CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04q. Moorsterweg 3 - Woudenberg_Regels.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken7.694 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Moorsterweg 3 - Woudenberg

Adviseur:

Adviesbureau Haver Droeze BNT Muurhuizen 165 3811 EG Amersfoort (033) 416 35 35 www.haverdroeze.nl Document informatie: Titel: bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg Rapporttype: Toelichting, regels IMRO-IDN: NL.IMRO.0351.BPMoorst3-OW01 Ontwerp: Vaststelling: Beknopte inhoud: Herziening van het bestemmingsplan Buitengebied voor de functieverandering van de bestemming Agrarisch naar Wonen.

2

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

4 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden - Landschaps-en natuurwaarden Water Wonen Waarde - Archeologie - 2

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

5 5 10

1 11 11 14 18 21

23 23 24 25

26 26 27

Bijlagen Bijlage 1

Verkavelingsschets

Adviesbureau Haver Droeze BNT

3

Regels

4

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg met identificatienummer NL.IMRO.0351.BPMoorst3-OW01 van de gemeente Woudenberg; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 de verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg bestaande uit het GMLbestand NL.IMRO.0351.BPMoorst3-OW01; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.7 aan-huis-gebonden beroep het door de bewoner van de woning, in diens woning, uit te oefenen dienstverlenend beroep, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden agrarisch bedrijf: 1.

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond en waarbij de productie (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; 5. paardenhouderij en paardenfokkerij; 6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond; b. niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen, permanente tunnels en plastic kassen daaronder begrepen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. intensieve veehouderij: een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; c.

overige teelten van gewassen of dieren, al dan niet in gebouwen; 1.9 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met een daarbij behorende bevestigingsconstructie;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

5

1.10 archeologisch deskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid; 1.11 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet beschikt; 1.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden; 1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14 bedrijf een onderneming gericht op het (bedrijfsmatig) produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen; 1.15 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet; 1.16 bestaand gebruik gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijbehorend bouwwerk (bijgebouwen/aan- en

uitbouwen/overkappingen) uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.20 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

6

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

1.26 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 dagrecreatie vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf; 1.28 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of een overkapping; 1.29 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen en huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.30 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.31 extensieve dagrecreatie niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie; 1.32 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33 gevellijn de als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn, waarin of waarachter de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gebouwd; 1.34 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat

noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal 2 personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; 1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en voor zover deze activiteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.37 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie; 1.38 landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake landschaps- en/of natuurwaarden;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

7

1.39 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur; 1.40 mantelzorg langdurende zorg die wordt geboden aan ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, door personen uit diens sociale omgeving, waarbij de zorgverlening de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, op vrijwillige, niet afdwingbare basis en buiten organisatorisch verband; 1.41 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna; 1.42 normaal agrarisch gebruik onder normaal agrarisch gebruik wordt onder andere verstaan:  ploegen (niet diepploegen);  woelen (verwijderen van verstoorde lagen);  zaaiklaar maken;  oogsten en rooien;  stoppel bewerkingen;  grasland woelen;  planten en poten van gewassen (niet van bomen en struiken); 1.43 opslag Opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze een bewerking ondergaan en/of zonder dat deze verhandeld worden; 1.44 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.45 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak,

waaronder begrepen een carport; 1.46 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.47 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 1.48 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.49 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.50 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

8

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

1.51 streekeigen producten al dan niet bewerkte agrarische producten, afkomstig van het eigen agrarische bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

9

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waarde deze het kleinst is. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. in geval van een vrijstaande (schotel) antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. in geval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: tussen het peil en de horizontale snijlijn van elk dakvlak met de daaronder gelegen buitenzijds van de gevels en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren. 2.6 de inhoud van een gebouw of bouwwerk: tussen het peil, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.8 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, stofkappen en andere onderdelen van technische installaties, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1m bedraagt. 2.9 vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN2580.

10

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven met uitzondering van fruitteelt, sierteelt, bollenteelt en paardenhouderijen; b. het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem; c. het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapsstructuur; en tevens voor: d. ter plaatse van de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden': de ontwikkeling en behoud van landschappelijke en ecologische elementen; alsmede voor: e. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; f. de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals, wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; g. beweiding door paarden waaronder recreatie en hobby paarden. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Buiten het bouwvlak a. buiten het bouwvlak mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf ten behoeve van extensieve dagrecreatie zoals zitbanken en routeborden, worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Buitenrijbaan Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.1, ten behoeve van het bouwen van een buitenrijbaan buiten het bouwvlak ten behoeve van het houden van paarden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond moet zijn dat de buitenrijbaan niet geheel of gedeeltelijk binnen het bouwvlak of, indien sprake is van een buitenrijbaan ten behoeve van en behorend bij een woning, niet binnen de bestemming Wonen kan worden gerealiseerd; b. een buitenrijbaan wordt gerealiseerd direct aansluitend aan het agrarische bouwvlak of op gronden grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning toegestaan en aanwezig is; c. de oppervlakte van een buitenrijbaan ten behoeve van een agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 1.200 m²; d. de oppervlakte van een buitenrijbaan ten behoeve van en behorend bij een woning en als onderdeel van een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 800 m²; e. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter; f. de maximale hoogte van lichtmasten bedraagt 8 meter; g. er wordt niet afgeweken voor een buitenrijbaan gelegen voor de voorgevellijn van de bebouwing; h. er wordt niet afgeweken binnen een afstand van 50 meter ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden; i.

voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

11

j.

k.

alvorens wordt afgeweken vragen burgemeester en wethouders advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige met betrekking tot de onder i vermelde voorwaarde en wordt voorzien in een privaatrechtelijke overeenkomst omtrent de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

3.4 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. detailhandel, anders dan het verkopen van streekeigen producten of ter plaatse geproduceerde producten met een oppervlakte van ten hoogste 150 m², is niet toegestaan; b. niet-agrarische bedrijfsmatige nevenactiviteiten zijn niet toegestaan; c. fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht alsmede pelsdierhouderijen, vis-, wormen- en madenkwekerijen zijn niet toegestaan; d. de opslag van goederen en materialen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het eigen bedrijf binnen het bouwvlak en achter de voorgevellijn van de bedrijfsgebouwen; e. teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend gedurende de periode van maart tot en met september toegestaan; f. het gebruik van afdekfolie buiten een bouwvlak is niet toegestaan; g. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; h. waterbassins zijn niet toegestaan; i. mestbassins, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; j. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; k.

het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; l. uitsluitend ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is beperkte verkoop van artikelen toegestaan. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; b. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 3.5.2 Uitzonderingsbepalingen Het verbod van lid 3.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen worden het normale agrarisch gebruik ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

3.5.3 Voorwaarden voor vergunningverlening Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 3.1 onder b, c en d genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 3.5.4 Advisering over omgevingsvergunning Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 3.5.3.

12

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

3.5.5 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 3.5.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

13

Artikel 4

Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven met uitzondering van fruitteelt, sierteelt, bollenteelt en paardenhouderijen; b. het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem; c. het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapsstructuur; d. het behoud, herstel en de ontwikkeling van de voorkomende natuurwaarden; alsmede voor: e. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; f. de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals, wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; g. beweiding door paarden waaronder recreatie en hobby paarden. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Buiten het bouwvlak a. buiten het bouwvlak mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijnde, ten behoeve van extensieve dagrecreatie zoals zitbanken en routeborden, worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Buitenrijbaan Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.1, ten behoeve van het bouwen van een buitenrijbaan buiten het bouwvlak ten behoeve van het houden van paarden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond moet zijn dat de buitenrijbaan niet geheel of gedeeltelijk binnen het bouwvlak of, indien sprake is van een buitenrijbaan ten behoeve van en behorend bij een woning, niet binnen de bestemming Wonen kan worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van een buitenrijbaan ten behoeve van een agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 1.200 m²; c. de oppervlakte van een buitenrijbaan ten behoeve van en behorend bij een woning en als onderdeel van een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 800 m²; d. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter; e. de maximale hoogte van lichtmasten bedraagt 8 meter; f. er wordt niet afgeweken voor een buitenrijbaan gelegen voor de voorgevellijn van de bebouwing; g. er wordt niet afgeweken binnen een afstand van 50 meter ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden; h. voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving; i. de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de landschapsstructuur en de voorkomende natuurwaarden; j.

alvorens wordt afgeweken vragen burgemeester en wethouders advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige met betrekking tot de onder i, j en k vermelde voorwaarden en wordt voorzien in een privaatrechtelijke overeenkomst omtrent de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; k. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 4.4 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

14

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

a. detailhandel, anders dan het verkopen van streekeigen producten of ter plaatse geproduceerde producten met een oppervlakte van ten hoogste 150 m², is niet toegestaan; b. niet-agrarische bedrijfsmatige nevenactiviteiten zijn niet toegestaan; c. fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht alsmede pelsdierhouderijen, vis-, wormen- en madenkwekerijen zijn niet toegestaan; d. de opslag van goederen en materialen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het eigen bedrijf binnen het bouwvlak en achter de voorgevellijn van de bedrijfsgebouwen; e. teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend gedurende de periode van maart tot en met september toegestaan; f. het gebruik van afdekfolie buiten een bouwvlak is niet toegestaan; g. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; h. waterbassins zijn niet toegestaan; i. mestbassins, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; j. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; k.

het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; l. uitsluitend ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is beperkte verkoop van artikelen toegestaan. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting, niet zijnde agrarische beplantingen; d. het aanleggen van drainage; e. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen; f. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverharding; g.

het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.5.2 Uitzonderingsbepalingen Het verbod van lid 4.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen worden de normale agrarische exploitatie ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

15

4.5.3 Voorwaarden voor vergunningverlening Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 4.1 onder b, c en d genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 4.5.4 Advisering over omgevingsvergunning Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 4.5.3. 4.5.5 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 4.5.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.

16

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen en waterpartijen; d. groenvoorzieningen; e. infiltratievoorzieningen; f. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 5 meter. 5.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

17

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, daaronder begrepen de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; alsmede voor: b. de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, paden, parkeervoorzieningen en groenelementen. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. per bouwvlak mag één woning, inclusief aan- en uitbouwen, worden gebouwd; b. de inhoud van de woning inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 600 m 3; c. de goothoogte van woningen bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter; d. in afwijking van het bepaalde onder a mogen bijgebouwen, overkappingen, erf - en terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tevens buiten het bouwvlak worden gebouwd; e. de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 80 m 2 per woning f. de voorgevel van de woning dient ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd; g. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend achter de gevellijn van de woning toegestaan; h. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter; i. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 3 meter; j.

de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen voor de voorgevellijn van de woning bedraagt 1 meter; k. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen achter de voorgevellijn van de woning bedraagt 2 meter. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Het vergroten van de inhoudsmaat van woningen Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder 6.2.1 onder b en d voor het vergroten van de inhoudsmaat van woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting mag maximaal 25% van de inhoud van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) op het moment van in werking treding van de herziening bedragen tot maximaal 800 m 3, inclusief aan- en uitbouwen; b. het ontwerp van de woning sluit goed aan bij het karakter van het buitengebied en de omgeving; c. de woning wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; d. het landschap wordt niet onevenredig aangetast; e. de maatvoeringseisen voor woningen worden in acht genomen; f. afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 6.3.2 Het realiseren van een buitenrijbaan Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 ten behoeve van het bouwen van een buitenrijbaan ten behoeve van het houden van paarden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van een buitenrijbaan bedraagt maximaal 800 m²; b. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter; c. de maximale hoogte van lichtmasten bedraagt 8 meter; d.

omgevingsvergunning wordt niet verleend voor een buitenrijbaan gelegen voor de voorgevellijn van de bebouwing; e. omgevingsvergunning wordt niet verleend binnen een afstand van 50 meter ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden;

18

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

f.

voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving; g. omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de landschapsstructuur en de voorkomende natuurwaarden; h. binnen een afstand van 50 meter van de door de provincie in de Verordening Ruimte vastgestelde begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur is het realiseren van een buitenrijbaan en het oprichten van lichtmasten slechts toegestaan als de wezenlijke ecologische kenmerken, waarden en potenties van de Ecologische Hoofdstructuur niet significant worden aangetast; i. alvorens omgevingsvergunning te verlenen vragen burgemeester en wethouders advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige met betrekking tot de onder f, g en h vermelde voorwaarden en wordt voorzien in een privaatrechtelijke overeenkomst omtrent de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; j. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt maximaal 50 m 2 van het vloeroppervlak van de betrokken woning inclusief de bijgebouwen; b. de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is uitsluitend toegestaan indien deze activiteit wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner; c. uitsluitend ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is beperkte verkoop van artikelen toegestaan; d. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van bed & breakfast per woning is niet toegestaan; e. bed & breakfast is niet toegestaan in een bijgebouw; f. opslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn is niet toegestaan; g. permanente of tijdelijke bewoning van bijgebouwen is niet toegestaan; h. het gebruiken van een bijgebouw bij de woning, ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; i. bewoning anders dan door één afzonderlijk huishouden is niet toegestaan; j.

het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; k. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 6.4.2 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik volgens de bestemming, zoals bedoeld in artikel 6.1, is alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen één jaar na het inwerking treden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen (ex artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) de gronden binnen de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden' zijn ingericht en vervolgens ingericht blijven overeenkomstig het inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 1. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze bestemming.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

19

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1 Mantelzorg Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder 6.4 onder h voor het bieden van mantelzorg in een bijgebouw of een tijdelijke unit, met in achtneming van het volgende: a. omgevingsvergunning wordt slechts verleend ter plaatse van een bouwperceel waarop krachtens het plan een woning is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is; b. omgevingsvegunning wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat; c. omgevingsvergunning wordt slechts verleend als een zorgindicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wordt overgelegd voor Awbz-zorg thuis; d. uit de indicatie van het CIZ moet blijken dat sprake is van mantelzorg voor minimaal zes maanden; e. de indicatie moet na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan zijn afgegeven voor minimaal zes maanden en geldig zijn op het moment van de aanvraag om bouwvergunning; f. de oppervlakte in gebruik voor mantelzorg bedraagt maximaal 80 m²; g. indien sprake is van een tijdelijke unit dient deze te voldoen aan de volgende voorwaarden: h. een tijdelijke unit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt; i.

de afstand van een tijdelijke unit tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2 meter; j. vergunningverlening leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; k. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg wordt geboden.

20

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Artikel 7

Waarde - Archeologie - 2

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd; b. het bepaalde in dit lid onder a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen en afwijken van het bepaalde in 7.2 onder b ten behoeve van het bouwen voor de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; b. niet is voldaan aan het bepaalde onder a: de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder b genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige. d. als uit het rapport onder b blijkt dat geen archeologische waarden aanwezig zijn. e. Aan de vergunning als bedoeld in 7.3 kunnen Burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

Adviesbureau Haver Droeze BNT

21

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' onder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 7.4.2 Uitzonderingsbepaling Het verbod van 7.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 100m² ; b.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 en/of lid 7.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 nodig is. 7.4.3 Voorwaarden voor vergunningverlening De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op: c. het behoud van archeologische resten in de bodem; d. het doen van opgravingen; e. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

22

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

23

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

9.1.1 Bouwen ondergrondse werken Voor het bouwen van beneden het maaiveld gelegen bouwwerken gelden, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2, de volgende bepalingen: a. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en onder een gebouw dat geheel boven het maaiveld is gelegen; b. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan tot 1 bouwlaag, de bouwdiepte bedraagt maximaal 4 meter onder peil; c. externe toegangen zijn gesitueerd in de achtergevel van het gebouw; 9.1.2 Afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. het bepaalde in 9.1 onder b en een grotere bouwdiepte toestaan waarbij de ondergrondse bouwdiepte maximaal 10m onder peil mag bedragen en mits de waterhuishouding hierdoor niet wordt verstoord; b. het bepaalde in 9.1 onder c en toestaan dat externe toegangen aan andere zijden van het gebouw worden gerealiseerd, met dien verstande dat dit niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek. 9.2 Bestaande afstanden en andere maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a.

indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten minste toelaatbaar worden gehouden; c. in het geval van heroprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien de heroprichting geschiedt op dezelfde plaats; d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in lid 11.1 niet van toepassing. 9.3 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b.

tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. 9.4 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De regels van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; e. de ruimte tussen bouwwerken.

24

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straaten bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen, mits geen bestemmingsgrenzen zijnde, worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; c. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%: d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter indien het niet mogelijk is gebruik te maken van een reeds bestaande mast, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2.

installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, anders dan de ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in lid 2.8 mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f. de minimale afstand van de weg voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits dit geen problemen oplevert voor de verkeersveiligheid.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

25

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig omgevingsvergunning verlenen om in afwijking van het bepaalde onder lid a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. het onder lid a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

26

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

27

28

bestemmingsplan Moorsterweg 3 - Woudenberg (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1697/documents/38381