05. Was wordt tabel verordening sociaal domein 2023.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-tabel integrale verordening sociaal domein 2023 Groen gemarkeerde onderwerpen zijn gewijzigd na de inspraakperiode.
Was
Wordt
Reden
3.a. een vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in de Jeugdwet;
3. a. niet zijnde een individuele voorziening als bedoeld in de Jeugdwet;
Helderheid van begrippen
3. c. een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;
3. c. een algemene voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;
3. k. een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;
3. k. een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo
Helderheid van begrippen
3. o. Pgb: persoonsgebonden budget: een bedrag waarmee inwoners zelf hun jeugdhulp, ondersteuning of hulpmiddel kunnen inkopen. Als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 1.1.1 van de Wmo.
3. o. Pgb: persoonsgebonden budget: een bedrag waarmee inwoners zelf hun jeugdhulp, ondersteuning of hulpmiddel kunnen inkopen. Als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 2.3.6. van de Wmo.
Consequentere verwijzing
3. p. Uitvoeringsplan PGB
3. p. Pgb-plan
Eenduidiger terminologie
3. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
Verwijderd
Dubbeling met artikel 2. Lid 2.
4. Hierbij brengt het college de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet op te stellen (…)
3. Hierbij brengt het college de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om binnen de wettelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet op te stellen (…)
Duidelijkere termijnafbakening
1. Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt en/of diens wettelijke vertegenwoordiger en/of een gewenst persoon uit het sociaal netwerk, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
Meer integraal toepasbaar op jeugdwet en Wmo.
Artikel 1. Toepassing en begrippen
Artikel 3. Vooronderzoek
Artikel 4. Het gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger en/of een gewenst persoon uit het sociaal netwerk, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
Artikel 5 - 7 1
Artikel 7 Advisering Artikel 5 Verslag (Wmo/Jeugdwet) Artikel 6 Aanvraag
Artikel 5 Advisering Artikel 6 (Verslag Wmo/Jeugdwet) Artikel 7 Aanvraag
Artikelen zo meer in lijn met de chronologie van het proces.
Artikel 5 Verslag (Wmo/Jeugdwet) (in nieuwe versie Artikel 6) 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 4 of stelt een plan van aanpak op (…)
1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 3 en 4 of stelt een plan van aanpak op (…)
Artikel 6. Aanvraag (in nieuwe versie artikel 7) 2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dit op het verslag heeft aangegeven en het verslag is voorzien van een dagtekening, de naam, het identiteitsbewijs (mits inzage niet eerder is verschaft) en de geboortedatum van de cliënt.
2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek of een plan van aanpak aanmerken als aanvraag als de cliënt dit op het verslag e/o het plan heeft aangegeven en deze is voorzien van een dagtekening, de naam, het identiteitsbewijs (mits inzage niet eerder is verschaft) en de geboortedatum van de cliënt.
Artikel 8. Inhoud beschikking (Wmo/Jeugdwet) 1. d. – 2. f. -
d. Indien van toepassing de hoogte van de eigen bijdrage. f. Indien van toepassing de hoogte van de eigen bijdrage.
Artikel 9. Algemene criteria maatwerkvoorziening
Lid ziet op meerdere artikelen.
Zo sluit het beter aan op artikel 5 oud/6 nieuw.
Verduidelijking
1. d. algemene/ basisvoorzieningen
1. d. algemene voorzieningen
Eenduidiger
1. e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen, (zijnde gebruikelijke diensten en zaken);
1. e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen;
Begrip algemeen gebruikelijk is in artikel 1 lid 3b. reeds gedefinieerd.
2. c. -
2. c. het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten, mogelijk is.
Expliciteren dat dit een voorliggende voorziening is.
4. e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen, (zijnde gebruikelijke diensten en zaken);
4. e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen;
Begrip algemeen gebruikelijk is in artikel 1 lid 3b. reeds gedefinieerd.
2
5. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met het integraal plan als bedoeld in artikel 5 van de verordening (…)
5. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met het plan van aanpak als bedoeld in artikel 5 van de verordening (…)
Eenduidiger termengebruik
7. b. partijen in het kader van de sociale basisvoorzieningen
7. b. partijen in het kader van de algemene gebruikelijke voorzieningen
Eenduidiger termengebruik
Paragraaf 10.4 pgb niet mogelijk 1. Het college verstrekt een pgb maximaal ter hoogte van de kostprijs van een vergelijkbare maatwerkvoorziening in natura.
1. -
Sluit beter aan bij artikel 10.5
2. c. Er wordt geen pgb verstrekt als deze dient als inkomstenderving voor (boven)gebruikelijke hulp die geboden wordt binnen het eigen gezin.
2. c. deze dient als inkomstenderving voor (boven)gebruikelijke hulp die geboden wordt binnen het eigen huishouden.
Redactionele aanpassing en meer integraal toepasbaar op jeugdwet en Wmo.
5. Voor de goedkoopst passende bijdrage hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht:
5. Voor de goedkoopst passende bijdrage hanteert het college gedifferentieerde maximumtarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht:
Dit biedt ruimte voor maatwerkafspraken over de tarieven.
12. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde arrangement en een indicatie in uren. 13. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt voor professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief, waarbij er sprake is van twee zorginstellingstarieven gerelateerd aan het functieniveau. Bij de berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief.
11a. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde zorgarrangement. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van het aantal geïndiceerde uren, het geldende uurtarief zoals bedoeld in sub. b van dit artikel en het pgb-plan. b. De hoogte van het pgbuurtarief voor professionals in dienst van een instelling wordt gebaseerd op de tarieven zoals vastgesteld bij de inkoop van zorg in natura (ZIN): c. Het pgb-uurtarief bedraagt 90% van het uurtarief ZIN. Jaarlijks worden deze tarieven geïndexeerd conform de inkoopafspraken zoals
In lijn met artikel 5.4 uit de verordening maatschappelijke ondersteuning van Amersfoort die centrumgemeente is.
Paragraaf 10.5 Hoogte pgb
3
a. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75%. b. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.
Paragraaf 10.6 -
gehanteerd bij de inkoop van ZIN (Beschermd Wonen) en door het college vastgesteld in het financieel besluit. d. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75% van het van toepassing zijnde zorginstellingstarief e. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.
Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep
Het is gewenst een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen formele en informele hulp.
4
voor het verlenen van jeugdhulp. 2. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.
Artikel 11.d Fraudepreventie en controle 2. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb’s conform het programma van eisen. Tevens beoordeelt het college of de pgb-houder en/of cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.
2. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb’s conform het pgb-plan. Tevens beoordeelt het college of de pgbhouder en/of cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.
Artikel 14 Maatwerkvoorzieningen: vormen van Wmo 1. b. Huishoudelijke hulp
1.b. Hulp bij het Huishouden
Artikel 29 Jaarlijkse waardering mantelzorgers 2. De jaarlijkse blijk van waardering heeft een waarde van ten hoogste €5.000,- en wordt door het college jaarlijks na overleg met betrokkenen vastgesteld.
2.-
Artikel 46. Doelgroep Individuele Studietoeslag 1. Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling kan een verzoek, zoals bedoeld in artikel 2, indienen om een Individuele Studietoeslag. Om hiervoor in aanmerking te komen is het vereist dat belanghebbende op de datum van de aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoet; de belanghebbende: a. is 18 jaar of ouder; b. heeft recht op studiefinanciering op grond van de Wet
Vervallen
Consequent gebruik terminologie.
Terminologie past beter bij de transformatiegedacht e Het is niet wenselijk dit bedrag in de verordening vast te leggen. De raad kan dit budget bij de begroting vaststellen.
Grondslag is uit de wet gehaald
5
studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; c. heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet, en d. is een persoon van wie is vastgesteld dat hij door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven; e. woont zelfstandig, waaronder ook verstaan wordt zelfstandig wonen onder begeleiding. 2. Geen recht op studietoelage bestaat als er sprake is van andere inkomsten naast de studiefinanciering.
Artikel 47. Hoogte, duur en uitbetaling van de toeslag 1. De hoogte van de toeslag bedraagt € 100 per maand. 2. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, zolang de belanghebbende recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, gedurende maximaal vier jaar. 3. De toeslag wordt maandelijks uitbetaald.
Vervallen
Grondslag is uit de wet gehaald
Artikel 54. Langdurig laag inkomen 1. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als
2. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als
De inkomensgrens van alle minimaregelingen zijn verhoogd naar 130% van de bijstandsnorm. Daarmee ook de
6
gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 101% van de toepasselijke bijstandsnorm.
gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 55 Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. De individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar: a. Voor een alleenstaande € 437,00 b. Voor een alleenstaande ouder € 562,00 c. Voor gehuwden € 624,00
1. De individuele inkomenstoeslag bedraagt eenmalig per jaar: a. Voor een alleenstaande 40% van de toepasselijke bijstandsnorm b. Voor een alleenstaande ouder 40% van de toepasselijke bijstandsnorm c. Voor gehuwden of samenwonenden 40% van de toepasselijke bijstandsnorm
Artikel 75 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 4. Het college kan nadere
1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende het sociaal domein. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende het sociaal domein te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende het sociaal domein, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 4. De raad legt in de verordening Adviesraad Sociaal Domein de werkwijze zoals beschreven in het tweede en derde lid.
individuele inkomenstoeslag.
De uitkeringen gaan met 10% omhoog maar de definitieve bijstandsnormen voor 2023 zijn nog niet gepubliceerd. We blijven de regel hanteren dat inwoners 40% van de bijstandsnorm ontvangen.
Sluit beter aan bij de verordening Adviesraad Sociaal Domein
7
regels vast stellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.
8