CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

06.Bijlage 9 - Beheervisie en beheerplan Henschotermeer.pdf

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Henschotermeer6.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheervisie en beheerplan Henschotermeer 2023 - 2032

IN OPDRACHT VAN

13

Beheervisie en beheerplan Henschotermeer 2023 - 2032 R.J.S. Terlouw

COLOFON:

© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2022/56 Bergambacht, november 2022

Auteur : R.J.S. Terlouw Foto’s : D. Buisman, Bui-TeGewoon | groenprojecten In opdracht van : Mooi Meer BV Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

14

INHOUDSOPGAVE 1]. Inleiding en doel

1.

2]. Projectgebied

2.

3]. Voorgenomen ontwikkeling

3.

4]. Relatie met regelgeving, belangen en wensen van overheden 4.1. Natuurnetwerk Nederland en Wet natuurbescherming 4.2. Bos en bomen 4.3. Recreatie veiligheid 4.4. Wensen en zienswijze m.b.t. bosbrandpreventie vanuit de veiligheidsregio

4. 4. 4.

5]. Huidige situatie

6.

6]. Ontwikkelingsplan 6.1. Algemeen 6.2. Verkenning wensen en mogelijkheden 6.3. Toelichting individuele onderdelen ontwikkelingsplan 6.3.1. Hoofdfunctie recreatie 6.3.2. Hoofdfunctie natuur 6.3.3. Realisatie veilig boombestand in deelgebied met hoofdfunctie recreatie 6.3.4. Wensen vanuit brandpreventie en –veiligheid 6.3.5. Bijzondere beheereenheid 6.3.6. Bosvakken ten diensten van het beheer

7. 7. 7. 8. 8. 8. 9. 9. 9. 9.

7]. Beheerplan 7.1. Algemeen 7.2. Recreatiebeheer 7.2.1. Zwemwater 7.2.2. Stranden 7.2.3. Ligweiden (gras) 7.2.4. Beplanting en bomen langs hoofdpaden, ligweiden en strand 7.2.5. Opstallen 7.2.6. Parkeerplaatsen, toegangspaden, recreatieve (hoofd)paden 7.2.7. Kunstwerken recreatie voorzieningen 7.2.8. Terreinverlichting 7.2.9. Toezicht en handhaving 7.3. Natuurbeheer 7.3.1. Bosvakken en bomen 7.3.2. Struwelen en overgangen 7.3.3. Grazige vegetaties 7.3.4. Open zand 7.3.5. Beheer en wandelpaden 7.3.6. Fauna voorzieningen 7.3.7. Kunstwerken en recreatie voorzieningen, toezicht en handhaving 7.4. Bijzondere beheer eenheid 7.5. Beheer faciliterende vakken/afdelingen 7.6. Brand vertragende strook 8]. Literatuur en bronnen

10. 10. 10. 10. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 11. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 12. 13.

5.

15

16

1].

Inleiding en doel Sedert 2018 is het beheer van natuur- en recreatiegebied Henschotermeer overgedragen aan Mooi Meer BV te Woudenberg. De overdracht komt voort uit het terugtreden van het recreatieschap uit het gebied en de provinciale wens een aantal recreatiegebieden in particuliere exploitatie te brengen. Mooi Meer BV streeft naar een verbetering van het voorziening niveau, het herstellen en uitbreiden van opstallen, als toiletgebouwen, horeca, speeltoestellen, etc. en het bieden van een completer aanbod aan recreatiebehoeften met behoud van de aanwezige natuur en landschapswaarden. Om dit te realiseren is een exploitatie en ontwikkelplan opgesteld, waarbij aanpassingen, nieuwe opstallen en aanvullende gebiedsinrichting noodzakelijk zijn (Verstoep BV, 2022). Ten bate van de ruimtelijke planvoorbereiding heeft in de periode 2018/2021 ecologisch onderzoek plaats gevonden. Dit onderzoek is in 2018 gestart door Bureau Van Den Bijtel, ecologisch onderzoek en in voorjaar en zomer van 2021 afgerond met een uitgebreid aanvullend natuuronderzoek naar (beschermde) flora en fauna zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb) (Terlouw R.J.S., 2021). Gedurende de eerste beheerperiode door de nieuwe beheerder, Mooi Meer B.V., werd tegen diverse beheer technische knelpunten en discrepantie in beleid en regelgeving aangelopen. Het betrof o.a.

de omgang met de noodzakelijke plaatsing van baggerspecie vanuit het beleid rond zwemwaterveiligheid in relatie tot de Wet natuurbescherming. De omgang met valgevaarlijke bomen en bomen met dood kroonhout in relatie tot de paragraaf bos en bomen vanuit de Wet natuurbescherming en spanning tussen de kwalificatie van delen als enerzijds Natuur Netwerk Nederland en anderzijds de aanwijzing als gebied met boven regionale recreatieve functie. Ook zijn er vanuit de veiligheidsregio Utrecht wensen om stroken, in het bijzonder langs de aangrenzende provinciale wegen, als brandbeheersingszone in te richten en meer in het algemeen het aandeel naaldbomen in het gebied te beperken en te vervangen door loofhout. Mooi Meer B.V. heeft de ambitie om naast het realiseren van een optimalisatie van het recreatieve voorzieningen niveau en de exploiteerbaarheid van het gebied Henschotermeer een bijdrage te leveren aan de ecologische kwaliteit. Van belang daarbij is dat de veiligheidsaspecten ten bate van recreanten voldoende gewaarborgd kunnen worden en dat de maatregelen binnen een realistisch financieringsniveau voor ontwikkeling en beheer kunnen plaatsvinden. Om hier invulling aan te geven heeft zij Bui-TeGewoon l groenvoorziening verzocht een beheerplan op te stellen voor het gebied wat zich mede richt op de situatie na de herontwikkeling van de recreatieve voorzieningen.

1

2]. Projectgebied Het projectgebied betreft natuur- en recreatiegebied Henschotermeer met uitzondering van een kleine enclave aan de noordwest zijde die geëxploiteerd zal gaan worden door de YMCA organisatie. Het gebied heeft een totaal oppervlakte van circa 88 hectare, waarvan 13 hectare wordt in genomen door de (zwem)plas. Het noordelijke deel is gelegen binnen de gemeente Woudenberg en kadastraal bekend sectie F, nummer 752. Het zuidelijke deel is gelegen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug (Maarn) en kadastraal bekend als sectie A nummers 3258 en 3608. De ontstaansgeschiedenis van het Henschotermeer in zijn huidige vorm is aangevangen rond de Tweede Wereldoorlog. In het gebied werden bomen gerooid en zand ontgraven ten bate van de bouw van de Grebbelinie. In deze periode was er slechts een kleine waterplas aanwezig, maar werd het gebied al wel voor recreatieve doelen gebruikt. Nadat de recreatiedruk in de jaren zestig verder toenam werd een plan ontwikkeld voor een gebied dat ruimte moest kunnen bieden aan circa 10.000 recreanten. Dit plan werd in 1972 ten uitvoer gebracht, waarna het gebied onder beheer van het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei en Kromme Rijngebied zich tot de huidige vorm heeft ontwikkeld. In 2014 is door de samenwerkende overheden het besluit genomen om dit recreatieschap op te heffen.

Dit is per mei 2017 geeffectueerd waarna het beheer en de exploitatie van het natuur- en recreatiegebied Henschotermeer per 1 januari 2018 door Mooi Meer BV is overgenomen. Een impressie van de projectlocatie is weergegeven in figuur 1, de begrenzing en kadastrale situatie in figuur 2.

Figuur 1. Impressie Henschotermeer

Figuur 2. Projectgebied Mooi Meer B.V.

2

3]. Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft het uitvoeren van groot onderhoud en gedeeltelijke renovatie van bestaande opstallen en voorzieningen als ingangspartijen, parkeerfaciliteiten en toiletgebouwen. Daarnaast bestaat het voornemen om aanvullende voorzieningen toe te voegen aan het gebied, zodat het beter en efficiënter geëxploiteerd kan worden met behoud van de natuur- recreatieve functie (figuur 3). E.e.a. maakt onderdeel uit van de principe afspraken bij de overdracht door overheden van het recreatiegebied aan Mooi Meer BV. Binnen de NNN begrenzing wordt er naar gestreefd zo min mogelijk habitat van flora en fauna aan te tasten. Door bestaande open ruimten maximaal te benutten worden een minimaal aantal bomen verwijderd. Door werk met werk te maken kunnen natuurversterkende maatregelen (natuurbouwstenen) worden toegevoegd aan het terrein om de ontwikkeling van natuurwaarden te versnellen/versterken of specifieke doelsoorten te faciliteren. De indeling van de voorgenomen ontwikkeling biedt ruimte voor uitbreiding van de recreatieve voorzieningen aan de west zuidoostzijde en meer invulling te geven aan een op natuurwaarden gericht beheer en het versterken (compensatie / mitigatie) van flora en fauna aan de noord en westzijde van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3. Voorgenomen ontwikkeling (BRON: Verstoep B.V.)

3

4]. Relatie met regelgeving, belangen en wensen van overheden 4.1. Natuurnetwerk Nederland en Wet natuurbescherming Het Henschotermeer gebied is aan de west en noordzijde begrenst als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan de zuid- en oostzijde grenst het aan het buitengebied van Woudenberg en Maarn. De recreatieplas, met strand, de bestaande voorzieningen, de parkeerplaatsen en het zuidoostelijke deel zijn buiten de NNN begrenzing gelegen (figuur 4). Het gehele gebied rondom het Henschotermeer is daarnaast in de interim verordening provincie Utrecht onder artikel 9.3 lid 20 begrenst als bovenlokaal dagrecreatieterrein. Voor deze gebieden is “continuïteit door ontwikkeling” het uitgangspunt. Dit kan worden gerealiseerd d.m.v. het toevoegen van voorzieningen gericht op het exploitabel houden van het gebied” (BRON: Interimverordening provincie Utrecht, 2021).

Figuur 4. Begrenzing NNN en natuurbeheertype

Het voor de NNN begrensde gedeelte bestaat geheel uit bosvakken. Het betreft het natuurbeheertype “Droog bos met productie” (N16.03). NNN gebied Henschotermeer maakt onderdeel uit van een groot en vrijwel aaneengesloten NNN gebied dat wordt doorsneden door twee provinciale wegen. In de periode 2018-2021 heeft in twee fasen een natuuronderzoek gericht op de Wet natuurbescherming plaatsgevonden (Van Den Bijtel, 2016-2018-Van den Bijtel, 2019-Terlouw R.J.S., 2021). In het uitgevoerde natuuronderzoek wordt in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling geconcludeerd dat: er geen afname van de oppervlakte NNN wordt voorzien daar de ontwikkelingen buiten de NNN zullen plaatsvinden; er op basis van het uitgevoerd soortenonderzoek, de aangetroffen soorten en de tolerantie van deze soorten op recreatief medegebruik geen afname van de natuurkwaliteit wordt verwacht, mits rekening wordt gehouden met de locatie van jaarrond beschermde nesten, mierenhopen, holtebomen worden gespaard of gecompenseerd en passend wordt om gegaan met terreinverlichting; binnen de delen die niet begrenst zijn voor het intensief recreatief gebruik, er diverse mogelijkheden aanwezig zijn om de natuurkwaliteit te vergroten en habitats te versterken zowel door ontwikkeling naar hoger gewaardeerde natuurbeheertype, lokale herontwikkeling en inbrengen van aanvullende natuurbouwstenen; 4.2.

Bos en bomen Vanuit het onderdeel herontwikkeling en beheer is gebleken dat de omgang met bomen specifieke aandacht behoeft. Binnen de Wet natuurbescherming vormen bomen in hoofdstuk 4 “Houtopstanden” een afzonderlijk onderdeel. Voor houtopstanden heeft de Wnb twee belangrijke instrumenten, namelijk de meldingsplicht en de herplantplicht. Wie (een deel van) houtopstanden velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te her planten. Dit geldt vanaf het moment dat één boom uit een houtopstanden wordt verwijderd. Daarnaast is mogelijk een ontheffing en/of compensatie nodig. De exacte regels en procedures zijn per provincie geregeld. Ter compensatie van potentieel te verwijderen bomen zijn door de initiatiefnemer, Mooi Meer BV, in 2019 vooruitlopend op toekomstige ontwikkeling, reeds 4500 nieuwe bomen en struiken in het gebied aangeplant. Gedacht is dat hoe eerder de herplant plaatsvindt hoe sneller het plantgoed enige omvang bereikt en ecologisch functioneert. Er wordt van uit gegaan dat deze aanplant kan worden ingezet indien vanuit de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht noodzakelijk blijkt te zijn.

4

4.3. Recreatie veiligheid Als ondernemer binnen een opengesteld recreatiegebied ligt er een grote verantwoordelijkheid voor Mooi Meer B.V. om zorg te dragen voor een veilige omgeving voor de recreanten en overige gebruikers van het gebied. Naast de algemene verantwoordelijkheid die geldt voor eigenaren/beheerders van opengestelde gebieden zijn er ook locatie specifiek omstandigheden waarvoor wet- en/of regelgeving van toepassing is. Voor het Henschotermeer gebied betreft dit de zwemplas die valt onder het beleid van de “Wet Hygiëne en Veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden”. Vanuit de voorschriften in deze wet is het o.a. van belang de waterkwaliteit te waarborgen. Eén van de beheermaatregelen om dit te realiseren betreft het (laag frequent) verwijderen van ophopende baggerspecie op de bodem van de plas. In relatie tot de Wet natuurbescherming is het een aandachtpunt hoe deze specie binnen de wettelijke kaders in het gebied toegepast kan worden. In 2020 is gebleken dat dit tot conflicterende beleidsregels kan leiden. Na aanleiding hiervan is contact gelegd met provincie Utrecht om tot duurzame afspraken hieromtrent te komen. Vanuit het beheerplan betreft een tweede aspect waar aandacht aan wordt besteed het waarborgen van de maximale helling van de oevers in de zwemplas die vanuit de Wet: “Hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden” wordt voorgeschreven.

4.4. Wensen en zienswijze m.b.t. bosbrandpreventie vanuit de veiligheidsregio Veiligheidsregio/brandweer heeft in de zomer van 2021 in het gebied een inventarisatie uitgevoerd naar de brandgevoeligheid van houtopstanden i.r.t veiligheid van o.a. de ruime omgeving rond het Henschotermeer. Als gevolg van de gebruikers aantallen rond het Henschotermeer wordt vanuit de veiligheidsregio een hoger dan gemiddeld brandrisico verondersteld. Daarnaast wordt de ligging op een kruispunt van twee provinciale wegen in relatie tot het belang van deze wegen als route voor hulpdiensten en/of evacuaties als bijkomend aandachtpunt gezien. Op 6 december 2021 heeft een verkennend overleg tussen Mooi Meer B.V. en vertegenwoordigers van de gemeenten Heuvelrug en Woudenberg plaatsgevonden over o.a. dit onderwerp. Tijdens dit overleg is vanuit Mooi Meer B.V. een korte toelichting gegeven op haar ontwikkelingsplannen en de uitkomsten van het natuuronderzoek. De veiligheidsregio heeft in samenspraak met de gemeentelijk vertegenwoordigers een toelichting gegeven op de wensen en belangen met betrekking tot brandveiligheid en de risico’s die worden gezien bij verspreiding van natuurbranden. Als belangrijkste aandachtpunten vanuit de veiligheidsregio worden hierbij aangemerkt de mogelijkheid om ontruiming en ontvluchting mogelijkheden in het ruime gebied te waarborgen.

Hierbij wordt het van belang geacht langs beide aangrenzende provinciale wegen (N224 & N227) een strook zodanig in te richten dat brandvertraging wordt gerealiseerd en overslag van vuur wordt beperkt door het toepassen van strokenkap en omzetten naar een ander vegetatietype als bijvoorbeeld heide of schraal grasland. Binnen het Henschotermeer gebied ziet de veiligheidsregio in het bijzonder een aandachtpunt in het terugbrengen van het grote areaal naaldhout door het verloven van het bostype. Vanuit Mooi Meer B.V. is aangegeven dat zij uiteraard medewerking wil verlenen om de veiligheidssituatie te optimaliseren. Echter er zijn ook aandachtpunten vanuit zowel de recreatieve functie van het gebied, de begrenzing als NNN, de regelgeving rondom houtopstanden in de Wet natuurbescherming en de kosten die gemoeid zijn bij een eventuele herontwikkeling (zie ook BTG.VERSLAG-20211206).

5

5]. Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het gebied uit een binnen cirkel waarin de (zwem)plas is gelegen met rondom strand en begrenst door een verhard beheerpad. De buitenschil wordt gekarakteriseerd door een bos met een groot aandeel naaldhout met een wisselende ondergroei. De meest voorkomende boomsoort in het gebied betreft grove den. Ook berk komt regelmatig voor en er is spontane opslag van gewone lijsterbes aanwezig. Zomereik is een verspreid aanwezige soort, gewone beuk komt slechts met enkele exemplaren voor in het gebied. Op enkele locaties zijn dichte opstanden van lariks en Douglas aanwezig die lokaal forse aantasting door de schors keversoort letterzetter heeft wat tot dood kroonhout heeft geleid. Open plekken zijn schaars, waar deze aanwezig zijn is een korte grasachtige vegetatie aanwezig met een zeer beperkt aandeel kruiden. Vanuit het natuuronderzoek dat in 2021 is uitgevoerd (Terlouw R.J.S., 2021), zijn beschermde en aandacht vragende situaties en soorten vanuit de Wet natuurbescherming bekend. Het betreft de ligging van burchten en activiteitgebieden van zoogdieren, locaties van jaarrond beschermde nesten en mierenhopen. Deze informatie is benut bij het onderhavige beheerplan. Meer in het algemeen dient in het beheer steeds aandacht te worden besteed aan holtebomen en bomen met loshangende schors vanuit het belang voor broedvogels en vleermuizen.

Om efficiënt te kunnen werken en locatie specifieke kenmerken beter te duiden is tijdens het natuuronderzoek een vakken & afdelingenkaart opgesteld. Deze kaart is tevens benut voor het onderhavige beheerplan. De vakken en afdelingenkaart is opgenomen als figuur 5.

Figuur 5. Vakken & afdelingenkaart zoals gehanteerd in de onderhavige rapportage

6

6]. Ontwikkelingsplan 6.1. Algemeen Het ontwikkelingsplan gaat uit van de realisatie van het herinrichtingsplan voor het recreatieve deel van het gebied, zoals weergegeven in figuur 3 op pagina 3. In dit deelgebied vinden geen andere ontwikkelingen plaats dan noodzakelijk/wenselijk voor de recreatieve functie en de exploitatie van het Henschotermeer gebied. Voor het gehele gebied wenst Mooi Meer B.V. maximale invulling te geven aan het aspect veiligheid. Zij ziet dit als een grote verantwoordelijkheid naar de vele recreanten die gebruik maken van het gebied. Naast de wettelijke aspecten die aan het gebied worden opgelegd, betreft dit ook het geven van maximale aandacht aan niet wettelijke aspecten. Een belangrijk aandachtpunt hierbij betreft de jaarlijkse inspectie op val gevaarlijke bomen en dood takhout in de randzones langs de intensief door recreanten gebruikte delen en paden. In het gebied wat zich buiten de hoofdfunctie recreatie bevindt wordt de nadruk gelegd op het versterken van de natuurwaarden. Waar mogelijk wordt hierbij ingespeeld op de wensen vanuit brandpreventie zoals aangegeven door de veiligheidsregio.

Optioneel kan dit verder worden uitgerold in de zones langs de beide provinciale wegen door het realiseren van een strook met een andere habitat dan opgaand bos, bijvoorbeeld door realisatie van een combinatie van struweel van loofhoutsoorten met kruidenrijk grasland en/of heide vegetatie. Dit kan tevens een ecologische meerwaarde geven en de aantrekkelijkheid van het gebied voor de natuurgerichte recreant vergroten. Van belang hierbij is dat dit passend kan worden ingevuld binnen: overige wet en regelgeving zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de Wet natuurbescherming; geen afbreuk doet aan de buffering (zicht/geluid) van de provinciale wegen naar delen met een natuur- en recreatiefunctie; binnen de budgettaire kaders van de exploitatie van het Henschotermeer uitvoerbaar is of extern kan worden gefinancierd 6.2. Verkenning wensen en mogelijkheden Als basis voor ontwikkeling en beheer is binnen de vakken- en afdelingenkaart een verdeling van doelen en functies aangegeven. Deze ingetekende kaart is weergegeven als figuur 6.

Figuur 6. Begrenzing functies en aandachtvelden binnen het projectgebied Henschotermeer

De hoofddoelstelling van het projectgebied betreft in eerste instantie de functie als boven lokaal recreatiegebied, zoals benoemd in de interim verordening provincie Utrecht onder artikel 9.3 lid 20 en de begrenzing binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Vanuit het belang recreanten in een veilige omgeving te ontvangen zijn daarnaast de zones waar valgevaarlijke bomen, bomen met zogenaamde ‘plakoksels’ en dood kroonhout ongewenst zijn aangegeven in de doelenkaart van figuur 6. Ook is de door de veiligheidsregio gewenste strook met een minder brandgevoelige/brandvertragende vegetatie langs de beide provinciale wegen ingetekend. Tenslotte is een vanuit de historie van het gebied van belang geachte boomgroep als bijzondere beheerseenheid gemarkeerd. Dit totaal beeld kan worden gezien als het ambitieplan.

7

6.3. Toelichting individuele onderdelen ontwikkelingsplan In deze paragraaf worden de individuele onderwerpen nader toegelicht. Naast actieve inrichting en fysieke eenmalige ingrepen zullen verschillende voorgenomen ontwikkelingen vanuit beheeraanpassingen geleidelijk tot stand worden gebracht. De omlooptijd voor het totale ontwikkelingsplan wordt hier door op zes tot maximaal tien jaar gesteld. Het onderhavige beheerplan op een looptijd van 10 jaar. 6.3.1. Hoofdfunctie recreatie Binnen het deelgebied met de hoofdfunctie recreatie bestaat de ontwikkeling uit hetgeen is opgenomen in het plan van Verstoep B.V. versie 2022. De begrenzing van het deelgebied met de hoofdfunctie recreatie is weergegeven in figuur 6 op pagina 7. Het beheer in dit deel richt zich op: schoon en veilig zwemwater; schoon en veilig strand; schone en veilige recreatieve bebouwing, beheeropstallen, toiletgebouwen en kunstwerken als bruggen; rustige omgeving door buffering van geluid, beweging en licht van omliggen N-wegen; enigszins besloten speelweiden in de eerste schil buiten het pad, maar met voldoende sociale controle; veilige, verharde paden in de binnen cirkel geschikt voor kinderwagens, rolstoelen, etc.

geen dood kroonhout, valgevaarlijke bomen of bomen met eikenprocessie rups binnen 15 meter van hoofd recreatiepaden en overige delen bedoeld voor de hoofdfunctie recreatie als strand, ligweiden, bankjes, etc; 6.3.2. Hoofdfunctie natuur Het deelgebied met de hoofdfunctie natuur betreft alle overige terreindelen binnen het projectgebied. In dit deel wordt bij ontwikkeling en het beheer waar mogelijk geanticipeerd op het vergroten van de natuurkwaliteit. Algemeen geldt dat zal worden gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit door het toevoegen van elementen, het realiseren van minder harde overgangen van bos naar pad door inbrengen van overgangen (mantel-zoom) en structuren, het uitbreiden van de hoeveelheid liggend dood hout in het gebied, het vergrote van het areaal loofhout en tijdens de omvormingsfase het actief aanbieden van nestgelegenheid voor holenbroeders en vleermuizen.

Gedacht kan hierbij worden aan: het aanleggen van takkenrillen vanuit het beheer; het bewust op geschikte plaatsen deponeren van stormhout of elders verwijderde stammen van bomen ten bate van insecten en reptielenfauna; het actief stimuleren van spontane van heidevegetaties op zon beschenen open plekken; in stand houden of actief vrijzetten van zandige stijlranden voor gravende insecten; in stand houden van grazige open plekken in bosvakken door een laag cyclisch maaibeheer en randen snoei; actief aanbrengen van extra open plekken in het bijzonder op kruisingen van paden (figuur 7). kansrijke loofhoutsoorten als vervangende aanplant bij het verwijderen van naaldhout zijn o.a. de soorten ruwe berk, zomereik, gewone lijsterbes en gewone beuk.

Figuur 7. Detail uitwerking ecologische inrichting op nader te bepalen pad kruising(en)

Als aandachtpunt voor onderdelen van de voorgenomen ontwikkeling moet worden opgemerkt dat voor het vergroten van de algemene natuurkwaliteit lokaal kap van bomen niet kan worden voorkomen. Indien dit vanuit de Wet natuurbescherming niet mogelijk blijkt zal een deel van de beoogde biodiversiteit toename slechts in beperkte mate mogelijk blijken te zijn.

8

6.3.3. Realiseren veilig boombestand in deelgebied met hoofdfunctie recreatie Verspreidt in het gebied zijn bomen vastgesteld die een onveilige situatie voor recreanten kunnen opleveren. Het betreft bomen die valgevaarlijk zijn geworden door afnemende conditie, ziekte (o.a. aantasting door de keversoort letterzetter) en/of het vrij stuiven van de wortelkluit. Ook zijn er bomen aangetroffen met dood kroonhout, nog in de boom hangende uitgewaaide takken en/of zogenaamde ‘plakoksels’. Streven is om in eerste instantie een integrale boomveiligheidscontrole te laten uitvoeren, waarna als risico aangemerkte bomen binnen de val afstand van paden in het deelgebied worden gerooid. Vanuit het opvolgend beheer (zie paragraaf 7.2.4) zal vervolgens jaarlijks een controle en beheerronde worden uitgevoerd. Het is voor een werkbare uitvoering van belang dat op basis van een geaccordeerd beheerplan hiervoor in de mogelijkheid binnen de paragraaf houtopstanden in de Wet natuurbescherming wordt voorzien. In het deelgebied met de hoofdfunctie natuur wordt daar en tegen terughoudend omgegaan met het verwijderen van bomen met dood hout, boomholten, lengte scheuren en loshangende schors vanwege het grote belang voor fauna van deze elementen. Op deze manier kan door zonering een zorgvuldig evenwicht tussen recreatieveiligheid en natuurbelangen worden gewaarborgd.

Figuur 8. Voorbeelden van conflicterende situaties tussen veiligheid en natuur uit het Henschotermeergebied

6.3.4. Wensen vanuit brandpreventie en veiligheid De vanuit brandpreventie geformuleerde wens om het bosgebied waar mogelijk om te vormen naar een bostype met een groter aandeel loofhout kan zowel vanuit ontwikkeling als vanuit het beheer geleidelijk vorm worden gegeven. Opgemerkt wordt dat de oude bomen van de soort grove den niet zonder noodzaak gekapt dienen te worden vanuit het grote belang voor de ecologische en landschappelijke kwaliteiten in het gebied. Voor door de schorskever soort ‘letterzetter’ aangetaste vakken met lariks en Douglas ligt dit anders en kan na eindkap actief worden ingezet op loofhout. Vanuit Mooi Meer B.V. heeft deze omvorming echter een gering belang en zal dit tot een forse investering leiden, waar in dit stadium niet in is voorzien. Overwogen kan worden hier bosontwikkeling vanuit natuurlijke verjonging toe te staan, waardoor de kosten voor herplant wegvallen. Naast het ‘verloven’ van het bos is vanuit de veiligheidsregio de wens geopperd om evenwijdig aan de N224 en de N227 een strook bos te kappen en te her ontwikkelen als struweel met grazige delen (kruidenrijk gras en/of heide met open zand) zodat een brandvertragende zone wordt ontwikkeld.

Naast de situering ten opzichte van de overheersende windrichtingen wordt dit ook als belang gezien vanuit de functie van deze provinciale wegen als ontruimings-, vlucht- en transportroute voor huldiensten tijdens calamiteiten. Hoewel bovenstaande nog in de verkennende fase verkeerd, heeft Mooi Meer B.V. zich bereid verklaart mee te denken. Aandachtpunten en wegingskaders vanuit de Mooi Meer organisatie zijn hierbij: blijft er voldoende buffering voor geluid en beweging verstoringen behouden voor het recreatiegebied? Mogelijk is hiervoor een geluidscontouren onderzoek noodzakelijk; leidt de omvorming naar een ander natuurbeheertype en het verwijderen van bomen tot een compensatie plicht vanuit de Wet natuurbescherming voor Mooi Meer B.V.? de kap van bomen moet vergunbaar zijn vanuit de paragraaf houtopstanden in de Wnb en vanuit de NNN begrenzing. 6.3.5. Bijzondere beheer eenheid Aan de noordzijde van de (zwem)plas zijn in 1948 op een lage heuvel 11 eiken geplant door de kinderen van de toenmalige burgemeester Bernardus de Beaufort als symbool voor de elf bevrijde provincies. De elf eiken aan de noordzijde van de plas betreft een bevrijdingsmonument dat hierdoor als bijzondere beheereenheid is aangemerkt. Het element dient te worden behouden en heeft daardoor een speciale plek in paragraaf 7.4 omtrent het beheer. 6.3.6.

Bosvakken ten diensten van het beheer Een laatste categorie betreft het bestemmen van enkele bosvakken of delen van bosvakken ten diensten van het beheer. Het betreft hier in het bijzonder bosvakken die kunnen worden ingezet voor het plaatsen van vrijkomende specie bij het vanuit de wetgeving op zweminrichtingen noodzakelijke laag cyclische (eenmaal 8 tot 10 jaar) verwijderen van de ophopende baggerspecie van de bodem van de (zwem)plas. Deze vakken zijn geselecteerd op basis van de ruimtelijke spreiding i.r.t. (zwem)plas en zullen doormiddel van het gevoerde beheer onaantrekkelijk worden gehouden voor de vestiging van zoogdieren (burchten) en reptielen (liggend doodhout).

9

7].

Beheerplan 7.1. Algemeen Mooi Meer B.V. heeft de ambitie op te treden als zorgvuldig beheerder. Dit betekend dat zij het gebied dat haar is toevertrouwd zowel vanuit de algemene uitstraling, de veiligheid voor de bezoekers, als leefgebied voor planten en dieren en voor gewenste maatschappelijke functies wenst in te zetten. Mooi Meer B.V. geeft hieraan invulling door te werken volgens een vastgesteld beheerplan wat vooraf is aangeboden aan het bevoegd gezag. Als basis voor het beheerplan is vanuit ecologie de gedragscode bosbeheer gehanteerd (Gedragscode soorten bescherming bosbeheer, versie 31 augustus 2022). Uitzonderingen hierop kunnen voortkomen in de delen waar de recreatiefunctie prioritair is en vanuit het aspect veiligheid voor het publiek. Onderdeel van het beheerplan betreft daarnaast een verslaglegging & evaluatie systematiek en een veiligheidsparagraaf. 7.2. Recreatie beheer 7.2.1. Zwemwater Het water van de zwemplas zal vanuit het dagelijkse toezicht worden vrij gehouden van verontreinigingen en zwerfafval. In de laatste jaren lijkt er een toename op te treden van de ontwikkeling van waterplanten die niet passen binnen de aspecten van zwemwaterbeleving en zwemwaterveiligheid. Het betreft overwegend de soort smalle waterpest en de exotische Egeria die waarschijnlijk door recreanten is ingebracht in het gebied.

Kadertekst Egeria densa (Bron: Factsheet Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) Egeria is een ondergedoken waterplant die enkele decimeters tot enkele meters lang kan worden. De plant wortelt in de bodem. De bladeren zijn lijnvormig, ze zijn 1,5 tot 4 cm lang en staan met 4 tot 6 in een krans. De plant heeft witte bloemen en bloeit vanaf juli tot en met de herfst. Effect op biodiversiteit / ecosysteem: Egeria kan onder gunstige omstandigheden zeer snel groeien en kan zeer dominant worden. De stengels kunnen dichte matten op het wateroppervlak vormen. Hierdoor worden andere planten verstikt. Als de planten afsterven, leidt dit tot zuurstoftekort in het water. Tot nu toe is Egeria in Nederland op alle bekende standplaatsen niet in staat gebleken dominant te worden. Toekomstige toename van de watertemperatuur door klimaatverandering kan leiden tot een hogere invasiviteit. Egeria is een potentieel invasieve exoot. Effect op ecosysteemdiensten: Egeria kan de doorstroming ernstig belemmeren. Daarnaast heeft de plant een negatieve impact op recreatieve functies van oppervlaktewateren door het hinderen van zwemmers, pleziervaart en sportvisserij. Ook kan de plant industriële water inlaten blokkeren. Tot nu toe is de overlast in ons land beperkt gebleven.

De ontwikkeling van de bedekking met deze waterplanten wordt jaarlijks gevolgd. Indien er een overmaat aan waterplanten ontwikkeling wordt geconstateerd wordt dit met behulp van een veegboot/maaiboot verwijderd voor aanvang van het zwemseizoen en buiten het broedseizoen en de voortplantingsperiode van waterdieren. In natuurlijk zwemwater is het ophopen van baggerspecie op de bodem onvermijdelijk. Vanuit zwemwaterbeleving en zwemwaterveiligheid is het noodzakelijk om, laag frequent, de baggerspecie te verwijderen met een baggerzuigboot. Ervaringscijfers vanuit het voormalige recreatieschap geven aan dat dit eens in de 8 tot 10 jaar dient plaats te vinden. Zowel vanuit logistieke aspecten als beheerkosten is het niet wenselijk de vrijkomende specie af te voeren uit het gebied. Om efficiënt te kunnen werken worden enkele beheervakken geselecteerd waar de baggerspecie bij uitvoering van deze werken kan worden geplaatst. Ervaring leert dat dit slechts een beperkte sliblaag op de bosbodem geeft, maar dat tijdens de werkzaamheden de bodem gedurende enkele dagen geheel geïnundeerd kan raken (figuur 9).

Figuur 9. [a] baggerwerken [b] tijdelijke inundatie duurt gemiddeld twee tot drie dagen na werken [c] dunne achterblijvende sliblaag

Dit kan schade opleveren aan natuurwaarden in het betreffende beheervak, in het bijzonder aan de reptielen en zoogdierfauna. Door de betreffende beheervakken door middel van het beheer onaantrekkelijk te houden voor deze diergroepen (zoogdieren - kale bodem, minimaal reliëf, beperken van aantrekkelijk habitat voor burchten / reptielen – vrijwaren van doodhout en overwinteringshabitat). Conform de voorwaarden aan zwemwater vanuit de Wet: “Hygiëne veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden” wordt de zwemwaterkwaliteit eenmaal per twee weken door de overheid gecontroleerd.

10

7.2.2. Stranden De stranden worden naar noodzaak vrij gehouden van verontreinigingen. Zwerfafval wordt dagelijks en tijdens de toezichtronden verwijderd. Het reinigen van het strand met strandreiniger gebeurd naar noodzaak op basis van weeromstandigheden en bezoekers aantallen zodanig dat steeds een verzorgt en veilig strand kan worden aangeboden. De randzones van strand nabij aangrenzende bosvakken/boomgroepen worden tweemaal per jaar gecontroleerd op aanwezigheid van val gevaarlijke bomen en dood kroonhout. Indien er storm is geweest wordt naar noodzaak een aanvullende inspectie uitgevoerd. Als potentieel gevaarlijk beoordeelde bomen worden fotografisch vastgelegd en in een logboek geregistreerd waarna ze zo spoedig mogelijk worden verwijderd. Verantwoording naar het bevoegd gezag wordt jaarlijks achteraf d.m.v. logboek registratie (bijlage 1) verzorgt, waarna in gezamenlijk overleg de noodzaak tot herplant kan worden beoordeeld. In de maanden mei-juli wordt de boomsoort zomereik gemonitord op aanwezigheid van eiken processierupsen. Indien eikenprocessierupsen worden aangetroffen worden de betreffen de bomen gemarkeerd en wordt een veiligheidszone buiten de kroonprojectie van de boom aangegeven. Eikenprocessierupsen worden zo spoedig mogelijk door een gespecialiseerd bedrijf verwijderd d.m.v. een milieuvriendelijke methode.

Als preventieve maatregelen tegen eiken processierups worden bij de implementatie van het beheerplan extra mezen- en vleermuiskasten in het gebied aangebracht ten bate van het optimaliseren van de natuurlijke bestrijding. 7.2.3. Ligweiden (gras) Evenals de zwemplas en stranden worden grasachtige vegetatie delen in gebruik voor intensieve recreatie vanuit het dagelijkse toezicht vrij gehouden van verontreinigingen en zwerfafval. Grasachtige delen die worden gerekend tot de lig- en speelweiden worden naar noodzaak van groei en gebruik gemaaid buiten de drukke tijden van aanwezige strandgasten. 7.2.4. Beplanting en bomen langs hoofdpaden, stranden en ligweiden Beplantingen langs de paden wordt bij noodzaak gesnoeid zodat een veilige en functionele doorgang voor recreanten en beheermachines mogelijk blijft. Bij val gevaarlijk bomen en takken en vestiging van eikenprocessierups wordt gehandeld conform het geen is opgenomen in paragraaf 7.2.2. 7.2.5. Opstallen Opstallen worden schoongehouden en gecontroleerd op gebreken tijdens het gebruik. Voor de toiletgebouwen wordt een dagelijks schoonmaak protocol gevolgd. 7.2.6. Parkeerplaatsen, toegangswegen, (recreatieve) hoofdpaden Parkeerplaatsen worden tijdens het toezicht meegenomen op beschadigingen, zwerfvuil en langs de randen gecontroleerd tijdens de boomveiligheidscontrole. 7.2.7.

Kunstwerken en recreatie voorzieningen (bruggen, banken, hekken, rasters, prullenbakken, etc.) Alle kunstwerken worden regelmatig gecontroleerd en naar noodzaak gerepareerd of onderhouden. Speciale aandacht krijgen de bruggen tijdens twee afzonderlijke opname ronden voor en tijdens het zwemseizoen. 7.2.8. Terreinverlichting Ten bate van foeragerende vleermuizen zal bij nieuw plaatsen en/of vervangingsinvestering aan terreinverlichting worden gekozen voor vleermuisvriendelijke verlichting zonder uitstraling naar boven. Waar mogelijk zal voor amberkleurige verlichting worden gekozen die minder hinder voor foeragerende vleermuizen en overige nachtdieren oplevert. 7.2.9. Toezicht en handhaving Voor het gebied is een toezichthouder aangesteld die regelmatig in het gebied aanwezig is en surveilleert. 7.3. Natuurbeheer 7.3.1. Bosvakken en bomen Bosvakken gelegen binnen de recreatiezone en val afstand van paden worden beheerd vanuit veiligheid. Er wordt een jaarlijkse boomveiligheid inspectie uitgevoerd en waar nodig ingegrepen door middel van kap van valgevaarlijke bomen. Indien vervangende aanplant noodzakelijk is wordt gekozen voor loofhout. 7.3.2. Struwelen en overgangen Langs paden, pad kruisingen en overige overgangen tussen beplantingen wordt door middel van het beheer toe gewerkt naar meer geleidelijke overgangen.

Hierdoor kan een zogenaamde ‘mantel-zoom’ beplanting ontstaan die aantrekkelijk is voor tal van diersoorten en tot een grotere insecten beschikbaar leidt als voedsel voor vogels, reptielen en kleine zoogdieren.

11

7.3.3. Grazige vegetaties ( gras-kruiden vegetaties en heide) Grazige vegetaties buiten de recreatieve delen krijgen een beheer van laag cyclisch maaien naar noodzaak. Er wordt maximaal eenmaal per jaar gemaaid op de gras-kruiden delen. Indien maaien niet noodzakelijk is wordt een jaar overgeslagen, maar bosvorming wordt op deze delen voorkomen. Wel kunnen lokaal solitaire struikvormende soorten worden gehandhaafd. Delen waar zich struikheide ontwikkeld worden gespaard en vrijgehouden van kiemend houtgewas door uittrekken van de jonge boompjes. Op wat grotere vlakken mogen ook hier lokaal enkele gebiedseigen struikvormende soorten tot ontwikkeling komen. 7.3.4. Open zand Lokaal zijn open zandige delen en onbegroeide taluds vanuit het reliëf aanwezig. De elementen zijn waardevol voor gravende insecten, sprinkhanen en als foerageerhabitat voor reptielen. De locaties worden gespaard bij het beheer. Er is geen actief beheer noodzakelijk. 7.3.5. Beheer en wandelpaden De beheer en wandelpaden buiten het deelgebied met de hoofdfunctie recreatie worden frequent vrijgehouden van (zwaar) val hout, takken en bomen. Na storm vindt een extra inspectie ronde door het gebied plaats om de paden veilig te houden, hierbij wordt naast val hout tevens geïnspecteerd op uitgebroken takken die nog in de bomen hangen.

Jaarlijks vindt een onderhoudsrondgang over de paden plaats in het winterhalfjaar ten bate van randensnoei om doorgang te waarborgen. 7.3.6. Fauna voorzieningen In het gebied zal een impuls worden gegeven aan holen broedende vogels en vleermuizen door het aanbrengen van nest- en verblijfskasten. De type kasten zullen worden toegespitst op gebied karakteristieke soorten. Door het realiseren van open plekken op pad kruisingen wordt de habitat voor zon minnende soorten, vleermuisfoerageergebied, insecten en reptielen vergroot. Indirect neemt de voedsel beschikbaarheid voor andere soorten hierdoor in omvang toe binnen het gebied. 7.3.7. Kunstwerken en recreatie voorzieningen, toezicht en handhaving Evenals in het gebiedsdeel met de hoofdfunctie recreatie wordt ook in het deel met de natuurfunctie regelmatig toezicht gehouden. Parallel aan het toezicht worden kunstwerken beoordeeld en zwerfvuil verwijderd. 7.4. Bijzondere beheereenheid De boomgroep van elf eiken (V36) aan de noordzijde van de plas is aangeplant vanuit de historische context aangemerkt als bijzondere beheer eenheid (paragraaf 6.3.5). Dit wordt toegelicht via een ter plaatse aanwezig informatiepaneel. Zowel de eiken groep als het informatie paneel worden regelmatig gecontroleerd op beschadigingen en noodzakelijk onderhoud.

De vegetatie onder de eiken wordt parallel aan het gazon beheer van de lig- en speelweiden gemaaid, zodat de boomgroep zich presenteert als een boomweide. 7.5. Beheer faciliterende vakken/afdelingen Delen van beheervakken worden geselecteerd om vrijkomende baggerspecie te bergen wanneer de sliblaag van de bodem van de zwemplas moet worden verwijderd. Vanuit de Wet natuurbescherming moet aantasting van dieren steeds worden voorkomen vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 1.11). Hieraan wordt invulling gegeven door deze gebieden onaantrekkelijk te houden voor vestiging van (beschermde) diersoorten. Het beheer bestaat uit het tweemaal per jaar maaien van de onderbegroeiing met afruimen van het maaisel en het in het najaar (september) geheel verwijderen van eventueel aanwezig dood hout, zodat geen vestigingsplaatsen voor overwinterende reptielen, amfibieën en kleine zoogdieren aanwezig zijn. Voorafgaand aan voorgenomen baggerplaatsing zal in het betreffende jaar een ecologische controle worden uitgevoerd alvorens de locatie voor specie berging wordt benut. 7.6 Brandvertragende strook (optioneel) Een definitieve keuze in het al dan niet realiseren van een brandvertragende strook evenwijdig aan de beide Provincialeweg zal in een later stadium worden besloten.

Indien als gevolg van de mogelijke realisatie een zone wordt gerealiseerd die een afwijkend beheer vraagt zal dit in een aanvullende paragraaf worden opgenomen in het beheerplan.

12

8. Literatuur en bronnen Literatuur: Achterberg C. van, 2020 – Natuurwaardenonderzoek Het Panhuis - BEO-publicatie 202019 Achterberg C. van, 2021a – Dassen Henschotermeer – Briefrapport d.d. 13 januari 2021 Beek, J.G. van & BIJ12-schrijfgroep [2014]: Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000 / PAS - BIJ12, 2014 Bosch A. van den, 2020 - Antmaps Bosmierenproject Utrechtse Heuvelrug 2020 – Eigen uitgave A. van den Bosch Bijtel H. van den, zonder jaar – De Utrechtse Heuvelrug en zijn betekenis voor vogels – digitale bronnen Bijtel H. van den, 2016-2018; Losse waarnemingen bestanden - Bureau van den Bijtel Bijtel H. van den, 19/03-2019 – Verkennende toetsing verplaatsing YMCA in het licht van de Wnb – briefvermelding BEO BIJ12 Soort inventarisatie protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Dietz Chr., O von Helversen & D. Hill, 2009 – Vleermuizen van Europa en Noordwest Afrika – VZZ, Nederland Dietz Chr. & A. Kiefer, 2017 – Veldgids vleermuizen van Europa – KNNV uitgeverij Netwerk Groene Bureaus, 2017 - Werkgroep 'Standaarden en protocollen', versie juli 2017 Netwerk Groene Bureaus , 2021 - Protocol vleermuizen’, Vakberaad vleermuizen, versie januari 2021 Provincie Utrecht, 2021 - Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht - vastgesteld PS d.d.

10 maart 2021 SOVON, Vogelonderzoek Nederland 2019 - Vogelatlas van Nederland Terlouw R.J.S., 20210515 – Plan van aanpak natuuronderzoek Henschotermeer Mooi Meer B.V. - V2-20210515 Terlouw R.J.S., 2021 – Monitoring gebruik dassenburcht nabij vml. boerderij Panhuis te Woudenberg - Bui-TeGewoon | rapport 2021/43 Terlouw R.J.S., 2021 – Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg - Bui-TeGewoon | rapport 2021/40-v2 Vereniging van bos en natuureigenaren, 2202 – Gedragscode soortbescherming bosbeheer 2022 - VBNE

Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/ www.EIS-nederland.nl www.googleearth.nl www.natuurloket.nl www.ndff.nl www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl - onderdelen AHN3, bodemkaart, cultuurhistorische waardenkaart www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl

13

Bijlage 1.

Logboek registratie kap van bomen

14

IN OPDRACHT VAN

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2577/documents/51373