05 01 Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Voskuilerdijk 26 d.d. 7 februari 2024 (incl. begeleidende brie (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
legal partners
AANGETEKEND Aan de gemeenteraad de
van
gemeente Woudenberg
Parklaan 1 3931 KK WOUDENBERG
OOK
PER
info@woudenberg.nl
Utrecht
1:
7 februari 2024
Inzake
:
(geanonimiseerd) Maatsch
Onze referentie Uw referentie
:
D104730
1»
Ontwerpbestemmingsplan ‘Voskuilerdijk 26°
telefoon direct telefoon mobiel
Sniddelaar/Advies fax direct e-mail direct
(geanonimiseerd)
Geachte heer/mevrouw,
smede
haar maten desingn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) cliënten, maatschap vamMmmntnntnisinm en te wonende manmuniknkknianrmiakels (geanonimiseerd) gevestigd ( (geanonimiseerd)
Namens en
dien ik bij deze Ik verwijs
u
(tijdig) een zienswijze
kortheidshalve
naar
in tegen
het
ontwerpbestemmingsplan ‘Voskuilerdijk 26
.
bijgaand stuk.
(geanonimise rd) Bijlage(n):
zienswijze
Euclideslaan 114 3584 BR Utrecht
Postbus 516 3500 AM Utrecht
office@bosselaar.nl www.bosselaar.nl
legal partners
ZIENSWIJZE
Woudenberg
Gemeente
gemeenteraad
ta.v. de
Postbus 16 3930
EA
Woudenberg van
Maatschap
V (geanonimiseerd)
gevestigd
te
Woudenberg;
alsmede
haar maten
(geanonimiseerd) Advocaat-gemachtigde:
(geanonimiseerd) |
inzake
het
ontwerpbestemmingsplan ‘Voskuilerdijk 26’,
publicatiedatum 28 december 2023, bekendmakingsnummer 561010.
Als
gemachtigde
enkelvoud
(geanonimiseerd) n te duiden in mannelijk
Maatschap
(geanonimiseerd) pe van
haar maten,
d
(geanonimiseerd) eedt op
(geanonimiseerd) caat ten kantore van Bosselaar Strengers Legal Partners, kantoorhoudende te (3584 BR)
Utrecht
aan
de Euclideslaan
111
(postbus 516,
3500 AM
Utrecht).
Voornemen 1.
ontwerpbestemmingsplan Voskuilerdijk 26 (hierna: ‘het ontwerpbestemmingsplan’) heeft betrekking op het perceel aan de Voskuilerdijk 26 te Woudenberg. Momenteel bevindt zich daar een agrarische onderneming met een bedrijfswoning. Onderdeel van de agrarische onderneming is een mestvergistingsinstallatie. Het plan is nu om de agrarische onderneming te splitsen in een agrarisch deel en een industrieel deel. Zowel het agrarische deel als het industriële deel worden uitgebreid. Voor deze zienswijze is het bezwaar voornamelijk gericht op Het
het industriële deel
van
het
plan.
Planomschrijving 2.
mestvergistingsinstallatie aan de installatie heeft momenteel een verwerkingscapaciteit van
Zoals hiervoor al uiteengezet, bevindt zich
Voskuilerdijk 30.000 ton
26. Deze
per jaar.
De verwerkte mest,
een
restproducten
en
biomassa
zijn
voor
een
ongeveer
percentage
3
van
15%
afkomstig van
een
verkeersstroom
De
initiatiefnemer, tevens
onderneming zelf en 85% is afkomstig zes à zeven vrachtwagens per dag.
de
van
van
anderen.
vergunningaanvrager, beoogt met de plannen
een
Dit
zorgt voor
jaarlijkse
van deze verwerkingscapaciteit of voor de minder verwerking van capaciteit te gebruiken voor de verwerking van mest en 50% ‘co-producten’. Om deze verwerkingscapaciteit te bereiken, is de bouw van een extra vergistersilo noodzakelijk. Er wordt een nieuwe vergister van 4.926 m? en een na-opslag van 8.413 m3 gerealiseerd, met een maximale hoogte van 13 meter. Het doel is om meer externe mest te kunnen verwerken, wat naar verwachting zal leiden tot een gemiddeld dagelijks van
vrachtverkeer naar
4,
van
12 à 13
60.000 ton te realiseren. Het streven
vrachtwagens
voor
aan-
en
is om 50%
of meer
afvoer. Hiermee wordt het vrachtverkeer
verwachting verdubbeld.
agrarische bedrijfsvoering uitgebreid. De stallen worden vergroot. De pluimveestallen zijn momenteel 80 meter in lengte. Deze worden 143 meter in lengte. dieren wordt wel minder (van 44.900 naar 41.880). Ook wordt de
Hieronder
5.
zijn twee afbeelding ingevoegd
waarop de oude
situatie
en
Het aantal
nieuwe situatie te zien
zijn.
Huidige situatie Voskuilerdijk 26
1
Toelichting bij ontwerpbestemmingsplan,
par. 2.
Zienswijze
(geanonimiseerd)
2/17
renvooi
[en
Eel
nieuw beuwvlak t-agrarisch
Imestvergistngsinstaltatiel 128
Ten 0
|
EK
INPASSINGSPLAN
2708
Beoogde
Plan 6.
niet in
nieuwe
situatie,
lijn met vigerend
VOSKUILERDIJK
uit het
beleid
en
26, WOUDENBERG
EE:
j
__LAND30RG d
inpassingsplan
regels
bestemmingsplannen moeten bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening.? Hierbij gaat het om de belangen van een goede leefomgeving en een duurzame ruimtelijke ordening, waartoe vanuit verschillende beleidsterreinen kwaliteitseisen moeten worden vertaald naar concrete ruimtelijke situaties. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening moet ook Indien tussen bestemmingsplannen een naar alternatieve mogelijkheden worden gekeken. zodanige ruimtelijke samenhang bestaat met betrekking tot de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen, Alle
kan
7.
me r
at.
het
zo
zijn
dat de
gehanteerde planbegrenzing
in
strijd is met een goede ruimtelijke ordening.*
huidige bestemmingsplan (zie bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd’) geldt de volgende regel voor mestvergistingsinstallaties:> Onder het
“(…) ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf mestvergistingsinstallatie' beide mag een mestvergistingsinstallatie worden gerealiseerd, bestaande uit twee vergisters, -
met een
diameter
van
maximaal
21 meter en
een
inhoud
van
maximaal 2.500 m° per stuk,
2
Artikel 3.1 Wro ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:125 4 ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1544 5 Artikel 6.2.1 sub h Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd 3
(geanonimiseerd)
3/17
en
een
navergister, (…)'
met
een
diameter
van
maximaal
31
m
en
een
inhoud
van
maximaal
5.000 m°
8.
benoemd, is het plan nu om een nieuwe vergister te bouwen met bijna de dubbele inhoud en om een navergister te bouwen met 50% meer capaciteit. Het huidige bestemmingsplan blijft wel gelden voor de rest van het plangebied. Voor Van Ginkel is het onduidelijk waarom deze ruime afwijking van het huidige bestemmingsplan moet worden toegelaten ten behoeve van Voskuilerdijk 26. Het is onduidelijk wat voor ontwikkelingen zich hebben voorgedaan waardoor de ruimtelijke binding van Voskuilerdijk 26 met de rest van het plangebied (van het huidige Zoals eerder
bestemmingsplan)
is gewijzigd.
duidelijk maakt waarom de ruimtelijke binding van Voskuilerdijk 26 spontaan is gewijzigd ten opzichte van het plangebied zoals in het huidige bestemmingsplan is bepaald, lijkt dit ontwerpbestemmingsplan in strijd te zijn met de vereiste ‘goede ruimtelijke ordening’. Dit komt doordat het ontwerpbestemmingsplan erg afwijkt van de omgeving, terwijl er wel een ruimtelijke verbinding is met de rest van het plangebied van het huidige het feit dat het
Gezien
ontwerpbestemmingsplan
niet
bestemmingsplan. 10.
gelden als actueel en vigerend ruimtelijk beleid dat wat is vastgelegd in het huidige bestemmingsplan, onder meer ten aanzien van de openheid en de waarden van het landschap en de situering van functies in het buitengebied. Het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is daarmee flagrant in strijd en het desondanks planologisch mogelijk maken van deze industriële functie in het buitengebied ontbeert elke draagkrachtige motivering.
11
Gezien het
Daarnaast
voorgaande
wet bestuursrecht
Evidente
en
is het
het
ontwerpbestemmingsplan
in
strijd
met artikel 3:2
van
de
Algemene
motiveringsbeginsel.
privaatrechtelijke belemmering
sprake is van evidente privaatrechtelijke belemmeringen worden bestemmingsplannen niet vastgesteld. Een privaatrechtelijke belemmering is evident indien kan worden vastgesteld dat voor het gebruik van een bouwwerk de toestemming van een ander is vereist en die ander die toestemming niet geeft en niet hoeft te geven.
12. Indien
13.
er
(geanonimiseerd)
de
Voskuilerdijk.
Zo is ook
eigenaar een
van
vele
gronden langs de Voskuilerdijk
deel van de wegen
(geanonimiseerd) ieronder is een kaart bijgevoegd
hieronder
met
26. Het bovenste deel
midden) bevindt zich Voskuilerdijk perceelnummer A 863 is in bezit van (geanonimiseerd) door het perceel A 1357, ook dit is eigendom van
mr:
6
ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2599,
Zienswijze
(geanonimiseerd)
r.o.
bezit
een
stuk
van
de weg
Voskuilerdijk 26 in eigendom van groene pennenstreep is aangegeven zijn meer gronden in eigendom van V (geanonimiseerd) beperkt tot deze gronden. Onderaan (links van het die leiden
waarin
(geanonimiseerd) mn:
gronden eigendom zijn van maar voor de volgbaarheid wordt het welke
en
naar een
Voskuilerdijk met afsplitsende weg richting Voskuilerdijk 26 loopt van
de weg
(geanonimiseerd) mn
7.1. 4/17
u_j OD
‘Bedrijfsoverdracht / verdeling en voortzetting maatschap’ behorende tot (geanonimiseerd) de percelen A 863, 866 en 1357 gedeeltelijk belast met een zakelijk recht als bedoeld in artikel 5 lid 3 sub b van de Belemmering wet Privaatrecht ten behoeve van Stedin Netbeheer B.V. Ook rusten op een aantal gronden erfdienstbaarheden. de akte bij het uittreksel
14.
Volgens
15.
Op onder andere de percelen 863 en 1357 (de percelen waardoor wegen lopen richting Voskuilerdijk 26) rusten erfdienstbaarheden. Uit de akte van levering uit 1967 ten behoeve van Voskuilerdijk 26 blijkt dat op de weg die door perceel 1357 loopt een erfdienstbaarheid rust ten behoeve van Voskuilerdijk 26. Hierin staan de woorden ‘Blijkens voormelde titel van aankomst heeft het verkochte recht van uitweg naar de Voskuilerdijk over een weg ter breedte van ongeveer tien meter
16.
.
(…)'.
voorgaande blijkt dat er voor Voskuilerdijk 26 enkel een recht van erfdienstbaarheid rust op perceel 1357, op welke wijze de weg Voskuilerdijk kan worden bereikt. Er staat nergens een bepaling waarin wordt geregeld dat de eigenaren/gebruikers van Voskuilerdijk 26 gebruik mogen maken van het weggedeelte (van de weg ‘Voskuilerdijk") dat op het perceel van ligt of het andere deel van de Voskuilerdijk. Uit het
(geanonimiseerd) |
IA
(geanonimiseerd) | wil niet dat
zijn perceel gaat rijden. Aangezien in Nederland rechts wordt aangehouden op de weg, moet het toerijdend vrachtverkeer naar Voskuilerdijk 26 gebruik kunnen maken van zijn perceel. Daarnaast is de weg Voskuilerdijk niet zo breed dat, indien het vrachtverkeer wegrijdt van Voskuilerdijk 26 en de weg Voskuilerdijk gebruikt, het vrachtverkeer langs (geanonimiseerd) zijn perceel kan rijden (zie punt 58 e.v.). Het vrachtverkeer moet over het perceel er
zoveel vrachtverkeer
over
|
Zienswijze
(geanonimiseerd) D104730
5/17
van
(geanonimiseerd) gaan rijden. Dit betekent dat het vrachtverkeer afhankelijk is van het gebruik van de mn
weg die
ligt op
het
perceel
(geanonimiseerd)
van
mn
(geanonimiseerd) eigenaar is
18. Gezien het feit dat
van
het
perceel
waar
overheen
moet worden
gereden
en
mn
Voskuilerdijk 26, en dat (geanonimiseerd) zijn perceel gaat rijden, is er sprake van geen toestemming geeft niet kan worden een evident privaatrechtelijke belemmering waardoor het ontwerpbestemmingsplan vastgesteld. Indien de initiatiefnemer stelt dat hij gebruik gaat maken van een andere route voor het vrachtverkeer, dient dit in het bestemmingsplan te worden gewaarborgd. Anders kan niet in redelijkheid worden uitgesloten dat het vrachtverkeer illegaal gebruik gaat maken van het perceel er
geen erfdienstbaarheid
van
(geanonimiseerd)
19. De evidentie
gevestigd
op dit perceel ten behoeve dat er zoveel vrachtverkeer over
geldt ook wat te komen
om
van
rust
en
betreft het deel waarop wel een erfdienstbaarheid van weg zou zijn te gaan van en naar de Voskuilerdijk, aangezien deze erfdienstbaarheid
verkeersbewegingen
niet
toereikend is c.q. het
gebruik daarvan
door het toenemend
aantal
onredelijk
bezwarend
wordt verzwaard.
niet
omgevingsvisie provincie Utrecht en RES regio Amersfoort
Plan voldoet
de
aan
meer
omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een structuurvisie, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie stelt de hoofdzaken van het te voeren ruimtelijke beleid vast. Als het ontwikkelingen omvat, bevat het inzichten over hoe de beoogde ontwikkelingen worden verwezenlijkt. Een structuurvisie bindt de overheid zelf en niet de burgers. Indien een structuurvisie (lees: omgevingsvisie) is vastgesteld vormt deze visie voor het bestuur (in dit geval voor de gemeenteraad) het vertrekpunt voor de afweging bij elke concrete ruimtelijke beslissing en voor inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten (zoals het bestemmingsplan)” Enkel indien in lijn met de omgevingsvisie wordt gehandeld wordt de eenheid van het ruimtelijk beleid bewerkstelligd. Het geeft aan burgers, bedrijven en andere overheden inzicht in de gedragslijn van het vaststellende overheidsorgaan.
20. Als eerste
wijst BEN (geanonimiseerd) op de juridische
Indien wordt
afgeweken,
inachtneming 21.
In de
van
toelichting op
toelichting
NDA
WN
7 8
„
.
„
„
„
„
„
Stad
zorgvuldig gebeuren.
het
motiveringsbeginsel.®
meer
en
land
zijn
er
zeven
Dit moet
goed worden gemotiveerd,
dus met
omgevingsvisie die op provincie Utrecht (hierna: ‘omgevingsvisie Utrecht). Zoals in beleidsthema's en is de provincie in drie regio's gesplitst.
ontwerpbestemmingsplan
is vermeld
de
wordt
verwezen
naar
de
gezond;
Klimaatbestendig en waterrobuust; Duurzame energie; Vitale steden en dorpen; Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; Levend landschap, erfgoed en cultuur; Toekomstbestendige natuur en landbouw.
Kamerstukken Il 2002 Kamerstukken II 2002 m
het
van
moet dit
is vastgesteld door de
10 maart 2021 de
onder
status
—
—
2003, 28916, 2003, 28916,
nr. nr.
3, p. 12 3, par. 2.5.3
(geanonimiseerd) é
6/17
22.
(zie 2.2c) dat de provincie in 2050 CO2neutraal moet zijn. Voor de opwekking van elektriciteit en warmte wordt prioriteit gegeven aan duurzame energiebronnen zoals wind, zon, bodem en water, waarbij biomassa als laatste wordt en de voorwaarden overwogen. Voor een beter begrip van het achterliggende gedachtegoed waaronder het gebruik van biomassa wordt toegestaan, dienen andere documenten van de provincie en de Regionale Energiestrategie (hierna: 'RES') te worden geraadpleegd. In de
Omgevingsvisie provincie
Utrecht
is vastgelegd
plangebiedlocatie bevindt zich in de onderverdeling ‘Amersfoort’, aldus de omgevingsvisie van de provincie Utrecht. De gemeenten in deze regio werken samen in de regio Amersfoort. De regio maakt deel uit van het stedelijk netwerk Nederland en de Noordvleugel van de randstad. De Grebbelinie loopt van zuid naar noord in de regio Amersfoort. In deze regio bevinden zich zowel cultuurhistorische als natuurwaarden. De regio is erg gewild bij woningzoekenden. Tussen 2020 en 2040 moeten in deze regio tussen de 26.000 en 31.000 woningen worden gebouwd. Tevens is het energievraagstuk van belang. In de regio Amersfoort wil de provincie inzetten op slimme combinaties van functies en waar mogelijk concentratie. In het omgevingsbeleid worden hiervoor
23. De
kaders meegegeven. 24.
°
zijn. Er moet ruimte zijn voor duurzame energie. Daaronder wordt verstaan windenergie, zonne-energie, bio-energie, (diep) aardwarmte, augathermie, warmte-koudopslag, waterkracht en benutten van restwarmte. Voor energieopwekking De
provincie
Utrecht wil in 2050 CO2
neutraal
aangesloten bij de plannen in het kader van de RES. Voor deze planregio geldt RES Regio Amersfoort. Ook bestaat de ‘Regionale Structuur Warmte’. De provincie ziet in de verduurzaming ook een rol voor biomassa, maar onder strikte voorwaarden met betrekking tot herkomst, duurzaamheid, luchtkwaliteit en vestigingsplaats. Echter is de langetermijnvisie gericht op en
warmtebronnen
wordt
gaat uit naar regionale herkomst van de biomassa. De gebruikte biomassa moet duurzaam zijn, voldoen aan de criteria van de Better Biomassa certificering en aantoonbaar bijdragen aan COz2-emissiereductie over de gehele keten in vergelijking met fossiele energie. Energieopwekking door middel van verbranding en vergisting ziet de provincie Utrecht als een laagwaardige toepassing van biomassa, waar zij alleen laagwaardige reststromen voor in willen zetten die niet inzetbaar zijn als grondstof voor hoogwaardige toepassingen. Ook vindt de provincie Utrecht dat grootschalige biomassacentrales (installaties waarmee alleen bio-elektriciteit wordt opgewekt) niet passen bij het karakter van de provincie, dat gekenmerkt wordt door een hoge bevolkingsdichtheid, beperkte beschikbare ruimte en relatief veel kwetsbare natuurgebieden. Voor kleinschalige biomassacentrales waarin bijvoorbeeld mest, maaisel, GFT, schoon slib en houtachtige biomassa wordt benut, ziet de provincie Utrecht kansen op en nabij agrarische bouwpercelen en landgoederen. Dit moeten uitdrukkelijk niet al te grote het minimaliseren
van
de inzet
ervan.
De voorkeur
2021
vastgesteld.
installaties worden?
25. De
RES Amersfoort is op 17 mei
0,5Twh elektriciteit duurzaam van
het stroomverbruik
projecten 9 10
op te wekken. Om in Nederland. In de RES
dit doel bereikt kan worden.
Hierbij
De
dit in
RES
Amersfoort heeft als ambitie
perspectief te plaatsen;
dit is ongeveer
Amersfoort staat ook met behulp
wordt continu
aangehaald
dat het
om
van
gaat
in 2030
0,5%
welke
om
Omgevingsvisie provincie Utrecht, 10 maart 2021, par. 5.2 Omgevingsvisie provincie Utrecht, 10 maart 2021, par. 4.3
Zienswijze
(geanonimiseerd)
7/17
stroomopwekking
door
middel
van
zonenergie
en
windmolens“! De Regionale Structuur Warmte
(hierna: 'RSW') maakt onderdeel uit van de RES. Hierin is omschreven dat uit inventarisatie van de aanwezige en potentiële warmtebronnen is gebleken dat aquathermie en (ultradiepe) geothermie regionale potentie hebben. Het doel is om ook op het gebied van het warmtevraagstuk duurzaam te worden.!? In paragraaf 5.3.3 wordt ingegaan op het betrekken van biomassa om de beoogde doelen te bereiken. Uit deze paragraaf wordt duidelijk dat biomassa wordt gezien als een laatste mogelijkheid. Zo moeten er ook strikte voorwaarden zijn voor herkomst, duurzaamheid, luchtkwaliteit
en
vestigingsplaats.
De
langetermijnvisie
is om het
gebruik van
biomassa te
verbranding vergisten wordt gezien als een Energieopwekking door middel relatief laagwaardige toepassing van biomassa, waar alleen laagwaardige reststromen worden ingezet die niet inzetbaar zijn als grondstof voor hoogwaardige toepassingen. Vervolgens beschrijft de RES Amersfoort dat biogas tot 2050 noodzakelijk zal zijn voor de rioolzuiveringsinstallaties en van
minimaliseren.
dat het in de industrie
en
in monumentale
kernen
en
een
rol
van
betekenis kan
hebben.
De
RES
dat
gevestigd is biogas als een transitiemiddel. De Greef Agro Energy (het bedrijf de Voskuilerdijk 26) wordt benoemd als een van de lokale biogas producenten (1,6 miljoen
Amersfoort ziet aan
kuub jaarlijks).'9 provincie Utrecht een voortgangsdocument met betrekking tot RES Amersfoort gedeeld. Hieruit blijkt dat tot nu toe voor 16% van de 0,5Twh is gerealiseerd. De rest kan, volgens de provincie, worden behaald met 10 windturbines en 230 hectare zonne-energie.“ Biogas wordt niet benoemd. Dus is biogas in ieder geval niet nodig voor de stroomopwekking. 6 juni 2023 heeft de
26.
Op
27.
ontwerpbestemmingsplan wordt met betrekking tot provinciale regels te snel geconcludeerd dat het plan daaraan voldoet. Uit de hiervoor geschetste manier van denken door de provincie Utrecht en de RES Amersfoort komt een genuanceerder beeld naar voren over de bijdrage wordt enkel gezien als een van een vergistingsinstallatie aan de duurzaamheidsdoelen. Biomassa noodoplossing. De provincie en de RES zien biomassa alleen als overgangsmiddel. Het heeft geen toekomst in de provincie Utrecht. Op dit moment wordt op Voskuilerdijk 26 al 1,6 miljoen kuub biogas geproduceerd. Uit de toelichting blijkt niet waarom deze hoeveelheid onvoldoende is voor de constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening is overgangstermijn. V: gehouden met (duurzame toekomstige) uitvoerbaarheid van het plan. Ook is onduidelijk waarom deze ontwikkeling nodig is voor het energie- en warmtevraagstuk, aangezien de provincie en RES In de
toelichting op
het
(geanonimiseerd)
biomassa
enkel als
noodoplossing
zien.
ontwerpbestemmingsplan kan worden vastgesteld moet nader worden ingegaan op waarom nog meer biogas nodig is, terwijl het streven is om COz-uitstoot te verminderen en de vergisting van biomassa enkel als transitiemiddel wordt gezien. Er zijn in de regio al twee grote biomassacentrales gebouwd, of die worden op korte termijn gebouwd. Dit blijkt uit de RES. Het blijft onduidelijk waarom gezien het voorgaande alsnog nog meer biogas nodig is. Ook vereist de provincie dat de gebruikte biomassa gecertificeerd moet zijn, hierover wordt in het bestemmingsplan niks geregeld. Daarnaast moet de vergistingsinstallatie aantoonbaar bijdragen aan COz-
28. Voordat dit
emissiereductie. Dit is ook nergens in het
bestemmingsplan weergegeven
Regionale Energie Strategie, Regio Amersfoort 17 mei 2021, p. 10 Regionale Energie Strategie, Regio Amersfoort 17 mei 2021, p. 39 13 Regionale Energie Strategie, Regio Amersfoort 17 mei 2021, p. 44 # Statenbrief, ‘Voortgangsrapportages RES Amersfoort en Foodvalley',
of onderbouwd.
1!
2
6 juni 2023
(geanonimiseerd) D104730
8/17
29, Gezien
het bovenstaande
omgevingsvisie Algemene
en
de RES.
Daarmee
wet bestuursrecht
Onvoldoende
ontwerpbestemmingsplan
voldoet het
niet aan de vereisten uit de
ontwerpbestemmingsplan en het motiveringsbeginsel.
ruimtelijke scheiding
is het
milieubelastend
in
strijd
met artikel 3:2
bedrijf en milieugevoelige functie
toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is omschreven zijn er milieuzoneringen. Deze milieuzoneringen zorgen voor handhaving en behoud van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Bij milieuzonering is er voldoende scheiding tussen milieubelastende bedrijven en bijvoorbeeld woningen. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht daar ook uitdrukkelijk toe. Om het werk te vergemakkelijken heeft de VNG voor het aanhouden van de juiste afstanden het document ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Zoals in het ontwerpbestemmingsplan ook al wordt aangegeven, is dit een geaccepteerd richtsnoer.
30. Zoals
in de
31. In het hiervoor
milieuzonering zover
is
genoemde van
document
100 meter
(geanonimiseerd) EE:
eens
aan
Bedrijven en milieuzonering is inderdaad
te houden ten behoeve
met de
van
het richtsnoer
gevoelige functies,
zoals
om
wonen.
een
Tot
gevolgde stappen.
meetwijze is als volgt. Het gaat om de afstand tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.'5 Het gaat dus niet om waar de dichtstbijzijnde gevel van de woning aan de Voskuilerdijk 28 op dit moment staat, maar waar die volgens het bestemmingsplan mag staan. Uit het vigerende bestemmingsplan voor Voskuilerdijk 28 blijkt dat op het gehele bouwvlak één bedrijfswoning met bijbehorende aan- en uitbouw mag worden geplaatst! Dit betekent dat er gemeten moet worden vanaf de grens van het bouwvlak op het adres van Voskuilerdijk 28 tot aan de grens met bedrijfsactiviteiten bij Voskuilerdijk 26. De afstand bedraagt dan ongeveer 90 meter.
32. Echter wordt
er
een
meetfout
gemaakt.
De
voorgaande is niet de juiste afstand gebruikt en klopt de toelichting bij het bestemmingsplan niet. Daarmee is het onmogelijk om dit ontwerpbestemmingsplan in redelijkheid vast te stellen, omdat het in de huidige vorm en met de huidige inhoud en strekking onuitvoerbaar is. Dit levert strijd op met artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht en het is in strijd met het motiveringsbeginsel.
33. Gezien
het
Ontoereikende
onderbouwing geluid
34. Titel 5.2
de Wet milieubeheer
van
en
luchtkwaliteit
(hierna: Wm’)
bevat
in samenhang
met het Besluit NIBM
en
Regeling NIBM regels die in acht moeten worden genomen indien het vaststellen van een bestemmingsplan gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Uit artikel 5.16 lid 1 sub c Wm blijkt dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit onderzocht moet worden of het plan bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 van de Wm een grenswaarde is opgenomen. Artikel 5.16 lid 4 Wm jo. artikel 4 1s 16
ABRvS 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1021, ro. 5.3 Artikel 6.2.2. bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd'
Zienswij
(geanonimiseerd)
9/17
Besluit NIBM
waarbij aan
35.
een
leiden ertoe dat in
bijlage 3A Regeling NIBM categorieën van gevallen zijn benoemd bestemmingsplan in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt
het vaststellen
van
een
verslechtering
van
de luchtkwaliteit.17
zijn nodig om te kunnen onderbouwen dat bij het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan sprake is van een goede ruimtelijke ordening, als vereist in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.'® Artikel 5.16 Wm bevat het toetsingskader voor het aspect luchtkwaliteit. Er zijn verschillende mogelijkheden om de gevolgen voor de luchtkwaliteit te beoordelen. Eén daarvan is het aannemelijk maken dat het bestemmingsplan niet leidt tot een overschrijding van een in bijlage 2 bij de Wm opgenomen grenswaarde.{° Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) is het voldoende dat het planologisch nadeel uit een planvergelijking blijkt.20 De
onderzoeken
naar
geluid
en
luchtkwaliteit
toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt in paragraaf 4.1.3 en 4.1.4 ingegaan op het aspect geluid en luchtkwaliteit. In beide gevallen wordt, zonder nadere onderbouwing, gesteld dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van luchtvervuiling. Als onderbouwing wordt door de opstellers gesteld dat, indien uit de Regeling NIBM blijkt dat bij het bouwen van 1500 woningen sprake is van een ontwikkeling van ‘niet in betekenende mate bijdragen’, dit project ook niet in betekenende mate zal bijdragen. Dit is een regeling in bijlage 3a. Bijlage 3a is enkel van toepassing op kantoorlocaties en woningbouw.?! Bij het aspect geluid wordt gesteld dat er geen onderzoek nodig is omdat het plan niet voorziet in een nieuw geluidsgevoelig
36. In de
object. 37.
onderbouwing bij luchtkwaliteit is een onjuiste lezing van de wet. De Regeling NIBM bepaalt voor de inrichtingen die in bijlage 1A en 1B van de Regeling NIBM staan dat deze gelden als inrichtingen die ‘niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtvervuiling. Dit blijkt uit artikel 2 Regeling NIBM. Hierin staat niks over vergistingsinstallaties of vergelijkbare inrichtingen. Hiermee staat vast dat niet gekeken moet worden naar de Regeling NIBM. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan moest op zijn minst de huidige luchtvervuiling worden gemeten. Pas daarna had in redelijkheid kunnen worden beoordeeld of er sprake is van een activiteit waarmee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen die de wet vereist. Op deze manier kan niet aannemelijk worden gemaakt dat de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtvervuiling. De
luchtvervuiling optreedt. De activiteiten verdubbelen juist. Zo is er twee keer meer vrachtverkeer en wordt de vergisting verdubbeld. De verdubbeling had aanleiding moeten zijn om nader onderzoek te verrichten. Dit geldt ook voor geluid. Ook bij het aspect van
38. Het is juist
geluid
aannemelijk
wordt te snel
dat
er
wel
geconcludeerd
dat
er
niets zal veranderen.
Nota
bene:
dat is niet eens
onderzocht. Op deze wijze kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld, aangezien in ieder geval sprake is van strijdigheid met artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht en met het
motiveringsbeginsel. 7
ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3305, r.o. 19.1 ABRvS 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4385, r.o. 12.1 19 ABRVS 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4058, r.o. 49.1 (deze zaak heeft betrekking op een Tracébesluit. Dit maakt in dit geval niet uit, omdat het bestemmingsplan en Tracébesluit beiden zijn benoemd in artikel 5.16 lid 2 Wm. Daaruit blijkt dat de Wm in dit geval geen onderscheid maakt tussen regels die van toepassing zijn op het Tracébesluit en bestemmingsplan) 20 ABRvS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4475, r.o. 14.9 21 Artikel 4 Regeling NIBM 18
(geanonimiseerd)
Onjuiste mer-beoordeling 39.
bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden milieuaangewezen waarvoor een milieu-effectrapport nodig is. Artikel 2 lid 2 Besluit activiteiten als onderdeel D in de bijlage bij effectrapportage (hierna: ‘Besluit mer’) bepaalt dat deze Besluit mer staan. Onderdeel D categorie 18.2 bij het Besluit mer bepaalt dat indien een mestvergistingsinstallatie 100 ton per dag of meer kan verwerken, het mer-plichtig is.?? Daarnaast bepaalt onderdeel C categorie 18.4 dat bij het verbranden of chemisch behandelen van nietgevaarlijke afvalstoffen van meer dan 100 ton per dag een MER verplicht is. Artikel 7.2 lid 1 Wm
ontwerpbestemmingsplan goed te kunnen beoordelen moet ook de aanmeldnotitie beoordeling worden gepubliceerd. De MER-aanmeldnotitie is een stuk dat redelijkerwijs noodzakelijk kan zijn voor de beoordeling van het ontwerpbestemmingsplan.2
40. Om
41.
het
MER-
toelichting bij het bestemmingsplan wordt gesteld dat onderdeel D categorie 22.1 bij het Besluit mer van toepassing is.2 Dit is een onjuiste kwalificatie. Een mestvergistingsinstallatie heeft als doel om biogas te produceren, en niet elektriciteit, stoom of warm water. Het biogas kan weer voor die doeleinden gebruikt worden, maar de installatie zelf produceert niet een van die drie stoffen. Uit de hiervoor aangehaalde uitspraak blijkt ook dat een mestvergistingsinstallatie bij onderdeel D categorie 18.2 bij het Besluit mer hoort. In de
42. Daarnaast
zijn
mest
en
de beschreven
afvalstoffen worden door middel is van
een
van
co-producten chemische
een
chemische behandeling blijkt van bacteriën omgezet
behandeling omgezet
uit de manier waarop in gassen,
mest wordt door middel
biogas
behandeld
om
sprake
het chemisch
van
te kwalificeren als afvalstoffen. Deze
er
van
te maken?
behandelen
is bij
Daarmee niet
van
een
waarna
het
naar
gas. Dat
vergistingsinstallatie
vergisten
sprake
werkt. De
gassen worden
die ontstane van
er
mest
en
de
co-producten
gevaarlijke afvalstoffen.
ontwerpbestemmingsplan regelt dat de mestvergistingsinstallatie 60.000 ton mest en andere niet gevaarlijke afvalstoffen per jaar kan verwerken. Dit komt uit op verwerking van grofweg 164 ton mest en andere niet gevaarlijke afvalstoffen per dag. Daarmee is de grens van 100 ton per dag overschreden. Dit leidt ertoe dat de beoogde activiteit in het ontwerpbestemmingsplan mer-plichtig is en niet volstaan kan worden met een vormvrije mer.
43. Het
A4. Tevens
mist de
aanmeldnotitie van om
MER-beoordelingsnotitie
in de
m.e.r.-beoordeling’ geplaatst,
gepubliceerde maar
‘Dummy aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling’. de MER-aanmeldnotitie te publiceren.
stukken.
hierin staat niks.
Daarmee
Er is
een
‘bijlage 3
Er komt enkel
is ook niet voldaan
aan
een
de
tekst te staan
verplichting
10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494, r.o. 2.5 Rb Oost-Brabant 15 februari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:603, r.o. 4,4 24 Toelichting ontwerpbestemmingsplan Voskuilerdijk 26, par. 4.1.6 22
ABRvS
23
25
ABRvS
25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1494,
r.o.
(geanonimiseerd) ns
7,6 e.v.
11/17
45. Nu
is gekozen
ervoor
om
vormvrije
een
mer
op te stellen, is het
ontwerpbestemmingsplan
jo. Artikel 2 Besluit mer. Dit heeft weer tot gevolg dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. bestemmingsplan kan aldus niet worden vastgesteld.
in strijd
met artikel 7.2 Wm
Ontbreken
46.
als in het Activiteitenbesluit milieubeheer
geurtoets
(geanonimiseerd) oordeel dat nm: Het activiteitenbesluit bevat in afdeling 2.3 regels Evenals
uw
gemeente
is
er
artikel 2.7a
C. Hierin staan
op het terrein
het Activiteitenbesluit
van
worden
regels
over
het Activiteitenbesluit milieubeheer
van
(zoals de woning
47.
en
van
er
vergunningplicht rust op deze inrichting.
een
geur ten behoeve van de typen maximale toegelaten uitstoot van stoffen. Ook bevat voor
inrichtingen A, B
Het
lucht
regels
en
om
geurbelasting op kwetsbare objecten
beperken. Artikel 2.7a lid 2 (geanonimiseerd) te voorkomen dan wel teminst moet
milieubeheer regelt
de
aspecten
waar
op
zijn
rekening
mee
gehouden. toelichting bij het bestemmingsplan, noch uit de bijlagen bij het bestemmingsplan blijkt voorgenomen vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan rekening wordt gehouden
Noch uit de dat
bij de
prognoses kan niet het Activiteitenbesluit milieubeheer is voldaan. Er
met het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zonder onderzoeken worden
gesteld
is immers
48. Gezien van
het
een
dat
aan
de minimale vereisten
van
naar
waardes
en
grote verandering beoogd.
het bovenstaande
is het
ontwerpbestemmingsplan
ontwerpbestemmingsplan
is op deze
niet
wijze in strijd met
zorgvuldig opgesteld. Het vaststellen artikel 3:2 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Onvolledig
onderzoek
externe
veiligheid
gevaarlijke stoffen worden vervoerd via buizen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: ‘Bevb') van toepassing. In de Bevb zijn verspreid liggende woningen te kwalificeren als ‘beperkt kwetsbaar’? Artikel 2 Regeling externe veiligheid buisleidingen bepaalt welke soorten buisleidingen onder de reikwijdte van deze regelingen vallen. Een voorbeeld is buisleidingen voor brandbare stoffen die voldoen aan bepaalde afmetingen. Paragraaf 3 van het Bevb omvat de regels die gelden bij het vaststellen van een bestemmingsplan.
49. Indien
er
verplichte onderwerpen weer die in de toelichting op het bestemmingsplan moeten worden behandeld.?? Een aantal zijn: vermelden van beperking risico's in nabije toekomst, de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied van de buisleiding(en) die het groepsrisico (mede) veroorzaken om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld moet de regionale brandweer in de gelegenheid worden gesteld om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang
50. Het Bevb
26 27
geeft een
aantal
Artikel 1 lid 1 Bevb jo. Artikel 1 lid 1 sub b onder 2 Besluit externe Artikel 12 lid 1 Bevb
Zienswijze
(geanonimiseerd)
veiligheid inrichtingen 12/17
van
de
ramp of
een
zwaar
ongeval
en
over
de zelfredzaamheid
van
invloedgebied
personen in het
van
buisleiding(en).2
51. Van onder andere heeft op
een
deze
gebied
regels kan worden afgeweken
waarbinnen de letaliteit
personen
van
1) een bestemmingsplan betrekking binnen het invloedgebied minder dan
indien:
plaatsgebonden risico kleiner is dan 10-8 per jaar, of, 2) het groepsrisico of toename ervan met het bestemmingsplan niet hoger is dan 0,1 maal de waarde uit artikel 12 lid 1 sub b Bevb en de toename van het groepsrisico minder dan 10% is, zolang de waarden in artikel 12 lid 1 sub b Bevb niet worden overschreden? Afwijken van het advies van de 100%
of
bij toxische
het
brandweer valt hier niet onder.
regionale 52. Uit het
waarbij
stoffen
ontwerpbestemmingsplan blijkt niet op welke wijze
het
biogas gaat worden vervoerd en via biogas via buisleidingen gaat worden
welke routes dit gaat gebeuren. Het is aannemelijk dat het vervoerd. Indien dit zo is, mist het hiervoor geschetste veiligheidsonderzoek.
53.
Indien het
biogas
de weg wordt vervoerd,
over
in het aantal
is dit niet voldoende verwerkt c.q.
inzichtelijk
het vrachtverkeer. Ook dan is niet voldaan
verkeersbewegingen gemaakt de regels in het Besluit externe veiligheid transport. regelgeving, namelijk
„
van
gevaarlijke stoffen worden (hierna: ‘Bevf') van belang. Indien
er
55. Artikel 7 over
van
veiligheid transportroutes
verplicht dat in het bestemmingsplan de mogelijkheden worden opgenomen zich in veiligheid kunnen brengen indien zich op de desbetreffende weg,
of het binnenwater
opgenomen
is het Besluit externe
het Bevt
hoe personen
spoorweg
vervoerd
op welke
wijze
een
de
desbetreffende
weg, spoorweg artikel 7 Bevt moet het bestuur
ramp voordoet.
bestrijding
en
Ook moeten
beperking
van
of binnenwater kan worden van
de
de
mogelijkheden
de omvang
van
verwezenlijkt.
een
brengen.® Het is onduidelijk of de veiligheidsregio op de hoogte ontwerpbestemmingsplan en het externe veiligheidsonderzoek.
worden ramp
op de
Over het
veiligheidsregio in de gelegenheid worden
uit te
56.
de
aan
is gesteld
bepaalde in gesteld om advies
van
het
omgeving en langs de wegen waar eventueel een vrachtwagen met gas moet rijden, staan kwetsbare objecten zoals woningen. Ook moet de minister op de hoogte worden gesteld dat er vervoer van gevaarlijke stoffen zal plaatsvinden, waardoor waarschijnlijk het basisnet wordt In de
aangepast. 57.
Uit de
onderzoeksrapporten
onderzoek ten behoeve
28 29 %
Bevt.
de
toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt niet dat er een
de Bevt is verricht.
veiligheidsonderzoeken uit de Bevb Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het
58. Uit het bovenstaande en
van
en
blijkt dat
niet is voldaan
aan
de externe
Artikel
12 lid 2 Bevb Artikel 12 lid 3 Bevb Artikel 9 Bevt.
Zienswijze
(geanonimiseerd)
13/17
vaststellen
bestuursrecht
Onjuiste
feiten
het
van
en
ontwerpbestemmingsplan het motiveringsbeginsel.
bij archeologie,
cultuurhistorie
is in
en
strijd met
artikel 3:2
van
de
Algemene
wet
monumenten
bestemmingsplan wordt vastgesteld dienen de nodige aspecten te worden onderzocht, betrekking tot archeologie. Indien bij de vaststelling van het bestemmingsplan gegevens en onderzoeken worden gebruikt die ouder zijn dan twee jaar, worden deze gegevens en onderzoeken in beginsel geacht verouderd te zijn.®! Dit volgt ook uit het zorgvuldigheidsbeginsel.
59. Voordat
een
waaronder
60.
die met
zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden en bij het nemen van besluiten de nodige zorgvuldigheid in acht moeten nemen. Dit betekent dat zij gehouden zijn om alle relevante feiten en belangen zorgvuldig te onderzoeken en af te wegen Het
zorgvuldigheidsbeginsel verplicht bestuursorganen om de belangen van burgers te respecteren en met de inachtneming daarvan wordt gestreeft naar een % De omvang van de onderzoeksplicht rechtvaardige en evenwichtige afweging van deze belangen. de en aard is maatwerk. Het zorgvuldigheidsbeginsel bepaalt omvang van de ambtshalve onderzoeksplicht van het bestuursorgaan. In het algemeen geldt een actieve onderzoeksplicht. De onderzoeksplicht wordt begrensd door de inlichtingenplicht van de aanvrager ex artikel 4:2 lid 2 voordat
zij een
besluit
nemen.
Het
Awb.
toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, onder paragraaf 4.2, wordt de beoordeling rondom cultuurhistorische aspecten weergegeven. Hierin staan fouten. Zo wordt benoemd dat in 2022 de omgevingswet wordt ingevoerd, terwijl dit ontwerpbestemmingsplan pas in 2023 ter inzage is gelegd. Dit laat zien dat niet actuele standaardteksten zijn gebruikt. Hieruit blijkt dat in ieder geval bij het onderzoek naar archeologie, cultuurhistorie en monumenten onderzoeksgegevens zijn gebruikt van voor 2022. Dat betekent dat de gebruikte gegevens bij het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan ouder zijn dan twee jaar. Ook missen er objecten op het weergegeven kaartje, zoals de al bestaande mestbassins. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat bij de uitbreiding
61. In de
pluimveestallen niet dieper wordt gegraven dan 30cm. Hiervoor wordt echter geen enkele onderbouwing gegeven. Ook bevatten de regels bij het ontwerpbestemmingsplan geen belemmering om wel dieper dan 30cm te mogen graven. Artikel 8.1.1 (de algemene bouwregels voor de bestemming) van het ontwerpbestemmingsplan geeft zelfs aan dat de bouwdiepte tot 4 meter onder peil mag liggen. de
van
62.
Gelet op het bovenstaande is het aspect van ‘archeologie, cultuurhistorie en monumenten’ onvoldoende onderbouwd. Ook staat er foute informatie in, wat onzorgvuldig is. Dit geeft aanleiding
twijfelen aan de zorgvuldige totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan. De onderzoeksplicht is niet goed verricht. Daarmee is het ontwerpbestemmingsplan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien is de noodzakelijke bescherming juridisch niet deugdelijk om
te
geborgd.
31 %2 33
Artikel 3.1.1a Besluit omgevingsrecht Kamerstukken Il 1988 1989, 21221, nr. 3, p. 62-63 Conclusie A-G Snijders, ABRvS 5 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2590, —
Zienswijze
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
r.o.
8.2
—
8.3 14/17
Ecologie 63. De Wet natuurbescherming
(hierna: ‘Wnb') beoogt het beschermen
van
de natuur. Hoofdstuk 3 van
Artikel 3.1 lid 2 van de bepaalde soorten Wnb regelt dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels die door de Vogelrichtlijn worden beschermd te vernielen of te beschadigen of de nesten van vogels weg te nemen. Ook mogen de vogels niet opzettelijk worden gestoord indien dat invloed kan hebben op het voortbestaan ervan. De Vogelrichtlijn beschermt alle in de natuur voorkomende wilde vogels.° de Wnb
64.
In het
bevat
regels
hoofdstuk 5 het advies kunnen worden
65.
hoe
over
rapport ‘Quickscan
moeten worden
natuur
om
Voskuilerdijk
niet in het broedseizoen
beschadigd (hetgeen groot belang,
Deze conclusie is van
enkel buiten het broedseizoen mag weer
toe dat het
26 te
op
grond
van
Woudenberg’ staat op meerdere plekken in aan de slag te gaan, omdat dan vogelnesten de Wnb verboden is).
echter komt
nergens in het worden gebouwd. Dit levert
ontwerpbestemmingsplan
in
strijd
beschermd.
ontwerpbestemmingsplan terug dat
op met de Wnb. Dit leidt is met artikel 3:2 van de Algemene wet
strijd
er
bestuursrecht.
Stikstofberekeningen onjuist
en
onvolledig
ontwerpbestemmingsplan ten grondslag liggende stikstofberekeningen zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten, onvolledig en ondeugdelijk. De technische onderbouwing van deze stelling wordt op dit moment uitgewerkt en wordt zodra mogelijk nagestuurd.
66. De
aan
het
Verkeersveiligheid
in het
67.
van
Bij een
toename
onderbouwd verwerken
68.
35
verkeer moet
toegelicht
er een
verkeersonderzoek plaatsvinden. Daarmee
hoe het vrachtverkeer zal
rijden, of de wegen
kan
de toename
kunnen
of de verkeerssituatie veilig is.3
Zoals eerder is toegelicht zal het vrachtverkeer per dag verdubbelen. Indien het gastransport over de weg plaatsvindt, is dat niet opgenomen in de berekening van het vrachtverkeer. De wegen rondom
3
en
worden
geding
Voskuilerdijk 26 zijn erg smal.
Artikel 1 Richtlijn 2009/147/EG (vogelrichtlijn) ABRvS 2 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4076,
Voor de
r.o.
(geanonimiseerd)
beeldvorming
wordt hieronder de weg weergegeven.
7.1
15/17
69. Uit de bovenstaande
afbeelding blijkt duidelijk dat vrachtverkeer met
een
intensiteit van 12 à 13
vrachtwagens per dag zeer veel overlast zal veroorzaken. Ook zullen fietsende kinderen hierdoor groot gevaar lopen. De afslag naar de Voskuilerdijk 26 is rechts onderin op de afbeelding te zien, dit is een nog smallere weg. Onderstaand is een afbeelding daarvan opgenomen. Links onderin is de rode
pinpoint
de locatie
Voskuilerdijk 26.
van
ee
eN
onbegrijpelijk dat er geen verkeersonderzoek is gedaan voorafgaand aan het bespreken het ontwerpbestemmingsplan. Althans, dit blijkt niet uit het ontwerpbestemmingsplan. Uit een verkeersonderzoek zal blijken dat deze wegen verkeerstechnisch niet geschikt zijn om per dag
van
70. Het is
13
vrachtwagens
te laten
te verwerken.
van
ongelukken
Zienswijze
kennen
rijden. Ook zijn er geen uitwijkvakken bij
flinke overlast ondervinden toename
De wegen
van
geen ruimte de locatie van
al het vrachtverkeer. Tevens
het vrachtverkeer. Hoe
meer
twee
vrachtwagens
12 à
langs elkaar
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Hierdoor zal | WM om
lopen er rijden, vrachtwagens
fietsers hoe
meer
groter de
gevaar door de kans op
wordt.
(geanonimiseerd)
16/17
71. Gezien
verkeers(veiligheids)onderzoek en de toegelichte wegenstructuur niet in redelijkheid worden geoordeeld dat de wegen rondom Voskuilerdijk 26
het ontbreken
van
een
hierboven, kan geschikt zijn om per dag 12 à 13 vrachtwagens te verwerken. de Algemene wet bestuursrecht en het motiveringsbeginsel.
Dit levert
strijd
op met artikel 3:2
van
Conclusie
blijkt dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht en verschillende algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Er ontbreekt bijvoorbeeld een juiste milieueffectrapportage (MER), het voldoet niet aan provinciale regelgeving en er is afspraken in de Regionale Energiestrategie (RES), het houdt geen rekening met milieuzonering, geen adequaat onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit en geluidproductie, de ecologische onderbouwing is onjuist, en bij het onderzoek naar archeologie, cultuurhistorie en monumenten zijn onjuiste feiten gebruikt. Ook is er niet voldaan aan de regels over de externe veiligheidsonderzoeken. Ook is er geen dan wel onvoldoende onderzoek gedaan naar de verkeers(veiligheids)aspecten. Uit het voorgaande
Bovengenoemde aspecten
leiden
onvermijdelijk tot de conclusie
dat het
ontwerpbestemmingsplan
in
strijd is met een goede ruimtelijke ordening en met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Op basis hiervan kan het ontwerpbestemmingsplan niet worden
vastgesteld.
MET
VERZOEK
aan
uw
Raad
om
het
bestemmingsplan niet vast te stellen.
Utrecht, 7 februari 2024
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
17/17