04. Was wordt tabel Verordening 2022.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-tabel integrale verordening sociaal domein 2022 Groen gearceerde onderwerpen zijn gewijzigd na de inspraakperiode.
Was
Wordt
Reden
Artikel 2. Melding hulpvraag Een melding als bedoeld in artikel 1 onder m van deze verordening kan schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal bij het college via Coöperatie De Kleine Schans worden ingediend.
Een melding als bedoeld in artikel 1 onder m van deze verordening kan schriftelijk of digitaal bij het college via Coöperatie De Kleine Schans worden ingediend.
Dit leidt tot een duidelijker werkproces. Indien gewenst kunnen inwoners zich laten ondersteunen door iemand uit het netwerk of clientondersteuner bij een melding.
De cliënt verschaft inzage in een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Verduidelijking van het artikel dat inzage nodig is, maar niet per se een kopie overlegd hoeft te worden.
1. Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger en waar mogelijk de mantelzorger of gewenst persoon uit het sociaal netwerk, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
1. Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger en/of gewenst persoon uit het sociaal netwerk, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
Toevoeging mantelzorger is overbodig, want mantelzorger kan de gewenste persoon zijn.
1c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of andere voorzieningen of algemene voorzieningen zijn hulpvraag te beantwoorden;
1c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of andere voorzieningen of algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn hulpvraag te beantwoorden;
In het kader van algemeen gebruikelijk.
1. Inwoners kunnen een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk of digitaal indienen bij het college. 2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dit op het verslag heeft aangegeven en het verslag is voorzien van een
Dit leidt tot een duidelijker werkproces.
Artikel 3. Vooronderzoek De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Artikel 4. Gesprek
Technische aanpassing wegens recente jurisprudentie en tekstueel wegens duiding van de eigen kracht-juridisch
Artikel 6. Aanvraag 1. Inwoners kunnen een aanvraag om een maatwerkvoorziening mondeling of schriftelijk indienen bij het college. 2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dit op het verslag heeft aangegeven en het verslag is voorzien van een dagtekening, de naam, het
Sluit nu aan bij aanpassing artikel 3.
1
identiteitsbewijs (mits deze niet eerder is verstrekt) en de geboortedatum van de cliënt.
dagtekening, de naam, het identiteitsbewijs (mits inzage niet eerder is verschaft) en de geboortedatum van de cliënt.
Artikel 9. Algemene criteria maatwerkvoorziening 1. Een cliënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
2. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als de cliënt de aangevraagde voorziening heeft gerealiseerd of aangeschaft na de melding maar nog voor de datum van besluit, tenzij het college daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
1. Een cliënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan dienstverlening door het sociaal team, bijvoorbeeld het verstrekken van informatie, advies, coaching en kortdurende begeleiding; e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen, (zijnde gebruikelijke diensten en zaken); kan verminderen of wegnemen. 2. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: a. de cliënt de aangevraagde voorziening in eigen kracht heeft gerealiseerd of aangeschaft voor of na de melding maar nog voor de datum van besluit, tenzij het
Het specifiek benoemen van het sociaal team als algemene voorziening c.q. basisvoorziening.
In het kader van algemeen gebruikelijk.
Verduidelijking artikel door eigen kracht
Uitbreiding van het artikel. Zie 2b.
2
college daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. b. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen belangrijke reden aanwezig was. 3. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt indien: a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag deels of geheel opgelost had. 3. Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich
4. Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de
Lid 3 toegevoegd en doorgenummerd. Dit zijn technische wijzigingen gebaseerd op jurisprudentie en nadere duiding van de termen vermijdbaar en voorzienbaar
Idem als het eerste punt: het specifiek benoemen van het sociaal team als algemene voorziening c.q. basisvoorziening.
3
handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen.
problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan dienstverlening door het sociaal team, bijvoorbeeld het verstrekken van informatie, advies, coaching en kortdurende begeleiding; e. met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen, (zijnde gebruikelijke diensten en zaken)
Lid e toegevoegd in lijn met recente jurisprudentie en in het kader van algemeen gebruikelijk.
Artikel 10 Regels voor persoonsgebonden budget (Wmo/Jeugdwet) Paragraaf 3. Voorwaarden pgb-beheerder 3.a Hij eerste of tweedegraads bloed-of aanverwant is van de cliënt, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven om het beheer te laten uitvoeren door iemand die tot het sociaal netwerk behoort;
3a. hij eerste of tweedegraads bloed-of aanverwant is van de cliënt of tot het sociaal netwerk behoort;
Het netwerk betrekken past beter bij de transformatie en door de aanpassing van dit lid, sluit dit hierbij beter aan.
Paragraaf 4 pgb niet mogelijk 1. Het college verstrekt geen pgb indien de kosten hiervan hoger zijn dan de kosten van maatwerkvoorziening in natura.
1. Het college verstrekt een pgb maximaal ter hoogte van de kostprijs van een vergelijkbare maatwerkvoorziening in natura.
1. Het college verstrekt geen pgb als er sprake is van ondersteuning in een
Het college verstrekt geen pgb a. sprake is van
Correctie van het lid. Het college verstrekt wel een pgb, maar de hoogte mag niet meer zijn dan de kostprijs van natura. Lid 3 b is verplaatst van de nadere regels naar de verordening
4
spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 1.3.
ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 1.3. b. als het een pgb behandeling binnen het informele netwerk van de cliënt in het kader van jeugdhulp betreft. c. Er wordt geen PGB verstrekt als deze dient als inkomstenderving voor (boven)gebruikelijke hulp die geboden wordt binnen het eigen gezin.
omdat hij hier beter past. Lid 3c is nieuw. Hiermee sluiten we uit dat iemand een pgb kan krijgen om inkomstenderving te compenseren.
Artikel 11c. Terugvordering en verrekening 1. Het college kan nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening, tegemoetkoming meerkosten dan wel pgb is herzien of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb terugvorderen; b. geheel of gedeeltelijk de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; c. de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen 2. Het college kan de kosten van de maatwerkvoorziening, het pgb of de tegemoetkoming meerkosten terugvorderen in geval van een onverschuldigde betaling. 3. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de ondersteuning in de zelfredzaamheid en participatie. 4. Voor zover sprake is van de wettelijke terugvorderingsbepaling kan het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. Dat geeft een executoriale titel. Bij andere terugvorderingsgronden moet de invordering langs civielrechtelijke weg
1. Het college kan nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening, tegemoetkoming meerkosten dan wel pgb is herzien of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb terugvorderen; b. geheel of gedeeltelijk de geldwaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; c. de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen. 2. Het college kan de kosten van de maatwerkvoorziening, het pgb of de tegemoetkoming meerkosten terugvorderen in geval van een onverschuldigde betaling. 3. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de ondersteuning in de zelfredzaamheid en participatie. 4. Voor zover sprake is van de wettelijke terugvorderingsbepaling kan het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. Dat geeft een executoriale titel. Bij andere terugvorderingsgronden moet de invordering langs civielrechtelijke weg
Toevoeging lid 5. De SVB laat weten dat als een budgethouder op 1 april 2022 geen modelzorgovereenkom st van de SVB met de zorgverlener heeft afgesloten, of als het derdenbeding ontbreekt, zij de goedkeuring van de zorgovereenkomst intrekt en de zorgverlener niet meer uitbetaald. Een derdenbeding is een afspraak in de zorgovereenkomst die de budgethouder beschermt bij oneigenlijk gebruik van het budget door de zorgverlener. Door deze afspraak kan de gemeente de onterechte betalingen direct bij de zorgverlener terugvragen.
5
plaatsvinden.
plaatsvinden. 5. Het college maakt gebruik van de in de Zorgovereenkomst SVB opgenomen derdenbeding, wanneer sprake is van toerekenbaar tekortschieten van de pgb -zorgaanbieder, ook als de budgethouder niets te verwijten valt.
Hoofdstuk 3 Artikel 12, lid 2 Een algemene voorziening kan zich richten op collectief vervoer, individuele begeleiding, dagbesteding en voorzieningen gericht op preventie van opvoed- en opgroeiproblemen. Hieronder valt ook de ondersteuning van het Sociaal Team.
Een algemene voorziening kan zich richten op individuele begeleiding, dagbesteding en voorzieningen gericht op preventie van opvoed- en opgroeiproblemen. Hieronder valt ook de ondersteuning van het Sociaal Team.
Juridisch van aard. De gemeente Woudenberg en de regiogemeenten kennen geen algemene voorziening collectief vervoer op indicatie.
Artikel 14. Maatwerkvoorzieningen: vormen van Wmo 1. De volgende vormen van (individuele) niet vrijtoegankelijke Wmo ondersteuning zijn beschikbaar: a. Dagactiviteit, vervoer en begeleiding b. Huishoudelijke hulp c. Respijtverblijf in een instelling d. Ondersteuning bij het wonen e. Ondersteuning bij deelname maatschappelijk verkeer f. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke overige en individuele voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn
1. De volgende vormen van (individuele) niet vrijtoegankelijke Wmo ondersteuning zijn beschikbaar: a. Dagactiviteit, vervoer en begeleiding b. Huishoudelijke hulp c. Respijtverblijf in een instelling d. Ondersteuning bij het wonen e. Ondersteuning bij deelname maatschappelijk verkeer f. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2. Het college verleent een maatwerkvoorziening gericht op ondersteuning bij deelname aan het maatschappelijk verkeer zijnde een kortingspas (gebruikerspas) Regiotaxi – Collectief vraagafhankelijk vervoer, waarvoor de cliënt een ritbijdrage is verschuldigd voor het zich lokaal (15 tot 20 km rondom de woning) kunnen verplaatsen.
Lid 2 toegevoegd en doorgenummerd: De maatwerkvoorziening is een kortingspas op het Collectief (regionaal) ingekocht vervoer. De kosten zijn hoger dan het rittarief dat de reiziger met een Wmo-indicatie betaald. Dit is al sinds 2007 het geval. Met deze aanpassing is dat daarmee duidelijker omschreven. Tekstuele aanpassing, juridisch stond het er al in.
6
3. Het college kan nadere regels vaststellen over welke overige en individuele voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn
Artikel 17 Klachtenregeling 1. Voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op gedragingen jegens hen van het college of van personen die namens haar meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening behandelen, hanteert het college de op het moment van indienen van de klacht geldende klachtenregeling van Coöperatie De Kleine Schans.
1. Klachten van cliënten die betrekkingen hebben op gedragingen jegens hen van personen die namens het college meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening behandelen, dienen ingediend te worden bij van Coöperatie De Kleine Schans. 2. Voor de in lid 1 bedoelde klachten is de klachtenregeling van Coöperatie De Kleine Schans van toepassing.
Verduidelijking van het artikel.
Artikel 20b Specifieke criteria maatwerkvoorzieningen 1. Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: a. deze noodzakelijk is om de cliënt in aanvaardbare mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;
1. Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: a. deze langdurig noodzakelijk is om de cliënt in aanvaardbare mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;
Toevoeging van ‘langdurig’ ter voorkoming dat een maatwerkvoorziening voor kortdurende situaties hoeft te worden ingezet.
Artikel 21 Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 2. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer via de regiotaxi (niet het gebruik
1.
De regionale samenwerking voor de Regiotaxi kent geen algemene voorziening Regiotaxi. Wel het aanvullend
7
op indicatie), ter hoogte van € 2,40 per zone (dit betreft het prijspeil 2020 en is indexeerbaar).
3. Het college zorgt ervoor dat de actuele bedragen bekend worden gemaakt.
2. Het college zorgt ervoor dat de actuele bedragen bekend worden gemaakt in het financieel besluit.
openbaar vervoer, waar iedereen gebruik van kan maken. Ook als men meer dan de korting op 600 zones wordt gereisd. Daar is echter geen korting meer van toepassing. Daarom komt lid 1 te vervallen en wordt de nummering aangepast. Verduidelijking van het artikel en wegens intrekken van lid 1 wordt als volgt omgenummerd: Lid 1 vervalt Lid 2 wordt lid 1 Lid 3 wordt lid 2
Artikel 22. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het door het rijk vastgesteld abonnementstarief, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
Nu sluit het lid altijd aan bij het dan geldende abonnementstarief.
8. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen: a. sportvoorzieningen; b. bezoekbaar/logeerbaar maken van een woning; c. tijdelijke huisvesting; d. huurderving; e. het verwijderen van een woonvoorziening; f. woonsanering; g. verhuis- en herinrichtingskosten.
Wettelijk is bepaald dat de raad vast moet stellen waar geen eigen bijdrage voor geldt. Dit ontbrak tot nu toe in de verordening. Specifiek voor genoemde voorzieningen kan redelijkerwijs niet van inwoners verwacht worden dat deze kosten voor hun rekening komen. De toelichting van de verordening gaat hier
8
9. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een rittarief per zone verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze kosten bedragen maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer, waarbij de aanbieder het rittarief int
verder op in.
Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer is sprake van een rittarief/reizigersbijdra ge maximaal gelijk aan het ov-tarief per zone en is er geen sprake van een eigen bijdrage.
Artikel 30. Begrippen (Participatiewet) 2.f. Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Indien het een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van de gehuwden verstaan;
2.f. Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Indien het een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van de gehuwden verstaan (artikel 1:2 lid 1 Algemene wet bestuursrecht);
Definitie is conform de Awb en toegevoegd voor de herleidbaarheid
Artikel 34. Werkervaringsplaats 2. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie.
2. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring, het leren functioneren in een arbeidsrelatie en/of het verbeteren van de Nederlandse taal.
Het verbeteren van de Nederlandse taal is expliciet als doel opgenomen omdat voor de doelgroep statushouders de taal vaak een belemmering blijkt om werk te vinden.
Artikel 41. Loonkostensubsidie en loonwaarde 3. Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.
3. Het college stelt de loonwaarde vast op grond van het rapport van de door de gemeente in te schakelen loonwaardedeskundige.
Op grond van de per 1 juli 2021 gewijzigde regels Besluit Loonkostensubsidie 2021 zijn gemeenten niet langer verplicht in de verordening op te nemen welke methode wordt gebruikt om de loonwaarde te bepalen omdat er een landelijke methode van toepassing is. In plaats daarvan is het
9
verplicht op te nemen dat de loonwaarde wordt bepaald o.g.v. het rapport van een loonwaardedeskundige. De toelichting is hier op aangepast.
Artikel 61. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17, tweede lid, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
-
a. 2° het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering;
Toevoegingen in verband met de nieuwe wet Inburgering die per 1 januari 2022 ingaat. Gekozen is om de bijstand te verlagen als belanghebbende weigert mee te werken aan het ontzorgen zoals bedoeld in artikel 56a van de Participatiewet. Deze keuze is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever. Idem voorgaande toelichting
10