04d. Bijlage 3 - Beleidsregels standplaatsen 2020.pdf
Tekst van het document
Beleidsregels standplaatsen Woudenberg
Woudenberg, 1 juli 2020
Hoofdstuk 1
Algemeen
Artikel 1 Algemene begripsbepaling In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. APV: de geldende Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woudenberg; b. standplaats: standplaats als bedoeld artikel 5:17 lid 1 van de APV; c. incidentele standplaats: een gedeelte van de openbare weg, dat eenmalig kan worden ingenomen als standplaats, inclusief de daarbij horende (verkoop)wagen en eventuele uitstallingen; d. seizoensgebonden standplaats: een gedeelte van de openbare weg, dat gedurende één of meerdere dagen per week kan worden ingenomen als standplaats voor de verkoop van seizoengebonden producten, inclusief de daarbij horende (verkoop)wagen/kraam en eventuele uitstallingen, voor een periode tot maximaal 8 weken per kalenderjaar; e. vaste standplaats: een gedeelte van de openbare weg, dat gedurende één of meerdere dagen per week kan worden ingenomen als standplaats, inclusief de daarbij horende (verkoop)wagen/kraam en eventuele uitstallingen, voor een periode van minimaal 3 maanden per jaar; f. vergunning: de vergunning tot het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 lid 1 van de APV; g. vergunninghouder: degene aan wie door het college een vergunning is verstrekt om een standplaats in te nemen.
Hoofdstuk 2
Behandelprocedure
Artikel 2 Aanvraag vergunning 1. De volledige aanvraag voor een vergunning dient uiterlijk acht weken voor aanvang van het gewenste tijdstip van inname van de standplaats te worden ingediend. 2. De aanvraag voor een vergunning moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. een overzichtstekening (schaal 1:200) waarop de exacte locatie is aangegeven waar en hoe de standplaatswagen/kraam wordt geplaatst; c. een afbeelding van de uitgestalde standplaatswagen/kraam; d. de totale oppervlakte van de standplaatswagen/kraam, inclusief eventuele uitstallingen; e. een schriftelijke toestemming van de grondeigenaar indien de locatie is gelegen op particuliere grond. 3. Om in aanmerking te komen voor een vaste standplaatsvergunning is vereist dat de aanvrager een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is die: a. zich kan legitimeren door een geldig identiteitsbewijs en in het geval van een vreemdeling door middel van een geldig verblijfsdocument aan kan tonen, dat hij/zij de bevoegdheid heeft om in Nederland te mogen verblijven en te werken c.q. te ondernemen; b. kan aantonen te hebben voldaan aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van de bedrijfsuitoefening- en organisatie; c. kan aantonen dat de standplaatswagen voldoet aan de eisen, die daaraan bij of krachtens de Wet milieubeheer worden gesteld. 4.
Indien de aanvraag om een vergunning niet voldoet aan het gestelde in dit artikel kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Pagina 2
Artikel 3 Beoordeling aanvraag 1. Bij het beoordelen van de aanvraag aan het bepaalde in artikel 1:8 jo. artikel 5:18 lid 3 van de APV voor een vergunning wordt getoetst aan de volgende criteria: Bescherming openbare orde en veiligheid / beperken overlast (art. 1:8 APV) a. Op toegangswegen en calamiteitenroutes dient de doorgang van hulpdiensten als politie, brandweer en ambulance niet belemmerd te worden (minimaal 3,50 meter vrij); b. de toegang tot gebouwen wordt niet belemmerd; c. geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast die te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van de in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken kan afdoende worden beperkt door het stellen van voorschriften; d. de aangevraagde standplaats bevindt zich niet op de bij de gemeente in beheer zijn de gazons of groenstrook; e. er kan worden voldaan aan de gestelde brandveiligheidsvoorschriften, zoals genoemd onder bijlage A van deze beleidsregels; Waarborgen verkeersveiligheid (art. 1:8 APV) f. de aangevraagde standplaats belemmert niet het uitzicht op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten en dergelijke; g. de aangevraagde standplaats is niet gelegen op een locatie, die is aangewezen voor belanghebbenden om te parkeren, tenzij op een aangewezen parkeerplaats een (tijdelijk) parkeerverbod is ingesteld; h.
de benodigde vrije doorgang voor het verkeer ter plaatse (voetgangers, fietsers, gemotoriseerd verkeer) wordt niet belemmerd; i. de standplaats werkt niet verstorend of verwarrend op de verkeerskundige inrichting ter plaatse en leidt niet tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag; j. de standplaats leidt niet tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk in de directe omgeving; Waarborgen redelijke eisen welstand (art. 5:18 lid 3 sub a APV) k. het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles wordt niet aangetast; l. het uitzicht op monumenten of kunstobjecten wordt niet aangetast; Redelijk verzorgingsniveau (art. 5:18 lid 3 sub b APV) m. er is geen sprake van dat consumenten afhankelijk zijn van slechts één winkel in een betreffende branche en dat deze zal verdwijnen door het verlenen van de vergunning voor het innemen van een standplaats. 2. Op een standplaatslocatie mag maximaal één aanbieder per branche tegelijkertijd een standplaats innemen. 3. Het college kan op een standplaatslocatie branches aanwijzen die voorrang krijgen t.o.v. overige branches om het voorzieningenniveau van de consument in evenwicht te houden. 4.
Indien het maximaal aantal te verstrekken vergunningen voor een locatie is bereikt dan wordt bij de eerstvolgende mogelijkheid voor vergunning op deze locatie een openbare loting georganiseerd middels een openbare aankondiging. Toewijzing van de vergunning vindt plaats op basis van de loting onder alle ingediende aanvragen. 5. Indien een aanvraag wordt ingediend voor een locatie waarop het maximaal aantal te verstrekken vergunningen is bereikt, dan wordt een vergunning geweigerd.
Pagina 3
Artikel 4 Verdeling (vaste) standplaatsen 1. Het college verstrekt een maximaal aantal vergunningen per locatie voor vaste standplaatsen op grond van de in artikel 3, lid 1 genoemde criteria, volgens het volgende verdeelschema: Locatie
Max. aantal standplaatsen per dag 1
Koningin Julianaplein Poortplein Poortplein Parkeerplaats naast het Cultuurhuis
6 4 2
Tussen Blokker/Cultuurhuis
1
2.
Dagen per week 1 dag per week, op maandag t/m vrijdag. 1 (zaterdag) 1 (dinsdag) 2 dagen per week, maandag t/m vrijdag 2 dagen per week
Opstelling conform kaart (bijlage) Nee Ja Ja Nee
Nee
Voor seizoensgebonden en incidentele standplaatsen kan het college afwijken van het bepaalde in lid 1 van dit artikel.
Hoofdstuk 3
Voorwaarden standplaatsvergunning
Artikel 5 Vergunning 1. Een standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. de toegewezen standplaats met vermelding van de afmetingen ervan, inclusief een gewaarmerkte tekening; c. de branche waartoe de vergunninghouder behoort; d. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; e. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; f. de brandveiligheidseisen die eventueel van toepassing zijn. 2. Het college kan extra voorschriften aan de vergunning verbinden ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 3. Een vergunning voor vaste standplaatsen wordt in beginsel voor de duur van 5 jaar verleend. 4. Een vergunning voor seizoensgebonden en incidentele standplaatsen wordt in beginsel voor de duur van de gevraagde periode verleend. 5. Het college kan de geldigheidsduur van een vergunning, in afwijking van het gestelde in lid 3 en 4 van dit artikel, beperken. 6. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd op basis van artikel 1:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2019. Artikel 6 Vergunninghouder 1.
Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen en mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder legitimeert zich op verzoek van daartoe bevoegde toezichthouders door middel van een geldig identiteitsbewijs. 3. De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan door derden.
Pagina 4
4.
Bij ziekte en vakantie van de vergunninghouder kan het college op verzoek van de vergunninghouder van een standplaats toestemming verlenen voor tijdelijke vervanging door een derde.
Artikel 7 Standplaatslocatie 1. Het college bepaalt de oppervlakte van een standplaats gelet op de ruimtelijke omstandigheden, de intensiteit, het gebruik van de openbare weg en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Bijbehorende (vracht)wagens en auto’s mogen niet achter de verkoopkraam, of – wagen worden geplaatst, anders dan tijdens de op- en afbouw. Artikel 8 Dagen en tijden 1. De vergunninghouder mag op de dag(en) waarvoor vergunning is verleend de standplaats in gebruik hebben op zaterdag t/m donderdag van 08.00 uur tot 18.00 uur en op vrijdag van 08.00 uur tot 21.00 uur. 2. Voor de verzameling van standplaatsen op het Poortplein mag op de dinsdag en zaterdag de standplaats in gebruik genomen worden van 08:00 tot 12:30. 3. De vergunninghouder mag de standplaatswagen alleen plaatsen en geplaatst hebben op de dagen en tijden waarvoor vergunning is verleend. 4. Tijdens dagen waarvoor vergunning is verleend mag vergunninghouder vanaf één uur voor aanvang tot één uur na aanvang van de verkoopactiviteit de standplaatswagen plaatsen en geplaatst hebben. Artikel 9 Evenementen 1. Tijdens evenementen mag een standplaats waarvoor een vergunning is verleend niet worden ingenomen, als de evenementen en/of activiteiten plaatsvinden op de betreffende locatie. 2.
Het college kan bij situaties als bedoeld in lid 1 van dit artikel besluiten een alternatieve dag of locatie aan te wijzen waarop de standplaatslocatie kan worden ingenomen. 3. Bij andere evenementen dan bedoeld in lid 1 van dit artikel moeten aanwijzingen van het college over het innemen van de standplaatslocatie worden opgevolgd. Artikel 10 Kosten 1. Voor het aanvragen van een vergunning zijn leges verschuldigd op grond van de geldende legesverordening. 2. Indien een vergunninghouder gebruik maakt van gemeentelijke nutsvoorzieningen worden hiervoor kosten in rekening gebracht. Artikel 11 Overdracht Een standplaatsvergunning is in beginsel niet overdraagbaar.
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12 Overgangsbepaling 1. Op de voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels ingediende aanvragen waarop nog niet is beslist zijn deze beleidsregels van toepassing. 2. Vergunningen die zijn verleend voor vaststelling van deze beleidsregels blijven van kracht, met dien verstande dat de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze beleidsregels na inwerkingtreding hiervan onverminderd op de vergunningen van toepassing zijn. Een vergunning kan ambtshalve worden gewijzigd. Artikel 13
Inwerkingtreding
Pagina 5
1. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking. 2. Het standplaatsenbeleid dat is vastgesteld op 7 augustus 2017 wordt ingetrokken. Artikel 14 Citeertitel Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels standplaatsen Woudenberg’.
Pagina 6
Bijlage A Brandveiligheidsvoorschriften Bereikbaarheid voor diverse hulpdiensten Een evenement/standplaats en de omliggende bebouwing moeten, tijdens het evenement/verkoop en de voorafgaande opbouw, altijd goed bereikbaar zijn in verband met calamiteiten. Toegangswegen en calamiteitenroutes op het evenemententerrein moeten minimaal 3,50 meter breed zijn met een hoogte van 4,20 meter en geschikt zijn voor brandweervoertuigen (15.000 kg). Bluswaterwinplaatsen moeten altijd vrij worden gehouden en bereikbaar blijven. Kramen - In de vrije doorgang tussen kramen onderling en tussen kramen en gevels mogen geen obstakels worden geplaatst. - (Tui-)draden en/of elektriciteitskabels welke over de weg worden gespannen moeten op een hoogte van minimaal 4,20 meter worden aangebracht. - Kabels en slangen op de grond moeten worden afgedekt of afgeplakt om struikelen te voorkomen. Bakkramen, niet zijnde mobiele bakwagens - Een bakkraam moet op tenminste 2 meter van een gebouw worden geplaatst. Als de bakkraam tegen een blinde gevel wordt geplaatst geldt deze minimale afstand niet. - In de nabijheid van het baktoestel moet een passend deksel aanwezig zijn. Mobiele bakwagens - Een mobiele bakwagen moet beschikken over een geldig keuringscertificaat conform de NPR 2577:2006, deze moet bij de wagen aanwezig zijn. - Een mobiele bakwagen moet op tenminste 5 meter van een gebouw worden geplaatst.
Als de bakwagen tegen een blinde gevel wordt geplaatst geldt deze minimale afstand niet. De afstand tussen de bakwagen en naastgelegen kramen moet tenminste 2 meter bedragen. Gasinstallaties - De gasslangen mogen niet langer zijn dan 1,5 meter en moeten in goede staat van onderhoud verkeren, mogen niet uitgedroogd zijn of andere beschadigingen vertonen. Gasslangen waarop de productiedatum is aangegeven mogen niet ouder zijn dan 2 jaar. Gasslangen waarop het vervangingsjaar is aangegeven moeten voor het einde van dat jaar zijn vervangen. - De gasdrukregelaar mag niet ouder zijn dan 5 jaar. - De gezamenlijke inhoud van alle aanwezige gasflessen mag maximaal 115 liter zijn. - De ruimten waarin gasflessen staan moet voldoende geventileerd zijn. Kleine blusmiddelen - Aanwezige blusmiddelen moeten zichtbaar, gemakkelijk bereikbaar en direct gebruiksklaar zijn. - In de nabijheid van het baktoestel moet een passend deksel aanwezig zijn. - Blusmiddelen moeten tweejaarlijks worden onderhouden, gekeurd en verzegeld zijn. Elektrische installaties en toestellen - De elektrische installatie en apparatuur moeten zodanig worden gebruikt en opgesteld dat het geen (brand)gevaar oplevert. - Stroomhaspels moeten volledig zijn afgerold.
Pagina 7
(Mobiele) ruimteverwarmingstoestellen Een ruimteverwarmingsinstallatie moet zodanig worden gebruikt en opgesteld dat het geen (brand)gevaar oplevert. De vloer rondom het verwarmingstoestel moet tenminste 2 meter worden vrijgehouden. Een niet-elektrisch verwarmingstoestel in een besloten ruimte moet beschikken over een correcte rookgasafvoer en er mag geen onvolledige verbranding plaatsvinden.
Pagina 8
Bijlage B Toelichting beleidsregels standplaatsen Woudenberg Algemeen In 2017 heeft de gemeente Woudenberg standplaatsenbeleid vastgesteld. Gezien de huidige situatie is het wenselijk het beleid aan te passen Artikel 1 Algemene begripsbepaling Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten standplaatsen: vaste, seizoensgebonden (tijdelijk) en incidentele standplaatsen. Vaste standplaatsen hebben een permanent karakter, omdat zij gedurende een langere periode op een locatie staan. Hiermee is de impact op de openbare ruimte en het woonen leefklimaat doorgaans groot. Daarom gelden er strikte eisen over de locaties waar deze standplaatsen zich kunnen vestigen en eisen qua maximale maatvoering. De seizoensgebonden standplaatsen betreffen in de praktijk de jaarlijkse oliebollen- en eventuele kerstbomenverkoop in de wintermaanden en ijsverkoop in de zomermaanden. Het is wenselijk om deze categorie meer flexibiliteit te geven, omdat hier sneller ingespeeld kan worden op ontwikkelingen en locaties slechts een beperkte periode worden ingenomen. Ook voor incidentele standplaatsen geldt deze gewenste flexibiliteit. Denk bijvoorbeeld aan standplaatsen voor speciale (eenmalige) acties. De impact is hier doorgaans gering in verband met de korte periode waarop deze standplaatsen worden ingenomen. Hoofdstuk 2
Behandelprocedure
Artikel 2 Aanvraag vergunning Lid 1:In overeenstemming met het gestelde in artikel 1:2 lid 1 van de APV moet een aanvraag voor vergunning minimaal acht weken voor aanvang van het gewenste tijdstip van inname van de standplaats worden ingediend. Lid 2: Aanvragen die compleet zijn en voldoen aan de gestelde vereisten, zoals genoemd in dit lid, worden in behandeling genomen. Lid 3: In dit artikel worden algemene criteria genoemd om in aanmerking te komen voor een vergunning. De aanvrager van een vergunning moet kunnen aantonen dat wordt voldaan aan de gestelde eisen. Publiekrechtelijke verplichtingen betreft minimaal een uittreksel uit het Handelsregister van de KvK. Daarnaast eventuele andere verplichtingen afhankelijk van de betreffende branche. Lid 4: Indien een aanvraag niet volledig is zal de mogelijkheid worden geboden aan de aanvrager om de gegevens aan te vullen. Als daarvan geen gebruik wordt gemaakt dan wordt besloten de aanvraag niet te behandelen. Artikel 3 Beoordeling aanvraag Lid 1: Deze criteria zijn een nadere uitwerking van alle weigeringsgronden voor een (standplaats)vergunning genoemd in artikel 1:8 jo. 5:18 lid 3 sub a en b van de APV. Toetsing aan deze criteria is aanvullend op de imperatieve weigeringsgrond van toetsing aan het bestemmingsplan.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk, namelijk wanneer een standplaatsvergunning er toe kan leiden dat het voorzieningenniveau voor consumenten binnen hetzelfde verzorgingsgebied wordt bedreigd. Deze weigeringsgrond is benoemd in artikel 5:18 lid 4 sub b. van de APV. Hierbij is gesteld dat een vergunning kan worden geweigerd indien, als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente, of in een deel van de gemeente, redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een vergunning voor het hebben van een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. Deze
Pagina 9
uitzondering geldt uitsluitend voor de verkoop van producten en niet voor dienstverlening. De Europese Dienstenwet verbiedt deze uitzondering. Tevens kan een branche worden geweigerd in het geval van een nieuw winkelcentrum waarbij de gevestigde ondernemers ruimte krijgen te ontwikkelen en zodoende gevrijwaard blijven van concurrentie. Binnen Woudenberg is hiervan momenteel geen sprake. Lid 2 en lid 3: Om een gevarieerd aanbod voor de consument mogelijk te maken en het voorzieningenniveau op peil te houden wordt gestreefd naar differentiatie. Hierbij is het uitgangspunt om vergunning te verlenen aan branches die een aanvulling vormen op het bestaande voorzieningenniveau van de consument. Juridisch gezien is het als gemeente echter niet mogelijk om branches te weigeren. Dit betekent feitelijk dat indien voor een standplaatslocatie niet voor alle dagen een vergunning is verleend een branche niet geweigerd kan worden. Wel zal in voorkomende gevallen de vergunning voor een kortere periode worden verleend, om zodoende de meer gewenste branche de mogelijkheid te bieden om alsnog een vergunning te verkrijgen. Lid 4: Indien voor een locatie de vraag dusdanig groot is en het maximum aantal vergunningen is verstrekt, dan zal bij een eerstvolgende mogelijkheid een openbare inschrijving worden georganiseerd. Vergunningverlening vindt plaats op basis van een openbare loting.
Lid 5: Om geen lange wachtlijsten te laten ontstaan worden dergelijke aanvragen simpelweg geweigerd. Indien de betreffende aanvrager in de toekomst mee wil dingen naar de betreffende locatie dan kan deze op het moment dat deze kans zich voordoet hiervoor inschrijven (zie lid 4). Artikel 4 Verdeling (vaste) standplaatsen Lid 1: In periode 2012-2017 is geconstateerd dat het huidig aantal locaties voor vaste standplaatsen voldoende is voor het aantal aanvragen dat is binnengekomen. Bij deze herziening zijn de aangewezen locaties daarom zoveel mogelijk in lijn met de aangewezen locaties uit het hiervoor geldende beleid. Door de ontwikkelingen aan het Koningin Julianaplein, en de daaruit voortvloeiende verplaatsing van de verzameling van standplaatsen naar het Poortplein, is het noodzakelijk om aanpassingen door te voeren wat betreft het aantal vaste standplaatsen. Na de werkzaamheden aan het Koningin Julianaplein is het, gezien de parkeerdruk, nog mogelijk zijn om, van maandag tot en met vrijdag, 1 standplaats in te nemen. Op het Poortplein is het maximale aantal op de zaterdag verhoogd naar 6 om de verplaatsing van de verzameling van standplaatsen vanaf het Koning Julianaplein, mogelijk te maken. Op de dinsdag is het maximale aantal van 5 teruggebracht naar 4 om de druk en mogelijke overlast voor de omwonenden en ondernemers van het plein te verlichten.
Op de locatie naast het Cultuurhuis is het maximaal aantal toegestane standplaatsen uitgebreid van 1 naar 2. Gezien de parkeerdruk is er gekozen om op zaterdag geen standplaatsen toe te staan op deze locatie. Met deze aanpassingen van de locaties verwachten wij te kunnen voorzien in eventuele aanvragen in de toekomst. De standplaatslocaties zoveel mogelijk vestigen rondom winkelgebieden is nog altijd het uitgangspunt gebleven. Standplaatsen hebben een verkeersaantrekkende werking en hebben een zekere impact op de omgeving en omwonenden. Rondom winkelgebieden kunnen standplaatsen eenvoudiger worden ingepast dan in bijvoorbeeld rustige woonwijken. Op deze wijze kunnen standplaatsen bovendien een aanvulling vormen op het voorzieningenniveau van de consument. De aangewezen locaties, onderverdeeld naar aantal en beschikbare dagen vormen het maximumstelsel. Dit betekent dat vaste standplaatsen alleen gevestigd kunnen worden op dit maximum aantal genoemde locaties. Tevens is onderverdeling gemaakt naar de dagen en/of dagdelen waarop vergunning verleend kan worden.
Pagina 10
Aangezien door het innemen van een standplaats ruimte aan andere openbare functies wordt onttrokken, is het wenselijk het aantal standplaatsen per locatie beperkt te houden. Lid 2: Zoals onder artikel 1 al is toegelicht geldt voor seizoensgebonden en incidentele standplaatsen niet direct een maximumstelsel en is er in beginsel meer vrijheid in locaties bovenop de aangewezen locaties. Ook is er in beginsel de mogelijkheid af te wijken van het aantal standplaatsen op een aangewezen locatie of het aantal dagen. Hiermee wordt beoogd om dit type standplaatsen flexibel te behandelen en makkelijk in te spelen op gewijzigde situaties. Dit betekent overigens niet dat elke willekeurige aanvraag wordt gehonoreerd. Aanvragers voor een incidentele- of seizoenstandplaats die gebruik willen maken van een (andere) locatie, zullen dit zelf goed moeten motiveren. Hoofdstuk 3
Voorwaarden standplaatsvergunning
Artikel 5 Vergunning Lid 1: De genoemde standaardvoorschriften en informatie worden minimaal aan elke vergunning verbonden in verband met het uitvoeren van effectief toezicht. Lid 2: Er worden standaardvoorschriften verbonden aan elke vergunning. Afhankelijk van de locatie, of het type standplaats, kunnen op advies van interne of externe partijen voorschriften worden verbonden aan een vergunning. Lid 3: Aangezien de gemeente werkt met een maximumstelsel zijn de vergunningen ’schaars’. Om iedere ondernemer een eerlijke kans te bieden om een vergunningen te bemachtigen wordt een termijn van 5 jaar verbonden aan een vergunning. Deze termijn wordt redelijk geacht om een rendabele exploitatie op te bouwen. Na afloop van deze periode krijgen geïnteresseerden een nieuwe mogelijkheid mee te dingen naar de vergunning. Lid 4: Incidentele en seizoensgebonden standplaatsen worden in de regel slechts een korte periode ingenomen en daarom is de vergunningsduur gekoppeld aan deze periode. Lid 5: Er zijn verschillende situaties denkbaar waarin het wenselijk is om de duur van een vergunning te beperken. Zoals onder artikel 3 is toegelicht kan het college voorkeuren kenbaar maken voor branches, terwijl er geen branches geweigerd kunnen worden. Indien desondanks toch een andere branche een aanvraag indient en er geen andere branches zijn dan zal het college de vergunning moeten verlenen.
In een dergelijk scenario kan de vergunningsduur wel worden beperkt om de ‘gewenste’ branches vroegtijdig de mogelijkheid te geven alsnog een vergunning aan te vragen. Lid 6: Door het afgeven van langdurige vergunningen, in beginsel 5 jaar (lid 3), is er niet altijd goed zicht op de huidige situatie van standplaatsen. Denk hierbij aan het karakter, zoals omvang, van de kramen. Door het toevoegen van dit lid worden vergunninghouders verplicht een nieuwe vergunning aan te vragen zodra de situatie verandert. Dit geeft meer zicht op de situatie. Artikel 6 Vergunninghouder Lid 1: Een vergunning heeft een persoonlijk karakter en daarom is het verplicht dat de vergunninghouder zelf de standplaats inneemt in de praktijk. Lid 2: De vergunninghouder moet te allen tijde op verzoek een vergunning kunnen tonen evenals een legitimatiebewijs, zodat een effectieve controle kan worden uitgevoerd. Lid 3: Geen toelichting. Lid 4: De gemeente zal in de praktijk niet rigide handelen bij het toepassen van dit artikel. Echter dient dit wel als ‘stok achter de deur’ om ongewenste situaties te voorkomen. Artikel 7 Standplaatslocatie Lid 1: Door het college te laten beslissen over de maximale oppervlakte van de kramen kan maatwerk geleverd worden. Op de ene locatie is meer oppervlakte per standplaats
Pagina 11
mogelijk dan op de andere locatie. Bij nieuwe aanvragen kan worden beoordeeld of de locatie geschikt is voor het opgegeven aantal vierkante meters. Lid 2: Vanuit ditzelfde perspectief is het tevens niet toegestaan (vracht)wagens en auto’s achter of rondom de kraam te plaatsen. Deze horen thuis op de daarvoor aangewezen parkeerplaatsen in de omgeving. Artikel 8 Dagen en tijden Lid 1: Om overlast voor omgeving te beperken is er voor gekozen om vergunninghouders de mogelijk te bieden om hun standplaatsen tussen 08.00 uur en 18.00 uur (op vrijdag tot 21.00 uur) in gebruik te hebben. Dit sluit het meest aan op de openingstijden van de meeste winkels. Aangezien de meeste locaties zijn gelegen rondom winkelgebieden wordt hiermee de rust voor omwonenden gewaarborgd na afloop van de openingstijden voor winkels. Voor het Poortplein is er, in verband met de op het plein aanwezige horecaondernemers met terrassen, voor gekozen alleen in de ochtend (tot 12:30 uur) standplaatsen toe te staan. Lid 2: Hier is aan toegevoegd dat ook de tijden dat een standplaats ingenomen mag worden is opgenomen in de vergunning. Lid 3: Geen toelichting. Artikel 9 Evenementen Lid 1: Rondom evenementen heeft de organisator/vergunninghouder van het betreffende evenement het eerste recht tot gebruik van de openbare ruimte.
Dit betekent dat standplaatsvergunninghouders tijdens deze evenementen hun standplaats niet mogen innemen als er activiteiten plaatsvinden op de betreffende locatie. Vanzelfsprekend kan de standplaats wel worden ingenomen indien er geen activiteiten plaatsvinden op de locatie, of wanneer de organisator hiermee instemt. Lid 2: Het college kan bij situaties als bedoeld in lid 1 van dit artikel besluiten een alternatieve dag of locatie aan te wijzen waarop de standplaats kan worden ingenomen. Dit is echter geen verplichting. Lid 3: Bij de aanwijzing van locaties is zoveel mogelijk gekeken naar verhoudingen met bestaande evenementen. Toch kan het voorkomen dat evenementen en standplaatsen in de praktijk incidenteel in situaties komen waarbij de beschikbare openbare ruimte verdeeld moet worden. Het college zal in het uiterste geval aanwijzingen geven om onwenselijke situaties te voorkomen. Artikel 10 Kosten Lid 1: Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor vergunning zijn leges verschuldigd op grond van de Legesverordening. Deze verordening wordt jaarlijks vastgesteld. Lid 2: Op enkele plaatsen is elektriciteit aanwezig. Hiervoor worden gebruikskosten in rekening gebracht. De standplaatshouder ontvangt hiervoor periodiek een factuur (gecombineerd met de staangelden). Artikel 11 Overdracht De vergunning is persoonsgebonden en in beginsel niet overdraagbaar.
Hiermee wordt beoogd dat er geen handel ontstaat in vergunningen en verhoudingen op de verzameling van standplaatsen niet worden verstoord. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12 Overgangsbepaling Lid 1: Geen toelichting. Lid 2: Ook bestaande vergunninghouders moeten direct voldoen aan de regels, zoals genoemd onder hoofdstuk 3 van deze beleidsregels. De gemeente kan de vergunningen ambtshalve wijzigen. Op die wijze wordt direct uitvoering gegeven aan de nieuwe geldigheidsduur van vergunningen voor 5 jaar (artikel 5). Pagina 12
Daarnaast geldt op het moment van inwerkingtreding van deze nieuwe beleidsregels dat voor een aantal aangewezen locaties (artikel 4) er meer dan het maximumaantal vergunningen is verleend. De gemeente beoogd om binnen een redelijke periode het aantal vergunningen per locatie terug te brengen tot het nieuw gestelde maximum. Om hier uitvoering aan te geven zal de ambtshalve gewijzigde vergunning voor een kortere duur worden verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding Geen toelichting. Artikel 14 Citeertitel Geen toelichting.
Pagina 13
Bijlage C Opstelling verzameling standplaatsen Poortplein
Pagina 14