CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04n. Moorsterweg 3 - Woudenberg_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken3.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONDERWERP: PROJECT: DATUM: VAN:

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE MER-BEOORDELING WOUDENBERG – MOORSTERWEG 3 15 DECEMBER 2021 ADVIESBUREAU HAVER DROEZE – ANITA VAN BOMMEL

1. Inleiding Op het perceel Moorsterweg 3 in Woudenberg (Klein Donkelaar) was tot enkele jaren geleden een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt en de vrijgekomen agrarische gronden (circa 25ha) zullen opnieuw worden verpacht. Daarnaast is het de wens om de agrarische bestemming van het bouwvlak te wijzigen in een woonbestemming en daarbij op basis van maatwerk twee nieuwe woningen op het erf terug te bouwen. Om de bouw van twee nieuwe woningen te legitimeren, wordt in het kader van de ruimtevoor-ruimte regeling de - niet karakteristieke - vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt (ca. 1.477m2). Daarnaast wordt de kwaliteit van het landschap verbeterd door herstel van de historische landschappelijke kenmerken en structuren.

Afbeelding 1: Ligging plangebied Bron: www.topotijdreis.nl

1 van 12 Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 - Woudenberg

2. MER-beoordelingsplicht De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een woningbouwproject is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (circa 80 woningen) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2000 woningen of 100 ha). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r.

van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een aanmeldingsnotitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van twee nieuwe woningen en het omzetten van een bedrijfswoning in een burgerwoning. Ondanks dat de ontwikkeling naar aard en omvang beperkt is, is sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling blijft onder de drempel van de m.e.r.-plicht. Er is wel sprake van een informele m.e.r.-beoordeling. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Procedure De voorliggende aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij....'.

De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. De plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. De kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

2 van 12

Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningsaanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden:  door de initiatiefnemer moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;  het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerpbesluit;  het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen;  het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Moorsterweg 3 - Woudenberg’. Deze aanmeldnotitie is ook als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. 3. De kenmerken van het project Beschrijving van het project Het agrarische bedrijf of het perceel wordt beëindigd, de – niet karakteristieke – agrarische opstallen worden gesloopt. De bedrijfswoning wordt een burgerwoning en er worden twee nieuwe woningen gerealiseerd.

De ruimtelijke kwaliteit in het gebied verbetert en de oorspronkelijke landschappelijke structuren worden hersteld. Zie afbeelding 2 voor de inrichtingstekening.

Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

3 van 12

Afbeelding 2: Inrichtingsschets Moorsterweg 3 in Woudenberg Bron: Adviesbureau Haver Droeze

Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

4 van 12

4. De plaats van het project Het perceel Moorsterweg 3 ligt ten noordoosten van Woudenberg en ten noorden van Scherpenzeel (zie afbeeldingen 1 en 3). De percelen zijn kadastraal bekend gemeente Woudenberg, sectie A, nummers 1082, 1325, 1326, 1327, 1331 en 1332.

Afbeelding 3: Luchtfoto Moorsterweg 3 in Woudenberg Bron: www.topotijdreis.nl 5. De kenmerken van de potentiële effecten De voorgenomen ontwikkeling kan invloed hebben op het milieu. In dit onderdeel zijn de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling beschouwd. Archeologie Voor het bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Vestigia, Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg, Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek, 23 september 2021). Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting kan op basis van een bureauonderzoek worden bevestigd. De mogelijke archeologische sporen en vindplaatsen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jagerverzamelaars uit het LaatPaleolithicum/Neolithicum tot nederzettingsterreinen en sporen van landgebruik/verkaveling uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

5 van 12

Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze resten kunnen worden aangetroffen op de overgang tussen het cultuurdek en de natuurlijke ondergrond. Bij aanwezigheid van een bodem komen deze sporen voor onder de E-horizont; bij het voorkomen van een C-horizont direct onder het cultuurdek. Op basis van de historisch kaart- en bronnenmateriaal is er reeds vóór 1450 sprake van bewoning binnen het plangebied: boerderij Klein Donkelaar. Er bestaat dus een kans op het aantreffen van (bij)gebouwen, sporen en objecten van agrarische en bewoningsactiviteiten van Klein Donkelaar. Op basis van de Kadasterkaart 1811-1832 en de opeenvolgende topografische kaarten zijn er echter geen aanwijzingen voor historische bebouwing binnen de twee nieuwe bouwvlakken, met uitzondering van de huidige bebouwing binnen het plangebied aan de zuidzijde. Vanwege de hoge archeologische verwachting wordt geadviseerd een inventariserend veldonderzoek ter plaatse van de bouwvlakken van de nieuwe woningen uit te voeren. De rest van het plangebied (ca. 25 ha) hoeft niet onderzocht te worden, maar behoudt daarmee wel de bestaande dubbelbestemmingen Waarde Archeologie.

Op basis van de bevindingen uit het inventariserend veldonderzoek (Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg, Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, 29 oktober 2021) kan de archeologische verwachting binnen het plangebied worden bijgesteld naar laag. De kans dat met de geplande werkzaamheden een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad moet als klein worden ingeschat. Vestigia adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bedrijven en milieuzonering Algemene bedrijvigheid Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven) en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). De VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Met milieuzonering kan ervoor worden gezorgd dat nieuwe bedrijven op een verantwoorde afstand van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd en vice versa.

Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

6 van 12

Agrarische bedrijven De regelgeving met betrekking tot geurhinder en veehouderijbedrijven is opgenomen in de Wet Geurhinder en Veehouderij (Wgv). De Wgv maakt onderscheid tussen dieren mét en dieren zonder geuremissiefactor. De beoordeling of sprake is van geurhinder voor deze dieren bestaat bij geurgevoelige objecten (zoals woningen) voor dieren zonder geuremissiefactor uit een toetsing aan de voorgeschreven minimum afstanden. Voor dieren zonder geuremissiefactor bedraagt de minimaal in acht te nemen afstand tussen een geurgevoelig object en het emissiepunt (buitenzijde stal of uiterste grens van het bouwvlak) buiten de bebouwde kom 50m. Toets De voorgenomen ontwikkeling betreft een hindergevoelige functie. Zodoende is beoordeeld of voor de woningen geen hinder van omliggende functies valt te verwachten en andersom of deze functies niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de ontwikkeling. Voor agrarische bedrijven kan voldaan worden aan de 'vaste afstanden' uit de Wet Geurhinder en veehouderij (50m), omdat het dichtsbijzijnde bedrijf op ruim 260m ligt. In de omgeving van het plangebied liggen geen overige bedrijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bodem Er is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (Greenhouse, Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Moorsterweg 3 te Woudenberg, 7 september 2021). Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit ter plaatse zodat rekening kan worden gehouden met de eventueel aanwezige bodemverontreinigingen. Uit het onderzoek blijkt dat in twee bovengrondmonsters licht verhoogde gehalten aan PAK zijn aangetoond. In de overige bovengrondmonsters, en de ondergrondmonsters zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetoond ten opzichte van de desbetreffende achtergrondwaarden. Een deel van de grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De overige grond is getoetst als Achtergrondwaarde, en is dus altijd toepasbaar. Deze resultaten zijn indicatief. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties barium, nikkel en zink gemeten. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het terrein is geschikt voor het voorgenomen gebruik. Uit de analyseresultaten van asbest in grond blijkt dat ter plaatse van één druppelzone 230 mg asbest per kg d.s. is aangetoond. In alle overige grondmonsters is asbest aangetoond boven de detectiegrens met een minimum van 0,3 en maximum van 28 mg/kg d.s..

Aangezien het criterium voor het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (50 mg/kg d.s.) in de grond en in drie van de vier druppelzones niet wordt overschreden is het uitvoeren van een nader asbestonderzoek op deze locaties niet noodzakelijk. Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

7 van 12

In één druppelzone is 230 mg asbest per kg d.s. aangetoond wat een ruime overschrijding is van de interventiewaarde van asbest in grond (100 mg/kg d.s.). Aangezien het een lineaire bron betreft is de ruimtelijke verspreiding van de verontreiniging eenvoudig af te leiden en is een nader onderzoek voor het bepalen van de omvang niet noodzakelijk. De asbestverontreiniging dient te worden gesaneerd middels een BUS-melding. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ecologie Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en op ruime afstand van Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Veluwe' en ligt op ruim 10 kilometer. Gelet op de zeer grote afstand kan worden aangenomen dat het plan geen negatieve effecten heeft op Natura 2000. In aanvulling op het voorgaande is van belang dat de bouw en het gebruik van de woningen uitstoot van stikstof tot gevolg hebben, met name vanwege de inzet van bouwmaterieel en de extra verkeersbewegingen in de gebruiksfase. Een relevante toename van stikstofdepositie c.q. negatief effect op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden is daarom niet op voorhand uit te sluiten. Er is een stikstofberekening uitgevoerd (Bureau Haver Droeze, Onderzoek stikstofdepositie, 21 juni 2021).

Hieruit blijkt dat kan worden aangesloten bij de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht die is opgenomen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn). De reikwijdte van de partiële vrijstelling omvat de werkzaamheden die voorzien zijn in dit project. Voor de aanlegfase kan een berekening van de stikstofdepositie achterwege blijven. Voor de gebruiksfase is relevant dat de nieuwe woningen niet zullen worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) die tijdens de gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Het beoogde plan zorgt niet voor een significante toename in stikstofdepositie en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. In het kader van de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet Natuurbescherming is een quickscan ecologie uitgevoerd naar de aanwezigheid en de effecten van het plan voor beschermde soorten (Van Bommel Faunawerk, Quickscan Flora en fauna, Moorsterweg 3, Woudenberg, 15 april 2019). Uit deze quickscan blijkt dat gezien de aard van de te slopen kapschuur en stallen, die op meerdere plaatsen toegankelijk zijn voor vleermuizen, algemene soorten vleermuizen zoals laagvlieger en gewone dwergvleermuis de gebouwen kunnen gebruiken als verblijfplaats.

Daarom is nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd (Van Bommel Faunawerk, Nader onderzoek vleermuizen, Moorsterweg 3 Woudenberg, 29 januari 2019). Hieruit blijkt dat de te slopen opstallen en hun directe omgeving een zekere betekenis hebben als foerageergebied voor vleermuizen. Maar die betekenis is niet zodanig groot dat de ruimtelijke ontwikkeling door aantasting van foerageergebied een risico is voor het voortbestaan van vleermuispopulaties.

Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

8 van 12

De te slopen opstallen hebben geen functie als vliegroute of als verblijfplaats van vleermuizen. Het is niet noodzakelijk om vanwege vleermuizen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Externe veiligheid Voor bestemmingsplannen is wet- en regelgeving over veiligheidsrisico's aan de orde. Dit kunnen risico's zijn die zware bedrijven kunnen veroorzaken, maar ook door transport van gevaarlijke stoffen (over weg, spoor en water en door buisleidingen). Kwetsbare bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, moeten voldoende afstand houden tot dergelijke bedrijven en transportroutes. Ook kunnen er beperkingen aan de bebouwingsdichtheid gewenst zijn. De normen en richtlijnen voor risico's komen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de risicokaart (zie afbeelding 4) is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en om het plangebied.

Afbeelding 4: Risicokaart Bron: www.risicokaart.nl In de omgeving liggen diverse diverse boerderijen die een propaantank of vulpunt hebben waar een risicocontour bij hoort van 20, 40 of 50m. Het plangebied bevindt zich ruim buiten deze afstanden, waardoor er geen risico is voor de woningen in het plangebied. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen die uitvoering van de plannen in de weg staat. Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

9 van 12

Geluid In het kader van dit bestemmingsplan is het aspect wegverkeerslawaai van toepassing. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de wegen Moorsterweg en Dashorsterweg. Voor de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Kragten, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, woningbouwplan Moorsterweg 3 te Woudenberg, 19 mei 2021). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer ten hoogste 44 dB (incl. aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) bedraagt. De voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd voor alle woningen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Bij woningbouw gaat het dan om locaties met niet meer dan 500 woningen. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig (3 woningen), dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen.

Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. In dit geval is geen sprake van een plan waar een gevoelige bestemming in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk wordt gemaakt. Toetsing aan dit besluit hoeft niet plaats te vinden. Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

10 van 12

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt hierna kort ingegaan op de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in het plangebied, in relatie tot de geldende grenswaarden. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2019, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide/NO2 (14 µg/m3) en fijn stof / PM10 (20 µg/m3) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 bevinden. De concentratie zeer fijn stof / PM2,5 (11 µg/m3) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3. Aan de grenswaarden wordt in het plangebied ruimschoots voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Niet gesprongen explosieven In de gemeente Woudenberg hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende oorlogshandelingen plaatsgehad. Het merendeel van deze oorlogshandelingen vond plaats rond het spoortracé Utrecht-Arnhem en het voormalig spoortracé Amersfoort-Kesteren, waar in de periode september 1944 tot april 1945 enkele tientallen luchtaanvallen door geallieerde jachtbommenwerpers zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn ten behoeve van de Nederlandse defensie verschillende onderdelen van de Grebbelinie binnen de gemeente aangelegd.

In het najaar van 1944 zijn enkele delen van de Grebbelinie aangevuld of aangepast in het kader van de aanleg van de Duitse Pantherstellung. Als gevolg van deze en andere gebeurtenissen is op verschillende locaties binnen de gemeente Woudenberg sprake van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In opdracht van de gemeente Woudenberg wordt een gemeentebreed vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (conflictperiode 1939-1945) uitgevoerd. Het vooronderzoek is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad, maar op basis van de conceptstukken kan worden geconcludeerd dat de locatie is aangemerkt als 'laag risico aantreffen ontplofbare oorlogsresten'. Het aspect Niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Water Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.

Het watertoetsproces voor het perceel Moorsterweg 3 is op 3 juni 2021 digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Het Waterschap Vallei en Veluwe is via deze weg van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Op 30 juni 2021 heeft een locatiebezoek met het waterschap plaatsgevonden. Met het locatiebezoek werd beoogd helder te krijgen wat het doel is van de natuurvriendelijke oever van de Nattegatsloot, welk beheer bij dat doel past en wie dat beheer gaat uitvoeren. Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

11 van 12

6. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project, kan worden geconcludeerd dat functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen, met realisatie van twee extra woningen en landschappelijke en natuurmaatregelen geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie m.e.r. Moorsterweg 3 Woudenberg

12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1697/documents/38378