06. Memo inspraak en advies beleidsregels pré-mantelzorgwoningen (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Memo Gemeente
Woudenberg
Inspraak en advies Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen Verzonden
college
Het
aan:
Postregistratienr.:
Afzender:
B&W
van
Z.351217/D.313765
Inleiding De beleidsregels
voor
2025
13
Datum:
(geanonimiseerd)
6 mei
2026
afwijking ten behoeve van pre-mantelzorgwoningen hebben van 3 december januari 2026 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn heeft de gemeente geen zienswijzen ontvangen. De beleidsregels zijn ook voor advies voorgelegd aan de adviesraad sociaal domein (ASD) en via de ingekomen stukken gedeeld met de raad. In dat kader is een opmerking over de juridische verwoording gemaakt. Hieronder zijn de opmerkingen op de ontwerpbeleidsregels samengevat en van een antwoord voorzien. tot
met
en
Inmiddels
geconcludeerd dat de toelichting beter als zelfstandig beleid kan worden vastgesteld, waarna de beleidsregels voor de uitvoering worden vastgesteld. Wij hebben de opmerkingen over de beleidsregels tevens beoordeeld als opmerking ten aanzien van het beleidskader. is
Doel Het doel 1. 2. 3.
van deze memo is drieledig: Een samenvatting geven van de opmerkingen op de ontwerp-beleidsregels; Deze opmerkingen voorzien van een inhoudelijk reactie van het college; De eventuele aanpassingen in de concept beleidsregels beschrijven.
Behandeling
van
de
opmerkingen
Opmerking Adviesraad Artikel
Reactie
1 lid
1 d, er mogen 2 personen wonen, ontneemt gezinnen met inwonende kinderen de maximaal
mogelijkheid zijn.
Aanpassing beleidsregels
Sociaal Domein
om
mantelzorger
Het staat dat
te
families
vrij
om
te
bezien
| wie in de pre-mantelzorgwoning |
gaat wonen en wie in de hoofdwoning. Meest voorkomend zal zijn dat de pre-mantelzorgverleners in de hoofdwoning verblijven. Wij zien geen aanleiding om het beleid aan te passen voor de uitzondering dat de pre-mantelzorg ontvangers een
huishouden
van
meer
dan
twee
Geen
aanleiding aanpassing.
voor
personen
Artikel 1 lid 1 onder O en P , zijn onvoldoende duidelijk. Uitgegaan wordt van een demontabele woning. Wat houdt dat in voor gesplitste woningen of de aanbouw van een bestaande woning. Verzoek om te heroverwegen deze ook toe te staan.
hebben.
Artikel 1 lid 1 onder O en P geven de definities die van toepassing zijn voor het beleid.
Geen aanleiding voor aanpassing.
Bij een pre-mantelzorg woning is altijd sprake van het tijdelijk gebruiken van een bestaand bijgebouw of een unit , zie onder artikel 1 lid 1 onder L. Een gesplitste woning bestaat formeel uit twee losse en zelfstandige woningen , die dus beide in aanmerking komen om een basis te bieden voor het toevoegen van een pre-mantelzorg woning. Het bewonen van een aanbouw wordt gezien als het gezamenlijk bewonen van de hoofdwoning in de vorm van inwoning en is geen zelfstandige woonfunctie. Wij zijn van mening dat de definities juridisch voldoende duidelijk zijn. Wanneer de juridische formulering bij een aanvrager tot vragen leidt , is de gemeente uiteraard beschikbaar om verdere uitleg te geven. Splitsen van een woning ten behoeve van een tijdelijk pre-mantelzorg gebruik vinden wij niet gepast bij het doel van het beleid.
Artikel 3. 2. lid 7 en 8 , de criteria voor milieubelasting zijn niet duidelijk omschreven.
Dezelfde bewoording is te vinden in het bestemmingsplan en in de regels voor afwijking van het bestemmingsplan op een andere grondslag. Wij zien geen aanleiding om deze anders te omschrijven ten behoeve van een pre-mantelzorg toetsing.
Geen aanleiding voor aanpassing.
Artikel 3. 2 lid 9 , ASD snapt de keuze , maar verzoekt om de eis voor parkeerruimte op eigen terrein doormiddel van maatwerk , ruimhartiger toe te passen , omdat veelal in onderling overleg andere opties zijn.
Zoals in de toelichting wordt beschreven , kent Woudenberg een hoge parkeerdruk en wordt er daarom in principe uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Ditzelfde uitgangspunt is terug te vinden in het bestemmingsplan en de regels voor afwijking van het bestemmingsplan op een andere grondslag.
Geen aanleiding voor aanpassing.
De hardheidsclausule voorziet in de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken van de standaardregels , als dat rechtvaardig is. Wij zijn er geen voorstander van om dit maatwerk als kader in regels in te bouwen. Pagina geprint op: 18 May 2026 , 10:45 uur
Pagina: 2
Voorstel: document1
Artikel 3. 3. participatietraject , deze participatie eis kan de verhoudingen tussen buren onder druk zetten , mocht dat gebeuren is er dan bemiddeling mogelijk.
De voorwaarden zijn gelijk aan elke andere ruimtelijke afwijking van de regels. Ervaring leert dat juist door informeel en voortijdig overleg met de omgeving en aanpassing van plannen naar aanleiding van het overleg met de buren , problemen voorkomen worden. Het is een afwijking van de regels waar buren ook echt wat van kunnen merken en goed vooroverleg voorkomt dat later bemiddeling nodig is.
Geen aanleiding voor aanpassing.
Het gaat nadrukkelijk om overleg en niet over een toestemming vooraf van de buren. Artikel 4 postmantelzorg fase , goed dat rekening gehouden is met een termijn van 2 jaar. Maar gelet op de woningmarkt wel zorg of de bewoner tijdig een alternatief kan vinden. Zijn er afspraken mogelijk met de corporatie om mensen voorrang te geven of ziet het college andere mogelijkheden?
Het is de vraag in hoeverre een bewoner van een pre-mantelzorg woning in aanmerking komt voor een sociale huurwoning en daarmee of het gewenst en passend is om afspraken te maken met een corporatie. Daarbij is ook de vraag hoe vaak dit probleem zal optreden. Het is vooral te verwachten bij een groot levenstijdverschil tussen de partners.
Geen aanleiding voor aanpassing.
Wij zijn van mening dat de komende jaren eerst bezien moet worden of het probleem van postmantelzorg daadwerkelijk zal optreden. Indien dit het geval is , zal bezien worden welke maatregelen passend zijn. Tot die tijd voorziet de hardheidsclausule in de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken van de standaardregels , als dat rechtvaardig is. Artikel 5 hardheidsclausule , hoe concreet is onbillijkheid van overwegende aard. Vraag wie heeft de beslissende stem , bestaat de mogelijkheid van beroep? Verzoek bewust te zijn dat het ook om heel kwetsbare mensen kan gaan.
Er zal altijd sprake zijn van een verzoek om afwijking van het omgevingsplan (vergunning) , dat houdt in dat een eventuele weigering ook een besluit is waar bezwaar en beroep tegen open staat. Het college is het besluitvormend orgaan.
Geen aanleiding voor aanpassing.
In de toelichting , o. a. bij artikel 2. 5. wordt gesproken over de spelregels , deze zijn echter niet terug te vinden in de beleidsregels.
ASD wijst terecht op het verschil in taalgebruik tussen de toelichting en de beleidsregels. De toelichting is geschreven om als informatie te delen met initiatiefnemers en de beleidsregels zijn als juridische regels geschreven. De spelregels uit de toelichting zijn dan ook een combinatie van de beleidsregels en de overige juridische regels die gelden voor het aanvragen van een tijdelijke vergunning. Wij hebben daarom ook besloten de toelichting
Geen aanleiding voor aanpassing.
Pagina geprint op: 18 May 2026 , 10:45 uur
Pagina: 3
Voorstel: document1
als beleidsdocument vast te laten stellen. In de beleidsregels verwijzen naar de toelichting kan juridisch niet. Het is ook niet noodzakelijk omdat het om vergelijkbare informatie gaat. Om in de toekomst discussie over de met name de WMO voorzieningen te voorkomen , het voorstel om dit in de toelichting meer te benadrukken en dit uitgangspunt goed te documenteren en door beide partijen te laten ondertekenen.
Wij delen de zorg en het belang om goede afspraken te maken over de WMO voorzieningen. Als onderdeel van de vergunningsaanvraag vindt er een gesprek pré-mantelzorggesprek plaats met CDKS. Hierin wordt onder andere het toekomstige ziektebeeld en de bijbehorende te treffen voorzieningen besproken.
Het advies van de ASD en de vraag uit de raad hebben geleid tot een brede herformulering van artikel 3. 1 van de beleidsregels. In artikel 3. 1 sub 2 wordt de door de aanvrager ondertekende rapportage van het gesprek met CDKS expliciet als vereiste opgenomen.
Naar aanleiding van het advies van de ASD is met CDKS afgestemd dat de aanvrager zijn/haar handtekening onder de rapportage zal zetten. Hiermee kan in de toekomst eenvoudig bepaald worden welke voorzieningen op het moment van de vergunningsaanvraag reeds voorzien konden worden door de aanvrager.
Vragen uit raad Artikel 3. 1 sub 4 is niet van zichzelf begrijpelijk geschreven indien hier bedoeld wordt te regelen dat als de leeftijd van (thans) 75 jaar nog niet bereikt is toch een pré-mantelzorgwoning mag worden geplaatst onder de voorwaarde dat een medische verklaring moet worden overgelegd dan wel een medisch bureau kan worden ingeschakeld. Nu staat er een kan-bepaling zonder dat wordt aangegeven met welk doel dat plaatsvindt.
Artikel 3. 1. sub 4 , moet inderdaad altijd gelezen worden in combinatie met de overige tekst van 3. 1. (toetsingskader bewoners) , die naar aanleiding van de vraag en het advies van de ASD opnieuw geformuleerd is. Wanneer de toekomstige mantelzorgontvanger jonger is dan 75 jaar zal het college op basis van de rapportage van CDKS oordelen of een mantelzorgbehoefte binnen 10 jaar aannemelijk is. Als hierover op basis van de rapportage twijfel bestaat , kan het college een medische indicatie vragen of een onafhankelijk bureau inschakelen voor een sociaal-medische keuring ter onderbouwing van de toekomstige mantelzorgbehoefte.
Pagina geprint op: 18 May 2026 , 10:45 uur
Pagina: 4
Het advies van de ASD en de vraag uit de raad hebben geleid tot een brede herformulering van artikel 3. 1 van de beleidsregels. In artikel 3. 1 sub 5 en 6 worden de toetsing verder uitgesplitst en het doel van de kan-bepaling verder toegelicht.
Voorstel: document1