CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Ringelpoel 15-17.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Ringelpoel  15 173.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Ringelpoel 15-17 Het ontwerpbestemmingsplan Ringelpoel 15-17 heeft gedurende zes weken voor eenieder ter visie gelegen, van 7 december 2022 tot en met 17 januari 2023. Gedurende de periode van ter inzagelegging is er 1 zienswijze ingediend. De ingediende zienswijze is ontvankelijk. In deze Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Ringelpoel 15-17 is de zienswijze samengevat. Tevens is de reactie van gemeente hierop opgenomen, alsmede of het leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Nr. 1.

Naam

Samenvatting zienswijzen 1. Gesteld wordt dat het agrarisch bedrijf aan de Ringelpoel 27 wordt belemmerd in de toekomstige uitbreidingsmogelijkheden In de huidige opzet van het bedrijf van de indiener zijn de bedrijfsactiviteiten overwegend aan de oostzijde van het perceel gesitueerd en aan deze zijde zijn ook nog uitbreidingsmogelijkheden binnen het bestaande bouwvlak aanwezig. De indiener van de zienswijze heeft een geurberekening laten uitvoeren waaruit blijkt dat er nu nog ontwikkelruimte is aan de oostzijde van het perceel. Hij is van mening dat met het voorgenomen plan deze uitbreidingsmogelijkheden worden weggenomen. Uit de geurberekening die door de initiatiefnemer is uitgevoerd blijkt dat de nieuw te realiseren woningen zo dicht ten opzichte van het zijn bedrijf zijn beoogd waardoor de uitbreidingsmogelijkheden worden weggenomen. Verzoek de 3 woningen zo ver mogelijk naar de oostelijke richting te verplaatsen zodat het voorgenomen plan niet nadelig is voor toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.

Datum indiening 28 december 2022

Datum ontvangst gemeente 29 december 2022

Reactie van de gemeente 1 Het voorkomen van een belemmering van het agrarische bedrijf Ringelpoel 27 is een van de voornaamste randvoorwaarden voor dit bestemmingsplan. In het voortraject zijn de woningen daarom ook zover mogelijk naar het oosten verplaatst. Naar aanleiding van deze zienswijze is opnieuw naar de geurrapportage en onderzoeken gekeken en in het bijzonder naar het feit of deze ontwikkeling een mogelijke toekomstige uitbreiding van Ringelpoel 27 kan belemmeren. Zie daarvoor de memo die als bijlage is toegevoegd en waarvan de inhoud verwerkt zal worden in de toelichting van het bestemmingsplan. In deze memo wordt ingegaan op geurhinder afkomstig van de agrarische intensieve veehouderij locatie Ringelpoel 27 te Woudenberg. Uitgangspunt is dat er moet worden aangetoond dat het beoogde plan enerzijds geen belemmering vormt voor agrarische intensieve veehouderijbedrijf aan de Ringelpoel 27 te Woudenberg en dat er anderzijds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het beoogde plan aan de Ringelpoel 15 en 17 te Woudenberg. Hierbij wordt geur ten gevolge van de Ringelpoel 27 te Woudenberg gecumuleerd. De uitkomst van deze berekening wordt de zogenaamde achtergrondbelasting genoemd.

Uit rechtspraak (jurisprudentie) is gebleken dat bij een achtergrondbelasting tot 20 ouE/m3 voor woningen in het buitengebied kan worden gesproken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor woningen in de bebouwde kom is dit het geval bij een achtergrondbelasting van 10 ouE/m3. Uit de resultaten van de berekening blijkt dat de maximale geurbelasting op het dichtstbijzijnde geurgevoelig object bouwvlak van de woning(en) punt 3 bestemmingsvlak zuid 14,21 ouE/m3 bedraagt. Dit komt overeen met een matig leefklimaat. Het feitelijke bouwvlak van de woning ligt op iets grotere afstand dan het punt dat nu gekozen is als norm. Ook is met het rekenprogramma V-stacks gebied berekend welke uitbreidingsmogelijkheden in geuremissie het agrarisch bedrijf heeft ten

opzichte van het bestemmingsvlak van de woning(en). Uit de rekenresultaten blijkt dat de stallen op de locatie Ringelpoel 27 te Woudenberg genoeg uitbreidingsmogelijkheden behouden. Zie de uitwerking in toelichting in de memo in de bijlage. Wij hebben begrip voor de zorg van de indiener van de zienswijzen dat deze ontwikkeling op termijn negatieve effecten kan hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van zijn bedrijf, maar wij zijn van mening dat aangetoond is dat deze ontwikkeling geen extra beperkingen zal opleveren. Uitgaande van geuremissie zijn er genoeg uitbreidingsmogelijkheden voor het bedrijf. Voor de nieuwe woningen is daarnaast aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen, door het nieuwe geurrapport toe te voegen. 2

3

4

De gestelde geurbelasting zoals verwoord in de toelichting komt niet overeen met de meest recente geurberekening. In de toelichting van het bestemmingsplan, paragraaf 4.1.3, wordt gesteld dat de maximale geurbelasting is berekend op 13,8 ouE/m3. Uit de geurberekening van oktober 2022 blijkt dat de geurbelasting bij de beoogde nieuwe woningen 11,3 ouE/m 3 betreft.

2 De indiener van de zienswijze heeft op dit punt helemaal gelijk. Per abuis was de geurbelasting op basis van de meeste recente geurberekening van oktober 2022 2022 (die wel als bijlage was bijgevoegd) niet opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De in het ontwerp opgenomen tekst en rapportage zal worden vervangen.

In het ontwerpbestemmingsplan wordt de sloop van de bedrijfsbebouwing niet geborgd binnen de woonbestemming. In het ontwerpbestemmingsplan mist een voorwaardelijke verplichting waarmee de sloop van alle bedrijfsbebouwing en de 2 bedrijfswoningen juridisch wordt geborgd. Bovendien blijkt uit het akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai, dat als bijlage van de toelichting onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan, dat de bedrijfsbebouwing niet wordt gesloopt omdat deze in het betreffende onderzoek is meegenomen als bestaande bebouwing.

3 In de regels van de bestemming ‘Wonen’ zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen om de sloop van de bedrijfsbebouwing te borgen. Deze regeling hoort inderdaad zowel in de agrarische als in de woonbestemming. De afbeelding in het akoestisch onderzoek waarop de bedrijfsbebouwing is weergegeven heeft geen juridische status, echter om verwarring te voorkomen zal de afbeelding in het akoestisch onderzoek worden aangepast.

De mogelijkheid voor de realisatie van een buitenrijbaan is onwenselijk. De gronden bedoeld in artikel 3 van de bestemmingsregels krijgen onder andere de functie om paarden te mogen beweiden. In lijn

De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen.

De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen. 4 De regeling voor een buienrijbaan voor paarden komt uit de algemene regels voor woningen in het Buitengebied. Deze regels van het bestemmingsplan buitengebied 2010 hebben nooit als doel gehad om bij locaties zoals hier ontstaat, 3 buitenrijbanen toe te staan.

5

hiermee wordt gevraagd om af te wijken van de bouwregels en een buitenrijbaan te realiseren op deze gronden en wel zo uitvoerig beschreven in 11 specifieke regels dat hieruit op te maken valt dat men voornemend is dit ook te realiseren. Echter deze gronden liggen pal voor onze stallen en het is voor ons bedrijf en onze woning niet wenselijk om bijvoorbeeld lichtmasten van 8 meter hoog (zie artikel 3.3.1 regel f) recht voor je deur te krijgen. Ook voor ons geldt dat ons woon- en leefklimaat goed moet zijn en blijven bij de uitvoering van dit plan. Daarom wil ik dat de gehele paragraaf 3.3.1 afwijken buitenrijbaan verdwijnt uit het plan. De voorwaardelijke verplichting voor sloop van de bedrijfsbebouwing binnen de agrarische bestemming is onwenselijk. De voorwaardelijke verplichting voor sloop van de bedrijfsbebouwing die binnen de woonbestemming mist is wel opgenomen binnen de agrarische bestemming. In onderdeel 2 van deze genoemde zienswijze 2 genoemde voorwaardelijke verplichting om te slopen mist. In artikel 4.4.2 is het zeer opmerkelijk dat deze voorwaardelijke verplichting wel is opgenomen in artikel 3.4.2 als het gaat om het agrarisch gebruik van de gronden en dat is vreemd aangezien het grootste gedeelte nu al gebruikt wordt als agrarische grond, echter een gedeelte niet en dat is het stuk waar nu de grote schuur op staat.

Dat gedeelte mag dus volgens het plan pas de functie agrarische grond krijgen nadat de schuur gesloopt is. Als men de schuur dus niet sloopt (zoals te zien in het akoestisch onderzoek) dan behoudt dit stuk grond zijn bestaande bestemming en kan men er bijvoorbeeld een paarden stalling van maken met binnenrijbaan. Dit sluit dan aan bij de aanvraag voor de buitenrijbaan en mogelijkheid voor dagrecreatie omschreven in artikel 3.1 regel e. Mijn punt hierin is samengevat dat in het bestemmingsplan verweven de mogelijkheid gemaakt is om een manege op te zetten met bijbehorende activiteiten en daar ben ik op tegen omdat dit niet wenselijk is dicht tegen een kalverhouderij zoals dat van ons.

6

Er is geen akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd om de geluidsbelasting van het agrarisch bedrijf te onderzoeken en aan te tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen. Op het gebied van geluid heeft men een akoestisch onderzoek uit

Wij hebben overleg gehad met initiatiefnemers en zijn hebben niet de intentie om deze buitenrijbanen te realiseren. Wij zullen de regels van paragraaf 3.3.1. dan ook schrappen. De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen en paragraaf 3.3.1. te schrappen.

5 Terecht is geconstateerd dat de voorwaardelijke verplichting die bij Wonen hoort te staan, alleen opgenomen is in de agrarische bestemming. Wij begrijpen dat daarmee onbedoeld een ander beeld van de plannen ontstaat dan beoogd. Doelstelling van het bestemmingsplan is het slopen van alle nu aanwezige bedrijfsbebouwing en de twee bedrijfswoningen en daarna de bouw van 3 nieuwe woningen. En zeker niet om delen te laten staan en alsnog een andere bestemming, zoals een manage, te geven. De regels dienen daarop aan te sluiten. Wij gaan dat aanpassen door toevoeging van het onderstaande artikel onder Wonen. 4.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop Woningen mogen pas in gebruik genomen worden nadat de bestaande bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 2 bij deze regels is gesloopt. Tevens is via de private anterieure overeenkomst geregeld dat sloop van alle gebouwen moet plaatsvinden, omdat een deel van de gebouwen staat op grond waar de agrarische bestemming blijft maar het bouwblok vervalt is de voorwaardelijke verplichting ook opgenomen in de agrarische bestemming. De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen en artikel 4.4.3 toe te voegen. 6 Er wordt gesteld dat het akoestisch onderzoek niet juist is uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek zou er namelijk niet vanuit zijn gegaan dat de bestaande bebouwing gesloopt wordt. Dit is onjuist.

In het akoestisch onderzoek is hier wel rekening mee gehouden. De afschermende functie van de bestaande schuur, die op de tekening nog stond, is dus niet als uitgangspunt meegenomen voor de nieuwe situatie en zal ook van de

7

laten voeren, echter alleen gericht op wegverkeersgeluid. Zoals al genoemd in zienswijze 2 is dit onderzoek onjuist uitgevoerd als men wel het plan uitvoert door alle bebouwing te slopen want nu kan de schuur die als bebouwing staat een afschermende functie hebben in de berekeningen. Verder gaat men in de toelichting op het bestemmingsplan in hoofdstuk 4.1.2 in op de milieucontouren die er zijn en wordt er gesteld dat er op basis van de VNG brochure een afstand van 30 meter gehanteerd moet worden voor wat betreft geluid en na correctie is dat 10 meter. Ons bedrijf wordt in de VNG brochure ingeschaald in de categorie “fokken en houden van rundvee”. Voor een kalverhouderij kent de brochure geen aparte categorie en dat is jammer want de gemeente kan zich nu verschuilen achter de richtafstanden van de VNG brochure, maar de geluiden afkomstig van onze bedrijfsvoering zijn heel anders dan van een gemiddeld melkveebedrijf. Zo voer ik mijn kalveren elke dag met mijn shovel waar ik mee rond de stallen rijd en zowel de aanvoer als afvoer van kalveren vindt zowel overdag als ‘s nachts plaats. We hebben het dan op jaarbasis wel over 1600 kalveren aanvoeren en 1600 kalveren afvoeren. Bovendien wordt er ieder jaar ongeveer 4000 m3 mest afgevoerd wat in de praktijk betekend dat er 120 vrachtwagens komen en gaan en bij de mestsilo de mest oppompen.

In de winter pompen we de mest uit de stallen over naar deze silo welke aan de kant staat van de nieuwe huizen. Verder is er in de herfst de mais oogst en wordt er ongeveer 2000 ton mais aangevoerd met trekkers en vrachtwagens. Verder staat er wekelijks een bulkauto brok in de silo’s te blazen, want jaarlijks voeren we 1300 ton krachtvoer. Dit alles betekent dat bewoners van deze huizen onze bedrijfsgeluiden zullen vernemen. Het is dus volgens mij noodzakelijk om ook onderzoek uit te laten voeren naar het bedrijfsgeluid afkomstig van ons bedrijf om een goed leef- en woonklimaat te kunnen borgen.

tekening in het rapport gehaald worden.

Ten behoeve van het voorgenomen plan is het participatietraject tekort geschoten Bij het ontwerpen of wijzigen van een bestemmingsplan is er ook een verplichting om de omwonende of belanghebbende te informeren over de gang van zaken. De heer L. heeft ons eerst alleen een concepttekening overhandigd en daarna op 23 februari stukken toegestuurd (pas nadat ik er op aangedrongen had). Dit betrof echter dus een conceptversie van het plan en de definitieve versie die nu ter inzage ligt hebben wij niet onder ogen gehad totdat ik getipt werd door iemand die verwees naar de

7 Ten aanzien van de stelling dat sprake is van het te kortschieten van de participatie hebben wij een reactie gevraagd van de heren die genoemd worden in de zienswijzen. Vooral over de stelling van de indiener van de zienswijze dat hij maar 1 keer benaderd is en dat alle andere contactmomenten op eigen initiatief hebben plaatsgevonden. De reactie is als volgt:

Verder wordt gesteld dat de gehanteerde categorie uit de VNGrichtafstandenlijst, namelijk het ‘fokken en houden van rundvee’, niet juist is. Geluiden afkomstig van de kalverhouderij zouden namelijk heel anders zijn dan van een gemiddelde melkveehouderij. De gehanteerde methode is echter wel juist. Een kalf behoort ook tot rundvee. Uit een uittreksel van de KVK blijkt dat het bedrijf de volgende activiteiten heeft: SBI-code: 01421 - Houden van vleeskalveren, fokken en houden van rundvee (geen melkvee). Het bedrijf houdt dus ook rundvee. Daarnaast zijn er geen concrete aanleidingen dat een rundveehouderij een mindere geluidbelasting heeft dan een kalverhouderij. Ook bij een melkrundveehouderij vinden dagelijkse basis transportbewegingen met vrachtwagens plaats en is sprake van laden en lossen, in de buitenlucht, op het erf. Tot slot bedraagt de afstand van het agrarische bouwperceel van het bedrijf aan de Ringelpoel 27 tot aan het dichtstbijzijnde, nieuwe bouwvlak ruim 100 meter. Zelfs als geen reductiefactor op de milieucategorie wordt toegepast, wordt alsnog ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Er zijn dus geen aanleidingen om een akoestisch onderzoek naar bedrijfslawaai uit te voeren. Deze zienswijze geeft geen aanleiding voor een aanpassing, wel wordt zoals eerder toegezegd de schuur van de tekening gehaald.

Initiatiefnemer heeft samen met ons (heer L. en heer Van I.) van begin af aan het agrarisch bedrijf in het vizier gehad. Vanwege de achtergrond van initiatiefnemer en onze affiniteit met het buitengebied weten wij hoe

commissievergadering van 6 december met bijbehorende ingekomen stukken betreffende het ontwerpbestemmingsplan Ringelpoel 15-17. Daarna heb ik contact gelegd met de heer Van I. van Landborg om te overleggen. Al deze communicatie heeft op mijn initiatief plaatsgevonden en men heeft mij dus feitelijk gezien maar 1 keer benaderd. De heer L. vertelde mij dat men ons als bedrijf niet in de weg wilde staan, maar ondertussen zocht men bewust wel de uiterste grens op om de huizen in te tekenen. Verder heb ik hem toen duidelijk aangegeven dat ik ook voor de toekomst de ruimte die we hebben willen behouden voor doorontwikkeling van ons bedrijf. Hij echter meende dat ons bedrijf toch al geen uitbreidingsmogelijkheden meer had en dus dat extra huizen in de buurt daar geen invloed op hebben. Dit alles lees ik absoluut niet terug in de omgevingsdialoog en dat is volgens mij een voorbeeld van tekortschietende participatie. Verder wordt de bewoner van Ringelpoel 9 niet eens met naam genoemd en bij Ringelpoel 7 staat de naam van de heer R. die slechts zijn bedrijfje gevestigd heeft in dit pand en daar helemaal niet woont, de eigenaar woont aan de Vinkenbuurtweg te Maarn en is niet gehoord. Eindconclusie is dat zeker in ons geval er veel meer openheid had moeten zijn in de ontwikkeling van dit plan, zeker ook om dat de heer van I.

mij specifiek heeft verteld dat onze vergunning van ons bedrijf het uitgangspunt is geweest om dit plan te ontwikkelen.

belangrijk het is om hier zorgvuldig mee om te gaan. We zijn dan ook gestart met het berekenen van de geurbelasting op de beoogde positie van de nieuwe kavels en hebben op basis hiervan de eerste schetsen gemaakt. Nadat de opzet akkoord bevonden werden door de gemeente Woudenberg/MooiSticht is in het kader van het participatietraject door initiatiefnemer contact gezocht met de omgeving en zijn de plannen getoond. Dat dit een concept betrof is waar. We gaan het participatietraject niet pas dan in als alle stukken klaar zijn voor publicatie. Juist de inzagetermijn is ervoor om de stukken als belanghebbende te (laten) beoordelen en een eventuele zienswijze in te dienen. Als ik de kern van zienswijze nr. 7 naar boven probeer te halen vermoed ik dat het pijnpunt hierin ligt dat de indiener van de zienswijzen zich te weinig gehoord voelt in het traject. Vanwege alle zorgen in de agrarische sector begrijp ik dat hij (extra) alert is en dat is zeker zijn goed recht. Boer zijn en boer blijven is topsport en dan is het zaak je ogen goed open te houden! Ik heb de heer v. E. echter meerdere malen uitgebreid te woord gestaan, antwoorden kunnen geven en gepoogd alle zorgen weg te nemen.

De reacties die tijdens het gesprek naar voren kwamen op onze toelichting werd voor zover ik kon beoordelen prima begrepen en er is mijns inziens niet aangegeven nog met openstaande vragen/onduidelijkheden te zitten. We hebben steeds uitgebreid de tijd genomen om het gesprek aan te gaan. Dat dit steeds zijn initiatief is lijkt me het punt niet. De heer v. E. had zelf immers inhoudelijke vragen en dan lijkt het me ook de weg dat hij ze zelf stelt op de momenten dat deze vragen naar boven komen. Goede participatie houdt onder meer in dat iemand die met dergelijke vragen loopt correct te woord wordt gestaan en dat is meerdere malen gebeurd. De vragen die de heer v. E. had hebben geen aanleiding gegeven om het plan inhoudelijk aan te passen. De vrees dat hij ook in de toekomst beperkt wordt is niet gegrond; zie hiervoor ook het rapport geur. Wij hebben gelezen de ingediende zienswijzen en de tegenreactie van de indieners van het plan de indruk dat het participatie traject volgens de uitgangspunten van ons beleid verlopen is. Eventuele onduidelijkheden of onvolkomenheden kunnen bij deze zienswijzen procedure aangepast worden en dat gebeurt gelet op het voorstel om het bestemmingsplan op onderdelen gewijzigd vast te stellen.

Wij kunnen achteraf wel concluderen dat de actieve vragende rol van indiener heeft geleid tot het beeld dat initiatief niet bij initiatiefnemers lag is een ongelukkige en een leerpunt in participatieprocessen. Anders

gezegd wij begrijpen dat indiener van de zienswijze naast participatie op eigen initiatief ook participatie vanuit de initiatiefnemer had verwacht. Een ander leerpunt was dat we van inititatiefnemers wel verwachten dat ze omwonenden informeren over het proces. In dit geval moest indiener door anderen getipt worden dat de inzage procedure was gestart. Participatie is altijd mensenwerk en alle deelnemers daarvan leren voor een volgend traject weer van de wijze waarop een eerder traject verlopen is of ervaren is door de deelnemers.

8

9

In het ontwerpbestemmingsplan wordt de landschappelijke inpassing niet geborgd. De landschappelijke inpassing is totaal niet geborgd; het beeldkwaliteitsplan geeft een idee van wat zou kunnen maar er is geen beplantingsplan bijgevoegd en er is geen voorwaardelijke verplichting vastgelegd. Zodoende kan men nu nog alle kanten op wat ook weer in lijn staat met de ruimte in het gehele plan om het op diverse manieren in te vullen of uit te voeren.

De realisatie van burgerwoningen in het agrarisch gebied is ongewenst. Algemeen gesteld ligt er voor mij als agrariër grote druk vanuit de landelijke politiek en welke weg ik met ons bedrijf moet volgen is voor nu nog volstrekt onduidelijk. Daarom is het belangrijke dat ik alle nu beschikbare ontwikkelingsruimte kan blijven benutten op mijn bedrijf. Ik stel dan ook de vraag of het wenselijk is dat er burgerwoningen in agrarisch gebied geplaatst moeten worden. De rood voor rood regeling zal in de toekomst met veel stoppende boeren veel vaker toegepast worden, ook in Woudenberg en moeten we dan overal maar huizen tussen de overblijvende agrarische bedrijven intekenen die voor zichzelf al de grootst mogelijke uitdagingen hebben om een toekomstig bestaansrecht te blijven houden.

Deze zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding voor aanpassing van het bestemmingsplan. 8 Naar aanleiding van deze reactie zullen wij de onderstaande bepaling toevoegen aan het bestemmingsplan en daarmee de borging zeker stellen. Aanvullend is in de anterieure overeenkomst middels boete clausules in de anterieure overeenkomst. 4.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Binnen 1 jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dienen de gronden te zijn ingericht overeenkomstig het inpassingsplan dat is opgenomen als Bijlage 1 Inpassingsplan bij deze regels en vervolgens aldus in stand te worden gehouden. De zienswijze geeft op dit onderdeel aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen en artikel 4.4.3 toe te voegen. 9 Wij begrijpen deze zorg. Het is echter ook ongewenst dat agrarische bebouwing, welke niet meer in gebruik zijn, leeg staan en het risico heeft van verpaupering. Op dit moment bestaat een regeling waarmee het mogelijk is na sloop van de gebouwen een woning toe te voegen, ter financiering van de sloop. In deze situatie is er geen aanleiding om geen toepassing te geven aan deze regeling. Deze ruimte voor ruimte regeling is immers ook pas aan de orde, als aangetoond is dat er geen agrarische toekomst is voor de locatie.

Er wordt samen met de andere gemeenten in de regio Amersfoort en delen van food Valley wel bezien of de huidige regeling nog de meest passende en gewenste is. Op het moment dat er veel boeren stoppen en dan ook nog bedrijven met veel bebouwing kan zijn dat een andere regeling meer passend is, voor stoppers, toekomstgerichte boeren en voor het totaal van het landelijk gebied. Deze zienswijze geeft geen aanleiding voor aanpassing van het bestemmingsplan.

Conclusie: Naar aanleiding van de zienswijze wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De volgende wijzigingen worden doorgevoerd: Aanpassing en toevoeging n.a.v. aanvullende geurmemo Toevoegen voorwaarde verplichting sloop en landschappelijke inrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2194/documents/43684