04e. Moorsterweg 3 - Woudenberg_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Archeologisch onderzoek - veldonderzoek.pdf
Tekst van het document
Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende/karterende fase)
Rapportnummer:
V2189
Projectnummer:
V21-4890
Status en versie:
Definitief, versie 2.0
In opdracht van:
Adviesbureau Haver Droeze vof
Rapportage:
W.J. Weerheijm, F.P.J. van Puijenbroek
Plaats en datum:
Amersfoort, 29 oktober 2021
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Versie 1-0
Status Concept
Datum 19 oktober 2021
2-0
Definitief
29 oktober 2021
Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever Contactpersoon Oppervlakte plangebied Diepte grondwerkzaamheden Huidig grondgebruik Zaakidentificatie (Archis3) Soort onderzoek RD-centrumcoördinaten van het plangebied Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder Toetser rapport Projectleider Projectmedewerkers
Uitvoering booronderzoek Bevoegd gezag
Documentbeheer Toelichting Concept ter goedkeuring aan opdrachtgever en bevoegd gezag Definitief na goedkeuring bevoegd gezag
Autorisatie W.A.M. Hessing W.A.M. Hessing
Projectgegevens Nieuwbouw woningen Moorsterweg 3 Woudenberg Woudenberg Utrecht Adviesbureau Haver Droeze vof Mevr. A. van Bommel ca. 1600 m2 Onbekend; max 4 m -mv (woningbouw) Agrarisch/deels bebouwd 5122020100 IVO-O: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende/karterende fase) 161.500 / 456.640 32G Barneveld Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie Drs. W.A.M. Hessing, Senior KNA Archeoloog / Senior KNA prospector (97049866) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA BO archeoloog/ Prospector MA (38767204) F.P.J. van Puijenbroek MSc, KNA Prospector MA (66852666) 12 oktober 2021
Contactpersoon
Gemeente Woudenberg Postbus 16 3930 EA Woudenberg Dhr. G.J. van der Schans
Deskundige namens bevoegd gezag
Mevr. P. Fijma (ODRU)
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
2
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Inhoudsopgave Samenvatting en advies (LS06) .......................................................................................................................... 5 Onderbouwing advies........................................................................................................................................ 7 1 Projectomgeving ....................................................................................................................................... 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01) ............................................. 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .......................................................................................................... 8 2 Verwachtingsmodel .................................................................................................................................. 9 2.1 Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05) ........................................................................ 9 2.2 Advies vervolgonderzoek (LS05) ..................................................................................................... 10 3 Inventariserend veldonderzoek ..............................................................................................................
12 3.1 Doelstelling ..................................................................................................................................... 12 3.2 Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied ................................................................................. 12 3.3 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 12 3.4 Resultaten veldonderzoek .............................................................................................................. 13 3.5 Conclusies veldonderzoek .............................................................................................................. 15 4 Advies vervolgonderzoek (LS05) ............................................................................................................. 16 Literatuur ......................................................................................................................................................... 17 Digitale bronnen .............................................................................................................................................. 17 Lijst van afbeeldingen, bijlagen en kaarten .....................................................................................................
18 Afbeeldingen ................................................................................................................................................... 18 Bijlagen en kaarten .......................................................................................................................................... 18 Bijlage 1 Overzicht van archeologische en geologische perioden ............................................................ 19
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
3
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Afbeelding 1 Ligging plangebied op luchtfoto. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25cm RGB, PDOK.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
4
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Samenvatting en advies (LS06) Vestigia B.V. Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Adviesbureau Haver Droeze vof bv een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, in de gemeente Woudenberg. De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie de agrarische bestemming van de huidige bebouwing om te zetten naar een woonbestemming, waarbij twee nieuwe schuurwoningen worden toegevoegd. Buiten de hoeve met naastgelegen stal met bijgebouw, zal de overige bebouwing gesloopt worden. De nieuwbouwvlakken voor de 2 nieuw te bouwen woningen zullen in totaal ca. 1600 m2 groot worden. Er zijn momenteel nog geen bouwtekeningen beschikbaar. Op basis van de regels van het concept bestemmingsplan mag ter plaatse van een gebouw binnen het bouwvlak tot maximaal 4 m -mv worden gebouwd. Hiervoor dient een wijziging bestemmingsplan te worden opgesteld. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de geplande bodemingrepen gevaar lopen. In 2021 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.
Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting werd op basis van het bureauonderzoek bevestigd, met mogelijke archeologische sporen en vindplaatsen uiteenlopend van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum/Neolithicum tot nederzettingsterreinen en sporen van landgebruik/verkaveling uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen is op 12 oktober 2021 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Binnen het noordelijk bouwvlak bestaat de bodemopbouw uit een humeuze bovengrond van ca. 40-50 cm dikte, geïnterpreteerd als een plaggendek. Deze laag is geroerd, waarschijnlijk door ploegen. Onder deze bouwvoor bevindt zich een kleiige laag tot ca. 60-70 cm beneden maaiveld, met daaronder het moedermateriaal bestaande uit dekzand, zonder aanwijzingen voor bodemvorming. In het zuidelijk bouwvlak is de bodem geroerd tot een diepte van 70 tot 120 centimeter beneden maaiveld. Daaronder is het dekzand aangetroffen, eveneens zonder aanwijzingen voor bodemvorming. De oorspronkelijke bodemopbouw in het noordelijke bouwvlak is in principe intact, maar zoals vermeld zonder aanwijzingen voor bodemvorming.
In het noordelijk bouwvlak zal dit het gevolg zijn van de lage ligging in het landschap en de natte omstandigheden waardoor er geen bodem kon ontstaan. In het zuidelijk bouwvlak is de bodem zodanig geroerd dat ieder kenmerk van bodemvorming, voor zover aanwezig, verloren zal zijn gegaan. Tijdens het booronderzoek en het zeven van de monsters zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dit is inclusief de bemonstering met behulp van de 15 centimeter megaboor. Advies Op basis van de bevindingen van het booronderzoek kan de archeologische verwachting binnen het plangebied (het noordelijke en het zuidelijke bouwvlak) worden bijgesteld naar laag. De kans dat met de geplande werkzaamheden een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad moet als klein worden ingeschat. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).
Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
5
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Naschrift De adviseur van het bevoegd gezag, mevr. P. Fijma van de Omgevingsdienst Regio Utrecht, heeft het conceptrapport van het booronderzoek beoordeeld en in een advies d.d. 5 november 2021 als volgt aangegeven: “Advies: 1. Geen vervolgonderzoek verplicht te stellen. 2. Geen dubbelbestemming Waarde Archeologie op te nemen in het bestemmingsplan. 3. Initiatiefnemer te wijzen op de wettelijke meldplicht voor archeologische (toevals)vondsten. 4. Het rapport van het archeologische Inventariserend Veldonderzoek onderzoek goed te keuren.”
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
6
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Onderbouwing advies 1 1.1
Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01)
Vestigia B.V. Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Adviesbureau Haver Droeze vof bv een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, in de gemeente Woudenberg (kaart 1; afbeelding 1). De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie de agrarische bestemming van de huidige bebouwing om te zetten naar een woonbestemming, waarbij twee nieuwe schuurwoningen worden toegevoegd (afbeelding 2). Buiten de hoeve met naastgelegen stal met bijgebouw, zal de overige bebouwing gesloopt worden. De nieuwbouwvlakken voor de 2 nieuw te bouwen woningen zullen in totaal ca. 1600 m 2 groot worden. Er zijn momenteel nog geen bouwtekeningen beschikbaar. Op basis van de regels van het concept bestemmingsplan mag ter plaatse van een gebouw binnen het bouwvlak tot maximaal 4 m -mv worden gebouwd. Hiervoor dient een wijziging bestemmingsplan te worden opgesteld.
Afbeelding 2 De nieuwbouwvlakken (noordelijk en zuidelijkste vlak). Bron: Adviesbureau Haver Droeze.
Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient daarom in kaart gebracht te worden of zich binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de geplande bodemingrepen gevaar lopen. In het kader van dit project is in 2021 reeds een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.1 Op basis van dit bureauonderzoek is geadviseerd om een vervolgonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uit te voeren. Dit advies is door het bevoegd gezag overgenomen.
1
Picard et al. 2021.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
7
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
1.2
Onderzoeksdoel en -methode
Doel van het archeologisch vooronderzoek is vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is deze verwachting in het veld getoetst door middel van een verkennend/karterend booronderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek is tenslotte een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek. Per 28 april 2017 is Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie binnen BRL 4000 gecertificeerd voor alle werkprotocollen op het gebied van archeologisch (voor)onderzoek en het opstellen van Programma’s van Eisen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
8
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
2
Verwachtingsmodel
Zoals vermeld is in 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.2 Hieronder is voor de leesbaarheid enkel de gespecificeerde archeologische verwachting en het advies overgenomen. Voor de volledigheid verwijzen wij naar het volledige rapport. 2.1
Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05)
Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting kan op basis van het bureauonderzoek worden bevestigd. De mogelijke archeologische sporen en vindplaatsen kunnen uiteenlopen van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum/Neolithicum tot nederzettingsterreinen en sporen van landgebruik/verkaveling uit de periode vanaf het Neolithicum/Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Tot de eerste vondstcategorie behoren voornamelijk vondsten van bewerkt vuursteen; tot de tweede categorie behoren o.a. grondsporen van structuren zoals boerderijen, bijgebouwen, sloten, greppels en afvalkuilen, en vondsten van o.a. aardewerk, bot en metaal. Deze resten kunnen worden aangetroffen op de overgang tussen het cultuurdek en de natuurlijke ondergrond. Bij aanwezigheid van een bodem komen deze sporen voor onder de E-horizont; bij het voorkomen van een Chorizont direct onder het cultuurdek. Op basis van de historisch kaart- en bronnenmateriaal is er reeds vóór 1450 sprake van bewoning binnen het plangebied: boerderij Klein Donkelaar. Er bestaat dus een kans op het aantreffen van (bij)gebouwen, sporen en objecten van agrarische en bewoningsactiviteiten van Klein Donkelaar.
Op basis van de Kadasterkaart 1811-1832 en de opeenvolgende topografische kaarten zijn er echter geen aanwijzingen voor historische bebouwing binnen de twee nieuwe bouwvlakken, met uitzondering van de huidige bebouwing binnen het plangebied aan de zuidzijde. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1. Datering Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke activiteit uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen/Nieuwste tijd. 2. -
Complextype Semi-permanente nederzetting/jachtkampje (Paleolithicum/Mesolithicum) Nederzetting (Neolithicum t/m Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd) Boerderij Klein-Donkelaar (Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd)
3. -
Omvang Tijdelijke jachtkampjes kunnen een omvang hebben van tientallen vierkante meters of groter; Huisplaats/ boerderij Klein-Donkelaar: ca. 50-2000 m2
4. -
Diepteligging De resten van tijdelijke bewoning en menselijke activiteit uit de prehistorie kunnen worden aangetroffen binnen een meter -mv. Het pleistocene zand wordt verwacht binnen een meter vanaf het maaiveld. De diepte ligging is verder afhankelijk van de eventuele aanwezigheid van een podzol. De resten van nederzettingen/resten van boerderij Klein-Donkelaar kunnen direct onder de bouwvoor aangetroffen worden.
-
5.
2
Gaafheid, conservering
Picard et al. 2021.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
9
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
De conservering van organisch materiaal is vanwege de relatief lage grondwaterstand (Grondwatertrap III; hoog minder dan 40 cm -mv, laag 80-120 cm -mv) waarschijnlijk slecht, zodat eventueel organisch materiaal alleen in diepe sporen goed bewaard kan zijn gebleven. 6. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. 7. -
-
Uiterlijke kenmerken Jachtkampjes: sporen van haardkuilen, vuursteen concentraties. Nederzetting: een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen, metaal etc., en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel kunnen met name in diepe sporen goed bewaard zijn gebleven. Boerderij Klein-Donkelaar: een spreiding van vondstmateriaal zoals aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen, metaal etc., en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten, muurresten en afvalkuilen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel kunnen met name in diepe sporen goed bewaard zijn gebleven.
8. Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied heeft de reeds bestaande bebouwing, en de bouw en sloop van de vroegere bebouwing naar verwachting tot verstoringen geleid. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Binnen het plangebied is sprake van de nieuwbouw van woningen en bijbehorende infrastructuur.
2.2
Advies vervolgonderzoek (LS05)
Vanwege de hoge archeologische verwachting adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie om binnen het plangebied, een vervolgonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen uit te voeren. Dit onderzoek dient om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen en de mate van verstoring binnen het plangebied. Omdat binnen het plangebied alleen sprake is van een plaatselijke verstoring binnen een tweetal nieuwe bouwvlakken, adviseert Vestigia om binnen elk bouwvlak in een verspringend grid een drietal boringen te zetten met een megaboor diameter 15 cm, tot 25 cm in de onverstoorde C-horizont (totaal 6 boringen). De rest van het plangebied (ca. 25 ha) hoeft niet onderzocht te worden, maar behoudt daarmee wel de bestaande dubbelbestemmingen Waarde Archeologie. Verder dient vermeld te worden dat binnen het plangebied gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden in april 1945, waarbij destijds de boerderij is beschoten. Zodoende dient er ook rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces.
Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De adviseur van het bevoegd gezag, mevr. P. Fijma van de Omgevingsdienst Regio Utrecht, heeft het conceptrapport beoordeeld en in een advies d.d. 14 september 2021 aangegeven dat:
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
10
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
“Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor uw plangebied bevestigd. In het plangebied kunnen archeologische resten uit alle archeologische perioden aanwezig zijn. Een archeologisch vervolgonderzoek is daarom noodzakelijk. Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek. Het onderzoek behoort plaats te vinden conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en op basis van een Plan van Aanpak (PvA), dat voorafgaand aan het onderzoek ter goedkeuring aan de gemeente is voorgelegd. De rapportage van het onderzoek moet bij de gemeente worden ingediend. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn ontvangen en goedgekeurd. Het rapport [van het bureauonderzoek] is akkoord. Wij hebben het rapport beoordeeld en hebben daarop geen opmerkingen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA. De conclusies zijn helder en goed onderbouwd. Het rapport kan definitief gemaakt worden.
Kantekening Voor het gehele plangebied moet de dubbelbestemming worden behouden. Bovenstaand advies is alleen van toepassing op de locaties van de geplande bebouwing. Indien in het overig deel van het plangebied ook grondwerkzaamheden worden uitgevoerd zoals het slopen of bouwen van bebouwing, het aanleggen van kabels en leidingen of het aanbrengen van bomen en beplanting dan moet op de betreffende locaties ook een vervolgonderzoek worden uitgevoerd. Voor de delen die nog niet eerder zijn onderzocht zal dit moeten bestaan uit een verkennend booronderzoek. In de delen die wel al zijn onderzocht en waar een esdek is aangetoond zal het vervolgonderzoek moeten bestaan uit een proefsleuvenonderzoek.”
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
11
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
3 3.1
Inventariserend veldonderzoek Doelstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende boringen was het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting, en de mate van ophoging/verstoring in kaart te brengen. Tevens is in een verdicht grid geboord, en zijn de boormonsters onderzocht op archeologische indicatoren met het oog op het karteren van een mogelijke archeologische vindplaats. Aan de hand van het booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? - in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? - bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? - geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? 3.2
Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied
Ten tijde van het onderzoek was het plangebied vrij toegankelijk. Wel was een significant deel van het plangebied bebouwd en verhard en dus niet bereikbaar. Het boorplan moest worden aangepast vanwege de aanwezigheid van wegverharding in de vorm van betonplaten. Boring 4890001 in het noordelijke boorvlak is tien meter naar het noordoosten verplaatst vanwege verharding door stelconplaten. Boring 4890006 in het zuidelijke bouwvlak is na verschillende pogingen gestuit, op een maximale diepte van 30 cm. Rondom de verharding met stelconplaten lag een laag (recente) puinverharding. Meerdere pogingen aan de oost- en zuidzijde van de bestaande bebouwing stuitten op deze puinlaag.
Afbeelding 3 Het plangebied ten tijde van het veldonderzoek. Links het zicht op het noordelijk bouwvlak vanaf het zuidelijk bouwvlak en rechts het zuidelijk bouwvlak. Bron foto’s: Vestigia 12 oktober 2021.
In verband met de ligging van kabels en leidingen is voorafgaand aan het veldonderzoek door Vestigia een KLIC-melding uitgevoerd. Met de resultaten van de KLIC-melding is rekening gehouden bij het opstellen van het boorplan. Overige bijzondere randvoorwaarden ten aanzien van milieu (zoals bodemverontreiniging) waren niet bekend. Een oppervlakte inspectie was door de dichte begroeiing met gras en de reeds bestaande bebouwing en verharding niet mogelijk. 3.3
Onderzoeksmethode
Er is in eerste geboord met een edelmanboor met een diameter van 7 centimeter, om de boringen te kunnen beschrijven. Vervolgens is er nageboord met de megaboor diameter 15 cm. Er is geboord tot minimaal 25 cm in de natuurlijke ondergrond met een minimale diepte van 1 meter beneden maaiveld en een maximale diepte van 1,5 meter beneden maaiveld. De opgeboorde grond is gezeefd op een 3 mm zeef
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
12
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
en handmatig (macroscopisch) onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, aardewerkfragmenten, vuursteen, (verbrand) bot, grind en het voorkomen van fosfaatvlekken. NAP-hoogtes zijn via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-3) verkregen. De boorpunten zijn met GPS ingemeten en op een boorpuntenkaart geplot. De boorstaten zijn beschreven conform de ASB , de horizontbeschrijving volgens De Bakker/Schelling. Het onderzoek is uitgevoerd conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).3 3.4
Resultaten veldonderzoek
Kaart 2 geeft de locaties van de boringen weer. De boringen zijn te onderverdelen in de twee bouwvlakken namelijk het noordelijk bouwvlak met boringen 4890001 tot en met 4890003 en het zuidelijk bouwvlak met boringen 4890004 tot en met 4890006. Noordelijk bouwvlak Het noordelijke bouwvlak bevindt zich deels binnen een akker, en deels, aan de zuidwestzijde, aan de rand van het bestaande erf met verharding van stelconplaten. Het maaiveld bevond zich tussen 5,18 en 5,24 m +NAP. In het noordelijk bouwvlak zijn drie lagen te onderscheiden, namelijk een humeuze bovengrond, een kleiige laag en het onderliggende dekzand. De humeuze bovenboor reikt tot een diepte van 40-50 centimeter en bestaat uit matig siltig, matig humeus, matig fijn en donkerbruin zand. De aanwezigheid van lichte zandbrokken geeft aan dat de bovenlaag is vermengd met de natuurlijke ondergrond van het dekzand. In dit sediment zijn ook fragmenten moderne baksteen aangetroffen. Onder de humeuze bovengrond is een pakket kleiig zand aangetroffen tot een diepte van 60-70 centimeter beneden maaiveld. Dit pakket is roodbruin van kleur door de inspoeling van ijzer. De aanwezigheid van een laag detritus in boring 4890002 lijkt in te stemmen met de interpretatie als beekafzettingen. Op de bodemkaart ligt het plangebied ook in een zone gekarteerd als beekeerdgronden.
Waarschijnlijk is deze laag afgezet in het Holoceen toen het plangebied binnen invloed van een beek lag. De overgang naar het dekzand is scherp. In boring 4890003 is de kleiige laag meegeploegd gezien de aanwezigheid van lichtgekleurde zandbrokken. De kleiige laag was echter nog steeds als zodanig te herkennen. Het pleistocene oppervlak is in het noordelijk bouwvlak aangetroffen onder de kleiige laag. Deze bestaat uit zwak siltig matig fijn zand met een lichtgele kleur en roestvlekken, geïnterpreteerd als dekzand. In het dekzand zijn geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen; de afzetting van het kleiige zand heeft waarschijnlijk plaatsgevonden voordat er bodemvorming plaats kon vinden in het dekzand. De humeuze bovengrond is waarschijnlijk een ophogingspakket van zand en plaggen, als uitloper van de hoge zwarte enkeerdgronden die op korte afstand westelijker zijn gekarteerd op de bodemkaart. Alhoewel een plaggendek de potentie voor de conservering van onderliggende archeologische waarden sterk kan laten toenemen is dit hier minder het geval. Vanwege de ligging in een beekdal dat onder invloed stond van overstromingen had het plangebied een lagere verwachting. Daarnaast zijn er geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen in de verschillende lagen onder de humeuze bouwvoor; het plangebied was destijds te laaggelegen om een aantrekkelijke locatie voor bewoning te vormen.
Zuidelijk bouwvlak Het zuidelijke bouwvlak bevindt zich binnen het bestaande erf, waarbij de westelijke helft van het bouwvlak al is bebouwd met een stal, met daaromheen veelal stelconplaten en puinverharding. Het maaiveld bevond zich tussen 5,44 en 5,72 m +NAP. In het zuidelijk bouwvlak was de opeenvolging van de verschillende lagen anders dan in het noordelijk bouwvlak. Hier zijn twee lagen aangetroffen; de geroerde bovenlaag en het oorspronkelijke moedermateriaal van het dekzand. De beekeerdgronden ontbraken hier
3
CCvD Archeologie 2016: http://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
13
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
De geroerde laag reikt binnen dit bouwvlak tot een diepte van 70 tot 120 centimeter beneden maaiveld. De geroerde laag bestaat uit zwak siltig tot kleiig zand, met lichte en donkere vlekken. Het is naar alle waarschijnlijkheid lokaal sediment dat is geroerd is bij bouw- of egalisatiewerkzaamheden, ten tijde van de aanleg van het erf en de nog aanwezige stal. Deze stal heeft een vloer van betonplaten die gedeeltelijk verdiept is voor de afvoer van gier (afbeelding 5). Rondom de stal zijn verharde paden aangelegd met betonplaten, met rondom puinverharding. Waarschijnlijk is dit gepaard gegaan met vergravingen en egalisatie/afschuiving. Onder de geroerde laag is de natuurlijke ondergrond van dekzand aangetroffen, identiek is aan het dekzand in het noordelijk bouwvlak. In het dekzand in dit bouwvlak zijn eveneens geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen. Voor zover deze al heeft kunnen ontstaan, zal deze zijn opgenomen in de geroerde laag. De archeologische verwachting voor dit bouwvlak kan daarom naar laag worden bijgesteld.
Afbeelding 4 De boorkernen van boring 4890001 (boven) en 4890005 (onder). Bron foto: Vestigia 12 oktober 2021.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
14
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Afbeelding 5 De binnenzijde van de stal binnen het zuidelijke bouwvlak. Bron foto: Vestigia 12 oktober 2021.
3.5
Conclusies veldonderzoek
Wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? Binnen het noordelijk bouwvlak bestaat de bodemopbouw uit een humeuze bovengrond van ca. 40-50 cm dikte, geïnterpreteerd als een plaggendek. Deze laag is geroerd, waarschijnlijk door ploegen. Onder deze bouwvoor bevindt zich een kleiige laag tot ca. 60-70 cm beneden maaiveld, met daaronder het moedermateriaal bestaande uit dekzand, zonder aanwijzingen voor bodemvorming. In het zuidelijk bouwvlak is de bodem geroerd tot een diepte van 70 tot 120 centimeter beneden maaiveld. Daaronder is het dekzand aangetroffen, eveneens zonder aanwijzingen voor bodemvorming. In hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? De oorspronkelijke bodemopbouw in het noordelijke bouwvlak is in principe intact, maar zoals vermeld zonder aanwijzingen voor bodemvorming. In het noordelijk bouwvlak zal dit het gevolg zijn van de lage ligging in het landschap en de natte omstandigheden waardoor er geen bodem kon ontstaan. In het zuidelijk bouwvlak is de bodem zodanig geroerd dat ieder kenmerk van bodemvorming, voor zover aanwezig, verloren zal zijn gegaan.
Bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? Tijdens het booronderzoek en het zeven van de monsters zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dit is inclusief de bemonstering met behulp van de 15 centimeter megaboor. Geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? Op basis van de aangetroffen bodemopbouw en de geconstateerde verstoringen lijkt het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied (het noordelijke en het zuidelijke bouwvlak) sprake is van een intacte archeologische vindplaats. Op basis van het booronderzoek kan de archeologische verwachting binnen het plangebied worden bijgesteld naar laag. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) dan ook niet noodzakelijk geacht.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
15
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
4
Advies vervolgonderzoek (LS05)
Op basis van de bevindingen van het booronderzoek kan de archeologische verwachting binnen het plangebied (het noordelijke en het zuidelijke bouwvlak) worden bijgesteld naar laag. De kans dat met de geplande werkzaamheden een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad moet als klein worden ingeschat. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Woudenberg, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift De adviseur van het bevoegd gezag, mevr. P. Fijma van de Omgevingsdienst Regio Utrecht, heeft het conceptrapport van het booronderzoek beoordeeld en in een advies d.d.
5 november 2021 als volgt aangegeven: “Advies: 1. Geen vervolgonderzoek verplicht te stellen. 2. Geen dubbelbestemming Waarde Archeologie op te nemen in het bestemmingsplan. 3. Initiatiefnemer te wijzen op de wettelijke meldplicht voor archeologische (toevals)vondsten. 4. Het rapport van het archeologische Inventariserend Veldonderzoek onderzoek goed te keuren.”
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
16
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Literatuur BAKKER, H. DE/J. SCHELLING, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen
(Staring Centrum).
BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BERG, M.W. VAN DEN/D.J. BEETS, 1987: Saalian glacial deposits and morphology in the Netherlands, in: MEER, J.J.M. VAN DER (ED.): Tills and Glaciotectonics, Rotterdam, 235-251. BOS, W., 1991: Donkelaar Klein en Kaal, Leusden. BOSHOVEN, E.H./G.H. DE BOER/D. BEKIUS, 2010: Gemeenten Renswoude en Woudenberg; een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, Weesp (RAAP-rapport 2117). PICARD, E.R.J.G., 2021: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek, Amersfoort (Vestigia rapport V2122). SCHOKKER. J./H.J.T. WEERTS/W.E. WESTERHOFF/H.J.A. BERENDSEN/C. DEN OTTER, 2007: Introduction of the Boxtel Formation and implications for the Quaternary lithostratigraphy of the Netherlands, Netherlands Journal of Geosciences - Geologie en Mijnbouw, 86-3, 197-210. STIBOKA, 1965: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50000. Toelichting bij kaartblad 32 Oost, Amersfoort. Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). STIBOKA, 1966: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50000. Toelichting bij de kaartbladen 26 West, Harderwijk en 32 West, Amersfoort. Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). VISSCHER, H.C.J./E. GRAAFSTAL/S. WENTINK/C. DE BONT/G.H.P. DIRKX/T.
SPEK, 1996: Engen in Bodembeschermingsgebieden in de provincie Utrecht, Amsterdam (Raap-Rapport 117). VOS, P./M. VAN DER MEULEN/H. WEERTS/J. BAZELMANS, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. WEERTS, H.J.T./P. CLEVERINGA/J.H.J. EBBING/F.D. DE LANG/W.E. WESTERHOFF, 2000: De lithostratigrafische indeling van Nederland – Formaties uit het Tertiair en Kwartair, Utrecht (TNO-rapport 00-95-A, TNO-NITG). WESTERHOFF, W.E./T.E. WONG/E.F.J. DE MULDER, 2003: Opbouw van de ondergrond – Opbouw van het Neogeen en Kwartair, in: E.F.J. de Mulder/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/T.E. Wong (red.), De ondergrond van Nederland, Houten. ZAGWIJN, W.H./C.J. VAN STAALDUINEN, 1975: Toelichting bij Geologische Overzichtskaarten van Nederland, Haarlem.
Digitale bronnen -
ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE: https://nimh-beeldbank.defensie.nl/ BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/
-
BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/
-
DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/
-
EPERNET: https://www.epernet.nl/index.php/historie/epe-van-toen/5956-epe-van-toen-pension-vredenburg-van-
-
INDICATIEVE KAART MILITAIR ERFGOED (IKME): http://www.ikme.nl/ KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ MIP-OBJECTENDATABASE: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/mip-objecten
-
PUBLIEKE DIENSTVERLENING OP DE KAART (PDOK): https://www.pdok.nl/
-
RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/
-
RIJKSMONUMENTENREGISTER: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/
-
VERSTORINGSBRONNENKAART: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
17
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Lijst van afbeeldingen, bijlagen en kaarten Afbeeldingen Afbeelding 1 Ligging plangebied op luchtfoto. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25cm RGB, PDOK. ....................... 4 Afbeelding 2 De nieuwbouwvlakken (noordelijk en zuidelijkste vlak). Bron: Adviesbureau Haver Droeze. ..... 7 Afbeelding 3 Het plangebied ten tijde van het veldonderzoek. Links het zicht op het noordelijk bouwvlak vanaf het zuidelijk bouwvlak en rechts het zuidelijk bouwvlak. Bron foto’s: Vestigia 12 oktober 2021. ....... 12 Afbeelding 4 De boorkernen van boring 4890001 (boven) en 4890005 (onder). Bron foto: Vestigia 12 oktober 2021. .................................................................................................................................................. 14 Afbeelding 5 De binnenzijde van de stal binnen het zuidelijke bouwvlak. Bron foto: Vestigia 12 oktober 2021. ................................................................................................................................................................ 15
Bijlagen en kaarten Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2:
Overzicht van archeologische en geologische perioden Boorstaten
Kaarten Kaart 1: Kaart 2:
Ligging plangebied Boorpuntenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
18
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Bijlage 1
Overzicht van archeologische en geologische perioden
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
19
V21-4890 Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Moorsterweg 3 te Woudenberg, gemeente Woudenberg. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase).
Periode Vroeg Paleolithicum Midden Paleolithicum Laat Paleolithicum Vroeg Mesolithicum Midden Mesolithicum Laat Mesolithicum Vroeg Neolithicum Midden Neolithicum Laat Neolithicum Vroege Bronstijd Midden Bronstijd Late Bronstijd Vroege IJzertijd Midden IJzertijd Late IJzertijd Vroeg Romeinse Tijd Midden Romeinse Tijd Laat Romeinse Tijd Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd A Nieuwe Tijd B Nieuwe Tijd C
Van - tot Tot 300.000 voor Chr. 300.000 voor Chr. – 35.000 voor Chr. 35.000 voor Chr. – 8800 voor Chr. 8800 voor Chr. – 7100 voor Chr. 7100 voor Chr. – 6450 voor Chr. 6450 voor Chr. – 4900 voor Chr. 5300 voor Chr. – 4200 voor Chr. 4200 voor Chr. – 2850 voor Chr. 2850 voor Chr. – 2000 voor Chr. 2000 voor Chr. – 1800 voor Chr. 1800 voor Chr. – 1100 voor Chr. 1100 voor Chr. – 800 voor Chr. 800 voor Chr. – 500 voor Chr. 500 voor Chr. – 250 voor Chr. 250 voor Chr. – 12 voor Chr. 12 voor Chr. – 70 na Chr. 70 na Chr. – 270 na Chr. 270 na Chr. – 450 na Chr. 450 na Chr. – 1050 na Chr. 1050 na Chr. – 1500 na Chr. 1500 na Chr. – 1650 na Chr. 1650 na Chr. – 1850 na Chr. 1850 na Chr. – 1950 na Chr.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2189, definitief, versie 2.0, d.d. 29 oktober 2020
20
Bijlage 2 Boorstaten
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161502 Y-coordinaat: 456676 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 524
4890001 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 40: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, weinig bruine vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp, bouwvoor, plastic
40 - 65: Zand, kleiig, rood-bruin, matig fijn, veel roestvlekken, laaggrens: basis scherp
65 - 100: Zand, zwak siltig, licht-geel, matig fijn, spoor roestvlekken
-100
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161512 Y-coordinaat: 456677 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 521
4890002 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 40: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, weinig bruine vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp, bouwvoor
40 - 50: Zand, kleiig, rood-bruin, matig fijn, veel roestvlekken, laaggrens: basis scherp
50 - 60: Zand, kleiig, donker-grijs, zeer fijn, laaggrens: basis scherp, detritus
60 - 100: Zand, zwak siltig, licht-geel, matig fijn, spoor roestvlekken
-100
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161493 Y-coordinaat: 456684 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 518
4890003 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 50: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, weinig bruine vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp, bouwvoor, weinig baksteen
50 - 70: Zand, kleiig, rood-bruin, weinig zwarte vlekken, matig fijn, veel roestvlekken, laaggrens: basis scherp, omgewerkte grond 70 - 100: Zand, zwak siltig, licht-geel, matig fijn, spoor roestvlekken
-100
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161526 Y-coordinaat: 456600 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 552
4890004 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 30: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, matig fijn, laaggrens: basis scherp, bouwvoor
30 - 60: Zand, matig siltig, licht-bruin, veel zwarte vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp
60 - 75: Zand, kleiig, rood-bruin, matig fijn, veel roestvlekken, laaggrens: basis scherp
75 - 120: Zand, zwak siltig, licht-geel, spoor bruine vlekken, matig fijn
-100
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161512 Y-coordinaat: 456601 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 572
4890005 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 25: Zand, matig siltig, licht-bruin, veel zwarte vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp
25 - 100: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, matig fijn, laaggrens: basis scherp, omgewerkte grond
-100 100 - 120: Zand, zwak siltig, licht-geel, spoor bruine vlekken, matig fijn, laaggrens: basis scherp, omgewerkte grond 120 - 150: Zand, zwak siltig, licht-geel, matig fijn
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 4890 Projectnaam: Moorsterweg Woudenberg Datum boring: 12-10-2021 Uitvoerder(s): FvP X-coordinaat: 161515 Y-coordinaat: 456587 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): 544
4890006 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig ¡ 1m Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 30: Zand, matig siltig, matig humeus, donker-bruin, matig fijn, veel puin, boring gestaakt na drie pogingen, weinig baksteen
-100
-200 cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
KAART 1 - LIGGING PLANGEBIED LEGENDA
Plangebied
Bebouwing 458000
Water
Overige topografie Snelweg
Hoofdweg
Regionale weg 457500
Lokale weg
Nieuwbouw
456000
456500
457000
Bestaande bebouwing
455000
455500
Project: Rapport: Datum: Bron:
V21-4890: IVO Woudenberg Moorsterweg V2189 Oktober 2021 Top10NL, CC-BY Kadaster 2021
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:20.000 / A4
0 159500
160000
160500
161000
161500
162000
162500
163000
163500
200 m
KAART 2 - BOORPUNTENKAART LEGENDA
Plangebied
Bebouwing Water 456700
Overige topografie Wegen
Nieuwbouw
Bestaande bebouwing
Mo
4890003
!
or s
4890001 ! ! 4890002
!
Boringen
t er we
456600
456650
g
!
4890005 4890004 !
456550
!
Project:
4890006
Rapport: Datum: Bron:
V21-4890: IVO Woudenberg Moorsterweg V2189 Oktober 2021 Top10NL, CC-BY Kadaster 2021
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:1.000
0 161450
161500
161550
161600
20 m
/ A4
This text was set using the following freely available font software: Allerta
Copyright (c) 2010, Matt McInerney (http://pixelspread.com), with Reserved Font Name Allerta.
Inconsolata_dz
Copyright (c) 2006, Raph Levien (http://www.levien.com), with Reserved Font Name <Inconsolata>. Copyright (c) 2009, David Zhou (http://blog.nodnod.net/) with Reserved Font Name <Inconsolata_dz>.
Molengo_Vestigia
Copyright (c) 2007, Denis Moyogo Jacquerye, with Reserved Font Name <Molengo>. Copyright (c) 2011, Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie (www.vestigia.nl), with Reserved Font Name <Molengo_Vestigia>; available at www.vestigia.nl/fonts.
ofl
This Font Software is licensed under the SIL Open Font License, Version 1.1. The license is available with a FAQ at: http://scripts.sil.org/OFL
Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort Nederland Telefoon 033 277 92 00 E-mail info@vestigia.nl Website www.vestigia.nl K.v.K. Gooi- en Eemland 32078894
Erfgoedingenieurs
“Engineering the past, creating the future”