05. Bijlage 3 Onderzoek GO Consult.pdf
Tekst van het document
Gemeente Woudenberg t.a.v. mevrouw I.K. Kuperus Postbus 16 3930 EA Woudenberg
Datum Uw kenmerk Ons kenmerk
: : :
vrijdag 18 september 2020
E-mail Opgesteld door Bijlagen
: : :
bbakker@go-consult.nl dhr. B.P. Bakker 2
Onderwerp
:
Analyse geurbeleid
Analyse geurbeleid
Geachte mevrouw Kuperus, Hierbij doe ik u navolgend de notitie aangaande de geuranalyse voor het buitengebied van de gemeente Woudenberg toekomen. De Notitie geeft een analyse van het geurbeleid weer en is als bijlage toegevoegd. Voor de verdere inhoud verwijs ik u graag naar de bijlage. Ervan uitgaande u hiermee vooralsnog naar wens geïnformeerd te hebben, verblijf ik,
Met vriendelijke groet namens G&O consult, B.P. Bakker
Notitie Geur analyse Datum
: 18 september 2020
Aan
: Gemeente Woudenberg
C.c.
: mevrouw I.K. Kuperus
Van
: Berend Bakker
Onderwerp
: Geur analyse
INHOUDSOPGAVE
Notitie Geur analyse ............................................................................. 2 HOOFDSTUK 1 AANLEIDING ........................................................... 3 HOOFDSTUK 2 VIGEREND GEURBELEID ....................................... 6 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................... 7 HOOFDSTUK 4 GEURANALYSE ....................................................... 9 4.1
ANALYSE VAN HUIDIG GEURBELEID EN VERORDENING ....................................................... 9
4.2
ANALYSE IN RELATIE TOT TOEKOMSTIGE OMGEVINGSWET ................................................. 11
4.3
AANBEVELING VOOR GEURBELEID .................. 11
4.4
UITVOERING VAN VERBETERD GEURBELEID . 11
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ........................................................... 12 BIJLAGE 1:
KAART ACHTERGRONDBELASTING
BIJLAGE 2:
KAART VASTE AFSTANDEN
BIJLAGE 3:
NOTITIE GEUR EN DIERENARTSPRAKTIJK
BIJLAGE 4:
INFORMATIEBLAD GEUR IN DE OMGEVINGSWET
HOOFDSTUK
1
AANLEIDING
In opdracht van de gemeente Woudenberg (mevrouw I.K. Kuperus) is door G&O Consult een analyse uitgevoerd op grond van de nu nog geldende geurverordening op grond van artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij. Dit in verband met de toekomstige Omgevingswet die zoals het zich nu laat aanzien op 1 januari 2022 in werking zal gaan treden. Hoewel het niet is uitgesloten dat het kader rondom en van de Omgevingswet de komende tijd nog zal wijzigen, is vroegtijdig een gebiedsanalyse uitgevoerd waardoor een betrouwbaar beeld kan worden verkregen van de huidige achtergrondbelasting (cumulatie) van de geur van agrarische bedrijven. Het bevoegd gezag dient op grond van de Omgevingswet een omgevingsplan vast te stellen. Dit plan vormt het kader voor de toetsing aan nieuwe ontwikkelingen en in dit plan wordt zo maximaal mogelijk rekening gehouden met de beleidsvisies van gemeenten, de wensen van de burger en de ontwikkelingsmogelijkheden van de ondernemers. Binnen het omgevingsplan stelt de gemeente regels op voor de emissie van geur waarbij deze regels een aanvaardbaar geurhinderniveau moeten garanderen. Uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de gemeente in het omgevingsplan rekening dient te houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.
In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Ow). Dit betreft bijvoorbeeld ook de cumulatie van geur van agrarische bedrijven. Rekening houden met geur werkt in de Omgevingswet 2 kanten op:
bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van geurgevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende agrarische bedrijven.
Een nieuwe ontwikkeling in de Omgevingswet met betrekking tot de aanvaardbaarheid van geurhinder is dat dit niet landelijk wordt bepaald maar bij een belangrijk deel van activiteiten door de gemeente zelf. Hierbij kunnen de volgende instrumenten worden gebruikt:
bestaande toetsingskaders, zoals het lokaal geurbeleid; geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen en locaties; aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt van de activiteit; historie van het bedrijf en het klachtenpatroon; bestaande en verwachte geurhinder van die activiteit; kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels.
Voor rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten is de gemeente echter verplicht om geurregels op te nemen in het omgevingsplan. Voor bijvoorbeeld een dierenpension, dierenkliniek of een horecaactiviteit kan de gemeente zelf bepalen wat zij aan geurregels opneemt. Gelet op de agrarische aard van het buitengebied van de gemeente Woudenberg worden in het omgevingsplan regels vastgesteld voor agrarische activiteiten. Op grond hiervan wordt een bebouwingscontour vastgesteld; binnen deze contour geldt een hoge bescherming, daarbuiten een lage bescherming. In het omgevingsplan legt de gemeente vast wat de plaats is waar waarden voor geur gelden. Volgens de instructieregels in het Bkl gelden de waarden bij een geurgevoelig gebouw op de gevel van het gebouw (artikel 5.93 Bkl). Afstanden gelden tot de gevel (artikel 5.94 Bkl). Is het gebouw nog niet gerealiseerd, dan gelden de waarden en afstanden op en tot de plaats waar volgens het omgevingsplan de gevel van het gebouw mag komen te staan. De gemeente mag in het omgevingsplan ook vastleggen dat de waarde geldt op een locatie dichterbij de activiteit. De gemeente kan dit gebruiken om bijvoorbeeld de geurruimte van bedrijven op een bedrijventerrein te beperken. Niet door uit te gaan van de ge-
vel van het dichtstbijzijnde gevoelige gebouw, maar door geurnormen op te nemen die gelden op een referentiepunt op een vaste afstand van de activiteit. Deze mogelijkheid kan de gemeente ook gebruiken wanneer geurgevoelige gebouwen op grote afstand van een activiteit liggen. Geurwaarden en geurafstanden gelden niet voor geurgevoelige gebouwen die functioneel zijn verbonden met de geur veroorzakende activiteit (artikel 5.95 Bkl). Dit legt de gemeente eveneens vast in het omgevingsplan.
HOOFDSTUK
2
VIGEREND GEURBELEID
Op 24 juni 2010 is door de gemeente Woudenberg de Verordening geurhinder en veehouderij 2010 vastgesteld. De volgende van de landelijke norm op grond van de Wet geurhinder en veehouderij waarden en gebieden zijn hierin destijds vastgelegd: Invloedgebied A: betreft een plangebied voor de totstandkoming van een industrieterrein. Hier is een norm van 4 ouE/m3 voor vastgesteld. Invloedgebied B: Het Groene Woud. Voor invloedgebied A geldt dat op grond van artikel 6, lid 1 van de Wgv en in afwijking van artikel 3, lid 1 van deze wet de maximale geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten in dit gebied een norm geldt van 4 ouE/m3. Met betrekking tot het Groene Woud is vastgesteld dat op grond van artikel 6, lid 3 van de Wgv en in afwijking van artikel 4, lid 1 van deze wet de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, een afstand tot het geurgevoelige object van tenminste 50 meter moet worden aangehouden.
HOOFDSTUK
3
UITGANGSPUNTEN
Zoals hierboven aangegeven vormt het door de gemeente Woudenberg vastgesteld geurbeleid met geurverordening uit 2010 het huidige toetsingskader. De gemeente is zich aan het voorbereiden op de komst van de Omgevingswet (verwacht 1-1-2022) en in dit kader heeft de gemeente besloten uit te gaan van de Structuurvisie 2030 met de oplegger 2019 en hierbij het sectorale beleid op orde te hebben. Doel is om maximaal gebruik te maken van het overgangsrecht zodat wanneer voldoende ervaring op breed vlak is opgedaan met de Omgevingswet over te gaan tot de omgevingsvisie en het stapsgewijs opbouwen van het omgevingsplan. Gelet op de ervaring en de beschikbare informatie is de gemeente Woudenberg zich bewust van de regeldruk en de onzekerheid die dit meebrengt voor de agrarische sector. Om deze onzekerheid niet nog meer te vergroten, wil de gemeente niet vooruitlopend op de omgevingsvisie voor uitsluitend dit onderdeel het beleid aanpassen. Dit moet wel goed geborgd worden. In het huidige geurbeleid wordt uitgegaan van het begrip “bebouwde kom” zoals opgenomen en gedefinieerd in de Wet geurhinder en veehouderij. Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven en uiteengezet in de opdracht van de gemeente dienen bebouwingscontouren te worden vastgesteld: binnen deze contouren geldt een hogere bescherming dan buiten deze contouren.
Gelet op het tweezijdige doel met betrekking tot het (agrarische) geuraspect in de Omgevingswet, namelijk bescherming van niet tot agrarische bedrijven behorende woningen maar ook het beschermen van de agrarische functies van bedrijven, dient dit nauwkeurig te gebeuren. Hiervoor heeft, na het verkrijgen van de gegevens van de agrarische bedrijven in de gemeente Wou-
denberg en binnen een straal van 2 kilometer om de gemeente Woudenberg, een actuele analyse van de geurcontouren op basis van de huidige regels van de Wgv plaats gevonden. De gemeente Woudenberg heeft hierbij de gegevens opgevraagd van de volgende omgevingsdiensten: Regionale uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht): betreft bedrijvenbestand agrarisch gemeente Woudenberg, Amersfoort, Soest en Leusden. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU): betreft bedrijvenbestand gemeente Utrechtse Heuvelrug, Zeist en Renswoude. Omgevingsdienst De Vallei (ODDV): betreft bedrijvenbestand gemeente Barneveld en Scherpenzeel. Hiernaast is gebruik gemaakt van de kennis die aanwezig was bij de gemeente Woudenberg zelf; mede door deze aanwezige kennis kon een actualisatieslag tot stand worden gebracht. Met betrekking tot de aangeleverde informatie dient wel te worden opgemerkt dat de bereidheid tot het aanleveren van de benodigde gegevens op wisselende wijze heeft plaats gevonden. Gelet op het uitwerken van de gegevens van één omgevingsdienst wat veel inspanning heeft gekost kunnen wij niet uitsluiten dat mogelijk oudere gegevens zijn verwerkt. De gebiedsanalyses laten echter wel een beeld zien dat door de ervaring en kennis van de medewerkers van de gemeente Woudenberg als betrouwbaar wordt beoordeeld.
HOOFDSTUK
4
GEURANALYSE
De gebiedsanalyse heeft plaats gevonden door de ter beschikking gestelde gegevens in te voeren in het rekenprogramma V-stacks gebied. V-Stacks gebied is het vastgestelde rekenprogramma voor het berekenen van de verspreiding van geur rond meerdere veehouderijen in een gebied. Omdat bij veehouderijen sprake is van geuremissies veroorzaakt door dieren waarvoor bij wet (Regeling geurhinder en veehouderij) odour units zijn vastgesteld (varkens, pluimvee, vleeskalveren-en stieren) en sprake van vaste afstanden bij dieren waarvoor dit niet heeft plaats gevonden (melk-en kalfkoeien, jongvee, paarden) is bij de gebiedsanalyse een splitsing gemaakt van beide situaties: Bijlage 1: kaart achtergrondbelasting geur bedrijven met dieren waarvoor omrekenfactoren gelden. Bijlage 2: in kaart gebrachte actualisatie van aanwezige veehouderijen met vaste afstanden. 4.1
ANALYSE VAN HUIDIG GEURBELEID EN -VERORDENING
Sinds de vaststelling van het geurbeleid en -verordening in 2010 is er veel veranderd in de agrarische sector. Dit ten gevolge van de navolgende ontwikkelingen: Het aantal agrarische bedrijven is afgenomen als gevolg van het Actieplan ammoniak, toenemende eisen ten aanzien van dierwelzijn en emissies als geur, fijn stof en ammoniak; Bedrijven stoten één of meerdere takken af en specialiseren zich in één specifieke agrarische bedrijfstak; De geurfactoren voor met name luchtwassers zijn aangepast Als gevolg van het voorgaande is de schaalvergroting toegenomen; Verbreding van activiteiten als recreatie, opslag en zorg; Vernietigen van de Programmatische Aanpak Stikstof door de Raad van State bij haar uitspraak van 29 mei 2019. Als gevolg hiervan
mag geen toename van depositie plaats vinden op Natura-2000 gebieden. Een te verwachten ontwikkeling is dat veehouderijen leverancier zullen worden van ammoniak waarbij de bedrijfsvoering van bepaalde bedrijven zal stoppen; Aankoop gronden voor natuurontwikkeling en woningbouw; Kringlooplandbouw en vermeend mestoverschot. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt in de navolgende analyse. Hiervoor zijn kaarten van het gebied gemaakt waarop de gevolgen van de effecten inzichtelijk worden. Deze kaart 1 / bijlage 1 toont een vergelijkbaar beeld maar bij deze intensieve agrarische bedrijven zijn de geurcontouren met name in het noordoosten, oosten en zuidoosten aanwezig. De huidige achtergrondconcentratie is in het gebied redelijk goed te noemen waarbij een zekere invloed op de woonkern aanwezig is aan de zuid(oost) zijde van Woudenberg. De huidige analyse geeft in die zin geen ander beeld met betrekking tot de huidige geurgebiedsvisie: Leefklimaat is acceptabel; De aanwezige veehouderijen hebben over het algemeen nog voldoende ontwikkelingsmogelijkheden; Geen reden om op grond van de huidige wet-en regelgeving van de gestelde normen af te wijken.
Verspreid in het buitengebied van de gemeente Woudenberg zijn agrarische bedrijven gelegen waarbij uitsluitend dieren worden gehuisvest waarvoor een vaste afstand geldt of waarbij naast dieren waarvoor omrekenfactoren gelden ook dieren aanwezig zijn waarvoor vaste afstanden gelden. De grootste concentratie bevindt zich ten noorden en oosten van de woonkernen. Op kaart 2 /bijlage 2 is invloedgebied B (Het Groene Woud) uit de huidige geurgebiedsvisie weergegeven. Het gebied is uitgebreid met de toekomstige ontwikkeling van de woonwijken Hoevelaar met nog een kleine correctie aan de noordzijde. Het gebied is uitgebreid aan de oostzijde van Woudenberg waarbij rekening is gehouden met toekomstige ontwikkelingen van woningen zoals het plangebied Hoevelaar. In verband met de aanwezigheid van het diergeneeskundig centrum De Vallei is hier een aparte geurnotitie voor gemaakt en is hier een vaste afstand contour rond de opslag van vaste mest weergegeven. De notitie is als bijlage 3 toegevoegd. .
4.2
ANALYSE IN RELATIE TOT TOEKOMSTIGE OMGEVINGSWET
Naast het vastleggen van geurcontouren in het omgevingsplan heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om een zogenaamde omgevingswaarde in haar visie op te nemen. Een omgevingswaarde geur wordt vastgesteld aan de hand van de zogenaamde achtergrondbelasting van geur. De achtergrondbelasting wordt berekend en bepaald door de cumulatie van de geur van de bedrijven. Hierbij zal waarschijnlijk nog steeds onderscheid moeten worden gemaakt in de geur die agrarische bedrijven veroorzaken en de geur die door niet agrarische bedrijven wordt veroorzaakt. De toetsingskaders zijn op dit moment verschillend. Wat een uitdaging in de op te stellen omgevingsvisie zal zijn, is een inschatting te maken voor de verwachte ontwikkeling van agrarische bedrijven. Omdat de Omgevingswet inmiddels al meerdere malen is uitgesteld, is nog niet exact aan te geven aan welke eisen een omgevingsplan-/visie zal moeten voldoen hoewel de kaders nu wel geschetst worden. De gebiedsanalyse laat in die zin niet een verontrustend beeld zien dat er aanvullende eisen moeten worden gesteld. 4.3
AANBEVELING VOOR GEURBELEID
Kijkend naar de huidige analyse met betrekking tot de vaste afstanden en de achtergrondbelasting, de hierboven omschreven verwachting en de ons bekende ontwikkelingen in de gemeente Woudenberg, adviseren wij om behalve de noodzakelijke geurcontouren niet rechtstreeks aanvullende eisen op te nemen als gevolg van de geur van agrarische bedrijven.
4.4
UITVOERING VAN VERBETERD GEURBELEID
Door middel van GIS dient er een kaart te worden gemaakt van het gehele gemeentelijke grondgebied met een gebiedsindeling. Dit zodat er geen misverstand kan zijn over welke norm voor welk gebied geldt. Een omschrijving van de verschillende gebieden is hierbij ook aan te bevelen.
HOOFDSTUK
5
CONCLUSIE
De huidige analyse geeft in die zin geen ander beeld met betrekking tot de huidige geurgebiedsvisie: Leefklimaat is acceptabel; De aanwezige veehouderijen hebben over het algemeen nog voldoende ontwikkelingsmogelijkheden; Geen reden om op grond van de huidige wet-en regelgeving van de gestelde normen af te wijken.