd gewerkt wordt. Het kan voorkomen dat inwoners parttime minder verdienen dan de bijstandsuitkering waardoor zij afzien van werk. Echter, vanuit de Participatiewet zijn er verplichtingen voor arbeidsinschakeling waardoor deze inwoners naar werk begeleid kunnen worden en sancties kunnen worden ingezet wanneer zij niet meewerken aan arbeidsinschakeling. We zijn niet op de hoogte van inwoners van Woudenberg die in de corona periode zijn gestopt met werken en niet weer starten met werken omdat de uitkering hoger is. Hiervoor zou moeten worden geanalyseerd wie de uitkering is ingestroomd, of zij in de coronaperiode gestopt zijn met werken en wat hun motivatie is geweest om niet weer in de te gaan werken. Overig De nummering moet worden aangepast i.v.m. het vervallen van artikelen, b.v. 34,30,42,43, 39j. Dank voor de scherpe blik. Dit passen we aan. In de was/wordt tabel; art, 15 moet o.i. art. 16 zijn. Dank, dit passen we aan.
blad 8 van 8
Zijn er na art. 43 geen wijzigingen meer? Klopt. Uit de was/wordt tabel wordt duidelijk dat de overheid waarde hecht aan transparantie, aan een goede beschrijving van processen en procedures. Is het mogelijk om ( eventueel in een bijlage ) het proces van aanvraag tot toekenning in een stroomdiagram weer te geven? Dat geeft overzicht en inzicht. Het klopt dat transparantie belangrijk is. De verordening is niet een passende plek voor een stroomdiagram, in de nadere regels worden processen waar nodig verder gespecificeerd.