CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05. bijlage 2 - Visie document Leerlingenvervoer.pdf

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 10: Verordening Leerlingenvervoer 20253.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie document Leerlingenvervoer

19-05-2022

OOGO passend onderwijs en jeugdhulp regio Amersfoort 24-5-2022

Inhoud

Inleiding ................................................................................................................................................... 2 Aanleiding opstellen uitgangspunten leerlingenvervoer ........................................................................ 3 Gezamenlijke visie ................................................................................................................................... 4 Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 5 De nieuwe verordening ....................................................................................................................... 8

1

Inleiding Sinds 1987 zijn gemeenten financieel verantwoordelijk voor het bieden van een bekostiging leerlingenvervoer en krijgen zij hiervoor middelen in het gemeentefonds. Sindsdien heeft ze de wettelijke taak om, weliswaar binnen criteria, te zorgen voor een vergoeding voor passend vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school, die aansluit op de levensovertuiging van de ouders *en/of de leerling. Wat passend vervoer is, is niet bij wet gedefinieerd en moet per leerling onderzocht worden. Voor alle leerlingen die een beroep doen op een bekostiging leerlingenvervoer geldt, dat wanneer zij door een structurele handicap onmogelijk zelfstandig naar school kunnen reizen, er door de gemeente ondersteuning wordt geboden. Voor leerlingen die een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs bezoeken, is ook op grond van de grote afstand naar hun school een bekostiging mogelijk. Op 1 augustus 2014 werd de Wet passend onderwijs van kracht. Doel van deze wet is dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een passende onderwijsplek zo dicht mogelijk bij huis krijgen. Sindsdien hebben schoolbesturen een zorgplicht. Dit betekent dat zij vanaf 1 augustus 2014 iedere leerling, die extra ondersteuning nodig heeft, een passende onderwijsplek moeten bieden.

Samenwerkende besturen en scholen (samenwerkingsverband) organiseren deze ondersteuning binnen het regulier of (voortgezet) speciaal onderwijs. Indien nodig verwijst een samenwerkingsverband een leerling naar het best passende onderwijs. Dit sluit niet altijd aan bij de mogelijkheden, die de gemeente heeft voor een vergoeding leerlingenvervoer, aangezien daarbij wettelijk wordt uitgegaan van de dichtstbijzijnde toegankelijke school. In de praktijk kan dit leiden tot vervelende situaties, waarbij ouders en leerlingen op basis van de verwijzing van het samenwerkingsverband voor een school kiezen en daarna gaan informeren naar de vergoedingsmogelijkheden bij de gemeente. Als dan blijkt, dat de school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, kan er een vervoersprobleem ontstaan voor de ouders en de leerling. Deze vervoersproblemen kunnen voorkomen worden als het vervoer in een vroegtijdig stadium van de verwijzing aandacht krijgt. Dat kan zijn, door ouders er op te wijzen, dat ze zelf een vervoersoplossing moeten bedenken/organiseren, maar ook door de gemeente te betrekken bij de verwijzing en daar al de vergoedingsmogelijkheden bespreken. Een nog betere oplossing, die prettig is voor de leerling en ouders, is het organiseren van de best passende onderwijs zo dicht mogelijk bij huis.

Sinds de decentralisatie van de Jeugdwet op 1 januari 2015 worstelen veel gemeenten met de scheidslijn tussen Jeugdwetvervoer en leerlingenvervoer. Het komt regelmatig voor, dat Wijkteammedewerkers, Jeugdconsulenten en/of Gezinscoaches (al dan niet belast met de beoordeling van een vervoersvraag) van mening zijn, dat er door de gemeente een vervoersoplossing moet worden geboden aan een gezin. Zij doen dan een beroep op het leerlingenvervoer, terwijl de criteria in het leerlingenvervoer daar geen ruimte voor geven. Dit leidt meer dan eens tot frustraties tussen collega’s onderling, bij ouders, bij scholen en het leidt tot onduidelijkheid over de kosten. Het is voor gemeenten financieel gezien niet mogelijk om mee te gaan met verwijzingen van leerlingen naar best passende scholen, die niet dichtbij huis staan. Wettelijk zijn gemeenten dat bovendien niet verplicht. Om een oplossing te vinden is er overleg nodig tussen de samenwerkingsverbanden en de gemeenten.

*Daar waar gesproken wordt over ouders betreft het ouders en/of verzorgers 2

De gemeenten en samenwerkingsverbanden in onze regio werken volgens een gezamenlijke visie samen binnen het OOGO Passend Onderwijs en Jeugdhulp aan de hand van een samenwerkingsagenda. Leerlingenvervoer is een vast agendapunt waarmee we gezamenlijk zorgdragen voor onderlinge afstemming en samenwerking in de driehoek zorg – onderwijs – vervoer. Gezamenlijk pleiten we ervoor om naar ouders transparant te zijn over de mogelijkheden en onmogelijkheden in het leerlingenvervoer en dat er voor bepaalde schoolkeuzes geen leerlingenvervoer zal zijn. Ouders hebben dan geen verkeerde verwachtingen en ze weten waar ze aan toe zijn.

Aanleiding opstellen uitgangspunten leerlingenvervoer Op de samenwerkingsagenda van Passend onderwijs en Zorg voor de jeugd van de regio Amersfoort staat het thema: Verbinding van de rol van de samenwerkingsverbanden (SWV’en) het beleid van het leerlingenvervoer, benoemd. De gemeenten van de regio Amersfoort hebben het leerlingenvervoer gezamenlijk aanbesteed via een Europese aanbesteding. De contracten zijn afgesloten vanaf het schooljaar 2017 – 2018 en zijn sindsdien elk schooljaar verlengd. Dit is nog mogelijk tot en met het schooljaar 2023 – 2024. Vanaf het schooljaar 2024 - 2025 moet er een nieuw contract zijn. Daarnaast zijn er ontwikkelingen waarbij het onderzocht wordt of het mogelijk is om het leerlingenvervoer te gaan combineren met ander doelgroepenvervoer. Alle deelnemende gemeenten willen hun verordeningen leerlingenvervoer actualiseren voordat er een nieuwe aanbesteding wordt gestart. Zij willen hierin samen optrekken zoals ook eerder is gebeurd bij het vaststellen van de huidige verordening leerlingenvervoer in de regio Amersfoort. De nieuwe ‘Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer’ van de VNG wordt als basis genomen. In deze nieuwe modelverordening, wordt expliciet aandacht besteed aan het OOGO met de samenwerkingsverbanden.

Hiermee wordt beoogd dat gemeenten en de samenwerkingsverbanden (SWV’en) elkaar spreken en/of nadere afspraken maken over het leerlingenvervoer. In dit document beschrijven we de uitgangspunten die nodig zijn om de nieuwe verordening te kunnen vaststellen. Daarnaast hebben we de handreiking ‘Verrassend passend leerlingenvervoer’ van de VNG gebruikt om ook afspraken te maken over de onderwerpen die genoemd worden in de handreiking. De genoemde onderwerpen zijn eveneens een nadere uitwerking van onze gezamenlijke visie om passend onderwijs en zorg en ondersteuning zo dichtbij mogelijk te organiseren.

3

Gezamenlijke visie We streven naar inclusief onderwijs met passende ondersteuning/hulp, zo dicht mogelijk bij huis. De leerling met zijn/haar ‘specifieke onderwijskundige behoefte’ en de context waarin het kind zich bevindt, staan centraal. Wanneer er leerlingenvervoer nodig is, dan bezoekt de leerling de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke passende school’. Bij het vaststellen van de vervoersbehoefte wordt er gekeken naar de individuele mogelijkheden van een leerling zoals persoonskenmerken, leeftijd, de route, de behoeften van de leerling en de stimulerende/begeleidende rol van de ouders. Zelfstandig reizen wordt gestimuleerd om zo de zelfredzaamheid van kinderen te vergroten. Er wordt gehecht aan een zorgvuldige uitvoering van het leerlingenvervoer (maatwerk). Daarom is het van belang om de mogelijkheid voor het inzetten van leerlingenvervoer eerder bij een inclusief onderwijsadvies te betrekken zodat het leerlingenvervoer op tijd kan worden aangevraagd en geen sluitstuk is. Hierover worden werkafspraken gemaakt tussen gemeenten, de samenwerkingsverbanden en betrokken partners. Er is afstemming en samenwerking binnen de regio Amersfoort zodat er richting ouders, leerlingen, vervoerders en scholen – zoveel als mogelijk - een eenduidige en uniforme werkwijze wordt gehanteerd.

4

Uitgangspunten De set aan basisafspraken dienen als basis voor de nieuwe verordening leerlingenvervoer en onderlinge werkafspraken zodat voor zowel ouders als professionals duidelijk is wanneer en hoe leerlingenvervoer kan worden ingezet. Het betreft de volgende onderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Best passende onderwijs (en zorg) dicht bij huis. Maatwerkoplossingen door symbiose (deel van het onderwijs volgen op een andere school) dicht bij huis. Een oplossing voor het grijze gebied tussen Jeugdwetvervoer en Leerlingenvervoer. Het verstrekken van informatie over vervoersmogelijkheden aan ouders. Leerlingenvervoer en naschoolse opvanglocaties. Zelfstandig (leren) reizen.

Ad 1. De wijze waarop het vervoer wordt georganiseerd is (in de toekomst) opgenomen in het Onderwijs Perspectiefplan (OPP) van de leerling. a. Scholen met een groepsarrangement of andere vormen van speciaal onderwijs binnen het reguliere onderwijs die kinderen zo dichtbij mogelijk onderwijs kunnen bieden. Daar waar het samenwerkingsverband in de Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) noemt dat er echt een noodzaak is voor een specifiek (genoemde) gespecialiseerde school, dan neemt de gemeente dit altijd over en vergoedt het de kosten van het vervoer naar die school. Gemeenten kunnen dit enkel gaan doen, wanneer ze al vroegtijdig betrokken worden bij het zoeken naar een passende oplossing. Uiteraard houden ouders altijd de vrijheid om zelf een keuze voor een andere school te maken. De consequenties hiervan ten aanzien van het vervoer vallen dan onder de verantwoordelijkheid van de ouders. b. In alle andere situaties dan zoals hierboven beschreven vergoedt de gemeente alleen leerlingenvervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Zodra met ouders, kind, school en andere betrokkenen over een passende plek/oplossing gesproken wordt, wordt ook vroegtijdig nagedacht over leerlingenvervoer.

Hierbij wordt niet alleen de vraag of er sprake kan zijn van de mogelijkheid voor een vergoeding, maar ook of, en wanneer de leerling - al of niet met hulp van ouders- in staat is om te groeien naar zelfstandig reizen besproken. Dit plan om de leerling te laten ontwikkelen naar zelfstandig of onder begeleiding reizen zou bij voorkeur ook onderdeel moeten zijn van het OPP.

Ad 2. Symbiose-onderwijs wordt thuis nabij georganiseerd De vorming van groepsarrangementen op scholen is volop in ontwikkeling, daarnaast kunnen scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, symbiose-overeenkomsten met scholen voor regulier onderwijs afsluiten. Hiermee kunnen leerlingen van het (voortgezet) speciaal onderwijs deeltijd regulier onderwijs volgen. Scholen binnen het samenwerkingsverband spreken af om in het belang van de leerlingen het symbiose-onderwijs dicht bij huis te organiseren. Er worden met de “thuis” nabije scholen symbioseafspraken gemaakt. De interne begeleiders of zorgcoördinatoren pakken dit op. Om te monitoren hoe het met de leerling gaat en of de afspraken moeten worden bijgesteld is er drie keer per jaar een overleg met het eigen schoolteam van die leerling. Eén van die overleggen vindt in breed verband plaats tussen de school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de interne begeleider van de reguliere basis- of voortgezette school van de leerling. Daarbij zijn andere betrokkenen bij de zorgstructuren indien nodig ook aanwezig en ook ouders sluiten aan. 5

Ad 3. Situaties die niet passen binnen huidige regelgeving en afspraken worden opgepakt door het lokale doorbraakteam (incl. onderwijs) Op sommige (v)so scholen is specifieke zorg ondersteuning georganiseerd, zoals bijvoorbeeld op een school voor langdurig zieke kinderen. Daarnaast zijn er steeds meer initiatieven binnen de zorg waar kinderen ook onderwijs volgen al dan niet onder supervisie van de school van inschrijving. De Jeugdwet geeft aan, dat er een vervoervoorziening kan worden verstrekt, indien er als gevolg van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid vervoer naar de jeugdhulp noodzakelijk is. Voor situaties, dat een vervoersvraagstuk niet onder het leerlingenvervoer valt, maar ook niet onder de Jeugdwet kan worden opgevangen, is een doorbraakaanpak noodzakelijk. Allereerst wordt er een reguliere aanvraag gedaan voor het leerlingenvervoer en worden de criteria die voor het leerlingenvervoer gelden toegepast en wordt er wel of geen indicatie leerlingenvervoer afgegeven. Voor situaties, waarbij een vervoersvraagstuk niet onder het leerlingenvervoer valt, maar het ook niet onder de Jeugdwet kan worden opgevangen, wordt de casus na akkoord van ouders doorgegeven aan het “doorbraakteam van de gemeente”. Het doorbraakteam bepaalt de wijze waarop het vervoer georganiseerd wordt en heeft hiervoor rechtstreeks contact met de samenwerkingsverbanden.

In het ontwikkelperspectief plan en in het zorgplan worden de afspraken met betrekking tot het vervoer opgenomen. Als er twijfels zijn of vervoer noodzakelijk is, kan het doorbraakteam een deskundige inzetten. Gemeenten regelen in hun verordening onder welke voorwaarden een deskundige wordt ingezet en wie dat is. Het betreft veelal casussen, waarbij in een multidisciplinair overleg met ouders het lokaal (wijk)team van mening is, dat een leerling naar een verder weg gelegen school en/of zorglocatie moet, waarvoor geen vergoeding leerlingenvervoer kan worden verstrekt. Als er vanuit de doorbraakaanpak leerlingenvervoer wordt ingezet, wordt er gebruik gemaakt van het gecontracteerde vervoer vanuit het leerlingenvervoer. Met de vervoerder wordt afgesproken, dat de vervoersbewegingen, die vanuit de doorbraakaanpak verzorgd worden op de factuur als zodanig zichtbaar zijn. Dat maakt de kosten herleidbaar en inzichtelijk. Ad 4. Scholen, gemeenten en samenwerkingsverbanden trekken samen op in de informatievoorziening richting ouders en verzorgers. Binnen het Sociaal Domein heeft de Verordening leerlingenvervoer een uitzonderingspositie. De regeling gaat niet uit van de compensatiegedachte, zoals bijvoorbeeld bij de Wmo of de Jeugdwet, maar zit vol met wettelijke criteria en beperkingen.

Daarnaast heerst er over het leerlingenvervoer het beeld, dat er altijd een taxi voor een leerling klaar staat om hem/ haar naar school te brengen. Dat dit de laatste en meest kostbare oplossing is die een gemeente kan verstrekken en dat dit bovendien voorbehouden is voor met name zodanig gehandicapte leerlingen voor wie er geen enkele andere mogelijkheid is om op school te komen, is niet algemeen bekend. Deze onwetendheid en verkeerde beeldvorming leidt ertoe, dat ouders zich tot de gemeente wenden met de verwachting een taxi voor hun kind te kunnen regelen. Zij worden daarin dan vaak teleurgesteld wat erg vervelend is voor zowel de ouder, de gemeente als ook de school. Ouders krijgen bij het doen van een aanvraag te horen, dat de gemeente gaat onderzoeken hoe hun kind kan reizen. De opties daarvoor zijn b.v. ook fietsen of met openbaar vervoer reizen, alleen of onder begeleiding. Eventuele begeleiding moet door de ouders zelf georganiseerd worden. Deze informatie overvalt ouders vaak wat onaangename situaties veroorzaakt.

6

Wat kunnen ouders verwachten als ze een vervoersvraag stellen aan de gemeente? Wij hebben de volgende afspraken over wat ouders aan informatie meekrijgen over het leerlingenvervoer. 1. Ouders hebben de vrijheid om voor hun kind de beste school te kiezen, maar er kan alleen aan aanvraag gedaan worden voor leerlingenvervoer wanneer hun kind naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school gaat en deze verder dan 6 kilometer van de woning staat. 2. Ouders worden geïnformeerd over de verschillende vergoedingsmogelijkheden en er wordt vanuit gegaan dat wanneer ouders hun kind zélf naar school kunnen brengen, bijvoorbeeld als ouders niet werken, ze dat zeker moeten doen. Dit is goed voor de verbondenheid met school, maar maakt dure vervoerskosten ook overbodig. In de verwijzing die het samenwerkingsverband ouders geeft, wordt altijd gekeken naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling. Dit is niet alleen ingegeven doordat slechts deze school voor een vervoersvergoeding in aanmerking komt en het voor ouders prettig is als ze weten dat er vervoersondersteuning kan worden gegeven. Dat de reistijd van de leerling korter wordt, speelt ook mee. Als de leerling niet naar de dichtstbijzijnde school kan, geeft het samenwerkingsverband een TLV, af waaruit blijkt waarom de dichtbijgelegen school niet toegankelijk is.

Dit brengt onder meer met zich mee, dat het samenwerkingsverband niet meer voor iedere leerling een verklaring afgeeft en dat wanneer het samenwerkingsverband aangeeft, dat er voor een leerling écht een vervoersprobleem is, de gemeente coulant is in het zoeken van een oplossing. Op de website van iedere gemeente staan de aanvullende regels en de criteria duidelijk beschreven. (voorbeeld Amersfoort: Leerlingenvervoer (amersfoort.nl) )

Ad 5. Gemeenten bieden ouders de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van het taxivervoer naar de naschoolse opvang. In het leerlingenvervoer wordt uitgegaan van het vergoeden van het vervoer van huis naar school en vice versa. Wanneer ouder(s) hun kind ’s middags naar een andere locatie vervoerd willen hebben, ligt hierin stikt genomen geen verantwoordelijkheid bij het gemeentelijke leerlingenvervoer. Het vervoer moet een structureel karakter hebben om rust te bewaren in de voertuigen, om niet voortdurend mutaties in het vervoerschema door te hoeven voeren en om de vervoerskosten te beheersen. Aanpassingen in het vervoersplan kosten immers vrijwel altijd extra geld. Gemeenten in onze regio maken een aanvullende regeling waarin beschreven staat, onder welke voorwaarden en tegen betaling ouders gebruik kunnen maken van het gecontracteerde vervoer. Daarmee blijft de verantwoordelijkheid voor het vervoer bij ouders, maar faciliteert de gemeente hen wel. Ad 6. Zelfstandig (leren) reizen Kinderen zijn er op de lange termijn veel meer geholpen zijn als zij hebben geleerd om zelf te kunnen reizen en niet afhankelijk te zijn van taxivervoer. Voor ouders is het een grote stap om hun kind los te weken van het aangepaste vervoer.

Iedere ouder heeft daarin zijn eigen beleving en (on)mogelijkheden, maar ook de gemene deler van trotsheid op hun kind als ze zien, dat het lukt om zelfstandiger te reizen. Wij willen graag ondersteuning bieden aan ouders om hun kind zelfstandiger te laten reizen. Hiervoor is het mogelijk dat de kosten van het openbaar vervoer aan een leerling, die op een zelfstandige manier naar zijn/haar school voor voortgezet speciaal onderwijs reist vergoed wordt. 7

Op dit moment loopt een pilotproject waarin kinderen een (elektrische) fiets kunnen aanschaffen. Ook bieden gemeenten projecten aan om kinderen te begeleiden bij het leren reizen met het openbaar vervoer of de fiets. Overige uitgangspunten verordening Leerlingenvervoer

De nieuwe verordening De nieuwe verordening leerlingenvervoer wordt gebaseerd op de modelverordening leerlingenvervoer opgesteld passend bij bovenstaande gezamenlijke uitgangspunten. Daarnaast worden uitvoeringszaken in nadere regels indien nodig verder uitgewerkt. In dit hoofdstuk gaan we nader in op enkele begrippen in de verordening die nader geduid dienen te worden. a. Drempelbedrag Sommige gemeenten binnen onze regio hanteren een eigen bijdrage voor het leerlingenvervoer naar SBO, basisonderwijs en bijzonder onderwijs. De hoogte verschilt per gemeente. Per gemeente wordt vastgesteld op hoe en op welke wijze zij dit vaststellen en uitvoeren. b. Deskundige De deskundige kan in twijfelgevallen worden ingeschakeld en moet onafhankelijk kunnen adviseren over de mogelijkheden van een leerling met een chronische beperking (medische, psychiatrisch of gedragsmatig) of hij / zij zelfstandig naar school kan reizen. Gemeenten wijzen hiervoor een uitvoerende instantie aan en regelen dit zelf. Ouders kunnen bij twijfel door betrokkenen vragen om een multidisciplinair gesprek en een eigen (behandelend) arts meenemen naar het gesprek. c. Vervoersverklaring van de school Een vervoersverklaring van de school is niet meer noodzakelijk.

Als dat gespecialiseerd onderwijs is, dan is de motivering voor de afgifte van een TLV (toelaatbaarheidsverklaring vanuit het samenwerkingsverband) leidend voor "meest passend". d. OPP De wijze van vervoer wordt opgenomen in het Ontwikkelperspectiefplan (OPP) van het betreffende kind. Zo nodig vindt overleg plaats tussen gemeente en het SWV (ortho/deskundige) dat de TLV afgeeft of gemeente en school (ortho/deskundige) dat het OPP opstelt. e. Vervoer naar cluster 1 en 2 scholen Scholen voor leerlingen van blinde en slechtziende leerlingen en scholen voor dove, slechthorenden of met een taal- spraakontwikkelingsstoornis vallen niet onder de SWV’en. f. Afwijkende schooltijden Leerlingenvervoer gaat uit van de schoolroosters zoals deze aan het begin van het schooljaar worden gepubliceerd in de schoolgids op de website van de school. In de nadere regels van de verordening wordt uitgelegd hoe omgegaan wordt met het afwijkende schooltijden.

8

g. Nadere uitwerking regeling vervoer naschoolse opvang De regeling houdt in, dat ouders in feite een afspraak met de gemeente maken om gebruik te kunnen maken van het taxivervoer naar de naschoolse opvang. Ouders wordt hiervoor gevraagd om een bijdrage, indien het ook in aanmerking komt voor een vergoeding leerlingenvervoer, naar een geregistreerde buitenschoolse opvang, een geregistreerde gastouderopvang, opa, oma of buren gebracht. Dit adres moet binnen een acceptabele afstand van de woning liggen en binnen de betreffende gemeente. De regeling is maandelijks schriftelijk opzegbaar. Om bij de start van het schooljaar rust te bewaren en overzicht te hebben in het vervoersplan, wordt er in de eerste drie weken van het nieuwe schooljaar niet naar een naschoolse opvang gereden. Wanneer de maandelijkse factuur voor de vervoersregeling niet tijdig door ouders wordt betaald, wordt het vervoer naar de naschoolse opvang stopgezet.

h. Uitwerking zelfstandig leren reizen De consulenten leerlingenvervoer komen in april/mei op school langs om te bekijken en te bespreken hoe leerlingen kunnen reizen als in het OPP is afgesproken wat een goed moment is voor een herbeoordeling. SBO-leerlingen krijgen vanaf het begin af aan te horen, dat ze in groep 8 zelfstandig met het openbaar vervoer moeten kunnen reizen (afhankelijk van waar ze vandaan komen). In groep 7 wordt er geoefend. In dat kader onderzoeken gemeenten of er met opstapplaatsen gewerkt kan worden. Soms werkt een vervoerder al met opstapplaatsen. Suggestie: gemeenten plegen inzet op het door ontwikkelen van het bevorderen van zelfstandig reizen waaronder de pilot met elektrische fietsen (Snelbinders).

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3244/documents/61026