CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten gemeente Woudenberg.pdf

Raadscommissie 12 januari 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 10: Vaststelling actualisatie Archeologiebeleid en beleid ontplofbare oorlogsresten3.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

KENMERK:

BB20-074-BA-01 (CONCEPT)

BETREFT:

BELEIDSADVIES ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

GEMEENTE:

WOUDENBERG

OPDRACHTGEVER:

GEMEENTE WOUDENBERG/RAAP

BB20-074-BA-01

Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

BB20-074-BA-01 16 29 oktober 2021 Definitief

BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:

+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl

KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: Oblique luchtfoto van enkele Nederlandse geschutopstellingen in de gemeente Woudenberg, 2 januari 1940. Bron: Nationaal Archief, toegangsnummer 2.13.16, inventarisnummer 883.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................ 4 Doel ............................................................................................................................................... 4 Gebruikers..................................................................................................................................... 4 Verantwoordelijkheid ................................................................................................................... 4 1. Oorlogsgeschiedenis gemeente Woudenberg ...............................................................................5 Meidagen van 1940 ........................................................................................................................5 Luchtoorlog ...................................................................................................................................5 Pantherstellung .............................................................................................................................5 Bevrijding .......................................................................................................................................5 2.

Wet- en regelgeving ....................................................................................................................... 7 3. De Risicokaart Ontplofbare Oorlogsresten ................................................................................... 8 4. Toetsing via beleidskaart .............................................................................................................. 9 Vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden) ......................................................................... 9 Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten .................................................................................... 9 Opsporingsproces........................................................................................................................ 10 5. Ruimingsstrategie ......................................................................................................................... 11 Ruimingsstrategie ......................................................................................................................... 11 Vernietigingslocatie ...................................................................................................................... 11 6. Financiën ...................................................................................................................................... 12 Bijlage 1.

Beleidskaart ontplofbare oorlogsresten gemeente Woudenberg.................................... 14 Bijlage 2. Protocol toevalstreffer/spontaan aantreffen OO ............................................................. 15 Bijlage 3. Stroomschema toetsing OO ............................................................................................. 16

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

Inleiding In de gemeente Woudenberg hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende oorlogshandelingen plaatsgehad. Het merendeel van deze oorlogshandelingen vond plaats rond het spoortracé Utrecht-Arnhem en het voormalig spoortracé Amersfoort-Kesteren, waar in de periode september 1944 tot april 1945 enkele tientallen luchtaanvallen door geallieerde jachtbommenwerpers zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn ten behoeve van de Nederlandse defensie verschillende onderdelen van de Grebbelinie binnen de gemeente aangelegd. In het najaar van 1944 zijn enkele delen van de Grebbelinie aangevuld of aangepast in het kader van de aanleg van de Duitse Pantherstellung. Als gevolg van deze en andere gebeurtenissen is op verschillende locaties binnen de gemeente Woudenberg sprake van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het gemeentebrede vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (conflictperiode 1939-1945) en bijbehorend beleidsadvies zal inzicht bieden in hoe binnen de gemeente kan worden omgegaan met ontplofbare oorlogsresten.

Doel Het doel van dit advies is om inzicht te geven in de op basis van het gemeentebrede vooronderzoek vastgestelde verdachte/risicogebieden ontplofbare oorlogsresten, het voorkomen van het ongecontroleerd tot uitwerking komen van Ontplofbare Oorlogsresten en het verstrekken van een toetsingskader OO bij ontwikkelingen binnen de gemeente. Gebruikers Voorliggend advies bedoeld om initiatiefnemers welke voornemens zijn grondverzet te plegen binnen de gemeente inzicht te geven in de benodigde acties met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Dit geldt voor gemeentelijke, maar ook voor niet-gemeentelijke projecten. Verantwoordelijkheid De gemeente – de burgemeester in het bijzonder – is binnen het kader van openbare veiligheid verantwoordelijk voor de opsporing en het onschadelijk maken van Ontplofbare Oorlogsresten.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

1. Oorlogsgeschiedenis gemeente Woudenberg Aan de oostgrens van de gemeente Woudenberg wordt tijdens het interbellum de Grebbelinie aangelegd. De frontlijn ligt langs het spoortracé Amersfoort-Kesteren en de Luntersche Beek. Deze lijn bestaat vooral uit betonnen kazematten, gietstalen koepelkazematten en verschillende ondersteunende stellingen (waaronder wapenopstellingen en loopgraven). Ook zijn enkele artilleriebatterijen in stelling gebracht. Vanaf september 1939 worden in Woudenberg en naastgelegen gemeenten duizenden militairen ingekwartierd, die te werk worden gesteld om de liniedijk te verhogen met materiaal dat vrijkomt bij het graven van de stellingen, loopgraven en commandoposten en het Valleikanaal. Meidagen van 1940 De IIe divisie verdedigt de Valleistelling van Veenendaal tot en met Woudenberg. Deze divisie bestaat op 10 mei uit verschillende infanterieregimenten, artillerieeenheden en ondersteunende afdelingen. De divisiereserve bestaat uit een bataljon pantserafweergeschut en drie infanteriebataljons, waarvan één, het IV-bataljon van 15 R.I. ten westen van Woudenberg gelegen is. Luchtoorlog In de eerste jaren van de oorlog heeft Woudenberg relatief weinig te lijden onder geallieerde luchtaanvallen. In 1940 wordt tegenover Pannenkoekenhuis Bergzicht, ten oosten van de Treekerweg, een schijnvliegveld (Scheinflugplatz 21)aangelegd.

Dit schijnvliegveld dient ter afleiding van het vliegveld Soesterberg. In de loop van 1942 blijkt deze afleiding enkele malen effectief. Verschillende malen voeren Britse lichte bommenwerpers aanvallen uit op het veld, waarbij ze melden ‘Soesterberg’ te hebben getroffen. De invloed en omvang van deze aanvallen is gering. Vanaf september 1944 krijgt met name het zuidoostelijke gedeelte van de gemeente Woudenberg tot en met maart 1945 te maken met herhaaldelijke bombardementen door geallieerde jachtbommenwerpers. Daarbij worden tientallen bommen met gewichten van 250 en 500 lb en verschillende bommen met een gewicht van 1000 lb afgeworpen op de spoorkruising Overberg. Ook de spoortracés AmersfoortKesteren en Utrecht-Veenendaal worden herhaaldelijk getroffen. Op verschillende momenten worden ook raketbeschietingen uitgevoerd op de spoorkruising, het spoor ten noorden daarvan (Amersfoort-Kesteren), maar ook op het voormalig station Woudenberg. Behalve bombardementen vinden tevens enkele vliegtuigcrashes plaats, waarvan de exacte locatie in veel gevallen echter niet kan worden vastgesteld. Pantherstellung Vanaf medio 1944 onderneemt de Duitse Wehrmacht pogingen de Grebbelinie weer in staat van verdediging te brengen. Opmerkelijk genoeg wordt de linie ‘omgedraaid’ en gericht op een aanval vanuit het westen.

De Grebbelinie wordt omgedoopt tot Pantherstellung en voorzien van nieuwe versterkingen. In juni 1944 meldt de Nederlandse verzetsgroep ‘Albrecht’ het volgende: Langs Valleikanaal loopt oude Grebbelinie: Bunkers en mitr.nesten worden thans weer hersteld.1 Bevrijding

1 NIOD, toeg.nr. 190a, inv.nr. 25.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

In april 1945 blijken de Duitse inspanningen om de Pantherstellung in te richten tevergeefs. In de loop van de maand bevrijden Canadese troepen het oosten en noorden van Nederland. Hierdoor kunnen de Duitse eenheden in het westen niet langer via de Afsluitdijk ontsnappen. Zij verschansen zich vanaf dat moment achter de Pantherstellung. Op 22 april krijgen de Canadezen opdracht deze linie zo dicht mogelijk te naderen, maar niet aan te vallen. Op last van Eisenhower mag het I Canadian Corps niet verder oprukken in een poging het Westen van Nederland gewapenderhand in te nemen. De Duitse capitulatie voorkomt een treffen tussen de Canadezen en de bezetting van de Pantherstellung. Het einde van de oorlog betekent echter niet direct het vertrek van de in Woudenberg aanwezige Duitse troepen. Op 9 mei trekken onderdelen van de 346. Infanterie Division door de gemeente naar de Leusderheide, de plaats waar zij ontwapend zullen worden. De manschappen worden in grote aantallen in een groot omheind bosgebied op landgoed Den Treek bijeen gebracht. Volgens Canadese tellingen na de overgave bestond de divisie uit ca. 11.000 man. Na de ontwapening wordt gebruik gemaakt van de Duitse militairen om al het militaire materiaal (inclusief munitie) te ordenen en af te voeren. In de bossen langs de Doornseweg worden percelen ingericht waar zij bivak moeten houden.

Op de rand van de Leusderheide vond de daadwerkelijke ontwapening plaats. Aan de noordoostelijke punt van de heide wordt een materiaaldump voor oorlogsmateriaal ingericht. De Nederlandse Mijnopruimingsdienst begon na de oorlog met het opruimen van de achtergebleven munitie en de vliegtuigbommen. Men werd hierbij geholpen door een heidebrand op 23 april 1947. Tijdens deze brand viel het exploderen van de munitie op. Daarom werd in augustus 1947 besloten om de heide opnieuw aan te steken. De gecontroleerde brand moest de aanwezige munitie ontsteken en resten konden op de kale vlakte gemakkelijker opgeruimd worden. In september werd een tweede stuk heide afgebrand aan de zuidrand van de Leusderheide (langs de noordgrens van de gemeente Woudenberg).

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

2. Wet- en regelgeving Op Ontplofbare Oorlogsresten is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Op verschillende deelaspecten zijn andere regelingen aanwezig. Voor de samenstelling van voorliggend document is uitgegaan van de vigerende wet- en regelgeving. Hieronder staat deze wet- en regelgeving opgesomd: Arbeidsomstandighedenbesluit 15 januari 1997, in het bijzonder artikel Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten; Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (d.d. 29 januari 2021); Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (d.d. 1 januari 2021); Gemeentwet, openbare orde; Wet Wapens en Munitie (Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enz. van wapens en munitie).

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

3. De Risicokaart Ontplofbare Oorlogsresten In opdracht van de gemeente Woudenberg heeft BeoBOM een gemeentebreed historisch vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten conflictperiode 1939-1945 uitgevoerd. Het resultaat van dit vooronderzoek is inzichtelijk gemaakt in een risicokaart, bestaande uit een gebeurtenissenkaart en een bodembelastingkaart. Op laatsgenoemde zijn de verschillende risicogebieden Ontplofbare Oorlogsresten binnen de gemeente weergegeven. Deze gebieden zijn begrensd als gevolg van luchtaanvallen, beschietingen en de aanwezigheid van verdedigingswerken. De risicokaart vormt het uitgangspunt voor dit beleidsadvies. In de toekomst kan deze kaart worden bijgewerkt naarmate binnen de gemeente meer opsporings- en ruimingswerkzaamheden plaatsvinden en middels een proces-verbaal van oplevering gebieden worden vrijgegeven op de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. De verdachte gebieden in de bodembelastingkaart zijn gebieden waarvoor feitelijke indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Deze gebieden zijn in horizontale dimensie afgebakend en, waar mogelijk, tevens in verticale dimensie. Voor nadere informatie over de afbakening van de verdachte gebieden en de gebeurtenissen welke daartoe aanleiding hebben gegeven verwijzen wij naar het document Begeleidend document risicokaart Woudenberg (BB20-074, d.d.

22 juni 2021).

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

4. Toetsing via beleidskaart Op basis van de bodembelastingkaart is een beleidskaart samengesteld. Op basis van gebiedskenmerken (grondgebruik, bebouwingshistorie) is een verdeling gemaakt in de volgende gebieden: Hoog risico aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten (rood) Gebied waarbinnen sprake is van (intensieve) oorlogshandelingen en een beperkte tot zeer beperkte mate van naoorlogse bodemingrepen; Verhoogd risico aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten (oranje) Gebied waarbinnen sprake is van (intensieve) oorlogshandelingen en waar sinds 1945 diverse (kleinschalige) bodemingrepen hebben plaatsgehad Verlaagde kans aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten (geel) Gebied waarbinnen sprake is van oorlogshandelingen en waar sinds 1945 diverse grootschalige bodemingrepen hebben plaatsgehad Laag risico aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten (geen kleur) Gebied waarbinnen, zover bekend, geen oorlogshandelingen hebben plaatsgehad waarbij mogelijk Ontplofbare Oorlogsresten in de bodem zijn achtergebleven. In gebieden waar een hoog risico bestaat met betrekking tot het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten adviseert BeoBOM aanvullende maatregelen te treffen in de vorm van: Vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden) Wanneer de beoogde werkzaamheden binnen verdacht gebied van relatief beperkte omvang zullen zijn (d.w.z.

herinrichting van delen van woonwijken/rioolvervanging/sloop of aanbrengen van enkele panden) adviseert BeoBOM het opstellen van een locatiespecifiek vooronderzoek na-conflictperiode (1945-heden). In een dergelijk vooronderzoek wordt aan de hand van een analyse van naoorlogse bodemingrepen bepaald of, en zo ja, in hoeverre het in het vooronderzoek conflictperiode vastgestelde verdachte gebied/verdachte gebieden als gereduceerd kunnen worden beschouwd. Het vooronderzoek na-conflictperiode kan afzonderlijk worden uitgevoerd, of als onderdeel van een Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (RA-OO). Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten Met de invoering van het CS-VROO wordt niet langer gesproken over een Projectgebonden Risicoanalyse, maar over een Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Een RA is hoofdzakelijk gericht op het vaststellen van de juistheid van de historische gegevens (vooronderzoek), naoorlogse bodemroering, gevaarsfactoren, juridische aspecten, taken en verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Het doel van de RA is tweeledig. Ten eerste wordt onderzocht in hoeverre het opsporingsgebied op basis van naoorlogse bodemroering verkleind kan worden.

Daarnaast heeft een RA tot doel de geplande werkzaamheden binnen het projectgebied nauwkeurig in kaart te brengen (wat wordt er gedaan, waar wordt dit uitgevoerd, op welke manier en tot welke diepte) en per uit te voeren onderdeel te adviseren of- en zo ja, welke beheersmaatregelen getroffen dienen te worden. Door het treffen van bepaalde beheersmaatregelen zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat een opsporingsproces niet noodzakelijk is. Aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte gegevens wordt bepaald op welke locatie(s) grondroerende werkzaamheden uitgevoerd worden en hoe diep. Op basis van die locaties vindt een analyse van de naoorlogs geroerde gebieden plaats en wordt bepaald of bepaalde gebieden als in mindere mate verdacht of zelfs onverdacht kunnen worden verklaard. Indien de gebieden (gedeeltelijk) verdacht blijven op

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten wordt een analyse gedaan welk risico aanwezig is als de werkzaamheden regulier uitgevoerd worden. Wanneer het risico niet aanvaardbaar is wordt een advies gegeven om de risico’s beheersbaar te maken door middel van mitigerende maatregelen. Wanneer dit niet afdoende is zal een advies gegeven worden hoe de risico’s weggenomen kunnen worden door middel van een opsporingsadvies. Opsporingsproces Wanneer de uiteindelijke omvang van het (resterende) verdachte gebied dat invloed heeft op de uitvoering van de beoogde werkzaamheden is vastgesteld (opsporingsgebied) dient in de meeste gevallen te worden overgegaan tot de opsporing (detectie) gevolgd door de benadering van eventueel aanwezige verdachte objecten, waarna kan worden overgegaan tot ruiming door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. De meest geschikte detectiemethode (bijvoorbeeld realtime of non-realtime oppervlaktedetectie of dieptedetectie) is sterk afhankelijk van de soort en diepteligging van de mogelijk aan te treffen explosieven, de aard van het terrein en de voorgenomen werkzaamheden. N.B. Behalve bovenstaande maatregelen behoort tevens een onderzoek met Ground Penetrating Radar (GPR) oftewel grondradar, tot de mogelijkheden. Middels een grondradaronderzoek kan nauwkeurig worden vastgesteld of, en zo ja, in welke mate, de bodem op de projectlocatie is geroerd.

Ook kunnen hiermee ondergrondse structuren en objecten, waaronder bijvoorbeeld weesleidingen en de daadwerkelijke ligging van kabel- en leidingtracés inzichtelijk worden gemaakt.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

5. Ruimingsstrategie Ten aanzien van de ruiming kan de gemeente kiezen voor een reactieve of proactieve benadering. De reactieve strategie houdt in dat alleen Ontplofbare Oorlogsresten worden opgespoord en geruimd wanneer dit voor ontwikkeling noodzakelijk is. Een proactieve strategie houdt in dat aan de hand van de beschikbare historische gegevens en omgevingsfactoren de afweging wordt gemaakt om over te gaan tot opsporing en ruiming van Ontplofbare Oorlogsresten zonder dat hier geplande bodemroerende werkzaamheden aan ten grondslag liggen. De beide strategieën sluiten elkaar niet uit en kunnen naast en aanvullend op elkaar worden gehanteerd. Ruimingsstrategie De gemeente Woudenberg hanteert ten aanzien van Ontplofbare Oorlogsresten een reactieve strategie, wat inhoudt dat alleen Ontplofbare Oorlogsresten worden opgespoord en geruimd wanneer dit voor ontwikkeling noodzakelijk is. Vernietigingslocatie De voor de gemeente Woudenberg gehanteerde vernietingslocatie voor Ontplofbare Oorlogsresten is gesitueerd op de Leusderheide.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

6. Financiën De rijksfinanciering voor het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten verloopt via het Gemeentefonds. Dat is geregeld in de zogenoemde Bommenregeling. In de Septembercirculaire 2014 is aangekondigd dat de regeling per 2015 wordt gewijzigd. Hieronder wordt de regeling zoals deze geldt vanaf 2015 toegelicht. Vanaf 2015 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 70% in de kosten ontvangen door het indienen van een raadsbesluit. De vaste jaarlijkse bijdragen voor gemeenten die regelmatig met opsporing en ruiming te maken hebben, de zogenoemde ‘veelgebruikers’, komen te vervallen. Vanaf 2015 wordt de mogelijkheid voor het ontvangen van een suppletie-uitkering beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten. De mogelijkheid om op basis van toekomstige kosten een bijdrage te ontvangen vervalt. Als gevolg van deze wijzigingen komen de maatstaf nieuwbouwwoningen en de vaste bedragen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam in het kader van de bommenregeling met ingang van 2015 te vervallen. Verder zijn er de volgende aandachtspunten. Ingediende raadsbesluiten dienen vóór 1 april bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) te worden ingediend. Deze zullen dan in de meicirculaire van dat jaar worden toegekend. Verzoeken die na 1 april zijn ontvangen worden meegenomen in het daaropvolgende jaar.

Vanaf de Meicirculaire 2018 geldt de peildatum van 1 april, daarvoor was de peildatum 1 maart. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage volstaat de toezending van een gemeenteraadsbesluit waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. In de circulaire staat ‘Projectplannen of studies naar risico's e.d. worden niet in behandeling genomen’. Aldus het Ministerie moet dat zo worden gelezen dat bij een verzoek om een vergoeding alleen het raadsbesluit hoeft te worden gevoegd. Projectplannen en risicostudies hoeven dus niet te worden meegezonden en worden ook niet beoordeeld. Btw komt, net als onder het voormalige Bijdragebesluit, niet voor compensatie in aanmerking. In de opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief btw zijn. De gemaakte kosten dienen door de gemeente inzichtelijk te worden gemaakt in Iv3 via lastenfunctie 160 ‘opsporing en ruiming van conventionele explosieven’. Gebruik van deze functie is verplicht vanaf het verslagjaar 2011. De informatie wordt gebruikt bij het monitoren van de bommenregeling. De komende jaren zal worden bezien hoe de financiële omvang van de regeling zich ontwikkelt. Indien nodig zullen maatregelen worden overwogen, zoals een verlaging van het percentage.

Ook is de Raad voor de financiële verhoudingen om advies gevraagd over de vormgeving van de bommenregeling op de langere termijn. Wijziging per 2021 Op 16 december 2020 is de ‘Decembercirculaire gemeentefonds 2020’ door de Minister van BZK

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin wordt ook ingegaan op de zogenoemde Bommenregeling. De Bommenregeling blijft op hoofdlijn ongewijzigd, maar het vergoedingspercentage is verlaagd van 70% naar 68%. Voor vragen of nadere informatie betreffende de bommenregeling: postbus.gf@minbzk.nl Aanvragen voor een bijdrage bij voorkeur per e-mail via regelingen@minbzk.nl. Per post: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties FEZ/BBV Postbus 20011 2500 EA Den Haag

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 1. Beleidskaart Ontplofbare Oorlogsresten gemeente Woudenberg

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 2. Protocol spontaan aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten Mocht het geval zijn dat tijdens ontgravingswerkzaamheden een object aangetroffen wordt dat niet met gezond verstand is te identificeren als niet zijnde een munitieartikel, hanteer dan het volgende protocol: Bij het aantreffen van een vreemd object blijft het liggen (in de grond). Beroer het onbekende object (mogelijk munitie/ Ontplofbare Oorlogsresten) niet; Houd omstanders uit de buurt van het aangetroffen object; Zet de vindlocatie af met rood/wit lint; Waarschuw direct de (hoofd) uitvoerder, deze zal contact opnemen met de OOO-adviseur of de politie. Onthoudt altijd: BIJ TWIJFEL ALTIJD DE (HOOFD)UITVOERDER RAADPLEGEN De aannemer draagt zelf zorg voor dat al het personeel dat onder zijn verantwoording werkzaamheden uitvoert in of op het projectgebied wordt geïnstrueerd door het verantwoordelijke personeel.

BB20-074-BA-01

Beleidsadvies Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 3. Stroomschema toetsing Ontplofbare Oorlogsresten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1678/documents/35059