CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04b. Zegheweg 8a_Bijlagen toelichting_Bijlage 1 Quick scan Flora en Fauna.pdf

Raadscommissie 5 oktober 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Zegheweg 8a5.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte

Plangebied: Zegheweg 8, Woudenberg Opsteller(s): F. V. van der Lans

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel

Plangebied: Zegheweg 8, Woudenberg

Opsteller

F. V. van der Lans

Datum

07-11-2018

Versienummer

01

Rapportkenmerk

ER20180919v01

Aantal pagina's

33

Opdrachtgever

Kubiek Ruimtelijke Plannen

Contactpersoon

P. Wallenburg

Collegiale toets

L. Boon

Wijze van citeren

Lans, F. V..van der. 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Zegheweg 8, Woudenberg. Rapportkenmerk: ER20180919v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding........................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding...............................................................................................................................5 1.2 Doel.........................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader........................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming..........................................................................................................7 2.2 Verordening Ruimte.................................................................................................................9 3 Omschrijving plangebied............................................................................................................11 3.1 Algemeen..............................................................................................................................11 3.2

Beschrijving...........................................................................................................................11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen................................................................................................12 3.4 Nieuwe situatie......................................................................................................................12 3.5 Planning.................................................................................................................................12 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden............................................................................13 4.1 Wet natuurbescherming........................................................................................................13 4.2 Verordening ruimte................................................................................................................14 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten...............................................................................17 5.1 Algemeen..............................................................................................................................17 5.2 Soorten Vogelrichtlijn.............................................................................................................18 5.3 Soorten

Habitatrichtlijn..........................................................................................................21 5.4 Nationaal beschermde soorten.............................................................................................23 6 Conclusies en aanbevelingen.....................................................................................................25 6.1 Beschermde gebieden..........................................................................................................25 6.2 Beschermde soorten.............................................................................................................25 7 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................29 7.1 Internet..................................................................................................................................29 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.............................................................................................31

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Zegheweg 8, Woudenberg, gemeente Woudenberg, provincie Utrecht. De aanleiding voor dit verzoek is de sloop van de bestaande bebouwing binnen het plangebied (zie verder Hoofdstuk 3.3) en realisatie van nieuwbouw. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden.

1.2

Doel

Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeelt. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samen gevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek. 5

2

Toelichting onderzoekskader

2.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden; per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1

Bescherming van gebieden

De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000 gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantsoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2

Bescherming van soorten

De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

1 2

www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

7

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb

2.1.3

Bescherming van houtopstanden

De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze nquickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

8

2.2

Verordening Ruimte

In de Verordening ruimte3 is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van Belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige beschermde op provinciaal niveau gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

3 Verordening ruimte 2014 (geconsolideerd, in werking per 12 januari 2017) https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/VRM

9

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen

Het plangebied voor deze quickscan omvat een voormalig boerenbedrijf (Afbeelding 1) op een perceel grond aan de Zegheweg 8, te Woudenberg, gemeente Woudenberg, provincie Utrecht. Het plangebied bevindt zich in ten oosten van de bebouwde kom van Woudenberg en ten westen van het NS-spoor (zie Afbeelding 2). Het plangebied is gelegen in buitengebied en op het agrarisch platteland.

Afbeelding 1: Zijaanzicht op de boerderij. Foto: Ecoresult B.V.

3.2

Beschrijving • • • • • • • • •

Het plangebied bestaat uit een rechthoekig perceel, waarop een boerderij aanwezig is. Het bouwjaar van de boerderij is 1919. De boerderij, nog bewoond, heeft twee verdiepingen en boven het woongedeelte een zolder. De bebouwing is opgetrokken uit baksteen. De bebouwing heeft houten kozijnen. De boerderij heeft een dakbedekking met dakpannen en dakkapel. Onder de voorzijde van de woning zijn kelders en een kruipruimte aanwezig. Op het erf staan meerdere opstallen, waar bedrijven in gevestigd zijn. De opstallen zijn van meer recente datum, naar schatting uit de jaren 1990. De opstallen hebben een golfplaten dak en bakstenen muren met spouwmuur en open stootvoegen. Op het erf staan enkele fruitbomen en een gewone es. 11

• •

Langs de noordzijde en zuidzijde van het erf is een greppel aanwezig. Straatverlichting in de vorm van lantaarnpalen is aanwezig direct langs de weg voor het plangebied.

Zie Bijlage 1 voor een algehele foto-impressie van het plangebied.

Afbeelding 2: Ligging van het plangebied (rood omlijnd), voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsonder (plangebied rode stip). Bron: PDOK.

3.3

Voorgenomen ontwikkelingen

De voorgenomen ontwikkelingen betreffen: • Sloop bestaande bebouwing • nieuwbouw van kantoren en zorgfunctie

3.4

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie is het plangebied bebouwd.

3.5

Planning

De planning van de voorgenomen ontwikkelingen is op dit moment nog niet bekend.

12

4

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1

Natura 2000

Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreffen de Veluwe op 15 kilometer afstand naar het oosten en de Oostelijke Vechtplassen (op ca. 24 km afstand) ten noordwesten van het plangebied, zie ook afbeelding 3. Effecten op het Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten op basis van de afstand van het natuurgebied tot de voorgenomen werkzaamheden (geluid, trillingen, optische verstoring hebben geen invloed op die afstand). Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden.

Afbeelding 3: Natura 2000-gebieden (gele en blauwe arcering) ten opzichte van het plangebied (rode stip ). De Oostelijke Vechtplassen liggen ten noordwesten van het plangebied, de Veluwe ten oosten. Bron: PDOK.

13

4.2 4.2.1

Verordening ruimte Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op een afstand van 0,9 km ten oosten van het plangebied en betreft het Valleikanaal, zie ook Afbeelding 4. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Verordening ruimte wordt niet overtreden.

4.2.2

Groene Contour

Het plangebied is niet gelegen in de Groene Contour. De meest dichtstbijzijnde onderdelen van de Groene Contour liggen op een afstand van 1,5 km van het plangebied, zie ook Afbeelding 4. Gebieden die behoren tot de Groene contour betreffen landbouwgronden welke in de toekomst omgevormd zullen worden tot natuurgebied en opgenomen zullen worden in de NNN. Voor de Groene contour geldt dat de geplande ontwikkelingen geen negatieve impact zullen hebben op de kwaliteiten en kenmerken van deze gebieden. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Verordening ruimte wordt niet overtreden.

14

Afbeelding 4: Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (donkergroen) en de Groene Contour (lichtgroen). Bron: https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart? bookmark=306d710255e14dcd8d5ecb612aca5211

4.2.3

Weidevogelkerngebied

Het plangebied is niet gelegen in een Weidevogelkerngebied4. De dichtstbijzijnde Weidevogelleefgebieden liggen op meer dan 15 km afstand ten noorden van het plangebied in polder Zeldert en de Eempolder, of 30 kilometer naar het westen in de Utrechtse venen en Lopikerwaard. Op basis van de afstand van de Weidevogelleefgebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Verordening ruimte wordt niet overtreden.

4

https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVNatuur2016-VA01? s=SAGsXDZ2AV7aikfER0EdcZ_AAAAYQwAc

15

5

Onderzoeksresultaten beschermde soorten

5.1

Algemeen

Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 10-09-2018 door B. Verhoeven, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig – met hulp van een verrekijker onderzocht. Zowel inpandig als buitenpandig is gekeken. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. De tabellen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen 5 jaar. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voorliggende quickscan heeft een geldigheid van maximaal 3 jaar na uitvoering van het onderzoek.

5

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true

17

5.2

Soorten Vogelrichtlijn

5.2.1

Bronnenonderzoek

5.2.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw

Soortgroep Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km

Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. © NDFF - quickscanhulp.nl 21-09-2018

5.2.2

Verkennend veldonderzoek

5.2.2.1

Jaarrond beschermde nesten

De bebouwing binnen het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen, te weten huismus. Huismussen kunnen nestelen onder de dakpannen van de boerderij en onder de golfplaten daken van de opstallen. Voor gierzwaluw is het plangebied ongeschikt vanwege te lage bebouwing en onvoldoende aanvliegroutes. De opgaande beplanting binnen het plangebied is potentieel geschikt als functioneel leefgebied voor huismus. Niet essentieel, omdat in de directe omgeving voldoende alternatief leefgebied aanwezig is in aangrenzende tuinen. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen in en rondom het plangebied geen nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Deze bomen waren goed te inspecteren. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, roek, wespendief en zwarte wouw redelijkwijs worden uitgesloten. Tenslotte werden er geen braakballen en uitwerpselen aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van 18

soorten als ransuil. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied tevens geen geschikte broedplaatsen (de opstallen en boerderij bieden geen toegang via openingen of openstaande deuren/ramen). Bovendien werden sporen van deze soorten (zoals braakballen) niet aangetroffen. Grote gele kwikstaart heeft zijn broedgebied langs beken en rivieren in vnl. het zuid/oosten van Nederland en kan redelijkwijs worden uitgesloten op basis van het ontbreken van dergelijke plaatsen in en rondom het plangebied. Voor de oehoe en ooievaar zijn tevens geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Voor de slechtvalk is de bebouwing binnen het plangebied te laag.

5.2.2.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is potentieel geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is geschikt voor een selectie van deze soorten (zogenaamde categorie 5soorten), zoals zwarte kraai, spreeuw, koolmees en pimpelmees. De overstekende witte daklijsten zijn niet bezet door nesten van huiszwaluwen.

5.2.2.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Dit betreffen struik- en boombroeders, zoals merel, houtduif, winterkoning en heggenmus. Andere algemene vogels kunnen daarnaast tot broeden komen in bijvoorbeeld de groenstructuren binnen het plangebied.

5.2.3

Effectbeoordeling en toetsing

5.2.3.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Aanwezigheid van huismus in het plangebied is niet uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen effect hebben op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus in het plangebied. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen of voortplantings- en vaste rusten verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 april – 15 mei. Totaal zijn 2 veldonderzoeken nodig, of 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni. De tussenliggende tijd tussen beide veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen11 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien huismussen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verbodsbepaling overtredende werkzaamheden kan worden gestart. 19

5.2.3.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Vogels met niet jaarrond beschermde nesten zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

5.2.3.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels (gebouw-, water-, oever-, struik- en boombroeders). Verscheidene algemene vogelsoorten (met name kauw) zijn waargenomen in en om het plangebied tijdens het veldbezoek. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

20

5.3

Soorten Habitatrichtlijn

5.3.1

Bronnenonderzoek

5.3.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soort Kamsalamander Poelkikker Gevlekte witsnuitlibel Baardvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Watervleermuis Heikikker Sierlijke witsnuitlibel Zandhagedis Kleine dwergvleermuis Meervleermuis Ruige dwergvleermuis

Soortgroep Amfibieën Amfibieën Insecten - Libellen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Insecten - Libellen Reptielen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijn soorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. © NDFF quickscanhulp.nl 21-09-2018

5.3.2

Verkennend veldonderzoek

5.3.2.1

Vleermuizen

De bebouwing binnen de begrenzing van het plangebied is geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. In de bebouwing in het plangebied zijn diverse geschikte invlieg-openingen aanwezig bestaande uit open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw. De te verwachten soorten zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en laatvlieger. Het plangebied kan voor deze soorten een functie hebben als zomer- en paarverblijfplaatsen. Voor overige typen verblijfplaatsen (kraam- en winterverblijfplaatsen) is de bebouwing ongeschikt wegens het ontbreken van stabiele plekken. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van rosse vleermuis, franjestaart, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis worden niet verwacht, vanwege afwezigheid van geschikt leefgebied (bosrijk gebied en grote bomen ontbreken). Kleine dwergvleermuis wordt niet verwacht op basis van het zeldzame voorkomen van deze soorten. Het plangebied en de directe omgeving kunnen functioneren als functioneel leefgebied bestaande uit vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen. Het leefgebied is niet 21

essentieel aangezien buiten het plangebied veel beter geschikte leefgebieden aanwezig zijn.

5.3.2.2

Amfibieën

Poelen, vijvers of vennen, of ander potentieel voortplantingswater zijn afwezig waardoor aanwezigheid van kamsalamander, heikikker en poelkikker zijn uitgesloten.

5.3.2.3

Overige Habitatrichtlijnsoorten

Voor overige Habitatrichtlijnsoorten ontbreekt geschikt habitat, Open water is grenzend aan het plangebied aanwezig. Laagveenmoerassen en vennen zijn afwezig, waardoor geschikt habitat voor gevlekte witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel afwezig is.

5.3.3

Effectbeoordeling en toetsing

In deze effectbeoordeling worden uitsluitend de habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het plangebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. In dit geval betreft dit potentie voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Aanwezigheid van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, laatvlieger) in het plangebied is niet uit te sluiten. Door renovatie en nieuwbouw kunnen zomer- en paarverblijfplaatsen worden weggenomen. De werkzaamheden hebben invloed op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli en 15 augustus tot 15 september middels 5 bezoeken om te bepalen of: • voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, laatvlieger aanwezig zijn. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen6 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart.

6

22

Vleermuisprotocol 2017

5.4

Nationaal beschermde soorten

5.4.1

Bronnenonderzoek

5.4.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna

Soort Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander grote vos Hazelworm Ringslang Boommarter Bosmuis Bunzing Das Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Veldmuis Alpenwatersalamander zilveren maan Adder Levendbarende hagedis Glad biggenkruid Korensla Dwergmuis Hermelijn Vos Wezel

Soortgroep Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Insecten - Dagvlinders Reptielen Reptielen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Insecten - Dagvlinders Reptielen Reptielen Vaatplanten Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Provinciale vrijstelling? ja ja ja ja nee nee nee nee ja ja nee nee ja ja ja ja ja ja nee nee nee nee nee nee ja ja ja ja

Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. © NDFF quickscanhulp.nl 21-09-2018

23

5.4.2

Verkennend veldonderzoek

5.4.2.1

Vaatplanten

Het groen in het plangebied bestaat enkel uit gazon en erfbeplanting, waaronder enkele tuinplanten en struiken rondom de bebouwing. Geschikt habitat (extensieve akkers) voor zeldzame soorten als glad biggenkruid en korensla is derhalve afwezig.

5.4.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied en de directe omgeving is potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in de provincie Utrecht een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten muizen. Voor boommarter, eekhoorn en das is is geen leefgebied aanwezig in en direct rondom het plangebied. In de bomen zijn geen nesten en holten gevonden die kunnen duiden op de aanwezigheid van eekhoorn en boommarter. Van das ontbreken sporen als holen, burchten en wissels. In de bebouwing zijn sporen van steenmarter afwezig, steenmarter kan het plangebied wel als foerageergebied gebruiken, niet essentieel omdat er voldoende alternatief habitat in de omgeving aanwezig is.

5.4.2.3

Amfibieën, reptielen en vissen

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in de provincie Utrecht een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de bruine kikker en gewone pad. Poelen zijn in het plangebied niet aanwezig.

5.4.2.4

Overige Nationaal beschermde soorten

Voor overige Nationaal beschermde soorten ontbreekt geschikt habitat (zoals iepen voor de grote vos en moerasviooltje voor zilveren maan).

5.4.3

Effectbeoordeling en toetsing

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Utrecht een provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

24

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Beschermde gebieden

6.1.1

Wet natuurbescherming

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000gebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.

6.1.2

Verordening Ruimte

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Groene Contour en Weidevogelkerngebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.2.1.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Aanwezigheid van huismus in het plangebied is niet uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen effect hebben op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus in het plangebied. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen of voortplantings- en vaste rusten verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 april – 15 mei. Totaal zijn 2 25

veldonderzoeken nodig, (of 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni). De tussenliggende tijd tussen beide veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien huismussen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verbodsbepaling overtredende werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.1.2

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten

In de directe omgeving van het plangebied kan potentieel geschikt zijn als voortplantingsplaats voor algemene vogelsoorten waarvan de nesten (in dezen) niet jaarrond beschermd zijn. In gebruik zijnde nesten mogen in principe nooit worden verstoord. Door onder andere buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – 15 augustus) te werken zijn schadelijke effecten op nesten van algemene vogels te voorkomen. Indien niet kan worden voorkomen dat in het broedseizoen wordt gewerkt, dient het plangebied ongeschikt gemaakt te worden voorafgaand aan het broedseizoen, en dient voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd.

6.2.2

Soorten Habitatrichtlijn

6.2.2.1

Vleermuizen

De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op potentieel aanwezige zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en laatvlieger). Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli en 15 augustus tot 15 september middels 5 bezoeken. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.3

Nationaal beschermde soorten

Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten welke vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Utrecht. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. 26

6.2.4

Benodigd aanvullend onderzoek

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

Soortgroep

Januari

Onderzoeksperiode

Vleermuizen Huismus

Tabel 5: Onderzoeksperiodes benodigd aanvullend onderzoek.

27

7

Geraadpleegde bronnen

7.1

Internet

Beschermde gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/geo/nnn/ Kadastrale Kaarten https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html Kennisdocumenten soorten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving www.rvo.nl PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Verordening ruimte https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/provinciale-0/ Vleermuisprotocol 2017 http://ecoresult.nl/algemeen/vleermuisprotocol-2017/ Weidevogelkerngebieden https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVNatuur2016-VA01? s=SAGsXDZ2AV7aikfER0EdcZ_AAAAYQwAc

29

Bijlage 1 Foto-impressie plangebied

Het plangebied, opstallen. Foto: Ecoresult B.V.

Opstallen in het plangebied. Foto: Ecoresult B.V.

31

Pannendak geschikt voor huismus het plangebied. Foto: Ecoresult B.V.

Fruitboom en bijgebouw in het plangebied. Foto: Ecoresult B.V.

32

opstallen in plangebied. Foto: Ecoresult B.V.

opstallen in plangebied. Foto: Ecoresult B.V.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1224/documents/32965