CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05b_brief_raadsfracties_inzake_besluit_benw_gebruik_voorstraat_14_en_16_002_a.pdf

Raadscommissie 12 mei 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Beantwoording schriftelijke vragen SGP | vergunningaanvragen Voorstraat ~ o.v.v. de SGP-fractie2.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Winkeliersvereniging DES Secretariaat: 3931 Woudenberg Email:secretaris@deswoudenberg.nl Aan de fractievoorzitters van de Politieke partijen in de gemeenteraad van Woudenberg Woudenberg 14 april 2021 Onderwerp: Centrumontwikkeling, Vergunning Voorstraat 14 en 16 Geachte fractievoorzitters, Op 2 april werden wij als bestuur onaangenaam verrast door het besluit (gedateerd 1 april 2021) van het college van B&W om het gebruik van de winkelpanden aan de Voorstraat 14 en 16 (tijdelijk) te wijzigen in wonen. Dit besluit heeft het college genomen ondanks een dringend verzoek van ons om hieraan niet mee te werken, omdat een dergelijk besluit in strijd is met het eind 2018 vastgestelde vigerende bestemmingplan Dorp en de in 2019 geactualiseerde versie van de structuurvisie 2030. Het betreft een verandering van de functie van winkels in het kernwinkelgebied. In het vigerende bestemmingsplan is, in de verwachting van een krimp in het retailaanbod, een deel van het Voorstraat-winkelgebied ten westen van de kruising met de Schoutstraat een wijzigingsbevoegdheid aan het college gegeven om gebruik van winkelpanden te laten verkleuren " . Feitelijk eigent het college van B&W zich de bevoegdheid toe om een nog groter deel van de Voorstraat te laten verkleuren afwijkend van het bestemmingsplan.

Wij vrezen een extreme afbraak van de centrumfunctie want er zijn signalen dat dit niet de laatste "verkleuringsactie” in het kernwinkelgebied zal zijn. En dat gebeurt door het college zonder ook maar enige serieuze onderbouwing voor het besluit te hebben. Het college heeft echter gemeend de vergunning toch te verlenen en zij heeft gedacht de juridische basis daarvoor te hebben gevonden in de zogenaamde " kruimelbevoegdheid " in de Wabo. Die houdt in , dat als het een tijdelijke (maximaal 10 jaar) wijziging in het gebruik betreft, er geen uitgebreide procedure via de gemeenteraad nodig is. Er is dan echter wel een goede onderbouwing van het besluit vereist. Als bestuur van de belangenvereniging van ondernemers in het centrum zijn wij verbijsterd door deze handelwijze. Een dergelijk besluit, op dit moment en met deze onderbouwing, zien wij niet als een uiting van behoorlijk bestuur. Hieronder gaan we daar verder op in : 1. Afgelopen februari heeft de gemeenteraad een krediet verstrekt voor het opmaken van een visie op de centrumontwikkeling. Ons bestuur heeft haar conceptvisie daarop gedeeld met het college van B&W. U heeft daar ook kennis van kunnen nemen . Daarin stellen wij dat wij kansen zien voor kleine winkelruimten voor het vestigen van speciaalzaken om het Pagina

winkelgebied aantrekkelijker en vitaler te maken . De bedoeling is dat we nog deze zomer komen tot een door relevante stakeholders gedeelde toekomstvisie voor het centrum. Met het verlenen van een vergunning voor gebruik als woning beperkt het college van B&W op voorhand mogelijk gewenste ontwikkelmogelijkheden voor een Vitaal Dorpshart en gaat zij met dit besluit in tegen haar eigen beleid. Het college van B&W is niet verplicht mee te werken aan een procedure via de " kruimelbevoegdheid ". Maar als ze dat wel doet dan moet die bevoegdheid wel passen binnen het gemeentelijk beleid. Het college geeft met de komst van een toekomstvisie duidelijk aan dat zij de wens heeft te komen tot een onderbouwing van een te voeren omgevingsbeleid in het centrum. Daarom vinden we dit besluit niet getuigen van behoorlijk bestuur. Een besluit waartegen ons bestuur tijdig onze bezwaren heeft geuit richting de verantwoordelijke wethouder. 2. Een van de voorwaarden om de "kruimelbevoegdheid ” te kunnen toepassen is, dat er moet worden voldaan aan de "Indieningsvereisten Ruimtelijke Plannen gemeente Woudenberg" . In artikel 4 van deze indieningsvereisten staat vermeld dat: " . . de afwijking wordt terughoudend toegepast voor tijdelijke afwijking. Indien sprake is van een permanente behoefte dan kan uitsluitend een permanente vergunning worden verleend.

" De vraag is : Wordt via deze vergunning recht gedaan aan een permanente behoefte ? Wij vinden dat de aanvrager gezien de investeringen die moeten worden verricht om de winkel geschikt te maken als woning, duidelijk aanstuurt op permanent gebruik als woning. Nergens uit de stukken blijkt dat het de bedoeling is om na afloop er weer een winkel van te maken, behalve dat de gemeente wijst op de tijdelijkheid van de vergunning. Wij krijgen de indruk dat de gemeente aanstuurt op toekomstige legalisering van het gebruik als woning. Daarmee laat het college zien dat zij zonder onderbouwing haar keuze al heeft gemaakt voor dit deel van het centrum zonder de gemeenteraad te betrekken. Ook de keuze voor de maximaal toegestane termijn van 10 jaar duidt op het karakter. Immers, gezien het visieproces zou een aanmerkelijke kortere tijdelijkheid beter verdedigbaar kunnen zijn. Met deze handelwijze negeert het college de belangen van de gevestigde winkels en neemt het college al een voorschot op de visieontwikkeling zonder acht te slaan op de belangen van alle stakeholders . Daarom vinden wij dat het college de aanvraag in afwachting van de visieontwikkeling had moeten afwijzen. Al op 8 maart hebben in een gesprek met wethouder Vlam gevraagd om geen vergunning te verlenen in afwachting van de uitkomsten van het te starten visieproces. 3.

De vergunning wordt verleend in de aanname dat er leegstand dreigt voor beide winkelpanden . Letterlijk staat er in de vergunning: ..."Gelet op de aard en het uiterlijk van de panden en het ontbreken van een huurder waarmee leegstand dreigt, begrijpen wij de wens om de panden niet langer als detailhandel te verhuren . " Het bijzondere is nu juist dat één van beide panden als winkel/showroom in gebruik is. En het andere pand nog geen jaar leegstaat. Voor ons is duidelijk dat dit een directe link heeft met de gedwongen winkelsluitingen als gevolg van Covid - 19 . Onduidelijk is welke Pagina

inspanningen de eigenaren hebben gedaan om de winkelruimten weer verhuurd te krijgen. Bijzonder is wel dat juist in de Voorstraat onlangs een tweetal kleine leegstaande winkelruimten weer zijn verhuurd . Daarin zien wij de bevestiging van onze visie dat we kansen zien voor kleine winkelruimten . Wij vinden dat het college hier te makkelijk meegaat met de aanvragers en de belangen van gevestigde ondernemers onvoldoende meeweegt en daardoor benadeelt. Ook hierdoor vinden wij dat het enige juiste besluit had moeten zijn om in afwachting van de visieontwikkeling geen vergunning te verlenen . 4. Het college van B&W laat blijkens de vergunningsbrief zien van mening te zijn dat : ..." De aanvraag om functieverandering van dit pand en vrijwel gelijktijdig van het naastgelegen pand, maakt duidelijk dat een nadere overweging van het beleid van de structuurvisie noodzakelijk is . Er wordt dan ook gestart met een visie op de retail, een plan van aanpak voor een Vitaal Dorpshart. " Daaraan wordt door het college toegevoegd : .. "Leegstand van deze panden tot het moment dat er definitieve duidelijkheid is ofhet gebied van de Voorstraat versterkt zal worden als winkelhart, of langzaam zal verkleuren naar een woongebied, dan wel mengvorm , is ongewenst.

" Het verbijsterende is dat het college van B&W zich beseft dat er een nieuwe visie nodig is maar desondanks een vergunning verleent voor een periode van 10 jaar. Terwijl de verwachting is dat er binnen 6 maanden een duidelijke visie zal liggen . We begrijpen niet dat het college dan een besluit neemt waardoor beide panden voor de komende 10 jaar niet meer beschikbaar zijn voor centrumfuncties. Een weigering past uitstekend in de aanloop naar de breed gedragen visie die we op korte termijn willen ontwikkelen . 5. Het college stelt in de vergunningsbrief: . . " Wij zijn van mening dat het tijdelijk gebruik van dit pand (deze panden ) door de situering van het pand en de uitstraling die het nu al heeft een passend alternatief is voor leegstand en niet zal leiden tot een verdere verslechtering van de winkelstraat ten opzichte van leegstand " Kennelijk is blijvende leegstand van beide winkelpanden voor het college een vastgesteld feit. Waarop is dat gebaseerd? Een frictieleegstand van 5-8 procent in winkelgebieden is normaal. De leegstand in Woudenberg zit vooral aan de Dorpsstraatzijde en de oorzaak daarvan zien wij in de onduidelijkheid over de toekomst van de leegstaande panden en de nog onzekerheid m.b.t. de plannen rond Kostverloren.

Als er een visie ligt en er hopelijk snel ontwikkelprojecten kunnen worden opgestart dan is niet uit te sluiten dat bestaande ondernemers tijdelijk moeten verhuizen . Beschikbare leegstaande winkelruimten kunnen dan bijdragen aan de realisatie van de plannen . Hoe mooi zou het zijn als in beide winkels aan de Voorstraat een aantrekkelijke speciaalzaak of horeca met terras zou zijn gevestigd. Beide objecten hebben momenteel een winkeluitstraling gezien de etalages. Wonen als passend alternatief gebruik is zeker niet de enige en eerste logische optie die moet worden onderzocht. Daarom nogmaals de vraag: Wij Pagina

vinden dat het college geen goede gegronde redenen heeft gebruikt om vast te stellen dat langdurig leegstand van deze beide winkelpanden te verwachten is en daarmee niet heeft voldaan aan regels van behoorlijk bestuur. Onze vragen aan uw raadsfractie Uw fractie heeft als lid van de gemeenteraad een belangrijke controlerende functie. Wij vragen u (en de andere fracties) daarom uit te spreken over deze handelwijze van het college B&W procedureel en inhoudelijk. Nog liever zouden wij hierover een inhoudelijk debat zien in de commissie- of raadsvergadering over de handelwijze van het college in deze case en in deze fase van de visievorming.

Wij zouden graag zien dat het volgende minimaal aan de orde komt: a) Is uw fractie van mening dat het college van B&W haar bevoegdheid op juiste wijze heeft ingezet om de vergunning voor tijdelijke gebruik als woning via de zogenaamde " Kruimelbevoegheid " af te geven door in kwalitatieve zin de indieningsvereisten juist te toetsen en voldoende onderbouwing te leveren om de vergunning te kunnen verlenen; b) Is uw fractie van mening dat het college van B&W blijk heeft gegeven van behoorlijk bestuur door, ondanks verzoek van het DES-bestuur daartoe, het lopende proces van visievorming te negeren en op voorhand mee te werken aan het verlenen van een tijdelijke vergunning voor gebruik als woning voor de lange periode van 10 jaar, een termijn die naar onze mening duidt op het voldoen aan een permanente behoefte ? c) Is uw fractie van mening dat het college van B&W voldoende blijk heeft gegeven van het meewegen van de belangen van de ondernemers in de besluitvorming? d) Het vertrouwen van het bestuur van DES en diverse ondernemers in het college van B&W is door deze gang van zaken ernstig beschadigd.

Vindt uw fractie het belangrijk dat het college van B&W het geschonden vertrouwen te gaan herstellen zeker met het oog op de op te starten visievorming? e) Als uw fractie met DES van mening is dat gezien de impact van het besluit de gevolgde procedure niet had moeten toepassen gezien de structurele effecten , wat denkt uw fractie te kunnen doen om het college van B&W te bewegen te voorkomen dat vergelijkbare besluiten worden genomen buiten de invloedssfeer van de gemeenteraad. Wij vrezen voor precedentwerking. Nogmaals: het college was en is niet verplicht om via de kruimelbevoegdheid mee te werken aan vergunningverlening. Daarom vinden we het belangrijk dat de komende visieontwikkeling Vitaal Dorpscentrum kan leiden tot een kader waaraan komende projectontwikkelingen en verandering in gebruik kunnen worden getoetst. Vervolgstappen DES- bestuur Zoals eerder vermeld hebben we tijdens het aanvraagproces al op 8 maart mondeling onze bezwaren geuit tegen vergunningverlening in een gesprek met de wethouder en we hebben medio maart schriftelijk via een zienswijze aan het college onze bezwaren ingediend en gevraagd het verlenen van de gevraagde tijdelijke vergunning voor het gebruik als woning te weigeren. We hebben de wethouder nadrukkelijk verzocht eerst het visieproces te doorlopen en de uitkomsten daarvan af te wachten .

Desondanks heeft het college de vergunning verleend en daarmee ons dringende logische verzoek genegeerd . Formeel zullen we binnenkort ons bezwaar schriftelijk indienen . Maar we beseffen dat het ongedaan maken door het college van dit besluit niet is te verwachten . Wij sluiten een eventuele gang naar de rechter niet uit. Afhankelijk van de uitkomsten van de visievorming komende zomer zullen we daarover een besluit nemen . Als blijkt dat de visie aanleiding geeft om

Pagina

beide winkelpanden voor een vita al centrum te behouden , dan voelen we ons genoodzaakt om dat proces op te starten . Wij betreuren deze gang van zaken zeer en gezien het unanieme besluit van de gemeenteraad op 18 februari jl . om een visie op te stellen voor de realisatie van een Vitaal Centrum , zijn wij benieuwd naar uw politieke standpunt over de inhoudelijke en procesmatige handelwijze van het college die heeft geleid tot het verlenen van deze vergunningen . Wij zien met belangstelling uit naar uw reactie en die van de andere raadsfracties. Met vriendelijke groet, Bestuur Winkeliersvereniging DES Woudenberg

Pagina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1491/documents/30204