CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04h. Klein Moorst 3 en 5 - Woudenberg_Toelichting_Bijlage 8 Aanmeldnotitie m.e.r.pdf

Raadscommissie 6 september 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Vaststellen bestemmingsplan Klein Moorst 3-53.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONDERWERP: PROJECT: DATUM: VAN:

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE MER-BEOORDELING WOUDENBERG – KLEIN MOORST 3 EN 5 12 MEI 2022 ADVIESBUREAU HAVER DROEZE

1. Inleiding De percelen Klein Moorst 3 en 5 liggen in het buitengebied van de gemeente Woudenberg. De percelen hebben een agrarische bestemming. Er zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. De agrarische activiteiten zijn al geruime tijd beëindigd. Het is de bedoeling om de vrijgekomen agrarische bebouwing te slopen en een nieuwe kleine woning (450 m3) te realiseren, in combinatie met goede landschappelijke inpassing in de omgeving.

Afbeelding 1: Ligging plangebied Bron: www.topotijdreis.nl

1 van 11 Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 - Woudenberg

2. MER-beoordelingsplicht De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een woningbouwproject is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (circa 80 woningen) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2000 woningen of 100 ha). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r.

van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een aanmeldingsnotitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van twee nieuwe woningen en het omzetten van een bedrijfswoning in een burgerwoning. Ondanks dat de ontwikkeling naar aard en omvang beperkt is, is sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling blijft onder de drempel van de m.e.r.-plicht. Er is wel sprake van een informele m.e.r.-beoordeling. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Procedure De voorliggende aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij....'.

De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. De plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. De kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

2 van 11

Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningsaanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden:  door de initiatiefnemer moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;  het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerpbesluit;  het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen;  het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Klein Moorst 3 en 5 - Woudenberg’. Deze aanmeldnotitie is ook als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. 3. De kenmerken van het project Beschrijving van het project Het agrarische bedrijf of het perceel wordt beëindigd, de – niet karakteristieke – agrarische opstallen worden gesloopt. De twee bedrijfswoningen worden burgerwoningen en er wordt een nieuwe kleine woning gerealiseerd.

Daarnaast worden diverse landschappelijke en natuurmaatregelen getroffen, zoals het realiseren van een bypass/meander in de beek, broekbosje, perenlaantjes, walnotenlaan, hoogstamboomgaard met bloemrijk grasland. Zie afbeelding 2 voor de inrichtingstekening.

Afbeelding 2: Inrichtingsschets Moorsterweg 3 in Woudenberg Bron: Adviesbureau Haver Droeze Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

3 van 11

4. De plaats van het project De percelen Klein Moorst 3 en 5 liggen ten noordoosten van Woudenberg en ten zuidwesten van De Glind (zie afbeeldingen 1 en 3). Het perceel Klein Moorst 3 is kadastraal bekend als Gemeente Woudenberg, sectie A, nummer 1560. Het perceel Klein Moorst 5 is kadastraal bekend als Gemeente Woudenberg, sectie A, nummers 1287 en 1447.

Afbeelding 3: Luchtfoto Moorsterweg 3 in Woudenberg Bron: www.topotijdreis.nl 5. De kenmerken van de potentiële effecten De voorgenomen ontwikkeling kan invloed hebben op het milieu. In dit onderdeel zijn de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling beschouwd. Archeologie In het bestemmingsplan is op basis van deze verwachting de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 2' aan een deel van de gronden toegekend. Op basis van de archeologische dubbelbestemming dient bij ingrepen die een grotere oppervlakte beslaan dan 100 m2 en dieper de grond in gaan dan 0,4 m archeologisch onderzoek te worden verricht. Met het voorliggende plan wordt de bouw van een kleine woning (450 m3) mogelijk gemaakt. Deze kleine woning ligt buiten de gronden met de archeologische dubbelbestemming. Het bijgebouw (van 80m2) bij de kleine woning wordt wel gesitueerd binnen de gronden met de archeologische dubbelbestemming. Daarnaast is aangegeven dat een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders nodig is om onder ander de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

4 van 11

-

-

het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen van of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.

Voor het bestemmingsplan is een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Synthegra archeologie, Klein Moorst 3 te Woudenberg, Gemeente Woudenberg, Bureauen Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, 15-03-22). Uit dit onderzoek blijkt dat de bodem grotendeels is verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Nadelige milieueffecten met betrekking tot archeologie kunnen worden uitgesloten. Bedrijven en milieuzonering Algemene bedrijvigheid Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven) en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). De VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Met milieuzonering kan ervoor worden gezorgd dat nieuwe bedrijven op een verantwoorde afstand van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

Agrarische bedrijven De regelgeving met betrekking tot geurhinder en veehouderijbedrijven is opgenomen in de Wet Geurhinder en Veehouderij (Wgv). De Wgv maakt onderscheid tussen dieren mét en dieren zonder geuremissiefactor. De beoordeling of sprake is van geurhinder voor deze dieren bestaat bij geurgevoelige objecten (zoals woningen) voor dieren zonder geuremissiefactor uit een toetsing aan de voorgeschreven minimumafstanden. Voor dieren zonder geuremissiefactor bedraagt de minimaal in acht te nemen afstand tussen een geurgevoelig object en het emissiepunt (buitenzijde stal of uiterste grens van het bouwvlak) buiten de bebouwde kom 50m. Toets De voorgenomen ontwikkeling betreft een hindergevoelige functie. Zodoende is beoordeeld of voor de woningen geen hinder van omliggende functies valt te verwachten en andersom of deze functies niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de ontwikkeling. Voor agrarische bedrijven kan voldaan worden aan de 'vaste afstanden' uit de Wet Geurhinder en veehouderij (50m), omdat het dichtsbijzijnde bedrijf op ruim 260m ligt. In de omgeving van het plangebied liggen geen overige bedrijven. Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

5 van 11

Nadelige milieueffecten met betrekking tot bedrijven en milieuzonering kunnen worden uitgesloten. Bodem Er is een verkennend bodemonderzoek voor het bouwvlak uitgevoerd (PJ milieu bv, verkennend bodemonderzoek Klein Moorst 3 Woudenberg, 23 september 2021). De resultaten zijn als volgt samen te vatten:  De locatie is onderzocht als zijnde onverdacht;  In de bodem zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen;  In de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten aangetoond;  In het grondwater is een licht verhoogd gehalte barium aangetroffen. Door de Omgevingsdienst is aangegeven dat enkel het bouwvlak onderzoeken onvoldoende is voor de bestemmingsplanwijziging. Daarom is een verkennend bodemonderzoek van het gehele plangebied uitgevoerd (PJ milieu bv, Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grondonderzoek, 9 mei 2022). Daarbij wordt de locatie als verdacht beschouwd ten aanzien van asbest door de aanwezigheid van voormalige spoelzones. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan.

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren. Uit het verkennend asbest in grondonderzoek blijkt dat de hypothese 'verdachte locatie' voor het asbest in grondonderzoek stand houdt. In één gat (nummer 41) is asbest aangetroffen. In diverse asbest(meng)monsters is asbest aantoonbaar. Het gehalte overschrijdt de grenswaarde alleen in gat 41. Er is nader asbest in grondonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat ter plaatse van drie deelsleuven rondom gat 41 de interventiewaarde wordt overschreden. Binnen de onderzoekslocatie is de vaste bodem over een oppervlakte van circa 5m2 verontreinigd met asbest. Er is redelijkerwijs sprake van een historisch geval van ernstige verontreiniging. De asbest bevindt zich onder een klinkerverharding. Hiermee zijn er geen onaanvaardbare risico's. Een spoedige sanering is dan ook niet noodzakelijk. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader asbest in grondonderzoek te adviseren. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ecologie Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (waaronder Groene Ontwikkelingszone) en op ruime afstand van Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Veluwe' en ligt op ruim 10 kilometer.

Gelet op de zeer grote afstand kan worden aangenomen dat het plan geen negatieve effecten heeft op Natura 2000.

Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

6 van 11

In aanvulling op het voorgaande is van belang dat de bouw en het gebruik van de kleine woning uitstoot van stikstof tot gevolg kan hebben. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. Wanneer blijkt dat de activiteiten meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdragen aan de stikstofdepositie op (naderend) overbelaste stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden, is er sprake van een in potentie significant effect waarvoor een Wnb-vergunning moet worden aangevraagd. Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Door het in werking treden van deze wet (en bijbehorende besluit en regeling) worden gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden veroorzaakt door bouwactiviteiten (aanlegfase) buiten beschouwing gelaten voor plannen en projecten. Door het in werking treden van de Wsn, bijbehorende besluit en regeling is het vanaf 1 juli niet meer vereist om de aanlegfase in beeld te brengen. Ook zijn significant negatieve effecten als gevolg van de sloop- en bouwactiviteiten (aanlegfase) uitgesloten.

De bijdrage aan de stikstofdepositie van de kleine woning in de gebruiksfase is berekend met de vigerende versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2020) (Adviesbureau Haver Droeze, Onderzoek stikstofdepositie, 8 september 2021). Met het rekenmodel is geen bijdrage berekend op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de bouw en het gebruik van de kleine woning. Er is daarmee voor het aspect stikstofdepositie geen sprake van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. In het kader van de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet Natuurbescherming is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd naar de aanwezigheid en de effecten van het plan voor beschermde soorten (Viridis, Quickscan Wet natuurbescherming Klein Moorst 3, september 2021). Literatuur- en veldonderzoek heeft uitgewezen dat er géén verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten aanwezig zijn in de te slopen opstallen. Er zijn enkele sporten van steenuil aangetroffen in de open schuur. Er zijn echter geen nestlocaties aangetroffen. Het is niet aannemelijk dat de schuur een vaste rust- of verblijfplaats is van een steenuil. De schuur wordt mogelijk enkel sporadisch gebruikt.

De sloop van deze schuur zal geen negatieve effecten hebben op de gunstige staat van instandhouding van de steenuil. De eigenaar is tevens voornemens een ecologische plus toe te voegen bij de nieuwbouw in de vorm van vleermuis- en steenuilkasten. Nadelige milieueffecten met betrekking tot ecologie kunnen worden uitgesloten. Externe veiligheid Voor bestemmingsplannen is wet- en regelgeving over veiligheidsrisico's aan de orde. Dit kunnen risico's zijn die zware bedrijven kunnen veroorzaken, maar ook door transport van gevaarlijke stoffen (over weg, spoor en water en door buisleidingen). Kwetsbare bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, moeten voldoende afstand houden tot dergelijke bedrijven en transportroutes. Ook kunnen er beperkingen aan de Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

7 van 11

bebouwingsdichtheid gewenst zijn. De normen en richtlijnen voor risico's komen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de risicokaart (zie afbeelding 4) is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en om het plangebied.

Afbeelding 4: Risicokaart Bron: www.risicokaart.nl Uit de risicokaart dat in de omgeving diverse (agrarische) bedrijven liggen die een propaantank of vulpunt hebben waar een risicocontour bij hoort van 20, 40 of 50m. Het plangebied bevindt zich ruim buiten deze afstanden, waardoor er geen risico is voor de woningen in het plangebied. Nadelige milieueffecten met betrekking tot externe veiligheid kunnen worden uitgesloten. Geluid In het kader van dit bestemmingsplan is het aspect wegverkeerslawaai van toepassing. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de weg Klein Moorst. De weg is een smalle weg met een lage verkeersintensiteit. Uit afbeelding 5 blijkt dat de geluidbelasting op de bestaande woningen maximaal 41 dB bedraagt. De nieuwe kleine woning wordt achter de bestaande woningen op ruime afstand van de weg gerealiseerd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat geen sprake zal zijn van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zodat een akoestisch onderzoek achterwege kan blijven. Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

8 van 11

Afbeelding 5: Geluidbelasting Klein Moorst Bron: www.atlasvoordeleefomgeving.nl

Nadelige milieueffecten met betrekking tot geluid kunnen worden uitgesloten. Kabels en leidingen Uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd' blijkt niet dat ter plaatse van het plangebied buis- of transportleidingen aanwezig zijn die planologisch relevant zijn. Ook uit de risicokaart komen dergelijke leidingen niet in het plangebied naar voren. Op het perceel staat een transformatorhuisje. Door middel van een Klic-melding is in beeld gebracht hoe de leidingen richting het transformatorhuisje exact lopen. Hier is bij het ontwerpen van de laan (met walnootbomen) rekening mee gehouden. Nadelige milieueffecten met betrekking tot kabels en leidingen kunnen worden uitgesloten. Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moeten worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Het begrip 'in betekenende mate' is verder uitgewerkt in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). Bij toepassing van NIBM is artikel 2 van het Besluit NIBM relevant. Dat artikel geeft aan dat aannemelijk gemaakt moet worden, dat de toename van de fijn stof en stikstofdioxide niet Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

9 van 11

de 3% grens overschrijdt. Als aannemelijk is dat de grens niet wordt overschreden, dan is het project NIBM. Het hoeft dus niet tot in detail te worden aangetoond. De Regeling NIBM geeft verder nog categorieën van gevallen en getalsmatige grenzen waarbinnen een project altijd NIBM is, ongeacht de bijdrage ervan op de concentraties. Voor dergelijke gevallen mag er zonder meer van worden uitgegaan dat de bijdrage van het project NIBM is. Voor woningbouwlocaties is de grens minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen. Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. In dit geval is geen sprake van een plan waar een gevoelige bestemming in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk wordt gemaakt.

Toetsing aan dit besluit hoeft niet plaats te vinden. Toetsing aan grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) is gezien het voorgaande niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt hierna kort ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied, in relatie tot de geldende grenswaarden. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2020, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide/NO2 (11 µg/m3) en fijn stof / PM10 (17 µg/m3) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 bevinden. De concentratie zeer fijn stof/PM2,5 (9 µg/m3) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3. Aan de grenswaarden wordt in het plangebied ruimschoots voldaan. Nadelige milieueffecten met betrekking tot luchtkwaliteit kunnen worden uitgesloten.

Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

10 van 11

Niet gesprongen explosieven In de gemeente Woudenberg hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende oorlogshandelingen plaatsgehad. Het merendeel van deze oorlogshandelingen vond plaats rond het spoortracé Utrecht-Arnhem en het voormalig spoortracé Amersfoort-Kesteren, waar in de periode september 1944 tot april 1945 enkele tientallen luchtaanvallen door geallieerde jachtbommenwerpers zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn ten behoeve van de Nederlandse defensie verschillende onderdelen van de Grebbelinie binnen de gemeente aangelegd. In het najaar van 1944 zijn enkele delen van de Grebbelinie aangevuld of aangepast in het kader van de aanleg van de Duitse Pantherstellung. Als gevolg van deze en andere gebeurtenissen is op verschillende locaties binnen de gemeente Woudenberg sprake van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In opdracht van de gemeente Woudenberg wordt een gemeentebreed vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (conflictperiode 1939-1945) uitgevoerd. Het vooronderzoek is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad, maar op basis van de conceptstukken kan worden geconcludeerd dat de locatie is aangemerkt als 'laag risico aantreffen ontplofbare oorlogsresten'. Nadelige milieueffecten met betrekking tot niet gesprongen explosieven kunnen worden uitgesloten. Water Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht.

Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het watertoetsproces voor de percelen Klein Moorst 3 en 5 is op 14 oktober 2021 digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Het Waterschap Vallei en Veluwe is via deze weg van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Op 4 november 2021 is (op verzoek) aanvullende informatie toegestuurd. Het waterschap heeft op 16 november 2021 aangegeven te kunnen instemmen met het plan. Nadelige milieueffecten met betrekking tot water kunnen worden uitgesloten. 6. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project, kan worden geconcludeerd dat functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen, met realisatie van één extra kleine woning en landschappelijke en natuurmaatregelen geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie m.e.r. Klein Moorst 3 en 5 Woudenberg

11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1686/documents/38965