04p. bijage 11 YMCA Kampeerterrein Woudenberg_Bijlage bij de toelichting_Bijlage 11 Nota vooroverleg.pdf
Tekst van het document
Memo
referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft
6 september 2022 Gertjan Leeuw 0470302.100 Bestemmingsplan YMCA Woudenberg Nota vooroverleg
Het voorontwerpbestemmingsplan YMCA Henschotermeer is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de vooroverlegpartners. Van de provincie Utrecht en de Veiligheidsregio is een reactie ontvangen. Provincie Utrecht De provincie heeft samengevat de volgende reacties: Algemeen 1. Bij het Henschotermeer wordt een nieuw gebouw opgericht, wat een toevoeging van rood (verstedelijking) is. De provincie wenst een onderbouwing om af te wijken van het verstedelijkingsverbod op basis van de Interim omgevingsverordening. Natuur 2. Er moet worden ingegaan op de meerwaardebenadering (6.3, lig b van de Interim omgevingsverordening) 3. Verzoek om nader in te gaan op wat er gaat gebeuren met de vertreklocatie en wat de ecologische visie hiervoor is. 4. De toename van (half) verharding nader toelichten in het plan. Mobiliteit 5. De hoofdontsluiting op de N224 wordt als hoofdontsluiting aangemerkt. De provincie vraagt deze alleen voor calamiteiten te gebruiken en aan te sluiten op De Heygraeff. Deze weg is in de zomer wel overbelast, maar de provincie is voornemens dit in 2023 aan te pakken. De bijdrage van de YMCA is hierbij niet maatgevend. 6. De N224 is al overbelast. Een toevoeging van de YMCA zal naar verwachting geen maatgevende toevoeging van de N224 veroorzaken.
Stilstaand en afslaand verkeer op de ontsluiting kan tot hinder oponthoud en gevaarlijke situaties leiden. 7. Er wordt ook gesproken van een ontsluiting op de Amersfoortseweg die parallel loopt aan de N227. Dit is voor de provincie geen optie. Beantwoording Ad 1. Op dit punt wordt nader ingegaan in paragraaf 3.2 provinciaal beleid. Ad 2, 3 en 4 Hiervoor is een overleg geweest met de provincie en de gemeente. Na deze afstemming heeft Gras advies een uitgebreide onderbouwing van de meerwaardebenadering en de ecologische visie opgesteld voor beide locaties. Deze is toegevoegd aan de toelichting onder 3.2 en de visie is bij het bestemmingsplan gevoegd. Ad 5 tot 7 De ontsluiting van het NCC die eerder op hetzelfde terrein gevestigd is ging over dezelfde weg als nu het YMCA terrein. Er is onderzocht of er een ontsluiting via De Heygraeff mogelijk was, het bleek niet mogelijk om de vaste Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 3
datum 6 september 2022 projectnummer 0470302.100 betreft Nota vooroverleg
ontsluiting via deze weg te laten verlopen, wel kan deze in geval van nood als calamiteitenontsluiting. In overleg met de provincie is gekomen tot een passende aansluiting op de N224. Er wordt geen ontsluiting op de N227 voorzien. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht heeft de volgende adviezen: 1. De gevolgen van dit plan te bezien in het licht van het onderzoek door de VRU en de gemeente Woudenberg en Utrechtse Heuvelrug ten aanzien van de ontruimingsmogelijkheden van het gebied rond het Henschotermeer. Dit in verband met de uitbreiding van het aantal personen door dit plan in het gebied. De volgende punten zijn daarbij van belang: • De gevolgen van het vergroten van het aantal personen in het gebied rond het Henschotermeer door dit planvoornemen ook te beschouwen in het geval van een gebiedsontruiming naar aanleiding van een natuurbrand. Hiervoor moet het totaal aantal personen (200 tot 300 kinderen met begeleiders en personeel) worden gebruikt. • Te onderzoeken welke extra voorzieningen er getroffen kunnen worden om de ontruimingsmogelijkheden van het gebied te verbeteren en de hulpdiensten betere mogelijkheden te geven om de incidenten zo snel en goed als mogelijk te kunnen bestrijden. 2.
In overleg te treden met de Gasunie en de beheerder van de grond aan weerszijde van de hogedruk gasleiding om werkzaamheden aan en rond de leiding alleen uit te voeren in perioden van minimale bezetting van het recreatiegebied. 3. Het plangebied ten aanzien van brandveiligheid in te richten aan de hand van: - het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige - plaatsen (BGBOP), - het Bouwbesluit en - de handreiking ‘Toolbox Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbestrijding’ van Brandweer Nederland. 4. Door maatregelen te treffen op het kampeerterrein zelf de risico’s van het ontstaan en verdere uitbreiding van een natuurbrand verminderen. Hierbij is te denken aan: - het toepassen van bepaalde type vegetatie die minder bijdraagt aan het risico van een natuurbrand, - strikte gedragsmaatregelen op de camping met betrekking het gebruik van open vuur en - extra voorzieningen om een beginnende brand te blussen. 5. Voor het vergroten van de zelfredzaamheid moet de bedrijfshulporganisatie(BHV) de scenario’s natuurbrand, BLEVE en fakkelbrand opnemen in het RI&E. Door het uitvoeren van de scenarioanalyses kan men de benodigde maatregelen (bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch) bepalen, en deze maatregelen op nemen in het bedrijfsnoodplan, en die middels oefeningen terug te laten komen.
Voor het plangebied is van daaruit het volgende relevante scenario met gevaarlijke stoffen aanwezig: 6.
N wegen Het plangebied ligt in het invloedsgebied van twee routes waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Dit zijn de Zeisterweg (N224) en de Amersfoortseweg (N227) die direct langs het plangebied lopen. Over beide wegen worden brandbare vloeistoffen (benzine e.d.) en gassen (LPG) getransporteerd. In artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is bepaald wanneer een verantwoording van het groepsrisico vereist is. Uit de gegevens vanuit de provincie Utrecht blijkt dat hier de 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt gehaald. Daardoor is enkel een beperkte verantwoording volgens artikel 7 op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden tot bevordering van de zelfredzaamheid.
7.
buisleiding Op ca. 550 meter ten westen van het plangebied ligt de hogedruk gasbuisleiding A-510 (36 inch, 66 bar). De 1% letaliteitscontour ligt op 430 meter. Een ongeval
blad 2 van 3
datum 6 september 2022 projectnummer 0470302.100 betreft Nota vooroverleg
met de leiding kan wel tot gewonden op het plangebied leiden, waarvoor maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid en vermindering van het risico getroffen kunnen worden. -
-
BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion): Bij een ongeval met een tankwagen met LPG kan door het exploderen van het vrijgekomen gas een vuurbal en drukgolf ontstaan. Dit kan direct na het ongeval gebeuren door het openscheuren van de tank. Gebeurt dit door het opwarmen van de tank door een brand, dan kan de explosie pas na enige tijd tot wel 1 tot 1,5 uur optreden. Het effectgebied van de vuurbal is circa 350 meter. Onderdelen van de tanks kunnen tot zeker 500 meter afstand neerkomen. Fakkelbrand: Bij bijvoorbeeld graafwerkzaamheden is het mogelijk dat er een breuk in de leiding ontstaat. De kans van spontaan optreden van een dergelijk scenario is heel erg klein. Hierdoor ontstaat een brandende fakkel van in eerste instantie circa 350 meter hoog. Na ongeveer 20 seconde blijft deze stabiel op 175 meter, totdat de gastoevoer door de Gasunie is afgesloten. Het effectgebied waarbinnen men in de buitenlucht nog 1e graads brandwonden kan oplopen is in de eerste fase 700 meter. Die afstand is in de stabiele fase 500 meter.
Beantwoording De meeste van bovenstaande adviezen worden door de exploitant ter harte genomen en verwerkt in de uitvoering van de plannen, maar hebben niet direct gevolgen voor inhoud van het bestemmingsplan. De inhoudelijke verantwoording van de punten zoals de verantwoording van de verschillende scenario’s die kunne optreden zijn verwerkt in paragraaf 4.5 Externe veiligheid.
blad 3 van 3