05. Notitie grondwaterbeleidsplan Woudenberg & Scherpenzeel.pdf
Tekst van het document
Notitie / Memo
Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door
HaskoningDHV Nederland B.V. Water & Maritime Gemeente Scherpenzeel, Gemeente Woudenberg, Waterschap Vallei en Veluwe Royal HaskoningDHV 26 oktober 2023 Royal HaskoningDHV BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001 Projectgerelateerd Royal HaskoningDHV
Onderwerp:
Notitie grondwaterbeleidsplan Woudenberg & Scherpenzeel
Aan:
1
Aanleiding
Gemeente Scherpenzeel, Woudenberg en Waterschap Vallei en Veluwe hebben in 2016 samen het grondwaterbeleid- en beheerplan (GWBBP) opgesteld voor beide gemeentes. Het vorige grondwaterbeheerplan liep in 2022 af, daarom is het nodig om een nieuw beheerplan op te stellen voor de komende planperiode (2023-2029). Daarnaast zijn er in de afgelopen planperiode diverse meetonderzoeken uitgevoerd om de effectiviteit van drainage in het stedelijk gebied te bepalen. De onderzoeksresultaten geven aanleiding tot bijstelling van de tot op heden gehanteerde strategie voor toepassing van drainage (en de daaraan gekoppelde GRP-budgetten). Dit vraagt om een evaluatie en actualisatie van het grondwaterbeleid, beheer en monitoring. In deze notitie beschrijven wij de beleidswijzigingen t.o.v. het huidige beleidsplan inclusief motivatie. De voorgestelde wijzigingen zijn tot stand gekomen middels een werksessie waar vertegenwoordigers van beide gemeentes en het waterschap aanwezig waren.
2
Grondwaterbeleids- en beheerplan (GWBBP)
2.1
Grondwaterbeleidsplan
In het grondwaterbeleidsplan zijn de volgende doelen vastgelegd: 1. Verantwoordelijkheid van de verschillende partijen voor het grondwaterbeheer. 2. Invulling geven aan de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater waarbij samenwerkingskansen met het waterschap optimaal worden benut. Geografisch gezien richt het plan zich op de bebouwde kommen van de kernen Scherpenzeel en Woudenberg. Vanuit de inhoud bekeken richt het plan zich op het ondiepe (freatische) grondwater(beheer) en de aanpak van grondwateroverlast. Vanwege de kwel die optreedt vanuit de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de westflank van de Veluwe zijn grondwatertekorten en onderlast niet relevant voor de gemeentes en vallen buiten de scope. Het GWBBP komt voort vanuit de gemeentelijke grondwaterzorgplicht en begint bij de perceelgrens, oftewel de gemeentelijke grondwaterzorgplicht begint daar waar de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid ophoudt. Figuur 2-1 geeft een schematische weergave van de taakverdeling in het grondwaterbeheer (m.b.t. doel 1).
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
1/7
Het grondwaterbeleidsplan blijft de komende planperiode van toepassing, met de in deze notitie beschreven aanpassingen.
Figuur 2-1 Schematische weergave taakverdeling in het grondwaterbeheer.
2.2
Grondwaterbeheerplan
Het grondwaterbeheerplan betreft de uitwerking van het beleidsplan met maatregelen waarbij de huidige situatie is getoetst aan het beleid. Verder bevat het beheerplan een uitvoeringstrategie met vermelding van de trekker van de maatregel en een budgetplanning voor de planperiode. Het doel van het beheerplan is om duidelijk te maken met welke maatregelen en kosten de ambities uit het beleidsplan worden gerealiseerd. Voor het vorige grondwaterbeheerplan is een inventarisatie en analyse van de grondwatersituatie toentertijd uitgevoerd. Dit bestond uit een beeldvorming van de ervaren grondwateroverlast middels een enquête onder bewoners en een grondwatersysteemanalyse. Met de vergaarde informatie zijn zeven onderwerpen volgend uit de visie getoetst. Dit zijn: A. Perceeleigenaren stimuleren tot treffen maatregelen B. Aanspreekpunt voor vragen C. Omgaan met meldingen D. Preventief voorkomen overlast bij nieuwbouw/werken E. Treffen van grondwatermaatregelen door gemeente F. Duurzaam ontwerp en beheermaatregelen G. Samenwerking De inventarisatie en analyse geven kansen en knelpunten weer per onderwerp. Aan de hand van de uitkomsten zijn acties en maatregelen voor de gemeentes en het waterschap verwoord. Het grondwaterbeheerplan is volledig geactualiseerd.
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
2/7
3
Evaluatie beleid
3.1
Werksessie
Het gewenste beleid en beheer van het grondwater is in beeld gebracht middels een werksessie met de vertegenwoordigers van beide gemeentes en het waterschap. Tijdens de werksessie is als eerste het GWBBP 2016-2022 geëvalueerd. Hierbij is de effectiviteit van de uitgevoerde maatregelen geëvalueerd en zijn resterende knelpunten besproken.
3.2
Aanpassingen grondwaterbeleid en -beheer t.o.v. vorige GWBBP
Tijdens de werksessie zijn de volgende gewenste wijzigingen naar voren gekomen: Grondwaterbeleid:
Geconcludeerd is dat de gemeentelijke ontvangstplicht die valt onder de grondwaterzorgplicht niet duidelijk naar voren komt in het grondwaterbeleid. Ter verduidelijking wordt deze gemeentelijke ontvangstplicht nader uitgeschreven in het geactualiseerde grondwaterbeleid. Uit voorgaande jaren is gebleken dat de streefwaarde van 70 cm-mv haalbaar is binnen het wegcunet. Buiten het wegcunet blijkt dit echter lastig. Uit het onderzoek uitgevoerd door Hydrologic (Memo grondwateronderzoek Woudenberg en Scherpenzeel 2020, Hydrologic 2021) op een aantal locaties in Woudenberg, blijkt dat het effect van drainage in het openbare gebied, slechts zeer beperkt effect heeft op de grondwaterstanden ter plaatse van de private terreinen. Voorgesteld wordt om het beleid aan te passen waarbij buiten het wegcunet (het deel tussen het wegcunet en de perceelgrens van de eigenaar) een streefwaarde van 50 cm-mv wordt gehanteerd. Omdat het aanleggen van drainage slechts zeer beperkt effect heeft buiten het wegcunet, wordt het niet als doelmatig beschouwd om losstaande drainage aan te leggen. Bij rioolvervanging wordt wel standaard drainage mee gelegd met uitleggers op het HWA. In het beleidsplan zijn vier mogelijke maatregelen tegen grondwateroverlast benoemd.
Vanwege het uitgevoerde onderzoek naar de invloedsfeer van drainage (Memo grondwateronderzoek Woudenberg en Scherpenzeel 2020, Hydrologic 2021), wordt de voorkeursvolgorde aangepast. Uit het onderzoek blijkt dat drainage voor minder grondwaterstandsverlaging zorgt in de omgeving dan verwacht. Daarom zal de voorkeur uitgaan naar bouwtechnische maatregelen (zoals ventileren van de kruipruimte, afdekken zandbodem kruipruimte) boven het treffen van grondwatertechnische maatregelen. Deze maatregelen verwisselen dus van plaats in de voorkeursvolgorde. In het beleidsplan staan enkele verwijzingen naar de voorkeur voor horizontale drainage tegenover verticale drainage. Gezien het geohydrologische systeem van Scherpenzeel en Woudenberg is verticale drainage niet effectief en daarmee niet aan de orde. De referenties naar verticale drainage worden verwijderd.
Grondwaterbeheer:
De voorkeur voor bouwtechnische maatregelen boven grondwatertechnische maatregelen leidt tot meer informatiebehoefte vanuit bewoners en bedrijven in beide gemeentes. Ook is het wenselijk om bewoners en bedrijven meer informatie te kunnen geven over de verantwoordelijkheid die zij zelf hebben met betrekking tot grondwater en de eventuele maatregelen die zij kunnen nemen. Om in deze informatiebehoefte te voorzien stellen beide gemeentes een algemeen informatiedocument op met toelichting op de zelf uit te voeren bouwkundige maatregelen in en aan kruipruimtes c.q. kelders. Deze informatie zal via de gemeentelijke website gedeeld worden.
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
3/7
4
Het is van belang voor de stabiliteit van het wegcunet om de huidige drainage goed te onderhouden. Dit geldt alleen voor de drainage die na 2016 is aangelegd. Uit de ervaringen van eerdere jaren is gebleken dat het schoonmaken van 'oude' drainage, dat wil zeggen drainage die voor 2016 is aangelegd, eerder schade veroorzaakt aan de drainage dan dat het zorgt voor een betere afvoer van water. Daarom is het beter om oude drainage niet schoon te maken, om zo te voorkomen dat de werking van de drainage versneld verslechtert. Het grondwaterbeheer zal hierop aansluiten. Het is wenselijk om onderzoek uit te voeren naar de gewenste methode en frequentie van het schoonmaken van drainage. Hiervoor wordt een onderzoek uitgevoerd waarbij verschillende methodes (o.a. doorspuiten, borstelen) met elkaar worden vergeleken. Tot dat de resultaten uit dit onderzoek beschikbaar zijn worden de eindpunten van de drains eenmaal per jaar schoongespoten en de drains zelf ééns in de vijf jaar. De niet uitgevoerde maatregelen uit het huidige beheerplan worden, indien nog relevant, uitgevoerd in de komende planperiode, zoals het opstellen van informatieve teksten voor bewoners of het vaststellen van een kader voor het lozen van kruipruimtewater op het gemengde riool. Deze maatregelen zijn beschreven in het geactualiseerde grondwaterbeheerplan.
Aanpassingen grondwaterbeleidsplan
In dit hoofdstuk worden de letterlijke aanpassingen in het grondwaterbeleidsplan aangegeven. Het volgt de chronologische volgorde van het beleidsplan. Paragraaf 2.1, pagina 7, Nieuwe alinea Ontvangstplicht De nieuwe alinea toe te voegen aan paragraaf 2.1 is als volgt: Ontvangstplicht De gemeente is op grond van artikel 3.6 van de Waterwet verplicht om het overtollige grondwater van perceeleigenaren te ontvangen mits het doelmatig is en er sprake is van structureel nadelige effecten. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeente verantwoordelijk is voor het ontvangen van het ingezamelde grondwater, indien nodig het zuiveren ervan en het afvoeren van het grondwater naar de bodem of het oppervlaktewater. Paragraaf 2.1, pagina 7, Inspanningsplicht laatste zin van de alinea “De gemeente kan wel aansprakelijk worden gesteld voor het nakomen van de grondwaterzorgplicht.” wordt vervangen door: De gemeente kan wel aansprakelijk worden gesteld voor het niet nakomen van de grondwaterzorgplicht.
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
4/7
Paragraaf 3.2, pagina 12, Tabel 1
wordt vervangen door: Ontwateringsdiepte * Binnen wegcunet Groter dan 0,7 m-mv
Kleiner dan 0,7 m-mv
Vervolg Buiten wegcunet Groter dan 0,5 m-mv
De grondwaterstand is voldoende laag. Gesteld wordt dat er geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins).
Kleiner dan 0,5 m-mv
De grondwaterstand is relatief/duidelijk hoog. Bij rioolvervangingswerkzaamheden wordt standaard drainage meegelegd. Er worden geen autonome maatregelen genomen.
* Maaiveldniveau (as weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG). RHG: 90e percentielwaarde van de afgelopen 3 jaar. Ontwateringsdiepte *
Vervolg
Binnen wegcunet
Buiten wegcunet
Groter dan 0,7 m-mv
Groter dan 0,5 m-mv
26 oktober 2023
De grondwaterstand voldoende laag. Gesteld wordt dat geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins).
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
5/7
Ontwateringsdiepte *
Vervolg
Tussen 0,7 en 0,3 m-mv
De grondwaterstand is relatief hoog. Indien er werkzaamheden plaatsvinden in de openbare ruimte worden er grondwatermaatregelen getroffen op locatie.
Tussen 0,5 en 0,3 m-mv
Kleiner dan 0,3 m-mv
De grondwaterstand is duidelijk hoog. De gemeente beoordeelt of het uitvoeringsprogramma van werken in de openbare ruimte kan worden aangepast aan de hoge grondwaterstand om gelijktijdig grondwatermaatregelen te treffen.
* Maaiveldniveau (as weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG). RHG: 90e percentielwaarde van afgelopen 3 jaar. Paragraaf 3.2, pagina 13, tekst in grijs kader In de 2e en 3e alinea worden enkele regels toegevoegd gezien de toegevoegde streefwaarde van 0,5 m-mv buiten het wegcunet. De toegevoegde zinnen zijn in het rood weergegeven: In den lande is het gebruikelijk om één streefwaarde voor de grondwaterstand te hanteren, vaak 0,7 m onder straatniveau. Soms wordt nader onderscheid gemaakt in type perceelgebruik, zoals woonstraten, tuinen, sportvelden, et cetera. Hier is gekozen om de gewenste grondwaterstand af te stemmen op wijken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen binnen en buiten het wegcunet. De afstemming van de gewenste grondwaterstand voor overige openbare terreinen vindt projectmatig plaats met maatwerk. Er is gekozen voor een bandbreedte met bepaalde grondwaterstanden en handelingsperspectief. De bandbreedte is gehanteerd om de focus niet zozeer op een bepaalde grondwaterstand te leggen, maar op doelmatigheid en maatwerk. Op straatniveau binnen het wegcunet is er gekozen voor 0,7 m omdat bij een dergelijke ontwateringsdiepte het particuliere belang in (met name oudere, kwetsbare) wijken bij het ontwerp van maatregelen wordt meegenomen.
Een drainageleiding in de straat heeft op basis van onderzoek van Hydrologic (Memo grondwateronderzoek Woudenberg en Scherpenzeel 2020, Hydrologic 2021) slechts beperkt uitstraling op de grondwaterstand in de omliggende omgeving. Uitgangspunt van dit drainageniveau zijn eisen welke aan wegen worden gesteld en de bouwwijze van (relatief oude) woningen met een kruipruimte, zie onderstaande figuur. Paragraaf 3.4.1 Mogelijke maatregelen tegen grondwateroverlast, pagina 16, alinea 1 Hierbij geldt dat maatregeltype 3 (treffen van grondwatertechnische maatregelen) en 4 (bouwtechnische maatregelen) in het vervolg worden omgedraaid. Dit geldt voor de eerste alinea (zie hieronder) en voor de beschrijvende tekst van de maatregelen (Ad 3 En Ad 4) Om grondwateroverlast tegen te gaan worden de volgende type maatregelen onderscheiden: 1. ophogen van het maaiveld; 2. aanleggen van extra oppervlaktewater; 3. bouwtechnische maatregelen; 4. treffen van grondwatertechnische maatregelen.
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
6/7
Paragraaf 3.4.2 Voorkeursvolgorde maatregelen, pagina 16, alinea 1 Verwijzingen naar horizontale drains worden verwijderd uit de tekst. Hierdoor wordt alinea vijf van paragraaf 3.4.2 als volgt. De aanpassing is weergegeven in het rood: Voor de aanleg van drainage geldt dat in beginsel het grondwater onder vrij verval naar oppervlaktewater moet afvoeren, zonder toepassing van bemaling. Bemaling is namelijk niet nodig vanwege het doorgaans voldoende diepe oppervlaktewaterpeil ten opzichte van het maaiveld (drooglegging) in de gemeenten en hiermee wordt een onnodig grote afvoer van grondwater naar het oppervlaktewatersysteem voorkomen. Ook geldt voor grondwaterstandverlagingen dat het zo ondiep en verspreid mogelijk plaatsvindt, zodanig dat zo weinig mogelijk grondwater wordt onttrokken en afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. Een netwerk van ondiepe (horizontale) drains heeft de voorkeur.
26 oktober 2023
BJ2341-RHD-XX-ZZ-ME-X-0001
7/7