CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting Ekris 52 Woudenberg.pdf

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 7: Vaststellen Bestemmingsplan Ekris 5213.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2 2 3 4 5

2.

Bestaande situatie

6

2.1 2.2 2.3

Ligging in groter verband Geschiedenis Plangebied

6 6 7

3.

Toekomstige situatie

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Planvoornemen Toetsing vergroten bouwvlak Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren Duurzaamheid

8 11 12 16 16

4.

Beleidskader

17

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

17 18 22

5.

Randvoorwaarden

24

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Inleiding Archeologie Bedrijf en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water

24 24 27 28 30 33 34 35 37

6.

Juridische aspecten

42

6.1 6.2 6.3

Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

42 42 42

7.

Uitvoerbaarheid

45

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Bijlagen: Bijlage 1: Archeologisch onderzoek Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Bijlage 4: Ecologische quickscan Bijlage 5: Stikstofonderzoek Bijlage 6: Verantwoording vooroverleg

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voornemen om de twee bestaande bedrijfswoningen aan de Ekris 52 te Woudenberg samen te voegen tot één bedrijfswoning en een tweede nieuwe bedrijfswoning aan de toegangsweg van de intensieve veehouderij (nabij de te slopen veldschuren) op te richten. Door de beperkte omvang van de bestaande bedrijfswoningen, waardoor het niet mogelijk is om voldoende leefruimte voor beide gezinnen te realiseren, is uitbreiding van de woningen noodzakelijk. Daarbij wil initiatiefnemer het bouwvlak aan de Ekris 52 vergroten voor een doelmatige bedrijfsvoering. Voor zowel de tweede nieuwe bedrijfswoning als het vergroten van het bouwvlak is apart bij de gemeente een principeverzoek ingediend. De gemeente heeft aangegeven in principe (onder voorwaarden) medewerking te verlenen aan beide principeverzoeken. Het bestaande bouwvlak wordt vergroot met 30%. De gemeente Woudenberg heeft aangegeven dat een dergelijke vergroting is toegestaan, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden in artikel 33.2.1 van het vigerend bestemmingsplan. Aanleiding van de uitbreiding is de noodzaak van de bouw van een nieuwe rundveestal voor 90 melkkoeien en de verplaatsing van de veldschuur naar het bouwvlak. Hiervoor is onvoldoende ruimte in het bestaande bouwvlak beschikbaar.

Het bestaande bouwvlak meet 9.320 m2 en is voor een dergelijk bedrijf van zeer beperkte omvang. Vernieuwing van de rundveestal is noodzakelijk vanwege aanscherping van de dierwelzijn-regels en de verouderde staat van de huidige stal. Toevoeging van de veldschuur is noodzakelijk vanwege de opslagfunctie voor de intensieve veehouderij. Om het planvoornemen aan de Ekris 52 te Woudenberg juridisch-planologisch mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de locatie Ekris 52 in het buitengebied van de gemeente Woudenberg en is ten noorden van de kern Woudenberg gelegen. De ontwikkelingen vinden op een tweetal locaties aan de Ekris 52 bij de intensieve veehouderij plaats. Het plangebied bestaat ten eerste uit een deel van het perceel nabij de doorgaande weg Ekris (kadastraal bekend als een deel van Gemeente Woudenberg, Sectie G, nummer 115 (oppervlakte 400 m2)). Verder horen de gronden rondom de bestaande bedrijfsgebouwen aan de Ekris 52 (kadastraal bekend als een deel van Gemeente Woudenberg, sectie G, nummer 95 (oppervlakte 11.694 m2)) eveneens bij het plangebied. De locatie wordt voornamelijk omringd door agrarische gronden. In de nabije omgeving liggen daarnaast her en der enkele woningen. Kenmerkend voor de omgeving is het slagenlandschap.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|3

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing, plangebied rood omlijnd

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het volgende bestemmingsplan:  Buitengebied 2010, vastgesteld op 23 september 2010.

Afbeelding 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan, met het plangebied (Ekris 52) rood omlijnd

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|4

Enkelbestemming Binnen het gehele plangebied ligt de enkelbestemming ‘Agrarisch’, waar de gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem en de landschapsstructuur. Het plangebied heeft een bouwvlak met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ en maatvoering ‘2 wooneenheden’. Ter plaatse van de maatvoering ‘2 wooneenheden’ zijn 2 bedrijfswoningen inclusief, aan- en uitbouwen, toegestaan met een maximale inhoud van 600 m3 per woning. In de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen dat het mogelijk is om ter plaatse van de aanduiding ‘Intensieve veehouderij’ het bouwvlak van vorm te laten veranderen. Daarbij is in de algemene wijzigingsregels van het vigerend bestemmingsplan opgenomen dat, onder enkele voorwaarden, het bouwvlak voor een intensieve veehouderij met ten hoogste 30% kan worden vergroot. Voor de bestemming ‘Agrarisch’ geldt dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf, buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mogen worden gebouwd. Daarnaast ligt direct naast het plangebied (nabij de doorgaande weg Ekris) de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur’.

Binnen deze aanduiding is het toegestaan een veldschuur te bouwen met een goothoogte van maximaal 2,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 4 meter. De maximale goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte 11 meter. De maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, binnen het bouwvlak bedraagt 10 meter. Dubbelbestemming Voor een deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarde. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd tenzij een goedgekeurd archeologisch onderzoek wordt overhandigd. Dit is niet van toepassing als het bouwwerk een oppervlakte heeft van ten hoogste 100 m2 en het bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst (vrijstellingsgrens). Gebiedsaanduiding Voor het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Deze aanduiding zorgt er voor dat het mogelijk is om ter plaatse van de aanduiding ‘Intensieve veehouderij’ het bouwvlak (onder enkele voorwaarden) te vergroten.

Daarnaast is het binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ mogelijk om de bestemming ‘Agrarisch’, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen, te wijzigen naar de bestemming ‘Bedrijf’, ‘Kantoor’, ‘Maatschappelijk’ of ‘Recreatie’.

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen:  Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|5

1.5

Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.

Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

Leeswijzer

In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven. In het derde hoofdstuk wordt het beoogde plan uitvoeriger beschreven. Hoofdstuk vier gaat in op het geldende beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de planbeschrijving en de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|6

2.

BESTAANDE SITUATIE

In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Eerst zal de ligging op grotere schaal worden toegelicht, vervolgens komt de geschiedenis aan bod en tenslotte wordt ingegaan op de kenmerken van het plangebied.

2.1

Ligging in groter verband

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Woudenberg. De gemeente Woudenberg ligt in een relatief open gebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Kenmerkend voor de gemeente is vooral het kleinschalige gevarieerde landschap waarbinnen onregelmatige kampenontginningen met verspreide bebouwing wisselen met strokenontginning. Aan de zuidzijde van de kern Woudenberg loopt de autosnelweg A12. De omgeving van de kern heeft een landelijk karakter. Ten noorden, westen en oosten van de kern Woudenberg liggen respectievelijk de steden Amersfoort, Utrecht en Veenendaal/Ede.

2.2

Geschiedenis

Oorspronkelijk maakte Woudenberg deel uit van het omvangrijke Westerwolt of Westerwoud. Het dorp Woudenberg is oorspronkelijk ontstaan op een dekzandrug in het laag gelegen veenontginningenlandschap van de Gelderse Vallei. Deze eerste ontwikkeling vond plaats op korte afstand van de westelijk tot zuidwestelijk gelegen stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug. Het meer uitgestrekte dekzandgebied met het kampenlandschap ligt meer naar het oosten. Het plangebied ligt nabij de Utrechtse Heuvelrug en bestaat uit langgerekte percelen van het veenontginningslandschap waar onder ander de weg de Ekris doorloopt.

Afbeelding 3: Topografische kaart omstreeks 1875, plangebied globaal rood omcirkeld

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|7

2.3

Plangebied

In het buitengebied van Woudenberg is aan de Ekris 52 een intensieve veehouderij met twee bedrijfswoningen (nummer 52 en 52b) gesitueerd. De bedrijfswoningen zijn ontstaan door splitsing van de oorspronkelijke bedrijfswoning van het agrarisch bedrijf en zijn in het verleden beiden vergund als bedrijfswoning (en toegestaan op basis van het vigerend bestemmingsplan). De bedrijfswoningen liggen, evenals meerdere bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij, binnen een bouwvlak met een oppervlakte van 9.320 m 2. Het plangebied telt ter plaatse van het bouwvlak in totaal 5 opstallen, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5.

een boerderij met daarin 2 bedrijfswoningen en werkplaats; een melkveestal; een vleeskuiken ouderdierenstal; een vleesvarkensstal en jongveestal; een vleesvarkensstal.

Voor de opslag van machines en toebehoren zijn 2 veldschuren in eigendom en gebruik welke zijn gelegen aan de Ekris ter hoogte van de inrit van het bedrijf. De locaties van de veldschuren zijn weergegeven (nummers 6 en 7 in afbeelding 4).

(herbouwt 2011)

Afbeelding 4: Bestaande bebouwing plangebied

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|8

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Planvoornemen

Het planvoornemen voor de intensieve veehouderij aan de Ekris 52 in Woudenberg betreft:  het vergroten en verplaatsen van het bestaand bouwvlak voor nieuwe bebouwing;  het samenvoegen van de twee bestaande bedrijfswoningen;  het realiseren van twee nieuwe sleufsilo’s;  de sloop van één veldschuur (nummer 7 in afbeelding 4). Aanleiding voor het vergroten en verplaatsen van het bestaand bouwvlak is de noodzaak van:  de bouw van een nieuwe rundveestal voor 90 melkkoeien;  het bouwen van een (reeds vergunde) vleeskuikenouderdierenstal voor 22.000 dieren;  de verplaatsing van de veldschuur voor machineberging naar het bestaand bouwvlak (nummer 6 in afbeelding 4);  de realisatie van een tweede nieuwe bedrijfswoning. Vernieuwing van de rundveestal is noodzakelijk vanwege aanscherping van de dierwelzijnregels en de verouderde staat van de huidige stal. Verplaatsing van de veldschuur is noodzakelijk vanwege de opslagfunctie voor de intensieve veehouderij. De andere veldschuur aan de Ekris wordt gesloopt. Een uitbreiding van de bedrijfswoningen is noodzakelijk in het kader van een goede leefomgeving. De omvang van het bedrijf en de diersoorten maken het noodzakelijk dat adequaat toezicht nodig is. De twee bestaande (aaneengeschakelde) bedrijfswoningen hebben een beperkte omvang, waardoor het niet mogelijk is om voldoende leefruimte voor beide gezinnen te realiseren.

Het voornemen is om deze woningen samen te voegen tot één bedrijfswoning, waarbij een nieuwe bedrijfswoning wordt opgericht op de locatie grenzend aan de toegangsweg naar de betreffende intensieve veehouderij.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|9

Afbeelding 5: Toekomstige situatie bij vergroting bouwvlak

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|10

Afbeelding 6: Toekomstige situatie tweede nieuwe bedrijfswoning

Het vergroten en verplaatsen van het bestaand bouwvlak Het bestaande bouwvlak wordt vergroot met 30%. Dit is onder voorwaarden op basis van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 33.2.1 (vergroting bouwvlak intensieve veehouderij) van de regels uit het vigerend bestemmingsplan Buitengebied 2010 al mogelijk. Een dergelijke vergroting is voor de gemeente Woudenberg alleen mogelijk als aan alle wijzigingsvoorwaarden in artikel 33.2.1. wordt voldaan. Aan deze wijzigingsvoorwaarden is in paragraaf 3.2 getoetst. Uitkomst is dat aan alle wijzigingsvoorwaarden wordt voldaan. Het bestaande bouwvlak meet 9.320 m2 wat voor een dergelijk bedrijf een zeer beperkte omvang is. Het bouwvlak wordt met 2.796 m2 vergroot (30% van het bestaande bouwvlak), waarmee het nieuwe bouwvlak 12.116 m2 groot wordt. Een gedeelte van het bouwvlak (400 m2) wordt verplaatst ter hoogte van de toegangsweg ten behoeve van de realisatie van een tweede bedrijfswoning. Het samenvoegen van de twee bestaande bedrijfswoningen en het oprichten van een tweede nieuwe bedrijfswoning Het samenvoegen van de twee bestaande bedrijfswoningen tot één bedrijfswoning past binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan (maatvoeringseis: inhoud bedrijfswoning incl. aan- en uitbouwen van 600 m3).

De realisatie van een tweede bedrijfswoning op de locatie grenzend aan de toegangsweg naar het betreffende agrarisch bedrijf is op afstand, maar wordt door de figuur ‘relatie’ tussen beide (deel)bouwvlakken direct verbonden aan de intensieve veehouderij en is hiermee een goed alternatief. Daarbij zal de nieuwe bedrijfswoning aan de Ekris (ter hoogte van de toegangsweg van het bedrijf) de aanduidingen ‘bedrijfswoning’ en ‘geen vee’ in dit bestemmingsplan krijgen. Dit om oneigenlijk gebruik in de toekomst te voorkomen. Voor de nieuw

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|11

op te richten bedrijfswoning geldt eveneens een maatvoeringseis van maximaal 600 m 3. Hetgeen aansluit op de vigerende regels. De afstand vanaf de nieuwe bedrijfswoning aan de Ekris naar de bestaande drukrioolput aan de Ekris 52 is te groot om onder vrij verval op af te voeren. Daarom is een nieuwe pompput nabij de nieuwe tweede bedrijfswoning noodzakelijk. In de waterparagraaf (paragraaf 5.9) wordt hier verder op ingegaan. Het realiseren van twee nieuwe sleufsilo’s De twee nieuwe sleufsilo’s vallen buiten het bouwvlak (zie afbeelding 5). Op basis van het vigerend bestemmingsplan kunnen Burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor sleufsilo’s, anders dan mestopslag, buiten het bouwvlak tot een gezamenlijke oppervlakte van 500 m 2 en een maximale hoogte van 2 meter (artikel 3.3.3. van de regels). De 2 nieuwe sleufsilo’s hebben een totale omvang van 480 m2.

3.2

Toetsing vergroten bouwvlak

Het bestaande bouwvlak wordt vergroot met 30%. De gemeente geeft in haar principebesluit aan dat de gestelde voorwaarden in artikel 33.2.1 van het vigerend bestemmingsplan onverminderd van toepassing blijven op dit planvoornemen. In de onderstaande tekst is het voornemen getoetst aan deze voorwaarden: 33.2.1 Vergroting bouwvlak intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van een bouwvlak voor een intensieve veehouderij, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a) het bedrijf is gelegen binnen de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' of de aanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'; Het bedrijf ligt binnen de aanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ b) er is sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf en vergroting is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; alvorens toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige; De Stichting Agrarische beoordelingscommissie (ABC) heeft geconcludeerd dat de agrarische bedrijfsvoering op de voornoemde locatie voor de toekomst veilig wordt gesteld met de vervanging en vergroting van de melkveestal. De uitbreiding van het bouwvlak is daartoe doelmatig en noodzakelijk.

Daarbij is het bedrijf conform door Wageningen UR/LEI gehanteerde normen te definiëren als een groot bedrijf met een standaard verdien capaciteit van 1,5 tot 2,5 arbeidsjaareenheden. c) de oppervlakte van het bestaande bouwvlak ten tijde van de vaststelling van het reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht Oost ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', mag ten hoogste éénmaal met 30% worden vergroot tot een maximum van 2 hectare; alvorens toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de reconstructiecommissie Gelderse Vallei/Utrecht-Oost; De beoogde vergroting is 30% van het bestaande bouwvlak (te weten 2.796 m2) waarmee het nieuwe bouwvlak 12.116 m2 groot wordt. De vergroting is slechts eenmalig en het nieuwe bouwvlak blijft ruimschoots onder het maximum van 2 hectare. Op basis van de Provinciale Ruimtelijke

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|12

Verordening geldt voor de intensieve veehouderij een maximale oppervlaktemaat van 1,5 hectare (zie paragraaf 4.2). Ook hier wordt onder gebleven. d) de oppervlakte van het bestaande bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied', mag worden vergroot tot een maximum van 2 hectare; alvorens toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de reconstructiecommissie Gelderse Vallei/Utrecht-Oost; Het bestaande bouwvlak ligt niet binnen de aanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied'. e) er is geen sprake van een onevenredige aantasting van de waterhuishouding en –kwaliteit ter plaatse, alvorens de wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder; Het vergroten van het bouwvlak leidt niet tot een onevenredige aantasting van de waterhuishouding en –kwaliteit. Het aspect water is nader uitgewerkt in paragraaf 5.9 van deze toelichting. f) wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; De milieucategorie behorende bij het bedrijf blijft ongewijzigd bij de vergroting van het bouwvlak.

Daarbij voldoet het voornemen aan de Wet geurhinder en veehouderij, waardoor geen gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen onevenredige worden aangetast. In paragraaf 5.3 van deze toelichting is het aspect bedrijven en milieuzonering nader uitgewerkt. g) wijziging wordt slechts toegepast indien: 1. voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving; alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders hierover advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige; 2. zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst; 3. een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst. Het planvoornemen wordt landschappelijk ingepast. Hierop wordt verder ingegaan in dit hoofdstuk onder het kopje ’Landschappelijke inpassing’. De landschappelijke inpassing is opgenomen als voorwaardelijke verplichting en de uitgangspunten hierbij zijn de kenmerken van het slagenlandschap. De gemeente Woudenberg heeft hierin enkele eisen gesteld om de ruimtelijke kwaliteitswinst te waarborgen. Tot slot is de gevraagde privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente.

3.3

Landschappelijke inpassing

Het gemeentelijke beleid is gericht op het behoud en het versterken van een mooi buitengebied met toekomst. Uitgangspunten van dit beleid zijn om in een recreatief aantrekkelijk landschap waar de natuur- en milieuwaarden worden behouden en versterkt, een duurzaam en economisch rendabele landbouw te realiseren. Binnen de ontwikkeling van een vitaal en kwalitatief hoogwaardig platteland behoord ook de versterking van het landschap per landschapstype. Op basis van de topotijdreis is de oorspronkelijke verkaveling en beplanting voor de omgeving van Ekris 52 zichtbaar. De langgerekte verkaveling is hierop zichtbaar evenals de bestaande singels. De singels bestaan met name uit knotbomen afgewisseld met enkele eiken. Beplanting bestaat uit rijen knotwilgen, (knot)elzen en (knot)essen aan een of weerszijden van de sloot. De rijen bestaan uit een soort of soms een afwisseling in soorten. De bomen staan aan de lange en de korte kant van de kavels. Hier en daar staat een grote eik of zwarte Els. Langs de Ekris is er sprake van met name eikenbomen. De aanwezige beplanting is kenmerkend voor het slagenlandschap. NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|13

In het verleden waren er in dit gebied (Ekris) veel meer knotbomen aanwezig. Vaak zelfs aan beide zijden van de sloot. Uit praktische overwegingen is het tegenwoordig vaak aan een zijde van de sloot, zodat er mechanisch aan de sloot gewerkt kan worden.

Afbeelding 7: Verkaveling omstreeks 1900

Vanwege de nieuwbouw van de bedrijfswoning en de uitbreiding van het bouwvlak is het noodzakelijk om de ruimtelijke dan wel landschappelijke kwaliteit te waarborgen. De aanwezige singels blijven met de voorgenomen plannen behouden. Tevens zal een deel van de oorspronkelijke singels in het landschap hersteld worden door de aanplant van knotelzen. Verder wordt de machineberging verplaatst naar de oostzijde van het bouwvlak. Hiermee is het mogelijk om de beplantingslijn ten zuiden van het bouwvlak door te trekken, zodat het 'zicht' aan de zuidzijde beperkt wordt en de beplantingslijn hersteld kan worden. Voor de uitoefening van een economische veehouderij is het niet mogelijk alle oorspronkelijke singels en verkaveling te herstellen. Met de voorgenomen aanplant van knotbomen wordt de ruimtelijke ontwikkeling grotendeels aan het zicht vanaf de Ekris onttrokken. Ter plaatse van de nieuw te bouwen bedrijfswoning blijft de bestaande beplanting bestaande uit eiken gehandhaafd en uitgebreid met enkele eiken bomen (Quercus robu).

Afbeelding 8: Aanzicht landschap vanaf Ekris

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|14

Afbeelding 9: Aanzicht vanaf Ekris

Afbeelding 10: Luchtfoto met de te herstellen singel

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|15

Afbeelding 11: Landschappelijke inpassing bedrijfsgebouwen

Afbeelding 12: Landschappelijke inpassing nieuwe bedrijfswoning

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|16

3.4

Verkeer en parkeren

Het planvoornemen voorziet onder ander in de uitbreiding van het bestaande bouwvlak, het samenvoegen van een tweetal (reeds aanwezige) bedrijfswoningen en de oprichting van een nieuwe bedrijfswoning nabij de toegangsweg richting Ekris 52. Het aantal verkeersbewegingen zal door het planvoornemen in niet betekende mate toenemen. De weg Ekris kan deze minimale toename opvangen. De verkeersstromen voor de samen te voegen bedrijfswoning worden afgewikkeld via de bestaande toegangsweg aan de Ekris. Uit verkeersveiligheid oogpunt is er voor gekozen om de nieuwe in/uitrit van de nieuwe bedrijfswoning aan te laten sluiten op deze bestaande doodlopende weg naar de intensieve veehouderij. De nieuwe parkeerbehoefte wordt zowel bij de nieuwe bedrijfswoning als bij de intensieve veehouderij opgevangen op eigen terrein.

3.5

Duurzaamheid

Het planvoornemen heeft een duurzaam karakter. Hetgeen goed aansluit bij de beleidsuitgangspunten voor duurzaamheid binnen de gemeente Woudenberg. Zo zal de nieuwe bedrijfswoning energiezuinig zijn en wordt de bestaande bedrijfswoning gerenoveerd en energiezuiniger gemaakt. De twee bestaande verouderde veldschuren aan de Ekris worden gesloopt. Daarbij worden oude stalsystemen gesloopt en nieuwe stalsystemen met een lagere emissie gerealiseerd.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|17

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

Het nationaal ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 november 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Door het nationale karakter van het Barro en de kleine schaal van onderhavig plan, is dit voornemen niet direct van nationaal belang. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|18

4.2

Provinciaal beleid

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 - 2028 (PRS) heeft de provincie Utrecht haar ruimtelijke beleid vastgelegd voor de komende 15 jaar. De PRS is op 4 februari 2013 is de PRS vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. Op 12 december 2016 is de herijkte versie vastgesteld. In deze herijking zijn de volgende drie documenten integraal opgenomen:  Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 4 februari 2013,  1e partiële herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 10 maart 2014,  2e partiële herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 3 november 2014. Daarmee is het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht per december 2016 volledig in één document opgenomen. In de herijking zijn diverse wijzigingen opgenomen. De grotere beleidswijzigingen betreffen de onderwerpen experimenteerruimte, duurzame energie, kernrandzones, detailhandel en landbouw. De rode draad van de PRS is het behoud van het evenwicht tussen mens, milieu en markt. Daarbij gaat het om deze drie samen en in samenhang.

De sterkte van de regio wordt immers bepaald door de zwakste schakel. In Utrecht moet er ruimte zijn voor:  voldoende en divers woningaanbod en een goed voorzieningenniveau, met inbegrip van het cultur  een concurrerend vestigingsmilieu voor de kennis- en creatieve bedrijven;  aantrekkelijke en beleefbare natuur en landschappen;  een leefomgeving die duurzaam is en anticipeert op klimaatverandering. Bij het concretiseren van het ruimtelijk beleid binnen deze hoofdlijnen worden twee prioritaire keuzes gemaakt:  inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling;  versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied. Vanuit de hoofdlijnen en prioritaire keuzes komt de provincie op drie pijlers voor de ruimtelijke ontwikkeling:  een duurzame leefomgeving;  vitale dorpen en steden;  landelijk gebied met kwaliteit. Deze pijlers voor de ontwikkeling dragen bij aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Toetsing Algemene beleidslijn landelijk gebied Met deze pijler ziet de provincie op het behouden van de kwaliteit en de dynamiek van het landelijk gebied. De provincie koestert de functies die bijdragen aan behoud van de openheid, kwaliteit en/of beleefbaarheid van het platteland, zoals landbouw en natuur. Nieuwe stedelijk functies in het landelijk gebied wil de provincie voorkomen. In bijzondere gevallen zijn niet aan het landelijk gebied

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|19

gebonden functies aanvaardbaar, voornamelijk wanneer dit ziet op de toevoeging van ruimtelijke kwaliteit. Het planvoornemen voorziet niet in de toevoeging van een nieuwe stedelijke functie. Landbouwgebied In de landbouwgebieden biedt de provincie agrariërs ruimte voor verbreding en innovatie (waaronder ook productie van duurzame energie). Het gaat hierbij om activiteiten die in belang zijn van de landbouw zelf en van haar functie voor het omringende gebied. Andere agrarische ondernemers mogen geen hinder ondervinden van de verbredingstak. Nevenactiviteiten moeten ondergeschikt blijven aan de agrarische hoofdfunctie en plaatsvinden binnen het bestaande bouwperceel. Met het voornemen wordt onder ander het bouwvlak van het agrarische bedrijf vergroot om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Verder voorziet de ontwikkeling niet in de komst van nevenactiviteiten en ondervinden andere agrarische ondernemers geen hinder van deze uitbreiding. Visiekaart Voor het landelijk gebied worden op de Visiekaart Utrecht 2025 ontwikkelingen onderscheiden per deelgebied. Hierna worden de ontwikkelingen beschreven voor het deelgebied wat op dit bestemmingsplan van toepassing is.

Afbeelding 13: Toekomstige situatie te verplaatsen bedrijfswoning

Het plangebied ligt volgens de visiekaart binnen het deelgebied ‘De Vallei’. Zodoende wordt getoetst aan dit deelgebied. De Vallei is een intrigerende puzzel van agrarische bedrijven, landgoederen en een fijnmazig netwerk van wegen, binnen de natuurlijke context van een stelsel van beken. Lang heeft het microreliëf de (gemengde) agrarische bedrijfsvoering bepaald. Vandaag de dag kent het gebied naast grondgebonden landbouw veel niet-grondgebonden veehouderij. Bij Leusden en Overberg en in het

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|20

Binnenveld toont de Vallei zich anders. Hier heeft de inrichting van het gebied een ratio die terug voert op het collectief ontginnen en winnen van veen. De belangrijkste ‘verscholen’ structuren zijn de Grebbelinie en het systeem van gegraven griften, dat deels de grondslag vormt van het latere Valleikanaal. In grote delen van de Vallei is het ooit hechte groene netwerk van houtkades en – wallen en bosschages sterk geërodeerd. In de Vallei is het de uitdaging om op lokaal niveau nieuwe puzzelstukjes toe te voegen die de functionaliteit én de kwaliteit van het gebied versterken. Dat is een kwestie van maatwerk: ontwikkelingen bij agrarische bedrijven worden ingepast en bij vergroting van bouwvlakken boven de 1,5 hectare worden extra eisen gesteld die ook de groene structuur kunnen versterken; vrijkomende agrarische gronden komen zoveel mogelijk ten goede aan grondgebonden bedrijven; vrijkomende agrarische bedrijfspercelen krijgen een passende nieuwe functie en een kwalitatief hoogwaardige inrichting; gebruik makend van rood-voorgroenarrangementen worden erven en bossen weer verknoopt op een manier die wezenlijk bijdraagt aan het weer meer robuust maken van het groene netwerk. Wij willen daarbij lessen trekken uit de soms minder geslaagde experimenten uit het recente verleden.

Wij willen, 27 samen met de grondeigenaren, op zoek naar constructies die fungeren als iconen voor de toekomst van de Vallei. Het plangebied betreft een ontwikkeling bij een agrarisch bedrijf. In het deelgebied ‘De Vallei’ staat vermeld dat ontwikkelingen bij agrarische bedrijven worden ingepast. Bij een vergroting van een bouwvlak boven de 1,5 hectare worden extra eisen gesteld die ook de groene structuur kunnen versterken. Het voornemen voorziet in de vergroting van een bouwvlak tot maximaal 1,2 hectare, waardoor de inpassing van de ontwikkeling voldoende is. De betreffende ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast (zie paragraaf 3.3). De aanwezige singels worden geoptimaliseerd om de kleinschaligheid terug te brengen in het landschap. Verder wordt de machineberging verplaatst naar de oostzijde van het bouwvlak. Hiermee is het mogelijk om de beplantingslijn ten zuiden van het bouwvlak door te trekken, zodat het 'zicht' aan de zuidzijde beperkt wordt en de beplantingslijn gesloten kan worden. Daarnaast worden de kernkwaliteiten van het omliggende landschap door de ontwikkeling niet aangetast. De landschappelijke inpassing wordt middels een voorwaardelijke verplichting juridisch gewaarborgd. De ontwikkeling wordt zodoende ingepast in de omgeving en draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de locatie.

Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) De Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (herijking 2016) is op 12 december 2016 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De PRV bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen zoals opgenomen in de structuurvisie. Het plangebied valt onder de volgende onderwerpen/gebieden: Onderwerp Bodem en water Duurzame energie Cultuurhistorie Landschap Wonen en werken

PRV kaart Kaart 2 Kaart 3 Kaart 4 Kaart 5 Kaart 7

Verkeer en vervoer Landbouw

Kaart 8 Kaart 10

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Regels Overstroombaar gebied Duurzame energie (m.u.v. windenergie) Historische buitenplaatszone Landschap Gelderse Vallei Detailhandel buiten bestaand winkelgebied; Kantoren Buffer luchtvaartterrein Glastuinbouw niet toegestaan;

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|21

Recreatie

Kaart 11

Agrarische bedrijven Recreatiewoningen

De regels van de onderwerpen die in verband gebracht kunnen worden met het planvoornemen, worden vervolgens beschreven. Dit betreft de onderwerpen bodem en water, cultuurhistorie, landelijk gebied en landbouw. Overstroombaar gebied (art. 1.13) Het plangebied is in de PRV aangewezen als overstroombaar gebied. De provincie wil in deze gebieden goed voorbereid zijn op eventuele overstromingen. Voor het binnendijks ontwikkelen van kwetsbare en vitale objecten, woonwijken en bedrijventerreinen moet een ruimtelijk besluit bestemmingen en regels bevatten die rekening houden met overstromingsrisico’s. Het planvoornemen voorziet in een uitbreiding van 30% van het vigerende bouwvlak, het samenvoegen van twee (reeds bestaande) bedrijfswoning tot één bedrijfswoning en de oprichting van een nieuwe bedrijfswoning aan de toegangsweg richting de Ekris 52. Het aantal woningen blijft hiermee ongewijzigd. waardoor geen sprake is van het ontwikkelen van kwetsbare objecten. Historische buitenplaatszone (art. 1.7) Bebouwing binnen de historische buitenplaatszones is toegestaan, mits dit bijdraagt aan het behoud van de cultuurhistorische waarde van de buitenplaatszone en de individuele buitenplaats.

Het voornemen voorziet in een uitbreiding van 30% van het vigerende bouwvlak, het samenvoegen van twee (reeds bestaande) bedrijfswoningen naar één bedrijfswoning en de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning gesitueerd nabij de reeds aanwezige (en te slopen) veldschuren. De ontwikkeling kan bestempeld worden als kleinschalig. Daarbij wordt het voornemen zorgvuldig landschappelijk ingepast in de omgeving en de twee bestaande veldschuren gesloopt. De landschappelijke inpassing wordt middels een voorwaardelijke verplichting juridisch gewaarborgd. Door met name de zorgvuldige landschappelijke inpassing van het planvoornemen en de sloop van de twee bestaande veldschuren aan de Ekris draagt het bij aan versterking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de historische buitenplaatszone. Agrarische bedrijven (art. 2.1) Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘agrarische bedrijven’ bevat geen bestemmingen en regels die voorzien in nieuwvestiging van agrarische bedrijven. De gemeente Woudenberg is van mening dat met dit voornemen geen sprake is van nieuwvestiging, maar verplaatsing van een beperkt deel van reeds bestaande rechten op het perceel. Hiermee kan een (deel)bouwvlak worden toegewezen aan de locatie grenzend aan de toegangsweg. In de PRV zijn de maximale oppervlaktematen voor agrarische bouwpercelen gegeven.

Een intensieve veehouderij valt onder niet-grondgebonden landbouw. Een agrarisch bouwperceel ten behoeve van niet-grondgebonden veehouderij is maximaal 1,5 hectare. Doorgroei naar 2,5 hectare is alleen in het Landbouwontwikkelingsgebied mogelijk onder voorwaarden die gericht zijn op ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Het plangebied valt niet in het Landbouwontwikkelingsgebied, maar het bouwperceel blijft met het voornemen ruimschoots onder de maximale oppervlaktemaat van 1,5 hectare. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|22

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Woudenberg 2030 Op 23 mei 2013 heeft de gemeenteraad van Woudenberg de Structuurvisie Woudenberg 2030 vastgesteld. Op 24 januari 2019 is daarbij ook de oplegger vastgesteld. Met de oplegger zijn enkele onderdelen van de structuurvisie geactualiseerd. In de structuurvisie worden keuzes gemaakt over de duurzame en verantwoorde ruimtelijke toekomst van de gemeente Woudenberg. Deze keuzes op het gebied van werken, zorg en welzijn, onderwijs, sport, toerisme en recreatie en mobiliteit zijn integraal op elkaar afgestemd. In de structuurvisie is ook aangegeven welke strategie de gemeente hanteert voor de uitvoering en de daarbij horende investeringen. Richting 2030 zet Woudenberg in op het verbinden, combineren en vernieuwen van haar kwaliteiten. Toetsing Economie De agrarische sector blijft een belangrijke functie in het buitengebied met uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven die dat wensen. Uitgaande van specifieke bedrijfs- en locatie-omstandigheden kan uitbreiding van bouwvlakken, groter dan de mogelijkheden van de geldende bestemmingsplannen, overwogen worden. De vergroting van het bouwvlak is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. De eisen ten aanzien van dierenwelzijn worden steeds verder aangescherpt door het Rijk. Met de nieuwbouw kan direct voldaan worden aan de gestelde eisen.

Ook zorgt de bouw van een nieuwe schuur voor de benodigde opslagruimte voor het agrarisch bedrijf. Het voldoen aan de scherpere eisen levert ook een bijdrage aan: Woudenberg als duurzame gemeente in de toekomst. Landschap en groen

Afbeelding 14: Kaart Landschap en Groen, plangebied rood omlijnd NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|23

Op de kaart Landschap en Groen ligt het plangebied in het slagenlandschap. Het slagenlandschap beslaat een groot deel van het buitengebied van de gemeente Woudenberg. Het is nog steeds herkenbaar aan de langgerekte smalle percelen. Doelstelling is het slagenlandschap te versterken door kavelgrensbeplantingen te stimuleren en langs wegen bomenrijen (essen) aan te planten. Daarnaast is het creëren van recreatieve langzaamverkeerroutes belangrijk. Deze moeten, met name ten noorden van Woudenberg, het slagenlandschap beleefbaar maken. Middels de landschappelijke inpassing behorend bij het voornemen wordt het slagenlandschap versterkt door kavelgrensbeplanting. De ontwikkeling past binnen de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|24

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat een beschouwing op die factoren die een beperking kunnen inhouden voor de planlocatie. Het gaat hierbij om onder andere archeologie, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit, de ligging van planologisch relevante leidingen en water.

5.2

Archeologie

Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in gaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

Onderzoek Ten behoeve van de (her)ontwikkeling aan de Ekris 52 heeft Hamaland Advies een archeologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 1). De onderzochte locatie bestaat uit twee delen. Plangebied 1 beslaat de schuren, de oprit en de bedrijfswoning, die vlak naast elkaar liggen. Ze hebben een totale oppervlakte van 1.000 m². De toegangsweg tot plangebied 1 (nieuwe bedrijfswoning) is later verschoven naar het noorden vanwege de verkeersveiligheid (aangesloten op de toegangsweg van het bedrijf). De archeologische onderzoeksgrens voor de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ ligt op 40 cm diep. Voor de toegangsweg naar de nieuwe bedrijfswoning vormt dit geen belemmering. De grond voor deze nieuwe toegangsweg wordt niet op deze diepte verstoord. Mogelijk zelfs iets opgehoogd. Plangebied 2 beslaat de uitbreiding van het bouwvlak en de locatie van sleufsilo’s en inrichting van het erf buiten dit bouwvlak bij de boerderij die 250 meter oostelijk ligt. Dit plangebied heeft een oppervlakte van ca. 5.100 m². Bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied.

Het bureauonderzoek toont aan dat er in de plangebied 1 een middelhoge verwachting geldt voor archeologische vindplaatsen vanaf het LaatPaleolithicum, de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd en een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum-Middeleeuwen vanwege veenvorming en de Tweede NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|25

Wereldoorlog. In plangebied 2 is er een middelhoge verwachting geldt voor archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum en een hoge verwachting voor het zuidwestelijk deel voor de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Er geldt een lage verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum-Middeleeuwen vanwege veenvorming en de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied is na de 13e eeuwse ontginning, agrarisch in gebruik geweest en er zijn pas in 1962 en 1973 veldschuren gerealiseerd. De archeologisch waardevolle lagen worden verwacht in de bouwvoor van 30 cm dikte, in de eerdlaag tot 0,90 m-mv en het dekzand vanaf 0,90 m-mv. Er worden geen historische bouwkundige waarden verwacht. De verwachting is dat het dekzand deels is verstoord bij de veldschuren en dat in het plangebied door agrarische bewerking de bodem tot 0,50 m-mv is verstoord. In het zuidwestelijk deel van plangebied 2 is in 1832 een (voormalige) boerderij aanwezig waarvan funderingsresten nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. De nieuwbouw zal de aanwezige archeologische lagen verstoren bij de bebouwing tot ca. 0,80 mmv en bij de oprit en sleufsilo’s tot ca. 0,50 m-mv. Bij de te slopen veldschuren kunnen nog intacte bodemlagen aanwezig zijn. Derhalve is veldonderzoek uitgevoerd om de archeologische verwachting te toetsen en de bodemopbouw en -intactheid vast te stellen.

Veldonderzoek Zowel binnen plangebied 1 als binnen plangebied 2 is sprake van een verstoorde bodemopbouw. Onder een subrecente bouwvoor bevinden zich in beide plangebieden subrecent verstoorde bodems met 1 of meerder ophogingslagen waarin ook modern puin (betonpuin en baksteenpuin) aanwezig is. In diverse boringen is de bovenlaag met de top van het dekzand vermengd als gevolg van diepploegen. Alle laagovergangen zijn scherp. In tegenstelling tot de verwachting in het bureauonderzoek zijn er geen beekeerdgronden aangetroffen in het plangebied, maar gooreerdgronden die onder relatief natte omstandigheden gevormd zijn. De basis van het bodemprofiel bestaat zowel in plangebied 1 als plangebied 2 uit fijn geel (verspoeld) dekzand van de Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|26

Afbeelding 15: Uitsnede boorpunten ‘plangebied 1’

Afbeelding 16: Uitsnede boorpunten ‘plangebied 2’

Advies en aanbeveling Hamaland Advies adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren vanwege het ontbreken van een intacte bodemopbouw en het ontbreken van archeologisch relevante niveaus met indicaties voor menselijke bewoning in het verleden. De kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil. NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|27

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Ter plaatse van het onderzoeksgebied van het archeologisch onderzoek is de archeologische dubbelbestemming verwijderd.

5.3

Bedrijf en milieuzonering

De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken, moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In aanvulling op de milieuvergunning worden er in voorkomende gevallen ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en woonbuurten. De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. Met het planvoornemen wordt het bouwvlak vergroot en een tweede nieuwe bedrijfswoning opgericht waarbij de bestaande bedrijfswoningen worden samengevoegd. Hierdoor dient gekeken te worden in welke mate dit invloed heeft op de omliggende woningen en in welke mate dit bedrijven in hun bedrijfsactiviteiten beperkt. Voor het plangebied is in zijn algemeenheid sprake van omgevingstype ‘rustig buitengebied’. De minimale afstand per categorie is in de tabel weergegeven. Deze afstanden zijn afkomstig uit de VNG ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ (2009). Categorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot omgevingstype ‘rustig buitengebied’ 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Locatie

Soort bedrijf

Zegheweg 15 Ekris 38 Kersentuin 34 Nico Bergsteijnweg 139 De Nort 21

Ekris 25

Milieucategorie

Richtafstand

Fokken en/of houden van pluimvee Manege Kinderopvang Kerkelijk gebouw

4.1

200 meter

Afstand tot plangebied Ca. 290 meter

3.1 2 2

50 meter 30 meter 30 meter

Ca. 520 meter Ca. 550 meter Ca. 740 meter

Groothandel in voedings- en genotsmiddelen Basisschool

2

30 meter

Ca. 750 meter

2

30 meter

Ca. 750 meter

Tabel 1: Bedrijvigheid nabije omgeving plangebied NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|28

Parallelweg 80a

Laan 1940-1945 33 Nijverheidsweg 57

Groothandel farmaceutische producten Basisschool

2

30 meter

Ca. 760 meter

2

30 meter

Ca. 780 meter

Autoreparatie en 2 30 meter Ca. 830 meter onderhoud Parallelweg 80 Transportbedrijf 3.1 50 meter Ca. 830 meter Parallelweg 82 Autoreparatie en 2 30 meter Ca. 850 meter onderhoud Stationsweg West Autoreparatie en 2 30 meter Ca. 870 meter 93 onderhoud De Nort 24 Metaalbewerking 3.2 100 meter Ca. 990 meter In de bovenstaande tabel is onderzocht of de (nieuwe) bedrijfswoningen voldoen aan de richtafstanden ten opzichte van de omliggende bedrijven. De afstanden zijn gemeten tot aan de dichtstbijzijnd gelegen begrenzing van het plangebied. Alle bedrijvigheid met een milieucategorie van 2 of hoger binnen een straal van 1.000 meter van het plangebied is opgenomen in de bovenstaande tabel. Gelet op de richtafstanden die behoren bij milieucategorie 2, 3.1, 3.2 en 4.1 bedrijven en de werkelijke afstanden van de aanwezige bedrijven in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat het plangebied op voldoende afstand van deze bedrijven is gelegen. Daarmee wordt enerzijds het planvoornemen niet belemmerd door deze bedrijven en vormt anderzijds het planvoornemen geen beperking voor de bedrijfsactiviteiten van deze bedrijven. Daarbij dient onderzocht te worden of de uitbreiding van de intensieve veehouderij voldoet aan de richtafstand ten opzichte van omliggende woningen. De bedrijvigheid met betrekking tot intensieve veehouderij wordt vergroot ter plaatse van het plangebied.

Woningen van derden bevinden zich op ruim 150 meter afstand vanaf de grens van de inrichting. Het betreft met name woonbestemmingen. De VNG milieuzonering (categorie 4.1) schrijft een richtafstand van 200 meter voor bij een 'rustig buitengebied', met name vanwege aspect geur. Conform de vigerende vergunning bedraagt de maximale geurbelasting 11,9 Odour units op de woning van derden (Ekris 46) waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de Wgv (14 Odour units). Dit blijkt ook uit de milieuvergunning van 2010 waarbij een geurberekening is gemaakt. De berekende geurbelastingen bij de omliggende woningen voldeed daarbij aan de voor het buitengebied geldende geurnorm. In de nieuwe situatie wordt op de plaats waar eerst een varkensstal gepland stond de nieuwe melkveestal gebouwd. Aangezien de varkensstal niet meer wordt gerealiseerd en de rest gelijk blijft ten opzichte van de vergunning, zal de geuremissie in vergelijking met de vergunning afnemen. De berekende geurbelasting zal daardoor ook afnemen en dus voldoen aan de geurnorm van 14 odour units per m3. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.4

Bodemkwaliteit

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde gebruik en moet daarnaast worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|29

gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 2) op de locatie van de nieuw op te richten bedrijfswoning aan de Ekris 52 te Woudenberg. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De uitbreiding van het bouwvlak is niet meegenomen in het onderzoek, aangezien de functie Agrarisch ongewijzigd blijft. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,6 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de bodemlagen van 2,0 tot 2,5 m-mv en 3,5 tot 3,6 m-mv zijn leemlagen aangetroffen. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem.

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de grondmengmonsters zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwater is analytisch een licht verhoogd gehalte met barium aangetoond. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen.

NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|30

Afbeelding 17: Situatietekening met boorlocaties

Conclusie Op basis van voornoemde conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Risico’s die veroorzaakt worden door luchthavens worden in paragraaf 5.8 behandeld. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01

Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg

|31

inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm).

Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico is niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Utrecht. Transport over water Uit de risicoatlas voor vervoer gevaarlijke stoffen over water blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen vaarweg aanwezig is die relevant is in het kader van externe veiligheid.

Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorweg aanwezig is die relevant is in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding In de nabijheid van het plangebied liggen enkele gasleidingen van Gasunie. De dichtstbijzijnde gasleiding ligt op een afstand van circa 260 meter, waardoor de beoogde ontwikkelingen buiten het invloedsgebied van de gasleidingen komen te liggen. Leiding Gasleiding W-520-01 Gasleiding W-520-04

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1242/documents/31240