CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 inspraak 3 inwoner Woudenberg toevoeging bezwaartegen besluit provinciale staten d 241883 a.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 14: Afwegingskader zon en wind3.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vinkeveen, 17 oktober 2022 Betreft: Bezwaar tegen besluit Provinciale Staten Geachte leden van de Awb-adviescommissie, Het bezwaar richt zich tegen het Statenbesluit Tussenbalans Regionale Energie Strategieën provincie Utrecht d.d. 21 september 2022, met daarin opgenomen een aantal beslispunten. Daar waar in dit bezwaar de term "statenvoorstel" vermeld staat wordt bedoeld "statenvoorstel uiteindelijk leidend tot het besluit" H

en ingediend namens:

waarbij de inzet is dat het besluit van dit onderhavige statenvoorstel nietig wordt verklaard. Bezwaarmakers achten zich direct belanghebbende, aangezien alle (rechts)personen direct worden geraakt door dit statenbesluit. Het bezwaar richt zich op een aantal zaken afzonderlijk dan wel in combinatie met elkaar waaronder: het niet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; ondermijning van de lokale democratie; het onterecht zich de mogelijkheid toe-eigenen van het opstarten van een projectbesluit of inpassingsplan; het onjuist of tenminste niet volledig correct informeren van Provinciale Staten; waarmee het genomen besluit niet anders dan nietig verklaard dient te worden Het nietigte verklaren besluit luidt als volgt: 1. DeTussenbalans Regionale Energie Strategieën provincie Utrecht vast te stellen; 2. Vast te stellen dat er met de huidige voortgang in de uitvoering van de drie Utrechtse RES'en onvoldoende perspectief is dat de boden tijdig worden gehaald en aanvullende inzet van de Utrechtse RES-partners daarom noodzakelijk is

3.

De provinciale aanvullende inzet te richten op de realisatie van bestaande zoekgebieden in de RES'en 1.0 én het in beeld brengen van nieuwe windlocaties. Daarbij te streven naar de realisatie van tenminste 1 TWh grootschalige windenergie op land in de provincie Utrecht in 2030; 4. Gedeputeerde Staten op te dragen om gemeenten aan te moedigen en te ondersteunen om voor 1 december 2022 bestaande windplannen te concretiseren en tot aanvullende windlocaties te komen en hen, waar nodig, te helpen bij het starten van ruimtelijke procedures voor alle in de RES'en opgenomen zoeklocaties; 5. Gedeputeerde Staten op te dragen om begin 2023 een voortgangsrapportage op te stellen, waarin inzicht wordt gegeven of het totaal aan windlocaties voldoende is om 1 TWh te realiseren in 2030; 6. Indien bij deze voortgangsrapportage onvoldoende opwek voor wind is toegevoegd, te starten met een projectbesluit- of inpassingsplanprocedure.

Hierin nauw overleg met in elk geval de gemeenten, netbeheerder, waterschappen en RES-regio's te zoeken en middels een plan MER op een transparante wijze tot een selectie te komen van locaties met speciale aandacht voor: - Kwaliteit leefomgeving, in het bijzonder beperken van geluidshinder; - Ecologie, met specifiek aandacht voor risico op slachtoffers van vogels en vleermuizen; - Landschap, waarbij wordt aangesloten bij de denkrichtingen in de RES'en zoals opwek bij hoofdinfrastructuur en vanuit een regionaal, gemeentegrens overstijgend perspectief; - Aansluitbaarheid op en efficiënte benutting van het elektriciteitsnet. 7. Gedeputeerde Staten op te dragen om bij de mogelijke planvorming te streven naar 50% lokaal eigendom; 8. Gedeputeerde Staten op te dragen om, indien besloten wordt tot inzet van het instrument projectbesluit, Provinciale Staten daarbij te betrekken conform de https://www.stateninformatie.provincie utrecht.nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2022/09-februari/10:30/Werkwijze-programma-s-en projectbesluiten-ihkv de-Omgevingswet-ontwerpbesluit-PS20220GV01.pdf 1. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Het besluit behoort getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, te weten: ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL Overheidshandelen kan voor de burger ingrijpend zijn. Van de overheid wordt dan ook zorgvuldigheid vereist bij de voorbereiding van besluiten.

De overheid dient op grond van artikel 3:2 van de Algemene wetbestuursrecht (Awb) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. De schending van het zorgvuldigheidsbeginsel komt veelvoor, de rechter kan het bestuursorgaan opdragen alsnog de relevantefeiten te onderzoeken en vervolgens een nieuw besluit te nemen. Aan het zorgvuldigheidsbeginsel wordt niet voldaan . In het statenvoorstel wordt er van uit gegaan dat de provincie een aantal bevoegdheden heeft om in te grijpen bij andere lagere overheden, zoals gemeenten. Bewust of onbewust wordt over het hoofd gezien dat in het Klimaatakkoord afspraken zijn gemaakt, waaraan hogere overheden zich moeten houden en waar lagere overheden op moeten kunnen rekenen . In het Klimaatakkoord zijn de volgende afspraken gemaakt (bron: Nationaal Programma RES)

Werken op basis van vertrouwen, interventie alleen als het écht nodig is Het uitgangspunt voor de Regionale energie Strategie (RES) is wederzijds vertrouwen: "Partijen hebben er vertrouwen in dat (bestuurlijke) samenwerking ervoor zorgt dat de doelstellingen in de RES bijtijds gehaald worden. " Toch zijn er situaties denkbaar waarin alleen samenwerking niet of onvoldoende werkt. Het klimaatakkoord noemt er vijf: ▪ De situatiedatde RES'en niet optellen tot de landelijke doelstelling; voor Elektriciteit is dittenminste 35TWH (TeraWattuur) grootschalig hernieuwbaar op land in 2030. ▪ De situatiedat de RES regio-overstijgende infrastructuurproblemen oplevert. ▪ De situatiedat een overheid in de regio niet meer wildeelnemen aan de RES-vorming, dan wel de RES nietwilverankeren in omgevingsbeleid. ▪ De situatiedat een RES niet tot uitvoering komt. ▪ Planningsafspraken die voortkomen uit de tafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving waarvan blijkt dat die nietgehaald (kunnen) worden In het statenvoorstel komt geen onderbouwing voor of aan een van deze voorwaarden om in te grijpen bij lagere overheden wordt voldaan .

Sterker nog, over het hoofd wordt gezien- of nog sterker: onvermeld blijft - dat de landelijk afgesproken 35TWH reeds lang behaald is, waarmee het belangrijkste argument om in te (kunnen ) grijpen bij lagere overheden is weggenomen, zie bijlage Onderbouwing behalen doel 35TWh en de publicatie van RVO d.d. 12 mei 2022, zie https://www.rvo.nl/nieuws/grootste-stijging-windenergie-op-land-tot-nu-toe Ook de andere situaties komen in de provincie Utrecht niet voor, althans worden in ook niet in het statenvoorstel beschreven of onderbouwd. Conclusie: het statenvoorstel voldoet niet aan het zorgvuldigheidsbeginsel. VERTROUWENSBEGINSEL De overheid dient het door haar gewekte vertrouwen te honoreren, maar voor een succesvol beroep op dit eginselgelden wel strenge vereisten. Vertrouwen kan op meerdere manieren worden gewekt. Doorgaans gebeurt dit door toezeggingen ofconcrete handelingen van ambtenaren. Lang niet iedere toezegging kan de overheid echter binden. Veelal worden toezeggingen onbevoegd gedaan, bijvoorbeelddoor een enkele ambtenaar of wethouder. Wil de overheid aan een toezegging gebonden zijn, dan dient sprake te zijn van een concrete ondubbelzinnige toezegging door een daartoe bevoegd persoon, die aan het bestuursorgaan toegerekend kan worden.

Omdat toezeggingen doorgaans niet afkomstig zijn van het college of de gemeenteraad, wordt in de praktijk niet vaak aangenomen dat sprakeis van te honoreren vertrouwen. Net als bij het zorgvuldigheidsbeginsel zijn het de afspraken uit het Klimaatakkoord waaruit overheden het vertrouwen putten dat hogere overheden het vertrouwen waard zijn. Het hoeft geen betoog dat het statenvoorstel ingrijpen van de provincie voorstaat, terwijl niet aan de voorwaarden zoals hierboven worden genoemd wordt voldaan. Conclusie: het statenvoorstel voldoet niet aan het vertrouwensbeginsel RECHTSZEKERHEIDSBEGINSEL Het rechtszekerheidsbeginsel brengt met zich mee dat de burger moet kunnen vertrouwen op het consequent handelen van de overheid. Regels die de overheid stelt moeten worden nageleefd en besluiten diede overheid neemt moeten zo zijn geformuleerd dat de burger op ieder moment

kunnen weten wat er van hem verwacht wordt. Onduidelijke besluiten die voor meerderlei uitleg vatbaarzijn, zijn in strijd met dit beginsel. Hetzelfde geldt doorgaans voor besluiten die terugwerkende kracht hebben. Het statenvoorstel is in strijd met de afspraken uit het Klimaatakkoord (zie ook zorgvuldigheidsbeginsel ). Hierdoor is het vertrouwen dat de burger heeft in het consequent handelen van de overheid geschaad. Conclusie: het statenvoorstel voldoet niet aan het rechtszekerheidsbeginsel. VERBOD OP WILLEKEUR Het verbod van willekeur (détournement de pouvoir) dat is opgenomen in artikel 3:3 Awb, verbiedtde overheid om de bevoegdheid tot het nemen van een besluit voor een ander doel te gebruiken dan waarvoordie bevoegdheid is verleend.Zo mag de overheid een omgevingsvergunning voor het bouwen nietweigeren omdat de aanvrager eerder milieuregels heeft overtreden of zijn gemeentelijke belasting niet heeft betaald. De bevoegdheden die de overheid heeft zijn met een bepaald doel aan haar toebedeeld, dit dient de overheid steeds in het achterhoofd te houden bij haar taakuitoefening. Conclusie: is niet van toepassing op het statenvoorstel EVENREDIGHEIDSBEGINSEL Hetevenredigheidsbeginsel is opgenomen in artikel 3:4Awb. Overheidshandelen kan ingrijpend zijn voor de burger.

Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van een nieuwe woonwijk tegenovereen rustige woonstraat of het (permanent) afsluiten van een doorgaande weg. De nadelige gevolgen van een besluit mogen echter voor één of meer belanghebbenden niet onevenredig zijn in de verhouding met de tot het besluit te dienen doelen. Indien een overheidsbesluit voor één of meer belanghebbenden toch onevenredig nadelig is, dan dient de overheiddit nadeel door middel van nadeelcompensatie te compenseren. Ook een tegemoetkoming in planschade is een vorm van compensatie waarmee onevenredig nadelige gevolgen kunnen worden voorkomen. Conclusie: is niet van toepassing op het statenvoorstel GELIJKHEIDSBEGINSEL Het gelijkheidsbeginsel verplicht de overheid om gelijke gevallen gelijk te behandelen. Uiteraard kunnener redenen zijn om afte wijken van de eerdere aanpak in een vergelijkbare situatie, zoals voortschrijdend inzicht ofbeleidswijzigingen. De overheid dientdan echter wel steeds goed te motiveren waarom in een bepaald geval anders wordtgehandeld dan in een eerder geval en waarom dus van hetgelijkheidsbeginsel wordt afgeweken. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt in de praktijk niet vaak. De reden daarvoor is dat in de regel niet snel sprake is van exact gelijke gevallen en omstandigheden.

Bovendien dient degene die zich op het gelijkheidsbeginsel beroept - en die dus vindt dat hij ongelijk behandeld wordt -zelfde vergelijkbare gevallen aan te dragen en aan het bestuursorgaan of de bestuursrechter voor te leggen. Daarin slaagt men niet vaak. Indien men er echter in slaagt om vergelijkbare gevallen aan te dragen is het aan het bestuursorgaan om te motiveren waarom er geen sprake is van vergelijkbare gevallen of hetgelijkheidsbeginsel terzijde kan worden gesteld. Conclusie: is niet van toepassing op het

MOTIVERINGSBEGINSEL De overheid moet haar besluiten begrijpelijk, deugdelijk en volledig motiveren. Dit volgt uit het motiveringsbeginsel dat is neergelegd in artikel 3:46 Awb. Een ondeugdelijke motivering kan in de bezwaarfase worden aangevuld of verbeterd. Besluiten die ook na de heroverweging in bezwaar niet op een deugdelijke motivering berusten, worden in beginsel op grond van een motiveringsgebrekdoor de bestuursrechtervernietigd. Niet elk motiveringsgebrek leidt tot een vernietiging. Ook na het nemen van een besluitkan bijvoorbeeld door het (gemotiveerde) verweer van de overheid bij de bestuursrechter blijken dat het besluit alsnog steunt op een deugdelijke motivering, zodat vernietiging achterwege kan blijven of de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen worden gelaten. Het behoeft geen betoog dat, gezien het niet voldoen aan 3 beginselen, te weten "het zorgvuldigheidsbeginsel", "het vertrouwensbeginsel" en "het rechtszekerheidsbeginsel" zeker niet wordt voldaan aan het motiveringsbeginsel. De deugdelijkheid van de motivering ontbreekt hiervoor en hierdoor. Conclusie: het statenvoorstel voldoet niet aan het motiveringsbeginsel.

BEGINSEL VAN FAIR PLAY Het beginsel van fair play houdt in dat een bestuursorgaan de burger zorgvuldig bejegent in die zin dat hetbestuursorgaan het verkrijgen van wat een burger als zijn recht ziet, niet door het uitstellen ofhet niet nemen van een beslissing waarbij de burger belang heeft, mag bemoeilijken offrustreren. Conclusie: is niet van toepassing op het statenvoorstel VERBOD OP VOORINGENOMENHEID Artikel 2:4Awbbepaalt dat de overheid zijn taak vervultzonder vooringenomenheid. Dat houdt onder meer in bij de overheid werkzame personen, een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming niet kunnen beïnvloeden. Het gaat daarbij niet alleen om daadwerkelijke beïnvloeding. Ookde schijn van vooringenomenheid moet worden voorkomen. Conclusie: is niet van toepassing op het statenvoorstel Algehele conclusie: Het statenvoorstel is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur 2. Ondermijning van de lokale democratie De definitie van ondermijning is volgens de Rijksoverheid de volgende: "Criminelen maken voor illegale activiteiten gebruik van legale bedrijven en diensten. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. Dit effect heet ookwel ondermijning". Het belangrijkste onderdeel van deze definitie is "Hierdoor vervagen normen en neemt hetgevoel van veiligheid en leefbaarheid af" .

Het vervagen van normen is iets waar in dit statenvoorstel en besluit duidelijk sprake van is. (Vrijwel) alle gemeenten in de provincie Utrecht hebben een bijdrage geleverd aan de RES 1.0 door het indienen van een bod. Een aantal gemeenten heeft daarbij uitgesproken wind als hernieuwbare energie uitte sluiten . Gemeenteraden hebben dat in het daarvoor geldende proces toe besloten. Dit zonder afbreuk te doen aan de afspraken vanuit het Klimaatakkoord om in totaliteit als alle RES-en een totaal bod van tenminste 35 TWh in 2030 op te wekken hernieuwbare energie neer te leggen

Zoals bij " Algemene beginselen van behoorlijk bestuur" al is beschreven, is er een totaal bod neergelegd dat de 35TWh in ruime mate overstijgt. Bezwaarmakers stellen dan ook dat op grond van de afspraken uit het Klimaatakkoord de provincie geen enkel rechtmatig middel heeft in te grijpen bij lagere overheden zoals gemeenten. Sterker nog, het past de provincie niet om ook maar de indruk te wekken dat zij, zonder dit te motiveren, bevoegd is in te grijpen en zelfs al plannen aan het voorbereiden is - en al locaties heeft onderzocht en in een rapport heeft gepubliceerd - om gemeenten aan te zetten of zelfs te dwingen om windturbines te plaatsen of toe te laten, zoals in besluitpunten 6 en 8 uitgebreid wordt beschreven. Indien de provincie overgaat tot uitvoering van het onderhavige besluit en dan met name punt 6 en 8 daarvan, dan is dat een flagrante miskenning van de bevoegdheden die een gemeente en gemeenteraad heeft. Hierdoor komt het begrip "ondermijning" echt aan de orde.

Waar blijven dan de waarden en normen die in bestuurlijk Nederland gehanteerd dienen te worden? Waar blijft het vertrouwen van een lagere overheid in de hogere overheid? Waar kan een inwoner van een gemeente nog op bouwen als de provincie zonder enige rechtmatige rechtvaardiging besluiten kan nemen waarmee democratisch correct genomen besluiten te niet worden gedaan? Is het dan vreemd dat gemeenten en haar inwoners het vertrouwen in haar bestuur en de politiek in het algemeen verliezen, waardoor een beroep op draagvlak ook op andere terreinen gelijk wordt aan het trekken aan een dood paard? Conclusie: De bezwaarmakers zijn op dit punt duidelijk. De provincie overruled top down en ondermijnt daarmee met het onderhavige besluit de lokale democratie en dat is voor bezwaarmakers voldoende om dit besluit als nietig te verklaren. 3. Ten onrechte het zich toe-eigenen van de bevoegdheid een projectplan of inpassingsplan op te starten (zie ook beslispunt 6) Gedeputeerde Staten willen het instrument van "projectbesluit" of "inpassingsplan " gaan inzetten (pag. 5 van het statenvoorstel ). Daarom is het goed de definitie van beide termen te bekijken.

Het projectbesluit onder de Omgevingswet is een besluit dat ambtshalve door de minister, gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van een waterschap wordt genomen en dat bedoeld is om complexe projecten met een publiek belang in de fysieke leefomgeving toe te staan (Ow 5.44). Op de website van de Rijksoverheid is de volgende omschrijving van "inpassingsplan " te vinden: "Provincies kunnen ook 'bestemmingsplannen' (inpassingsplannen) vaststellen, die de gemeentelijke bestemmingsplannen overrulen. Dat kan alleen als er een provinciaal belang is. Veel provincies zijn terughoudend om inpassingsplannen te maken." Volgens de bezwaarmakers is er noch sprake van "een publiek belang" noch van "een provinciaal belang". Nergens in het besluit of het statenvoorstel zelf wordt melding gemaakt van het publieke belang of het provinciale belang of wordt dit zelfs onderbouwd. Dat kan ook niet omdat, zoals eerder betoogd, de doelstelling uit het Klimaatakkoord van 35 TWh ruimschoots wordt gehaald . De instrumenten "projectbesluit" en "inpassingsplan" mogen in dit geval niet door de provincie worden ingezet om gemeenten die al hebben bijgedragen aan het bod van RES 1.0 en daarmee ook aan de doelstelling van het Klimaatakkoord van 35TWh, zonder echte grond te overrulen. Conclusie: Reden genoeg om het bezwaar tegen het onderhavige statenvoorstel en besluit te honoreren. 4.

Het onjuist of tenminste niet volledig informeren van Provinciale Staten Inzet op windenergie is nodig (pag. 7 van het statenvoorstel) In het voorstel wordt uitgebreid betoogd dat inzet op windenergie nodig is. Niets is echter

waar. Opnieuw kunnen we betogen dat de RES-doelstelling volgens het PBL en RVO ruimschoots gehaald is. De in dit voorstel genoemde noodzaak is dus onjuist, niet waar en hiermee wordt Provinciale Staten (PS) wederom onjuist geïnformeerd of tenminste onvolledig geïnformeerd en heeft PS op basis daarvan een besluit ( geheel ten onrechte) goedgekeurd. Conclusie: De bezwaarmakers zijn op bovenstaande punten duidelijk. Provinciale Staten is onvolledig en onjuist geïnformeerd en dat is voor bezwaarmakers voldoende reden om dit besluit nietigte doen verklaren. Eindconclusie: Bezwaarmakers hebben geconstateerd dat het onderhavige statenvoorstel en besluit in strijd is met de afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord, dat niet wordt voldaan aan de beginselen van behoorlijk bestuur, ten onrechte het middel van het opstarten van een projectbesluit dan wel inpassingsplan zich wordt toegeëigend en dat Provinciale Staten niet volledig juist is geïnformeerd, waardoor dit statenvoorstel, leidend tot het besluit, nietig verklaard dient te worden . Met vriendelijke groet

Bijlage: Onderbouwing behalen doel klimaatakkoord 35TWh Klimaatdoelen Klimaatakkoord In het klimaatakkoord is afgesproken dat op land 35 TWh hernieuwbare elektriciteit opgewekt dient te worden uit grootschalige zon- en wind projecten¹ (hernieuwbaar op land): 55% 49% basispakket 49 TWh Wind op zee Hernieuwbaar op land ( > 15 kW) 35 TWh PM Overige hernieuwbare opties (incl. 120 TWh CO₂ vrij regelbaar vermogen ) 82 84 TWh Totaal Daarnaast wordt er 49 TWh op zee opgewekt. Dit komt samen tot de 84TWh, benodigd om de doelstelling van 49% CO2 reductie te halen. Inmiddels is/wordt de doelstelling verhoogd van 49% naar 55%. Hier is in het klimaatakkoord al in voorzien . Hierover staan de volgende afspraken met betrekking tot Wind-op-land: (pag. 181/182) Indien er de komende jaren wordt besloten tot een verhoging van de productie van hernieuwbare elektriciteit omdat er meer elektrificatie in andere sectoren plaatsvindt, of indien het kabinet besluit tot ophoging van de nationale ambitie naar 55% CO₂-reductie in 2030, gelden de volgende randvoorwaarden: a. Besluitvorming over extra Wind op Zee en Hernieuwbaar op Land is in 2021 benodigd met het oog op tijdige realisatie hiervan voor 2030. (...) d .

Partijen zijn bereid om het gesprek aan te gaan over een eventuele verhoging van de ambities voor Hernieuwbaar op Land, onder de voorwaarden dat allereerst wordt gekeken naar de mogelijkheden voor Wind op Zee en kleinschalig zon. Inspanningen van decentrale overheden die leiden tot meer dan 7 TWh kleinschalig zon (zoals lokale stimuleringsregelingen) tellen daarbij mee voor deze opgave. (1) https://www.klimaatakkoord.nl/binaries/klimaatakkoord/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord/klimaatakkoord .pdf pag. 158 De voortgang van de realisatie van deze 35 TWh wordt gedaan door het PBL. Het PBL publiceerde op 9 december 2021 de Monitor RES 1.0². Daarin schrijft het PBL (P13), verwijzend naar bijgevoegde figuur 1: "de bandbreedte in deze Monitor RES 1.0 bedraagt 35-46 TWh, met een middenwaarde van 41 TWh . De onderwaarde is daarmee ongeveer gelijk aan de prognose voor 2030 in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van 2021 ( PBL et al. 2021a):35,4 TWh."

1 d/klimaatakkoord.pdfpagina 158 2 https://www.pbl.nl/publicaties/monitor-res-1.0

Figuur1 Productie hernieuwbare elektriciteit op basis van RES 1.0,2030 Huidig(2021)en pijplijn (peildatum 1 januari 2021) Totaalbod en doelbereik 50 TWh 60 TWh 50 50 40 40 30 30 20 20 10 10 0 Totaalbod Inschatting Inschatting mogelijke realisatie mogelijkerealisatie VolgensPBL-systematiek I inBandbreedtebepaald dooronzekerheden realisatiegraadvan projecten en sanering VolgensRES 1.0 Doel2030(35 TWh) Bron: CBS,RVO.nl,WindStats, Certiq, Regionale Energie Strategieën 1.0; bewerking,PBL Tevens kwam op 12 mei de jaarlijkse monitor Wind op Land uit van het RVO³: "De windprojecten die in 2021 op land zijn opgeleverd, hebben een totaal vermogen van 1.109 MW . Dit is de grootste stijging in één jaar tot nu toe. De verwachting is dat Nederland eind 2023 in totaal 6.190 MW aan windvermogen heeft. De doelstelling uit het Energieakkoord wordt hiermee behaald." 2) https://www.pbl.nl/publicaties/monitor-res-1.0 3) https://www.rvo.nl/nieuws/grootste-stijging-windenergie-op-land-tot-nu-toe Conclusie: Landelijk ligt alles op schema om de klimaatdoelen te halen en te overtreffen. Bod in verhouding tot doelstelling Uit de tekst van de argumentatie kan de indruk ontstaan dat de het bod van de provincie Utrecht een onderdeel is van de landelijke doelstelling van 35 TWh. (Lees: Als Utrecht te weinig levert komen we landelijk niet tot de 35 TWh). Dat is niet correct.

Hieronder een overzicht van de het Nationaal Programma RES met alle biedingen: 4) https://www.regionale-energiestrategie.nl/documenten/handlerdownload files.ashx?idnv=1997182 (pag.14)

3 https://www.rvo.nl/nieuws/grootste-stijging-windenergie-op-land-tot-nu-toe 4 https://www.regionale-energiestrategie.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1997182 (p14

Ontwikkeling van het bod TOTALE (voorlopige) RES 1.0 +55 TWh

FRIESLAND 3,0TWh

GRONINGEN 5,7TWh

DRENTHE 3,45TWh WESTOVERIJSSEL FLEVOLAND 5,81TWh NOORD1,82TWh NOORD-HOLLANDZUID TWENTE 2,7TWh 0,53TWhVELUWE 1,5TWh HOLLANDRUNLAND CLEANTECH REGIO 1,05TWh U161,8TWh AMERSFOORT 1,07TWh 0,5TWh FOODVALLEY ACHTERHOEK 0,75TWh 1,35TWh ROTTERDAM/DEN2,8TWh HAAG MIDDEN-HOLLAND 0,43TWh ALBLASSERWAARD 0,32TWh ARNHEM/NUMEGEN GOEREE-OVERFLAKKE 1,62TWh RIVIERENLAND HOEKSCHEWAARD DRECHTSTEDEN 0,85TWh 0,48TWh 0,37TWh 1,2 TWh NOORDOOSTBRABANT ZEELAND WEST-BRABANT 2,0TWh HARTVAN 1,0TWh BRABANT 1,6TWh 3,05 TWh METROPOOLREGIOEINDHOVEN 2,0TWh NOORD-ENMIDDEN-LIMBURG 1,2TWh Dedsie 30 sop de andere - ngciszątrecht ZUOof de Resg PERPRI 1,3TWhLIMBURG -TAcest e mutuimandro gege PS 22 NOORD-HOLLANDNOORD 3,6TWh

Uit het overzicht blijkt dat het 2,4 bod van totaal Utrecht onderdeel is van het totale RES bod van 55 TWh om de klimaatdoelstelling van 35 TWh te halen. (Zie ook de kolom 'totaalbod' in de grafiek van het PBL, eerder in dit document) De methodiekvan de RES heeft het ook in zich dat er nog zoekgebieden af kunnen vallen, om verschillende redenen. Conclusie is dat het niet realiseren van (een deel van) de 2,85 TWh in Utrecht te realiseren door o.a. Wind op Land geen problemen oplevert

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2194/documents/43647